Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:587

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2021
Datum publicatie
17-02-2021
Zaaknummer
16/136974-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cybercrime, DDoS-aanvallen. Verdachte heeft gedurende een pleegperiode van drie maanden DDoS-aanvallen uitgevoerd op websites van bedrijven en hen afgeperst of pogingen daartoe gedaan. Verdachte kondigde aan dat hij een DDoS-aanval zou uitvoeren op hun website, indien zij niet een bedrag in bitcoins zouden overmaken. Daarna werden de bedrijven aangevallen. Verder heeft verdachte een pistoolmitrailleur met munitie en meer dan de toegestane hoeveelheid hennep voorhanden gehad. Verdachte wordt vrijgesproken van ID-fraude en oplichting via Marktplaats. Vanwege het grote aantal gedupeerde bedrijven en de ernst van deze feiten, legt de rechtbank een gevangenisstraf op. Een deel hiervan wordt voorwaardelijk opgelegd met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een ambulante behandeling. De gevangenisstraf bedraagt 36 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Het grootste deel van de benadeelde partijen wordt (deels) niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering, omdat veel (door de verdediging betwiste) schadeposten onvoldoende onderbouwd zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/136974-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 februari 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lelystad,

hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 16 september 2020, 14 december 2020 en 3 februari 2021. De inhoudelijke behandeling heeft plaatsgevonden op 3 februari 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [aangever 1] (namens [bedrijf 1] B.V.) en mr. E. Janse, advocaat te Rotterdam (namens [bedrijf 2] ) naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 14 april 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen 2 bedrijven heeft afgeperst;

feit 2:

in de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen 25 bedrijven heeft geprobeerd af te persen;

feit 3:

primair:

in de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen de (web)servers van 31 websites en/of bedrijven heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt en/of een stoornis in de gang of werking van zodanig werk heeft veroorzaakt;

subsidiair:

in de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen de toegang tot of het gebruik van een geautomatiseerd werk van 31 websites en/of bedrijven heeft belemmerd;

feit 4:

op 2 juni 2020 te Veenendaal een pistool(mitrailleur), munitie en twee patroonhouders voorhanden heeft gehad;

feit 5:

op 2 juni 2020 te Veenendaal 133,51 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad;

feit 6:

in de periode van 12 september 2019 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen wederrechtelijk de identificerende persoonsgegevens van [benadeelde 1] heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van een ander te verhelen of te misbruiken;

feit 7:

in de periode van 5 december 2018 tot en met 16 mei 2019 te Veenendaal en/of Amsterdam samen met (een) ander(en) of alleen [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heeft opgelicht door zich op Marktplaats voor te doen als bonafide verkoper van een E-reader en een Loreal Steampod 2.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert vrijspraak van het onder feit 7 ten laste gelegde en acht het onder feit 1, feit 2, feit 3 primair en feit 4 tot en met feit 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit primair vrijspraak van het onder feit 1 tot en met feit 3 ten laste gelegde. Hij refereert zich aan het oordeel van de rechtbank over de verdenkingen die zien op de DDoS-aanval op de website van [bedrijf 10] , gepleegd op 15 mei 2020. De bij verdachte aangetroffen dongel, mobiele telefoon en USB-stick kunnen niet vóór 15 mei 2020 aan verdachte worden gekoppeld. Dat geldt ook voor het telefoonnummer [telefoonnummer] . Verder is niet gebleken dat de in beslag genomen dongel bij alle strafbare handelingen is gebruikt noch dat verdachte de enige gebruiker hiervan was. Nu uit onderzoek van de politie is gebleken dat de dongel niet online hoefde te zijn om een aanval te starten, zijn ook de mastgegevens in deze zaak niet relevant. Voorts kan op geen enkele wijze worden vastgesteld dat verdachte de begunstigde is geweest van de aangetroffen bitcoinadressen of van de transacties die met deze adressen zijn uitgevoerd. Ten slotte zijn er indicaties dat er meerdere gebruikers van de USB-stick en de Samsung telefoon zijn geweest.

De raadsman bepleit subsidiair partiële vrijspraak van verdachte van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde ten aanzien van [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 3] B.V., [juwelier] B.V en [bloemist] B.V. In het geval van [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 3] B.V. en [juwelier] B.V. is geen sprake geweest van een strafbare poging tot afpersing (het onder feit 2 ten laste gelegde) of het onbruikbaar maken van een netwerk (het onder feit 3 ten laste gelegde). [bedrijf 1] en [bedrijf 3] hebben verklaard dat zij geen hinder aan hun websites hebben ondervonden en [juwelier] spreekt in haar aangifte enkel van een piek in het aantal bezoekers midden in de nacht. Verder is namens [bloemist] B.V. verklaard dat niet is betaald vanwege het dreigement, maar om tips te krijgen om een DDoS-aanval in de toekomst te voorkomen, waardoor er geen sprake is van de voor afpersing (het onder feit 1 ten laste gelegde) vereiste dwang tot betaling van een bedrag in bitcoins.

Ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde verzoekt de raadsman de rechtbank om verdachte vrij te spreken van het onderdeel “geschikt om (semi-)automatisch te vuren” en refereert zich voor het overige aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman refereert zich eveneens aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het onder feit 5 ten laste gelegde.

De raadsman verzoekt verdachte vrij te spreken van het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde. Uit niets blijkt dat verdachte de onder feit 6 genoemde identificerende gegevens van [benadeelde 1] heeft gebruikt om enige handeling te verrichten en niet kan worden vastgesteld dat het aanmaken van een Bitpay-account en het aanvragen van een betaalpas in de ten laste gelegde pleegperiode hebben plaatsgevonden. De enkele link tussen het op de USB-stick aangetroffen e-mailadres en de bij het onder feit 7 ten laste gelegde behorende aangiftes is onvoldoende om vast te stellen dat verdachte de oplichting heeft gepleegd. Op basis van de aangiftes kan bovendien niet worden vastgesteld of sprake is geweest van oplichting of civielrechtelijk wanpresteren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsoverwegingen

Vanwege de omvang van het dossier zijn de bewijsmiddelen – ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis – opgenomen in bijlage II. De bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben.

(Pogingen tot) afpersing en onbruikbaar maken/verstoren werking (web)servers

Werkwijze

In de periode van 11 maart 2020 tot en met 15 mei 2020 is geprobeerd diverse bedrijven met websites geld afhandig te maken met behulp van (dreiging met) DDoS-aanvallen. In twee gevallen is er ook daadwerkelijk betaald. De rechtbank stelt op basis van de aangiftes vast dat in nagenoeg alle zaken sprake is van de volgende werkwijze.

Een bedrijf met een website ontvangt een bericht via e-mail, WhatsApp, Facebook of een chatfunctie op de website. In dit bericht wordt het bedrijf medegedeeld dat zijn website onbereikbaar zal worden gemaakt door middel van een DDoS-aanval. Het bedrijf kan de geplande aanval voorkomen door 0,1 bitcoin over te maken naar het opgegeven bitcoinadres. Indien het bedrijf niet vóór het door de afzender bepaalde tijdstip betaalt, wordt de website aangevallen tot het moment waarop wordt betaald. Bovendien stijgt na het verstrijken van de betaaltermijn het te betalen bedrag, zo waarschuwt het bericht. In het bericht staat ook dat om te bewijzen dat de afzender serieus is, de afgelopen nacht al een lichte DDoS-aanval heeft plaatsgevonden. De website van het bedrijf is en/of wordt na ontvangst van dit bericht daadwerkelijk aangevallen. Dit tast de bereikbaarheid van de website aan. De aanvaller bericht het bedrijf vervolgens dat het te betalen bedrag is verhoogd en de aanval niet zal stoppen tot er wordt betaald. Na betaling van het geëiste bedrag wordt de aanval gestaakt.

Naast overeenkomsten in de werkwijze zijn er andere opvallende gelijkenissen. De bewoordingen van het hiervoor beschreven dreigbericht is in nagenoeg alle gevallen exact hetzelfde. Het in het dreigbericht opgegeven bitcoinadres is in vijftien gevallen [bitcoinadres] en in zes gevallen [bitcoinadres] . Er zijn ook overeenkomsten in de in het contact met de aangevers gebruikte e-mailadressen, het gebruikte telefoonnummer en de gebruikte Facebookaccounts. Zo komt het telefoonnummer [telefoonnummer] acht keer voor in de aangiftes, het e-mailadres info@ [e-mailadres] zes keer, info@ [website 5] .nl drie keer, [e-mailadres] @gmail.com twee keer en het Facebookaccount [facebookaccount] eveneens twee keer.

Betrokkenheid verdachte

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte ten tijde van zijn aanhouding op 2 juni 2020 beschikte over een USB-stick, een telefoon (Samsung J3) en een dongel.

Met betrekking tot de USB-stick kan het volgende worden vastgesteld. Op de USB-stick is een bestand aangetroffen met daarin teksten die in grote mate overeenkomen met de afpersingsberichten die zijn verstuurd aan de aangevers. Ook is een spreadsheetbestand aangetroffen met daarin lijsten met domeinnamen die overeenkomen met achttien van de onder feit 1 en feit 2 genoemde domeinnamen (websites). In datzelfde spreadsheetbestand stond een lijst met bitcoinadressen, waaronder zeven van de acht bitcoinadressen, opgegeven door de afperser in zijn berichten aan aangevers. Daarnaast zijn de internetactiviteiten van de gebruiker van de USB-stick onderzocht. Daaruit is gebleken dat websites zijn bezocht (en als favoriet zijn opgeslagen in de internetbrowser) waarmee, tegen betaling, DDoS-aanvallen kunnen worden uitgevoerd. Verder is geconstateerd dat meerdere van de aangevallen websites zijn bezocht. Op de USB-stick is voorts een virtuele Androidtelefoon aangetroffen. Met deze virtuele telefoon zijn WhatsAppberichten verstuurd en ontvangen, gebruikmakend van het WhatsAppaccount geregistreerd op het telefoonnummer [telefoonnummer] . Er is, onder meer, een WhatsAppgesprek aangetroffen tussen de gebruiker van dit WhatsAppaccount en de klantenservicemedewerker van [bedrijf 4] B.V. Tot slot zijn twee e-mailadressen ( [e-mailadres] @gmail.com en [e-mailadres] @gmail.com) en mogelijke wachtwoorden aangetroffen die gelinkt kunnen worden aan de aangiftes van [bedrijf 5] B.V., [bedrijf 6] , [bedrijf 7] B.V., [bedrijf 8] B.V., [VOF] VOF, [bedrijf 9] B.V. en [bedrijf 10] B.V.

Uit historische telecomgegevens blijkt dat het hierboven genoemde telefoonnummer [telefoonnummer] in de periode van 20 maart 2020 tot en met 13 april 2020 gekoppeld is geweest aan de bij verdachte aangetroffen Samsung J3. Op 11 april 2020 heeft [bedrijf 6] van genoemd telefoonnummer een WhatsAppbericht ontvangen waarin is gedreigd met een DDoS-aanval.

Uit de gegevens die zijn verkregen door het aftappen van de bij verdachte aangetroffen dongel - die fungeert als een router - blijkt dat de gebruiker hiervan op 7 mei 2020 meermalen een website heeft bezocht die wordt gebruikt om DDoS-aanvallen uit te voeren (www. [website 1] .com). Rond dezelfde tijdstippen is ook meermalen de website van [VOF] bezocht en uit de aangifte van [VOF] volgt dat de website van dit bedrijf omstreeks die momenten werd aangevallen. Dezelfde internetgedragingen hebben plaatsgevonden rondom de tijdstippen van de DDoS-aanvallen op de websites van [bedrijf 9] op 7 en 8 mei 2020 en van [bedrijf 10] op 15 mei 2020.

Uit de historische telecomgegevens van de dongel blijkt dat deze in de periode van 1 januari 2020 tot en met 6 mei 2020 vrijwel dagelijks in gebruik is geweest. De zogenaamde thuismast van de woning van verdachte werd in die periode veelvuldig aangestraald. Op diverse tijdstippen op 4, 5 en 6 mei 2020 werd met de dongel een mast in de nabije omgeving van de woning van de ouders van verdachte in [woonplaats] aangestraald. In de telecomgegevens is te zien dat de dongel op die dagen steeds in de ochtend de thuismast van de woning van verdachte in [woonplaats] aanstraalde en aan het einde van de (mid)dag de mast in [woonplaats] . Rondom de tijdstippen waarop de dongel op 4 en 5 mei 2020 de mast in [woonplaats] aanstraalde werden met het [account] -account en de bankrekening van verdachte afhaalmaaltijden besteld en betaald die zijn bezorgd op een adres in de buurt van diezelfde aangestraalde mast. Op 6 mei 2020 is met de bankpas van verdachte afgerekend bij een Albert Heijn nabij de door de dongel aangestraalde Amsterdamse mast.

Conclusie

Overwegende dat:

-de werkwijze van de afperser in alle gevallen nagenoeg gelijk was;

-de door de afperser gebruikte gegevens (bitcoinadressen, e-mailadressen, telefoonnummer en Facebookaccount) in meerdere berichten terugkomen;

-deze gegevens grotendeels terug te vinden zijn in spreadsheets op een en dezelfde USB-stick;

-via deze USB-stick meerdere van de aangevallen websites zijn bezocht alsook websites die gebruikt kunnen worden om DDoS-aanvallen uit te voeren en

-uit tapgegevens van de samen met de USB-stick aangetroffen dongel blijkt dat op 7, 8 en 15 mei 2020 een website werd bezocht die wordt gebruikt om DDoS-aanvallen uit te voeren én gelijktijdig de websites van de op dat moment aangevallen bedrijven werden bezocht,

concludeert de rechtbank dat het een en dezelfde dader(groep) is geweest die de bedrijven heeft benaderd, dreigberichten heeft verstuurd en DDoS-aanvallen heeft doen uitvoeren, waarbij gebruik is gemaakt van de bij verdachte aangetroffen dongel, USB-stick (die als harde schijf functioneerde) en de telefoon.

Dat verdachte de dader is, blijkt uit het aantreffen van de dongel, USB-stick en telefoon bij verdachte op 2 juni 2020 in combinatie met de historische telecomgegevens van de dongel (het veelvuldig aanstralen van de thuismast van verdachte in de periode van 1 januari 2020 tot en met 6 mei 2020) en de (pin)transacties met de bankpas en -rekening op naam van verdachte in Amsterdam op het moment dat de dongel daar in de buurt een mast aanstraalde.

De door verdachte – pas na afloop van het politieonderzoek – afgelegde verklaring dat hij via een groep in het chatprogramma Telegram een jongen uit [woonplaats] had leren kennen van wie hij op 15 mei 2020 de USB-stick, telefoon en dongel heeft gekocht als onderdeel van een zogenaamd ‘hackerspakket’ en die vanuit zijn huis (bij wijze van demonstratie) de DDoS-aanval op [bedrijf 10] .nl zou hebben uitgevoerd, acht de rechtbank ongeloofwaardig. In de eerste plaats acht de rechtbank het nogal onwaarschijnlijk dat een verkoper van een hackerspakket ook de volledige administratie van in het verleden gepleegde afpersingen op de USB-stick meelevert. Daarbij komt dat verdachte daarnaar gevraagd op de terechtzitting geen enkel aanknopingspunt kon geven voor het vaststellen van de identiteit van deze vermeende verkoper. Zo kon verdachte niet vertellen hoe de vermeende verkoper van het hackerspakket heet en waar in [woonplaats] hij woont. Verdachte wist ook niet meer hoe de groep in Telegram, waar hij de jongen leerde kennen, heet. En de telefoon waarmee hij naar eigen zeggen contact had met de jongen, was verdachte kwijtgeraakt. Dat, tot slot, de dongel op 4 tot en met 6 mei 2020 geheel toevallig precies dezelfde reisbewegingen maakte als verdachte, acht de rechtbank evenmin waarschijnlijk.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met feit 3 primair ten laste gelegde heeft gepleegd.

