Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:4874

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-10-2021
Datum publicatie
04-11-2021
Zaaknummer
C/16/511132 / HA RK 20-254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot inzage artikel 15 AVG. Verzoeker niet ontvankelijk. Overwegingen ten overvloede. Verwerker en verwerkingsverantwoordelijke.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rekestnummer: C/16/511132 / HA RK 20-254

Beschikking van 27 oktober 2021

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

verschenen in persoon,

tegen

[verweerder] H.O.D.N. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

advocaat mr. L. van Waegeningh te Utrecht.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift,

  • -

    het verweerschrift,

  • -

    de extra bijlagen 6 t/m 9 van [verzoeker] ,

  • -

    de mondelinge behandeling van 22 september 2021.

1.2.

Daarna volgt deze beschikking.

2 Waar het in deze zaak om gaat

2.1.

[verzoeker] heeft een verzoek tot inzage gedaan gericht aan [verweerder] . [verzoeker] wil dat [verweerder] hem informatie over zijn persoonsgegevens verstrekt, met name alle relevante gegevens die [verweerder] / [bedrijfsnaam] B.V. (een BV van [verweerder] , verder te noemen: “ [bedrijfsnaam] ”) kreeg van RNHB omtrent de opdracht tot het taxeren van [verzoeker] ’s vastgoedportefeuille.

2.2.

[verweerder] heeft aangegeven niet principieel tegen het verstrekken van deze gegevens te zijn, maar heeft toch besloten niet daartoe over te gaan. [verweerder] wil voorkomen dat hij zonder rechtvaardigingsgrond informatie zou verstrekken en daarmee ongerechtvaardigd de rechten en belangen van derden zou schenden of frustreren.

2.3.

Daarop zag [verzoeker] zich genoopt zich te wenden tot de rechtbank. Aan zijn verzoek tot inzage legt hij artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (verder te noemen: “AVG”) ten grondslag.

2.4.

[verweerder] heeft verweer gevoerd. Primair stelt [verweerder] zich op het standpunt dat [verzoeker] niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat het verzoekschrift zich richt tot [verweerder] en niet tot [bedrijfsnaam] . Subsidiair vindt [verweerder] dat de vordering moet worden afgewezen, omdat [verweerder] / [bedrijfsnaam] geen verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG en artikel 15 AVG dus niet als wettelijke grondslag kan dienen voor het onderhavige verzoek. Meer subsidiair voert [verweerder] aan dat een verzoek tot het verstrekken van “alle relevante gegevens” die [verweerder] / [bedrijfsnaam] heeft verkregen omtrent de taxatie-opdracht te ruim is. Uiterst subsidiair stelt [verweerder] zich op het standpunt dat het gerechtvaardigd doel ontbreekt en dat er geen belang is bij het verzoek van [verzoeker] .

3 De beoordeling

Niet-ontvankelijk

3.1.

De rechtbank oordeelt dat het primaire ontvankelijkheidsverweer slaagt. [verzoeker] heeft [verweerder] in persoon betrokken in deze procedure, terwijl de informatie waar [verzoeker] inzage in wil hebben bij [bedrijfsnaam] zou liggen. De taxatieopdracht liep namelijk tussen RNHB en [bedrijfsnaam] . [verzoeker] had daarom [bedrijfsnaam] moeten betrekken in de procedure en niet [verweerder] . [verzoeker] heeft betoogd dat [verweerder] 100% eigenaar is van [bedrijfsnaam] en de persoon is die namens de B.V. handelt, maar [bedrijfsnaam] is wel de rechtspersoon die de opdracht van RNHB heeft gekregen. Dit leidt ertoe dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar verzoek en dat [verweerder] niet veroordeeld zal worden.

3.2.

Ter zitting hebben partijen de rechtbank nadrukkelijk gevraagd om – als het ontvankelijkheidsverweer zou slagen – alsnog een inhoudelijk oordeel te geven. De rechtbank zal daarom ten overvloede ingaan op de stellingen van partijen.

Ten overvloede

3.3.

Het subsidiaire verweer van [verweerder] ziet erop dat [verweerder] / [bedrijfsnaam] geen verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG. Daarom is een beroep op grond van artikel 15 AVG jegens [verweerder] / [bedrijfsnaam] volgens hem niet mogelijk.

3.4.

