Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:52

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
13-01-2021
Zaaknummer
16/994001-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte is gedurende een periode van ruim vier jaar betrokken geweest bij grootschalige PGB-fraude. Hij heeft, samen met anderen, misbruik gemaakt van de PGB-regelgeving. Deze regelgeving is bewust ruimhartig ingericht, zodat degenen die zorg nodig hebben, laagdrempelig een financiële tegemoetkoming kunnen krijgen. De verdachte heeft PGB-gelden gedurende vier jaar elke maand ontvangen, terwijl daar slechts enkele weken zorg tegenover heeft gestaan. Samen met de medeverdachten heeft hij de SVB, Agis Zorgkantoren en Agis Zorgverzekeringen N.V. opgelicht voor een bedrag van (ten minste) € 73.860,00. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 40 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/994001-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 januari 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te [geboorteplaats] (Turkije),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] te [woonplaats] ,

hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 december 2020. Het onderzoek van de zaak is gesloten op de zitting van
30 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A-M.C.V. Fellinger en van hetgeen verdachte en diens raadsman mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 april 2018 in Amsterdam en/of Utrecht samen met anderen opzettelijk gebruik heeft gemaakt en/of heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad van valse geschriften, te weten drie facturen en twee verantwoordingsformulieren ten behoeve van het verantwoorden van de besteding van Persoonsgebonden Budget

door deze facturen en verantwoordingsformulieren in te dienen of te laten indienen bij de Sociale Verzekeringsbank, Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V.,

zulks terwijl verdachte en zijn mededader(s) (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze geschriften bestemd waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

feit 2

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 april 2018 in Amsterdam en/of Utrecht samen met anderen de Sociale Verzekeringsbank, Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. heeft opgelicht voor een bedrag van € 73.860,00 en/of 16.820 euro en/of 2.760 euro en/of 3.440 euro en/of 2.880 euro, althans enig geldbedrag door middel van het indienen of laten indienen van valse verantwoordingsformulieren, declaraties, facturen en/of (gewijzigde) zorgovereenkomsten.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten op basis van het dossier wettig en overtuigend kunnen worden bewezenverklaard.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

[zorgorganisatie] B.V. (hierna: [zorgorganisatie] ) was in de periode van 2014 tot en met begin april 2018 een Utrechtse zorgorganisatie. [A] , [B] en [C] waren werkzaam voor deze organisatie. [zorgorganisatie] had verschillende cliënten, budgethouders genoemd, die beschikten over een persoonsgebonden budget (hierna: PGB). Verdachte is één van deze budgethouders.

4.3.2

Regelgeving PGB

Het PGB is vanaf 1995 tot en met 31 december 2014 door de Nederlandse Staat gefinancierd

uit de AWBZ. De uitvoering is neergelegd bij de zorgkantoren. Het zorgkantoor controleert of de verantwoorde bedragen overeenkomen met het toegekende budget. Daarna wordt door het zorgkantoor per jaar het definitieve PGB vastgesteld op basis van de ingediende verantwoordingsformulieren en wordt een eindafrekening opgemaakt.

Per 1 januari 2015 is de AWBZ gewijzigd. Zorgtaken vanuit de AWBZ zijn ondergebracht bij nieuwe en bestaande (zorg)wetten, namelijk de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wmo, de Zvw en de Jeugdwet. De uitvoering van het PGB op basis van de Wlz is neergelegd bij de Zorgkantoren. Daar dient een PGB op basis van de Wlz aangevraagd te worden. De uitbetaling vanuit het PGB-budget voor Wlz vindt plaats via de Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB).

4.3.3

Handelswijze [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C]

Op 28 november 2019 zijn [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C] veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschriften, oplichting en witwassen. De valsheid in geschriften en oplichting bestonden in de kern uit de hierna omschreven handelswijze.

Ter verkrijging van gelden uit hoofde van een PGB werden bij het zorgkantoor, de SVB en de zorgverzekeringsmaatschappij (Agis Zorgverzekeringen N.V./Agis Zorgkantoor) zorgovereenkomsten, verantwoordingsformulieren, declaratieformulieren en facturen ingediend. Op deze documenten werd meer zorg vermeld dan door [zorgorganisatie] daadwerkelijk werd geleverd. Vervolgens hebben [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C] een deel van de ontvangen PGB-gelden met de budgethouders gedeeld.

Dat er PGB-gelden zijn gedeeld blijkt uit lijsten die zijn aangetroffen tijdens een huiszoeking bij [zorgorganisatie] . Op deze lijsten, die door de opsporingsinstanties ‘verdeellijsten’ zijn genoemd, staan namen van budgethouders, bedragen en percentages. Ook zijn er zogenaamde ‘zwarte kasbestanden’ aangetroffen, waarin contante betalingen aan budgethouders zijn bijgehouden. De naam van verdachte komt voor op deze verdeellijsten en zwarte kasbestanden.

In onderhavige zaak ligt de vraag voor of verdachte samen met [zorgorganisatie] , [A] , [B] en/of [C] vals opgemaakte facturen en verantwoordingsformulieren, als echt en onvervalst heeft gebruikt om PGB-gelden op grond van de Wlz te verkrijgen. De tweede vraag is of verdachte, in samenwerking met [zorgorganisatie] , [A] , [B] en/of [C] , door het indienen van deze geschriften de SVB, Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. heeft opgelicht. De rechtbank beantwoordt beide vragen bevestigend.

4.3.4

Bewijsmiddelen

Verdachte heeft bekend dat hij de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 december 2020;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen SVB van
    8 augustus 2018, genummerd AMB-038-01, opgemaakt door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: Inspectie SZW), doorgenummerde pagina 111 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een ‘Wijziging zorgovereenkomst met een zorginstelling’ getekend op 6 april 2017, doorgenummerde pagina’s 113 tot en met 119 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten ‘Overboekingen naar en contante stortingen op bankrekening [verdachte] ’, doorgenummerde pagina 135 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten het vonnis van deze rechtbank van 28 november 2019, vindplaats ECLI:NL:RBMNE:2019:5663;

  • -

    een geschrift, te weten een factuur met factuurdatum 29 augustus 2014 en omschrijving ‘Persoonlijke Verzorging + Begeleiding Individueel september 2014’, doorgenummerde pagina 145 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een factuur met factuurdatum 31 december 2016 en omschrijving ‘Persoonlijke Verzorging (WLZ) december 2016’ en ‘Begeleiding Individueel (WLZ) december 2016’, doorgenummerde pagina 152 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een ‘Werkbrief [zorgorganisatie] ’, doorgenummerde pagina 153 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een factuur met factuurdatum 3 april 2017 en omschrijving ‘Persoonlijke Verzorging (WLZ) maart 2017’ en ‘Begeleiding Individueel (WLZ) maart 2017’, doorgenummerde pagina 154 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een ‘Werkbrief [zorgorganisatie] ’, doorgenummerde pagina 155 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een ‘Verantwoordingsformulier persoonsgebonden budget (PGB) AWBZ’, doorgenummerde pagina’s 148 en 149 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een geschrift, te weten een ‘Verantwoordingsformulier persoonsgebonden budget (PGB) AWBZ’, doorgenummerde pagina’s 150 en 151 van het zaaksdossier genummerd [nummer] ;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt zaaksdossier [verdachte] van
    12 augustus 2019, opgemaakt door Inspectie SZW, genummerd [nummer] , doorgenummerde pagina 12 en 13, onder Verdeellijsten 27 maanden budgethouder [verdachte].

Bovenstaande bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, slechts gebruikt ter bewijs van het feit of de feiten, waarop ze gezien hun inhoud betrekking hebben.

