Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2806

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
30-06-2021
Zaaknummer
16/235521-18 en 22/004971-16 (tul) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een woningoverval. Het slachtoffer is hierbij mishandeld en bedreigd met een vuurwapen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren. Hoofdelijke toewijzing vordering benadeelde partij. Toewijzing vordering tot tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/235521-18 en 22/004971-16 (tul) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 juni 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1992] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 maart 2019, 8 mei 2019, 10 juli 2019, 22 januari 2020, 1 juni 2021 en 16 juni 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en haar raadsvrouw, mr. R.A.L.F. Frijns, advocaat te Rotterdam, alsmede [A] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [slachtoffer] naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair:

in de nacht van 11 november 2018 in Almere, in vereniging met anderen, in een woning, met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , goederen heeft gestolen;

en/of

in de nacht van 11 november 2018 in Almere, in vereniging met anderen, in een woning, heeft gepoogd door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer] te dwingen tot het afgeven van goederen;

subsidiair:

in de nacht van op 11 november 2018 in Almere behulpzaam is geweest aan diefstal met geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , in een woning, gepleegd in vereniging met anderen;

en/of

in de nacht van 11 november 2018 in Almere behulpzaam is geweest aan een poging tot dwingen het afgeven van goederen van [slachtoffer] , in een woning, gepleegd in vereniging met anderen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair, eerste en tweede alternatief, tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe kort gezegd aangevoerd dat de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] moeten worden uitgesloten van het bewijs omdat deze verklaringen leugenachtig zijn. Dit heeft tot gevolg dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om verdachte te veroordelen, zo stelt de raadsman.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen subsidiair tenlastegelegde eerste en tweede alternatief 1

[slachtoffer] heeft aangifte gedaan. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 11 november 2018 bevond ik mij in mijn woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] . Ik bevond mij hier samen met mijn nichtje genaamd [medeverdachte 1] (fon) en een vriendin van mijn nichtje genaamd [medeverdachte 2] (fon).2

Omstreeks 02.20 uur hoorde ik geluiden vanaf het balkon van mijn woning. Ik zag door de balkondeur, die een stukje open stond, een persoon staan in de deuropening van het balkon. Ik zag dat de persoon door deze deur naar binnenkwam.

Nadat verdachte 1 ongeveer één meter van de deur af, binnen, stond zag ik dat er nog een persoon via de zelfde deur naar binnen kwam. Ik kan de persoon als volgt omschrijven:3

- Droeg in zijn rechterhand een zwart vuurwapen.

Ik zag vervolgens dat verdachte 2 het wapen voor zich hield, ik zag dat hij met zijn beide handen een handeling verrichte die mij bekend is als het doorladen van een wapen. Als reactie ben ik snel omgedraaid en weggedoken in de bank. Vervolgens voelde ik dat er iemand op mijn rug sprong. Ik voelde de knieën van iemand hard in mijn rug. Vervolgens voelde ik een hard voorwerp in mijn nek gedrukt. Ik vermoed dat dit het vuurwapen was omdat het voelde als een kouder hard voorwerp. Ik voelde dat de persoon mij stevig vast hield met zijn andere hand. Ik hoorde dat de man, die op mij zat, zeggen: “Waar is het geld.” ik antwoorden hierop dat ik geen geld in huis heb. Ik voelde direct hierna een harde klap op mijn achterhoofd. Ik denk met het voorwerp wat hij vasthield omdat het onmogelijk lijkt dat je met een vuist zo hard kan slaan. Het voelde ook als een hard voorwerp. Ik voelde direct een bonkende pijn op mijn achterhoofd. Ik hoorde hem zeggen: “Mimang, waar is je geld” Ik hoorde hem vervolgens zeggen: “Wil je dood? Dit is je laatste kans, waar is je geld.” Ik voelde vervolgens een harde klap op ze zijkant van mijn linker oog. Ik voelde dat ook dit met een hard voorwerp was. Ik voelde direct een diepe pijn aan mijn oog. Ik had het idee dat ik ook direct wazig zag met mijn linkeroog. Ik hoorde hem vervolgens zeggen: ''Als je niet wil dat ik je kinderen iets aan doe dan zeg je waar het geld is.'' Tijdens de conversatie met de man op mijn rug hoorde ik op de achtergrond een hoop lawaai van gerommel. Het klonk alsof de kasten in mijn woning leeggehaald werden en de inhoud op de grond werd gegooid. Ik voelde, toen de persoon op mijn rug zat, dat iemand de ring van mijn linker ringvinger afhaalde. Dit is mijn trouwring.

Ik zag drie personen wegrennen in de richting van de Wessel Ilckenstraat. Ik zag dat twee van de drie personen dezelfde waren als de twee in mijn woning.4

Ik zag dat er niemand meer aanwezig was in de woning. Ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zag ik niet meer.

Ik ben gaan kijken op de beelden en zag dat er vier personen in mijn woning zijn geweest. Op de beelden is te zien dat als alle personen de woning verlaten, ook [medeverdachte 1] de woning verlaat. Ik zag op de beelden dat zij al haar spullen ook bij zich draagt op het moment dat ze de woning verlaat. Vervolgens zag ik dat zij wegrende in de richting van Wim Kanplein.

Ik ben vervolgens in mijn woning gaan kijken welke spullen er niet meer lagen. Ik zag dat alle kasten in de woning overhoop gehaald waren. Ik zag dat de telefoon die ik eerder vast had niet meer in de woning lag. Dit betreft een Samsung.5

[slachtoffer] is als aangever gehoord. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

A: De volgende goederen zijn tijdens de overval weggenomen.

- Samsung

- Trouwring

- Envelop met daarin €1700 euro

- Poloroid camera6

[medeverdachte 1] haar moeder belde mij eerst en gaf de telefoon toen aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vertelde dat ze die mensen die binnen zijn geweest niet kent, die meisjes die betrokken zijn kende ze wel. Ze vertelde dat het een vooropzet plan was en dat ze het in [woonplaats] hadden bedacht.7

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ter terechtzitting van 22 januari 2020 onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

U, voorzitter, houdt mij voor dat uit de camerabeelden valt op te maken dat ik foto’s heb gemaakt van het huis. Dit klopt. Dit was om medeverdachte [verdachte] te laten zien om welk huis het ging.

U, voorzitter, houdt mij voor dat ik heb verklaard dat ik op enig moment mijn oplader ging halen bij de auto van medeverdachte [verdachte] en dat achter de auto van [verdachte] een andere auto stond met daarin twee mensen. Dit klopt. Ik heb daar medeverdachte [medeverdachte 3] zien zitten met een andere man in die auto.8

Het klopt dat er afspraken zijn gemaakt over het openen van de balkondeur. Deze afspraak is gemaakt in de auto op de terugweg van de KFC.

Ik heb de avond van de overval persoonlijk contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] . Dit was in Almere met de auto.

Na de overval heb ik in de personenauto van [verdachte] met haar en [medeverdachte 2] gesproken over de overval. Wij hebben letterlijk alles besproken wat er is gebeurd. Tijdens het appgesprek met [verdachte] hebben we het gehad over het wissen van de foto’s van de woning van mijn oom die ik eerder had genomen op het balkon.

Het klopt dat het een van tevoren geplande overval betrof. Het is vooraf besproken in de auto met medeverdachten [verdachte] en [medeverdachte 2] .9

Verbalisant [verbalisant 1] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd:

Noot verbalisant 1: de tijden op de camerabeelden komen niet overeen met de werkelijke tijd. De beelden op de camera geven de zomertijd weer. De in dit proces verbaal genoemde tijden zijn de tijden welke op de camerabeelden worden weergegeven. De werkelijke tijd is dus 1 uur eerder dan deze genoemde tijden.10

Om 01:46:06 uur komt er vanuit de richting van de Count Basiestraat een witte Renault Clio aanrijden. Deze rijdt rechtdoor richting de Wessel Ilckenstraat. Dit voertuig lijkt daar stil te staan daar de verlichting van het voertuig zichtbaar blijft op een (1) plek. Op 01:47:02 uur gaat de verlichting van deze witte Renault Clio uit.11

Op 03:21:14 uur waait de balkondeur open. Boven in beeld is te zien dat er twee donkere voertuigen vlak na elkaar de Benny Goodmanstraat inrijden. Vlak daarna volgt een witte Renault Clio, welke tevens de Benny Goodmanstraat in rijdt.12 Op 03:23:048 klimmen er vier personen het balkon op van de [adres] . 13

Verbalisant [verbalisant 2] heeft in een proces-verbaal van bevindingen onder meer het volgende gerelateerd:

Op zondag 11 november heb ik, verbalisant, onder [verdachte] een iPhone telefoon in beslag genomen. Hierop zag ik, verbalisant, dat de telefoon van de vergrendeling afging en dat er een WhatsAppgesprek open stond tussen haar en [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ).

De inhoud van dit WhatsAppgesprek gaat als volgt:

07:40 uur

Kill je heb me egt laten schrikke he

K ben al na onderduik adres alles

Ben helemaal gelade

07:40 uur

Wat noway p

Weet jje hoe wij lagen

07:40 uur

Woou jullie komen bale

07:40 uur

In de donker onder de deken

Met million

Alles If

07:40 uur

Omg me hoofd he

07:40 uur

Uit

Omg jij he

ganster nooo ma

07:41 uur

Ja halloo

Stel er ze waren egt daar

07:41 uur

Eyyy

Zeg je wel eerlijk

07:41 uur

We moeten een paar dage weg daar

07:41 uur

Ben nog steeds bang hoor

Ja

Is beter

Want mayb gaan ze observeren

We moeten echt ff weg

Vooral je auto ook

Straks nog

07:41 uur

Ja drm

Huur auto

07:42 uur

Is beter ja

Pfff

Voel me zo beroert

07:42 uur

Ey k ben misselijk omg

Delete dje fotos ook he

07:45 uur

Ja al gedaan

Ja ik ook

Wil echt weg man

Van hier14

07:52 uur

Heb me nog nooit zo onrustig gevoelt

07:53 uur

S je geweten mijn kind

07:54 uur

Ahahah nou vreselijk hoor

07:54 uur

Drm moet je ijs koud zijn als je zulke dingen wilt doen

07:54 uur

Ja kijk I heb geen eens medelijden he

Ik ben bang om gepakt te worden

Dat wil ik gewoon niet

Maar ik zou het zo weer don

07:55

Hahhaahhaahahha nee dat gebeurt niet

07:55 uur

Doen

07:55 uur

Whahahahhahahaahhaah

07:55 uur

HAHAAHA

07:55 uur

Ben yusu (betekenis in straattaal: “Ben serieus)

Wil ook jumpen in osso met pippa

(straattaal pippa/pipa is “pistool”).

07:55 uur

Drm moetje ijs koud zijn en als je zulke dingen wilt doen

07:55 uur

Ohh lord save your soul

07:56 uur

HAHAHAHAA AAI

ERG HE

Maar wil echt

07:56 uur

Hhahahahahaha k ga stuk

07:57 uur

Heb je [medeverdachte 3] gevraagd wie t was

07:57 uur

Neee helemaal nket meer aangedavhy

nadat je me zei er zijn menseee

K vraag m als hij wakker s15

Verdachte heeft ter terechtzitting van 22 januari 2020 onder meer het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Ik ben voorafgaand aan de overval in de straat geweest om medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] af te zetten. U, voorzitter, vraagt mij wat ik na het afzetten van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] na de KFC heb gedaan. Ze vroeg aan mij of ik even wilde wachten. Op een gegeven moment kwamen [medeverdachte 2] en kort daarna [medeverdachte 1] naar de auto. We zijn vervolgens teruggereden naar Amsterdam, naar haar moeder maar die deed niet open en toen naar mijn huis.

Bewijsoverwegingen

Door en namens verdachte is aangevoerd dat zij geen betrokkenheid heeft gehad bij de overval en dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , die in een andere richting wijst, onbetrouwbaar is.