Bespreking overige verweren

De rechtbank kwalificeert het handelen ten aanzien van [bloemist] B.V. en [bedrijf 11] B.V. als een voltooide afpersing. Deze bedrijven zijn bedreigd en aangevallen, waarna zij het geëiste geldbedrag in bitcoins hebben betaald. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat aangever [bloemist] , blijkens haar eigen verklaring, niet is gedwongen tot afgifte van een bedrag in bitcoins. Het enkele feit dat de vertegenwoordiger van [bloemist] heeft verklaard dat hij het geëiste bedrag heeft betaald om tips te krijgen om toekomstige aanvallen tegen te gaan, neemt niet weg dat de betaling niet zou zijn verricht als verdachte geen DDoS-aanval had uitgevoerd. Hieruit leidt de rechtbank af dat [bloemist] weldegelijk is gedwongen tot afgifte van het overgemaakte bedrag in bitcoins.

Het handelen ten aanzien van de onder feit 2 opgesomde aangevers kwalificeert de rechtbank als een poging tot afpersing. Onder dreiging van DDoS-aanvallen op hun websites is geprobeerd deze aangevers te bewegen tot betaling van een bedrag in bitcoins. De websites van de meeste van deze aangevers zijn ook aangevallen. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat er bij [bedrijf 1] , [bedrijf 3] en [juwelier] geen sprake is geweest van een poging tot afpersing omdat uit de aangiftes niet kan worden afgeleid dat hun websites zijn aangevallen. Of de aangekondigde DDoS-aanvallen zijn uitgevoerd op deze websites wordt in dit verband niet relevant geacht. De rechtbank is namelijk van oordeel dat met het versturen van de berichten waarin een bedrag in bitcoins werd geëist ter voorkoming van een DDoS-aanval al een begin van uitvoering is gemaakt van een strafbare poging tot afpersing.

Het door de raadsman gevoerde verweer is wel relevant voor de beantwoording van de vraag of de (web)servers van [bedrijf 1] , [bedrijf 3] en [juwelier] onbruikbaar zijn gemaakt of de werking daarvan is verstoord (terwijl gemeen gevaar voor goederen of verleende diensten te duchten was) dan wel de toegang tot of het gebruik daarvan is belemmerd (feit 3 primair en subsidiair). Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan geen sprake, omdat niet kan worden vastgesteld dat de websites van de drie genoemde bedrijven daadwerkelijk zijn aangevallen.

Partiële vrijspraak medeplegen

Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat er iemand anders betrokken is geweest bij het plegen van deze feiten, laat staan dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen deze perso(o)n(en) en verdachte. Daarom spreekt de rechtbank verdachte ten aanzien van deze feiten partieel vrij met betrekking tot het onderdeel ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’.

Partiële vrijspraak onbruikbaar maken/verstoren werking van (web)servers

De rechtbank heeft hiervoor reeds geoordeeld dat niet is gebleken dat de (web)servers verbonden aan de websites van [bedrijf 1] (www. [website 2] .nl), [bedrijf 3] (www. [website 3] .nl) en [juwelier] (www. [website 4] .nl) onbruikbaar zijn gemaakt of de werking daarvan is verstoord (terwijl gemeen gevaar voor goederen of verleende diensten te duchten was) dan wel de toegang tot of het gebruik daarvan is belemmerd. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder feit 3 primair en subsidiair ten laste gelegde voor zover dit betrekking heeft op deze websites.

Bezit vuurwapen en munitie

Bij de aanhouding van verdachte op 2 juni 2020 is zijn woning doorzocht. Bij deze doorzoeking zijn een pistool(mitrailleur) en 92 scherpe kogelpatronen aangetroffen, die door de politie zijn gecategoriseerd. Verdachte heeft bekend dit wapen en deze munitie voorhanden te hebben gehad. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder feit 4 ten laste gelegde.

Partiële vrijspraak

Uit het proces-verbaal van categorisering van 23 juli 2020 is gebleken dat het semiautomatische afvuursysteem niet goed functioneerde. Het vuurwapen is om die reden niet – zoals ten laste gelegd – geschikt om semiautomatisch te vuren. De rechtbank spreekt verdachte vrij van dit onderdeel van het ten laste gelegde.

Aanwezig hebben hennep

Het feit is door verdachte begaan. Verdachte heeft bekend dat hij op 2 juni 2020 (in totaal) 133,51 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad in zijn woning en auto. De raadsman heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de bewijsmiddelen (zie bijlage).

Vrijspraak wederrechtelijk gebruik identificerende gegevens

Uit het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting is niet gebleken wanneer het BitPay-account op naam van [benadeelde 1] is aangemaakt en de betaalpas op zijn naam is aangevraagd. Evenmin is vast te stellen dat verdachte dit, al dan niet met de foto van het rijbewijs van [benadeelde 1] op de bij verdachte aangetroffen Samsung J3, heeft gedaan. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 6 ten laste gelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken.

Vrijspraak Marktplaatsoplichting

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat op grond waarvan kan worden bewezenverklaard dat verdachte aangevers [benadeelde 3] en [benadeelde 2] op 6 december 2018 respectievelijk 16 mei 2019 heeft opgelicht. De enkele overeenkomst tussen het e-mailadres ( [e-mailadres] @gmail.com) achter het bij de verkoop van de Steampod en de e-reader gebruikte PayPal-account en het e-mailadres waarmee de rekening van de hosting van [website 5] .nl – dat kan worden gelinkt aan een e-mailadres gebruikt bij pogingen om enkele onder feit 2 genoemde bedrijven af te persen – is betaald, is hiervoor onvoldoende. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1:

op meerdere tijdstippen in de periode van 14 april 2020 tot en met 19 april 2020 te Veenendaal, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en bedrijven) zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken, de navolgende bedrijven:

1. [bedrijf 12] B.V. en [bloemist] B.V. ( [bedrijf 12] .nl) en

2. [bedrijf 11] B.V. ( [bedrijf 11] ),

heeft gedwongen tot afgifte van een hoeveelheid geld in bitcoins, geheel toebehorende aan bovengenoemde bedrijven, immers heeft verdachte:

- meerdere distributed denial of service aanvallen (DDoS-aanvallen) uitgevoerd op voornoemde websites en vervolgens

- contact opgenomen met voornoemde bedrijven en daarbij gedreigd dat als er binnen een door verdachte gestelde tijd niet een hoeveelheid geld in bitcoins zou worden overgemaakt naar een door verdachte genoemd bitcoinadres, de website opnieuw zou worden aangevallen middels DDoS-aanvallen;

feit 2:

op meerdere tijdstippen in de periode van 11 maart 2020 tot en met 15 mei 2020 te Veenendaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en bedrijven) zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken een of meer van de navolgende bedrijven:

1. [bedrijf 1] B.V. (www. [website 2] .nl) en

2. [bedrijf 3] B.V. (www. [website 3] .nl) en

3. [bedrijf 13] B.V. (www. [website 6] ) en

4. [bedrijf 5] B.V. (www. [website 7] .nl) en

5. [bedrijf 6] (www. [website 8] .nl) en

6. [bedrijf 14] B.V. (www. [website 9] .nl) en

7. [bedrijf 7] B.V. (www. [website 10] .nl) en

8. [website 11] B.V. (www. [website 11] ) en

9. [bedrijf 16] B.V. en [bedrijf 17] B.V. (www. [website 12] .nl en www. [website 13] .nl en www. [website 14] .nl en www. [website 15] .nl en www. [website 16] .nl) en

10. [bedrijf 18] B.V. (www. [website 17] .nl) en

11. [bedrijf 19] B.V. (www. [website 18] .nl) en

12. [juwelier] B.V. (www. [website 4] .nl) en

13. [bedrijf 20] B.V. (www. [website 19] .nl en www. [website 19] .de en www. [website 20] .nl en www. [website 21] .nl) en

14. [bedrijf 21] (www. [website 22] .nl) en

15. [bedrijf 22] B.V. (www. [website 23] .nl) en

16. [bedrijf 23] B.V. (www. [website 24] nl) en

17. [bedrijf 24] B.V. (www. [website 25] .nl en www. [website 26] .nl) en

18. [bedrijf 25] B.V. (www. [website 27] .nl) en

19. [website 28] .nl vof en [bedrijf 32] B.V. (www. [website 28] .nl) en

20. [bedrijf 26] vof (www. [website 29] .com) en

21. [bedrijf 4] B.V.(www. [bedrijf 4] .nl) en

22. [bedrijf 27] B.V. (www. [website 30] .nl) en

23. [VOF] vof (www. [website 31] .nl) en

24. [bedrijf 9] B.V. (www. [website 32] .nl) en

25. [bedrijf 10] B.V. (www. [website 33] .nl),

te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld in bitcoins, geheel toebehorende aan bovengenoemde bedrijven, immers heeft hij, verdachte:

- meerdere distributed denial of service aanvallen (DDoS-aanvallen) uitgevoerd op voornoemde websites en vervolgens

- contact opgenomen met voornoemde bedrijven en daarbij gedreigd dat als er binnen een door verdachte gestelde tijd niet een hoeveelheid geld in bitcoins zou worden overgemaakt naar een door verdachte genoemd bitcoinadres, de website opnieuw zou worden aangevallen middels DDoS-aanvallen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3 primair:

op meerdere tijdstippen in de periode van 11 maart 2020 tot en met 15 mei 2020 te Veenendaal, telkens opzettelijk enig geautomatiseerd werk (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en/of bedrijven) onbruikbaar heeft gemaakt en een stoornis in de gang of werking van zodanig werk heeft veroorzaakt, immers heeft verdachte, meerdere distributed denial of service aanvallen (DDoS-aanvallen) gepleegd op de (web)servers verbonden aan (de IP-adressen van):

3. www. [website 6] ( [bedrijf 13] B.V.) en

4. www. [website 7] .nl ( [bedrijf 5] B.V.) en

5. www. [website 8] .nl ( [bedrijf 6] ) en

6. www. [website 9] .nl ( [bedrijf 14] B.V.) en

7. www. [website 10] .nl ( [bedrijf 7] B.V.) en

8. www. [website 11] ( [website 11] B.V.) en

9. www. [website 12] .nl en www. [website 13] .nl en www. [website 14] .nl en www. [website 15] .nl en www. [website 16] .nl ( [bedrijf 16] B.V. en [bedrijf 17] B.V.) en

10. www. [website 17] .nl ( [bedrijf 18] B.V.) en

11. www. [website 18] .nl ( [bedrijf 19] B.V.) en

13. www. [website 19] .nl en www. [website 19] .de en www. [website 20] .nl en

www. [website 21] .nl ( [bedrijf 20] B.V.) en

14. www. [website 22] .nl ( [bedrijf 21] vof) en

15. www. [website 23] .nl ( [bedrijf 22] B.V.) en

16. www. [website 24] nl ( [bedrijf 23] B.V.) en

17. www. [website 25] .nl en www. [website 26] .nl ( [bedrijf 24] B.V.) en

18. www. [website 27] .nl ( [bedrijf 25] B.V.) en

19. www. [website 34] .nl en www. [website 34] .com en www. [website 34] .be en www. [website 35] .nl ( [bedrijf 28] vof) en

20. www. [website 28] .nl ( [website 28] .nl vof en [bedrijf 32] B.V.) en

21. www. [website 29] .com ( [website 29] vof) en

22. www. [bedrijf 4] .nl ( [bedrijf 4] B.V.) en

23. www. [website 30] .nl ( [bedrijf 27] B.V.) en

24. www. [website 31] .nl ( [VOF] vof) en

25. www. [website 32] .nl ( [bedrijf 9] B.V.) en

26. www. [bedrijf 10] .nl ( [bedrijf 10] B.V.) en

27. www. [bedrijf 12] .nl ( [bedrijf 12] B.V. en [bloemist] B.V.) en

28. www. [bedrijf 11] ( [bedrijf 11] B.V.) en

29. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 1] B.V. en

30. 38 websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 2] B.V. en

31. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 3] B.V.,

althans op het geautomatiseerde werk waar vanaf die website werd gepubliceerd, door die website, althans die (web)server, systematisch te overvragen door het (laten) verzenden van een grote hoeveelheid gegevens en/of verbindingsverzoeken), ten gevolge waarvan de (web)servers, telkens buiten gebruik zijn geraakt terwijl daarvan gemeen gevaar voor de verlening van diensten (te weten de infrastructuur en de netwerken van voornoemde websites en bedrijven) te duchten was;

feit 4:

op 2 juni 2020 te Veenendaal, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool(mitrailleur) van het merk Cobray, model M-11,

en

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de Categorie III, te weten

32 scherpe kogelpatronen, merk G.F.L., kaliber 9 mm en

16 scherpe kogelpatronen, merk Norinco, kaliber 9mm en

44 scherpe kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .357 Magnum,

en

twee patroonhouders behorend tot voorgenoemd vuurwapen, zijnde een onderdeel dat specifiek bestemd is voor een vuurwapen van categorie III en van wezenlijke aard is, voorhanden heeft gehad;

feit 5:

op 2 juni 2020 te Veenendaal, opzettelijk aanwezig heeft gehad 133,51 gram hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Verdachte wordt vrijgesproken van alles wat meer of anders ten laste is gelegd dan wat hierboven is bewezenverklaard. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1: afpersing, meermalen gepleegd;

feit 2: poging tot afpersing, meermalen gepleegd;

feit 3 primair: opzettelijk enig geautomatiseerd werk onbruikbaar maken en stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de verlening van diensten te duchten is, meermalen gepleegd;

feit 4: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;

feit 5: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van feit 1 tot en met feit 3 samenloopbepalingen van toepassing zijn. Daarnaast dient bij de strafoplegging aansluiting gezocht te worden bij de strafvorderingsrichtlijnen voor cybercrime en niet voor afpersing, omdat er geen fysiek geweld of bedreiging met een wapen heeft plaatsgevonden. Bij de richtlijn voor cybercrime is het uitgangspunt een taakstraf indien de schade wordt vergoed. Verder wordt de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd en de blanco documentatie van verdachte, alsmede de aanwezige beschermende factoren. De raadsman verzoekt de rechtbank een onvoorwaardelijk strafdeel op te leggen dat gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest met eventueel een fors voorwaardelijk deel als stok achter de deur.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna drie maanden schuldig gemaakt aan afpersing en pogingen tot afpersing, waarbij hij DDoS-aanvallen uitvoerde op een groot aantal bedrijven. Deze willekeurig gekozen bedrijven werden uit het niets geconfronteerd met een bericht van verdachte, waarin hij aankondigde een DDoS-aanval op hun website uit te voeren als ze niet snel een bedrag in bitcoins zouden overmaken. Dit heeft in twee gevallen ook tot betaling van het geëiste bedrag geleid. In nagenoeg alle gevallen heeft verdachte (waarschuwings)aanvallen uitgevoerd. Met deze aanvallen zijn niet alleen storingen veroorzaakt bij de betreffende websites en een aantal gelieerde websites, maar verdachte ontzegde daarmee ook potentiële klanten de toegang tot de diensten van de ondernemingen. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de schade die hij met zijn handelingen zou kunnen veroorzaken. Daarnaast heeft verdachte het vertrouwen dat ondernemingen en de maatschappij als geheel in de veiligheid van online dienstverlening stellen, ernstig beschadigd. Verdachte heeft alleen oog gehad voor het verdienen van geld (de bedragen in bitcoins waarvan hij hoopte dat die betaald zouden worden). Hij is zeer intensief en geraffineerd bezig geweest met het plegen van deze feiten. Verdachte heeft gedurende het vooronderzoek en het onderzoek ter terechtzitting op geen enkel moment inzage gegeven in zijn handelswijze, verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden of zich bekommerd om de gevolgen van zijn daden voor anderen. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat verdachte zou zijn gestopt met het plegen van de bewezenverklaarde feiten als hij niet was aangehouden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistoolmitrailleur en bijbehorende munitie. Het ongeoorloofde bezit van een vuurwapen met bijbehorende munitie brengt onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen met zich mee vanwege de kans op het gebruik daarvan, met alle mogelijk onomkeerbare gevolgen van dien. Dit geldt des te meer in een situatie als de onderhavige, waarin het vuurwapen geladen en binnen handbereik was waardoor het vrijwel direct kon worden gebruikt. Verder draagt het bezit van vuurwapens sterk bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Ten slotte heeft verdachte een meer dan toegestane hoeveelheid hennep voorhanden gehad. Het gebruik van hennep levert een gevaar op voor de volksgezondheid, omdat deze stof bij regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich mee kan brengen en daarnaast ontstaat de met hennep samenhangende handel schade en overlast voor de samenleving vanwege de andere vormen van criminaliteit die gepaard gaan met drugsgebruik.

