Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2353

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-06-2021
Datum publicatie
04-06-2021
Zaaknummer
16.032553.21 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor tweemaal poging tot zware mishandeling van politieagenten in het verkeer. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van poging tot doodslag. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor diefstal van benzine en diefstal van kentekenplaten alsmede overtreding van de artikelen 5a en 163 WVW 1994. Aan verdachte is een gevangenisstraf opgelegd van 16 maanden en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2021/330
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16.032553.21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 juni 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1998] te [geboorteplaats] ,

geen vaste woon- of verblijfplaats,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lelystad,

hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 mei 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. D.C. Smits en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw mr. H.L.D. van Holland, advocaat te Bilthoven, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt erop neer dat verdachte:

feit 1 primair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort heeft geprobeerd om politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opzettelijk van het leven te beroven;

feit 1 subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort heeft geprobeerd om politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

feit 1 meer subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

feit 2:

op 2 februari 2021 in Nederland twee Poolse kentekenplaten heeft gestolen;

feit 3:

op 2 februari 2021 binnen de gemeente Gouda een hoeveelheid benzine heeft gestolen;

feit 4 primair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn heeft geprobeerd

om politieagenten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] opzettelijk van het leven te beroven;

feit 4 subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn heeft geprobeerd

om politieagenten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;

feit 4 meer subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn politieagenten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;

feit 5:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort en/of op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn als bestuurder van een voertuig, daarmee rijdende op de weg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden;

feit 6:

op 2 februari 2021 in Apeldoorn geen gevolg heeft gegeven zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd requisitoir. Hij acht het onder 1, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De officier van justitie acht het onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend te bewijzen en vordert verdachte daarvan vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het 1 en 4 ten laste gelegde. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft zij zich gerefereerd aan de vordering van de officier van justitie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feiten 1 primair en 4 primair

De rechtbank is van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van de politieagenten. Verdachte heeft verklaard dat opzet niet te hebben gehad. Zijn intentie lijkt te zijn gericht op ontkomen (na benzinediefstal). Gebaseerd op de uiterlijke verschijningsvorm zou het concrete rijgedrag van verdachte in een enkel geval tot de dood kunnen leiden, maar de kans daarop kan op basis van het dossier in deze zaak niet zonder meer aanmerkelijk worden genoemd. Het was op het moment van de twee incidenten rustig op de weg en de betrokken politieagenten waren geoefende chauffeurs. Daar komt bij dat verdachte weliswaar (te) hard reed, maar geen extreme snelheid had en hij ten opzichte van de gebruikte politiewagens in een relatief klein voertuig, te weten een Volkswagen Polo, reed. Ten aanzien van specifiek feit 4 geldt bovendien dat de betreffende politieagenten reeds op de hoogte waren van het rijgedrag van verdachte, nu hij net daarvoor het voertuig van de politieagenten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] had geprobeerd aan te rijden. [verbalisant 3] en [verbalisant 4] waren dan ook bezig met een zogeheten gecoördineerde inbox procedure, die bedoeld is om op gecontroleerde wijze een auto tot stilstand te brengen. Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de onder 1 primair en de onder 4 primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Bewijsmiddelen 1 ten aanzien van feit 1 subsidiair:

Verbalisant [verbalisant 1] heeft op 3 februari 2021 onder meer het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:2

Op 2 februari 2021 reed ik op de A28 samen met mijn collega [verbalisant 2] , beide hoofdagent van Politie Midden-Nederland. Ik zag direct een witte Volkswagen Polo rijden. Wij zijn naast het voertuig gaan rijden. Ik zag dat er een man achter het stuur zat. Na later bleek de man genaamd te zijn:

[verdachte]

Geboren: [1998] te [geboorteplaats] in Polen

Ik zag dat verdachte naast ons kwam rijden. De snelheid op dat moment was ongeveer 125 kilometer per uur. Ik zag dat verdachte mij aankeek. Ik zag een blik die voor mij aangaf dat hij niet ging stoppen en tot alles in staat was. Ik zag dat verdachte hierbij een stuurbeweging maakte richting ons. Ik zag verdachte met beide handen het stuur vastpakken. Ik zag dat verdachte een duidelijke stuurbeweging maakte richting ons voertuig. Ik zag dat het voertuig van verdachte dichterbij ons voertuig kwam. Ik zag en voelde dat mijn collega een stuurbeweging moest maken richting de rechter rijstrook. Ik zag en voelde dat mijn collega daarbij hard moest remmen.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft op 3 februari 2021 onder meer het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:3

Wij reden op de A28 in de richting van Amersfoort ter hoogte van Zeist. Ik zag dat verdachte precies links naast mij reed en hier bleef hangen. Ik zag dat verdachte mij echt bewust in mijn ogen aankeek. Ik zag dat de verdachte ineens naar rechts stuurde. Ik moest hierdoor naar rechts uitwijken en heb vervolgens geremd. Als ik dit niet had gedaan waren wij door hem geramd en waren wij tegen de "overkapping" geklapt. Het was een gevaarlijke actie met hoge snelheid.

Verbalisant [verbalisant 5] heeft op 6 februari 2021 onder meer het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:4

Ik zag dat verdachte op rijstrook één, naast de collega's, kwam te rijden. Ik zag dat deze twee voertuigen op dit moment naast elkaar reden, met een snelheid van ongeveer 125 kilometer per uur. Ik zag dat verdachte hierop een plotselinge en abrupte stuurbeweging naar rechts maakte. Ik zag dat zijn voertuig direct in de richting van het dienstvoertuig bewoog. Door de abrupte stuurbeweging veroorzaakte verdachte een groot gevaar voor de collega's.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 subsidiair

Uit het dossier en hetgeen verdachte heeft verklaard kan niet worden afgeleid dat verdachte vol opzet heeft gehad om de politieagenten zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De vraag is vervolgens of sprake was van voorwaardelijk opzet. Vast staat dat verdachte met zijn voertuig, met een snelheid van ongeveer 125 kilometer per uur, een abrupte en gerichte stuurbeweging heeft gemaakt naar het voertuig van de politieagenten, waarbij hij de politieagenten recht in de ogen heeft aangekeken. Aldus heeft verdachte het reële risico op een botsing met zwaar letsel tot gevolg in het leven geroepen. . Hoewel verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij er alleen maar op uit was de politiewagens af te schudden, kan uit deze handelingen wel degelijk worden afgeleid dat verdachte, al dan niet onder invloed van drugs, op dat moment ook bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de politieagenten bij deze manoeuvre een ongeluk zouden krijgen en hierbij ernstig gewond zouden kunnen raken. Dat deze schadelijke gevolgen toch niet zijn ingetreden, is een geluk en te danken aan de stuurkunsten van Knol, zodat het bij een poging is gebleven. De rechtbank acht de onder 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling dan ook bewezen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2:

Verbalisant [verbalisant 6] heeft op 30 april 2021 het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:5

Op de aangetroffen Volkswagen Polo zaten de volgende kenteken platen: [kenteken] , afkomstig uit Polen. Het kenteken heeft een einddatum, waardoor deze niet meer bestaat. Dat kan verklaren waarom er geen aangifte van diefstal te vinden is op dit kenteken. Beide kentekens zijn hierdoor niet meer rechtsgeldig. Dit is een ambtshalve bekend fenomeen onder Poolse voertuiggebruikers. In politietermen spreken wij dan over spookvoertuigen.

Verdachte heeft op 3 februari 2021 bij de politie een verklaring afgelegd. Hij heeft onder meer het volgende verklaard, zoals blijkt uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte:6

Ik heb deze kentekenplaten gestolen, zodat ik daarmee brandstof kon stelen.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2:

Hoewel geen aangifte is gedaan van de gestolen kentekenplaten, acht de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan. Verdachte heeft het feit bekend en deze bekennende verklaring wordt ondersteund door de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3:
Verdachte heeft het onder 3 ten laste gelegde bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2021;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 2 februari 2021, genummerd PL1500-2021032580-2, opgemaakt door politie Eenheid

Den Haag7.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4:

Verbalisant [verbalisant 3] heeft op 3 februari 2021 het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:8

Op dinsdag 2 februari 2021 reed ik op de Rijksweg A1 ter hoogte van hectometerpaal 69.6 gelegen in de gemeente Barneveld met collega [verbalisant 4] , beide hoofdagent van Politie Landelijke Eenheid. Ik kwam met ons voertuig naast de Polo op rijstrook één rijden en zag dat de bestuurder ons aankeek en gewoon met dezelfde snelheid door reed en naar links stuurde en dicht tegen ons aan kwam rijden en ons raakte. Ik besloot ons voertuig iets te laten afzakken zodat de neus van ons voertuig ter hoogte kwam van de linker achterzijde van de Polo. Ik zag dat de witte Polo ineens naar links stuurde en ons probeerde te rammen of in de vangrail te drukken. Ik zag dat de Polo ons inderdaad rechtsvoor met een klap raakte met zijn linker achterkant. Ik hoorde een flinke klap en gekraak aan ons voertuig rechts. Ik voelde dat mijn voertuig door de klap slingerde en kon met een stuurcorrect voorkomen dat we in een slip raakte. Ik was bang om met deze snelheid van ongeveer 100 km per uur een slip te raken.

