Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2825

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-06-2021
Datum publicatie
12-07-2021
Zaaknummer
07/607398-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van het verzoek tot aanhouding voor het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Verlenging van de termijn van de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met 1 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 07/607398-06 (vordering verlenging tbs)

Beslissing op grond van artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering van de meervoudige kamer voor strafzaken van 21 juni 2021

in de zaak van de officier van justitie tegen de ter beschikking gestelde:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1942 te [geboorteplaats] ,

verblijvende in [verblijfplaats 1] te [plaatsnaam 1] / [verblijfplaats 2] te [plaatsnaam 2] ,

hierna te noemen: betrokkene.

1 De stukken

De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder:

- het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juni 2008 waarbij de betrokkene ter beschikking is gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege vanwege het met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

- stukken waaruit blijkt dat de terbeschikkingstelling is ingegaan op 1 juli 2008;

- de beslissing van deze rechtbank van 6 juli 2020, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd met een jaar;

- de vordering van de officier van justitie van 12 mei 2021, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar;

- het verlengingsadvies van [verblijfplaats 1] van 30 april 2021, opgemaakt door [A] (verpleegkundig specialist GGZ, behandelcoördinator) en [B] (psychiater en lid raad van bestuur en hoofd van de instelling), inhoudend het advies om de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar;

- de voortgangsrapportages omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de betrokkene, over de periode juli 2020 tot en met april 2021.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De behandeling van de zaak heeft op 7 juni 2021 ter terechtzitting plaatsgevonden. Daarbij zijn gehoord:

- de officier van justitie, mr. E. ter Braak;

- de betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen;

- de aan de kliniek verbonden deskundige, [A] .

3 Het standpunt van de inrichting

Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. Dit rapport houdt, kort weergegeven, het volgende in.

Bij betrokkene is sprake van pedofilie van het niet exclusieve type. Ook is er sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en narcistische trekken. Verder is er sprake van chronische leukemie. Sinds 1 april 2015 verblijft betrokkene in het kader van transmuraal verlof bij [verblijfplaats 2] in [plaatsnaam 2] . Dit verblijf gaat over het algemeen goed. Hij houdt zich goed aan de afspraken en is goed controleerbaar door middel van elektronisch toezicht. Wel probeert hij regelmatig meer ruimte en rechten te verwerven. Hij ageert tegen het dragen van de enkelband en zoekt ruimte in het verruimen van verlof. [verblijfplaats 2] en de inrichting staan niet welwillend tegenover het beëindigen van het elektronisch toezicht. Doelgerichte semi- en/of onbegeleide verloven buiten het terrein worden sterk gekaderd en zeer doelgericht uitgebreid, ter vergroting van zijn kwaliteit van leven en zodat betrokkene zinvolle activiteiten kan ondernemen. In september 2017 is Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT) gestart en in mei 2018 werd door de reclassering positief geadviseerd over proefverlof. Het proefverlof is niet gestart omdat dit niet plaats kon vinden bij [verblijfplaats 2] . Begin 2020 werd een proefverlof niet verantwoord geacht gelet op de nog aanwezige risicofactoren bij betrokkene. Bij een voorwaardelijke beëindiging zou de inrichting niet meer betrokken zijn. De reclassering heeft eerder de risico’s lager ingeschat dan de inrichting, waardoor de inrichting bezorgd is dat zal worden overgegaan tot een minder streng risicomanagement en betrokkene toch overgaat tot delictgedrag. Het FPT is toen stopgezet.

In maart 2021 is opnieuw de mogelijkheid van proefverlof besproken om een uitstroommogelijkheid uit de TBS te kunnen toetsen. Betrokkene wordt niet minder delictgevaarlijk geschat, maar [verblijfplaats 2] is beter toegerust op de inschatting van de risico’s. Het recidiverisico bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt geschat op hoog. In april 2021 is opnieuw een FPT aangevraagd en er wordt onderzocht of For-FACT aan het risicomanagement kan bijdragen. Het beëindigen van elektronisch toezicht samen met het aanvragen van proefverlof is geen optie.

