Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2508

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
17-06-2021
Datum publicatie
17-06-2021
Zaaknummer
16-143117-20, 96-264743-18 en 96-004849-19 (vorderingen tenuitvoerlegging) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 30-jarige man uit Almelo is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Ook krijgt hij een rijverbod van 11 jaar. De man reed in mei 2020 ruim 43 kilometer lang, met hoge snelheid, als spookrijder op de A12. Bij Maarn reed hij frontaal op een tegemoetkomende auto. Een 19-jarige inzittende van die auto overleed ter plekke.

Op 29 mei 2020 komen bij de politie rond 04:27 uur de eerste meldingen binnen van een spookrijder op de A12 tussen Arnhem en Utrecht. Verschillende getuigen verklaren dat hij erg hard rijdt. Uit onderzoek blijkt later dat hij met een snelheid reed van 156 km/h tot 178 km/h. De man reageert bij Ede niet op signalen van een politieauto, die naar aanleiding van de 112-meldingen naar de snelweg was gekomen. Hij stuurt zelfs nog in de richting van de agenten. De bestuurder van de politieauto kan een aanrijding nog maar net voorkomen. Ook op camerabeelden is te zien dat hij willekeurig over de weg slingert. Bij Maarn zien twee mannen, die op de juiste rijbaan parallel met de man meerijden, een vrachtwagen met zijn grote licht seinen en afremmen. Als de auto die achter de vrachtwagen rijdt van rijstrook wisselt om zo in te halen, botst die frontaal op de spookrijder. De bestuurder raakt zwaargewond; de bijrijder overlijdt ter plekke.

De man verklaart dat hij voordat hij in de auto stapte een rustgevend middel had ingenomen, dat hij een joint had gerookt én nog een pil had gekocht bij een junk. Vanaf dat moment weet hij niets meer. Volgens de rechtbank is in deze zaak niet bewezen dat sprake is van ‘vol opzet’. Het staat niet vast dat het de bedoeling van de man was om de weggebruikers en de agenten van het leven te beroven óf hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Wel heeft hij, door met hoge snelheid slingerend te gaan spookrijden, de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij op anderen zou kunnen botsen en dat zowel hijzelf als die anderen ook zouden kunnen overlijden. Dit maakt dat wél sprake is van ‘voorwaardelijk opzet’.

De rechtbank veroordeelt de man voor doodslag en poging tot doodslag en legt hem een celstraf op van 5 jaar én een rijontzegging van 11 jaar. Deze straf is lager dan door de officier van justitie geëist. Die vroeg om 7 jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van 20 jaar. De rechtbank houdt bij het opleggen van de straf rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man. Zo leidt hij aan verschillende stoornissen én is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Deskundigen adviseren om de man verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. De rechtbank neemt dit advies over.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16-143117-20, 96-264743-18 en 96-004849-19 (vorderingen

tenuitvoerlegging) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 17 juni 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1990] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,
gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 17 september 2020, 30 november 2020, 4 februari 2021, 26 april 2021 en 27 mei 2021. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 27 mei 2021. Het onderzoek is gesloten op de zitting van 3 juni 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.J.J.S. Visser en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 primair

Op 29 mei 2020 te Maarn opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door:

- als bestuurder van een personenauto op de snelweg langdurig, met een zeer hoge snelheid, spook te rijden,

- met onverminderde snelheid een tegemoetkomende personenauto waarin die [slachtoffer 1] zich bevond te naderen,

- niet uit te wijken voor die tegemoetkomende personenauto en

- tegen die personenauto aan te botsen, waardoor die [slachtoffer 1] is gedood;

Subsidiair zijn de onder primair genoemde handelingen tenlastegelegd als overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994;

Meer subsidiair als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

Feit 2 primair

Op 29 mei 2020 te Maarn heeft geprobeerd [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, door te handelen zoals ze hiervoor (onder feit 1 primair) is opgesomd;

Subsidiair is dit tenlastegelegd als overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 en

Meer subsidiair als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

Feit 3 primair

Op 29 mei 2020 te Ede heeft geprobeerd [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] van het leven te beroven door:

- als bestuurder van een personenauto op de snelweg langdurig en met een zeer hoge snelheid, spook te rijden;

- met onverminderde snelheid de dienstauto van die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te naderen;

- en niet uit te wijken voor hen, waardoor die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar een naastgelegen rijstrook;

- waarna verdachte met zijn auto richting die dienstauto stuurde en zeer dichtbij hen kwam rijden;

subsidiair zijn de onder primair genoemde handelingen tenlastegelegd als bedreiging van de [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] ;

meer subsidiair als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde en daarvoor het volgende naar voren gebracht.

Verdachte is niet doelgericht op de Renault Clio, waarin de slachtoffers zaten, ingereden. Hij heeft meermalen verklaard dat hij geen ongeluk wilde veroorzaken. Er is dus geen sprake van vol opzet.

Er is ook geen sprake van voorwaardelijk opzet. Uit de feitelijke gedragingen en omstandigheden valt immers niet vast te stellen dat hij een dodelijk ongeluk wilde veroorzaken. Verdachte is juist tweemaal uitgeweken voor een tegenligger. Daarbij komt dat de Renault Clio kort voor het ongeval van rijstrook wisselde en op de rijstrook ging rijden, waarop verdachte reed. Verdachte had geen tijd meer om van rijstrook te wisselen, waarna de botsing volgde. Het doorrijden was dus geen bewuste keus, waaruit het bewust aanvaarden van een aanmerkelijke kans op een ongeval zou kunnen worden geconcludeerd. Verdachte heeft met grove onachtzaamheid gehandeld, maar er was geen sprake van voorwaardelijk opzet op de dood dan wel het zware letsel. Daarbij komt dat verdachte, door zijn persoonlijkheidsproblematiek, onvoldoende in staat was om adequaat te reageren op waarschuwings- en alarmsignalen. Dit maakt dat hij dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en feit 2 primair tenlastegelegde. Ten aanzien van 1 en 2 subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsman met dezelfde argumenten als hiervoor genoemd, betoogd dat evenmin sprake is van vol opzet, dan wel voorwaardelijk opzet op de dood van de agenten. Uit het feit dat verdachte de rechter rijbaan aanhield en meerdere weggebruikers is gepasseerd zonder op hen in te rijden, kan worden afgeleid dat ook geen sprake is van bedreiging van de agenten, het subsidiair tenlastegelegde. Van feit 3 primair en subsidiair dient hij daarom te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Kern van de zaak

De kern van deze zaak is de beoordeling of uit de bewijsmiddelen volgt dat het verkeersgedrag van verdachte een (poging) doodslag oplevert, of dat er sprake is van het hebben van schuld aan een dodelijk verkeersongeval, althans een verkeersongeval waardoor zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Juridisch kader
De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of de verdachte opzettelijk heeft gehandeld. Van “vol opzet” is in dit geval sprake indien de verdachte met het spookrijden het doel had de betrokken weggebruikers (feiten 1 en 2) en de verbalisanten (feit 3) van het leven te beroven of hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Indien van vol opzet geen sprake is, ligt vervolgens de vraag naar “voorwaardelijke opzet” voor: heeft de verdachte zich, door te gaan spookrijden, willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de betrokken weggebruikers waar hij uiteindelijk met zijn auto tegenaan is gebotst en de verbalisanten die hij passeerde zouden komen te overlijden?