Vaststaat dat RNHB [bedrijfsnaam] heeft ingeschakeld om de vastgoedportefeuille van [verzoeker] te taxeren. Het staat RNHB als verwerkingsverantwoordelijke vrij om te besluiten de persoonsgegevens binnen haar organisatie te verwerken, of om de verwerkingen uit te besteden aan een externe organisatie als verwerker, zijnde in dit geval [bedrijfsnaam] . RNHB bepaalt daarmee doel en middelen van de verwerking en [bedrijfsnaam] verwerkt daarmee in opdracht van RNHB de gegevens van [verzoeker] . Naar het oordeel van de rechtbank dient RNHB te daarom worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, aanhef en onder 7 van de AVG, waarbij RNHB verantwoordelijk blijft voor de verwerking die zij heeft uitbesteed aan [bedrijfsnaam] . [bedrijfsnaam] is dan verwerker in de zin van artikel 4, aanhef en onder 8 van de AVG. Het verzoek van [verzoeker] dat gestoeld is op het recht uit artikel 15 AVG en bepaalt dat de betrokkene het recht heeft om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over (…), kan daarmee niet jegens [verweerder] / [bedrijfsnaam] worden ingeroepen.

3.5.

De rechtbank volgt het verweer dat het verzoek om “alle relevante gegevens” te verstrekken die [verweerder] / [bedrijfsnaam] verkreeg van de RNHB omtrent de opdracht tot het taxeren van [verzoeker(-s)] vastgoedportefeuille te ruim is. Dat wordt hierna toegelicht.

3.6.

Voorop staat dat een verzoek op grond van artikel 15 AVG niet verder strekt dan informatie over persoonsgegevens. Dit betekent dat een verzoek om informatie omtrent “alle relevante gegevensniet kan worden toegewezen. Los van het feit dat [verweerder] / [bedrijfsnaam] niet op grond van artikel 15 AVG kan worden aangesproken aangezien zij geen verwerkingsverantwoordelijke is, geldt dat indien [verzoeker] wel inzage zou kunnen krijgen hij dus ‘enkel’ het recht heeft op inzage van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 15 AVG. Dit betekent niet dat de [verzoeker] zonder meer een algemeen recht heeft op inzage in of kopieën van de volledige stukken of bestanden als daarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Uit het artikel volgt een recht op een volledig verwerkingsoverzicht (in begrijpelijke vorm) van alle persoonsgegevens, maar er bestaat geen absoluut recht op inzage in alle stukken. In welke materiële vorm de gegevens zouden moeten worden verstrekt is afhankelijk van de concrete omstandigheden.

3.7.

Ter zitting is naar voren gekomen wat [verzoeker] bij de inzage zou willen controleren en waar hij duidelijkheid over wil verkrijgen. Dit zou zien op een bewijsstuk over de gehanteerde huurprijzen van [verzoeker] bij taxatie van (een van) zijn panden. Aannemende dat deze informatie te vinden is in de inhoud van opdrachtverstrekking, de inhoud van huurovereenkomsten of de inhoud van andere documenten waar over huurprijzen wordt gesproken, is de rechtbank van oordeel dat de huurprijzen niet vallen onder persoonsgegevens van [verzoeker] . Dit zijn namelijk zakelijke gegevens en geen persoonsgegevens. Dit betekent dat als al geoordeeld zou worden dat een verwerkingsoverzicht moet worden verstrekt of dat een kopie van documenten moet worden getoond, deze gegevens op grond van artikel 15 AVG niet hoeven te worden verstrekt. Huurprijzen zouden dan in de te verstrekken stukken zwartgemaakt kunnen worden zodat [verzoeker] zijn doel niet bereikt.

3.8.

Tot zover en ten overvloede oordeelt de rechtbank over deze verweren.

Proceskosten

3.9.

Omdat [verzoeker] niet ontvankelijk is in haar verzoek, moet hij de kosten dragen. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op bestaande uit € 309,- aan griffierecht en € 1.126,- aan salaris gemachtigde (2 punten x € 563,- tarief II).

4 De beslissing

De rechtbank

verklaart [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek,

veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 1.435,-, waaronder € 1.126,- aan salaris gemachtigde,

verklaart deze beschikking voor wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

Deze beschikking is gegeven door mr. J.P. Killian en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2021. 1

1 type: HW (5330) coll: