Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:4702

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-10-2021
Datum publicatie
01-10-2021
Zaaknummer
C/16/526013 / KL ZA 21-208
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen onrechtmatige uitlating.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/526013 / KL ZA 21-208

Vonnis in kort geding van 1 oktober 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,

tegen

de vereniging

OMROEPVERENIGING BNN-VARA,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en BNNVARA genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 8 september 2021 met producties (1-4),

  • -

    de conclusie van antwoord met producties (1-18),

  • -

    de aanvullende producties van [eiser] (5-9),

  • -

    de aanvullende productie van BNNVARA (19),

  • -

    de mondelinge behandeling op 17 september 2021,

  • -

    de pleitnota van [eiser] ,

  • -

    de pleitnota van BNNVARA.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat het om?

2.1.

[eiser] is oprichter en bestuurder van Stichting Viruswaarheid, voorheen actief onder de naam ‘Viruswaanzin’. In die hoedanigheid verzet [eiser] zich tegen het corona- en vaccinatiebeleid van de Nederlandse overheid. [website 1] .nl is een progressieve nieuws- en opiniesite van BNNVARA. Op de site [website 1] .nl wordt aandacht besteedt aan [eiser] en zijn strijd tegen het corona- en vaccinatiebeleid van de overheid.

2.2.

[eiser] vindt de op de site [website 1] .nl voorkomende berichten waarin hij wordt omschreven als ‘corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ onrechtmatig wanneer deze omschrijvingen voorkomen in publicaties die als nieuwsberichten worden geplaatst. Als de kwalificaties op [website 1] .nl worden gebruikt in opiniestukken, columns of cartoons verzet [eiser] zich hier niet tegen. [eiser] vordert verwijdering van de kwalificaties corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ in reeds verschenen nieuwsberichten op [website 1] .nl en een verbod op het gebruik van deze kwalificaties in nog te plaatsen nieuwsberichten. Daarnaast vordert [eiser] een rectificatie, zoals in de dagvaarding is geformuleerd.

2.3.

BNNVARA stelt dat het gebruik van de termen ‘corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ op de website van [website 1] .nl in nieuwsartikelen die over [eiser] gaan niet onrechtmatig is en dat de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.

2.4.

De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen en zal hierna uitleggen hoe tot dit oordeel is gekomen.

3 De beoordeling

Spoedeisend belang

3.1.

Gelet op de aard van de vorderingen heeft [eiser] een voldoende spoedeisend belang om in zijn vorderingen in kort geding te worden ontvangen.

Juridisch kader

3.2.

In deze zaak gaat het om een botsing van fundamentele rechten. Aan de zijde van [eiser] het recht op eerbiediging van de goede naam en aan de zijde van BNNVARA het recht op vrijheid van meningsuiting. BNNVARA stelt dat [eiser] geen beroep op artikel 8 EVRM toekomt, omdat de uitlatingen niet het privéleven van [eiser] raken (wat door art. 8 EVRM wordt beschermd) maar hem alleen aangaan in zijn hoedanigheid van bestuurder van Viruswaarheid. Dat argument gaat niet op. In de jurisprudentie waar BNNVARA aan refereert gaat het om publicaties naar aanleiding van uitlatingen van betrokkenen, die zij naar het oordeel van rechtbank en hof deden in een bepaalde hoedanigheid. Dat is hier niet aan de orde omdat het bij de gewraakte publicaties niet gaat om uitlatingen van [eiser] zelf (in welke hoedanigheid dan ook), maar alleen om de manier waarop hij door BNNVARA wordt aangeduid. Omdat de aanduidingen ‘corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ worden gebruikt telkens wanneer het over [eiser] zelf gaat, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter de privésfeer van [eiser] (in de vorm van zijn persoonlijke reputatie) wel in het geding.

3.3.

Bij de beoordeling van de botsing van de onder 3.2 genoemde fundamentele rechten geldt niet dat voorrang toekomt aan één van beide rechten. Welk van de beide genoemde wederzijdse belangen in het concrete geval zwaarder weegt, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Het gebruikelijke toetsingskader bij een botsing van deze grondrechten kent een aantal elementen die in dit geval niet nuttig zijn. Ook dat hangt samen met het feit dat het hier niet gaat om de inhoud van een publicatie (al dan niet naar aanleiding van uitingen van [eiser] ), maar uitsluitend om de manier waarop hij wordt aangeduid. Zo beroept [eiser] zich er bijvoorbeeld op dat het aan wederhoor heeft ontbroken. Dat is een aspect dat over het algemeen zeer relevant is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van een inhoudelijke publicatie, maar bij de beoordeling of [eiser] mag worden aangeduid met de woorden die BNNVARA heeft gebruikt is niet goed voorstelbaar wat wederhoor hieraan toe of af zou hebben gedaan.