Dat er op zichzelf een aanmerkelijke kans is op de dood of zwaar lichamelijk letsel bij een frontale aanrijding door spookrijden op een snelweg met hoge snelheden, staat buiten kijf. De vraag is echter of de verdachte die kans ook bewust, dus met een zekere mate van opzet, heeft aanvaard.

Sommige gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard. Over zeer gevaarlijke gedragingen in het verkeer heeft de Hoge Raad overwogen dat deze onder omstandigheden een poging doodslag kunnen opleveren, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeel dient te betrekken dat de verdachte in een dergelijk geval het ook op de koop toe moet nemen dat niet alleen een ander, maar ook hij zelf het leven zal verliezen door zijn gedraging(en)1. Anders gezegd: hoewel spookrijden heel erg gevaarlijk is, is dit gegeven alleen onvoldoende om te zeggen dat iemand die spookrijdt bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat hij door zijn gedraging een ander doodt. Of dit het geval is, zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de dossierstukken, waaronder de 112-meldingen, de getuigenverklaringen, het forensisch onderzoek naar het ongeval, de camerabeelden, de verklaringen van slachtoffers, en de verklaringen van de verdachte zelf. Op die manier zal als het ware moeten worden achterhaald of verdachte door zijn handelen willens en wetens de kans aanvaardde dat hij een ander zou doden.

Bewijsmiddelen ten aanzien van alle feiten 2 3

De meldingen

1. Op 29 mei 2020 kwamen vanaf 04.27.55 uur meldingen binnen bij de 112-centrale van een spookrijder op de A12.

Om 04.28.16 ontvangt de centrale de volgende melding:

Centrale: Alarmcentrale 112, wilt u politie, brandweer of ambulance?

Melder: Politie. Ik heb een spookrijder op de A12.

Centrale: A12, en bij welke hectometerpaal rijdt u?

Melder: 126 in de richting van Arnhem naar Utrecht rijdt ‘ie.

Centrale: NTV de spookrijder rijdt richting Utrecht van Arnhem naar Utrecht.

Melder: Jazeker. Op 126 was hij net.

Centrale: A12. 126. Ja, ik verbind u door met de politie.4

In totaal zijn bij de centrale 29 meldingen binnen gekomen.5

De getuigen

2. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat

• Hij tijdens zijn werk reed op de A12, komende uit de richting Arnhem en gaande in de richting Utrecht ter hoogte van het Ginkelsezand;

• Hij op dat moment gepasseerd werd door een auto die met hoge snelheid reed;

• Op het moment dat hij ingehaald werd deze auto zag dat deze op de verkeerde weghelft reed;

• Dit een Volvo was, vermoedelijk een station model;

• Hij de oranje zwaailichten van zijn ANWB auto aanzette en probeerde hiermee de bestuurder van de Volvo te waarschuwen;

• Hij daarbij vol gas 165 km/uur reed maar dat de Volvo op hem uitliep;

• Bij Ede een politie auto met zwaailichten probeerde de bestuurder van de Volvo te

waarschuwen maar dat de Volvo gewoon doorreed.6

3. Verbalisant [verbalisant 1] sprak telefonisch met getuige [getuige 2] . Zij verbaliseerde als volgt.

Melder reed met de vrachtwagen over de A12 in de richting van Arnhem. Ter hoogte van Ede, omstreeks 04.30 uur, wilde hij een geldauto inhalen. Toen hij naast de geldauto reed, zag hij op zijn rijstrook lichten op zich afkomen. De melder schrok enorm en ging snel weer achter de geldauto rijden. In een flits kwam de spookrijder keihard voorbij rijden op de linker rijstrook gezien vanuit de melder. Toen het voertuig gepasseerd was, keek de melder in zijn achteruitkijkspiegel. Hij zag dat er allerlei voertuigen met hun grote licht seinden naar de spookrijder maar hij zag geen remlichten gaan branden bij de spookrijder. Deze reed in volle vaart door.7

4 Getuige [getuige 3] verklaarde als volgt.

‘Ik ben getuige geweest van de dodelijke aanrijding op 29 mei 2020 op de A12.

Ik was bijrijder in een voertuig, we zaten in een bus van het werk. We reden op de snelweg bij Veenendaal. We waren onderweg naar Rijswijk. Toen reden we op de middelste baan. [A] zag dat er een voertuig met hoge snelheid aan kwam van achteren, dus we dachten dat dat voertuig ons hard voorbij zou komen. Toen keken we nog eens goed en toen zagen we dat hij helemaal op de andere snelweg zat, als spookrijder. Het voertuig kwam ons heel hard voorbij rijden. Hij haalde ons goed hard in. Wij hebben ook gas bijgegeven omdat we wilden zien hoe dit af zou lopen, we dachten dat het nooit goed kon gaan. Op een gegeven moment reden wij 160 km/h en hij reed nog steeds vol gas op ons uit. Ik zag bij ons tussen de 155 en 160 km/h op de teller want we wisten dat dit nooit goed kon gaan en wilden kunnen helpen als het misging. En 200 meter later of zoiets zagen we al een vrachtwagen seinen met zijn grote licht. Toen zeiden wij al ‘nu is het klaar’. Die vrachtwagen ging blijkbaar vol gas remmen of zoiets en toen is een auto die achter die vrachtwagen reed, die is op die Volvo geklapt, op die spookrijker zeg maar. Wij zagen dit gebeuren. We zagen de ene auto de vangrail in vliegen, en we zagen overal stukken heen vliegen.’8

5. Verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] deden aangifte en verklaarden (ook aanvullend) als volgt. 9 10

‘Op 29 mei 2020 waren wij belast met de incidentafhandeling voor het gebied Wageningen en Renkum. Wij reden in een opvallend dienstvoertuig en waren herkenbaar in uniform gekleed. Verbalisant [slachtoffer 3] was de bestuurder van het dienstvoertuig en verbalisant [slachtoffer 4] zat op de bijrijdersstoel.

Omstreeks 04:30 uur, kregen wij van het Operationeel Centrum Arnhem een melding. Van de centralist van het Operationeel Centrum hoorden wij dat een spookrijder reed over de A12 rechts ter hoogte van hectometerpaal 127.0. Deze spookrijder zou in de richting van Utrecht rijden. Het voertuig van de spookrijder zou een grijze Volvo V70 betreffen. Toen wij op de A12 rechts, rijstrook twee, ter hoogte van hectometerpaal 111.0 reden zagen wij dat een voertuig met dim-verlichting ons met hoge snelheid naderde.11 Ter hoogte van hectometerpaal 111.8 buigt de snelweg naar links, gezien vanuit de richting van Utrecht. De spookrijder reed op rijstrook 1. Wij schatten de snelheid op dat moment op 150 kilometer per uur. Wij reden op dat moment op rijstrook 2 met ongeveer 100 kilometer per uur. Wij haalden vlak daarvoor twee vrachtwagens in. Deze twee vrachtwagens reden op rijstrook 3. Ik, verbalisant [slachtoffer 3] , zette direct toen wij de spookrijder zagen de optische- en geluidssignalen van ons dienstvoertuig aan. De spookrijder was toen ongeveer 500 meter van ons vandaan. De spookrijder moet dus onze blauwe verlichting hebben gezien. Ter hoogte van hectometerpaal 111.5 reden wij met ons dienstvoertuig voor het grootste gedeelte op rijstrook 3. Wij zagen dat de spookrijder ons passeerde toen de spookrijder op rijstrook 2 reed.12

Op het moment van passeren van de spookrijder schudde ons dienstvoertuig hevig, door de snelheid en kleine afstand die tussen ons en de spookrijder zat. Aangezien wij uitweken richting de vluchtstrook, deed dit ons verbalisanten vermoeden dat het voertuig meer onze kant was gekomen. Dit wil zeggen, het voertuig reed op rijstrook 1 toen wij deze in het zicht kregen. Echter voelde het aan alsof het voertuig dichterbij was, tijdens passeren.13 Wij zagen dat, nadat deze ons had gepasseerd, de snelheid niet minderde. Wij zagen dat het voertuig binnen enkele seconden in de duisternis achter ons uit het zicht verdween. Wij hebben geen remlichten gezien.’14

Situatieschets gemaakt door verbalisant [slachtoffer 4] :15

De camerabeelden

6. Van het traject op de A12 tussen hectometerpaal 91.7 (rechts) en 82.9 (rechts) zijn camerabeelden beschikbaar. Hierop is het volgende te zien. 16

Ter hoogte van hectometerpaal 91.6: om 05:04:51 uur (systeemtijd17) komt een zilvergrijze Volvo V70 spookrijdend het beeld binnen gereden. De Volvo rijdt op de middelste rijstrook en voorkomt ternauwernood een botsing met een personenauto die eveneens op de middelste rijstrook rijdt, door uit te wijken naar de spitsstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 88.4: om 05:05:57 uur rijdt de Volvo met zijn linker banden (gezien vanuit de positie van de camera) op de spitsstrook en met zijn rechter banden op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 87.7: om 05.06.10 uur rijdt de Volvo met zijn linker banden op de middelste rijstrook en met zijn rechter banden op de rechter rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 87.4: om 05.06.15 uur rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 87.0: om 05:06:19 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de middelste rijstrook en met zijn rechter banden op de rechter rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 87.0 om 05:06:22 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de middelste rijstrook en met zijn rechter banden op de onderbroken streep tussen de rechter en middelste rijstrook en passeert daarbij rakelings een tegenligger, die op de rechter rijstrook rijdt.

Ter hoogte van hectometerpaal 86.9 om 05:06:29 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de spitsstrook en met zijn rechter banden op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 86.5 om 05:06:39 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de spitsstrook en met zijn rechter banden op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 86.3 om 05:06:43 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de spitsstrook en met zijn rechter banden op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.6: om 05:06:33 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de middelste rijstrook en met zijn rechter banden op de rechter rijstrook. Er nadert een tegenligger, die op de rechter rijstrook rijdt.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.6: om 05:06:38 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo met zijn linker banden op de spitsstrook en met zijn rechter banden op de middelste rijstrook. De tegenligger rijdt nog op de rechter rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.6: om 05:06:42 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de spitsstrook en passeert de tegenligger, die op de rechter rijstrook rijdt.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.6: om 05:06:52 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.4 om 05:06:59 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.4: om 05:07:03 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de spitsstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.1: om 05:07:07 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.1 om 05:06:10 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de rechter rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 85.1: om 05:06:11 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op rechter rijstrook, tegen de vluchtstrook aan.

Ter hoogte van hectometerpaal 84.7: om 05.07.19 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 84.0: om 05:07:24 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de spitsstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 84.0: om 05:07:35 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook.

Ter hoogte van hectometerpaal 82.7: om 05:07:57 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook. Er nadert een vrachtauto, die op de rechter rijstrook rijdt, afremt en richting vluchtstrook rijdt.

Ter hoogte van hectometerpaal 82.7: om 05:08:00 uur (systeemtijd) rijdt de Volvo op de middelste rijstrook. De hiervoor genoemde tweede personenauto wordt ingehaald door een derde personenauto (Renault Clio), die daarbij op de middelste rijbaan gaat rijden.

Ter hoogte van hectometerpaal 82.7: om 05:08:02 uur (systeemtijd) botst de Volvo frontaal op de hiervoor genoemde Renault Clio.

De plaats van het ongeval

7. Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] .

‘Op 29 mei 2020, was ik samen met verbalisant [verbalisant 3] , belast met de incidentafhandeling van de Utrechtse Heuvelrug. Wij waren in uniform gekleed en reden in een opvallend dienstvoertuig. Omstreeks 04:41 uur hoorden wij over de portofoon dat collega’s Veenendaal richting de A12 werden gestuurd in verband met een spookrijder aldaar. Wij hoorden dat er een spookrijder komend uit de richting van Arnhem, rijdend in de richting van Utrecht reed. De spookrijder zou met hoge snelheid over de A12 rijden. Wij verbalisanten zijn vervolgens direct naar de A12 gereden en namen positie in ter hoogte van Maarn. Toen wij ter hoogte van Maarn stonden hoorden wij portofonisch dat de spookrijder een aanrijding had gehad met een tegenligger. Dit zou ter hoogte van hectometerpaal 82.8 gebeurd zijn. Wij zijn vervolgens met spoed naar genoemde locatie gereden.

Toen wij enkele minuten later ter plaatse kwamen zag ik dat het een grote ravage was op de autosnelweg. Ik zag dat er twee voertuigen met forse schade op de A12 stonden. Ik zag dat het eerste voertuig vanaf zijde Maarn gezien een lichtkleurige Volvo betrof. Ik zag dat de voorzijde van de Volvo fors beschadigd. Ik zag dat het tweede voertuig vanaf zijde Maarn gezien een klein voertuig betrof. Ik zag dat dit kleine voertuig half op de vangrail stond. Ik zag dat dit kleine voertuig zo dusdanig

beschadigd was dat er weinig van het voertuig over was. Het voertuig dusdanig in

elkaar dat ik het merk en type van de auto niet kon zien.’ 18

8 Verbalisant [verbalisant 4] heeft het volgende verklaard.

‘Ik was op 29 mei 2020 belast met de incidentenafhandeling binnen basisteam Heuvelrug. Omstreeks 04.35 uur hoorde ik van het Operationeel Centrum een melding dat er een spookrijder was gezien op de A12 rechts, komend vanuit de richting van Arnhem en gaande in de richting van Utrecht, spookrijdend. Ik hoorde kort daarna dat het voertuig gecrasht zou zijn en op een ander voertuig zou zijn gereden. 04.44 uur kwam ik ter plaatse bij de plaats van ongeval. Ik zag op de andere weghelft een grijze Renault Clio, voorzien van het kenteken [kenteken] , met de achterzijde deels op de vangrail staan. Ik zag een enorme chaos op de weghelft. Ik zag dat het motorblok van de Renault Clio los van het voertuig lag. Ik zag verspreid over ongeveer 100 à 150 meter allerlei onderdelen op het wegdek liggen. Een stuk verderop, ongeveer 100 meter, in de richting van Maarsbergen zag ik een tweede voertuig op de rijbaan staan. Ik zag dat dit een grijze Volvo station betrof en dat deze aan de voorzijde in elkaar zat. Ik zag aan de schade aan de voertuigen en de onderdelen op het wegdek dat de impact enorm moet zijn geweest. Ik stapte over de vangrail heen en liep in de richting van de Renault Clio. Ik zag ondertussen dat de bestuurder van de Renault Clio nog in het voertuig zat. Ik sprak hem aan en hoorde dat hij wat onduidelijke woorden tegen mij sprak die ik niet kon verstaan. Ik zag dat het een jonge man betrof met een donkere huidskleur. Later begreep ik van omstanders, die vertelden dat zij vrienden van hem waren, dat hij [slachtoffer 2] heette en woonachtig was op de [adres] te [woonplaats] . Ik zag dat hij een bebloed hoofd had. Ik zag dat de voorzijde van het voertuig in elkaar was gedrukt. Ik opende de linker zijdeur van het voertuig en zag dat er een jongeman op de achterbank lag. Ik zag dat hij met zijn hoofd tegen de deur aanlag die ik opende. Ik zag dat hij met zijn voeten richting de andere zijdeur lag, in de lengte over de achterbank. Ik zag dat zijn hoofd op zodanige wijze opzij hing dat ik de indruk kreeg dat zijn nek was gebroken. Ik pakte zijn hoofd beet om hem in zijn gezicht te kijken. Ik zag dat dat zijn hoofd open lag en dat hij geen teken van leven meer vertoonde.19

9. Het ongeval vond plaats op de A12 Rechts ter hoogte van hectometerpaal 82.8. 20 De rijbaan van de Rijksweg A12 rechts te Maarsbergen bestaat ter hoogte van hectometerpaal 82,8 uit drie rijstroken en een rechts daarnaast gelegen vluchtstrook. De meest linker rijstrook (rijstrook 1) wordt gebruikt als spitsstrook.21 De ter plekke toegestane maximum snelheid voor motorvoertuigen bedroeg 130 km/uur.22

10. Verdachte was de bestuurder van de Volvo met kenteken [kenteken] .23

De snelheid

11. De forensische opsporing heeft meerdere onderzoeken gedaan naar de snelheid waarmee verdachte reed en daarover onder meer het volgende gerelateerd.

De afstand tussen beide GPS punten (de rechtbank begrijpt: tussen tankstation Esso De Buunderkamp en tankstation Shell Bloemheuvel) bleek 21,1 km.24 Om de gemiddelde snelheid van de spookrijdende Volvo te bepalen, is de afgelegde afstand gedeeld door het tijdsverschil. Hieruit volgt dat de bestuurder van de Volvo over het traject tussen Esso De Buunderkamp en Shell Bloemheuvel heeft gereden met een gemiddelde snelheid die hoogstwaarschijnlijk was gelegen tussen de 156 km/h en 176 km/h. 25

De slachtoffers

11. Verbalisant [verbalisant 5] heeft het volgende verklaard.

Op 29 mei 2020 om 06:35 uur kwam ik naar aanleiding van een verkeersongeval

met dodelijke afloop, voor een forensisch onderzoek aan op A12. Het slachtoffer was door de brandweer uit het voertuig gehaald en op het wegdek neergelegd.

Overledene : [slachtoffer 1]

12. Forensisch arts, dr. G. Tan, heeft de schouw verricht en kwam tot de volgende conclusie:

Betreft: [slachtoffer 1] .

Schouw op snelweg A12. Betrokkene ligt onder zeil en achter scherm.

Conclusie

Niet natuurlijk overlijden tgv auto ongeval. Overleden aan fors schedelhersenletsel opgelopen bij ongeval.26

13. Geneeskundige verklaring met betrekking tot [slachtoffer 2] , inhoudende: 27

Uitwendig waargenomen letsel: diverse schaafwonden;

Is er sprake van uitwendig bloedverlies: ja, gering

Is er vermoeden van niet uitwendig waarneembaar letsel: ja

Is er vermoeden van inwendig bloedverlies: ja

Overige van belang zijnde informatie:

- Nekletsel waarvoor operatie;

- Leverletsel;

- Miltletsel;

- Longkneuzing.

Datum waarop persoon werd onderzocht: 29 mei 2020.

Geschatte duur van genezing: + 6 maanden.

Eindconclusie

Uit voornoemde bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat daaruit kan worden afgeleid dat verdachte het doel had de betrokken weggebruikers (feiten 1 en 2) en de verbalisanten (feit 3) van het leven te beroven of hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Van ‘vol opzet’ is dan ook geen sprake.

Hiervoor is reeds overwogen dat er op zichzelf een aanmerkelijke kans is op de dood of zwaar lichamelijk letsel bij een frontale aanrijding door spookrijden op een snelweg met hoge snelheden. De vervolgvraag is of verdachte die aanmerkelijke kans heeft aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. Voor dit oordeel baseert de rechtbank zich op de uiterlijke verschijningsvormen van het verkeersgedrag van verdachte. Verdachte zelf weet – zoals hij ook op zitting heeft verklaard - immers niks meer van het spookrijden tot en met het ongeval. Hij weet nog wel dat hij vóórdat hij in de auto stapte voor zijn terugweg naar Almelo diazepam had ingenomen, als ook een pil die hij van een junk had gekocht en dat hij een joint heeft gerookt. Vanaf dat moment weet verdachte niks meer. Bij die stand van zaken moet de rechtbank zich dus baseren op de uiterlijke verschijningsvormen van het verkeersgedrag van verdachte.

De rechtbank stelt vast dat verdachte over een totaaltraject van 43,2 kilometer (het verschil tussen de eerste 112-melding bij hectometerpaal 126 en het uiteindelijke punt waar verdachte in botsing is gekomen bij hectometerpaal 82,8) heeft spookgereden. Hierbij reed verdachte op een groot deel van het traject met een snelheid tussen de 156 km/h en 178 km/h.

Verschillende getuigen hebben verklaard dat zij lichtsignalen (groot licht) hebben gezien van het tegemoetkomend verkeer op de rijbaan waar verdachte spookreed. Ook heeft een getuige de optische signalen van het dienstvoertuig van verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] gezien, terwijl deze getuige parallel meereed op de andere (juiste) rijbaan naast verdachte. Hieruit volgt dat verdachte deze lichtsignalen ook had kunnen zien. Daar staat tegenover dat geen enkele getuige heeft gezien dat verdachte op enig moment vaart minderde door te remmen, dan wel dat hij het overige tegemoetkomend verkeer heeft geprobeerd te waarschuwen.

Uit de camerabeelden die ook op zitting zijn getoond, leidt de rechtbank af dat verdachte met zijn auto over een traject van ruim 8 kilometer slingerend over de drie rijbanen is gegaan. Tijdens dat traject maakte verdachte stuurbewegingen richting tegemoetkomende auto’s, maar ook tegenovergestelde stuurbewegingen van auto’s af. Deze stuurbewegingen komen willekeurig over, aangezien verdachte dit ook deed als er geen verkeer in de buurt was. Dat verdachte ook stuurbewegingen maakt richting tegemoetkomende auto’s komt overeen met dat wat de verbalisanten hebben verklaard, namelijk dat verdachte een stuurbeweging heeft gemaakt richting hun dienstauto.

