Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:4157

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
06-10-2021
Zaaknummer
9331475
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk verklaard. Franchiseovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 9331475 UV EXPL 21-120 JPd/45024

Kort geding vonnis van 27 augustus 2021

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[eiseres] h.o.d.n. [handelsnaam 1],

gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,

verder ook te noemen: [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J. Meerman,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde (B.V.)] h.o.d.n. [handelsnaam 2],

gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,

verder ook te noemen: [gedaagde (B.V.)] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. T. Teke.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Bij dagvaarding, met 6 producties, heeft [eiseres] [gedaagde (B.V.)] opgeroepen voor de zitting van 13 augustus 2021. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde (B.V.)] een conclusie van antwoord met 11 producties ingediend en [eiseres] de producties 7 tot en met 16.

1.2.

Tijdens de zitting is de zaak met partijen besproken. Namens [eiseres] was de heer [A] aanwezig, bijgestaan door mr. J. Meerman. Namens [gedaagde (B.V.)] was mevrouw [B] aanwezig, bijgestaan door mr. T. Teke. Partijen hebben hun standpunten verder toegelicht en daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat door partijen naar voren is gebracht.

1.3.

Daarna is vonnis bepaald op 27 augustus 2021.

2 De feiten

2.1.

Op 5 november 2013 heeft [gedaagde (B.V.)] een ‘Software service overeenkomst’ en ‘Hardware overeenkomst’ gesloten met [bedrijfsnaam 1] BV. [gedaagde (B.V.)] heeft zich verplicht om onder andere in een systeem met kassa, backoffice en software te voorzien. Enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijfsnaam 1] was [bedrijfsnaam 2] BV (hierna: [bedrijfsnaam 2] ). In augustus 2016 hebben [bedrijfsnaam 2] en [gedaagde (B.V.)] een zogenoemde ‘Overeenkomst Winkelautomatisering’ gesloten.

2.2.

Op 12 april 2016 is de vennootschap onder firma dierenspeciaalzaak [eiseres] opgericht. De heer [A] en mevrouw [C] zijn de, beide volledig bevoegde, vennoten. Op 3 mei 2016 heeft [eiseres] met [bedrijfsnaam 3] B.V. een franchiseovereenkomst (hierna: de franchiseovereenkomst) en een onderhuurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) voor de huur van de winkelruimte en bovenwoning aan de [straatnaam] [nummeraanduiding 1] en [nummeraanduiding 2] in [plaatsnaam] gesloten. Als franchisenemer mag [eiseres] gebruik maken van de formule genaamd [bedrijfsnaam 4] . [eiseres] heeft hiervoor entreegeld betaald en betaalt daarnaast een maandelijkse fee en promotiebijdrage. In artikel 20 van de franchiseovereenkomst is, onder meer, het volgende bepaald.

20. Beding van geheimhouding en non-concurrentie

[…]

20.3

Het is franchisenemer verboden gedurende de looptijd van deze overeenkomst, anders dan in het kader van deze overeenkomst. alsmede gedurende één (1) jaar na beëindiging van deze overeenkomst van één jaar, echter beperkt tot het exclusief gebied, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn bij enige onderneming met activiteiten op een terrein dat gelijk, gelijksoortig of aanverwant is aan, dan wel op enigerlei wijze concurrerend is met dat van franchisegever en/of franchisenemer, dan wel de activiteiten en dienstverlening van beiden en of een van beide, dan wel verbandhoudende met mogelijk aan een van hen gelieerde ondernemingen, onverschillig of deze uitoefening/deelname door franchisenemer plaatsvindt voor zichzelf of voor anderen, direct of indirect, zelfstandig of in dienstbetrekking, in de vorm ener vennootschap of door middel van deelname door bezit van aandelen, welke niet ter beurze zijn genoteerd, alles in de ruimste zin des woords.

