Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:4436

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-09-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
16/019130-21 en 10-228197-18 (Tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorbereiding plofkraak: verdachten reden met hoge snelheid in een snelle Audi over de A2. In de Audi werden 10 jerrycans benzine, 2 bivakmutsen en een nieuwe Nokia telefoon met nieuwe prepaid simkaart aangetroffen. Dit in combinatie met bijkomende omstandigheden (waaronder een papiertje in de jas van één van de verdachten met adressen in Duitsland, foto’s en video’s van pinautomaten aangetroffen in de telefoon van één van de verdachten en de aankoop van aluminiumpoeder en hexamine) voldoende voor een bewezenverklaring van voorbereiding plofkraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/019130-21 en 10-228197-18 (Tul)

Vonnis van de meervoudige kamer van 14 september 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de PI te Dordrecht.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 26 april 2021, 9 juni 2021 en 31 augustus 2021. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 31 augustus 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.P. Altena en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de terechtzitting van 14 juni 2021 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

In de periode gelegen tussen 18 augustus 2020 en 21 januari 2021 te Utrecht/Nederland in vereniging meerdere goederen voorhanden heeft gehad die waren bestemd ter voorbereiding van een plofkraak.

3 VOORVRAGEN

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging. De raadsman stelt dat sprake is van handelen van de politie en het OM waarbij er doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdediging tekort is gedaan aan een recht op een eerlijke behandeling van de zaak en waarbij sprake is van schending van essentiële beginselen van een behoorlijke procesorde in het algemeen, omdat de politie ten onrechte een politiefoto van verdachte heeft getoond aan medewerkers van “ [bedrijf 1] ”, waarna een valse herkenning van verdachte door de medewerkers heeft plaatsgevonden. Dat deze herkenning vals is, volgt uit het feit dat de medewerker heeft beweerd dat de persoon op de foto (verdachte), op 27 januari 2021 aluminiumpoeder heeft gekocht, terwijl verdachte op die datum in voorlopige hechtenis zat.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het OM wel ontvankelijk is in haar vervolging, omdat geen sprake is van een schending van een eerlijke behandeling van de zaak, een schending van essentiële beginselen van een behoorlijke procesorde of van een vormverzuim. Er is geen sprake geweest van een doelbewust onjuist of sturend handelen door de politie en aan de op grond van de jurisprudentie geldende vereisten was voldaan.

3.3

Het oordeel van de rechtbank
Voor een niet-ontvankelijk verklaring van het OM, de meest vergaande sanctie, is, gezien de richtinggevende jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot dit artikel, alleen dan plaats indien de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan. Daarnaast kan in een zeer uitzonderlijk geval de niet-ontvankelijkheid van het OM worden aangenomen zonder dat de belangen van verdachte zijn geschonden. Het gaat dan om gevallen van zeer fundamentele inbreuken op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waarbij de belangen van verdachte weliswaar niet zijn geschaad, maar het wettelijke systeem in de kern is geraakt. Door de raadsman is onder verwijzing naar een aantal omstandigheden een beroep gedaan op bovengenoemde criteria.

De rechtbank overweegt als volgt. Door een tweetal opsporingsambtenaren - die niet betrokken waren bij de aanhouding van verdachte op 21 januari 2021 - is bij “ [bedrijf 1] ” gevraagd wanneer er voor het laatst aluminiumpoeder gekocht was. Een medewerker antwoordt daarop dat hij dacht dat dit op 27 januari was geweest en wel door een andere persoon dan de medeverdachte [medeverdachte 1] . Nadat deze medewerker een signalement heeft gegeven van die andere persoon, tonen de agenten een politiefoto van verdachte aan de medewerkers (afzonderlijk van elkaar). De rechtbank concludeert hieruit dat geen sprake is geweest van een doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte handelen door de politie of van een zeer fundamentele inbreuk op de beginselen van een goede procesorde. De datum was onzeker en niet vastgesteld kan worden dat de agenten die de foto toonden, wisten dat verdachte op die datum vastzat. Ook de fotoconfrontatie is niet evident onzorgvuldig. Er is derhalve geen sprake van een fundamentele of ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Naar het oordeel van de rechtbank is het OM dan ook ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de fotoconfrontatie niet gebruikt wordt voor het bewijs.

Overige voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie heeft hierbij opgemerkt dat voor wat betreft de goederen omschreven in de tenlastelegging de afstandsbediening uit de bewezenverklaring kan worden gestreept, nu uit het onderzoek niet is gebleken of deze afstandsbediening verband houdt met de voorbereiding van de plofkraak.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat sprake is van onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Inleiding

Op 21 januari 2021 omstreeks 00:55 uur zagen opsporingsambtenaren van de landelijke eenheid op de A2 (richting Utrecht) een Audi, type RS6, voorzien van een Duits kenteken ( [kenteken] ), rijden. Geconstateerd werd dat het voertuig de snelheidslimiet fors overschreed. Ter hoogte van het tankstation Haarrijn hebben zij het voertuig een volgteken gegeven. In eerste instantie leek de bestuurder hieraan gevolg te geven, maar rijdend op de afrit naar het tankstation stuurde hij op het laatste moment terug en reed vervolgens met hoge snelheid weg. Hierbij werden tevens de lampen van het voertuig gedoofd.2 Een tweede politievoertuig kon meteen de achtervolging inzetten, maar ondanks dat zij 250 kilometer per uur reden, wist het vluchtende voertuig uit het zicht te raken. Later, bij het uitlezen van het Track & Trace systeem van de Audi, is gebleken dat het voertuig snelheden behaalde tot 296 kilometer per uur.3 Ter hoogte van Utrecht, in de Leidsche Rijn tunnel, zagen de opsporingsambtenaren veel stof en remsporen, gevolgd door auto-onderdelen en zagen zij dat de Audi gecrasht op de rijbaan stond. De inzittenden hadden de plaats van het ongeval verlaten.4 Op de camerabeelden van Rijkswaterstaat was zichtbaar dat drie personen zich lopend in de parallel tunnel begaven. Kort daarna werden eerst twee personen: [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] (medeverdachten) aangehouden5 en vervolgens een derde persoon die zich achter een barrière bevond: [verdachte] (verdachte).6

Onderzoek Audi

Proces-verbaal van bevindingen

Wij, verbalisanten, hebben onderzoek gedaan naar de aangetroffen Audi RS6 met Duits kenteken [kenteken] . Tijdens de doorzoeking zijn de volgende goederen aangetroffen in de auto:

- 107 jerrycans van 20 liter (inhoud vermoedelijk benzine/diesel);8

- twee bivakmutsen, waarvan één nog in de verpakking;

- een nog verzegelde verpakking voor een prepaid simkaart;

- een nog verzegelde doos van een Nokia 105 telefoon.9

Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken

Ons team doet onderzoek naar alle ram- en plofkraken sinds 1 januari 2012.10

Op 21 januari 2021 vond er een onderzoek plaats in de Audi RS6 voorzien van kenteken [kenteken] . In deze Audi werden een tiental jerrycans aangetroffen, vermoedelijk, gezien de reuk, met benzine.11 Uit onderzoek is ons bekend dat deze jerrycans met benzine worden gebruikt door de verdachten om tijdens de uitvoering van een plofkraak de door hen gebruikte auto te kunnen bijvullen met benzine zodat men niet naar een tankstation hoeft te gaan waar mogelijk videobeelden van de verdachten vastgelegd kunnen worden. Verder lagen in de Audi een tweetal bivakmutsen. Dergelijke bivakmutsen worden standaard gebruikt door verdachten die een plofkraak gaan uitvoeren, dit om herkenning te voorkomen op de bewakingsbeelden.12 In de Audi lag achter de bestuurdersstoel voorts een nieuwe GSM. Dit is een zogenaamde wegwerptelefoon. Door verdachten van plofkraken worden veelal voor een plofkraak diverse nieuwe goedkope gsm’s aangeschaft waarmee men tijdens een plofkraak communiceert. Kort na zo’n plofkraak worden deze gsm’s weggegooid dan wel vernield, zodat deze niet te herleiden zijn. Het betreft gsm’s met een prepaid kaart.13

Proces-verbaal van bevindingen: Huurcontract

Ik, verbalisant, deed onderzoek naar het huurcontract behorende bij de gecrashte Audi RS6. Op het huurcontract stond de naam: [A] en het adres: [adres] te [woonplaats] . Uit de politiesystemen werd een foto van deze persoon aangetroffen. De verhuurder heeft verklaard dat dit niet de persoon was die de Audi heeft gehuurd.14 Uit onderzoek blijkt voorts dat het opgegeven adres geen bestaande combinatie betreft. Vermoedelijk is door de huurder van de Audi een vals rijbewijs en een vals adresdocument getoond.15

Uit het huurcontract volgt dat de huurperiode 20 januari 2021 (vanaf 17:00 uur) tot en met 21 januari 2021 betrof.16

Verklaring verdachte [verdachte]

Ik was de bestuurder van de Audi. Ik reed vanuit Wuppertal (Duitsland) vanaf ongeveer 18.00 uur naar Nederland en zat tot en met de crash in de tunnel achter het stuur.17

Proces-verbaal van bevindingen (zoeken in de Leidsche Rijn tunnel)