De deskundige voornoemd heeft ter zitting het advies van de inrichting toegelicht en daarbij aangegeven dat er langdurig toezicht nodig zal zijn. Of er één of twee jaar nodig is voordat een vervolgstap mogelijk is, is nog niet te zeggen. De toets is of de reclassering voldoende de dynamiek van de stoornis en het hoge recidiverisico in combinatie met de persoon van betrokkene voor ogen heeft. Betrokkene is in het dagelijks leven een heel vriendelijke man. Het risico bestaat dat bij een goed contact te makkelijk de keuze wordt gemaakt om hem meer vrijheden te geven. De vergelijking met grooming gaat op omdat ook bij grooming wordt gewerkt aan het versterken van een relatie om iets gedaan te krijgen van de ander.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting haar vordering gewijzigd en heeft gevorderd de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar.

Daartoe is aangevoerd dat de pedofiele stoornis onveranderd is, betrokkene geen probleeminzicht heeft en het recidiverisico hoog is.

Gelet op hetgeen de deskundige ter zitting naar voren heeft gebracht heeft de officier van justitie haar oorspronkelijke vordering gewijzigd.

5 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de beslissing ten aanzien van de dwangverpleging aan te houden voor het door de reclassering doen opmaken van een maatregelenrapport. Onafhankelijke deskundigen hebben aangegeven dat toegewerkt moet worden naar een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Pas zeer recent is FPT aangevraagd. Tot die tijd is niets gedaan met de beslissing van de rechtbank vorig jaar. Betrokkene functioneert al lange tijd goed in [verblijfplaats 2] . De fase van het proefverlof kan daarom worden overgeslagen.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht de maatregel met één jaar te verlengen, zodat de inrichting actie moet ondernemen.

6 Het oordeel van de rechtbank

Maximering

Betrokkene is bij arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 juni 2008

veroordeeld voor het met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt

ontuchtige handelingen plegen.

De Rechtbank Midden-Nederland heeft bij beslissing van 27 juni 2016 overwogen dat de

totale duur van de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege niet in tijd is

beperkt.

Stoornis en recidivegevaar

Uit het verlengingsadvies blijkt dat er nog steeds sprake is van een stoornis bij betrokkene, te weten pedofilie van het niet exclusieve type en een ander gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en narcistische trekken.

Het recidivegevaar wordt bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.

De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van het advies te twijfelen en neemt dit over.

Verlenging

Gelet op het advies van de inrichting en hetgeen overigens ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist. Zij is van oordeel dat wordt voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.


Uit het verlengingsadvies komt naar voren dat betrokkene zich goed aan de afspraken houdt, maar wel probeert om meer ruimte en rechten te verwerven. Met name de enkelband vormt met enige regelmaat een punt van discussie.

De komende periode zal beoordeeld worden of proefverlof mogelijk is. Daartoe is een FPT aangevraagd en wordt er onderzocht of For-FACT bij kan dragen aan het risicomanagement.

Het verzoek van de raadsman om door de reclassering de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te laten onderzoeken, wordt afgewezen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en acht op dit moment een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege niet aan de orde.

Het uitgangspunt van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar, de terbeschikkingstelling – behoudens bijzondere omstandigheden – verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar.
Ter zitting heeft de deskundige aangegeven dat hij niet weet of er één of twee jaar nodig is voordat kan worden overgegaan tot de volgende stap in het verlof. Nu de inrichting geadviseerd heeft om de tbs-maatregel te verlengen met één jaar en de officier van justitie zich daartegen niet heeft verzet, zal de rechtbank de tbs-maatregel verlengen met één jaar. Daarbij merkt de rechtbank op dat hieraan niet de verwachting mag worden ontleend dat bij de volgende verlengingsbeslissing de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel aan de orde is.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

Reactie op verzoeken

De rechtbank wijst af het verzoek tot aanhouding teneinde het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene] met één jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. D.S. Terporten-Hop, voorzitter, mrs. H. den Haan en A.M. Loots, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.T. Feenstra als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2021.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.