Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:4305

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-09-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
C/16/526659 / KL ZA 21-220
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De organisatie van de jaarlijkse Televizier-prijzen hoeft niet alsnog het onlineprogramma Roddelpraat van Jan Roos en Dennis Schouten toe te laten tot de nominatieronde. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland beslist. Hoewel Roos en Schouten gelijk hebben dat de organisatie van de Televizier-Ster online videoserie onrechtmatig handelde, betekent dat niet dat het programma Roddelpraat alsnog moet worden toegelaten tot de verkiezing.

Op 7 april van dit jaar kregen Jan Roos en Dennis Schouten te horen dat hun online programma in de top 20 stond voor de Televizier-Ster online videoserie. De serie stond niet op de door de jury samengestelde longlist, maar via het open invoerveld hebben veel mensen het programma Roddelpraat ingevoerd. Hierdoor is het programma alsnog in een tussentijdse lijst opgenomen. Op 21 april is een lijst met 20 winnaars van de kwalificatieronde voor de Televizier-Ster gepubliceerd. Roddelpraat stond op die lijst. Sinds 17 augustus kan het publiek (online) stemmen op één van die 20 programma’s. Op die dag kregen de makers van Roddelpraat te horen dat zij alsnog uitgesloten waren van de verkiezing.

Programmamakers Roos en Schouten zijn het niet eens met de gang van zaken. De voorzieningenrechter oordeelt dat de organisatie van de prijs onrechtmatig heeft gehandeld. De organisatie mag deelnemers uitsluiten, maar de manier waarop dat is gegaan is onzorgvuldig. Maar dat betekent niet dat Roddelpraat alsnog toegelaten moet worden tot de nominatieronde. Dat komt omdat niet vast is komen te staan dat de uitsluiting van de verkiezing schade voor de programmamakers tot gevolg heeft gehad.

Tijdens de zitting van afgelopen donderdag zeiden partijen snel een beslissing te willen hebben. De voorzieningenrechter heeft daarom een zogenoemd kop-staartvonnis gewezen, waarin alleen de beslissing staat. De nadere uitwerking van het vonnis komt over twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Lelystad

zaaknummer / rolnummer: C/16/526659 / KL ZA 21-220

Vonnis in kort geding van 6 september 2021

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

eisers,

advocaten mrs. R.P.J. Ribbert en I.M. van Erkel te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BINDINC B.V.,

gevestigd te Hilversum,

gedaagde,

advocaten mrs. L. Oranje en J.P. van den Brink te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1] en [eiser sub 2] en Bindinc genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 25 augustus 2021 met producties,

  • -

    de producties van Bindinc (1-4)

  • -

    de mondelinge behandeling op 2 september 2021,

  • -

    de pleitnota van [eiser sub 1] en [eiser sub 2]

  • -

    de pleitnota van Bindinc.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. Aan partijen is meegedeeld dat de nadere schriftelijke uitwerking van dit vonnis op maandag 20 september 2021 zal volgen.

2 Inleiding

2.1.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] maken het online programma [naam programma] . Op 7 april 2021 kregen zij bericht dat zij in de tussentijdse top 20 stonden voor de Televizier-Ster Online-videoserie (hierna: de Televizier-Ster). De serie stond niet op de door de jury samengestelde longlist. Maar via het open invoerveld heeft het publiek zodanig vaak gestemd op [naam programma] dat het programma in de tussentijdse lijst is opgenomen. Op 21 april 2021 is de lijst van 20 winnaars van de kwalificatieronde voor de Televizier-Ster gepubliceerd en daarvan maakte [naam programma] deel uit.

2.2.

Op 17 augustus 2021 is de Nominatieronde van start gegaan. Deze stemronde bepaalt de uiteindelijke winnaar van de Televizier-Ster. Op 17 augustus 2021 ontving [naam programma] bericht van de organisatie dat [naam programma] was uitgesloten van de verkiezing.

2.3.

[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen, kort gezegd, dat [naam programma] alsnog wordt toegelaten tot de Nominatieronde van de Televizier-Ster en dat de stemming opnieuw moet worden gestart, op straffe van een dwangsom. Aan die vorderingen leggen [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ten grondslag dat Bindinc als organisator van de verkiezing:

  • -

    met de gang van zaken tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] , althans

  • -

    dat Bindinc onrechtmatig jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] heeft gehandeld,

in beide gevallen met schade tot gevolg.

2.4.

Bindinc weerspreekt dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, zodat wanprestatie wat haar betreft niet aan de orde is. Ook betwist zij onrechtmatig te hebben gehandeld jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2] . Tot slot wijst zij erop dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] geen schade hebben geleden maar juist hebben geprofiteerd van de ophef. Reden waarom zij concludeert dat de gevraagde voorzieningen moeten worden afgewezen.

2.5.

De voorzieningenrechter komt op grond van wat hierna onder 3 zal worden overwogen, samengevat weergegeven, tot het volgende oordeel:

  • -

    van een overeenkomst is geen sprake, dus een tekortkoming in de nakoming van overeengekomen verplichtingen is niet aan de orde;

  • -

    Bindinc heeft gehandeld in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt (onrechtmatig gehandeld) door haar uitsluitingsbevoegdheid onzorgvuldig te gebruiken;

  • -

    niet aannemelijk is geworden dat Bindinc daarmee, alles overziend, schade heeft veroorzaakt voor [eiser sub 1] en [eiser sub 2] of dat daarvan in de toekomst sprake zal zijn. Dat betekent dat niet is gebleken dat, vooruitlopend op en in afwachting van een oordeel in een bodemprocedure, voorzieningen moeten worden getroffen;

  • -

    de gevraagde voorzieningen zullen daarom niet worden toegewezen;

  • -

    het voorgaande is wel aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beoordeling

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.C. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2021.1

1 type: TS (4428) coll: