Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2258

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
16/201402-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 43-jarige man uit Bergambacht die de gemeente Lopik heeft opgelicht, onbevoegd in een computersysteem van de gemeente inlogde en een valse aangifte deed is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De man uit Bergambacht was werkzaam bij de gemeente Lopik. Daarnaast was hij betrokken bij een bedrijf van een 61-jarige medeverdachte. De gemeente Lopik huurde het bedrijf in voor rioolwerkzaamheden. De twee verdachten hebben jarenlang facturen vervalst door veel meer uren te factureren dan dat er daadwerkelijk gewerkt is. Als budgethouder bij de gemeente kon de 43-jarige man de facturen goedkeuren. Ditzelfde geldt voor materialen, er werden veel meer kosten in rekening gebracht dan dat er daadwerkelijk gemaakt is. Zo stuurde het bedrijf een rekening van 75,- euro voor een deksel, terwijl het bedrijf de deksel geleverd kreeg voor 3,25 euro. Daarnaast heeft de man, nadat hij uit dienst was bij de gemeente, geprobeerd om in te loggen in een systeem dat het beheer van het riool van de gemeente regelt. Met zijn laptop is geprobeerd in te loggen onder zijn gebruikersnaam, terwijl zijn account al was verwijderd. Volgens de man was het niet hij, maar iemand anders die probeerde in te loggen op zijn laptop. Hij heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn laptop. De rechtbank gelooft dit niet. Bij de aangifte vertelde hij dat zijn laptop op 6 maart 2019 is gestolen, terwijl de laptop tijdens de inlogpoging op 24 maart nog verbonden was met zijn mobiele telefoon.

Beide mannen hebben op listige wijze misbruik gemaakt van de situatie. De rechtbank rekent het verdachte aan dat door zijn handelen grove inbreuk is gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in facturen moet kunnen worden gesteld. Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente Lopik daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft.

Op het plegen van valsheid in geschrifte worden doorgaans gevangenisstraffen van 2 tot 5 maanden opgelegd. De 43-jarige man heeft zich naast de oplichting ook schuldig gemaakt aan computervredebreuk, het doen van een valse aangifte en verduistering van een tablet van de gemeente Lopik. Vanwege de vele feiten en de lange periode waarin deze gepleegd zijn vindt de rechtbank het niet gepast om deels een taakstraf op te leggen. Daarom veroordeelt de rechtbank hem tot een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk. De 61-jarige man uit Dedemsvaart die eigenaar was van het bedrijf en samen met hem de gemeente oplichtte is veroordeeld tot een celstraf van 4 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/201402-19

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1959] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 januari 2021, 15 maart 2021 en17 mei 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. R.E. Craenen, en van hetgeen mr. S.O. Roosjen., advocaat te Groningen, namens verdachte, alsmede van hetgeen de benadeelde partij, dhr. [A] namens de gemeente [gemeente] , naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:


primair

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 te Bergambacht en/of Dedemsvaart en/of Lopik samen met een ander of anderen een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste facturen

subsidiair

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 samen met een ander of anderen feitelijk leiding heeft gegeven aan de vervalsing van de facturen, zoals primair ten laste gelegd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman stelt zich allereerst op het standpunt dat niet vaststaat dat er sprake is geweest van een onjuiste doorberekening van gewerkte uren, loon en materiaalkosten. Het Openbaar Ministerie gaat hier vanuit, maar de facturen zijn lastig naast elkaar te leggen. De naamcodes ontbreken op veel facturen, dus kan er niet gezegd worden wie welke werkzaamheden heeft verricht. Bovendien is het tegen een hogere prijs doorfactureren van verrichte werkzaamheden, uurloon en materialen niet per definitie fout, omdat er altijd sprake is van marges. Dat maakt nog niet dat er sprake is van fraude. Indien de rechtbank oordeelt dat er wel sprake is van fraude, geldt dat verdachte geen weet heeft gehad van de valselijk opgemaakte facturen. Verdachte was de enige bestuurder van [bedrijf 1] , maar geen administrateur. Fraude door verdachte kan niet worden vastgesteld op basis van het enkele feit dat verdachte geen goede verklaring heeft gegeven voor de facturen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Bewijsmiddelen 1

Uittreksels Handelsregister Kamer van Koophandel

Uittreksel van 17 maart 20152

Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V.