Door met veel te hoge snelheid spook te rijden over een traject van in totaal 43,2 kilometer, niet te remmen bij het passeren van tegenliggers die verdachte had kunnen zien, niemand actief te waarschuwen en daarbij over alle rijstroken te slingeren en op sommige momenten op tegemoetkomend verkeer in te sturen, heeft verdachte de aanmerkelijke kans op dood of zwaar lichamelijk letsel bij anderen én zichzelf aanvaard. Dat de verdachte achteraf, ook ter zitting, meermalen heeft verklaard dat hij nooit de bedoeling heeft gehad een ander letsel toe te brengen, doet aan het voorgaande niet af: hij heeft die aanmerkelijke kans bewust in het leven geroepen door met hoge snelheid in een auto slingerend spook te rijden en niets gedaan om de verwezenlijking daarvan te voorkomen.

Door het rijgedrag van verdachte is hij uiteindelijk tegen de auto van de slachtoffers gebotst en is slachtoffer [slachtoffer 1] om het leven gekomen; slachtoffer [slachtoffer 2] heeft dit ongeval overleefd maar wel zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Vóór dit ongeval konden de verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in hun dienstvoertuig ternauwernood ontkomen aan de op hun in sturende verdachte.

Voor de volledigheid merkt de rechtbank ten overvloede op dat het standpunt van de verdediging, wat kortweg inhoudt dat verdachte door zijn stoornissen en de inname/het gebruik van verdovende middelen deze aanmerkelijke kans niet bewust kon nemen, niet standhoudt. Immers heeft verdachte er zelf voor gekozen om diazepam en een (kennelijk ook voor verdachte onbekende) pil van een junk in te nemen en een joint te roken voordat hij de auto instapte. Ook volgt uit de hierna te bespreken rapporten dat verdachte wel een zekere mate van keuzevrijheid heeft.

Het voorgaande maakt dat de rechtbank oordeelt dat ten aanzien van alle drie de feiten het primair ten laste gelegde, te weten de doodslag en tweemaal een poging doodslag, wettig en overtuigend is bewezen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1 Primair

op 29 mei 2020 te Maarsbergen [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 43.2 kilometer) tegen de richting van het verkeer in te rijden en te blijven rijden (zgn. spookrijden) en

- tegelijkertijd met een gemiddelde snelheid van tenminste 156 km/u te rijden en

- vervolgens met onverminderde snelheid een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin die [slachtoffer 1] (recht van voren) te naderen en

- vervolgens niet uit te wijken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, frontaal is gebotst op de hem tegemoetkomende personenauto (Renault Clio), ten gevolge waarvan een passagier van die personenauto (Renault Clio), te weten voornoemde [slachtoffer 1] , is overleden;

Feit 2 Primair

op 29 mei 2020 te Maarsbergen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, als bestuurder van een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 43,2 kilometer) tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en is blijven rijden (zgn. spookrijden) en

- tegelijkertijd met een gemiddelde snelheid van tenminste 156 km/u heeft gereden, en

-vervolgens met onverminderde snelheid een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin die [slachtoffer 2] (recht van voren) is genaderd en

- vervolgens niet is uitgeweken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, frontaal is gebotst op de hem tegemoetkomende personenauto (Renault Clio) met daarin als bestuurder voornoemde [slachtoffer 2] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3 Primair

op 29 mei 2020 te Ede,, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (de ambtenaren van politie) [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, als bestuurder van een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, langdurig tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en is blijven rijden (zgn. spookrijden) en

-tegelijkertijd met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u heeft gereden,

-vervolgens met onverminderde snelheid)een tegemoetkomend motorvoertuig, te weten de dienstauto met daarin die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] is genaderd en

-vervolgens niet is uitgeweken voor de tegemoetkomende dienstauto waarna die [slachtoffer 3] met zijn dienstauto) is uitgeweken naar de rijstrook gelegen rechts van de dienstauto van die [slachtoffer 3] endie [slachtoffer 4] en/of

waarna hij, verdachte, met onverminderde snelheid in de richting van die dienstauto is gaan rijden, waardoor hij, verdachte, met zijn voertuig zeer dicht bij die dienstauto kwam te rijden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair: doodslag

Feit 2 primair en feit 3 primair: telkens, poging tot doodslag

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 7 jaar, met aftrek van het voorarrest,

- de maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht;

Ten aanzien van feit 1:

- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 10 jaar;

Ten aanzien van feit 2:

- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaar;

Ten aanzien van feit 3:

- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit een lagere straf aan verdachte op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. In het geval de rechtbank het standpunt van de raadsman volgt ten aanzien van de bewezenverklaring is een onvoorwaardelijk straf gelijk aan het voorarrest passend. Verdachte is in detentie tot de overtuiging gekomen dat hij behandeling nodig heeft voor zijn problematiek. Hij is bereid hieraan te werken en beseft dat dit een intensieve behandeling zal zijn. Deze behandeling kan, zoals ook door de psychiater en psycholoog geadviseerd, gerealiseerd worden middels een bijzondere voorwaarde bij een op te leggen voorwaardelijke straf, met een maximale proeftijd.

Indien de rechtbank de door verdachte begane feiten kwalificeert als (poging) doodslag, is een gevangenisstraf voor de duur van (maximaal) 4 jaar passend. Dit maakt het mogelijk een deel hiervan voorwaardelijk op te leggen, met de bijzondere voorwaarde dat hij meewerkt aan behandeling van zijn problematiek. De maatregel op grond van artikel 38z Sr is bedoeld voor langdurig toezicht met als doel herhaling van zeden- en zware geweldsdelicten te voorkomen. Daarvan is hier geen sprake; verdachte heeft in het verleden nooit een behandeling ondergaan en is daarvoor gemotiveerd. Dat maakt het zware middel van artikel 38z Sr niet noodzakelijk, nu er lichtere varianten mogelijk zijn om hetzelfde doel te bereiken.

Indien de rechtbank van oordeel is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar onvoldoende recht doet aan de zaak, kan verdachte de behandeling ondergaan in het kader van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De omstandigheden en de ernst van de feiten

Verdachte heeft op 29 mei 2020 als spookrijder een afstand van 43,2 km op de A12 afgelegd. Andere weggebruikers probeerden hem door middel van lichtsignalen te waarschuwen. Daarop reageerde hij niet. Ook reageerde verdachte niet op de optische- en geluidssignalen van een politieauto, die naar aanleiding van de 112-meldingen de snelweg op was gegaan. Alleen door een snelle stuurmanoeuvre kon de verbalisant een aanrijding met verdachte, die ineens van rijstrook wisselde, voorkomen.

Verdachte reed ook met een zeer hoge snelheid. Weggebruikers die op de andere rijbaan reden (in de juiste rijrichting) en hem probeerden bij te houden, verklaren dat dat niet lukte. Verdachte heeft met een gemiddelde snelheid van 156 km/h tot 178 km/h gereden Verdachte is met die zeer hoge snelheid, terwijl hij op de middelste van 3 rijstroken reed, frontaal op een personenauto gebotst. De bestuurder van die personenauto haalde juist nietsvermoedend een voor hem rijdende personenauto in en had geen schijn van kans verdachte te ontwijken. De bestuurder heeft bij dit ongeval zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waarvan hij levenslang de gevolgen zal ondervinden. Er is bij hem onder meer sprake van hersenletsel, met gedragsverandering tot gevolg. De passagier, net als de bestuurder een 19-jarige jongeman, overleed ter plekke.