Op 1 maart 2021 hebben wij, verbalisanten, gezocht in de Leidsche Rijn tunnel naar goederen (telefoons) die mogelijk door verdachten ergens langs de barrière waar zij zich hadden opgehouden waren gedumpt/verstopt.18 Ter hoogte van hectometerpaal 60.9 zagen/ voelden wij in een opening in het zand onder de betonnen barrière links een zwarte IPhone en rechts een Audi RS autosleutel liggen.19

Fouillering medeverdachte [medeverdachte 1]

Proces-verbaal van bevindingen

Wij, verbalisanten, hebben verdachte [medeverdachte 1] overgenomen van de collega’s die hem hadden aangehouden. Hierbij kreeg ik, verbalisant, van mijn collega een autosleutel van het merk Mercedes die in de rechter jaszak van [medeverdachte 1] had gezeten. Op het bureau fouilleerde ik [medeverdachte 1] . In het vakje op de linker bovenarm van zijn jas voelde ik iets zitten. Het bleek een dichtgevouwen papiertje. Ik opende het papiertje en zag daarop met pen meerdere Duitse adressen geschreven staan.

Proces-verbaal van bevindingen (onderzoek adressen papiertje)

Op het papiertje dat tijdens de insluitingsfouillering van verdachte [medeverdachte 1] in een zakje op zijn jas was aangetroffen, stonden meerdere met de hand geschreven Duitse adressen geschreven. Door de Duitse politie werd bevestigd dat de adressen op genoemd papiertje supermarkten zijn met een geldautomaat van de betreffende lokale spaarbank.20

Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken

Tijdens de fouillering van verdachte [medeverdachte 1] werd een handgeschreven briefje aangetroffen met daarop een aantal adressen in Duitsland. In enkele van deze plaatsen zijn eerder, ook recent nog, plofkraken gepleegd. Uit eerdere onderzoeken is het mij, verbalisant, gebleken dat verdachten vaker terug gaan naar plaatsen waar zij reeds eerder een plofkraak hebben gepleegd.21

IPhone medeverdachte [medeverdachte 1]

Proces-verbaal van bevindingen: Mercedes

Uit de GPS-gegevens van de Audi bleek dat er op 21 januari 2021 om 00:43 uur een parkeerplaats te Diemen was bezocht. Tijdens de aanhouding bleek verdachte [medeverdachte 1] een autosleutel van het merk Mercedes bij zich te hebben.22 Wij, verbalisanten, zijn naar de parkeerplaats te Diemen gegaan. Bij het indrukken van de sleutel zagen wij de alarmverlichting van een zwarte Mercedes Citan oplichten. Op de Mercedes stond: ' [bedrijf 2] '. Uit meerdere registraties is gebleken dat [medeverdachte 1] de bestuurder is geweest van deze Mercedes en dat hij werkzaam zou zijn voor [bedrijf 2] . Het voertuig is door ons doorzocht. In de rechter portier troffen wij een roze iPhone aan. Deze werd door ons in beslag genomen.23

Proces-verbaal van bevindingen: roze iPhone uit Mercedes

De roze IPhone 7 die in de Mercedes is aangetroffen, is onderzocht.24

Uit het onderzoek is gebleken dat verdachte [medeverdachte 1] vanaf juni 2020 gebruik heeft gemaakt van deze telefoon.25

In de telefoon was te zien dat er recent onder andere gezocht was op de termen:

• Geldautomat gesprengt

• [winkel] ( [straat] )

• Jerrycans 20 liter

• Sparkasse Sulingen.

Aluminiumpoeder

[winkel] betreft een winkel voor kunstenaarsbenodigdheden. In deze winkel is aluminiumpoeder gekocht door verdachte [medeverdachte 1] . Te zien was dat er op 20 januari 2021 omstreeks 14:54 uur gelogd is op het adres [adres] te [woonplaats]26, alwaar [bedrijf 1] is gevestigd, en dat er op die dag ook daadwerkelijk een verkoop is geweest van drie potjes aluminiumpoeder aan verdachte [medeverdachte 1] .27

Zoektermen

In de geschiedenis van de telefoon was te zien dat onder andere, en recent, de volgende pagina’s bezocht waren:

• Meerdere Duitse nieuwsberichten over gepleegde plofkraken

• Suche Kreissparkasse Grafschaft Diepholtz

• Audi RS6 te koop

Opvallend is dat er op vrijdag 15 januari 2021 een plofkraak gepleegd is in Sulingen.28

Hexamine

In de telefoon waren notities opgeslagen waarin onder andere het volgende geschreven was:

Op 8-9-2020: [bedrijf 3] .nl 01802-1000 hexamine. [bedrijf 3] is een groothandel in chemicaliën en hexamine is volgens de forensische opsporing een stof die gebruikt kan worden bij het maken van een explosief.