Persoon van verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 6 augustus 2020 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een psychologisch Pro Justitia onderzoek van 31 augustus 2020, opgemaakt door drs. M.H. Keppel, GZ- en kinder- en jeugdpsycholoog. Hieruit blijkt dat bij verdachte sprake is van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis en een persisterende depressieve stoornis. Daarnaast zijn er dwangmatige en afhankelijke persoonlijkheidstrekken geconstateerd. Gezien het duurzame patroon van disfunctionele persoonlijkheidskenmerken en aanpassingsproblemen bij de vermijdende persoonlijkheidsstoornis is dit een stoornis die reeds lange tijd aanwezig is. De persisterende depressieve stoornis wordt ook geacht reeds meerdere jaren aanwezig te zijn. Daarom wordt verondersteld dat dit allemaal ook ten tijde van de ten laste gelegde feiten aanwezig was. Omdat er geen bespreking van het delictscenario is geweest met verdachte en het niet duidelijk is in hoeverre en op welke manier de (sociale) geremdheid vanuit de persoonlijkheidsproblematiek en vanuit de depressieve stoornis een rol zouden kunnen hebben gespeeld bij de ten laste gelegde feiten, kan er geen uitspraak worden gedaan over een eventueel verband tussen de diagnose en het ten laste gelegde, de mate van toerekenbaarheid en het recidiverisico en kan er geen interventieadvies gegeven worden. De psycholoog heeft een behandeling gericht op de voornoemde persoonlijkheidsproblematiek en depressieve stoornis in overweging gegeven.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van een reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 9 september 2020, opgemaakt door T. Jaarsveld, reclasseringswerker. De reclassering beschrijft in aanvulling op het psychologisch onderzoek dat verdachte last heeft van angsten en daarom sociale contacten uit de weg gaat. De reclassering heeft geen advies gegeven over interventies en/of toezicht.

Straf

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf geprobeerd aansluiting te vinden bij de door de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank stelt vast dat voor de onderhavige variant van de onder feit 1 tot en met feit 3 primair bewezen verklaarde (pogingen tot) afpersing door middel van het uitvoeren van DDoS-aanvallen, nog geen specifieke oriëntatiepunten bestaan.

Aansluiting zoeken bij de oriëntatiepunten voor fraudedelicten acht de rechtbank niet aangewezen, omdat in de onderhavige zaak de ernst van de feiten met name wordt bepaald door de impact op de bedrijven en de schade die (mogelijk) wordt veroorzaakt door de (dreiging van) DDoS-aanvallen (kosten om zich te beveiligen en omzetschade) en niet zozeer door de hoogte van het totale afpersingsbedrag. Dit totale afpersingsbedrag zou in beginsel leiden tot een taakstraf dan wel een gevangenisstraf van niet langer dan een jaar. Een gevangenisstraf van deze duur zou geen recht doen aan de ernst van de feiten.

Aansluiten bij de oriëntatiepunten voor afpersing, die een gevangenisstraf conform de eis van de officier van justitie zouden rechtvaardigen, wordt echter ook niet als passend gezien, omdat die oriëntatiepunten in beginsel betrekking hebben op straatroof of een overval waarbij het gaat om (dreiging met) fysiek geweld. Naar het oordeel van de rechtbank is het dreigen met of uitvoeren van een DDoS-aanval van deze omvang minder ernstig dan (dreigen met) fysiek geweld.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het grote aantal gedupeerde bedrijven en de ernst van de feiten, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf. In beginsel acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vierentwintig maanden passend voor de onder feit 1 tot en met feit 3 bewezenverklaarde feiten.

Met betrekking tot het vuurwapenbezit stelt de rechtbank vast dat de LOVS-oriëntatiepunten voor het voorhanden hebben van een wapen van categorie III sub I als oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden noemen. De rechtbank is van oordeel dat vanwege toenemend (vuur-)wapengeweld in de samenleving tegen illegaal wapenbezit aanzienlijk strenger dient te worden opgetreden. In afwijking van de LOVS-oriëntatiepunten acht de rechtbank voor deze feiten in beginsel, mede vanwege het geladen zijn van het wapen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden passend. Niet alleen als vergelding vanwege de ernst van het feit, maar ook omdat van de op te leggen straf een generaal preventieve werking dient uit te gaan, zodat ook anderen ervan worden weerhouden om vuurwapens voorhanden te hebben.

Het voorhanden hebben van 133 gram hennep, waarvoor volgens de LOVS-oriëntatiepunten een geldboete passend is, wordt door de rechtbank niet meegewogen bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf.

Gelet op het hiervoor overwogene rechtvaardigen de bewezenverklaarde feiten in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dertig maanden (vierentwintig maanden + zes maanden). De rechtbank is echter van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geboden is. Niet alleen om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten, maar ook om bijzondere voorwaarden aan verdachte te kunnen opleggen. Hoewel de psycholoog en de reclassering geen uitspraak kunnen doen over het recidiverisico van verdachte en geen interventieadvies hebben gegeven, heeft de psycholoog in overweging gegeven een behandeling te richten op de vanuit de zorg benoemde lijdensdruk door de vermijdende persoonlijkheidsstoornis en persisterende depressieve stoornis (dysthymie). Hierin ziet de rechtbank aanleiding om de volgende bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen: een meldplicht bij de reclassering, de plicht om de aanwijzingen van de reclassering op te volgen en de plicht om mee te werken aan ambulante behandeling door een door de reclassering te bepalen zorgverlener, indien en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Nu de rechtbank een groot deel van de straf voorwaardelijk zal opleggen teneinde een forse stok achter de deur te hebben om verdachte te weerhouden van het plegen van strafbare feiten en te laten meewerken aan de bijzondere voorwaarden, zal de rechtbank de totale gevangenisstraf verhogen met zes maanden ter compensatie van het lagere onvoorwaardelijke deel. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan zestien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de oplegging van de voornoemde bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

9 BESLAG

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd teruggave aan verdachte te gelasten van de in beslag genomen laptop. De twee USB-sticks, Mastercard en twee telefoons (waarvan één de dongel betreft) dienen te worden verbeurdverklaard. Het wapen, de patroonhouders, patronen, munitie en hennep moeten worden onttrokken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht teruggave aan verdachte te gelasten van de (eveneens) in beslag genomen personenauto, het geldbedrag van € 2.800,- en de privételefoon.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank laat een beslissing over de in beslag genomen hennep achterwege, nu uit het dossier blijkt dat deze reeds is vernietigd.

Op het door de raadsman genoemde voertuig en geldbedrag rust conservatoir beslag. Een oordeel over de rechtmatigheid en de afwikkeling van dat beslag valt buiten de kaders van de onderhavige strafzaak. De rechtbank zal daarom geen beslissing nemen over deze goederen. De rechtbank gaat er verder van uit dat het verzoek van de raadsman om teruggave te gelasten van de privételefoon ziet op de Samsung J2 (AAJZ2420NL). Deze telefoon is niet vermeld op de beslaglijst. Voor zover dit goed niet reeds is geretourneerd, gelast de rechtbank teruggave hiervan aan verdachte.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten:

  • -

    1 STK Laptop _600563;

  • -

    Samsung J2 (AAJZ2420NL);

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaren:

  • -

    1 STK USB-stick _600566;

  • -

    1 STK Mastercard _600558;

  • -

    1 STK Telefoontoestel _600559;

  • -

    1 STK Laptop _600560;

  • -

    1 STK Telefoontoestel _600561;

  • -

    1 STK USB-stick _600562.

Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de onder feit 1 tot en met feit 3 primair bewezen verklaarde feiten begaan en/of deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van deze bewezen verklaarde misdrijven.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de volgende in beslag genomen voorwerpen onttrekken aan het verkeer:

  • -

    1 STK Wapen (patroonhouder) g2637871;

  • -

    1 STK Pistool g2637870;

  • -

    1 STK kogelpatroon g2637872;

  • -

    1 STK Patroon g2637873;

  • -

    1 STK patroonhouder g2637874;

  • -

    1 STK patroon g2637875;

  • -

    44 STK Munitie g2637878;

  • -

    1 STK Zak g2637880.

Deze voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de onder feit 4 en feit 5 bewezen verklaarde feiten begaan.

10 BENADEELDE PARTIJEN

De volgende (rechts)personen hebben zich als benadeelde partij in dit strafproces gevoegd, waarbij is vermeld welk bedrag als gevolg van welk bewezenverklaard(e) feit(en) is gevorderd.

Ten gevolge van het onder feit 1 en feit 3 primair bewezen verklaarde :

  • -

    [bedrijf 11] B.V. met een vordering van € 23.180,63 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bloemist] B.V. met een vordering van € 5.663,49 bestaande uit materiële schade.

Ten gevolge van het onder feit 2 en feit 3 primair bewezen verklaarde:

  • -

    [bedrijf 1] B.V. met een vordering van € 625,50 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 29] B.V. ( [bedrijf 13] ) met een vordering van € 6.000,- bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 5] B.V. met een vordering van € 5.000,- bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 14] B.V. met een vordering van € 300,- bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 30] B.V. ( [website 10] ) met een vordering van € 2.711,25 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [website 11] B.V. met een vordering van € 22.308,54 bestaande uit materiële schade.

  • -

    [bedrijf 18] B.V. met een vordering van € 28.949,92 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [juwelier] B.V. met een vordering van € 959,08 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [website 19] .nl B.V., [bedrijf 20] B.V. en [bedrijf 31] B.V. tezamen met een vordering van € 17.287,39 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 21] met een vordering van € 977,50 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 2] B.V. (mede namens [bedrijf 24] ) met een vordering van € 4.532,40 bestaande uit materiële schade en daarnaast een vordering tot vergoeding van de proceskosten van € 1.500,-;

  • -

    [bedrijf 25] B.V. met een vordering van € 4.210,80 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [website 29] .com met een vordering van € 171,54 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [bedrijf 4] B.V. met een vordering van € 17.500,- bestaande uit € 15.000,- aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade;

  • -

    [bedrijf 10] B.V. met een vordering van € 3.915,16 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [hoster 2] B.V. met een vordering van € 15.811,34 bestaande uit € 13.311,34 aan materiële schade en € 2.500,- aan immateriële schade;

Ten gevolge van onder feit 7 bewezen verklaarde:

  • -

    [benadeelde 3] , met een vordering van € 101,50 bestaande uit materiële schade;

  • -

    [benadeelde 2] , met een vordering van € 80,- bestaande uit materiële schade.

Alle benadeelde partijen vorderen ook de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

Vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 primair bewezen verklaarde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alleen de vorderingen die voldoende duidelijk en onderbouwd zijn kunnen worden toegewezen. Voor zover dat niet het geval is, dienen de benadeelde partijen (voor dat gedeelte) niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering.

De officier van justitie heeft ook per benadeelde partij een standpunt ingenomen. Dit standpunt zal door de rechtbank steeds worden besproken bij de beoordeling van de afzonderlijke vorderingen.

Vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 7 bewezen verklaarde

Gelet op de gevorderde vrijspraak van verdachte voor dit feit, dienen [benadeelde 3] en [benadeelde 2] volgens de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vordering.

10.2

Het standpunt van de verdediging

Vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 1, feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde

De verdediging is van mening dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, omdat de vorderingen binnen deze strafzaak het strafgeding onevenredig belasten. Er is sprake van een groot aantal omvangrijke vorderingen die veelal zien op het complexe vraagstuk van ‘omzetderving’. Deze vorderingen vereisen uitvoerige voorbereiding en bespreking en hiertoe is niet in voldoende mate gelegenheid geweest.

De verdediging maakt de volgende algemene opmerkingen over de inhoud van deze vorderingen:

  • -

    Als een bedrijf zich heeft gevoegd als benadeelde partij dan moet er een uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) en/of een ondertekende machtiging als bijlage bij de vordering zitten zodat de vertegenwoordigingsbevoegdheid getoetst kan worden. Zo’n uittreksel is niet bij alle vorderingen gevoegd.

  • -

    De vraag is of de benadeelde partijen een verzekering hebben en daar misschien schade hebben geclaimd. Webshops hebben misschien een verzekering tegen cybercrime. In dat geval dient de verzekeraar zich te voegen.

  • -

    In veel gevallen ontbreekt de onderbouwing van de schade. Onduidelijk blijft of een website daadwerkelijk tijdelijk offline of alleen wat trager is geweest. Evenmin is duidelijk of dat komt door een DDoS-aanval of een andere oorzaak heeft. Verder is aan de hand van de wel gegeven onderbouwing vaak niet vast te stellen wat de gevolgen waren en hoe lang deze zich hebben gemanifesteerd.

  • -

    Veel benadeelde partijen vorderen gederfde omzet als schade. Mislopen van omzet is geen schade die voor toewijzing vatbaar is. Duidelijk moet zijn wat de inkoopprijs is geweest, welke kosten zijn gemaakt en wat dus de winstmarge is. Ook zal inzichtelijk moeten zijn wat de omzet over een langere periode is om te kunnen beoordelen of de gestelde misgelopen omzet redelijk en representatief is. Hiervoor moet een duidelijke onderbouwing zijn gegeven (bijvoorbeeld een verklaring van een accountant of boekhouder of een deugdelijke rapportage met onderbouwde stukken).

  • -

    Daarnaast is het de vraag of er überhaupt sprake is van ‘misgelopen’ omzet en winst. Het gaat veelal om webshops waar bestellingen kunnen worden geplaatst. Als een website op een bepaald moment traag of niet bereikbaar is, dan is de kans redelijk groot dat een bezoeker het later nog een keer probeert. Dan is er dus geen misgelopen winst, maar uitgestelde winst. De benadeelde partijen hebben dit niet inzichtelijk gemaakt.

  • -

    Ten aanzien van de gevorderde IT-kosten of kosten ter beveiliging ontbreekt vaak de causaliteit. Alleen kosten die zien op het afslaan van de DDoS-aanval komen voor vergoeding in aanmerking en niet de kosten ter beveiliging van een website voor de toekomst. Verder is bij een vordering van dergelijke kosten een factuur van de gemaakte kosten of een loonstrook ter onderbouwing van het uurtarief vereist.

De verdediging heeft ook per benadeelde partij een standpunt ingenomen. Dit standpunt zal door de rechtbank steeds worden besproken bij de beoordeling van de afzonderlijke vorderingen.

Tot slot verzoekt de verdediging bij een eventuele toewijzing van de vordering geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen als de benadeelde partij een professioneel bedrijf is, dat zelf incassomaatregelen kan nemen.

Vorderingen van de benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 7 bewezenverklaarde

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering van [benadeelde 2] . Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 3] stelt de verdediging zich op het standpunt dat zij geen schade heeft geleden omdat het geld door PayPal lijkt te zijn teruggestort.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 1, 2 en 3 ten bewezen verklaarde

Ontvankelijkheid van benadeelde partijen in het algemeen

De rechtbank verwerpt het door de raadsman gevoerde verweer dat ziet op de ontvankelijkheid van alle benadeelde partijen in het algemeen. Er is weliswaar een groot aantal vorderingen ingediend, maar elke vordering op zich is overzichtelijk te noemen. De vorderingen zijn op tijd ingediend en zij zijn bovendien voor het grootste deel vergelijkbaar: de benadeelde partijen vorderen materiële schade met als onderbouwing (i) misgelopen omzet of winst en (ii) gemaakte interne of externe IT-kosten. De rechtbank is daarom van oordeel dat op voorhand niet kan worden geoordeeld dat de behandeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Bij de bespreking van de afzonderlijke vorderingen zal de rechtbank beoordelen of partijen voldoende in de gelegenheid zijn geweest om hun standpunten naar voren te brengen en te onderbouwen.

Inleidende overwegingen over de beoordeling van de vorderingen

Gelet op de door de verdediging gemaakt algemene opmerkingen en om de beoordeling van de afzonderlijke vorderingen te verduidelijken, zal de rechtbank beginnen met enkele inleidende overwegingen.