20.4

Het is de franchisenemer verboden gedurende één (1) jaar na beëindiging, uit welke hoofde ook, van onderhavige overeenkomst voormalige cliënten te benaderen. Onder voormalige afnemers wordt in dit verband verstaan afnemers van de franchisenemer, franchisegever en de overige franchisenemers die op het moment van beëindiging van deze overeenkomst één of meer diensten afnemen of hebben afgenomen in de periode van twee (2) jaar daarvoor, voortvloeiende uit enige activiteit van de franchisegever, zoals bedoeld in deze overeenkomst, alles in de ruimste zin des woords. Het is de franchisenemer evenmin toegestaan voor zichzelf of voor anderen, direct of indirect, te bevorderen dat contact, zoals bedoeld in dit artikellid, tot stand komt, daaronder begrepen het tot stand komen van een contract door toedoen van enige derde, alles in de ruimste zin des woords, voor zover bevorderd door enige inspanning van de franchisenemer

20.5

Bij overtreding van het in dit artikel bepaalde door franchisenemer, verbeurt laatstgenoemde aan franchisegever een direct opeisbare boete van € 50.000,-- voor de eerste dag van overtreding en van € 5.000.-- voor iedere dag dag de overtreding daarna voortduurt, onverminderd het recht van franchisegever op volledige schadeloosstelling voor franchisenemer.

2.3.

[bedrijfsnaam 3] B.V. heeft met ingang van 29 december 2016 haar activiteiten ondergebracht in de besloten vennootschap [bedrijfsnaam 4] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 4] ) en [bedrijfsnaam 5] B.V. (hierna: [bedrijfsnaam 6] ). Enig aandeelhouder en bestuurder van beide ondernemingen is [bedrijfsnaam 2] . [bedrijfsnaam 4] en [eiseres] zijn met ingang van 1 januari 2018 een allonge bij de franchiseovereenkomst en huurovereenkomst overeengekomen (de zogenoemde allonge II, hierna: de allonge (prod. 4 bij conclusie van antwoord). In de allonge staat opgenomen:

  • -

    Huurder maakt geen gebruik van de opzegmogelijkheid per 1 januari 2018 en gaat akkoord met een nieuwe huurperiode lopende tot en met 31 december 2027. Behoudens rechtsgeldige opzegging tegen het einde van deze periode middels een aangetekend schrijven 13 maanden van tevoren, wordt de huurovereenkomst vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkenmale vijf jaar.

  • -

    Op basis van artikel 17 van de franchiseovereenkomst tussen verhuurder en huurder zal de looptijd van de franchiseovereenkomst gelijk lopen met de in deze allonge opgenomen nieuwe huurtermijnen.

2.4.

Franchisenemers van [bedrijfsnaam 3] , [bedrijfsnaam 5] , [bedrijfsnaam 4] en [bedrijfsnaam 6] hebben de vereniging ‘ [.] [bedrijfsnaam 4] ’ (hierna: de franchisenemersvereniging) opgericht. De franchisenemersvereniging heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met [bedrijfsnaam 4] en [bedrijfsnaam 6] . De franchisenemersvereniging is op 4 mei 2021 omgezet in de coöperatieve vereniging [naam coöperatieve vereniging] U.A. (hierna: de Coöperatie). Het is de bedoeling dat de coöperatie op 31 december 2021 de aandelen van [bedrijfsnaam 2] in [bedrijfsnaam 4] zal overnemen en dus eigenaar wordt van de franchisegever en verhuurder van [eiseres] .

2.5.

[eiseres] is op 14 maart 2018 bij ‘Opdrachtbevestiging voor overstap’ van het [systeem 1] -systeem overgegaan naar het [systeem 2] -systeem van [gedaagde (B.V.)] . Die verandering heeft als gevolg gehad dat haar gegevens zoals klant-, verkoop-, product-, en winkelgegevens van lokale opslag naar opslag in de Cloud gingen. In de opdrachtbevestiging is onder meer het volgende opgenomen:

Overstap naar [systeem 2]

Lopende maandbedragen voor kassa’s en backoffice, pinautomaten, service, antivirus, hosting (i.p.v. filiaalcommunicatie) en wifi PDA lopen onveranderd door.

[…]

Overstap naar [systeem 2] per maand

Consultancy, installatie en opleiding

ELO 2 personen, 2 uur uitleg op locatie

4 stappen begeleidingsplan

Inclusief conversie (Meenemen klanten, voorraden en transacties tot volledige kalenderjaar terug)

Totaal per maand voor 60 maanden € 40,00

2.6.

Op 30 april 2021 heeft [eiseres] [bedrijfsnaam 4] (vertegenwoordigd door de heer [D] ) onder meer het volgende bericht:

Voor zover u nog niet bekend – wat wij ons eigenlijk niet kunnen voorstellen – zijn wij uitermate ontevreden over de [bedrijfsnaam 4] -franchiseformule.

Met inachtneming van artikel 17 zeggen wij de franchiseovereenkomst in ieder geval op met ingang van 31 december 2022. Hiermee komt dan tevens een einde aan de (onder)huurovereenkomst, in ieder geval per die datum.

2.7.

[bedrijfsnaam 4] heeft op 7 juni 2021 gereageerd, onder andere als volgt:

Inmiddels hebben wij vastgesteld, dat u uw machtiging t.b.v. automatische incasso bij de bank heeft ingetrokken. Daarmee handelt u opzettelijk in strijd met de vigerende overeenkomst.

U bericht ons m.b.t. een gefaseerd toewerken naar een beëindiging van de franchiserelatie per 31 december 2022. Wij herhalen ons perspectief op dit punt en wijzen u nogmaals op de contractaanvulling middels Allonge II zoals die met u is overeengekomen.

Daarmee is uw eerste expiratie momenteel contractueel vastgesteld op 31 december 2027.

2.8.

Per mail van 6 juli 2021 heeft [eiseres] zijn lidmaatschap van de coöperatie opgezegd. De voorzitter van de coöperatie heeft bij mail van 7 juli 2021 geantwoord dat die opzegging wordt geaccepteerd, dat [eiseres] per 1 januari 2022 geen lid meer is van de coöperatie en dus geen stemrecht en andere rechten meer heeft, maar dat zijn verplichtingen voortvloeiend uit de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst blijven gelden.

3 Het geschil tussen partijen

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis dat [gedaagde (B.V.)] bij wege van voorlopige voorziening:, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

  • -

    wordt bevolen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis, althans binnen een andere te bepalen termijn, de klantgegevens van [eiseres] volledig en behoorlijk aan haar ter vrije beschikking te stellen casu quo te retourneren en deze uitsluitend te bewaren op haar server en voor het overige te verwijderen;

  • -

    wordt bevolen om inzage te verschaffen in de afspraken tussen [gedaagde (B.V.)] en [bedrijfsnaam 4] B.V./ [bedrijfsnaam 6] B.V.;

  • -

    wordt veroordeeld tot betaling van een dwangsom van € 5.000 per dag voor elke dag dat [gedaagde (B.V.)] na drie dagen na betekening van dit vonnis aan de hierboven genoemde bevelen niet heeft voldaan;

  • -

    wordt veroordeeld om € 925,- aan buitengerechtelijke incassokosten en om de proceskosten te betalen.

3.2.

Ter onderbouwing van de vordering stelt [eiseres] dat zij door ondertekening van de ‘Opdrachtbevestiging voor overstap’ (hierna: de overstap zie punt 2.5.) met [gedaagde (B.V.)] een overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan zij rechthebbende is van de klant(gegevens) die zij binnen haar bedrijfsvoering heeft verzameld en die in de cloud terecht zijn gekomen die [gedaagde (B.V.)] beheert. Omdat [gedaagde (B.V.)] stelt geen toestemming te hebben gekregen van [gedaagde (B.V.)] om de betreffende gegevens te verstrekken vordert [eiseres] inzage in de afspraken die [gedaagde (B.V.)] met [bedrijfsnaam 4] en [bedrijfsnaam 6] heeft gemaakt.

3.3.

[gedaagde (B.V.)] verweert zich tegen de vorderingen. Zij betwist dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Daarnaast voert zij aan dat hetgeen gevorderd wordt niet kan worden toegewezen omdat dat zou leiden tot executieproblemen. Ook voert [gedaagde (B.V.)] aan dat in de contractuele relatie tussen haar en [bedrijfsnaam 2] bepaald is dat klantgegevens en verkoopdata eigendom zijn van [bedrijfsnaam 2] en zonder toestemming van [bedrijfsnaam 2] niet aan een ander mogen worden verstrekt. [gedaagde (B.V.)] betwist dat de ‘Opdrachtbevestiging voor overstap’ [eiseres] het recht geeft om aan het einde van het contract de gegevens over klanten, voorraden en transacties mee te nemen. De tegenprestatie die [eiseres] aan [gedaagde (B.V.)] betaalt op grond van de overstap ziet niet op het beheer van gegevens, maar op de financiering van de werkzaamheden die [gedaagde (B.V.)] heeft verricht voor de overstap van [eiseres] van de [systeem 1] -omgeving naar de [systeem 2] -omgeving. [gedaagde (B.V.)] voert tot slot als verweer dat de vordering tot inzage in bescheiden niet onderbouwd is.