Op 8 september 2020 is er een bestelling geplaatst bij [bedrijf 3] .nl.29

Proces-verbaal van bevindingen (bestelling [bedrijf 3] (hexamine))

In de iPhone 7 van [medeverdachte 1] werd een screenshot aangetroffen van een bestelling bij [bedrijf 3] .nl op 8 september 2020. Uit onderzoek bij www. [bedrijf 3] .nl bleek dat er twee keer hexamine à 1 kg besteld was voor een bedrag van € 99,70 euro. De bestelling was gedaan door [B] te Amsterdam.30

Proces-verbaal van bevindingen (gesprek met koper [B] )

Op 20 februari 2021 verklaarde [B] aan ons, verbalisanten: “Er werd mij gewoon gevraagd om dit te bestellen. Ik heb er niet echt op doorgevraagd. Het is hier afgeleverd geweest en hij heeft het hier ook opgehaald. Het klopt dat ik het besteld had maar het was omdat [C] dit gevraagd had. [C] was een scharrel van mij. Volgens mij woont hij in [woonplaats] .31 Hij rijdt in een zwarte werkbus. Ik had het besteld op zijn verzoek en toen heb ik een screenshot gemaakt en die via snapchat naar [C] gestuurd.” Vervolgens toonden wij een politiefoto van Issam [medeverdachte 1] zonder hierbij zijn personalia te vermelden. Wij hoorden [B] zeggen: “Ja ja dat is [C] . Althans tegen mij zei hij [C] .”32

Foto’s en video’s pinautomaten

Op de telefoon werden meerdere foto’s van verdachte [medeverdachte 1] aangetroffen. Ook werden er twee foto’s aangetroffen van een pinautomaat. De foto’s waren gemaakt met een iPhone 7 en opgeslagen in de camera map. De foto’s zijn gemaakt op 23 december 2020 omstreeks 03:30 uur. Uit de ingezoomde foto blijkt dat het een Zwitserse pinautomaat betreft.33

Er werden voorts drie video’s aangetroffen van een losse ABN Amro pinautomaat. De opnamen waren gemaakt op 2 september 2020 met een iPhone 7.34 Te zien is dat er een pinautomaat met spanband vast staat aan de wand van vermoedelijk een laadruimte van een vrachtwagen. Te zien is dat de persoon die filmt de pinautomaat rondom filmt.

Op een video van 15 september 2020 zijn twee mannen met bivakmutsen op te zien waarbij kleding wordt ingepakt in een grote tas.35 Op een video van 24 september 2020 is een vuurwapen te zien: er komt een sealbag in beeld met daarin vermoedelijk een vuurwapen en munitie. Te zien is dat een persoon met latexhandschoen een vuurwapen uit een wapenkoffer haalt deze omdraait en weer in de wapenkoffer legt.36

Op vijf video’s van 23 december 2020 tussen 02:30 en 03:10 uur werden pinautomaten en de omgeving gefilmd. De opnamen waren gemaakt met een iPhone 7.37 Op de video’s is te zien dat de persoon die filmt meerdere pinautomaten op verschillende locaties filmt. De opnamen zijn gericht op de pinautomaat en de directe omgeving. Bij het inzoomen is te zien dat het gaat om een bank in Zwitserland.38

Op de telefoon stonden sms-berichten geregistreerd met “Welkom in Duitsland” op 14 november 2020, 22 december 2020 en 23 december 2020 en stond een sms-bericht geregistreerd met “Welcome in Swiss” op 22 december 2020.39

Proces-verbaal van bevindingen (precusoren voor explosieven (hexamine en aluminiumpoeder))

Ik, verbalisant, ben werkzaam als operationeel expert forensische opsporing met als specialisme explosies en explosieven. Aluminiumpoeder en Hexamine, zijn bekende grondstoffen voor het fabriceren van explosieven.40

Toepassing aluminiumpoeder: twee bekende voorbeelden uit plofkraak zaken zijn:

• bestanddeel van flitspoeder;

• bestanddeel van de springstof ANAL.

Flitspoeder wordt vaak uit vuurwerk gehaald. Een bekend voorbeeld van een explosief met flitspoeder is de zogenoemde pizzaschuif. Flitspoeder kan zelf gemaakt worden en dan is aluminiumpoeder een essentieel onderdeel.