Verdachte is hiervoor verantwoordelijk en hij heeft het slachtoffer en de nabestaanden onherstelbaar leed aangedaan.

De persoon van verdachte

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat verdachte op 29 mei 2020 in twee proeftijden liep van (forse) voorwaardelijke gevangenisstraffen in verband met rijden onder invloed. Verdachte was in die zin dan ook ruimschoots een gewaarschuwd man. Los hiervan, beschikte verdachte ook niet over een geldig rijbewijs én was de auto waarin verdachte reed niet verzekerd.

Verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaand aan zijn noodlottige autorit diazepam heeft geslikt en een jointje heeft gerookt, zoals hij dagelijks deed. Die avond was hij gestrest en had hij nog een pil bij een junk gekocht en ingenomen, met de bedoeling rustiger te worden. Uit het dossier volgt dat diazepam en cannabis ieder een dempende invloed hebben en als ze tegelijk worden gebruikt elkaars werking versterken. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij ondanks twee proeftijden met daaraan gekoppeld gevangenisstraffen voor rijden onder invloed tóch in deze staat in een auto is gestapt. Hij wist immers van het effect van deze middelen op zijn lichaam was en stapte desondanks achter het stuur.

De rapporten

Uit het Pro Justitiarapport van 25 januari 2021 van dr. I.F.F.M. Elzakkers, psychiater, volgt dat bij verdachte ten tijde van het delict sprake was van ADHD, LVB, een persoonlijkheids-stoornis met antisociale trekken en een lichte stoornis in cannabisgebruik. Geadviseerd wordt het ten laste gelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

Door een langlopend conflict met zijn ex-vriendin over het al dan niet kunnen zien van zijn kind had hij op de avond voorafgaand aan de feiten een middel ingenomen waarvan hij rustiger zou worden. Passend bij zijn beperkte coping wachtte hij niet met innemen totdat hij naar bed ging. Omdat dit middel samen met zijn dagelijkse diazepam en jointje onvoldoende werkte, besloot hij in de auto te stappen om naar de hoeren te gaan. Het is typerend dat verdachte niet veel andere probleemoplossende strategieën had dan middelengebruik of naar prostituees gaan. Hij koos passend bij zijn beperkte impulscontrole, zijn moeite de gevolgen van zijn gedrag te overzien en de gerichtheid op de eigen behoeften-bevrediging naar deze manier om zijn stress weg te nemen, hoewel hij zich realiseerde dat autorijden onverstandig was na deze medicatie.

Van belang is behandeling van de ADHD, verbetering van de coping en het beter leren omgaan met emotie en frustratie en begeleiding op diverse levensgebieden vanwege de beperkingen die betrokken heeft vanuit de LVB. Dit alles kan gerealiseerd worden vanuit een polikliniek voor forensische psychiatrie met affiniteit met LVB in samenwerking met de reclassering.

De kans op recidive is zonder behandeling en begeleiding verhoogd. Hierbij wordt opgemerkt dat alhoewel verdachte er nu zelf van overtuigd is dat hij niet meer onder invloed in een auto zal stappen, hij zijn beloften eerder vaak niet is nagekomen. Verdachte neemt in onvoldoende mate verantwoordelijkheid voor zijn gedragingen die hebben geleid tot het huidige ten laste gelegde. Dit alles maakt het risico op onverstandig en potentieel gevaarlijk gedrag in de toekomst hoger.

De bevindingen van psycholoog J.M. Oudejans, neergelegd in het rapport van 30 januari 2021, zijn in lijn met de bevindingen van de psychiater. Ook de psycholoog is van mening dat verdachte lijdt aan de genoemde ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Dit beïnvloedde zijn gedragingen, zodat de feiten hem in verminderde mate kunnen worden toegerekend. De psycholoog acht de kans op herhaling op korte termijn niet groot, omdat verdachte erg is geschrokken van hetgeen is gebeurd, zich schuldig voelt over de fatale afloop en ook zelf aan den lijve de gevolgen heeft ondervonden. Op de lange termijn acht de psycholoog de kans dat verdachte zijn goede voornemens zullen verbleken en vervliegen aannemelijk, waarna de kans dat hij terug zal vallen in excessief middelengebruik en daarna weer in de auto zal stappen matig verhoogd is. Het is daarom van belang dat verdachte begeleid en behandeld wordt. Poliklinische behandeling bij een verslavingsinstelling en begeleiding door de reclassering, kan plaatsvinden in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel. De psycholoog merkt op dat eerdere ervaringen met begeleiding van de reclassering weinig reden tot optimisme geven. Hij verwacht echter dat de aard en ernst van de huidige tenlastelegging en de fysieke gevolgen voor verdachte zelf een wake up call voor hem zijn, die een sterk motiverend effect zullen hebben.

De reclassering heeft op 3 februari 2021 een rapport over verdachte uitgebracht, opgemaakt door mw. T. Jaarsveld, reclasseringswerker en een aanvulling daarop van 26 mei 2021.

In het eerste rapport wordt een geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht met meldplicht, ambulante behandeling, drugs- en alcoholverbod en meewerken aan middelencontrole. Opgemerkt wordt dat sprake is van een hoog recidiverisico als ook een hoog risico op letselschade en dat verdachte eerder afspraken met de reclassering onvoldoende nakwam. Daarom is een strak kader wenselijk.

In het aanvullende rapport wordt geadviseerd nog drie aanvullende bijzondere voorwaarden op te nemen, te weten meewerken aan ambulante woonbegeleiding, meewerken aan schuldhulpverlening en overige voorwaarden betreffende het gedrag.

Ook wordt geadviseerd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) van artikel 38z Sr op te leggen, omdat sprake is van een ernstig geweldsdelict, ernstige problematiek en hardnekkige gedragspatronen. Daarnaast is verdachte al meermalen veroordeeld vanwege verkeersdelicten, waardoor het herhalingsgevaar als hoog wordt ingeschat. Gelet hierop en verdachtes eerdere niet meewerkende houding, maken dat de GVM geadviseerd wordt.

De rechtbank ziet in de hierboven besproken adviezen aanleiding om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De op te leggen straf

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de aard en ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat de keuzes die verdachte maakte werden beïnvloed door zijn psychische en persoonlijkheidsproblematiek. Dat maakt echter niet dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn handelen.

De rechtbank zal aan verdachte een kortere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar. De rechtbank acht deze straf passend bij de ernst van de bewezenverklaarde feiten en heeft hierbij rekening gehouden met de persoon van verdachte.

De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z Sr)

Om het gevaar op herhaling te verminderen zal verdachte behandeld en begeleid moeten worden. Gelet op de hoogte van de straf, kan deze behandeling plaatsvinden in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling dan wel in het kader van de GVM van artikel 38z Sr.

Verdachte heeft bij de deskundigen én ter terechtzitting aangegeven doordrongen te zijn van het feit dat hij behandeld moet worden en hij heeft aangegeven hiervoor gemotiveerd te zijn. De rechtbank is er echter niet van overtuigd dat de motivatie van verdachte bestendig is.