4 De beoordeling

Zijn de vorderingen door de juiste partij ingesteld? Nee

4.1.

Met partijen is tijdens de mondelinge behandeling besproken dat het de vraag is of [eiseres] ontvangen kan worden in haar vordering. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat niet het geval is om de volgende reden.

4.2.

Een vennootschap onder firma heeft geen rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat niet zij maar haar vennoten dragers zijn van subjectieve rechten en verplichtingen. Een overeenkomst aangegaan met een vof moet worden gezien als een overeenkomst met de gezamenlijke vennoten van die vof (Hoge Raad 19 april 2021, ECLI:NL:HR:2019:649, r.o. 3.4.1-3.4.2)1. De vennoten dragen dus de rechten en verplichtingen uit die overeenkomst en kunnen daarvan nakoming vorderen.

Hoe dus ook de overstap moet worden getypeerd en welke rechten daaraan kunnen worden ontleend, de vennoten van [eiseres] hadden dus in deze procedure een eis in moeten stellen en niet de vennootschap onder firma.

4.3.

Dit betekent dat [eiseres] niet ontvankelijk zal worden verklaard in haar vorderingen.

Overwegingen ten overvloede

4.4.

De voorzieningenrechter is overigens van oordeel dat het spoedeisend belang in deze zaak onvoldoende is onderbouwd en licht dit als volgt toe.

4.4.1.

Zoals bij de mondelinge behandeling is besproken lijken de overeenkomsten die de vennoten van [eiseres] met [bedrijfsnaam 4] en de Franchisevereniging met [bedrijfsnaam 4] hebben gesloten elkaar te overlappen. Het doet daarnaast wat vreemd aan dat de Coöperatie de aandelen in [bedrijfsnaam 4] overneemt per 1 januari 2022 en dat daarmee de aangesloten franchisenemers feitelijk gezamenlijk eigenaar worden van de rechten en verplichtingen waarover [bedrijfsnaam 4] met ieder van hen afzonderlijk overeenkomsten heeft gesloten. Maar opzegging van het lidmaatschap van de coöperatie doet de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst die [eiseres] met [bedrijfsnaam 4] heeft gesloten, anders dan [eiseres] meent, niet zonder meer eindigen. [bedrijfsnaam 4] blijft namelijk ook na 1 januari 2022 als zelfstandige entiteit bestaan en alleen de bevoegd bestuurder of vertegenwoordiger van [bedrijfsnaam 4] kan rechtsgeldig besluiten nemen over de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst, niet een individuele franchisenemer als [eiseres] .

4.4.2.

Niet gebleken is dat de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst zijn geëindigd. [eiseres] heeft beide overeenkomsten weliswaar opgezegd bij mail van 30 april 2021 (zie punt 2.6.), maar dat dit rechtsgeldig mogelijk was volgt niet uit de allonge (zie punt 2.3.). Voor zover (de vennoten van) [eiseres] menen dat ontbinding van de overeenkomsten mogelijk is vanwege enige tekortkoming van [bedrijfsnaam 4] , is niet onderbouwd dat aan de voorwaarden daarvoor (tekortkoming en verzuim) is voldaan.

4.4.3.

Dat betekent dat de voorzieningenrechter er vanuit moet gaan dat (de vennoten van) [eiseres] gebonden zijn aan de franchiseovereenkomst. Niet duidelijk is welk (spoedeisend) belang zij dan heeft/hebben bij haar/hun vorderingen. Zolang de franchiseovereenkomst duurt zal [bedrijfsnaam 4] zich immers als franchisegever moeten houden aan haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst en hebben zowel franchisegever als franchisenemer er belang bij dat [eiseres] optimaal over de gevorderde gegevens moet kunnen blijven beschikken. Voor zover (de vennoten van) [eiseres] over de gevorderde gegevens wil(len) kunnen beschikken buiten de franchiseovereenkomst om, is niet gebleken dat zij daartoe gerechtigd is/zijn. In de franchiseovereenkomst is namelijk een concurrentiebeding opgenomen (zie punt 2.2.).

4.4.4.

Uit het voorgaande volgt dat van een spoedeisend belang niet is gebleken en de vorderingen dus ook om die reden zouden zijn afgewezen.

Proceskostenveroordeling

4.5.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde (B.V.)] worden begroot op € 747,00 aan salaris gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart [eiseres] niet ontvankelijk;

5.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde (B.V.)] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 747,- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2021.

1 Vgl. HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5569, rov. 3.8.