Toepassing hexamine: grondstof voor diverse explosieve stoffen; twee bekende voorbeelden: RDX; HMTD.41 In deze zaak is opvallend de hoeveelheid aangekochte hexamine (2 kg). Uit 2 kg Hexamine kan circa 1,2 kg HMTD van worden gemaakt. Dat is een grote hoeveelheid springstof. Zowel aluminiumpoeder als Hexamine zijn precursoren voor de synthese van springstoffen. Beiden zijn bekend binnen plofkraken onderzoeken in Nederland.42

Bewijsoverwegingen

Juridisch kader

Voor beantwoording van de vraag of de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen zijn bewezen, moet komen vast te staan dat de in de tenlastelegging omschreven voorwerpen, stoffen, informatiedragers en vervoermiddelen bestemd waren tot het begaan van het misdrijf, in dit geval het teweegbrengen van een ontploffing, een zogenoemde plofkraak.

Daartoe dient te worden beoordeeld of de middelen, afzonderlijk dan wel gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen van de verdachte, dienstig konden zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik daarvan voor ogen had.

Beoordeling

Op 21 januari 2021 kort na middernacht zat verdachte met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een Audi RS6 met Duits kenteken, welke auto gehuurd was onder een valse naam. De Audi reed met hoge snelheid op de A2 vanuit Amsterdam richting Utrecht. Toen de politie hen staande wilde houden, gingen ze er met zeer hoge snelheid tot bijna 300 kilometer per uur vandoor, terwijl de lampen van de Audi werden gedoofd. Na de crash hebben zij de Audi direct verlaten en probeerden zij zich (in eerste instantie) schuil te houden voor de politie en zijn zij uiteindelijk in de paralleltunnel aangehouden. In de Audi werden onder meer 10 jerrycans met elk 20 liter benzine (in totaal 200 liter benzine), 2 bivakmutsen en een nieuwe Nokia (wegwerp)telefoon en nieuwe prepaid simkaart aangetroffen.

Vervolgens wordt bij de medeverdachte [medeverdachte 1] een papiertje in zijn jas aangetroffen, met daarop adressen van supermarkten met een pinautomaat in Duitsland. Voorts worden in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] meerdere foto’s en video’s aangetroffen van pinautomaten, waaronder in Zwitserland, en zijn in zijn telefoon de volgende zoektermen aangetroffen en/of internetpagina’s bezocht: ‘Geldautomat gesprengt’, ‘Sparkasse Sulingen’, ‘Suche Kreissparkasse Grafschaft Diepholtz’ en meerdere Duitse nieuwsberichten over gepleegde plofkraken. Verder blijkt uit onderzoek dat medeverdachte [medeverdachte 1] hexamine en direct voorafgaande aan het ten laste gelegde (op 20 januari 2021) nog drie potjes aluminiumpoeder heeft gekocht. Aluminiumpoeder en hexamine zijn bekende grondstoffen voor het maken van explosieven.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte op 21 januari 2021 diverse voorwerpen voorhanden had die gezamenlijk en in onderlinge samenhang bezien naar hun uiterlijke verschijningsvorm bestemd waren voor het plegen van een plofkraak. Dit volgt ook uit de processen-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken. Uit de inhoud van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt een uitvoerige interesse in geldautomaten die ontploft zijn in Duitsland in de periode van de tenlastelegging. Dit in combinatie met meerdere filmpjes en foto’s van geldautomaten in (onder meer) Zwitserland en met name de aanwezigheid van een concrete lijst met adressen van geldautomaten in Duitsland in de jas van medeverdachte [medeverdachte 1] , maakt dat het voorhanden hebben van de verschillende voorwerpen niet anders kan worden uitgelegd dan dat het misdadige doel van verdachte(n) daadwerkelijk gericht was op het plegen van een plofkraak.

Dat verdachte niet op de hoogte was van dit misdadige doel, nu deze zaken niet bij hem of in zijn telefoon zijn aangetroffen, volgt de rechtbank niet. Uit het feit dat verdachte de bestuurder van de Audi RS6 (een type auto dat veelal bij plofkraken wordt gebruikt) met Duits kenteken is die hij die dag onder een valse naam heeft gehuurd en bestuurd en er diverse goederen in die auto kennelijk bestemd voor het plegen van plofkraken zijn aangetroffen, maakt dat het kennelijke misdadige doel ook bij verdachte bekend moet zijn geweest. Een extra aanwijzing daarvoor vindt de rechtbank in de omstandigheid dat híj degene is die er na een stopteken van de politie met gedoofde lichten en een snelheid van bijna 300 kilometer vandoor gaat, terwijl er 200 liter benzine zich in de auto bevindt. Na de crash houdt hij zich bovendien schuil achter de barrière in de tunnel van de parallelbaan en verstopt hij zijn autosleutel en telefoon voor de politie. Uit die telefoon – die voor maar een beperkt gedeelte kon worden uitgelezen – wordt een video van mannen met bivakmutsen aangetroffen.