4.3.5

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte samen met [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C] valselijk opgemaakte geschriften, te weten een drietal facturen en een tweetal verantwoordingsformulieren als echt en onvervalst voorhanden heeft gehad, heeft afgeleverd en gebruikt door deze in te dienen bij de SVB, Agis Zorgkantoren en Agis Zorgverzekeringen N.V. Door indiening van eveneens valselijk opgemaakte (gewijzigde) zorgovereenkomsten en voornoemde facturen en verantwoordingsformulieren, is zorg gedeclareerd die niet is geleverd. Daarmee hebben verdachte, [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C] de instanties die het PGB verstrekten opgelicht voor een totaalbedrag van € 73.860,00.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 maart 2018 te Amsterdam en Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en afgeleverd en voorhanden heeft gehad valse facturen en verantwoordingsformulieren, te weten:

drie (3) facturen van [zorgorganisatie] B.V. op naam van [verdachte] ten behoeve van de declaratie van Persoonsgebonden Budget en/of ter onderbouwing van verantwoordingsformulieren Persoonsgebonden Budget AWBZ, met als omschrijving:

  • -

    ‘Persoonlijke verzorging + Begeleiding Individueel september 2014’ met factuurdatum
    29 augustus 2014 (Bijlage 23) en

  • -

    ‘Persoonlijke Verzorging (WLZ) december 2016 en Begeleiding Individueel (WLZ) december 2016’ met factuurdatum 31 december 2016 (Bijlage 25) en

  • -

    ‘Persoonlijke Verzorging (WLZ) maart 2017 en Begeleiding Individueel (WLZ) maart 2017’ met factuurdatum 3 april 2017 (Bijlage 26),

en

twee (2) verantwoordingsformulieren Persoonsgebonden Budget (PGB) AWBZ op naam van [verdachte] ten behoeve van de verantwoording voor de besteding van Persoonsgebonden Budget, met betrekking tot:

  • -

    de verantwoordingsperiode 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014 en

  • -

    de verantwoordingsperiode 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014 (bijlage 24),

telkens zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

bestaande die valsheid telkens hierin dat op die facturen en verantwoordingsformulieren – in strijd met de waarheid – stond vermeld dat:

  • -

    [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] (in de vorm van persoonlijke verzorging en begeleiding individueel) en

  • -

    [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] voor het aantal op die facturen vermelden uren (in de vorm van persoonlijke verzorging en begeleiding individueel) en

  • -

    [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] voor de op die facturen vermelde bedragen

en

  • -

    [verdachte] zorg heeft ingekocht ad 16.660 euro en ad 16.820 euro bij [zorgorganisatie] B.V. en

  • -

    [verdachte] die verantwoordingsformulieren naar waarheid heeft ingevuld,

en bestaande dat gebruikmaken en afleveren hieruit dat verdachte en/of zijn mededaders die facturen en die verantwoordingsformulieren telkens

- heeft/hebben ingediend en/of heeft/hebben doen indienen bij de SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V.,

zulks terwijl verdachte en zijn mededaders telkens wisten dat deze geschriften bestemd waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

feit 2

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 april 2018 te Amsterdam en Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door een of meer listige kunstgrepen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V., heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag (ten behoeve van Persoonsgebonden Budget), te weten een geldbedragen van:

- 73.860 euro, met betrekking tot verantwoorde en gefactureerde zorg voor [verdachte] ,

immers hebben verdachte en zijn mededaders, telkens met voornoemd oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en in strijd met de waarheid aan bovengenoemde SVB en Agis Zorgkantoren en Agis Zorgverzekeringen N.V. voorgewend dat [zorgorganisatie] B.V. voor de totaal gefactureerde en verantwoorde geldbedragen en het vastgestelde maandbedrag aan zorg heeft verleend en/of zou gaan verlenen aan [verdachte] en:

  • -

    daartoe verantwoordingsformulieren en facturen en (gewijzigde) zorgovereenkomsten op naam van [verdachte] ingediend en/of doen indienen en opgestuurd en/of doen opsturen bij/naar SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. en