Datum akte van oprichting: 11 maart 2015

Bestuurder: [verdachte]

Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd

Uittreksel van 12 maart 2015 3

Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V.

Datum akte van oprichting: 11 maart 2015

Werkzame personen: 1

Bestuurder: [bedrijf 1] B.V.

Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1]
(…)Ik was afdelingshoofd ruimtelijke ontwikkeling en beheer. [medeverdachte] zat in mijn team.

P: Wie keurde de facturen van [bedrijf 1] goed voor betaling?
G: De budgetverantwoordelijke, in dit geval was dat [medeverdachte] . Facturen werden gescand en daarmee dus digitaal aangeleverd aan de budgethouder. Die beoordeelt en codeert het factuur, waarna het factuur bij mij terecht kwam of bij mijn naaste collega. Dit betreft de interne controle zoals het bij de gemeente weg was gezet. Inhoudelijk bekeek ik het factuur niet, ik heb 18 budgethouders onder mij gehad, dat was voor mij geen doen geweest.4

Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking gefactureerde uren [onderaannemer 1] - [bedrijf 1] - Gemeente [gemeente]

(…) Naar aanleiding van de aangifte welke door de Gemeente [gemeente] werd gedaan, zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door de Gemeente [gemeente] van [bedrijf 1] zijn ontvangen. (…) Door de eigenaar van [onderaannemer 1] , [B] , zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door [onderaannemer 1] zijn verzonden aan [bedrijf 1] . De facturen betreffen uren die door [onderaannemer 1] zijn besteed in verband met rioleringswerkzaamheden. (…) Door mij zijn de facturen die door [bedrijf 1] zijn verstuurd aan de Gemeente [gemeente] vergeleken met de facturen die door [onderaannemer 1] aan [bedrijf 1] zijn verstuurd. Hieruit valt op te maken dat: Met name vanaf 2015 tot en met september 2016 meer uren zijn gefactureerd aan de Gemeente [gemeente] dan op de facturen van [onderaannemer 1] worden vermeld.(…) Door [onderaannemer 1] diverse materialen zijn doorberekend aan [bedrijf 1] en deze zijn door [bedrijf 1] voor een hoger bedrag doorberekend aan Gemeente [gemeente] . (…)5

Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking facturen [onderaannemer 2] - [bedrijf 1] -

Gemeente [gemeente]
Op maandag 12 februari 2018 werden de woningen van verdachte [medeverdachte] en zijn ouders, in respectievelijk [woonplaats] en [woonplaats] doorzocht. Op de locatie [woonplaats] werd een server in beslag genomen. Naar aanleiding van de op de server aangetroffenfacturen van onderaannemer VOF [onderaannemer 2] (verder [onderaannemer 2] genoemd), is nader onderzoek gedaan. (…)Uit de vergelijking blijkt onder meer onderstaande:

  • -

    Op facturen tussen 15-02-2016 en 01 -10-2016 werd door [bedrijf 1] in totaal 86,9 uren meer gefactureerd aan [gemeente] dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde;

  • -

    Het tarief dat [bedrijf 1] aan [gemeente] factureerde voor het gebruik van materialen zoals zand en grind was hoger dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde. Een voorbeeld is dat er op 19-05-2016 (bijlages S94 en R36) voor een PVC deksel door [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] € 3,25 werd gefactureerd. Deze deksel werd door [bedrijf 1] aan [gemeente] gefactureerd voor € 75. (…)6

- (…) (…) datum 15-02-2016 factuurnr R20 ophogen uren met 7,75

- (…) (…) datum 10-06-2016 factuurnr R28 ophogen uren met 11

- (…) (…) datum 30-08-2016 factuurnr R42 ophogen uren met 17,50

- (…) (…) datum 01-10-2016 factuurnr R47 ophogen uren met 2

- (…) (…) In onderstaande gevallen werden gebruikte materialen, zoals zand en grind, in facturen van [bedrijf 1] aan [gemeente] opgehoogd:
Bijlagenr. [onderaannemer 2] Aantal materiaal Bijlagenr. [bedrijf 1] Aantal materiaal verschil
(…)
S94 0.25 m3 R36 2.25 m3 2 m3
S95 3 m3 R36 5,5 m3 2,5 m3
S99 4 stuks R45 7 stuks 3 stuks
- Op 02-05-2016, in factuur 20160696 met bijlage nummer R36, werd door [bedrijf 1] € 421,88 gefactureerd aan [gemeente] voor een storing in [woonplaats] . Deze werkzaamheden werden niet aangetroffen in de facturen van [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] ;7

Facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. aan de gemeente [gemeente]

R208, R289, R3610, R4211,R 4512 R4713,

Factuur R5A met bijbehorende specificatie: 26-06-15 ' [adres] , totaal/hoeveelheid 8,00. 14

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ): Datum 26-06-15. Aantal/stuks 2,50 ' [adres] verhelpen looptijdstoring’.15

Factuur R18 met bijbehorende specificatie: 16-01-16 ‘Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] ’, totaal/hoeveelheid 8,50. 16

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ) Datum 16-01-16. Aantal/stuks 5

Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] .17

Factuur R41 met bijbehorende specificatie:18 24-06-16 ‘ [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor klep open bleef. totaal/hoeveelheid 5 uur’;
25-06-16 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd. totaal/hoeveelheid 4 uur’’;

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] )

Datum 24-06-16 . Aantal/stuks 4 [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor de klep open bleef.

Datum 25-06-16 Aantal/stuks 1 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd19

Factuur R48 met bijbehorende specificatie:20 23-11-16 storing div gemalen lekdijk en 113 totaal/hoeveelheid 4 uur en 7,25 uur’;

Factuur R49 met bijbehorende specificatie: 29-11-2016 storing polsbroek en lekdijk, totaal/hoeveelheid 8,00. 21

Factuur R53 met bijbehorende specificatie: 01-03-17‘ standpijp [adres] gebroken, onderdelen vervangen en muurbevestiging gemaakt totaal/hoeveelheid 4,50.

lokaliseren lek putten gemaal 111. diverse mankementen totaal/hoeveelheid 5,00

[adres] Put vol totaal/hoeveelheid 1,0022

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode V28B) Datum 01-03-2017.

Aantal/stuks 1 [adres] Put vol.

Aantal/stuks 2 [adres] Thermisch uit vuil verwijdert23

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2]
[medeverdachte] belde mij rond 18 februari 2015 om te vragen of ik wilde helpen met een doorstart van [bedrijf 2] BV. Er is toen een aandelenstructuur opgezet waarbij de moeder en de zoon [C] de aandelen zouden krijgen. [verdachte] zou aantreden als directeur. [medeverdachte] heeft mij hiervoor benaderd. Zijn naam mocht hier niet bij betrokken worden, omdat veel opdrachtgevers hem kenden vanuit het bedrijf [bedrijf 2] BV dat failliet is gegaan. Dus om onrust te voorkomen mocht de naam niet aan [bedrijf 1] worden verbonden. (…)
Met wie van dit bedrijf ( [bedrijf 1] ) had u contact?
Met [medeverdachte] . Met [verdachte] heb ik een aantal keer overleg gehad. Hij was een bedrijfsleider/uitvoerder. Ik verwacht dat hij goed op de werkvloer was. [medeverdachte] denkt organisatorisch en juridisch, [verdachte] denkt meer vanuit een praktisch oogpunt.
In welke hoedanigheid is [medeverdachte] volgens u verbonden aan [bedrijf 1] ?
Van oudsher was hij verbonden omdat hij zijn ouders wilde helpen om het bedrijf [bedrijf 2] BV op de been te houden. (…) Op papier was hij niet verbonden aan [bedrijf 1] . Hij was de spreekbuis voor zijn familie en [verdachte] (…)
Is het dan zo dat de mails van 'medewerker administratie volgens u allemaal door dhr. [medeverdachte] werden verzonden?
Dat vermoedde ik wel altijd. 24

Proces-verbaal van bevindingen

Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens gedaan conform artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering aan [bedrijf 3] , werden de volgende gegevens verstrekt:

(…) Bijlage 021 t/m 024 is een contract genaamd 'Koopoptie aandelen en vastleggen overige afspraken’. Deze werd als bijlage verzonden in een mail van [bedrijf 3] aan [bedrijf 1] , gedateerd 24-03-2017 (bijlage 019). Dit is een overeenkomst tussen partij 1: [verdachte] en partij 2: [medeverdachte] . (…) Hierin staan onder andere de volgende zinnen (…):

Partijen hebben begin van het jaar 2015 de intentie uitgesproken om samen een onderneming te starten middels het oprichten van een besloten vennootschap genaamd “ [bedrijf 1] BV”. Partijen hebben de wens geuit, om de onderneming zo spoedig mogelijk ten name van partij 2 te laten zetten. Dit kan echter (nog) niet op korte termijn in verband met mogelijke

onvoorziene en onbedoelde consequenties. (…)

Alle voorkomende werkzaamheden zullen worden voorbereid en uitgevoerd in overleg met partijen, conform de algemene geldende regels en normen, waarbij uitgangspunt is, dat partij 2 de uiteindelijke beslissing neemt. (…)25

Proces-verbaal van bevindingen

Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de Coöperatieve Rabobank UA, betreffende verdachte [medeverdachte] , werden mij de volgende gegevens verstrekt: (…) Het betreft de kopie bankafschriften van rekeningnummers [rekeningnummer] en

[rekeningnummer] op naam van [medeverdachte] . (…) In totaal werd er in 2 bijschrijvingen € 31.698,79 bijgeschreven vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] BV, dit gebeurde in onderstaande bijschrijvingen:

Op 05-10-2015 werd er € 11.698,79 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond

201510011.
Op 22-11-2017 werd er € 20.000,00 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond

2017043. (…)26

Proces-verbaal van bevindingen
Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de KNAB Bank, betreffende [bedrijf 4] B.V. (verder [bedrijf 4] genoemd), werden mij de volgende gegevens verstrekt:

Op Betaalrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 4] BV is de

bestuurder en tevens gemachtigde Mevrouw [D] , (opmerking rechtbank: de echtgenote van verdachte [medeverdachte] ), geboren op [1978] , gevestigd aan de [adres] , [woonplaats] . De onderneming heeft een rekening bij Knab sinds 21-01-2016(…)

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er totaal € 127.771,00 werd bijgeschreven vanaf

rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] . 27

Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte]

Wie maakten er gebruik van deze server?

V: Ik weet niet precies maar ik denk de ouders, de Firma [bedrijf 2] . Ik weet dat [bedrijf 1] erop zat en misschien dat [medeverdachte] er ook gebruik van maakte. 28

Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte]

Ik ben de enige bestuurder en verantwoordelijk29

Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte]

(…) P: Je hebt in een eerder verhoor verteld dat je je in opdracht van [verdachte] uitgaf voor [naam] . Wat kan je daarover verklaren?

V: Dat vertelde ik net al, dat deed ik (…)in overleg met [verdachte] . 30

(…)

P: Wie was verantwoordelijk voor [bedrijf 4] B.V.

V: Ik met mijn vrouw. Mijn vrouw wil er niks mee te maken hebben met het bedrijf.31

4.3.2.

Bewijsoverweging

Medeplegen valsheid in geschrift

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift. Medeplegen vereist een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, waarbij het accent ligt op de samenwerking en niet zo zeer op wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De rechtbank stelt vast dat de verdachte op papier eigenaar was van [bedrijf 1] B.V. en volgens zijn eigen verklaring verantwoordelijk voor de opgemaakte facturen. Echter het strafbare feit zou niet gepleegd kunnen zijn zonder de medewerking van medeverdachte [medeverdachte] . Medeverdachte [medeverdachte] had vrij spel vanwege zijn dubbelrol als opdrachtgever en aannemer. Hij was zowel werkzaam voor de gemeente [gemeente] als voor aannemingsmij [bedrijf 1] . [medeverdachte] gaf als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] zijn goedkeuring aan de facturen, zodat [bedrijf 1] het geld ontving. Dat de medeverdachte [medeverdachte] ook feitelijk nauw betrokken was bij [bedrijf 1] blijkt uit een aantal feiten en omstandigheden. [medeverdachte] ontving grote geldbedragen op zijn privé rekening en op de rekening van het bedrijf [bedrijf 5] (waarover hij heeft verklaard dat hij verantwoordelijk was en zijn vrouw er niets mee te maken wilde hebben) vanaf het rekeningnummer van [bedrijf 1] . De verklaringen die medeverdachte [medeverdachte] hiervoor heeft gegeven, te weten dat het geld zag op de aankoop van grond32 en de overname van niet afgeronde projecten van het voormalig bedrijf van zijn ouders, zijn door de politie geverifieerd en onjuist gebleken33. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat de mede verdachte [medeverdachte] zich ook feitelijk bezig hield met de bedrijfsvoering van [bedrijf 1] . Uit de verklaring van getuige [getuige 2] blijkt dat als hij contact had met [bedrijf 1] , dit vooral via [medeverdachte] ging. Dat wordt bevestigd door de, niet getekenden, maar wel in opdracht van [medeverdachte] opgestelde, overeenkomst tussen verdachte en de [medeverdachte] . Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat medeverdachte [medeverdachte] zich enige tijd heeft uitgegeven voor een medewerker van [bedrijf 1] . Dat er in de tenlastegelegde periode naast verdachte en de medeverdachte nog andere mensen administratieve werkzaamheden voor [bedrijf 1] hebben verricht blijkt nergens uit. In de administratie zijn geen loonbetalingen gevonden, [bedrijf 1] had volgens de gegevens van de belastingdienst en het UWV geen werknemers in dienst34 en de door verdachte gegeven informatie over [naam] is eveneens onjuist gebleken35. Verdachte fungeerde (op papier) als bestuurder en was de uitvoerende man, terwijl [medeverdachte] feitelijk (mee)besliste over de bedrijfsvoering en administratief betrokken was. Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat verdachte zeer nauw betrokken was bij het opmaken en insturen van de valse facturen en dat hij hiervoor zorg droeg samen met de medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] .

Verrichte werkzaamheden en materialen
Uit de vergelijking van de ten laste gelegde facturen van [bedrijf 1] met die van de onderaannemers blijkt dat in bijna alle gevallen meer uren worden gefactureerd door [bedrijf 1] aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd. Verdachte, noch de medeverdachte, hebben hiervoor een aannemelijke verklaring gegeven. Ten aanzien van de facturen R48 en R49 zijn in het geheel geen onderliggende facturen en/of werkbonnen van onderaannemers aangetroffen, danwel stukken waaruit blijkt dat [bedrijf 1] die werkzaamheden zelf heeft verricht.

Ditzelfde geldt voor de materialen, waarvoor meer kosten in rekening zijn gebracht dan de onderaannemers hebben gefactureerd. De mogelijkheid die de verdediging ter terechtzitting heeft geopperd, namelijk dat in een aantal gevallen de naamcodes op de facturen ontbreken waardoor niet kan worden gezegd wie welke werkzaamheden heeft verricht maar de facturen toch kloppen, is speculatief en wordt bovendien niet ondersteund door een verklaring van verdachte of de medeverdachte zelf.

Partiële vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende is gebleken dat verdachte of de medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de facturen valselijk in rekening brengen van een te hoog tarief aan loon. De rechtbank stelt vast dat [bedrijf 1] weliswaar een (veel) hoger tarief aan loon heeft doorberekend aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd, maar dit tarief is in overeenstemming met het tarief dat is opgenomen in de offerte van 25 maart 2015 en door de gemeente is geaccepteerd bij brief van 8 april 2015 en is aangepast in het Startoverleg Rioolbeheer [gemeente] d.d. 11 mei 2015. Dat de gehanteerde marges extreem veel hoger zijn dan in deze bedrijfstak gebruikelijk is maakt nog niet, zoals de officier van justitie heeft bepleit, dat de facturen op dit onderdeel valselijk zijn opgemaakt.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van het ten laste gelegde.

Ten aanzien van factuur R58 heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat hier meer uren danwel meer of andere materialen zijn gefactureerd dan door de onderaannemers in rekening zijn gebracht. Nu in dit factuur enkel een hoger uurtarief in rekening is gebracht is er geen sprake van het valselijk opmaken of laten opmaken van dit factuur zodat verdachte ten aanzien van dit onderdeel eveneens zal worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en Dedemsvaart en Lopik, en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een rechtspersoon en natuurlijke persoon, meermalen, meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657-1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p. 1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805) en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk

heeft opgemaakt en/of laten opmaken,

immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid telkensmeer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en meermalen,

opzettelijk gebruik hebben gemaakt van een valse ) factuur

inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal uren en het aantal

materialen, te weten

een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657- 1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p. 1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805) en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware dat

geschrift(telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en zijn mededader) de voornoemde facturen hebben ingestuurd en laten insturen naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen en bestaande die valsheid hierin dat telkens meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

medeplegen van valsheid in geschrift en van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 7 maanden, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij een veroordeling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de ouderdom van de zaak en de geringe kans op herhaling omdat verdachte geen relevante feiten op zijn justitiële documentatie heeft staan. De verdediging stelt voorts dat verdachte bereid is om een taakstraf uit te voeren.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Samen hebben zij binnen het bedrijf [bedrijf 1] gedurende een periode van een aantal jaren facturen valselijk opgemaakt en/of laten opmaken en deze gericht aan de gemeente [gemeente] . Verdachte heeft met het bedrijf [bedrijf 1] de faciliteiten geboden die dit mogelijk maakte en samen met medeverdachte [medeverdachte] , die vanuit zijn rol als medewerker van de gemeente [gemeente] verantwoordelijk was voor de goedkeuring van de facturen op listige wijze misbruik gemaakt van de situatie. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen eveneens dat verdachte en de medeverdachte het wilden doen voorkomen dat er meerdere medewerkers bij verdachte in dienst waren die de facturen opstelden hetgeen helemaal niet het geval was.

Verdachte heeft met zijn handelen zichzelf en zijn medeverdachte bevoordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat door zijn handelen grove inbreuk is gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in facturen moet kunnen worden gesteld. Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente [gemeente] daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het op naam van verdachte staand uittreksel justitiële documentatie van 23 december 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

De straf

De ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een vrijheidsbenemende straf. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. Deze oriëntatiepunten nemen voor dit feit 2 tot 5 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Naast deze oriëntatiepunten houdt de rechtbank ook rekening met de straffen die voor dit soort feiten in soortgelijke situaties worden opgelegd.

De rechtbank constateert dat de redelijke termijn is overschreden. Nu het slechts een zeer geringe overschrijding betreft (enkele dagen), ziet de rechtbank geen aanleiding om hieraan consequenties te verbinden. De rechtbank zal dan ook louter volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is geschonden. Gezien de ernst van de feiten en de lange periode waarin deze zijn gepleegd is naar het oordeel van de rechtbank een taakstraf niet aan de orde is. De rechtbank houdt bij de duur van de op te leggen straf rekening met het feit dat de rol van verdachte beperkter was dan die van de medeverdachte. Alles afwegende en rekening houdend met de gedeeltelijke vrijspraak op het onderdeel uurloon, acht de rechtbank de volgende straf passend en geboden: een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

9 BENADEELDE PARTIJ

Gemeente [gemeente] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 524.239,65. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank, uitgaande van een bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, het bedrag te matigen. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de gemeente [gemeente] niet-ontvankelijk te verklaren voor wat betreft de post van onderaannemer De Gier, de doorbetaling van het loon en de kosten die gemaakt zijn voor de beëindigingsvergoeding. Tevens wordt er geen oplegging van de schadevergoedings-maatregel gevorderd, omdat de gemeente in staat wordt geacht om de toegewezen vordering op verdachte te kunnen verhalen.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu de verdediging om vrijspraak vraagt. Indien de rechtbank wel toekomt aan strafoplegging, stelt de verdediging zich op het standpunt dat te bezien valt of verdachte überhaupt aansprakelijk kan worden gesteld. De gemeente heeft immers zaken gedaan met een bedrijf en heeft ook op dat bedrijf een vordering en niet op de persoon van verdachte. De raadsman verwijst voorts naar artikel 160 van de Gemeentewet. Dit artikel eist een rechtsgeldig procesbesluit van de gemeente om de vordering tot schadevergoeding in te kunnen dienen. De burgemeester kan niet alleen besluiten om een dergelijke procedure te starten. Een machtiging bevindt zich niet in het dossier en ook daarom zou de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt, anders dan de verdediging, dat de vordering bevoegdelijk is ingediend. Naar aanleiding van de toelichting van de benadeelde partij is gebleken dat de vordering is besproken in het college van burgemeester en wethouders en dat de vordering is ondertekend door de locoburgemeester. De rechtbank acht dit voldoende waarborg voor het bevoegdelijk indienen van de vordering.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van de vordering van de gemeente [gemeente] een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Een gedeelte van de vordering ziet op indirecte schade. Het overige deel van de vordering heeft betrekking op materialen en uren die ten onrechte aan de gemeente in rekening zijn gebracht. In het dossier zijn onvoldoende gegevens aanwezig om de omvang van de schade vast te stellen. Het onderzoek zou een onevenredige vertraging oplopen als de gemeente in de gelegenheid zou worden gesteld deze gegevens alsnog aan te leveren. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde feit strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter anders gelast op grond van het feit dat verdachte de voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt voor de hierna te noemen voorwaarde een proeftijd van 2 jaren vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte:

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. N.M. Spelt en A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.V.S. Adriaanse, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 mei 2021.