Zoals door het team ram- en plofkraken is omschreven, duidt het geheel erop dat verdachte en zijn medeverdachten met de Audi onderweg waren naar een plek (bijvoorbeeld een garagebox) alwaar de rest van de noodzakelijke attributen zouden worden opgehaald om vervolgens naar Duitsland te gaan om daar een plofkraak te plegen diezelfde nacht.

Medeplegen (in vereniging)

Voor wat betreft het medeplegen overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 1] hebben de voorwerpen vervoerd in een snelle Audi met een Duits kenteken. Na de crash zijn de drie inzittenden van de auto weggerend. Uit het dossier volgt dat verdachte degene is geweest die het vervoer (de Audi) geregeld en geleverd heeft (gehuurd onder een valse naam) en de bestuurder was van de Audi. De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft de benodigde goederen geregeld (benzine, bestanddelen voor de explosieven) en de informatie verzameld. Gelet op de gezamenlijke uitvoering bij het vervoeren en de rolverdeling zoals hiervoor omschreven, waarbij beiden een wezenlijke bijdrage aan het plegen hebben geleverd, is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachten en dat om die reden van medeplegen kan worden gesproken.

Verklaringen verdachte

Verdachte heeft verklaard dat hij de auto heeft gehuurd om een dagje te gaan chillen. De rechtbank acht het niet geloofwaardig dat verdachte deze auto helemaal in Duitsland heeft opgehaald, en dus daarvoor in totaal ongeveer 500 kilometer heeft gereden, en bovendien gehuurd heeft onder een valse naam, om één dagje te chillen. Daar komt nog bij dat verdachte op dat moment wist dat hij helemaal niet mocht rijden omdat zijn rijbewijs was ingevorderd.

Verdachte heeft voorts verklaard dat hij wegreed van de politie, omdat hij geen rijbewijs had. De rechtbank acht ook deze verklaring niet geloofwaardig. Verdachte vond het immers eerder die dag geen probleem om 500 kilometer te rijden zonder rijbewijs en nadat hij het volgteken had genegeerd, vond hij het ook geen punt om vervolgens met meer dan 250 kilometer per uur zonder verlichting over de snelweg te rijden (met gevaar voor zijn eigen en andermans leven) en na de crash de plaats van het ongeval te verlaten, feiten die op grond van de Wegenverkeerswet vele malen zwaarder bestraft worden dan rijden zonder rijbewijs.

Over de in de tunnel aangetroffen autosleutel en telefoon heeft verdachte verklaard dat deze uit zijn zak moeten zijn gevallen. Ook deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. Uit het dossier volgt namelijk dat de autosleutel en de telefoon van verdachte zijn gevonden in de opening onder de barrière. Ze waren niet te zien als je de opening inkeek, hiervoor moest op de grond gelegen worden en gevoeld worden aan de binnenzijde van de opening. Het zag eruit alsof ze waren verstopt (p. 244 van het dossier).

De rechtbank acht de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig en schuift deze dan ook terzijde.

Conclusie

De rechtbank acht op basis van het voorstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] op 21 januari 2021 voorwerpen voorhanden heeft gehad die waren bestemd tot het plegen van een plofkraak en dat verdachte opzet had op het plegen van dat misdrijf.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de periode gelegen tussen 8 september 2020 en 21 januari 2021 te Nederland tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten teweeg brengen van een ontploffing in een geldautomaat (zogenaamde plof kraak) waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of personen te duchten is (ex artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht), opzettelijk

- een hoeveelheid aluminiumpoeder en

- een hoeveelheid hexamine (ongeveer 2 kilogram) en

- meerdere foto's van (Zwitserse) geldautomaten en

- meerdere foto's en video's van één of meerdere (niet ingebouwde) geldautomaten en de (daarbij horende) omgeving en

- één of meerdere video's van vuurwapen(s), in elk geval (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en

- 10 jerrycans inhoudende benzine en

- één (nieuwe) mobiele telefoon (prepaid) en

- meerdere bivakmutsen en

- meerdere autosleutels en

- één (handgeschreven) briefje met daarop adressen van geldautomaten in Duitsland en

- een voertuig (Audi type RS6 met Duits kenteken ( [kenteken] )),

bestemd tot het begaan van voornoemd misdrijf, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Voorbereiding van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, en voorbereiding van diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd. De eis van de officier van justitie is te hoog. Gelet op de houding van verdachte in deze zaak, zijn beperkte rol in het geheel en zijn persoonlijke omstandigheden is er geen ruimte meer om aan hem een straf op te leggen hoger dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft gezeten.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte 1] op 21 januari 2021 voorwerpen voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee een plofkraak te plegen. Het is een feit van algemene bekendheid dat hierbij aanzienlijke schade wordt toegebracht aan de geldautomaten en de gebouwen waarin deze geldautomaten zich bevinden. Vaak bevinden die geldautomaten zich in de nabijheid van winkels en/of woningen, met alle gevaren van dien. Bovendien veroorzaakt dit soort ernstige feiten gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij. Een plofkraak gaat immers gepaard met een heftige explosie en een grote ravage als gevolg en levert flinke overlast op doordat (publieke) voorzieningen tijdelijk worden lamgelegd. Verdachte heeft zich hierom niet bekommerd en enkel oog gehad voor snel en groot financieel gewin.

