Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2386

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
03-06-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
UTR 20/3001
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Wob, bestuurlijke aangelegenheid, register nevenwerkzaamheden

Wetsartikelen: artikel 1, onderdeel b, Wob

Samenvatting:

Het verzoek van eiseres om openbaarmaking van het register nevenwerkzaamheden is een bestuurlijke aangelegenheid, omdat dit register betrekking heeft op de interne organisatie van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en meer in het bijzonder de wijze waarop de RUG toestaat welke nevenwerkzaamheden hoogleraren van de RUG verrichten. Het is een uitvloeisel van het besluitvormingsproces van verweerder. Het beroep is om die reden gegrond, het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op de weigering documenten openbaar te maken die betrekking hebben op onderdeel C van het verzoek van eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3001

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 3 juni 2021 in de zaak tussen

Stichting NTR, te Hilversum, eiseres,

en

het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen, verweerder

(gemachtigden: mr. E.R. Dreijer en mr. M.E. Wiltvank).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dit ziet op onderdeel C van het Wob-verzoek;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een

nieuw besluit te nemen op dit onderdeel van het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 354,- aan eiseres te vergoeden.

Overwegingen

1. Deze zaak gaat over het register van nevenwerkzaamheden dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) bijhoudt. Eiseres heeft verweerder (als onderdeel C van een meeromvattend verzoek) gevraagd dit document openbaar te maken met toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Verweerder heeft dat geweigerd en heeft die beslissing gehandhaafd in de besluiten van 5 en 20 augustus 2020, die samen de beslissing op bezwaar vormen waartegen beroep is ingesteld.

2. Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni 2021. Eiseres is vertegenwoordigd door [A] , journalist bij Nieuwsuur. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

3. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan en is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan.

4.
De zaak spitst zich toe op de vraag of het register van nevenwerkzaamheden een bestuurlijke aangelegenheid is. Verweerder heeft aan de weigering tot openbaarmaking ten grondslag gelegd dat dat niet het geval is. Eiseres betwist dat.

5. De rechtbank overweegt het volgende. Een bestuurlijke aangelegenheid is een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en uitvoering daarvan.1 Het begrip wordt ruim uitgelegd en omvat, gelet op het doel van de Wob, het openbaar bestuur in al zijn facetten2. Het betreft niet alleen het externe optreden van het bestuur, maar ook de interne organisatie en de wijze waarop het de taken van het bestuursorgaan vervult. Het gaat om het handelen van een bestuursorgaan in algemene zin, inclusief de wijze waarop ambtenaren hun ambt vervullen.

6. Naar het oordeel van de rechtbank betreft het verzoek van eiseres om openbaarmaking van het register nevenwerkzaamheden een bestuurlijke aangelegenheid, omdat dit register betrekking heeft op de interne organisatie van de RUG en meer in het bijzonder de wijze waarop de RUG toestaat welke nevenwerkzaamheden hoogleraren van de RUG verrichten.

Het is een uitvloeisel van het besluitvormingsproces van verweerder.

7. Het beroep is om die reden gegrond, het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op de weigering documenten openbaar te maken die betrekking hebben op onderdeel C van het verzoek van eiseres. Verweerder moet in zoverre opnieuw op het door eiseres gemaakte bezwaar beslissen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen.

8. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse voorzitter, en mr. P.J.M. MolL.M. Reijnierse en mr. K. de Meulder, leden, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2021.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 artikel 1, onder b, van de Wob

2 ECLI:NL:RVS:2016:659