Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2524

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
27-05-2021
Datum publicatie
06-07-2021
Zaaknummer
C/16/515410 / FO RK 21-16
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikelen 10:27 BW en 10:24 BW. Namenrecht. Naamskeuze bij dubbele nationaliteit. Artikel 10:20 BW blijft buiten toepassing. Wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de vrouwelijke variant van die geslachtsnaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/515410 / FO RK 21-16

artikel 1:27 BW, artikel 1:24 BW

Beschikking van 27 mei 2021

in de zaak van:

[verzoeker] ,

hierna te noemen: de vader,

en

[verzoekster] ,

hierna te noemen: de moeder,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

beiden wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. E. van Haasteren,

tegen

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,

gemeente [naam gemeente] ,

hierna te noemen: de ABS.

1 De procedure

1.1.

De ouders hebben op 5 januari 2021 een verzoekschrift ingediend, met bijlagen.

1.2.

Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 29 april 2021. Daarbij waren aanwezig:

  • -

    de ouders met hun advocaat,

  • -

    mr. [A] , ambtenaar van de burgerlijke stand namens de gemeente [naam gemeente] .

2 Waar gaat het over?

2.1.

De kinderen van de ouders zijn:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012 in [geboorteplaats] ,

[minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats] .

2.2.

De ouders, [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] hebben zowel de Nederlandse als de Russische nationaliteit.

De vader heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen op 25 juni 2018. De moeder, [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] hebben de Nederlandse nationaliteit verkregen op 9 oktober 2020.

[voornaam van minderjarige 3] heeft vanaf haar geboorte de Nederlandse nationaliteit. De ouders gaan voor [voornaam van minderjarige 3] ook de Russische nationaliteit aanvragen.

2.3.

[voornaam van minderjarige 1] had op het moment van zijn geboorte alleen de Russische nationaliteit. Daarom was Russisch namenrecht van toepassing.1 Volgens het Russische recht kreeg [voornaam van minderjarige 1] de ‘mannelijke variant’ van de geslachtsnaam van de vader, te weten: [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

2.4.

[voornaam van minderjarige 2] had op het moment van haar geboorte alleen de Russische nationaliteit. Daarom was Russisch namenrecht van toepassing.2 Volgens het Russische recht kreeg [voornaam van minderjarige 2] de ‘vrouwelijke variant’ van de geslachtsnaam van de vader, te weten: [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

2.5.

[voornaam van minderjarige 3] had op het moment van haar geboorte de Nederlandse nationaliteit. Daarom was Nederlands namenrecht van toepassing.3 Volgens het Nederlandse recht kreeg [voornaam van minderjarige 3] dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind van de ouders,4 te weten: [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

2.6.

De ouders willen dat [voornaam van minderjarige 3] , net als [voornaam van minderjarige 2] , de geslachtsnaam [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] krijgt. De ABS heeft dit geweigerd bij besluit van 25 november 2020.

2.7.

De ouders verzoeken de rechtbank nu om het besluit van 25 november 2020 van de ABS te vernietigen5 en om opdracht te geven aan de ABS om de geboorteakte van [voornaam van minderjarige 3] te verbeteren6, in die zin dat haar geslachtsnaam wordt: [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

3 De beoordeling

Conclusie

3.1.

De rechtbank zal het verzoek van de ouders toewijzen en opdracht geven aan de ABS om de geboorteakte van [voornaam van minderjarige 3] te verbeteren, in die zin dat haar geslachtsnaam wordt: [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader]. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.

Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht

3.2.

De ouders hebben zowel de Nederlandse als de Russische nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.

3.3.

De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de ouders en de kinderen in Nederland wonen.7 Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat het verzoek betrekking heeft op Nederlandse aktes van de burgerlijke stand.

Toepassing van het namenrecht door de ABS

3.4.

De rechtbank stelt voorop dat de ABS het namenrecht goed heeft toegepast bij de vermelding van de geslachtsnamen van de kinderen in hun geboorteaktes.

3.5.

[voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] hadden op het moment van hun geboorte alleen de Russische nationaliteit. Daarom was Russisch namenrecht van toepassing.8

Volgens het Russische recht kreeg [voornaam van minderjarige 1] de ‘mannelijke variant’ van de geslachtsnaam van de vader, te weten: [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] en kreeg [voornaam van minderjarige 2] de ‘vrouwelijke variant’ van de geslachtsnaam van de vader, te weten: [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

[voornaam van minderjarige 3] had op het moment van haar geboorte de Nederlandse nationaliteit. Daarom was Nederlands namenrecht van toepassing.9 Het Nederlandse namenrecht kent geen mannelijke of vrouwelijke varianten van de geslachtsnaam. Volgens het Nederlandse recht kreeg [voornaam van minderjarige 3] dezelfde geslachtsnaam als het eerste kind van de ouders,10 te weten: [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader].

3.6.

De wet biedt geen keuzevrijheid aan de ABS om Nederlands of buitenlands namenrecht toe te passen wanneer er sprake is van meerdere nationaliteiten bij betrokkenen.

De ABS had daarom geen mogelijkheid om de door de ouders gewenste geslachtsnaam voor [voornaam van minderjarige 3] (naar Russisch namenrecht) op te nemen.

Europese rechtspraak en het Besluit geslachtsnaamswijziging

3.7.

In het arrest van het Europese Hof van Justitie van 2 oktober 2003, zaaknummer C-148-02 (Garcia Avello tegen België), heeft het Hof geoordeeld dat de artikelen 12 en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) zo moeten worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de overheid van een lidstaat weigert een gunstig gevolg te geven aan een verzoek om naamsverandering met betrekking tot minderjarige kinderen die in een lidstaat verblijven en de dubbele nationaliteit, die van die staat en van een tweede lidstaat, bezitten, wanneer dat verzoek tot doel heeft dat de kinderen de naam kunnen dragen die zij zouden dragen op grond van het recht en de gebruiken van de tweede lidstaat.

3.8.

Deze uitspraak van het Europese Hof van Justitie heeft in Nederland geleid tot wijziging van het Besluit geslachtsnaamswijziging, in die zin dat sinds 25 mei 2004 (Stb 2004, 239) aan artikel 3a, lid 1, een sub b is toegevoegd, dat luidt als volgt:

“1. Op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger wordt de geslachtsnaam van een minderjarig kind gewijzigd:

  1. (…)

  2. in de geslachtsnaam naar het recht van een staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, indien het kind naast de Nederlandse nationaliteit een andere nationaliteit bezit, een en ander met inachtneming van de artikelen 12, eerste lid, en 17 van het EG-verdrag en, waar mogelijk, van de gelijkheid van geslachtsnaam van minderjarige kinderen van dezelfde ouders die tot hetzelfde gezin behoren.”

3.9.

In de nota van toelichting bij wijziging van dit besluit staat vermeld dat deze bepaling ook toepasselijk is wanneer een kind naast de Nederlandse nationaliteit de nationaliteit bezit van een andere staat die niet een EG-lidstaat is.

3.10.

In deze zaak gaat het over een niet een EG-lidstaat, namelijk Rusland.

[voornaam van minderjarige 3] zal op korte termijn de Russische nationaliteit verkrijgen. De enige reden dat [voornaam van minderjarige 3] nu nog niet de Russische nationaliteit heeft, is dat de ouders hebben gewacht met de aanvraag vanwege de discussie over de geslachtsnaam van [voornaam van minderjarige 3] .

Hierin ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek te beoordelen alsof [voornaam van minderjarige 3] al de Nederlandse en de Russische nationaliteit heeft.

3.11.

De ouders hebben, op advies van de ABS, aan een medewerker van Justis gevraagd of hun verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [voornaam van minderjarige 3] op grond van artikel 3a van het Besluit geslachtsnaamswijziging kans van slagen heeft.

Volgens de medewerker van Justis is dit niet het geval, aangezien er door de naamswijziging eenheid van naam moet ontstaan. De drie kinderen krijgen echter niet dezelfde naam door de naamswijziging. Op dit moment dragen twee kinderen ( [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 3] ) de geslachtsnaam [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] en draagt één kind ( [voornaam van minderjarige 2] ) de geslachtsnaam [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader]. Door de naamswijziging zou één kind ( [voornaam van minderjarige 1] ) de geslachtsnaam [mannelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] dragen en zouden twee kinderen ( [voornaam van minderjarige 2] en [voornaam van minderjarige 3] ) de geslachtsnaam [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] dragen.

Het is daarom geen mogelijkheid voor de ouders om een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van [voornaam van minderjarige 3] , op grond van het Besluit geslachtsnaamswijziging, in te dienen bij Justis.

Toepassing van het namenrecht door de rechtbank

3.12.

De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak artikel 10:20 BW buiten toepassing moet blijven, gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van het Europese Hof, de aanpassing van artikel 3a van het Besluit geslachtsnaamswijziging naar aanleiding van die uitspraak en de specifieke omstandigheden van het geval. De rechtbank licht dit hierna toe.

3.13.

De Nederlandse wetgever heeft er naar aanleiding van de uitspraak van het Europese Hof voor gekozen om geen wijziging aan te brengen in artikel 10:20 BW, hoewel dit artikel geen naamskeuzemogelijkheid biedt bij een dubbele nationaliteit. De Nederlandse wetgever heeft ‘slechts’ gekozen voor een wijziging in het Besluit geslachtsnaamswijziging.

In deze zaak biedt het Besluit geslachtsnaamswijziging echter geen uitkomst, zoals hiervoor in 3.11. is toegelicht. Dit zou betekenen dat de ouders niet de mogelijkheid hebben om te kiezen voor de toepassing van Russisch namenrecht op de geslachtsnaam van [voornaam van minderjarige 3] .

De rechtbank vindt dit in strijd met de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie die een naamskeuze bij een dubbele nationaliteit expliciet mogelijk maakt.

3.14.

Daarbij komt dat in dit geval twee zusjes, met dezelfde ouders, een andere geslachtsnaam dragen. Dit zal voor de kinderen moeilijk te begrijpen zijn en vragen oproepen, zowel bij henzelf als bij anderen. De rechtbank vindt dit een inbreuk op hun identiteit en niet in het belang van de kinderen.

3.15.

In dit kader merkt de rechtbank nog op dat het opmaken van een verklaring van verscheidenheid van familienamen, op grond van artikel 10:21 BW, ook niet tot gevolg zou hebben dat [voornaam van minderjarige 3] in Nederland de geslachtsnaam [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] zou dragen.

3.16.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het besluit van 25 november 2020 van de ABS vernietigen en opdracht geven aan de ABS om de geboorteakte van [voornaam van minderjarige 3] te verbeteren, in die zin dat haar geslachtsnaam met toepassing van het Russische namenrecht [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader] zal luiden.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.17.

De ouders hebben verzocht om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing meteen kan worden uitgevoerd, ook al wordt er hoger beroep ingesteld. De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De ABS kan de geboorteakte namelijk pas aanpassen wanneer de beslissing onherroepelijk is.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

vernietigt het besluit van 25 november 2020 van de ABS;

4.2.

geeft opdracht aan de ABS om de geboorteakte van [minderjarige 3], met nummer [.] van het jaar 2020, voorkomend in het register van geboorten van de gemeente [naam gemeente] , te verbeteren in die zin dat de geslachtsnaam van de minderjarige wordt verbeterd in: [vrouwelijke variant van de geslachtsnaam van de vader];

4.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Dit is de beslissing van kinderrechter mr. E.A.A. van Kalveen, tot stand gekomen in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2021.

Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

1 Artikel 10:19 van het Burgerlijk Wetboek (BW)

2 Artikel 10:19 BW

3 Artikel 10:20 BW

4 Artikel 1:5 lid 8 BW

5 Artikel 1:27 BW

6 Artikel 1:24 BW

7 Artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)

8 Artikel 10:19 BW

9 Artikel 10:20 BW

10 Artikel 1:5 lid 8 BW