Vertegenwoordiging van rechtspersonen

De vordering van een benadeelde partij die een rechtspersoon is, zal door een daartoe bevoegde vertegenwoordiger moeten worden ingesteld. De vertegenwoordiging kan volgen uit de wet (Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW)), de statuten van de rechtspersoon en/of uit een volmacht. Als een persoon die verbonden is aan de rechtspersoon namens de rechtspersoon een vordering instelt en uit het procesdossier (bijvoorbeeld de aangifte) of een uittreksel van de Kamer van Koophandel duidelijk is dat deze persoon een voor de vordering relevante functie heeft binnen de rechtspersoon, dan mag van de Hoge Raad al snel worden aangenomen dat die persoon bevoegd is namens de rechtspersoon de vordering in te dienen. Dit alles geldt te meer indien de verdediging niet (concreet) heeft onderbouwd wat er mis is met de (interne) bevoegdheid van deze persoon tot vertegenwoordiging van de benadeelde partij. De achterliggende gedachte is dat de interne vertegenwoordigingsregeling van de rechtspersoon strekt ter bescherming van de belangen van de rechtspersoon zelf. Zij strekken dus niet ter bescherming van de belangen van de verdachte, zodat die zich er niet al te gemakkelijk op kan beroepen. De rechtbank heeft bij iedere vordering van een rechtspersoon de vertegenwoordigingsbevoegdheid beoordeeld. De rechtbank zal daarover een overweging opnemen bij de benadeelde partijen waar de verdediging de vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft betwist of waar de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet uit een meegestuurd KvK-uittreksel blijkt.

Verzekering

Op het voegingsformulier (‘Verzoek tot schadevergoeding’) kunnen benadeelde partijen onder het kopje ‘4D Reeds vergoede schade’ invullen of de schade die zij hebben opgegeven al (deels) is vergoed, bijvoorbeeld door een verzekering. Als een benadeelde partij daar niets heeft ingevuld, gaat de rechtbank ervan uit dat de benadeelde partij daarmee stelt dat de gevorderde schade niet is vergoed door een verzekeraar. De algemene stelling van de verdediging dat webshops wellicht een verzekering hebben kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden beschouwd als een gemotiveerde betwisting hiervan. De rechtbank zal daarom uitgaan van de juistheid van het voegingsformulier met betrekking tot het wel of niet verzekerd zijn.

Gevorderde misgelopen omzet of winst en kosten van IT specialisten

De meeste benadeelde partijen vorderen als schade:

  • -

    misgelopen omzet of winst; en/of

  • -

    interne loonkosten in verband met de (dreiging van een) DDoS-aanval; en/of

  • -

    kosten voor de inhuur van een externe partij in verband met de (dreiging van een) DDoS-aanval.

Voor de beoordeling van die vorderingen geldt dat alleen de schade die een benadeelde partij als gevolg van de onrechtmatige gedragingen van de verdachte heeft geleden voor vergoeding in aanmerking komt, en alleen als de schade aan de verdachte kan worden toegerekend. De schade kan bestaan uit vermogensschade en, voor zover de wet daarop aanspraak geeft, ‘ander nadeel’.

Vermogensschade kan bestaan uit geleden verlies of gederfde winst. Zij bestaat uit de daadwerkelijke verandering die het vermogen van de benadeelde partij door de onrechtmatige gedraging van de verdachte heeft ondergaan (vermogensvergelijking).

Verder valt onder vermogensschade (artikel 6:96 lid 2 BW):

a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de

gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht;

b. redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, waaronder ook zijn

begrepen de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt om het gepleegde strafbare feit

aan het licht te brengen;

c. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (niet zijnde kosten voor rechtsbijstand).

Op grond van het bovenstaande valt naar het oordeel van de rechtbank misgelopen omzet niet onder de schade die voor vergoeding in aanmerking komt. De benadeelde partij zal moeten onderbouwen wat haar geleden verlies of gederfde winst is. Er moet een vermogensvergelijking gemaakt (kunnen) worden. Aan de hand van de onderbouwing van de stellingen over en weer zal de rechtbank per vordering beoordelen of de feiten en omstandigheden hierover in voldoende mate zijn komen vast te staan.

Gevorderde schade bestaande uit gemaakte kosten komt alleen voor vergoeding in aanmerking als aan de hand van de onderbouwing van de stellingen over en weer voldoende is komen vast te staan dat deze kosten een rechtstreeks gevolg zijn van het strafbare feit of dat zij vallen onder de in artikel 6:96 lid 2 BW genoemde kosten, dat de kosten daadwerkelijk gemaakt zijn en dat de kosten redelijk zijn.

Met betrekking tot uren van eigen medewerkers (interne loonkosten) overweegt de rechtbank nog dat deze voor vergoeding in aanmerking kunnen komen als de schade concreet is onderbouwd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvoor vereist dat de benadeelde partij concreet maakt welke werkzaamheden zijn verricht, hoeveel uren daaraan zijn besteed en wat het uurtarief van de medewerkers is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de onderbouwing van het verweer van de verdediging zal de rechtbank beoordelen of de onderbouwing voldoende concreet is of dat bijvoorbeeld onderzocht moet worden wat de feitelijke impact van de tijdelijke inzet van de medewerkers op de invulling en output van de reguliere werkzaamheden is geweest.

Beoordeling vorderingen

[bedrijf 11] B.V.

Uit het overgelegde KvK-uittreksel en de overgelegde schriftelijke volmacht volgt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat [A] bevoegd is namens [bedrijf 11] de vordering in te dienen.

[bedrijf 11] vordert een bedrag van € 21.174,80 aan misgelopen omzet. Volgens de officier van justitie en de verdediging dient deze post niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat niet de misgelopen omzet, maar de gederfde winst de schade is. Er zijn te weinig stukken om de misgelopen winst te kunnen vaststellen. De verdediging stelt verder dat de misgelopen omzet onvoldoende onderbouwd is omdat er geen uitgebreidere historische gegevens zijn overgelegd en niet zichtbaar is of naderhand meer is besteld door mensen die daarvoor niet konden bestellen.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

[bedrijf 11] vordert verder € 2.005,83 bestaande uit ‘ICT kosten’ en de kosten voor de inkoop van een bitcoin om de afperssom te betalen. De officier van justitie vordert toewijzing van de vergoeding voor de (kosten voor het overmaken van de) afperssom. De verdediging betwist dat de achttien uren voor ‘consultancy’ die op de bijgevoegde factuur staan allemaal verband houden met de DDOS aanval, want die zou volgens de aangifte maar iets langer dan twee uur hebben geduurd.


De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor zover die ziet op de kosten voor de inkoop van een bitcoin kan worden toegewezen. Vaststaat dat de benadeelde partij deze schade als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen verklaarde rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 655,83 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 april 2020 tot de dag van volledige betaling.

Met betrekking tot de overige ‘ICT kosten’ is de rechtbank – gelet op de betwisting van deze kosten door de verdediging - van oordeel dat onvoldoende kan worden vastgesteld welke kosten zijn gemaakt die rechtstreeks verband houden met de onrechtmatige gedragingen van verdachte. De benadeelde partij en de verdediging zijn ook hier nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 655,83 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 april 2020. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 13 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Nu de benadeelde partij voor het grootste deel niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bloemist] B.V.

Uit het overgelegde KvK-uittreksel volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [B] bevoegd is namens [bloemist] B.V. de vordering in te dienen.

[bloemist] B.V. vordert een bedrag van € 5.006,88 ‘omzetderving bij een winstpercentage van 60%’ door de DDOS aanval van 16 april 2020 (17.00 – 18.30 uur) en 17 april (08.00 – 12.00 uur). Daarnaast vordert zij een bedrag van € 656,61 bestaande uit de overgemaakte afperssom (1/10e Bitcoin). De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering. De verdediging stelt dat de onderbouwing van omzetderving (namelijk een vergelijking met de omzet van twee dagen voor de aanval) niet representatief is voor de gemiddelde omzet en dat er geen onderbouwing is voor het winstpercentage van 60%.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal het deel van de vordering dat ziet op vergoeding van de overgemaakte afperssom (in bitcoin) toewijzen. Vaststaat dat de benadeelde partij deze schade als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen verklaarde rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank waardeert de schade op € 656,61 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 april 2020 tot de dag van volledige betaling.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 656,61 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 19 april 2020. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 13 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Nu de benadeelde partij voor het grootste deel niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 1] B.V.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit gespendeerde uren door medewerkers die daar anders niet aan gespendeerd zouden zijn.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering omdat deze voldoende onderbouwd is. De verdediging betwist dat er schade is geleden omdat uit de aangifte volgt dat er geen hinder is geweest van de DDoS-aanval. De werkzaamheden zien op het aanpakken van negatieve reviews en dat is verdachte niet ten laste gelegd.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het onder feit 2 bewezen verklaarde heeft verdachte geprobeerd om de benadeelde partij af te persen door te dreigen met een DDoS-aanval. Vast staat dat als gevolg van dit strafbare feit werknemers van de benadeelde partij werkzaamheden hebben verricht. De redelijke kosten voor werkzaamheden die zien op voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de het strafbare feit (de poging tot afpersing) mocht worden verwacht komen voor vergoeding in aanmerking. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dat de kosten voor de werkzaamheden op 12 maart 2020 zoals omschreven in het door de benadeelde partij overgelegde overzicht. Deze kosten zijn voldoende onderbouwd en zijn ook redelijk.

De rechtbank waardeert de geleden schade op € 405,- en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot de dag van volledige betaling.

De overige gevorderde schade (contact ander slachtoffer, telefonische aangifte, contact Slachtofferhulp Nederland en op een rij zetten van inkomstenderving en verzamelen van producties) zal worden afgewezen, omdat dat geen rechtstreekse materiële schade is.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 405,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 8 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Verdachte en de benadeelde partij zijn beiden te beschouwen als de (gedeeltelijk) in het ongelijk gestelde partij. Om die reden zullen de kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.

[bedrijf 29] B.V. ( [bedrijf 13] )

Uit de aangifte en de bij de vordering gevoegde e-mails volgt, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende dat [C] bevoegd is namens [bedrijf 29] B.V. de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens [bedrijf 29] uit het mislopen van leads met een conversie van 25% en dat een gemiddelde aanvraag € 400,- inclusief btw oplevert. De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat alleen gederfde winst voor vergoeding in aanmerking komt. De verdediging vindt dat de vordering onvoldoende onderbouwd is omdat niet duidelijk is wat een lead is, wat conversie inhoudt, wat er precies is misgelopen en of dit niet later is ingehaald.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 5] B.V.

Gelet op de aangifte staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat [D] bevoegd is om namens [bedrijf 5] B.V. de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit schade door het onbereikbaar zijn van de website (marge van 20% op misgelopen orders gebaseerd op het gemiddelde gedurende de uren dat de website niet bereikbaar was). De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering omdat deze voldoende is onderbouwd. De verdediging betwist de geleden schade omdat de onderbouwing onvoldoende is. Het is geen verklaring van een boekhouder en ook historische omzetgegevens ontbreken zodat geen goede vergelijking kan worden gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 14] B.V.

Gelet op de aangifte is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [E] bevoegd is namens [bedrijf 14] B.V. de vordering in te dienen.

De materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit € 125,- kosten van [benadeelde 4] om de webshop weer in de lucht te krijgen en € 175,- omzetverlies. De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat een onderbouwing van beide posten ontbreekt. De verdediging heeft tegen deze vordering geen specifiek verweer gevoerd.

Hoewel de verdediging de vordering van de benadeelde partij niet (gemotiveerd) heeft betwist, acht de rechtbank door de algemene opmerkingen van de raadsman, door het ontbreken van een onderbouwing van de vordering en door de beperkingen van het strafproces niet verzekerd dat beide partijen in voldoende mate in de gelegenheid zijn geweest hun stellingen en onderbouwingen met betrekking tot de toewijsbaarheid genoegzaam naar voren te brengen. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 30] B.V. ( [website 10] )

Gelet op de aangifte staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat [aangever 21] bevoegd is om namens [bedrijf 30] B.V. de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit:

  • -

    Extra inzet servicedesk: € 540,-;

  • -

    Inzet externe technische partij (als bijlage is een factuur meegestuurd): € 471,25;

  • -

    Verloren uren [F] vanwege onderzoek en nazorg: € 1.700,-.

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering omdat uit de onderbouwing onvoldoende concreet en specifiek is. De verdediging betwist de omvang van de schade omdat de onderbouwing van de kosten mist of onvoldoende concreet is en daarmee ook het causaal verband niet kan worden vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat de schade door gemaakte kosten die rechtstreeks verband houden met de bewezenverklaarde strafbare feiten onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De factuur van de externe partij is onvoldoende duidelijk over wat de werkzaamheden inhouden en hoeveel uur er aan de verschillende werkzaamheden is besteed. Van de interne uren ontbreekt een verdere specificatie en onderbouwing. Het is de rechtbank ook onduidelijk waar het meegestuurde Exceloverzicht op ziet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[website 11] B.V.

De gevorderde materiële schadevergoeding bestaat uit:

  • -

    Gemaakte loonkosten: € 12.120,-

  • -

    Misgelopen omzet door downtime: € 3.750,-

  • -

    Misgelopen omzet door blokkade Nederland: € 1.460,-

  • -

    Misgelopen omzet door blokkade Oostenrijk: € 3.534,54

  • -

    AdWords kosten € 1.438,79.

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering omdat de loonkosten onvoldoende onderbouwd zijn, misgelopen omzet geen schade is en de misgelopen winst niet kan worden vastgesteld, en de kosten voor AdWords niet zijn onderbouwd. De verdediging is ook van mening dat er onvoldoende onderbouwing is voor gevorderde schade en dat de omvang van de schade en de causaliteit niet kan worden vastgesteld.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst en de schade door gemaakte kosten die rechtstreeks verband houden met de bewezenverklaarde strafbare feiten onvoldoende kunnen worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 18] B.V.

De vordering is ondertekend door de zelfstandig bevoegd bestuurder zoals blijkt uit het KvK-uittreksel en deze persoon is dus bevoegd om de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat uit:

  • -

    € 20.088,28 aan gederfde inkomsten op 17 en 18 april 2020;

  • -

    € 4.388,64 aan extra gewerkte uren; en

  • -

    € 4.473,- voor de aanschaf van Cloudflare beschermingssoftware.

De officier van justitie vordert toewijzing van de eerste twee posten en voor wat betreft de aanschaf van Cloudflare gedeeltelijke toewijzing van alleen de kosten voor installatie en het abonnement voor de eerste maand. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. De verdediging betwist de gevorderde misgelopen omzet omdat in de aangifte wordt verklaard dat de ‘inrichting twee uur duurde’. Verder is de omzet onvoldoende onderbouwd. Een verklaring van een boekhouder of een overzicht van de gemiddelde winst per uur over een langere periode ontbreekt. Daarnaast gaat men uit van omzet en niet van winst. De gewerkte uren en het uurtarief worden niet onderbouwd. De kosten voor Cloudflare bestaan voor een groot deel uit kosten voor de toekomst en de nota van Cloudflare ziet ook op andere domeinen.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst niet voldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is – gelet op de punten die door de verdediging worden betwist - onvoldoende duidelijk en niet compleet. De rechtbank is ook van oordeel dat de schade door extra gewerkte uren niet voldoende kan worden vastgesteld of geschat. Het overzicht van extra gewerkte uren geeft onder meer geen onderbouwing van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd, zodat het causaal verband niet kan worden vastgesteld. De kosten voor Cloudflare kunnen gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking komen, namelijk voor zover de kosten betrekking hebben op de installatie van Cloudflare en de eerste maand abonnement voor de website www. [website 17] .nl. Uit de factuur valt echter niet op te maken wat de kosten voor deze specifieke posten zijn. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[juwelier] B.V.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit kosten van een externe partij omdat ze hun website extra moesten beveiligen vanwege de dreiging van een DDoS aanval. De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering omdat de kosten niet in rechtstreeks verband staan met de DDoS aanval. De verdediging betwist dat er schade is, omdat uit de aangifte niet volgt dat er een aanval heeft plaatsgevonden en dat er geen schade is.

De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op het onder feit 2 bewezen verklaarde heeft verdachte geprobeerd om de benadeelde partij af te persen door te dreigen met een DDoS-aanval. Als gevolg van dit strafbare feit (de dreiging van een DDoS-aanval) heeft de benadeelde partij een externe specialist (PixelPlus) ingeschakeld om schade als gevolg de te verwachten DDoS-aanval te voorkomen of te beperken. Redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de het strafbare feit mochten worden verwacht komen voor vergoeding in aanmerking. De kosten zijn door de benadeelde partij voldoende onderbouwd en naar het oordeel van de rechtbank zijn die kosten redelijk. Met betrekking tot de kosten voor Cloudflare oordeelt de rechtbank dat alleen de eerste maand voor toewijzing in aanmerking komt. Dit gaat dan om een bedrag van € 18,50.

De rechtbank waardeert de geleden schade op € 798,50 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling. De rechtbank wijst de vordering voor wat betreft het meer gevorderde af.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 798,50, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 15 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[website 19] .nl B.V., [bedrijf 20] B.V. en [bedrijf 31] B.V.

Gelet op de aangifte is naar het oordeel van de rechtbank voldoende komen vast te staan dat [G] bevoegd is namens [website 19] .nl B.V. de vordering in te dienen. Voor [bedrijf 20] B.V. en [bedrijf 31] B.V. is niet te herleiden of [G] bevoegd is om de vordering in te dienen en daarom zullen deze twee vennootschappen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

De benadeelde partij vordert als schade € 9.727,39 (inclusief btw) aan misgelopen omzet van de webshops. De officier van justitie en de verdediging zijn van mening dat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat alleen gederfde winst als schade kan worden gevorderd en niet duidelijk is wat de winst is. Daarnaast is volgens de verdediging ook de misgelopen omzet onvoldoende onderbouwd.

Verder vordert de benadeelde partij € 560,- voor ‘IT herstel en mitigatie manuren’ en € 7.000,- voor het stilstaan van het productiecentrum tijdens downtime. Ook voor dit deel van de vordering zijn de officier van justitie en de verdediging van mening dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er ontbreekt een onderbouwing van deze kosten.

Afgezien van het feit dat op grond van de vordering niet kan worden vastgesteld welke schade is geleden door de vennootschap [website 19] .nl B.V. (en welke door de andere vennootschap(pen)), is de rechtbank van oordeel dat de gederfde winst en de schade door gemaakte kosten onvoldoende kunnen worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 21]

De vordering is ondertekend door een bestuurder van [bedrijf 21] (dit blijkt uit een meegestuurd KvK-uittreksel) en die is bevoegd om de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit kosten om de website stop te zetten en weer in de lucht te krijgen. De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering omdat de kosten voldoende onderbouwd zijn. De verdediging vindt dat de onderbouwing voor de kosten niet uit de bijgevoegde factuur en strippenkaart zijn te halen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de meegestuurde factuur en strippenkaart van ShopCommerce voldoende om vast te stellen dat er door een externe partij 13 uren (zie het op de strippenkaart vermelde aantal uren gerelateerd aan DDoS-aanval: 8,5 + 3 + 1,5) besteed zijn aan de DDoS aanval, dat het uurtarief € 85,- is en dat de benadeelde partij hiervoor heeft betaald. Vaststaat dat dit schade is die voor vergoeding in aanmerking komt en dat de benadeelde partij deze schade als gevolg van het hiervoor onder feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.105,-, maar aangezien de benadeelde partij € 977,50 aan materiële schade heeft gevorderd, zal de rechtbank de vordering tot dat laatste bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 977,50, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 19 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 2] B.V.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit € 4.000,- gederfde omzet en € 532,40 aan kosten voor een externe IT consulent. Verder vordert de benadeelde partij € 1.500,- proceskosten.

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij voor het deel van de vordering dat ziet op de gederfde omzet niet-ontvankelijk wordt verklaard. De officier van justitie vordert toewijzing van de kosten voor de IT-consulent. De proceskosten kunnen worden toegewezen conform het liquidatietarief. De verdediging betwist de gestelde downtime van de webshops omdat de onderbouwing onvoldoende is. Daarnaast is gederfde omzet geen schade en is niet onderbouwd wat de gederfde winst is.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal de gevorderde schade die bestaat uit vergoeding van IT-kosten toewijzen. De benadeelde partij heeft deze schade voldoende onderbouwd (door middel van een factuur van een externe partij met een toelichting van de uren). Vaststaat dat de benadeelde partij deze schade als gevolg van het hiervoor onder feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 532,40 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 april 2020 tot de dag van volledige betaling.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 532,40, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 april 2020. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 10 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Nu de benadeelde partij voor het grootste deel niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 25] B.V.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit de kosten voor de inhuur van specialisten voor het opschalen van de hosting en beveiliging van de website. Als bijlage is een factuur van een externe partij meegestuurd.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering omdat deze voldoende is onderbouwd. De verdediging betwist de omvang van de schade omdat die niet in verhouding staat tot de gestelde downtime en voor een deel daarvan geen causaal verband bestaat nu die kosten zien op preventie. Verder volgt uit de aangifte dat de firewall en Cloudflare al voldoende waren om de aanval af te weren.

De rechtbank is van oordeel dat de schade door gemaakte kosten die rechtstreeks verband houden met de bewezenverklaarde strafbare feiten onvoldoende kunnen worden vastgesteld of geschat. De factuur is onvoldoende duidelijk over wat de werkzaamheden inhouden en hoeveel uren er aan de verschillende werkzaamheden zijn besteed. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[website 29] .com

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit verlies van inkomen. Er is een berekening gemaakt aan de hand van de omzet en nettowinst in de periode 1 januari tot en met 30 september 2020. De website is volgens de benadeelde partij bijna twee dagen offline geweest.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering omdat deze voldoende onderbouwd is. De verdediging betwist de omvang van de schade omdat uit de aangifte volgt dat de website niet twee volledige dagen offline was, maar slechts delen daarvan (soms maar 5 tot 10 minuten). Ook is niet onderbouwd of aangetoond of er geen sprake is van uitgestelde winst omdat bestellingen later alsnog zijn gedaan.

De rechtbank is van oordeel dat de gederfde winst onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 4] B.V.

Gelet op de aangifte staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat [aangever 21] bevoegd is om namens [bedrijf 4] B.V. de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit misgelopen orders door het niet bereikbaar zijn van de webshop. Zowel de officier van justitie als de verdediging menen dat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat er geen verdere onderbouwing is gegeven van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de – gelet op de betwisting van de verdediging en het ontbreken van enige onderbouwing – de gederfde winst niet kan worden vastgesteld of geschat. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De gevorderde immateriële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit imagoschade bij klanten. De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk wordt verklaard en de verdediging betwist de causaliteit van de imagoschade.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade afwijzen. Imagoschade bij klanten is geen grondslag voor het vorderen van immateriële schadevergoeding.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in een deel haar vordering en het andere deel van de vordering wordt afgewezen, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[bedrijf 10] B.V.

Gelet op het KvK-uittreksel en de bij de vordering gevoegde e-mails staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat [H] bevoegd is om de vordering namens [bedrijf 10] B.V. in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens de benadeelde partij uit:

  • -

    € 2.971,-: verloren omzet;

  • -

    € 187,11 : kosten advertenties downtime;

  • -

    € 187,50: uren websitebeheerder;

  • -

    € 150,-: foutmelding EBD-systeem;

  • -

    € 120,-: uren [I] ;

  • -

    € 300,-: uren [J] .

De officier van justitie vordert dat de benadeelde partij voor het deel van de vordering dat ziet op de posten ‘verloren omzet’ en ‘foutmelding EBD systeem’ niet-ontvankelijk wordt verklaard omdat die onvoldoende onderbouwd zijn. Voor het overige vordert de officier van justitie toewijzing van de vordering. De verdediging stelt dat verloren omzet geen schade is. Verder betwist zij de berekening van de omzet omdat de onderbouwing onvoldoende en niet representatief is. Voor de gemaakte IT-kosten wordt alleen maar correspondentie overgelegd en geen facturen en deze schade is dus onvoldoende onderbouwd.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat de benadeelde partij kosten heeft gemaakt voor uren van de websitebeheerder voor het onder feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde. De gevorderde kosten zijn ook redelijk. De rechtbank waardeert de geleden schade op € 187,50 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 mei 2020 tot de dag van volledige betaling.

Met betrekking tot de overige posten is de rechtbank van oordeel dat de gederfde winst en overige geleden schade onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 187,50 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 mei 2020 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 3 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het is de rechtbank niet gebleken dat de benadeelde partij een dermate professionele of kapitaalkrachtige partij is dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege kan blijven.

Nu de benadeelde partij voor het grootste deel niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[hoster 2] B.V.

Gelet op de aangifte, de bij vordering gevoegde e-mails en uit het overgelegde KvK-uittreksel is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat [K] bevoegd is namens [hoster 2] B.V. de vordering in te dienen.

De gevorderde materiële schade bestaat volgens [hoster 2] B.V. uit de inhuur van specialisten, de arbeid van 3 technische medewerkers, de door directie besteedde tijd en inrichting en verhuizing van de webshop. De officier van justitie vordert toewijzing van een bedrag van € 11.645,-, omdat dit naar zijn oordeel voldoende is onderbouwd. De verdediging betwist dat de gevorderde manuren alle het gevolg zijn van een DDoS aanval op één van hun klanten, omdat een onderbouwing ontbreekt en het erop lijkt dat er ook veel preventieve maatregelen zijn genomen.

De rechtbank is van oordeel dat de daadwerkelijk geleden schade onvoldoende kan worden vastgesteld of geschat. De onderbouwing van de benadeelde partij is daarvoor – gelet op de betwisting door en vragen van de verdediging – onvoldoende duidelijk en niet compleet. De benadeelde partij en de verdediging zijn nog onvoldoende in de gelegenheid geweest om naar voren te brengen wat zij voor en tegen de vordering kunnen aanvoeren en daar is in dit strafproces nu geen gelegenheid meer voor. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal de vordering voor wat betreft de gevorderde immateriële schade afwijzen. De onderbouwing biedt geen grondslag voor het vorderen van immateriële schadevergoeding.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in een deel van haar vordering en voor het overige de vordering wordt afgewezen, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Vorderingen benadeelde partijen ten aanzien van het onder feit 7 bewezenverklaarde

[benadeelde 3]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 7 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

[benadeelde 2]

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 7 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld voor zover deze betrekking hebben op het verweer tegen de vordering. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 45, 57, 161sexies en 317 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 16 (zestien) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich binnen drie dagen na zijn invrijheidstelling meldt bij Reclassering Nederland op het adres De Meent 4 te Lelystad, waarbij verdachte zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht en zich daarbij houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft;

* meewerkt aan ambulante behandeling door een door de reclassering te bepalen zorgverlener, indien en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1 STK USB-stick _600566;

  • -

    1 STK Mastercard _600558;

  • -

    1 STK Telefoontoestel _600559;

  • -

    1 STK laptop _600560;

  • -

    1 STK Telefoontoestel _600561;

  • -

    1 STK USB-stick _600562;

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:

  • -

    1 STK Wapen (patroonhouder) g2637871;

  • -

    1 STK Pistool g2637870;

  • -

    1 STK kogelpatroon g2637872;

  • -

    1 STK Patroon g2637873;

  • -

    1 STK patroonhouder g2637874;

  • -

    1 STK patroon g2637875;

  • -

    44 STK Munitie g2637878;

  • -

    1 STK Zak g2637880;

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:

  • -

    1 STK laptop _600563;

  • -

    Samsung J2 (AAJZ2420NL);

Benadeelde partij [bedrijf 11] B.V.

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 11] B.V. toe tot een bedrag van € 655,83;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf 11] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [bedrijf 11] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf 11] B.V. aan de Staat € 655,83 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bloemist] B.V.

  • -

    wijst de vordering van [bloemist] B.V. toe tot een bedrag van € 656,61;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bloemist] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [bloemist] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bloemist] B.V. aan de Staat € 656,61 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijf 1] B.V.

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 1] B.V. toe tot een bedrag van € 405,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf 1] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 1] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde af;

  • -

    compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf 1] B.V. aan de Staat € 405,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijf 29] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 29] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 5] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 5] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 14] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 14] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 30] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 30] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [website 11] B.V.

  • -

    verklaart [website 11] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 18] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 18] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [juwelier] B.V.

  • -

    wijst de vordering van [juwelier] B.V. toe tot een bedrag van € 798,50;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [juwelier] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    wijst de vordering van [juwelier] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde af;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [juwelier] B.V. aan de Staat € 798,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijf 20] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 20] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 31] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 31] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [website 19] .nl B.V.

  • -

    verklaart [website 19] .nl B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 21]

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 21] toe tot een bedrag van € 977,50;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf 21] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf 21] aan de Staat € 977,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 19 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijf 2] B.V

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 2] B.V. toe tot een bedrag van € 532,40;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf 2] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [bedrijf 2] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf 2] B.V. aan de Staat € 532,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 10 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [bedrijf 25] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 25] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [website 29] .com

  • -

    verklaart [website 29] .com niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 4] B.V.

  • -

    verklaart [bedrijf 4] B.V. niet-ontvankelijk in het deel van de vordering dat ziet op de materiële schade en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 4] B.V. voor wat betreft de gevorderde immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [bedrijf 10] B.V

  • -

    wijst de vordering van [bedrijf 10] B.V. toe tot een bedrag van € 187,50;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan [bedrijf 10] B.V. van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2020 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    verklaart [bedrijf 10] B.V. voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [bedrijf 10] B.V. aan de Staat € 187,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 3 dagen gijzeling;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [benadeelde 5] B.V.

  • -

    verklaart [benadeelde 5] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft de gevorderde materiële schade en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    wijst de vordering van [benadeelde 5] B.V. voor wat betreft de gevorderde immateriële schade af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

Benadeelde partij [benadeelde 3]

  • -

    verklaart [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

  • -

    verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.M. Heppe, voorzitter, mrs. G.A. Bos en N.P.J. Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 februari 2021.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 april 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en/of bedrijven) zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken en/of te wissen

een of meer van de navolgende bedrijven:

1. [bedrijf 12] bv en/of [bloemist] bv ( [bedrijf 12] .nl) en/of

2. [bedrijf 11] bv ( [bedrijf 11] ),

heeft gedwongen tot afgifte van een hoeveelheid geld in bitcoins, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan bovengenoemde bedrijven althans een derde, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- een/meerdere (distributed) denial of service aanval(len)(DDoS-aanval(len)) uitgevoerd

op voornoemde websites en/of (vervolgens)

- contact opgenomen met voornoemde bedrijven en daarbij gedreigd dat als er binnen een door verdachte en/of zijn mededader(s) gestelde tijd niet een hoeveelheid geld in bitcoins zou worden overgemaakt naar een door verdachte en/of zijn mededader(s) genoemd bitcoinadres, de website (opnieuw) zou worden aangevallen middels (een) DDoS-aanval(len);

(art 47 lid 1 sub 1 en 317 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of [woonplaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging om gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en/of bedrijven) zijn opgeslagen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken en/of te wissen een of meer van de navolgende bedrijven:

1. [bedrijf 1] bv (www. [website 2] .nl) en/of

2. [bedrijf 3] bv (www. [website 3] .nl) en/of

3. [bedrijf 13] bv (www. [bedrijf 13] .nl) en/of

4. [bedrijf 5] bv (www. [website 7] .nl) en/of

5. [bedrijf 6] ez (www. [website 8] .nl) en/of

6. [bedrijf 14] bv (www. [website 9] .nl) en/of

7. [bedrijf 7] bv (www. [website 10] .nl) en/of

8. [website 11] bv (www. [website 11] ) en/of

9. [bedrijf 16] bv en/of [bedrijf 17] bv (www. [website 12] .nl en/of www. [website 13] .nl en/of www. [website 14] .nl en/of www. [website 15] .nl en/of www. [website 16] .nl) en/of

10. [bedrijf 18] bv (www. [website 17] .nl) en/of

11. [bedrijf 19] bv (www. [website 18] .nl) en/of

12. [juwelier] bv (www. [website 4] .nl) en/of

13. [bedrijf 20] bv (www. [website 19] .nl en/of www. [website 19] .de en/of www. [website 20] .nl en/of www. [website 21] .nl) en/of