Verdachte: [verdachte] , geboren op [1998] te [geboorteplaats] in Polen

Verbalisant [verbalisant 4] heeft op 3 februari 2021 het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:9

Ik kon de bestuurder van de Volkswagen Polo goed zien en zag dat hij steeds dichterbij ons kwam rijden en tegen ons voertuig aan kwam rijden. Ik hoorde hierdoor een schrapend geluid. Ik zag dat de bestuurder voor zich uit keek en hierbij een geconcentreerde en vastberaden blik had. Ik zag vervolgens dat de bestuurder van de Volkswagen Polo een ruk aan het stuur gaf naar links en tegen ons dienstvoertuig aan botste, ik hoorde hierdoor een doffe klap.

[verbalisant 5] heeft op 6 februari 2021 onder meer het volgende gerelateerd, zoals blijkt uit het opgemaakte proces-verbaal van bevindingen:10

Ik zag dat de collega’s vervolgens links naast verdachte gingen rijden. Ik zag dat verdachte vervolgens abrupt naar links stuurde, waardoor een aanrijding ontstond met het dienstvoertuig van de collega’s. Door deze aanrijding veroorzaakte verdachte niet alleen een zeer gevaarlijke situatie voor zichzelf, maar zeker ook voor de collega’s in het dienstvoertuig.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 4 subsidiair

Vergelijkbaar met de situatie van feit 1, heeft hier het volgende te gelden. Uit het dossier en uit hetgeen verdachte heeft verklaard kan niet worden afgeleid dat verdachte vol opzet heeft gehad om de politieagenten zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ook hier geldt dat van voorwaardelijke opzet wel sprake is geweest. Verdachte heeft immers met zijn voertuig, met een hoge snelheid, een abrupte stuurbeweging gemaakt richting het voertuig van de politieagenten, zonder vaart te minderen. Hierbij heeft verdachte het voertuig van de politieagenten geraakt. Uit deze handelwijze kan worden afgeleid dat verdachte op dat moment bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de politieagenten bij deze manoeuvre een ongeluk zouden krijgen en hierbij ernstig gewond zouden kunnen raken. [verbalisant 3] is er in geslaagd te voorkomen dat zijn voertuig in een slip raakte, en heeft daarmee een ongeluk met ernstige gevolgen voor hem en zijn bijrijder kunnen voorkomen. Dit doet niet af aan het feit dat verdachte met zijn misdadige rijgedrag de reële kans in het leven heeft geroepen op een botsing met zwaar letsel tot gevolg. De rechtbank acht de onder 4 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling dan ook bewezen.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5:

Verdachte heeft het onder 5 ten laste gelegde bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2021;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 2 februari 2021, genummerd PL0900~2021039752-2, opgemaakt door politie Eenheid

Midden-Nederland;11

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2021, genummerd PL0900-2021036441-24, opgemaakt door politie Eenheid

Midden-Nederland;12

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van rijden onder invloed van 2 februari 2021, genummerd PL0900-2021036505-1, opgemaakt door politie Eenheid

Midden-Nederland.13

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6:

Verdachte heeft het onder 6 ten laste gelegde bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak voor dit feit bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2021;

  • -

    een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van rijden onder invloed van 2 februari 2021, genummerd PL0900-2021036505-1, opgemaakt door politie Eenheid

Midden-Nederland.14

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1 subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid Midden Nederland) en [verbalisant 2] (hoofdagent van politie Eenheid Midden Nederland)
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 125 km per uur, althans met hoge snelheid, links naast het opvallende dienstvoertuig (in welke zich bovengenoemde verbalisanten bevonden) is gaan rijden en vervolgens een onverwachte en scherpe stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt in de richting van het voertuig van genoemde verbalisanten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2:

omstreeks 2 februari 2021 in Nederland, twee Poolse kentekenplaten ( [kenteken] ) dat aan een ander toebehoorde, te weten aan tot op heden onbekend gebleven eigenaar, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 3:

op 2 februari 2021 binnen de gemeente Gouda een hoeveelheid benzine dat aan Shell tankstation De Andel toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

feit 4 subsidiair:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant 3] (hoofdagent van politie Landelijke Eenheid) en/of [verbalisant 4] (hoofdagent van politie Landelijke Eenheid) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, op genoemde snelweg met hoge snelheid, vanaf de middelste rijbaan meermalen naar de linker rijbaan heeft gestuurd in de richting van het onopvallende dienstvoertuig (in welke zich bovengenoemde verbalisanten bevonden) en vervolgens tegen dat dienstvoertuig is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5:

op 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en Amersfoort en op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn als bestuurder van een voertuig (Volkswagen polo), daarmee rijdende op de weg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden te weten door
- genoemde personenauto te besturen terwijl hij niet in bezit is van een geldig
rijbewijs en
- (meermalen) 'stop' en 'volg'-tekens van politievoertuigen te negeren en
- een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te rijden en
- door een wegafzetting van wegwerkzaamheden met bijbehorende pionnen te rijden (waar wegwerkers aan het werk waren) en
- voortdurend te slingeren van de ene rijbaan naar de andere rijbaan en
- (meermalen) in te rijden, althans in te sturen in de richting van de achtervolgende politievoertuigen, ten gevolge waarvan meerdere politievoertuigen werden geraakt, door welke verkeersgedragingen van verdachte gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was, terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid, WVW1994;

feit 6:

op 2 februari 2021 te Apeldoorn als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een Volkswagen polo te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie, zich aan dat bloedonderzoek te onderwerpen
en geen medewerking daaraan heeft verleend;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 subsidiair:

poging zware mishandeling;

feit 2:

diefstal;

feit 3:

diefstal;

feit 4 subsidiair:

poging zware mishandeling;

feit 5:

overtreding van artikel 5a, eerste lid, van de Weggenverkeerswet 1994;

feit 6:

overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 20 maanden, met aftrek van het voorarrest. Voorts heeft de officier van justitie ten aanzien van feit 5 oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden gevorderd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij de hoogte van de strafmaat meer rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich op 2 februari 2021 schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder tweemaal een poging tot zware mishandeling op politieagenten. Verdachte had op dat moment slechts oog voor zijn eigen belang, te weten het voorkomen van een aanhouding, nadat hij op gewiekste wijze (met gestolen kentekenplaten) benzine had gestolen. Daarbij heeft hij zich zeer gevaarlijk gedragen op de snelweg, waarbij hij ook een gevaar is geweest voor andere weggebruikers. Dit alles deed verdachte terwijl hij onder invloed was van drugs. Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor de verdere schade die hij had kunnen veroorzaken, met name bij de politieagenten, die gewoon hun werk aan het doen waren, maar daarbij als gevolg van het misdadige gedrag van verdachte bloot gesteld werden aan het reële risico om ernstig gewond te raken. Uit de toelichting op de schadevergoedingsvorderingen van de politieagenten blijkt dat zij tot op heden nog kampen met de gevolgen van het handelen van verdachte.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 15 april 2021 betreffende verdachte, waaruit volgt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op een uittreksel uit het European Criminal Records Information System van 1 april 2021, waaruit blijkt dat verdachte in Polen wel eerder is veroordeeld ter zake verkeersdelicten.

Op te leggen straf

De rechtbank acht, gelet op de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, de oplegging van een gevangenisstraf passend en geboden. Bij het bepalen van de duur van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in soortgelijke strafzaken door de rechter zijn opgelegd. Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van zestien maanden met aftrek van het voorarrest. Dit is een gevangenisstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.

Daarnaast zal de rechtbank voor de feiten 1, 4 en 5 aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van 12 maanden.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de personenauto (Volkswagen Polo) met goednummer PL0900-2021036441-2775295 te onttrekken aan het verkeer.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan de vordering van de officier van justitie.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de personenauto (Volkswagen Polo) met goednummer

PL0900-2021036441-2775295 verbeurd verklaren. De strafbare feiten onder 1, 3, 4 en 5 zijn met behulp van de personenauto gepleegd. Daarnaast kon niet worden vastgesteld aan wie de personenauto toebehoorde.

10 BENADEELDE PARTIJ

[verbalisant 1]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[verbalisant 2]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van

€ 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[verbalisant 3]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 890,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 4 ten laste gelegde feit.