De rechtbank overweegt dat is gebleken dat [medeverdachte 1] op bepaalde punten wisselend heeft verklaard en daarnaast op bepaalde kritische vragen geen antwoord heeft willen geven. Dit zag voornamelijk op vragen ten aanzien van haar eigen betrokkenheid bij en wetenschap van de overval. Dit neemt niet weg dat [medeverdachte 1] op bepaalde punten wel gelijkluidend heeft verklaard. Dit ziet onder andere op het plan van de overval en wie daarbij betrokken zijn geweest, waaronder verdachte. Deze delen van haar verklaring worden ondersteund door andere stukken in het dossier. Voor wat betreft de rol van verdachte bestaat deze onderbouwing uit onder meer de appgesprekken tussen [medeverdachte 1] en verdachte, die naar het oordeel van de rechtbank een duidelijke indicatie vormen voor betrokkenheid van verdachte bij de overval. Daarnaast bestaat die onderbouwing uit de beelden van vlak voor de overval, waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] inderdaad foto’s van de woning heeft gemaakt, wederom in combinatie met voornoemde appgesprekken, waar verdachte het heeft over het wissen van de foto’s. Bovendien weegt de rechtbank mee wat verdachte hier zelf tegenover heeft gezet. Verdachte heeft een verklaring gegeven die op meerdere punten strijdig is met het dossier, zoals ten aanzien van waar zij die avond is geweest (zie het proces-verbaal met betrekking tot de reisbewegingen op pagina 1179 e.v.) en of zij die avond telefonisch contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] (zie het proces-verbaal met betrekking tot de telefoongegevens van verdachte op pagina 1111 e.v.). Voor wat betreft de verwijzing naar de verklaring van getuige [getuige] dat [medeverdachte 1] alles in de schoenen van verdachte wil schuiven overweegt de rechtbank dat, als al wordt uitgegaan van de letterlijke tekst van de verklaring van [getuige] , dit de enkele betrokkenheid van verdachte bij dit feit allerminst uitsluit.

Dit alles tezamen maakt dat de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] voldoende betrouwbaar acht ten aanzien van de rol van verdachte en dit ook als bewijsmiddel zal gebruiken. Het verweer wordt verworpen.

Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank ten aanzien van de rol van verdachte het volgende vast. Verdachte heeft de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de woning van aangever heeft afgezet. Vervolgens heeft zij foto’s van de woning van aangever van medeverdachte [medeverdachte 1] ontvangen. Later heeft zij de medeverdachten bij de woning van aangever opgehaald en is ze met hen naar de KFC is gereden. Verdachte is daarna met de medeverdachten weer naar de woning van aangever teruggereden, is daar blijven wachten en heeft hen later, nadat ze de woning uitkwamen weer meegenomen. Verder valt uit het de stukken in het dossier af te leiden dat verdachte voorafgaand aan de overval contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 3] . De rechtbank stelt tevens op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte met dit handelen ook het opzet heeft gehad om bij te dragen aan het uitvoeren van de overval.

De vraag is vervolgens of het handelen van verdachte moet worden gekwalificeerd als medeplegen, overeenkomstig het standpunt van de officier van justitie, dan wel het medeplichtig zijn.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.


Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten niet is komen vast te staan. Er is geen sprake van een gezamenlijke uitvoering ten tijde van de overval en de bijdrage van verdachte voor en na de overval is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

De rechtbank kwalificeert het handelen van verdachte als dat van een medeplichtige. Verdachte is behulpzaam geweest bij de overval door de medeverdachten naar de woning te brengen, daar te wachten en vervolgens hen weer mee terug te nemen.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

subsidiair eerste en tweede alternatief

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en andere personen op 11 november 2018 te [woonplaats] , omstreeks 02.20 uur, in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met anderen enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan toebehoorde aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 11 november 2018 te Almere opzettelijk behulpzaam is geweest door

- medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met een auto te vervoeren naar de woning van die [slachtoffer] en

- foto's van de binnen- en buitenkant van de woning van die [slachtoffer] te ontvangen en

- zich met een auto op te houden in de directe nabijheid van de plaats van het misdrijf teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere medeverdachte(n) te kunnen waarschuwen bij dreigend gevaar voor betrapping en/of onraad en/of hun/zijn vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het misdrijf;

en

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en andere personen op 11 november 2018 te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s)

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] hebben begeven en

- vervolgens een (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft getoond en vervolgens heeft doorgeladen en

- vervolgens op de rug van die [slachtoffer] is gesprongen en

- vervolgens daarbij een (op een echt gelijkend) vuurwapen in de nek van die [slachtoffer] heeft gedrukt en

- vervolgens daarbij heeft gezegd: “Mimang, waar is je geld?” en “Wil je dood? Dit is je laatste kans, waar is je geld?” en “Als je niet wil dat ik je kinderen iets aan doe dan zeg je waar het geld is” en

- daarbij meermalen die [slachtoffer] met een (op een echt gelijkend) vuurwapen op het hoofd heeft geslagen,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 november 2018 te Almere opzettelijk behulpzaam is geweest door

- medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) met een auto te vervoeren naar de woning van die [slachtoffer] , en

- foto's van de binnen- en buitenkant van de woning van die [slachtoffer] te ontvangen en

- zich met een auto op te houden in de directe nabijheid van de plaats van het misdrijf teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere medeverdachte(n) te kunnen waarschuwen bij dreigend gevaar voor betrapping en/of onraad en/of hun/zijn vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het misdrijf,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

subsidiair eerste en tweede alternatief

de voortgezette handeling van:

medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

medeplichtigheid aan poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 jaren.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. Het veroordelend vonnis vormt op grond van artikel 75 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering een zelfstandige grond voor voorlopige hechtenis. Daarnaast komt een veroordeelde verdachte niet zonder meer het recht toe zijn berechting in vrijheid af te wachten en dient er ten aanzien van het al dan niet laten voortduren van de schorsing van de voorlopige hechtenis een andere afweging te worden gemaakt. Het uitgangspunt is daarbij dat de voorlopige hechtenis niet wordt geschorst, tenzij er is gebleken van zwaarwichtige persoonlijke omstandigheden.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de strafeis buitenproportioneel is. De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn. De behandeling van de zaak had veel eerder kunnen plaatsvinden. De raadsman heeft voorts verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ten slotte heeft de raadsman verzocht de vordering tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis af te wijzen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een woningoverval die midden in de nacht heeft plaatsgevonden. Hierbij zijn meerdere personen de woning binnengedrongen, is het slachtoffer mishandeld en bedreigd met een vuurwapen en is er gedreigd met geweld tegen de twee jonge kinderen van slachtoffer die op dat moment in de woning lagen te slapen. Verdachte en de daders hebben hiermee een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Door aldus te handelen hebben zij aangetoond ook geen enkel respect voor andermans eigendommen te hebben. Verdachte had kennelijk enkel oog voor financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer en zijn gezin. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van een dergelijke feit hier nog lang de (psychische) gevolgen van kunnen ondervinden. Ook zorgt een dergelijk feit voor gevoelens van onveiligheid in de directe omgeving en in de maatschappij. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft bij haar beslissing acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie van 21 mei 2020 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten als de onderhavige is veroordeeld.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een rapport van Reclassering Nederland van 4 februari 2019, opgemaakt door A.J.F. Rijnvos, reclasseringswerker. Uit dit rapport volgt dat er door de ontkennende en zorgmijdende houding van verdachte het risico op recidive niet kan worden ingeschat. Indien verdachte zal worden veroordeeld dan is het wenselijk dat er in het kader van detentie fasering/VI nogmaals een risico-inschatting gemaakt wordt en bekeken wordt welke interventies nodig zijn om de risico’s te doen afnemen. Een mogelijke recidive-verhogende werking wordt gevormd door de forse schulden van verdachte. Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de training CoVa Plus positief heeft afgerond. Verdachte heeft wekelijks contact met de reclassering en is bezig met het afbetalen van haar schulden.

Op te leggen straf

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan voor een woningoverval (met licht geweld/bedreiging) uit van gevangenisstraf van 3 jaren. Nu er sprake is van medeplichtigheid zal de rechtbank dit uitgangspunt naar beneden bijstellen.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het bewezenverklaarde de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De rechtbank houdt er in strafverzwarende zin rekening mee dat het feit gepleegd is in vereniging en tijdens de nachtelijke uren. De rechtbank houdt in strafverzwarende zin voorts rekening met het georganiseerde karakter van de groep daders, dat er fysiek geweld is gebruikt tegen het slachtoffer en dat het slachtoffer is bedreigd met een wapen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 3 jaren passend en geboden is.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank acht op basis van dit vonnis de ernstige bezwaren en (recidive)gronden voor de voorlopige hechtenis, zoals die onder meer door de raadkamer van deze rechtbank op 19 september 2019 zijn aangenomen, nog altijd aanwezig. Dit was ook het geval op 22 januari 2020, toen de voorlopige hechtenis van verdachte wederom is geschorst. Een afweging van de belangen van de maatschappij tegenover die van verdachte leidde er op die laatste datum toe dat de voorlopige hechtenis kon worden geschorst, omdat de doeleinden van de voorlopige hechtenis tot aan de inhoudelijke behandeling door het stellen van voorwaarden aan een schorsing voldoende konden worden gewaarborgd. Er is nu sprake van een nieuwe situatie. Een hernieuwde afweging van de belangen van de maatschappij en verdachte leidt tot de conclusie dat de belangen van de maatschappij bij de detentie van verdachte nu zwaarder moeten wegen dan de belangen van verdachte. De rechtbank weegt daarbij mee dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor het door haar gepleegde misdrijf en dat zij zich binnen een lopende proeftijd wederom aan een ernstig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Ook biedt het (weliswaar verouderde) reclasseringsrapport geen handvatten om het recidivegevaar terug te dringen. De rechtbank zal daarom de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 3.006,83. Dit bedrag bestaat uit € 6,83 materiële schade en € 3.000,-- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gevorderde schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De materiële schade, bestaande uit een bedrag van

€ 6,83 is niet betwist en deugdelijk onderbouwd.

Immateriële schade

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. Gelet op wat in vergelijkbare gevallen aan immateriële schadevergoeding wordt toegewezen, acht de rechtbank een bedrag van € 3.000,-- billijk.

Conclusie

De rechtbank zal de vordering tot het bedrag van € 3.006,83 toewijzen en verdachte veroordelen tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 november 2018. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel opleggen. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op nihil.

Verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn/haar mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partij voor dat hele bedrag aansprakelijk is.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2017 (parketnummer 22/004971-16) is aan verdachte onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 267 dagen voorwaardelijk opgelegd.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling moet worden toegewezen, omdat verdachte zich binnen de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling af te wijzen.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een (ernstig) strafbaar feit. Om die reden zal deze straf alsnog ten uitvoer gelegd worden.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 48, 49, 56, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het subsidiair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Voorlopige hechtenis

- heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Benadeelde partij

- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 3.006,83;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2018 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat

€ 3.006,83 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2018 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 40 dagen gijzeling;

- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of (een van) haar mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 22/004971-16

- wijst de vordering toe;

- gelast de tenuitvoerlegging van de door de het gerechtshof Den Haag bij arrest van 19 oktober 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 267 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mrs. W.S. Ludwig en

V.C. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.S.A. Nahumury, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juni 2021.

Mrs. Beljaars en Nahumury zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 11 november 2018 te [woonplaats] , omstreeks 02.20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een trouwring en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of enig(e) geldbedrag(en) en/of een fotocamera (polaroid), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of haar mededader(s):

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) een (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) heeft/hebben doorgeladen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) op de rug van die [slachtoffer] is/zijn gesprongen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp in de nek van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal op dwingende toon heeft/hebben gezegd: "Mimang, waar is je/het geld?" en/of "Wil je dood? Dit is je laatste kans, waar is je geld?" en/of "Als je niet wil dat ik je kinderen iets aan doe dan zeg je waar het geld is" en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp op het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen en/of

- ( vervolgens) de woning heeft/hebben doorzocht en/of

- ( vervolgens) de trouwring van de vinger van die [slachtoffer] heeft/hebben afgetrokken/afgehaald;

EN/OF

zij op of omstreeks 11 november 2018 te [woonplaats] , omstreeks 02.20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorde

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) een (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) heeft/hebben doorgeladen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) op de rug van die [slachtoffer] is/zijn gesprongen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp in de nek van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal op dwingende toon heeft/hebben gezegd: "Mimang, waar is je/het geld?" en/of "Wil je dood? Dit is je laatste kans, waar is je geld?" en/of "Als je niet wil dat ik je kinderen iets aan doe dan zeg je waar het geld is" en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp op het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere perso(o)n(en) op of omstreeks 11 november 2018 te [woonplaats] , omstreeks 02.20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een trouwring en/of mobiele telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en/of andere deelnemers aan dat

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 november 2018 te [woonplaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft, door

- medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of (een) of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) met een auto te vervoeren naar de woning van die [slachtoffer] , althans naar en/of van de plaats van het misdrijf en/of

- foto's van de binnen- en buitenkant van de woning van die [slachtoffer] te laten maken en/of te ontvangen en/of

- zich (met een auto) op te houden in de directe nabijheid van de plaats van het misdrijf teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere medeverdachte(n) te (kunnen) waarschuwen bij dreigend gevaar (voor betrapping) en/of onraad en/of hun/zijn vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het misdrijf;

EN/OF

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere perso(o)n(en) of omstreeks 11 november 2018 te Almere, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of zijn/haar mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn/haar mededader(s)

- zich naar de woning van genoemde [slachtoffer] heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) een (op een echt gelijkend) vuurwapen heeft/hebben getoond en/of (vervolgens) heeft/hebben doorgeladen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) op de rug van die [slachtoffer] is/zijn gesprongen en/of

- ( vervolgens) (daarbij) een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp in de nek van die [slachtoffer] heeft/hebben gedrukt en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal op dwingende toon heeft/hebben gezegd: "Mimang, waar is je/het geld?" en/of "Wil je dood? Dit is je laatste kans, waar is je geld?" en/of "Als je niet wil dat ik je kinderen iets aan doe dan zeg je waar het geld is" en/of

- ( vervolgens) (daarbij) meermalen, althans eenmaal die [slachtoffer] met een (op een echt gelijkend) vuurwapen, althans een hard voorwerp op het hoofd en/of het gezicht heeft/hebben geslagen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 november 2018 te [woonplaats] opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- medeverdachte(n) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer (onbekend gebleven) perso(o)n(en) met een auto te vervoeren naar de woning van die [slachtoffer] , althans naar en/of van de plaats van het misdrijf en/of

- foto's van de binnen- en buitenkant van de woning van die [slachtoffer] te laten maken en/of te ontvangen en/of

- zich (met een auto) op te houden in de directe nabijheid van de plaats van het misdrijf teneinde die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of andere medeverdachte(n) te (kunnen) waarschuwen bij dreigend gevaar (voor betrapping) en/of onraad en/of hun/zijn vlucht mogelijk te maken en/of hen weg te kunnen voeren van de plaats van het misdrijf, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 22 maart 2019, genummerd MD2R018188, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 23, 100 tot en met 178, 200 tot en met 251, 301 tot en met 354, 401 tot en met 451, 500 tot en met 515, 1000 tot en met 1290 en 2000 tot en met 2004. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 1003.

3 Pagina 1004.

4 Pagina 1005.

5 Pagina 1006.

6 Pagina 1061.

7 Pagina 1062.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2020 in de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] , deel uitmakende van dit dossier, pagina 2.

9 Proces-verbaal ter terechtzitting van 22 januari 2020 in de strafzaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] , deel uitmakende van dit dossier, pagina 3.

10 Pagina 1010.

11 Pagina 1018.

12 Pagina 1021.

13 Pagina 1022

14 Pagina 1058.

15 Pagina 1059.