14. [bedrijf 21] vof (www. [website 22] .nl) en/of

15. [bedrijf 22] bv (www. [website 23] .nl) en/of

16. [bedrijf 23] bv (www. [website 24] nl) en/of

17. [bedrijf 24] bv (www. [website 25] .nl en/of www. [website 26] .nl) en/of

18. [bedrijf 25] bv (www. [website 27] .nl) en/of

19. [website 28] .nl vof en/of [bedrijf 32] bv (www. [website 28] .nl) en/of

20. [website 29] vof (www. [website 29] .com) en/of

21. [bedrijf 4] bv (www. [bedrijf 4] .nl) en/of

22. [bedrijf 27] bv (www. [website 30] .nl) en/of

23. [VOF] vof (www. [website 31] .nl) en/of

24. [bedrijf 9] bv (www. [website 32] .nl) en/of

25. [bedrijf 10] bv (www. [bedrijf 10] .nl),

te dwingen tot afgifte van een hoeveelheid geld in bitcoins, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan bovengenoemde bedrijven althans een derde, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- een/meerdere (distributed) denial of service aanval(len)(DDoS-aanval(len)) uitgevoerd op voornoemde websites en/of (vervolgens)

- contact opgenomen met voornoemde bedrijven en daarbij gedreigd dat als er binnen een door verdachte en/of zijn mededader(s) gestelde tijd niet een hoeveelheid geld in bitcoins zou worden overgemaakt naar een door verdachte en/of zijn mededader(s) genoemd bitcoinadres, de website (opnieuw) zou worden aangevallen middels (een) DDoS-aanval(len) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 45 lid 1 art 47 lid 1 sub 1 en 317 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam , althans in Nederland tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, telkens opzettelijk enig geautomatiseerd werk en/of enig werk voor telecommunicatie (te weten de (web)servers verbonden aan onderstaande websites en/of bedrijven) heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of stoornis in de gang of werking van zodanig werk heeft veroorzaakt, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), een/meerdere (distributed) denial of service aanval(len)(DDoS-aanval(len)) gepleegd op de (web)servers verbonden aan (de IP-adressen van):

1. www. [website 2] .nl ( [bedrijf 1] bv) en/of

2. www. [website 3] .nl ( [bedrijf 3] bv) en/of

3. www. [bedrijf 13] .nl ( [bedrijf 13] bv) en/of

4. www. [website 7] .nl ( [bedrijf 5] bv) en/of

5. www. [website 8] .nl ( [bedrijf 6] ez) en/of

6. www. [website 9] .nl ( [bedrijf 14] bv) en/of

7. www. [website 10] .nl ( [bedrijf 7] bv) en/of

8. www. [website 11] ( [website 11] bv) en/of

9. www. [website 12] .nl en/of www. [website 13] .nl en/of www. [website 14] .nl en/of www. [website 15] .nl en/of www. [website 16] .nl ( [bedrijf 16] bv en/of [bedrijf 17] bv) en/of

10. www. [website 17] .nl ( [bedrijf 18] bv) en/of

11. www. [website 18] .nl ( [bedrijf 19] bv) en/of

12. www. [website 4] .nl ( [juwelier] bv) en/of

13. www. [website 19] .nl en/of www. [website 19] .de en/of www. [website 20] .nl en/of

www. [website 21] .nl ( [bedrijf 20] bv) en/of

14. www. [website 22] .nl ( [bedrijf 21] vof) en/of

15. www. [website 23] .nl ( [bedrijf 22] bv) en/of

16. www. [website 24] nl ( [bedrijf 23] bv) en/of

17. www. [website 25] .nl en/of www. [website 26] .nl ( [bedrijf 24] bv) en/of

18. www. [website 27] .nl ( [bedrijf 25] bv) en/of

19. www. [website 34] .nl en/of www. [website 34] .com en/of www. [website 34] .be en/of www. [website 35] .nl ( [bedrijf 28] vof) en/of

20. www. [website 28] .nl ( [website 28] .nl vof en/of [bedrijf 32] bv) en/of

21. www. [website 29] .com ( [website 29] vof) en/of

22. www. [bedrijf 4] .nl ( [bedrijf 4] bv) en/of

23. www. [website 30] .nl ( [bedrijf 27] bv) en/of

24. www. [website 31] .nl ( [VOF] vof) en/of

25. www. [website 32] .nl ( [bedrijf 9] bv) en/of

26. www. [bedrijf 10] .nl ( [bedrijf 10] bv) en/of

27. www. [bedrijf 12] .nl ( [bedrijf 12] bv en/of [bloemist] bv) en/of

28. www. [bedrijf 11] ( [bedrijf 11] bv) en/of

29. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 1] bv en/of

30. (38) websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 2] bv en/of

31. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 3] bv,

althans op het geautomatiseerde werk waar vanaf die website werd gepubliceerd, door die website, althans die (web)server, systematisch te overvragen (door het (laten) verzenden van een grote hoeveelheid gegevens en/of verbindingsverzoeken), ten gevolge waarvan de (web)server(s), (telkens) buiten gebruik is/zijn geraakt terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen of voor de verlening van diensten (te weten de infrastructuur en/of de netwerk(en) van voornoemde websites en/of bedrijven) te duchten was;

(art 47 lid 1 sub 1 en 161sexies sub 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2020 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam , althans in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk de toegang tot en/of het gebruik van (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de (web)servers verbonden aan (de IP-adressen van):

1. www. [website 2] .nl ( [bedrijf 1] bv) en/of

2. www. [website 3] .nl ( [bedrijf 3] bv) en/of

3. www. [bedrijf 13] .nl ( [bedrijf 13] bv) en/of

4. www. [website 7] .nl ( [bedrijf 5] bv) en/of

5. www. [website 8] .nl ( [bedrijf 6] ez) en/of

6. www. [website 9] .nl ( [bedrijf 14] bv) en/of

7. www. [website 10] .nl ( [bedrijf 7] bv) en/of

8. www. [website 11] ( [website 11] bv) en/of

9. www. [website 12] .nl en/of www. [website 13] .nl en/of

www. [website 14] .nl en/of www. [website 15] .nl en/of www. [website 16] .nl ( [bedrijf 16] bv en/of [bedrijf 17] bv) en/of

10. www. [website 17] .nl ( [bedrijf 18] bv) en/of

11. www. [website 18] .nl ( [bedrijf 19] bv) en/of

12. www. [website 4] .nl ( [juwelier] bv) en/of

13. www. [website 19] .nl en/of www. [website 19] .de en/of www. [website 20] .nl en/of

www. [website 21] .nl ( [bedrijf 20] bv) en/of

14. www. [website 22] .nl ( [bedrijf 21] vof) en/of

15. www. [website 23] .nl ( [bedrijf 22] bv) en/of

16. www. [website 24] nl ( [bedrijf 23] bv) en/of

17. www. [website 25] .nl en/of www. [website 26] .nl ( [bedrijf 24] bv) en/of

18. www. [website 27] .nl ( [bedrijf 25] bv) en/of

19. www. [website 34] .nl en/of www. [website 34] .com en/of www. [website 34] .be en/of

www. [website 35] .nl ( [bedrijf 28] vof) en/of

20. www. [website 28] .nl ( [website 28] .nl vof en/of [bedrijf 32] bv) en/of

21. www. [website 29] .com ( [website 29] vof) en/of

22. www. [bedrijf 4] .nl ( [bedrijf 4] bv) en/of

23. www. [website 30] .nl ( [bedrijf 27] bv) en/of

24. www. [website 31] .nl ( [VOF] vof) en/of

25. www. [website 32] .nl ( [bedrijf 9] bv) en/of

26. www. [bedrijf 10] .nl ( [bedrijf 10] bv) en/of

27. www. [bedrijf 12] .nl ( [bedrijf 12] bv en/of [bloemist] bv) en/of

28. www. [bedrijf 11] ( [bedrijf 11] bv) en/of

29. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 1] bv en/of

30. (38) websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 2] bv en/of

31. websites in het beheer en/of het netwerk van de hoster [hoster 3] bv,

heeft/hebben belemmerd, door daaraan gegevens aan te bieden en/of toe te zenden immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s), (een) (distributed) denial of service aanval(len)(DDoS-aanval(len)) gepleegd op de IP-adressen van voorgenoemde websites, door grote hoeveelheden gegevens en/of verbindingsverzoeken aan deze IP-adressen toe te (laten) zenden;

(art 47 lid 1 sub 1 en 138b Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 2 juni 2020 te Veenendaal, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool(mitrailleur) van het merk Cobray, model M-11 (geschikt om (semi-)automatisch te vuren),

en/of

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de Categorie III, te weten

32 scherpe kogelpatronen, merk G.F.L., kaliber 9 mm en/of

16 scherpe kogelpatronen, merk Norinco, kaliber 9mm en/of

44 scherpe kogelpatronen, merk Sellier & Bellot, kaliber .357 Magnum,

en/of

twee patroonhouders (behorend tot voorgenoemd vuurwapen), zijnde een onderdeel en/of hulpstuk dat specifiek bestemd/geschikt is voor een vuurwapen van categorie II en/of III en van wezenlijke aard is, voorhanden heeft gehad;

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

5.

hij op of omstreeks 2 juni 2020 te Veenendaal, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 133,51 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 3 ahf/ond C en 11 lid 2 Opiumwet)

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2019 tot en met 2 juni 2020 te Veenendaal en/of Amsterdam , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, te weten:

- een foto van het Nederlandse rijbewijs van [benadeelde 1] en/of persoonsgegevens van [benadeelde 1]

(telkens) heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of misbruiken, uit welk gebruik enig nadeel kon ontstaan en welk gebruik erin bestond dat hij, verdachte, bovengenoemde foto en/of persoonsgegevens van [benadeelde 1] heeft gebruikt om (een) account(s) bij Bitpay.com en/of Skrill/Paysafe.com aan te maken en/of een debit card (mastercard) bij Skrill/Paysafe.com aan te vragen;

(art 47 lid 1 sub 1 en 231b Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 december 2018 tot en met 16 mei 2019 te Veenendaal en/of Amsterdam , althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen aangevers heeft/hebben bewogen tot de afgifte van het nevengenoemde geldbedrag, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed:

1. [benadeelde 2] (80,00 euro) en/of

2. [benadeelde 3] (101,50 euro),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als de bonafide aanbieder(s) en/of verkoper(s) van één of meer goed(eren) (te weten onder andere een E-reader en/of een Loreal Steampod 2) op de internetsite www.marktplaats.nl en/of

- de indruk gewekt dat hij/zij die/dat aangeboden goed(eren) in bezit had(den) en/of

- voornoemde aangevers voorgehouden/toegezegd dat hij/zij dat/deze aangeboden goed(eren) zou(den) leveren/opsturen na ontvangst van de (aan)betaling, waardoor voornoemde aangevers (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

(art 47 lid 1 sub 1 en 326 Wetboek van Strafrecht)

Bijlage II: Bewijsmiddelen 1

Feit 1 tot en met feit 3 primair

[bedrijf 1] B.V.

Op 11 maart 2020 ontving [bedrijf 1] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 2] .nl, een e-mail afkomstig van info@ [website 5] .nl.2 In deze mail stond het volgende:

We (…) hebben uw bedrijf gekozen voor onze volgende aanval. We zullen uw website DDos-en zodat deze niet meer bereikbaar is voor jullie klanten. De aanval zal beginnen op 14 maart 2020.

Deze email is 100% serieus en om dit te bewijzen hebben we u alvast een kleine voorproefje gegeven. Als u uw website logs bekijkt zult u zien dat er afgelopen nacht een lichte DDos aanval heeft plaatsgevonden. We hebben hiervoor een zeer kleine deel van ons botnet gebruikt maar uw website lag al direct plat. Omdat dit om een voorproefje ging hebben we de aanval snel gestaakt maar we kunnen u garanderen dat zodra de echte aanval begint uw website permanent onbereikbaar zal zijn.

We zullen uw bedrijf niet aanvallen tegen een kleine vergoeding. Deze vergoeding is 0,1 Bitcoin (BTC). De vergoeding dient betaald te worden voor 14 maart 2020. Indien u niet betaald voor deze datum zullen we de aanval starten, de kosten stijgen dan met 0,2 Bitcoin voor elke dag na de deadline die zonder betaling is verstreken. De 0,1 bitcoin dient verstuurd worden naar het volgende adres: [bitcoinadres]

Zodra u hebt betaald, worden we automatisch op de hoogte gesteld dat het uw betaling was (…). Houd er rekening mee dat u voor de deadline moet betalen, anders begint de aanval.

Als u besluit niet te betalen, zullen we de aanval starten op de aangegeven datum en deze volhouden totdat u betaald. Er is geen tegenmaatregel, u verspilt alleen maar meer geld en tijd bij het zoeken naar oen oplossing. We zullen uw reputatie volledig vernietigen en u zult hier gegarandeerd spijt van hebben.

Beantwoord deze e-mail niet, probeer niet te redeneren of te onderhandelen, we zullen geen antwoorden lezen. Als u eenmaal heeft betaald, zullen we de aanval niet starten en zul je nooit meer van ons horen.

Bitcoin is anoniem en niemand zal ontdekken dat u heeft betaald. Bitcoin kan eenvoudig online worden gekocht op sites als bitonic, btcdirect, litebit etc. Betalen kan met ideal en u kunt bij het uitchecken direct bovenstaande bitcoin adres opgeven voor de betaling. 3

Op 14 maart 2020 ontving [bedrijf 1] nog een e-mail van info@ [website 5] .nl, waarin stond dat zij nog geen betaling hadden gekregen en dat vandaag de laatste dag was om te betalen. Anders zou er een aanval gestart worden.4

[bedrijf 3] B.V.

Op 11 maart 2020 ontving [bedrijf 3] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 3] .nl, een e-mail afkomstig van info@ [website 5] .nl.5 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. Het opgegeven bitcoinadres was [bitcoinadres] .6 Op 14 maart 2020 ontving [bedrijf 3] nog een e-mail van info@ [website 5] .nl, waarin stond dat zij nog geen betaling hadden ontvangen en dat vandaag de laatste dag was om te betalen. Anders zou er een aanval gestart worden.7

[bedrijf 13] B.V.

Op 11 maart 2020 ontving [bedrijf 13] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 6] , een e-mail afkomstig van info@ [website 5] .nl.8 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. Het opgegeven bitcoinadres was [bitcoinadres] .9 Op dezelfde dag ontving [bedrijf 13] een melding van de webhoster dat er inderdaad een DDoS-aanval had plaatsgevonden.10 Op 12 maart 2020 ontving [bedrijf 13] nogmaals een e-mail van info@ [website 5] .nl. Hierin werd vermeld dat de betaling nog niet was ontvangen en dat daarom de website van 6 tot 8 offline gezet zou worden en dat er nog twee dagen waren om te betalen. De DDoS-aanval startte op 12 maart 2020 en de website is uit de lucht geweest vanaf 12 maart 2020 tot 13 maart 2020.11

[bedrijf 5] B.V.

Op 9 april 2020 ontving [bedrijf 5] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 7] .nl, een e-mail afkomstig van info@ [e-mailadres] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 13 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was [bitcoinadres] . Uit contact met de hostingpartij bleek dat er een DDoS-aanval was uitgevoerd die sterk genoeg was om de website dusdanig te verstoren dat bezoekers de website niet of nauwelijks meer konden bezoeken.12 Op 13 april 2020 ontving [bedrijf 5] via Facebook een bericht van [facebookaccount] waarin stond dat vandaag de laatste dag was om te betalen en dat de website alvast werd neergehaald als waarschuwing. Op 9 april 2020 heeft de waarschuwingsaanval plaatsgevonden die de website ongeveer 15 minuten heeft platgelegd en tussen 13 april 2020 en 14 april 2020 heeft de website de hoofdaanval te verduren gehad. Gedurende deze tijd is de website volledig onbereikbaar geweest.13

Aangifte [bedrijf 6] B.V.