[verbalisant 4]

heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 890,--. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 4 ten laste gelegde feit.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ten aanzien van alle vier voornoemde vorderingen geconcludeerd tot gehele toewijzing van de gevorderde schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht aan de benadeelden een schadevergoeding toe te kennen van ieder € 250,--, nu de vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

[verbalisant 1]
Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De schade is door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom de gehele gevorderde schade ter hoogte van € 400,-- toewijzen en verdachte veroordelen tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot de dag van volledige betaling. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, op de wijze zoals hieronder is opgenomen.

[verbalisant 2]

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De schade is door de benadeelde partij voldoende onderbouwd. De rechtbank zal daarom de gehele gevorderde schade ter hoogte van € 400,-- toewijzen en verdachte veroordelen tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot de dag van volledige betaling. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, op de wijze zoals hieronder is opgenomen.

[verbalisant 3]

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 4 subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de hoogte van de geleden schade echter op een lager bedrag vaststellen dan is gevorderd, ook nu de omstandigheden van het geval verschillen van de zaak die ter onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding is aangehaald. Gelet op de schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen en de schadevergoedingen die zijn toegewezen aan [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , acht de rechtbank een immateriële schadevergoeding van

€ 400,-- redelijk en billijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2021. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, op de wijze zoals hieronder is opgenomen.

[verbalisant 4]

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 4 subsidiair bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de hoogte van de geleden schade echter op een lager bedrag vaststellen dan is gevorderd, ook nu de omstandigheden van het geval verschillen van de zaak die ter onderbouwing van het verzoek tot schadevergoeding is aangehaald. Gelet op de schadevergoedingen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden toegewezen en de schadevergoedingen die zijn toegewezen aan [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , acht de rechtbank een immateriële schadevergoeding van

€ 400,-- redelijk en billijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen. en aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, op de wijze zoals hieronder is opgenomen.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    33, 33a, 36f, 57, 302 en 310 van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    5a, 163, 176, 177, 179 en 179a van de Wegenverkeerswet 1994;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 primair en onder 4 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 16 (zestien) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    ontzegt verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, 4 subsidiair en 5 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beslag

- verklaart verbeurd het goed (een personenauto Volkswagen Polo) met het volgende nummer: PL0900-2021036441-2775295;

Benadeelde partijen

[verbalisant 1]

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 1] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, bestaande uit immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [verbalisant 1] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal aan te vullen met 8 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

[verbalisant 2]

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 2] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, bestaande uit immateriële schade;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [verbalisant 2] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal aan te vullen met 8 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

[verbalisant 3]

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 3] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, bestaande uit immateriële schade;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij af voor wat betreft het meer gevorderde;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [verbalisant 3] van een bedrag van € 400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 februari tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal aan te vullen met 8 dagen gijzeling. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

  • -

    verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;

[verbalisant 4]

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 4] van een bedrag van € 400,--, bestaande uit immateriële schade;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij af voor wat betreft het meer gevorderde;

  • -

    veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

  • -

    legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van

[verbalisant 4] van een bedrag van € 400,--. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

- verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde partij bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. A.M. Loots en A.A.M. Elzakkers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Doorman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 juni 2021.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en
Amersfoort, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid Midden
Nederland) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie Eenheid Midden Nederland)
opzettelijk van het leven te beroven,
op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 125 km per uur, althans met hoge
snelheid, links naast het opvallende dienstvoertuig (in welke zich bovengenoemde
verbalisanten bevonden) is gaan rijden en/of vervolgens een onverwachte en/of
scherpe stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt in de richting van het voertuig
van genoemde verbalisanten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en
Amersfoort, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid Midden
Nederland) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie Eenheid Midden Nederland)
opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 125 km per uur, althans met hoge
snelheid, links naast het opvallende dienstvoertuig (in welke zich bovengenoemde
verbalisanten bevonden) is gaan rijden en/of vervolgens een onverwachte en/of
scherpe stuurbeweging naar rechts heeft gemaakt in de richting van het voertuig
van genoemde verbalisanten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en
Amersfoort, althans in Nederland, [verbalisant 1] (hoofdagent van politie Eenheid
Midden Nederland) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie Eenheid Midden
Nederland) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met
zware mishandeling, door op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 125 km
per uur, althans met hoge snelheid, links naast het opvallende dienstvoertuig (in
welke zich bovengenoemde verbalisanten bevonden) te gaan rijden en/of
vervolgens een onverwachte en/of scherpe stuurbeweging naar rechts te maken in
de richting van het voertuig van genoemde verbalisanten;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 in Nederland, twee Poolse kentekenplaten
( [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander
toebehoorde, te weten aan tot op heden onbekend gebleven eigenaar, heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek van Strafrecht )
3.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 binnen de gemeente Gouda, althans in
Nederland, een hoeveelheid benzine, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele
aan een ander toebehoorde, te weten aan Shell tankstation De Andel, heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek van Strafrecht )
4.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en
Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om [verbalisant 3] (hoofdagent van politie Landelijke
Eenheid) en/of [verbalisant 4] (hoofdagent van politie Landelijke Eenheid) opzettelijk
van het leven te beroven,
op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 130 km per uur, althans met hoge
snelheid, vanaf de middelste rijbaan meermalen, althans eenmaal naar de
linkerrijbaan heeft gestuurd in de richting van het onopvallende dienstvoertuig (in
welke zich bovengenoemde verbalisanten bevonden) en/of vervolgens tegen dat
dienstvoertuig is aangebotst/aangereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en
Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte
voorgenomen misdrijf om [verbalisant 3] (hoofdagent van politie Landelijke
Eenheid) en/of [verbalisant 4] (hoofdagent van politie Landelijke Eenheid) opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 130 km per uur, althans met hoge
snelheid, vanaf de middelste rijbaan meermalen, althans eenmaal naar de
linkerrijbaan heeft gestuurd in de richting van het onopvallende dienstvoertuig (in
welke zich bovengenoemde verbalisanten bevonden) en/of vervolgens tegen dat
dienstvoertuig is aangebotst/aangereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en
Apeldoorn, althans in Nederland, [verbalisant 3] (hoofdagent van politie
Landelijke Eenheid) en/of [verbalisant 4] (hoofdagent van politie Landelijke Eenheid)
heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware
mishandeling, door op genoemde snelweg met een hoge snelheid van 130 km per
uur, althans met hoge snelheid, vanaf de middelste rijbaan meermalen, althans
eenmaal naar de linkerrijbaan te sturen in de richting van het onopvallende
dienstvoertuig (waarin bovengenoemde verbalisanten zich bevonden) en/of
vervolgens tegen dat dienstvoertuig aan te botsen/rijden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
5.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 op de Rijksweg A28 tussen Utrecht en
Amersfoort en/of op de Rijksweg A1 tussen Amersfoort en Apeldoorn, althans in
Nederland, als bestuurder van een voertuig (volkswagen polo), daarmee rijdende op
de weg, zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige
mate werden geschonden te weten door
- genoemde personenauto te besturen terwijl hij niet in bezit is van een geldig
rijbewijs en/of
- (meermalen) 'stop' en/of 'volg'-tekens van politievoertuigen te negeren en/of
- een langere periode met een hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane
snelheid, althans met een gelet op de omstandigheden te hoge snelheid, te
rijden en/of
- door een wegafzetting van wegwerkzaamheden met bijbehorende pionnen te
rijden (waar wegwerkers aan het werk waren) en/of
- voortdurend te slingeren van de ene rijbaan naar de andere rijbaan en/of
- (meermalen) in te rijden, althans in te sturen in de richting van de achtervolgende
politievoertuigen, tengevolge waarvan meerdere politievoertuigen werden geraakt,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar
lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was,
terwijl verdachte verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
WVW1994;
( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )
6.
hij op of omstreeks 2 februari 2021 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, als
degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een volkswagen polo
te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen
gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van
justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie
aangewezen ambtenaar van politie, zich aan dat bloedonderzoek te onderwerpen
en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
( art 163 lid 6 Wegenverkeerswet 1994 )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 4 februari 2021, genummerd PL0900-2021037913 en opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 56 en bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 7 februari 2021, genummerd PL0900-2021037913 en opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 57 tot en met 100. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina’s 3-4.

3 Pagina’s 5-7.

4 Pagina’s 61-65.

5 Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 30 april 2021, genummerd PL090002021036441-31.

6 Pagina’s 49-52.

7 Pagina’s 32-34.

8 Pagina’s 8-10.

9 Pagina’s 11-12.

10 Pagina’s 61-65.

11 Pagina’s 61-65.

12 Pagina 70.

13 Pagina’s 67-69.

14 Pagina’s 67-69.