Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2766

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
21-07-2021
Zaaknummer
8919584
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Rolbeslissing individuele vordering dieselschandaal Volkswagen. Verhouding tot lopende collectieve acties WAMCA en WCAM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8919584 UC EXPL 20-10246 MAR/1217

Rolbeslissing van 16 juni 2021

in de zaak van

de stichting

Volkswagen Group Diesel Efficiency Stichting,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigde: mr. J.H. Lemstra,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

een rechtspersoon naar Duits recht Volkswagen Aktiengesellschaft,

gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. J.K. van Hezewijk.

Partijen worden hierna de Stichting en Volkswagen genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 september 2020;

- de akte houdende overlegging producties 1 tot en met 22 van de Stichting;

- het verzoek om aanhouding van 15 december 2020 van Volkswagen;

- de reactie van 19 januari 2021 van de Stichting op het aanhoudingsverzoek;

- de uitnodiging van 19 februari 2021 voor een mondelinge behandeling.

1.2.

De mondelinge behandeling is gehouden op 18 mei 2021, via Skype voor bedrijven. Daarbij waren aanwezig de heer [A] , [functie] van de Stichting, met mr. Lemstra, mr. [B] en mr. [C] en voor Volkswagen mr. Van Hezewijk en mr. [D] . De mondelinge behandeling is verder bijgewoond door belangstellenden van beide partijen.
De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt. Voor de Stichting is het standpunt verder toegelicht met pleitnotities. Ook voor Volkswagen is het standpunt toegelicht met pleitaantekeningen. Deze spreekaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd. Verder hebben de advocaten vragen van de kantonrechter beantwoord en over en weer op elkaars standpunten gereageerd.

1.3.

Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter meegedeeld dat een rolbeslissing zal worden genomen.

2 De overwegingen

inleiding

2.1.

Deze zaak heeft betrekking op de diesel-kwestie rondom Volkswagen. In deze procedure gaat het over de Volkswagen Passat van de heer [E] die, net zoals vele andere auto’s, bepaalde software bevatte waarmee de uitstoot van stikstofoxide in een testomgeving kunstmatig laag werd gehouden. [E] heeft zijn vordering op Volkswagen in september 2020 voor € 5.000,00 overgedragen aan de Stichting. In deze procedure vordert de Stichting vergoeding van de door [E] geleden schade.

andere procedures diesel-kwestie

2.2.

In verband met voornoemde diesel-kwestie zijn bij rechtbank Amsterdam momenteel twee collectieve acties aanhangig tegen (onder meer) Volkswagen. De eerste procedure is in 2017 aanhangig gemaakt door Stichting Car Claim (hierna: de SCC-procedure) en een tweede procedure is in 2020 (onder de WAMCA) ingesteld door Stichting Diesel Emissions Justice (hierna: de DEJ-procedure).

2.3.

Verder zijn er door de Stichting namens twee andere benadeelde Volkwagen-bezitters (die hun vorderingen eveneens aan de Stichting hebben gecedeerd) twee procedures gelijk aan de onderhavige procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank Noord-Nederland en de rechtbank Oost-Brabant.

verzoek om aanhouding

2.4.

Volgens Volkswagen is het om verschillende reden onwenselijk dat al deze zaken naast elkaar en door verschillende rechters in het land worden behandeld en beoordeeld. Daarom vraagt Volkswagen aanhouding van deze zaak totdat 1) er in de SCC-procedure uitspraak is gedaan en 2) [E] (of de Stichting namens hem) gebruik heeft gemaakt van de opt-out mogelijkheid in de DEJ-procedure en er vervolgens een jaar is verstreken (overeenkomstig de regeling in de WAMCA).

2.5.

Volkswagen heeft verder op voorhand al aangekondigd dat als de procedure niet wordt aangehouden, zij om verwijzing van deze zaak naar rechtbank Amsterdam zal vragen.

bezwaar

2.6.

De Stichting verzet zich tegen aanhouding. Volgens haar zijn er geen klemmende redenen voor aanhouding en, kort samengevat, laten definitieve uitspraken in de twee collectieve acties mogelijk nog meerdere jaren op zich wachten wat tot een onaanvaardbare vertraging van deze zaak leidt.

hoe nu verder?

2.7.

Door Volkswagen is, zoals gezegd, al aangekondigd dat zij bij een afwijzende beslissing op het aanhoudingsverzoek een incident zal opwerpen tot verwijzing naar de rechtbank Amsterdam.

De kantonrechter ziet hierin aanleiding om een beslissing over het aanhoudingsverzoek van Volkswagen te combineren met een beslissing op het (nog in te dienen) verzoek deze zaak te verwijzen naar rechtbank Amsterdam. De zaak zal daarom nu naar de rol worden verwezen voor het indienen van een incidentele vordering van die strekking door Volkswagen. Vanzelfsprekend kan de Stichting daarop reageren met een conclusie van antwoord in het incident.

Tot slot

2.8.

In verband met de rolverwijzing wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 14 juli 2021 te 9.30 uur voor het indienen van een conclusie van eis in incident aan de zijde van Volkswagen;

3.2.

de Stichting zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om daarop schriftelijk te reageren met een conclusie van antwoord in het incident;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Wilken, kantonrechter, en is in tegenwoordigheid van mr. M.A. Rademaker, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2021.