Op 11 april 2020 ontving [bedrijf 6] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 8] .nl, een e-mail afkomstig van info@ [e-mailadres] .14 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 17 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was [bitcoinadres] .15 Op 13 april 2020 ontving [bedrijf 6] via Facebook berichten van [facebookaccount] , waarin stond dat de aanval over 5 dagen zou beginnen en dat de betaling nog niet was ontvangen, waardoor de website de volgende dag van 14 tot 16 uur offline zou worden gehaald als waarschuwing. Op 14 april 2020 ontving de aangever een bericht via WhatsApp, afkomstig van een gebruiker van het telefoonnummer: [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 6] op 11 april 2020 ontving. De DDoS-aanval zou beginnen op 18 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was [bitcoinadres] (hierna: * [bitcoinadres] ). Op 14 april 2020 is de website offline gehaald.16

[bedrijf 7] B.V.

Op 13 april 2020 ontving [bedrijf 7] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 10] .nl, een e-mail afkomstig van info@ [e-mailadres] .17 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 18 april 2020 en een vergoeding van 0,05 bitcoin diende te worden overgemaakt op het bitcoinadres [bitcoinadres] (hierna: * [bitcoinadres] ). 18 Op 15 april 2020 ontving het Facebook account van [website 10] een chatbericht. Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 7] op 13 april 2020 ontving, aangevuld met de opmerking dat er nog geen betaling was ontvangen en dat de DDoS-aanval uitgevoerd zou worden. Hierna was de webshop [website 10] .nl daadwerkelijk door het toedoen van een DDoS-aanval offline en voor bezoekers niet meer bereikbaar. Vervolgens kwam er via Facebook opnieuw een gelijkluidend chatbericht binnen. De aangever ontdekte dat bij het domein info@ [e-mailadres] als technisch contact het e-mailadres [e-mailadres] @gmail.com genoteerd stond.19

[bedrijf 11] B.V.

Op 14 april 2020 ontving [bedrijf 11] , dat gebruikmaakt van de website www. [bedrijf 11] , een bericht via Facebook20 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou plaatsvinden op 17 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .21 Op dezelfde dag werd een DDoS-aanval uitgevoerd. [bedrijf 11] ontving wederom een bericht via Facebook waarin stond dat de betaling nog niet was ontvangen. De DDoS-aanval liep toen al ruim een uur. [bedrijf 11] besloot 0,1 bitcoin (ter waarde van € 602,92) te betalen. Vervolgens ontving [bedrijf 11] een bericht via Facebook waarin stond dat de betaling binnen was en dat de website na een paar minuten weer online zou komen. De DDoS-aanval stopte toen en er is geen aanval meer geweest. De website lag op 14 april 2020 er volledig uit.22

[bedrijf 14] B.V.

Op 15 april 2020 ontving [bedrijf 14] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 9] .nl, op het algemene telefoonnummer een WhatsAppbericht afkomstig van een gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 18 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .23 De website is op 15 april 2020 uit de lucht geweest.24

[bedrijf 16] B.V. en [hoster 1] B.V.

Op 15 april 2020 ontving [bedrijf 16] , dat onder andere gebruikmaakt van de websites www. [website 12] .nl, www. [website 13] .nl, www. [website 14] .nl, www. [website 15] .nl en www. [website 16] .nl, op het zakelijke telefoonnummer een WhatsAppbericht afkomstig van een gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 18 april 2020en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] . Hierop is er contact geweest tussen [bedrijf 16] en de aanvaller. In dit contact wordt door de aanvaller(s) aan [bedrijf 16] bericht dat vermoed wordt dat het gaat om [website 9] en dat die website zojuist uit de lucht is gehaald.25 De DDoS-aanval startte op 16 april 2020. Op 17 april 2020 vond nog een aanval plaats. Alle groothandel- en retailsites van [bedrijf 16] en [bedrijf 17] werden getroffen door deze DDos-aanval.26

[aangever 2] van [hoster 1] B.V., de hostingprovider van [bedrijf 16] , heeft in een afzonderlijke aangifte verklaard dat door de grootte van de aanvallen gericht op www. [website 13] .nl, alle klanten van [hoster 1] impact hebben ervaren.27

[website 11] B.V.

Op 16 april 2020 ontving [website 11] , dat gebruikgemaakt van de website www. [bedrijf 15] .nl, via de chatfunctie een bericht afkomstig van een gebruiker met e-mailadres info@ [e-mailadres] .nl.28 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 18 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .29 Hierna volgde het bericht dat de betaling nog niet binnen was en dat daarom als waarschuwing de website offline zou worden gehaald. Vervolgens kreeg de website veel verkeer te verwerken van een botnet, waardoor deze offline ging.30

[bloemist] B.V.

Op 18 april 2020 ontving [bloemist] , dat gebruikmaakt van de website www. [bedrijf 12] .nl, via een chatfunctie van de klantenservice een bericht.31 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou beginnen op 18 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .32 De website is uit de lucht geweest. Op 19 april 2020 werd [bloemist] weer benaderd via de chatfunctie. De betaling was nog niet binnen en toen werd de website weer offline gehaald. De aangever heeft uiteindelijk de 0,1 bitcoin betaald.33

[bedrijf 21] B.V.

Op 17 april 2020 ontving [bedrijf 21] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 22] .nl, een Facebookbericht van [L] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou plaatsvinden vanaf 19 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was: [bitcoinadres] (hierna: * [bitcoinadres] ).34 Op dezelfde dag stuurde de gebruiker wederom een bericht, waarin stond dat de vergoeding omhoog zou gaan naar 0,2 bitcoin. De website was een uur uit de lucht door de aanval die zoveel traffic veroorzaakte waardoor de website plat ging.35

[bedrijf 18] B.V.

Op 17 april 2020 ontving [website 17] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 17] .nl, via de klantenservice een e-mail.36 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 19 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .37 Kort daarna kreeg [website 17] het bericht dat de website offline zou worden gehaald. Vervolgens kreeg [website 17] een nieuw bericht waarin werd aangekondigd dat de vergoeding zou stijgen naar 0,2 bitcoin en dat de website weer uit de lucht zou worden gehaald. Als [website 17] contact wilde opnemen, dan was de afzender van de e-mail via WhatsApp bereikbaar op het nummer * [telefoonnummer] . De website werd offline gehaald.38

[bedrijf 19] B.V.

Op 17 april 2020 bleek dat de website www. [website 18] .nl van [bedrijf 19] offline was. Op 18 april 2020 kreeg [bedrijf 19] berichten via de chatfunctie. Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou beginnen op 19 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .39 Op 20 april 2020 bleek dat er ongebruikelijk veel netwerkverkeer op de oude server was waargenomen, waaruit verondersteld werd dat de aangekondigde DDoS-aanval was uitgevoerd.40

[juwelier] B.V.

Op 17 april 2020 ontving [juwelier] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 4] .com, een bericht waarin werd aangekondigd dat er een DDoS-aanval op de website zou plaatsvinden op 18 april 2020, als niet het bedrag van 0,1 bitcoin zouden overgemaakt naar het bitcoinadres * [bitcoinadres] . In het bericht stond vermeld dat om te bewijzen dat de aanvallers 100 procent serieus waren, zij op vrijdag 17 april 2020 om 04.22 uur een lichte DDoS-aanval hadden uitgevoerd op de website. Als er zou worden betaald, dan werd er geen aanval uitgevoerd en dan zou men nooit meer iets horen van de aanvallers. Als [juwelier] niet zou betalen, dan zou de aanval starten en niet stoppen tot er werd betaald. Verder zou het te betalen bedrag elke dag worden verhoogd.41 De beheerder van de website zag dat er op 17 april 2020 omstreeks 04:22 uur een piek was in het aantal bezoeken op de website. Om 14:31 ontving [juwelier] een bericht via Facebook van [L] , die vroeg of het klopte dat de website offline was.42

[website 19] .nl B.V.

Op 17 april 2020 ontving [website 19] , dat onder andere gebruikmaakt van de websites www. [website 19] .nl, www. [website 19] .de, www. [website 20] .nl en www. [website 21] .nl, een bericht via een chatfunctie.43 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 19 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .44 De klantenservice sloot de chat af zonder te reageren. Hierop volgde een DDoS-aanval waarbij [website 20] .nl niet bereikbaar was. Er werd een nieuwe chat gestart vanaf hetzelfde IP-adres. Deze persoon gaf aan dat als de chat weer afgesloten zou worden, de website permanent uit de lucht gehaald zou worden.45 Daarnaast werd de vergoeding met 0,2 bitcoin verhoogd. De websites van [website 19] werden gehost bij CJ2 en zij meldden op 21 april 2020 op hun statuspagina twee vermoedelijke DDoS-aanvallen. Alle voornoemde websites ondervonden hiervan hinder. De websites waren zeer traag en [website 20] .nl was onbereikbaar. De websites waren opnieuw onbereikbaar op 22 april 2020. Op 8 mei 2020 ontving de klantenservice van [website 19] een e-mail van info@ [e-mailadres] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [website 19] op 17 april 2020 ontving. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 8 mei 2020 en het te betalen bedrag van 0,4 bitcoin moest worden overgemaakt naar het bitcoinadres * [bitcoinadres] .46 Op dezelfde dag ontving de klantenservice een e-mail van [e-mailadres] @gmail.com. Dit bericht is wederom gelijkluidend aan de berichten die [website 19] eerder ontving. De DDoS-aanval zou beginnen op dezelfde dag. Dit keer werd er een vergoeding van 0,1 bitcoin gevraagd.47 Op 8 mei 2020 zijn [website 19] .nl en [website 19] .de getroffen door DDoS-aanvallen. De eerste hield aan van 16:25 uur tot 17:15 uur. De tweede was enkel gericht op [website 19] .nl en hield aan van 17:35 uur tot 19:44 uur. Op 10 mei 2020 om 14:35 uur was er opnieuw een flinke toename in het webverkeer zichtbaar op [website 19] .nl. Dit hield aan tot 15:10 uur en de website is in deze periode niet bereikbaar geweest.48

[bedrijf 22] B.V.

Op 18 april 2020 ontving [bedrijf 22] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 23] .nl, een bericht via de chatfunctie.49 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 19 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .50 Een IT-medewerker constateerde dat de website offline was.51

[bedrijf 23] B.V.

Op 20 april 2020 ontving [bedrijf 23] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 24] nl, via de chat-/mailfunctie van de website een bericht.52 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 20 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .53 Op 20 april 2020 om 15:10 uur vond een lichte DDoS-aanval plaats, waardoor de website 5 tot 10 minuten eruit lag.54

[bedrijf 24] B.V.

De websites www. [website 26] .nl en www. [website 25] .nl van [bedrijf 24] hadden op 20 april 2020 een hoge load, wat betekent dat de hardware tot hun uiterste draaide. De website [website 26] .nl was niet meer bereikbaar. Na inspectie van de server bleek dat het om een DDoS-aanval ging.55 Op 25 en 26 april 2020 was wederom sprake van een hoge load en was de website offline. De website [website 25] .nl was ook offline. Op Facebook Messenger kwamen berichten binnen over betaling in bitcoins, anders zou de website offline worden gehaald.56

[bedrijf 25] B.V.

Op 20 april 2020 ontving [bedrijf 25] , dat gebruikgemaakt van de website www. [website 27] .nl, een Whatsappbericht van een gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . In het bericht werd een DDoS-aanval aangekondigd die zou plaatsvinden op 20 april 2020. Er werd een vergoeding van 0,1 bitcoin gevraagd. Deze moest worden overgemaakt naar het adres * [bitcoinadres] .57 Als dit bedrag niet voor dit tijdstip betaald werd, dan zou het bedrag verhoogd worden. De aanval startte om 15:50 uur en hield twee uur aan. Hierna berichtte de gebruiker van voornoemd telefoonnummer dat de maatregelen die via Cloudflare genomen werden niet zouden helpen.58

[website 28] .nl vof en [bedrijf 32] B.V.

Het bedrijf [bedrijf 32] beheert de server van [website 28] .nl. Op 20 april 2020 ontving [website 28] .nl, dat gebruikmaakt van de website www. [website 28] .nl een WhatsAppbericht van een gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer] . Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 23 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] . De website bleek één uur offline te zijn geweest.59

[website 29] vof

Op 21 april 2020 ontving [website 29] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 29] .com een bericht via de chatfunctie van de website.60 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval op de website zou plaatsvinden vanaf 23 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .61 De aanvallers voerden een DDoS-aanval uit op de website, waardoor de website er 5 tot 10 minuten uit heeft gelegen.62 Op 21 april 2020 omstreeks 11:22 uur werd [website 29] op dezelfde manier benaderd door een persoon die aangaf dat ze de betaling nog niet binnen hadden. Er werd gezegd dat zij weer zouden aanvallen en dat zij de betaling voor 14:00 uur binnen wilde hebben, anders zou het te betalen bedrag verdubbeld worden. Als er niet gereageerd zou worden, dan zou de website direct offline gaan. De website is op 21 april meerdere keren offline geweest door de aanval.63

[bedrijf 28] vof en [hoster 3] B.V.

[hoster 3] is de hostingprovider van websites www. [website 34] .nl, www. [website 34] .com, www. [website 34] .be en www. [website 35] .nl ( [bedrijf 28] vof).64 Op 21 april 2020 ontving [hoster 3] een WhatsAppbericht van een gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] . De gebruiker gaf aan dat ze de betaling nog niet binnen hadden en dat ze daarom de website offline hebben moeten halen.65 Vervolgens werd gekeken op voornoemde websites en gezien werd dat toegang tot deze websites niet mogelijk was. De websites zijn een aantal uur uit de lucht geweest.66

[bedrijf 4] B.V.

Op 21 april 2020 ontving [bedrijf 4] , dat gebruikmaakt van de website www. [bedrijf 4] .nl, een WhatsAppbericht van een gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] .67 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou plaatsvinden op 23 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] . Er werd contact opgenomen met [M] van de klantenservice van [bedrijf 4] .68 Toen de klantenservice niet binnen een minuut had gereageerd, gaf de persoon aan de website offline te hebben gehaald. Er werd een layer 7 aanval uitgevoerd, maar door het kleine aantal requests wat verstuurd is, IP is dit niet opgevallen door de DDoS-protection. Vervolgens is een grotere aanval gestart, waarna we de website via Cloudflare direct in Attack mode hebben gezet. Hierdoor werd een groot deel van de aanval afgeslagen.69

[bedrijf 27] B.V.

Op 25 april 2020 ontving [bedrijf 27] , dat gebruikmaakt van de website www. [website 30] .nl, een Facebookbericht.70 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou plaatsvinden vanaf 29 april 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .71 De DDoS-aanval hield vier uur aan. De website was niet bereikbaar.72

[VOF] vof

Op 7 mei 2020 werd ontdekt dat [VOF] een e-mail had ontvangen afkomstig van het adres info@ [e-mailadres] . Hierin stond dat de aangeefster bitcoins moest betalen om te voorkomen dat de website www. [website 31] .nl het slachtoffer zou zijn van een DDoS-aanval. Er moest 0,1 bitcoin overgemaakt worden naar het adres * [bitcoinadres] .73 Om 14:00 uur lag de website plat.74 Op dezelfde dag kreeg de aangeefster nog berichten binnen waarin het bedrag elke keer werd verhoogd.75 Een medewerker van de hostingprovider van [VOF] verklaarde dat er pieken werden waargenomen op 7 mei 2020 van 16:23 uur tot 16:33 uur, van 16:59 uur tot 17:03 uur, van 19:42 uur tot 20:42 uur en op 8 mei 2020 van 15:38 uur tot 16:21 uur.76

[hoster 2] B.V. en [bedrijf 9] B.V.

Op 7 mei 2020 kreeg [hoster 2] van hun hostingprovider te horen dat de laadtijd op de website enorm langzaam was. Daarna belden klanten om aan te geven dat de webshop niet bereikbaar was. In samenwerking met de hostingprovider wees onderzoek uit dat het om een DDoS-aanval ging. In de middag had een klant van [hoster 2] , [bedrijf 9] , een bericht op Facebook ontvangen.77 Dit bericht is gelijkluidend aan de e-mail die [bedrijf 1] ontving op 11 maart 2020. De DDoS-aanval zou worden uitgevoerd vanaf 8 mei 2020 en het opgegeven bitcoinadres was * [bitcoinadres] .78

De website www. [website 32] .nl werd aangevallen en dit heeft een paar uur geduurd.79 De website was compleet onbereikbaar.80 [bedrijf 9] is één van de 38 aangesloten zelfstandige wijnwinkels die met 38 losse webshops draaien op één gemeenschappelijke webhosting server, te weten die van www. [website 36] .nl. Alle webshops hebben last gehad van de DDoS-aanval.81

[bedrijf 10] B.V.