De persoon van verdachte

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 juli 2021 waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten (waarvoor aan hem onder andere een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden is opgelegd). De rechtbank houdt hiermee in strafverzwarende zin rekening.

De straf

De rechtbank stelt vast dat de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geen uitgangspunten voor een plofkraak bevatten. De rechtbank heeft bij het bepalen van een straf daarom aansluiting gezocht bij uitspraken die zijn gedaan in soortgelijke zaken. Daaruit blijkt dat voor het teweegbrengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, in beginsel een gevangenisstraf van 24 maanden wordt opgelegd. Nu sprake is geweest van voorbereidingshandelingen bepaalt de wet (artikel 46 lid 2 Wetboek van Strafrecht) dat het maximum van de hoofdstraf met de helft wordt verminderd. In strafverzwarende zin laat de rechtbank meewegen dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten zoals hiervoor vermeld. Daarnaast houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachten in hun vlucht voor de politie gecrasht zijn: door met bijna 300 kilometer per uur zonder verlichting te rijden terwijl er 200 liter benzine in de auto aanwezig was, hebben de verdachten niet alleen zichzelf, maar ook de andere verkeersdeelnemers, alsmede de politie en hulpverleners in groot gevaar gebracht. Het is niet aan verdachte te danken dat het alleen gebleven is bij enkel materiële schade.

De rechtbank is – alles in overweging nemende – van oordeel dat de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan oplegging van een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank acht de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden passend en geboden.

9 BESLAG

De officier van justitie heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat alle inbeslaggenomen en nog ni

et teruggegeven goederen opgenomen op de beslaglijst van 30 maart en 19 mei 2021 verbeurd dienen te worden verklaard, met uitzondering van de afstandsbediening, deze kan worden teruggegeven aan de rechthebbende (de medeverdachte [medeverdachte 2] ).

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    1 stk papier, omschrijving: g2769588;

  • -

    1 stk afstandsbediening, omschrijving: g2769584 [naam] sleutelhanger, Mercedes;

  • -

    1 stk bivakmuts uit tas achter op grond bij band, omschrijving: g2770373;

  • -

    1 stk mondkap in middenconsole, omschrijving: g2770131; en

  • -

    1 stk mondkap in dashbord kast, omschrijving: g2770128,

verbeurd verklaren, nu het gaat om voorwerpen met behulp waarvan het bewezen verklaarde feit is begaan.

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank zal teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten de handschoenen en de afstandsbediening van het merk Somfy, aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende van dit voorwerp kan worden aangemerkt.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden toegewezen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat het gaat om een veroordeling van reeds enige tijd geleden die bovendien een heel ander soort strafbaar feit betrof. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de proeftijd moet worden verlengd.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2019 (parketnummer 10-228197-18) is aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, te weten het onderhavige bewezen verklaarde feit. Op basis daarvan kan de vordering tenuitvoerlegging al worden toegewezen. Dat het geen soortgelijk feit betreft, doet daar niet aan af. Met de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat deze straf alsnog ten uitvoer moet worden gelegd. De rechtbank zal dit om die reden gelasten.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 46, 47, 63, 157 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Ontvankelijkheid officier van justitie

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 15 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1 stk papier, omschrijving: g2769588;

  • -

    1 stk afstandbediening, omschrijving: g2769584 [naam] sleutelhanger, Mercedes;

  • -

    1 stk bivakmuts uit tas achter op grond bij band, omschrijving: g2770373;

  • -

    1 stk mondkap in middenconsole, omschrijving: g2770131;

  • -

    1 stk mondkap in dashbord kast, omschrijving: g2770128.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 10-228197-18

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de meervoudige strafkamer in de rechtbank Rotterdam bij vonnis van 17 mei 2019 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee, voorzitter, mr. E.W.A. Vonk en mr. A.J. Reitsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2021.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks de periode gelegen tussen 18 augustus 2020 en 21 januari 2021 te Utrecht, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten het opzettelijk brandstichten en/of teweeg brengen van een ontploffing in een geldautomaat (zogenaamde plof kraak) waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of personen te duchten is (ex artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht), opzettelijk