Mr. A. Bouteibi is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en/of Dedemsvaart en/of [gemeente] , en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657-

1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p. 1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805) en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk

heeft opgemaakt en/of laten opmaken en/of vervalst en/of laten vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals(e) en/of vervalst(e) factu(u)r(en)

inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal uren en/of het aantal

materialen en/of het uur tarief, te weten een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657- 1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p. 1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805) en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware dat

geschrift (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) de voornoemde facturen hebben ingestuurd en/of laten insturen naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens)

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening is gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening is gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.;

(Artikel art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen

leiden:

[bedrijf 1] B.V. op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en/of Dedemsvaart en/of

[gemeente] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke

perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p. 1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805) en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk

heeft opgemaakt en/of laten opmaken en/of vervalst en/of laten vervalsen,

immers hebben die [bedrijf 1] B.V. en/of de mededader(s) van die [bedrijf 1]

B.V. valselijk en/of in strijd met de waarheid

(telkens)meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals(e) en/of vervalst(e) een of meerdere

facturen inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal uren en/of het

aantal materialen en/of het uur tarief, te weten een of meerdere factu(u)r(en) van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p. 1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p. 1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805) en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware dat geschrift (telkens) echt en onvervalst,bestaande dat gebruikmaken hierin dat [bedrijf 1] B.V. en/of de mededader(s) van die [bedrijf 1] B.V. de voornoemde facturen hebben ingestuurd en/of laten insturen naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens)


meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening is gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening is gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen

(telkens) tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft/hebben gegeven en/of aan die verboden

gedraging(en) feitelijk leiding heeft/hebben gegeven;

(Artikel art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 augustus 2019, nummer PL0900-20844357, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een geschrift, te weten een Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, p. 35.

3 Een geschrift, te weten een Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 45.

4 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 19 juni 2019, p. 602.

5 Een proces-verbaal van bevindingen van 14 januari 2019, p. 306.

6 Een proces-verbaal van bevindingen van 31 augustus 2018, p. 325.

7 Een proces-verbaal van bevindingen van 31 augustus 2018, p. 327.

8 Een geschrift, te weten een factuur van 3 mei 2016, p. 1687.

9 Een geschrift, te weten een factuur van 21 juni 2016, p. 1706.

10 Een geschrift, te weten een factuur van 10 september 2016, p. 1722.

11 Een geschrift, te weten een factuur van 11 december 2016 , p. 1772.

12 Een geschrift, te weten een factuur van 31 december 2016 , p. 1787.

13 Een geschrift, te weten een factuur van 21 januari 2017, p. 1795.

14 Geschrift, te weten een factuur van 17 september 2015 p. 1657 en 1658

15 Een geschrift, te weten een werkbon p 226

16 Geschrift, te weten een factuur van 17 maart 2016 p. 1683 en 1684

17 Een geschrift, te weten een werkbon p 243

18 Geschrift, te weten een factuur van 7 november 2016 p. 1769 en 1771

19 Een geschrift, te weten een werkbon p 261.

20 Geschrift, te weten een factuur van 21 januari 2017 p. 1801-1809.

21 Geschrift, te weten een factuur van 23 januari 2017 p. 1806-1809.

22 Geschrift, te weten een factuur van 19 juni 2017 p. 1828-1831.

23 Een geschrift, te weten een werkbon p 285.

24 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 11 oktober 2018, p. 581.

25 Een proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2018, p. 845- 847.

26 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2018, p. 633.

27 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2018, p. 692.

28 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 mei 2019, p. 1117.

29 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 juli 2019, p. 1220.

30 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 mei 2019, p. 1058.

31 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 mei 2019, p 1065.

32 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] d.d. 2 mei 2019 p 222.

33 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] d.d. 6 augustus 2019 p 100-1102.

34 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] d.d. 27 maart 2018 p 761.

35 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 7 augustus 2019, p.1020.