Op 15 mei 2020 ontving [bedrijf 10] , dat gebruikmaakt van de website www. [bedrijf 10] .nl, een e-mail van een gebruiker van het e-mailadres [e-mailadres] @gmail.com. Deze gebruiker kondigde aan dat er een DDoS-aanval zou plaatsvinden op 15 mei 2020. Er werd een vergoeding van 0,1 bitcoin gevraagd. Dit moest overgemaakt worden naar het adres * [bitcoinadres] .82 Om 18:47 uur stuurde de gebruiker een e-mail waarin hij de deadline uitstelde naar 20:00 uur. Als er dan nog niet zou zijn betaald, dan zou de vergoeding verhoogd worden naar 0,3 bitcoin. Om 20:12 uur gaf de gebruiker per e-mail aan dat hij een lichte aanval had uitgevoerd als waarschuwing en dat de vergoeding verhoogd was naar 0,3 bitcoin. Om 19:35 uur werd een LDAP amplification aanval gestart met een piek in webverzoeken die duurde tot 19:45 uur. Hierdoor waren de website en de e-mailserver niet bereikbaar en werd er geen nieuwe e-mail ontvangen. De aanval is de hele avond doorgegaan en de website en de e-mail waren slecht bereikbaar. Om 22:17 uur gaf de gebruiker aan dat hij zou blijven aanvallen als er niet betaald werd en dat de vergoeding om 23:00 uur 0,6 bitcoin zou bedragen.83 De website was niet bereikbaar of langzaam op 15 mei 2020 van 18:46 uur tot 19:14 uur, van 19:40 uur tot 20:16 uur en van 20:56 uur tot 21:05 uur. Ook was de website van 21:05 uur tot 21:54 uur nog twee keer voor de duur van één minuut niet bereikbaar of langzaam.84

Onderzoek naar perso(o)n(en) achter de DDoS-aanvallen

Uit de historische verkeersgegevens van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat dit nummer in gebruik was van 22 maart 2020 tot en met 13 april 2020 in combinatie met een toestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (*hierna: [IMEI-nummer] ). Gedurende die periode werden door dit telefoonnummer en dit toestel samen alleen masten in Veenendaal aangestraald. Dit betroffen de masten in de straten Sportlaan, Fokkerstraat en Kruisboog.85 Uit de historische verkeersgegevens van het toestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] , een Samsung J3 telefoon, volgde dat met deze telefoon in de periode van 3 april 2020 tot en met 15 april 2020 gebruikgemaakt werd van het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ).86

Uit de historische verkeersgegevens van telefoonnummer * [telefoonnummer] bleek dat dit nummer in de periode van 4 april 2020 tot en met 29 april 2020 gebruikmaakte van een toestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (hierna: * [IMEI-nummer] ). Dit toestel betrof een dongel van het merk Huawei.87 Uit de historische verkeersgegevens hiervan bleek dat de dongel in de periode van 1 januari 2020 tot en met 6 mei 2020 de mast op de [adres] te [woonplaats] zeer veelvuldig aanstraalde. Deze mast betreft de zogenaamde thuismast van het adres [adres] te [woonplaats] .88 Daarnaast straalde de dongel in de periode van 4 mei 2020 tot en met 6 mei 2020 in de ochtend en de middag de mast op de Duivenwal aan en 10 keer – telkens tussen 17:04 uur en 23:52 uur – de mast op de [adres] te [woonplaats] .89 Deze mast staat in de nabije omgeving van het adres [adres] te [woonplaats] , het BRP-adres van de ouders van de verdachte. Op 6 mei 2020 te 21:05 uur werd met de pinpas op naam van verdachte betaald bij een Albert Heijn op het adres [adres] te [woonplaats] .90 Daarnaast werd middels de bankrekening op naam van verdachte op 4 en 5 mei 2020 eten besteld en bezorgd op het adres [adres] te [woonplaats] .91

Op 2 juni 2020 werd verdachte aangehouden in zijn woning op het adres [adres] te [woonplaats] .92 Hierbij werden onder andere de Samsung J3, de dongel en een USB-stick in beslag genomen.93

Op de USB-stick trof de politie het WhatsAppgesprek aan tussen een virtuele Androidtelefoon94, gebruikmakend van het telefoonnummer * [telefoonnummer] en [M] van de klantenservice van [bedrijf 4] op 21 april 2020, gebruikmakend van het telefoonnummer [telefoonnummer] .95 Daarnaast trof verbalisant [verbalisant 1] op de USB-stick een spreadsheet bestand aan met de naam DOEL-LIJST.pmdx. De verbalisant zag in deze spreadsheet vier tabbladen.96

In het tabblad OUD zag hij een lijst met domeinnamen, waar onder andere de volgende namen tussen stonden: [website 29] .com, www. [bedrijf 12] .nl, [bedrijf 11] , www. [website 16] .nl, www. [website 6] , www. [website 7] .nl, [website 8] .nl, www. [website 10] .nl, www. [website 13] .nl, www. [website 23] .nl, [website 18] .nl, www. [website 17] .nl, www. [website 20] .nl, www. [website 34] .com, [website 24] nl en www. [website 27] .nl.97

In het tabblad DOELS zag hij een lijst met domeinnamen, waar onder andere de volgende namen tussen stonden: [website 30] .nl, [website 31] .nl, [website 32] .nl en [bedrijf 10] .nl.98

In de map “mail” zag de verbalisant twee tekstbestanden, te weten “ddos-mail.txt” en “herinner mail txt”. Het bestand “ddos-mail.txt” bevatte de volgende tekst:

“We hebben uw bedrijf gekozen voor onze volgende aanval. We zullen uw website DDos-en zodat deze niet meer bereikbaar is voor jullie klanten. De aanval zal vandaag beginnen.

We zullen uw bedrijf niet aanvallen tegen een kleine vergoeding. Deze vergoeding is 0,1 Bitcoin (BTC). De vergoeding dient betaald te worden voor 18 uur. Indien u niet betaald voor dit tijdstip zullen de kosten stijgen met 0.2 Bitcoin voor elke uur na de deadline die zonder betaling is verstreken.

De 0,1 bitcoin dient verstuurd worden naar het volgende adres:

[bitcoinadres] .

Zodra u hebt betaald, worden we automatisch op de hoogte gesteld dat het uw betaling was. Houd er rekening mee dat u voor de deadline moet betalen anders stijgen de kosten. Indien u problemen heeft met betalen kunt u contact met ons opnemen.

Als u besluit niet te betalen zullen we de aanval blijven voortzetten. En zullen de kosten blijven stijgen. Als u eenmaal heeft betaald, zullen we de aanval stoppen en zul je nooit meer van ons horen.

Bitcoin is anoniem en niemand zal ontdekken dat u heeft betaald. Bitcoin kan eenvoudig online worden gekocht op sites als btcdirect, litebit etc. Betalen kan met ideal en u kunt bij het uitchecken direct bovenstaande bitcoin adres opgeven voor de betaling.”

Het bestand “herinner mail.txt.” bevatte de volgende tekst:

“We hebben uw betaling nog niet ontvangen daarom hebben we besloten om uw website vandaag van 06:45 tot 18:00 offline te zetten. U heeft nog 2 dagen om te betalen.

Hierna zullen we de website permanent offline halen..

Betaling nog niet ontvangen. We gaan vanavond beginnen met de aanval. Website hebben we al offline gehaald.

Graag uw mail bekijken we zullen uw website ddos-en vanaf 17 april”.

In het tabblad “REVIEWS” zag hij onder andere de volgende bitcoinadressen:

[bitcoinadres]

.99

Verbalisant [verbalisant 1] zag tevens dat in de internetbrowser de websites [website 1] .to was opgeslagen. Via deze websites is het mogelijk om DDoS-aanvallen te starten. Ook stonden er twee links naar YouTube video’s, waarin uitgelegd werd hoe een botnet (waar DDoS-aanvallen mee kunnen worden uitgevoerd) gemaakt kon worden.100 Daarnaast werd een spreadsheet bestand met e-mailadressen en wachtwoorden aangetroffen, waaronder de e-mailadressen [e-mailadres] @gmail.com en [e-mailadres] @gmail.com. Verder werden WhatsAppgesprekken aangetroffen die plaatsvonden in de periode van 13 april 2020 tot en met 7 mei 2020. Het WhatsAppaccount was geregistreerd op telefoonnummer * [telefoonnummer] en de verbalisant zag dat de inhoud van de berichten overeenkwam met de berichten uit de aangiftes. In verschillende berichten werd gedreigd dat websites zouden worden aangevallen als er niet 0,1 bitcoin zou worden betaald.101 Ten slotte werden verborgen en/of verwijderde URL’s aangetroffen, waar onder andere de volgende websites tussen stonden: [website 29] .com, [website 8] .nl, www. [website 7] .nl, www. [website 17] .nl, www. [website 34] .com, www. [bedrijf 12] .nl, [bedrijf 11] , www. [bedrijf 15] .nl, www. [bedrijf 10] .nl, www. [website 13] .nl en www. [website 16] .nl.102

Uit het onderzoek naar de dongel volgde dat hiermee op 7 mei 2020 tussen 16:16 uur en 20:13 uur de website www. [website 31] .nl zes keer werd bezocht en de website [website 1] .com twee keer.103 Verder werd op 7 mei 2020 tussen 16:19 uur en 20:13 uur de website www. [website 32] .nl acht keer bezocht en de website [website 1] .com twee keer.104 Op 8 mei 2020 werd de website [website 1] .com bezocht en tegelijkertijd (tussen 18:47 uur en 18:48 uur) werd de website www. [website 19] .nl bezocht. Op 10 mei 2020 werden omstreeks 14:34 uur de websites [website 1] .com en www. [website 19] .nl opnieuw tegelijkertijd bezocht. Er werden, net als op 8 mei 2020, meerdere datapakketjes opnieuw verzonden naar de server in verband met het uitblijven van respons van de server.105

Ten slotte werd op 15 mei 2020 tussen 15:59 uur en 22:24 uur de website www. [bedrijf 10] .nl zeven keer bezocht en de website [website 1] .com vier keer.106

Feit 4

Op 2 juni 2020 bevond verbalisant [verbalisant 2] zich in de woning van verdachte op het adres [adres] te [woonplaats] . Hij zag op een plankje in de meterkast twee staafvormige voorwerpen liggen en zag dat dit twee patroonhouders waren van een pistoolmitrailleur, waarvan er een in het genoemde wapen zat. Hij zag dat dit wapen een handvuurwapen was en dat de losse patroonhouder was gevuld met 9mm patronen.107

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte zag verbalisant [verbalisant 3] dat in de kamer van het wapen, in de verwijderde patroonhouder en in de losse aangetroffen patroonhouder patronen zaten. Ten slotte werd een doosje met 44 patronen van het merk Sellier & Bellot, caliber .357 Magnum in de meterkast aangetroffen.108

Het handvuurwapen werd door verbalisant [verbalisant 4] gecategoriseerd als een pistool(mitrailleur), merk Cobray, model M-11, kaliber 9x19mm.109 Het betrof daarom een vuurwapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. De pistoolmitrailleur was tevens voorzien van twee verwisselbare patroonmagazijnen.

De patroon afkomstig uit de kamer van dit vuurwapen werd gecategoriseerd als een scherp patroon, kaliber 9x19mm, merk Norinco. De 21 patronen afkomstig uit het patroonmagazijn van dit vuurwapen werden gecategoriseerd als scherpe patronen, kaliber 9mm, merken G.F.L. (6 keer) en Norinco (15 keer). De 26 scherpe patronen afkomstig uit het losse patroonmagazijn van dit vuurwapen werden gecategoriseerd als scherpe patronen, kaliber 9mm, merk G.F.L.110 Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.111

De 44 patronen afkomstig uit het doosje van het merk Sellier & Bellot werden door verbalisant [verbalisant 5] voor-gecategoriseerd als munitie in de zin van artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie indien deze munitie onbevoegd voorhanden wordt gehouden.112

Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat hij het wapen, de magazijnen en de kogels mee naar huis heeft genomen.113

Feit 5

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte van 6 augustus 2020, genummerd 2020114545-206, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] van de politie Midden-Nederland, inhoudende een bekennende verklaring van verdachte, doorgenummerd pagina 836 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 juni 2020, genummerd 2020114545-127, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] van politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 903 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 23 juli 2020, genummerd 2020114545-186, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 10] van politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 777 e.v.;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 3 juni 2020, genummerd PL0900-2020114545-16, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 11] van politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 773 e.v..

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 10 augustus 2020, genummerd 200425.1524.DOSS, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 973. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 31.

3 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 34 en 35.

4 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 32.

5 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , pagina 36.

6 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , pagina 39.

7 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , pagina 37.

8 Een proces-verbaal van aangifte van [C] , pagina 47.

9 Een proces-verbaal van aangifte van [C] , pagina 50.

10 Een proces-verbaal van aangifte van [C] , pagina 47.

11 Een proces-verbaal van aangifte van [C] , pagina 48.

12 Een proces-verbaal van aangifte van [D] , pagina 60.

13 Een proces-verbaal van aangifte van [D] , pagina 61.

14 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , pagina 63.

15 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , pagina 66.

16 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , pagina 64.

17 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 84.

18 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 84 en 85.

19 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 88.

20 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 70.

21 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 77.

22 Een proces-verbaal van aangifte van [A] , pagina 71.

23 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , pagina 78 en 79.

24 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , pagina 79.

25 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , pagina 130.

26 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , pagina 131.

27 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 135.

28 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , pagina 101.

29 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , pagina 113.

30 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , pagina 102.

31 Een proces-verbaal van aangifte van [B] , pagina 137.

32 Een proces-verbaal van aangifte van [B] , pagina 141.

33 Een proces-verbaal van aangifte van [B] , pagina 138.

34 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , pagina 202.

35 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , pagina 200.

36 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , pagina 158.

37 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , pagina 161 en 162.

38 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , pagina 158.

39 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , pagina 170.

40 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 12] , pagina 167.

41 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , pagina 177.

42 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 13] , pagina 178.

43 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 179.

44 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 182.

45 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 179.

46 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 185.

47 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 186.

48 Een proces-verbaal van aangifte van [G] , pagina 180.

49 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , pagina 204.

50 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , pagina 206.

51 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 14] , pagina 204.

52 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , pagina 214.

53 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , pagina 216.

54 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 15] , pagina 214.

55 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 16] , pagina 218.

56 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 16] , pagina 219.

57 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 17] , pagina 249.

58 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 17] , pagina 250.

59 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 18] pagina 258 en 259.

60 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 19] , pagina 276.

61 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 19] , pagina 279.

62 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 19] , pagina 276.

63 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 19] , pagina 277.

64 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 256.

65 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 20] , pagina 252.

66 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 20] , pagina 253.

67 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 21] , pagina 282.

68 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 285.

69 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 21] , pagina 283.

70 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 22] , pagina 935.

71 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 22] , pagina 294 tot en met 297.

72 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 22] , pagina 936.

73 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 304.

74 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 23] , pagina 300.

75 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 23] , pagina 301.

76 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 303.

77 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 24] , pagina 305.

78 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 24] , pagina 308 en 309.

79 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 320.

80 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 321.

81 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 318.

82 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 25] , pagina 323.

83 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 25] , pagina 324.

84 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 326.

85 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 332.

86 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 333.

87 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 377.

88 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 385 en 388 tot en met 447.

89 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 446 tot en met 447.

90 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 386.

91 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 495.

92 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 513.

93 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 862.

94 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 523.

95 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 286 en 287.

96 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 517.

97 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 518.

98 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 519.

99 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 520.

100 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 522.

101 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 523.

102 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 525 tot en met 539.

103 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 358.

104 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 360.

105 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 362 en 363.

106 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 364 en 365.

107 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 732.

108 Een proces-verbaal forensisch onderzoek woning, pagina 735.

109 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 938.

110 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 939.

111 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 940.

112 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 746.

113 Een proces-verbaal ter terechtzitting van 3 februari 2020.