3.4.

De omstandigheden die bij de toetsing de doorslag geven en in het hiernavolgende aan de orde zullen komen zijn de volgende:

- het medium waarop de uitlatingen zijn gedaan;

- de rechtmatigheid van een waardeoordeel;

- de eigen positie in het maatschappelijk debat.

De toetsing

Het medium [website 1] .nl

3.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat de website [website 1] .nl een online opiniewebsite is. Anders dan [eiser] stelt, rust op de media in het algemeen geen verplichting om nieuws uitsluitend op een objectieve wijze te brengen. Die verplichting heeft een opiniewebsite als [website 1] .nl dus ook niet. Het feit dat op de website een onderscheid wordt gemaakt tussen de categorieën ‘nieuws’ en ‘opinie’ maakt dat niet anders. BNNVARA heeft ter zitting aan de hand van enkele voorbeelden gemotiveerd aangegeven dat ook de berichten in de categorie ‘nieuws’ op [website 1] .nl regelmatig zijn doortrokken van opinie en waardeoordelen. Het is dus niet zo dat nieuwsberichten in alle andere gevallen neutraal of objectief worden gebracht en dat alleen berichtgeving over [eiser] daarop een uitzondering is. Dat [eiser] het NOSjournaal een goed voorbeeld vindt van objectieve berichtgeving van nieuws, zoals hij ter zitting heeft gemeld, mag zo zijn. Maar [website 1] .nl kiest een andere insteek dan de NOS en pretendeert geen neutraliteit. [eiser] wordt om die reden niet gevolgd in zijn standpunt dat [website 1] .nl een duidelijk onderscheid moet maken tussen de publicaties met betrekking tot ‘nieuws’ en tot ‘opiniestukken’.

Waardeoordeel

3.6.

Het gaat bij de gewraakte termen ‘corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ om waardeoordelen over [eiser] . Een dergelijk waardeoordeel is alleen dan onrechtmatig als het excessief is en elk feitelijke basis daarvoor ontbreekt.

3.7.

[eiser] ontkent niet dat corona bestaat, hij verzet zich naar eigen zeggen alleen tegen het coronabeleid. De aanduiding is dus onjuist, aldus [eiser] , en daarom onrechtmatig. BNNVARA heeft gemotiveerd aangegeven dat de term corona-ontkenner een gebruikelijke aanduiding is die moet worden vergeleken met bijvoorbeeld de term klimaat-ontkenner. In beide gevallen wordt het bestaan van corona of klimaat niet ontkend, maar wordt aangegeven dat de tot deze groep behorende mensen een duidelijk andere kijk hebben op de daarmee samenhangende problematiek dan de heersende opvatting.

Daarmee heeft de aanduiding naar het oordeel van de voorzieningenrechter een voldoende feitelijke basis, en is zij niet excessief.

3.8.

Het gebruik van de term ‘viruswaanzinnige’ refereert volgens BNNVARA aan de oude naam ‘viruswaanzin’ waaronder Viruswaarheid in het verleden naar buiten trad. [eiser] heeft terecht opgemerkt dat het niet alleen om een verwijzing lijkt te gaan naar de naam van een groep mensen die zich eerder onder de naam Viruswaanzin manifesteerde en waar [eiser] deel van uitmaakte, maar ook naar de vermeende geestelijke toestand van [eiser] zelf. Daarmee is de aanduiding nog niet onrechtmatig. De link met de voormalige naam van Viruswaarheid is onmiskenbaar. De woordspeling die BNNVARA dan toepast die iets insinueert over de geestesgesteldheid van [eiser] is niet op feiten gebaseerd, maar naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel in lijn met de stijl die [website 1] .nl bezigt en uitdraagt en als zodanig niet excessief. Dit geldt temeer in het licht van het hierna te bespreken criterium, namelijk de houding en toon van [eiser] zelf in het maatschappelijk debat.

3.9.