Verdachte heeft op zitting immers verklaard dat hij niet meer wil meewerken aan behandeling, begeleiding en de overige geadviseerde voorwaarden wanneer een eventuele straf in zijn ogen te hoog zou zijn. Wat hij hiermee bedoelde werd vervolgens niet concreet gemaakt door verdachte, maar het laat wel zien dat verdachte kennelijk alleen op zijn eigen voorwaarden wil meewerken aan voorwaarden die noodzakelijk zijn voor het beperken van het hoge recidive-risico. Daar komt bij dat de begeleiding door de reclassering in het verleden niet van de grond is gekomen.

De rechtbank is niet overtuigd van de stelling van de psycholoog, dat verdachte door de ernst van de feiten zo geschrokken is dat hij in ieder geval op korte termijn niet in herhaling zal vallen en op langere termijn wellicht moeite zal hebben met het abstinent blijven van middelen, maar ook dan niet achter het stuur zal gaan zitten. Ter terechtzitting gaf verdachte immers aan dat hij verwachtte op den duur wel weer te kunnen gaan autorijden, terwijl hij tegenover de psycholoog aangaf autorijden te hebben afgezworen.

Nu de rechtbank ernstige twijfels heeft bij de bestendigheid van de motivatie van verdachte, maakt dit de kans op een succesvol reclasseringstoezicht klein. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat verdachte uiteindelijk onbehandeld terug komt in de maatschappij, waardoor er een grote kans op herhaling van ernstige (gewelds-)feiten met een hoog risico op letselschade (voor anderen) blijft bestaan. In dit kader is van belang dat een auto immers een potentieel moordwapen is, waar de onderhavige verdenking helaas een wrang voorbeeld van is gebleken.

Het doel van de GVM is om ernstige gewelds- of zedendelinquenten met zo weinig mogelijk risico terug te laten keren in de maatschappij. Passend bij het karakter van een beveiligingsmaatregel, wordt de maatregel opgelegd ter bescherming van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen.

Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van de GVM als bedoeld in artikel 38z, eerste lid, Sr is voldaan. Verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan meerdere ernstige geweldsdelicten door gebruik making van een auto, te weten doodslag en tweemaal poging doodslag. Op deze misdrijven is naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld. Aan verdachte wordt ter zake van deze misdrijven bovendien een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Ook is voldaan aan het vereiste zoals opgenomen in artikel 38z tweede lid Sr, te weten dat de reclassering hiertoe adviseert op basis van een recent opgemaakt en met redenen omkleed advies.

De rechtbank heeft bij de beoordeling van de noodzaak van deze maatregel gelet op de ernst van de feiten, de persoon van verdachte, zoals hiervoor is overwogen en het reclasseringsrapport waarin wordt geadviseerd tot oplegging van de maatregel. Op basis van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, oplegging van de GVM eist.

Ontzegging van de rijbevoegdheid

Gelet op de aard en ernst van de gepleegde feiten én de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van (totaal) 11 jaar opleggen.

9 VORDERING TENUITVOERLEGGING

De rechtbank zal de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken met parketnummer 96-264743-19 en 96-004849-19 afwijzen. Reden daarvoor is dat de rechtbank in de onderhavige zaak aan verdachte een jarenlange gevangenisstraf heeft opgelegd en totaal 11 jaar ontzegging van de rijbevoegdheid, waardoor het toewijzen van de vorderingen, die zien op een aantal weken gevangenisstraf en enkele maanden ontzegging van de rijbevoegdheid niet meer opportuun is.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38z, 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf en maatregel

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Maatregel 38z Sr

- legt aan verdachte de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking op grond van artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht op;

Voorts ten aanzien van feit 1 primair:

- ontzegt verdachte ter zake van het onder primair bewezen verklaarde de bevoegdheid

motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaar;

Voorts ten aanzien van feit 2 primair:

- ontzegt verdachte ter zake van het onder primair bewezen verklaarde de bevoegdheid

motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar;

Voorts ten aanzien van feit 3 primair:

- ontzegt verdachte ter zake van het onder primair bewezen verklaarde de bevoegdheid

motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 jaar;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96-264743-19:

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 96-004849-19:

- wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.

Dit vonnis is gewezen door A. Blanke, voorzitter, mrs. E.W.A. Vonk en A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 juni 2021.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1 Primair

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met dat opzet als bestuurder van een motorrijtuig (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

- (tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u te rijden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- ( vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin die [slachtoffer 1] (recht van voren) te naderen en/of te blijven naderen en/of

- ( vervolgens) niet uit te wijken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor/waarna hij, verdachte, (frontaal) is gebotst op/tegen de hem tegemoetkomende personenauto (Renault Clio), ten gevolge waarvan een passagier/een inzittende van die personenauto (Renault Clio), te weten voornoemde [slachtoffer 1] , is overleden;

( art 287 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, te weten de Rijksweg A12, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

-terwijl hij verkeerde onder invloed van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC en aldus verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

-(mede) door gebruik van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC verkeerde in een (zodanige) toestand dat gevaar bestond voor het niet voortdurend onder controle hebben van het door hem bestuurde voertuig en/of het gevaar bestond dat hij als bestuurder niet voortdurend in staat was handelingen te verrichten die van hem werden vereist,

-met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

-(tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u te rijden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin [slachtoffer 1] (recht van voren) te naderen en/of te blijven naderen en/of

-(vervolgens) niet uit te wijken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, vervolgens frontaal is gebotst op/tegen de hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto (Renault Clio), waardoor een ander, te weten de passagier/inzittende van de tegemoetkomende personenauto, genaamd [slachtoffer 1] , werd gedood,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

Meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, te weten de Rijksweg A12

-terwijl hij verkeerde onder invloed van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC en aldus verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

-(mede) door gebruik van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC verkeerde in een (zodanige) toestand dat gevaar bestond voor het niet voortdurend onder controle hebben van het door hem bestuurde voertuig en/of het gevaar bestond dat hij als bestuurder niet voortdurend in staat was handelingen te verrichten die van hem werden vereist,

-met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en/of is blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

-(tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin [slachtoffer 1] (recht van voren) is genaderd en/of is blijven naderen en/of

-(vervolgens) niet is uitgeweken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, vervolgens frontaal is gebotst op/tegen de hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto (Renault Clio),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

Feit 2 Primair

Hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet, als bestuurder van een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en/of is blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

- (tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- ( vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin die [slachtoffer 2] (recht van voren) is genaderd en/of is blijven naderen en/of

- (vervolgens) niet is uitgeweken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor/waarna hij, verdachte, (frontaal) is gebotst op/tegen de hem tegemoetkomende personenauto (Renault Clio) met daarin (als bestuurder) voornoemde [slachtoffer 2] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, te weten de Rijksweg A12, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- terwijl hij verkeerde onder invloed van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC en aldus verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

- (mede) door gebruik van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC verkeerde in een (zodanige) toestand dat gevaar bestond voor het niet voortdurend onder controle hebben van het door hem bestuurde voertuig en/of het gevaar bestond dat hij als bestuurder niet voortdurend in staat was handelingen te verrichten die van hem werden vereist,

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of,

- tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u te rijden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- (vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin [slachtoffer 2] (recht van voren) te naderen en/of te blijven naderen en/of

-(vervolgens) niet uit te wijken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, vervolgens frontaal is gebotst op/tegen de hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto (Renault Clio), waardoor een ander, te weten de bestuurder van de tegemoetkomende personenauto, genaamd [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel (te weten een (incomplete) dwarslaesie en/of (een) fractu(u)r(en)/letsel(s) aan de/een wervel(s)(kolom) en/of fractu(u)r(en)/letsel(s) aan de/een nek(wervel(s)) en/of (een) indeuking(en) van/letsel(s) aan het ruggenmerg en/of (een) (uitgebreide) longcontusie(s)/longkneuzing(en) en/of (een) scheur(en) in de lever en/of (een) scheur(en) in de milt) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

Meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Maarsbergen, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, te weten de Rijksweg A12

- terwijl hij verkeerde onder invloed van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC en aldus verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

- (mede) door gebruik van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC verkeerde in een (zodanige) toestand dat gevaar bestond voor het niet voortdurend onder controle hebben van het door hem bestuurde voertuig en/of het gevaar bestond dat hij als bestuurder niet voortdurend in staat was handelingen te verrichten die van hem werden vereist,

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig, te weten ongeveer 44,4 kilometer) tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en/of is blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

- (tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 156 km/u en 178 km/u heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomende personenauto, te weten een Renault Clio met daarin [slachtoffer 2] (recht van voren) is genaderd en/of is blijven naderen en/of

-(vervolgens) niet is uitgeweken voor deze tegemoetkomende personenauto,

waardoor hij, verdachte, vervolgens frontaal is gebotst op/tegen de hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto (Renault Clio),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

Feit 3 Primair

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Ede, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (de ambtenaren van politie) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, als bestuurder van een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- met voornoemde personenauto, op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig) tegen de richting van het verkeer heeft ingereden en/of is blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

-(tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 165 km/u en 176 km/u heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomend motorvoertuig, te weten de dienstauto met daarin die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] is genaderd en/of

-(vervolgens) niet is uitgeweken voor en/of niet voldoende/geen veilige afstand heeft bewaard tot de tegemoetkomende dienstauto en/of waardoor/waarna die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met zijn/hun dienstauto) is/zijn uitgeweken in de richting van/naar de rijstrook gelegen rechts van (de dienstauto van) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of

waarna hij, verdachte, (met onverminderde snelheid) in de richting van die dienstauto is gaan rijden/sturen, waardoor hij, verdachte, met zijn voertuig zeer dicht bij die dienstauto kwam te rijden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Ede, althans in Nederland, (de ambtenaren van politie) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ),

- op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig) tegen de richting van het verkeer in te rijden en/of te blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

-(tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 165 km/u en 176 km/u te rijden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomend motorvoertuig, te weten de dienstauto met daarin die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] te naderen en/of

-(vervolgens) niet uit te wijken voor en/of niet voldoende/geen veilige afstand te bewaren tot de tegemoetkomende dienstauto en/of

waardoor/waarna die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met zijn/hun dienstauto) is/zijn uitgeweken in de richting van/naar de rijstrook gelegen rechts van (de dienstauto van) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of

waarna hij, verdachte, (met onverminderde snelheid) in de richting van die dienstauto is gaan rijden/sturen, waardoor hij, verdachte, met zijn voertuig zeer dicht bij/naast die dienstauto kwam te rijden en/of die dienstauto rakelings is gepasseerd;

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 mei 2020 te Ede, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een personenauto (Volvo V70 gekentekend [kenteken] ), daarmede rijdende over de weg, te weten de Rijksweg A12

-terwijl hij verkeerde onder invloed van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC en aldus verkeerde in een toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid en/of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of

-(mede) door gebruik van (een combinatie van) Diazepam en/of cannabis/THC verkeerde in een (zodanige) toestand dat gevaar bestond voor het niet voortdurend onder controle hebben van het door hem bestuurde voertuig en/of het gevaar bestond dat hij als bestuurder niet voortdurend in staat was handelingen te verrichten die van hem werden vereist,

-op de rijbaan van de Rijksweg A12 bedoeld voor verkeer komende vanuit Utrecht en rijdende richting Arnhem, (langdurig) tegen de richting van het verkeer in heeft gereden en/of is blijven rijden (zgn. spookrijden) en/of

-(tegelijkertijd) met een (gemiddelde) snelheid gelegen tussen 165 km/u en 176

km/u heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat motorvoertuig toegestane maximumsnelheid van 130 km/u, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

-(vervolgens) (met onverminderde snelheid) een tegemoetkomend motorvoertuig, te weten de dienstauto met daarin die [slachtoffer 3] en die [slachtoffer 4] is genaderd en/of

-(vervolgens) niet is uitgeweken voor en/of niet voldoende/geen veilige afstand heeft bewaard tot de tegemoetkomende dienstauto en/of

waardoor/waarna die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] (met zijn/hun dienstauto) is/zijn uitgeweken in de richting van/naar de rijstrook gelegen rechts van (de dienstauto van) die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] en/of

waarna hij, verdachte, (met onverminderde snelheid) in de richting van die dienstauto is gaan rijden/sturen, waardoor hij, verdachte, met zijn voertuig zeer dicht bij/naast die dienstauto kwam te rijden en/of die dienstauto rakelings is gepasseerd,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

1 Vgl. Hoge Raad 15 oktober 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0139 en Hoge Raad 5 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ1668.

2 De weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

3 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal genummerd 4GA20SLOOP, opgemaakt door Politie eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 270. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

4 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] , pagina 225

5 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 6] , pagina 22

6 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 6] , pagina 126

7 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , pagina 108 en 109

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , pagina 82 en 83

9 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 4] , pagina 78

10 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , pagina 76

11 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , pagina 80

12 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , pagina 127

13 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , pagina 80

14 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 81

15 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] , pagina 128

16 Eigen waarneming rechtbank ter terechtzitting op 27 mei 2021

17 Tijdens het veiligstellen van de videobeelden is een tijdcontrole uitgevoerd. Hieruit bleek mij dat de tijd in de opgenomen beelden 28 minuten en 13,6 seconden voor liep op de NTP tijd. De in dit proces-verbaal genoemde tijdstippen zijn gebaseerd op de systeemtijd van de opnameserver. (p. 21)

18 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] , pagina 36

19 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 4] , pagina 41

20 Forensisch dossier, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , pagina 9

21 Voornoemd bewijsmiddel, pagina 10

22 Hiervoor genoemd bewijsmiddel, pagina 11

23 Proces-verbaal terechtzitting 27 mei 2021 (nader op te maken bij appel)

24 Proces-verbaal forensisch omgevingsonderzoek, analyse van camerabeelden van tankstations voorafgaand aan een ongeval met een spookrijder, pagina 92 – 94

25 Idem, pagina 95 in combinatie met het proces-verbaal van wijziging, pagina 178 waarin (naar de rechtbank aanneemt) abusievelijk wordt verwezen naar het verkeerde proces-verbaal

26 Schouwverslag dr. G. Tan, forensisch arts GGD, Forensisch dossier, pagina 129 en 130

27 Geneeskundige verklaring dr. De Jong d.d. 8 juni 2020