  • -

    aldus met die verantwoordingsformulieren en facturen en (gewijzigde) zorgovereenkomsten een Persoonsgebonden Budget op naam van [verdachte] aangevraagd en/of doen aanvragen en verantwoord en/of doen verantwoorden en/of gedeclareerd en/of doen declareren

waardoor de SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. telkens zijn bewogen tot het definitief toekennen van Persoonsgebonden Budget dat bij wijze van voorschot was uitgekeerd en/of de afgifte van het Persoonsgebonden Budget.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1

medeplegen van opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

feit 2

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte de bewezen-verklaarde gedragingen in verminderde mate moet worden toegerekend. Verdachte heeft, blijkens het reclasseringsrapport van 8 januari 2020, al jaren een tumor in zijn hoofd, die hem passief en minder wilsbekwaam maakt.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat uit het rapport van de reclassering, de andere stukken uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten naar voren zijn gekomen op grond waarvan geoordeeld moet worden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten. Daarnaast is er geen (andere) omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot een geldboete van € 1.000,00, waarvan een gedeelte van € 500,00 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte staat sinds 2009 onder behandeling vanwege een tumor in zijn hoofd. Zijn ziekte heeft een grote impact op zijn leven. De activiteiten van verdachte zijn zeer beperkt. Uit recente medische informatie blijkt dat verdachte last heeft van stemmingsstoornissen. Door de coronacrisis zit verdachte thans volledig klem. Hij woont thuis met zijn vader en verzorgt hem waar dat kan. Verdachte voelt zich schuldig ten aanzien van de ten laste gelegde feiten. Schuldig tegenover de samenleving en in het bijzondere tegenover de mensen aan wie het PGB beter besteed had kunnen worden. Het gevaar op herhaling wordt door de reclassering als laag ingeschat. Vanwege de gezondheidstoestand van verdachte komen een gevangenisstraf en een taakstraf niet in aanmerking. Bij de oplegging van de straf verzoekt de raadsman naast eerder genoemde omstandigheden rekening te houden met de duur van de strafprocedure en de beperkte financiële draagkracht van verdachte. Gelet op voornoemde omstandigheden en de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van verdachte, acht de raadsman een geldboete, opgelegd in termijnen, in de rede liggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De aard en de ernst van de feiten

Verdachte is gedurende een periode van ruim vier jaar betrokken geweest bij grootschalige PGB-fraude. Verdachte heeft, samen met anderen, misbruik gemaakt van de PGB-regelgeving. Deze regelgeving is bewust ruimhartig ingericht, zodat degenen die zorg nodig hebben, laagdrempelig een financiële tegemoetkoming kunnen krijgen. Verdachte heeft die tegemoetkoming gedurende vier jaar elke maand ontvangen, terwijl daar slechts enkele weken zorg tegenover heeft gestaan. Verdachte, [zorgorganisatie] , [A] , [B] en [C] hebben alle PGB-gelden die niet aan zorg zijn besteed gedeeld, waarbij verdachte steeds de helft van de maandelijkse tegemoetkoming ontving. Samen hebben zij de SVB, Agis Zorgkantoren en Agis Zorgverzekeringen N.V. opgelicht voor een bedrag van (ten minste) € 73.860,00 . Voor het bepalen van de strafmaat hanteert de rechtbank dit bedrag als het benadelingsbedrag.

Doordat een deel van het PGB-geld werd gedeeld met de budgethouders of hun familie, waaronder verdachte, kon de fraude in stand blijven. De rechtbank zal daarom niet in strafmatigende zin rekening houden met het feit dat er wel beperkt zorg is verleend. De rechtbank beschouwt dit namelijk als een onderdeel van de werkwijze van [zorgorganisatie] , [A] , [C] , [B] en verdachte. Alleen op deze wijze kon de fraude een lange periode onopgemerkt blijven.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij op deze manier is omgegaan met gemeenschapsgeld, dat bedoeld is voor mensen die zorg behoeven, maar weegt bij het bepalen van de straf ook mee dat verdachte niet kan worden gezien als een hoofddader. De belangrijke rol die verdachte heeft gespeeld maakt hem weliswaar - juridisch gezien - medepleger, maar hij is niet de architect van deze fraudeconstructie. De rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de hoofddaders, [zorgorganisatie] en de broers [broers] , gebruik hebben gemaakt van de kwetsbaarheid en beïnvloedbaarheid van verdachte.

Persoon verdachte

Het strafblad van verdachte speelt bij het bepalen van de strafmaat geen rol, nu hier geen relevante veroordelingen op staan.

De rechtbank houdt wel rekening met het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 8 januari 2020, opgesteld door J.M. van Hagen. In dat rapport staat onder meer beschreven dat verdachte een tumor heeft in de hypofyse, hetgeen van grote invloed is op zijn hormoonhuishouding. De tumor geeft ook druk. Door wat er in het brein van verdachte gebeurt, functioneert hij op laagbegaafd niveau en is hij passief. Dat verdachte zo lang wist dat hij in overtreding was en daar geen verandering in bracht, wordt door de - door de reclassering geraadpleegde - huisarts gezien als een gevolg van zijn ziekte. De kans op recidive wordt ingeschat als laag. Beschermende factoren zijn de houding van verdachte en de steun die hij krijgt van zijn zus. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf zonder bijzondere voorwaarden. Gezien de gezondheidstoestand is verdachte niet in staat om een werkstraf uit te voeren. Wel is verdachte in staat een geldboete te betalen.

Uit een brief van de huisarts van verdachte van 14 december 2020, opgenomen als bijlage 1 van de aan dit vonnis gehechte pleitnota van de raadsman, maakt de rechtbank het volgende op. Verdachte heeft een psychiatrische voorgeschiedenis van een aanpassingsstoornis met angst en depressieve kenmerken. Momenteel gaat het met verdachte niet goed. Medisch gezien is er sprake van ziektelast. Zijn ziekte behoeft veel zorg, waaronder controles en bloedafnames in het ziekenhuis. Van de verschillende behandelingen die verdachte heeft gevolgd is weinig resultaat op zijn lichamelijk klachten en daaruit voortkomende somberheid. Het is een moeilijk behandelbare aandoening. Verdachte heeft veel last van de medicatie, maar stoppen of minderen is ingewikkeld.

De rechtbank weegt verder mee dat verdachte al in een vroeg stadium van het onderzoek opening van zaken heeft gegeven. Op de terechtzitting heeft hij zich bewust getoond van de laakbaarheid van zijn handelen en heeft hij spijt betuigd.

De straf

De oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht gaan bij een benadelingsbedrag tussen € 70.000,00 en € 125.000,00 uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen de 5 en 9 maanden of een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf. De rechtbank ziet in de hiervoor genoemde rol van verdachte bij het bewezenverklaarde en zijn persoonlijke omstandigheden echter aanleiding hiervan (in het voordeel van verdachte) af te wijken.

Redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 23 mei 2018 als verdachte is verhoord. Sindsdien zijn twee jaren en bijna zeven maanden verstreken. De redelijke termijn waarbinnen een strafzaak dient te worden afgedaan, is daarmee met bijna zeven maanden overschreden. De rechtbank ziet ook hierin aanleiding om de op te leggen straf te matigen.

Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis. De rechtbank realiseert zich dat de oplegging van een taakstraf indruist tegen het advies van de reclassering. Uit het verhandelde ter terechtzitting is echter gebleken dat verdachte veel thuis is, met zijn vader met wie hij slecht contact heeft. Verdachte gaat soms naar buiten om te wandelen, boodschappen te doen of om naar het ziekenhuis te gaan voor controles. Hij moet van zijn artsen eigenlijk sporten, maar vindt het moeilijk zichzelf daartoe te zetten. Verdachte heeft verklaard dat hij in staat is zelfstandig naar Turkije af te reizen voor familiebezoek. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte in staat moet worden geacht enige vorm van activiteiten te verrichten. De reclassering zal bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf rekening moeten houden met de beperkte vermogens van verdachte. Die beperkte vermogens en de verwachting dat het daardoor langer zal duren voordat de taakstraf geheel zal zijn uitgevoerd, is reden voor de rechtbank de taakstrafduur te beperken tot 40 uren.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) maanden;

- beveelt dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 40 (veertig) uren;

- beveelt dat voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 (twintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. L.C. Michon en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 januari 2021.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 april 2018 te Amsterdam en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt en/of heeft/hebben afgeleverd en/of voorhanden heeft/hebben gehad van (een) vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en) en/of verantwoordingsformulier(en), te weten:

drie (3), althans een of meer factu(u)r(en) van [zorgorganisatie] B.V. op naam van [verdachte] ten behoeve van de declaratie van Persoonsgebonden Budget en/of ter onderbouwing van (een) verantwoordingsformulier(en) Persoonsgebonden Budget AWBZ, met als omschrijving:

- ‘ Persoonlijke verzorging + Begeleiding Individueel september 2014’ met factuurdatum 29 augustus 2014 (Bijlage 23) en/of

- ‘ Persoonlijke Verzorging (WLZ) december 2016 en Begeleiding Individueel (WLZ) december 2016’ met factuurdatum 31 december 2016 (Bijlage 25) en/of

- ‘ Persoonlijke Verzorging (WLZ) maart 2017 en Begeleiding Individueel (WLZ) maart 2017’ met factuurdatum 3 april 2017 (Bijlage 26),

en/of

twee (2), althans een of meer verantwoordingsformulier(en) Persoonsgebonden Budget (PGB) AWBZ op naam van [verdachte] ten behoeve van de verantwoording voor de besteding van Persoonsgebonden Budget, met betrekking tot:

- de verantwoordingsperiode 1 januari 2014 tot en met 30 juni 2014 en/of

- de verantwoordingsperiode 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014 (Bijlage 24),

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hierin dat op die factu(u)r(en) en/of dat/die verantwoordingsformulier(en) – in strijd met de waarheid – stond vermeld dat:

- [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] (in de vorm van persoonlijke verzorging en/of begeleiding individueel) en/of

- [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] voor het aantal op die factu(u)r(en) vermelden uren (in de vorm van persoonlijke verzorging en/of begeleiding individueel) en/of

- [zorgorganisatie] B.V. zorg heeft verleend aan die [verdachte] voor het/de op die factu(u)r(en) vermelde (totaal) bedrag(en)

en/of

- [verdachte] zorg heeft ingekocht ad 16.660 euro en/of ad 16.820 euro bij [zorgorganisatie] B.V. en/of

- [verdachte] dat/die verantwoordingsformulier(en)naar waarheid heeft ingevuld,

en bestaande dat gebruikmaken en/of afleveren hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s) die factu(u)r(en) en/of dat/die verantwoordingsformulier(en) (telkens)

- heeft/hebben ingediend en/of doen indienen bij de SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V.,

zulks terwijl verdacht en zijn mededader(s) (telkens) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 3 april 2018 te Amsterdam en/of Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) en/of alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V., heeft bewogen tot afgifte van een of meer geldbedrag(en) (ten behoeve van Persoonsgebonden Budget), in elk geval van enig goed, te weten (een) geldbedrag(en) van (ongeveer):

- 73.860 euro, althans 16.660 euro en/of 16.820 euro en/of 2.760 euro en/of 3.440 euro en/of 2.880 euro, althans enig geldbedrag met betrekking tot verantwoorde en/of gefactureerde zorg voor [verdachte] ,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voornoemd oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan bovengenoemde SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. voorgehouden en/of voorgewend dat [zorgorganisatie] B.V. voor het/de (totaal) gedeclareerde en/of gefactureerde en/of verantwoorde geldbedrag(en) en/of het/de (totaal) vastgestelde (maand)bedrag(en) aan zorg heeft verleend en/of zou gaan verlenen aan [verdachte] en:

- ( daartoe) een of meer verantwoordingsformulier(en) en/of declaratieformulier(en) en/of factu(u)r(en) en/of (gewijzigde) zorgovereenkomst(en) op naam van [verdachte] ingediend en/of doen indienen en/of opgestuurd en/of doen opsturen bij/naar SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. en/of

- ( aldus) met die/dat verantwoordingsformulier(en) en/of declaratieformulier(en) en/of factu(u)r(en) en/of (gewijzigde) zorgovereenkomst(en) een Persoonsgebonden Budget op naam van [verdachte] aangevraagd en/of doen aanvragen en/of verantwoord en/of doen verantwoorden en/of gedeclareerd en/of doen declareren,

waardoor de SVB en/of Agis Zorgkantoren en/of Agis Zorgverzekeringen N.V. (telkens) is/zijn bewogen tot het definitief toekennen van Persoonsgebonden Budget dat bij wijze van voorschot was uitgekeerd en/of de afgifte van het Persoonsgebonden Budget.