Voor het gebruik van de term ‘sekteleider’ stelt [eiser] dat deze term onjuist is omdat een sekte een godsdienstige overtuiging/beweging is die afwijkt van een veel grotere godsdienstgemeenschap en dat godsdienst bij [eiser] geen enkele rol speelt omdat hij atheïst is. BNNVARA heeft ter zitting het gebruik van de term ‘sekteleider’ toegelicht. De term ‘sekteleider’ refereert aan de positie van [eiser] als onbetwiste leider van een beweging die zijn aanhangers wil bevrijden van de corona-terreur. Dat hij een dergelijke positie inneemt heeft [eiser] niet betwist. Voorts geldt dat [eiser] in het door BNNVARA als productie 4 overgelegde artikel van [website 2] .nl van 30 mei 2021 stelt: “Ik wil er voor hen zijn, als voorbeeld, als hoop of baken.”. In datzelfde artikel stelt [eiser] (zie onder het kopje Sekteleider) dat hij het “mooi” vindt dat hij “een held, een icoon” is voor grote groepen mensen die zich afzetten tegen de coronamaatregelen en wordt verder duidelijk dat er ook speldjes met zijn beeltenis in omloop zijn ( [eiser] : “Dat is toch mooi?”). Met deze toelichting heeft BNNVARA aannemelijk gemaakt dat de aanduiding ‘sekteleider’ in opiniërende zin voldoende feitelijke grondslag heeft en niet over de grens gaat.

Wijze van deelname aan het publieke debat.

3.10.

Beide partijen nemen actief deel aan het publieke debat over corona en de daarmee samenhangende problematiek. De toon die [eiser] daarbij kiest is confronterend en zal door sommigen als schokkend of beledigend worden ervaren.

Zo staat in het artikel van [website 2] .nl de uitlating van [eiser] over minister Grapperhaus: “Hij ziet er niet alleen als een nazi uit, hij gedraagt zich ook zo”.

Ook heeft BNNVARA ter zitting gewezen op onder meer:

  • -

    de door [eiser] gemaakte vergelijking van de mondkapjesplicht in Rotterdam met de draagplicht van een Jodenster,

  • -

    zijn (volgens [eiser] grappig bedoelde) tweet van 26 mei 2021 aan de toen in een safe house ondergedoken [A] “Ik heb [B] net gesproken, je mag weer naar buiten. Op voorwaarden dat je het debat aangaat en stopt met haatzaaien”,

  • -

    zijn op 12 juni 2021 tijdens de reanimatie van de Deense voetballer [C] op het EK verzonden tweet “Er valt net een Deen dood neer op het EK hopelijk kunnen ze hem nog reanimeren. Het experiment is schandalig mislukt. Soms is gelijk krijgen het ergste dat je kan overkomen. Er moet direct gestopt worden met injecties.”,

  • -

    zijn op Facebook geplaatste mededeling dat hij natuurlijk niet hoopt dat de Nederlandse regering het lot wacht van de in 1989 geëxecuteerde Roemeense dictator Ceauşescu en

  • -

    zijn begin september 2021 gedane mededeling “Natuurlijk proberen we het juiste te doen en binnen de perken van de democratische rechtsstaat te houden. Alleen, er komt steeds meer een punt waarop we een volksopstand zien, waar iedereen met z’n rieken het Tweede Kamergebouw bestormt en we een herhaling van de gebroeders De Witt krijgen. Dat is onvermijdelijk op dit moment.”.

De manier waarop [eiser] in het debat van zich laat horen brengt mee dat hij zich moet laten welgevallen dat in reactie daarop de standpunten eveneens prikkelend geformuleerd worden. In dat licht bezien zijn de aanduidingen op [website 1] .nl over [eiser] zeker niet buitenproportioneel of excessief te noemen.

Slotsom

3.11.

De slotsom is dat [website 1] .nl een opiniërende website is. Zij heeft niet de verplichting om nieuwsberichten neutraal of zonder waardeoordelen te publiceren. Beide partijen nemen actief deel aan een publiek debat dat geregeld in onverbloemde bewoordingen wordt gevoerd. De bestreden aanduidingen worden in de context van het geheel niet als excessief beoordeeld. Daarnaast is het niet zo dat elke feitelijke basis ervoor ontbreekt. Dat betekent dat de belangenafweging in het voordeel van BNNVARA uitvalt. Het gebruik van de woorden ‘corona-ontkenner’, ‘viruswaanzinnige’ en ‘sekteleider’ is dan ook niet onrechtmatig jegens [eiser] .

3.12.

Op grond van het vorenstaande komen de gevraagde voorzieningen niet voor toewijzing in aanmerking.

3.13.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van BNNVARA worden, met uitzondering van de nakosten, begroot op:

- griffierecht € 667,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.683,00

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van BNNVARA tot op heden begroot op € 1.683,00,

4.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten. Deze kosten worden begroot op:
- € 163,00 aan salaris advocaat, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan,
- op € 85,00 aan salaris advocaat alsmede de explootkosten van betekening van dit vonnis, indien vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden.

4.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2021.1

1 type: TS (4428)