- een hoeveelheid aluminiumpoeder (in elk geval meer dan 1400 gram) en/of

- een hoeveelheid hexamine (ongeveer 2 kilogram) en/of

- één of meerdere foto's van (Zwitserse) geldautomaten en/of

- één of meerdere foto's en/of video's van één of meerdere (niet ingebouwde) geldautomaten en/of de (daarbij horende) omgeving en/of

- één of meerdere video's van vuurwapen(s), in elk geval (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- 10 jerrycans inhoudende benzine, althans een brandbare stof en/of

- één of meerdere (werk)handschoenen en/of

- één of meerdere (nieuwe) mobiele telefoons (prepaid) en/of

- één of meerdere bivakmutsen en/of

- één of meerdere autosleutels en/of

- een afstandsbediening/sleutel van/voor een garagedeur/rolluik en/of

- één (handgeschreven) briefje met daarop adressen van geldautomaten in Duitsland en/of

- een voertuig (Audi type RS6 met Duits kenteken ( [kenteken] )),

bestemd tot het begaan van voornoemde misdrijven,

heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft

gehad;

( art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Tenzij anders vermeld zijn deze processen-verbaal als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2021021816, opgemaakt door de politie, eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 373. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar mogelijk wordt volstaan met een verkorte en zakelijke weergave.

2 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ), p. 20-21.

3 Een proces-verbaal van bevindingen van 29 januari 2021 ( [verbalisant 3] ), p. 163-164.

4 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 4] en [verbalisant 5] ), p. 23.

5 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 6] ), p. 28-29.

6 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 7] en [verbalisant 8] ), p. 30.

7 Opmerking van de rechtbank: in het proces-verbaal heeft de verbalisant 8 jerrycans genoteerd. Echter op de afbeelding op pagina 61 van het dossier zijn 10 jerrycans te zien evenals op de foto’s op pagina 90 e.v. van het dossier. De rechtbank gaat derhalve uit van het aantreffen van 10 jerrycans in de Audi.

8 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 9] ), p. 61.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 9] ), p. 62.

10 Een proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken, p. 64.

11 Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken, p. 65.

12 Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken, p. 67.

13 Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken, p. 69.

14 Een proces-verbaal van bevindingen (huurcontract) van 31 januari 2021, p. 149.

15 Proces-verbaal van bevindingen (huurcontract) van 31 januari 2021, p. 150.

16 Bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen (huurcontract) van 31 januari 2021, p. 151.

17 Verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 31 augustus 2021.

18 Een proces-verbaal van bevindingen (zoeken in de Leidsche Rijn tunnel) van 2 maart 2021, p. 243-244.

19 Proces-verbaal van bevindingen (zoeken in de Leidsche Rijn tunnel) van 2 maart 2021, p. 244.

20 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 10] ), p. 60 in combinatie met het handgeschreven papiertje, bijlage bij proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2021 ( [verbalisant 11] en [verbalisant 12] op p. 39.

21 Proces-verbaal van bevindingen van het Landelijk Forensisch Coördinatie Team Ram- en plofkraken, p. 70.

22 Een proces-verbaal van bevindingen (Mercedes) van 1 februari 2021, p. 166.

23 Proces-verbaal van bevindingen (Mercedes) van 1 februari 2021, p. 167.

24 Een proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 172.

25 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 174.

26 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 175 in combinatie met het proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2021, p. 204.

27 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 175 in combinatie met de bijlage (factuur) op p. 200 bij proces-verbaal van bevindingen van 9 februari 2021, p. 198.

28 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 175.

29 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 176.

30 Een proces-verbaal van bevindingen (bestelling [bedrijf 3] ) van 12 februari 2021, p. 206 in combinatie met de bijlage (factuur) op p. 208.

31 Een proces-verbaal van bevindingen (gesprek met koper hexamine) van 20 februari 2021, p. 211.

32 Proces-verbaal van bevindingen (gesprek met koper hexamine) van 20 februari 2021, p. 212.

33 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 177.

34 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 178.

35 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 179.

36 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 180.

37 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 181.

38 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 183.

39 Proces-verbaal van bevindingen (roze iPhone uit Mercedes) van 11 februari 2021, p. 184.

40 Een proces-verbaal van bevindingen (precusoren voor explosieven (hexamine en aluminiumpoeder)) van 9 maart 2021, p. 220.

41 Proces-verbaal van bevindingen (precusoren voor explosieven (hexamine en aluminiumpoeder)) van 9 maart 2021, p. 221.

42 Proces-verbaal van bevindingen (precusoren voor explosieven (hexamine en aluminiumpoeder)) van 9 maart 2021, p. 222.