Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2257

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-05-2021
Datum publicatie
31-05-2021
Zaaknummer
16/024672-20 en 16/201292-19 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 43-jarige man uit Bergambacht die de gemeente Lopik heeft opgelicht, onbevoegd in een computersysteem van de gemeente inlogde en een valse aangifte deed is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De man uit Bergambacht was werkzaam bij de gemeente Lopik. Daarnaast was hij betrokken bij een bedrijf van een 61-jarige medeverdachte. De gemeente Lopik huurde het bedrijf in voor rioolwerkzaamheden. De twee verdachten hebben jarenlang facturen vervalst door veel meer uren te factureren dan dat er daadwerkelijk gewerkt is. Als budgethouder bij de gemeente kon de 43-jarige man de facturen goedkeuren. Ditzelfde geldt voor materialen, er werden veel meer kosten in rekening gebracht dan dat er daadwerkelijk gemaakt is. Zo stuurde het bedrijf een rekening van 75,- euro voor een deksel, terwijl het bedrijf de deksel geleverd kreeg voor 3,25 euro. Daarnaast heeft de man, nadat hij uit dienst was bij de gemeente, geprobeerd om in te loggen in een systeem dat het beheer van het riool van de gemeente regelt. Met zijn laptop is geprobeerd in te loggen onder zijn gebruikersnaam, terwijl zijn account al was verwijderd. Volgens de man was het niet hij, maar iemand anders die probeerde in te loggen op zijn laptop. Hij heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn laptop. De rechtbank gelooft dit niet. Bij de aangifte vertelde hij dat zijn laptop op 6 maart 2019 is gestolen, terwijl de laptop tijdens de inlogpoging op 24 maart nog verbonden was met zijn mobiele telefoon.

Beide mannen hebben op listige wijze misbruik gemaakt van de situatie. De rechtbank rekent het verdachte aan dat door zijn handelen grove inbreuk is gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in facturen moet kunnen worden gesteld. Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente Lopik daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft.

Op het plegen van valsheid in geschrifte worden doorgaans gevangenisstraffen van 2 tot 5 maanden opgelegd. De 43-jarige man heeft zich naast de oplichting ook schuldig gemaakt aan computervredebreuk, het doen van een valse aangifte en verduistering van een tablet van de gemeente Lopik. Vanwege de vele feiten en de lange periode waarin deze gepleegd zijn vindt de rechtbank het niet gepast om deels een taakstraf op te leggen. Daarom veroordeelt de rechtbank hem tot een gevangenisstraf van 6 maanden waarvan 2 voorwaardelijk. De 61-jarige man uit Dedemsvaart die eigenaar was van het bedrijf en samen met hem de gemeente oplichtte is veroordeeld tot een celstraf van 4 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/024672-20 en 16/201292-19 (gev. ttz)

Vonnis van de meervoudige kamer van 31 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1977] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 januari 2021, 15 maart 2021 en 17 mei 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. R.E. Craenen, en van hetgeen mr. S. Mangal, advocaat te Lelystad, namens verdachte, alsmede van hetgeen de benadeelde partij, dhr. [A] namens de gemeente [gemeente] , naar voren heeft gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16/024672-20
Feit 1

op een of meer tijdstippen gelegen op of omstreeks 24 maart 2019 te IJsselstein heeft geprobeerd om opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk van de gemeente [gemeente] binnen te dringen, door o.a. het programma [programma] te starten en inlogpogingen te doen op [programma]


Feit 2
op of omstreeks 24 maart 2019 te Bergambacht een valse aangifte van diefstal van een laptop heeft gedaan

16/201292-19
Feit 1
primair

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 te Bergambacht en/of Dedemsvaart en/of Lopik samen met een ander of anderen een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] , valselijk heeft opgemaakt of vervalst met het oogmerk deze geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste facturen


subsidiair

op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017 samen met een ander of anderen feitelijk leiding heeft gegeven aan de vervalsing van de facturen, zoals primair ten laste gelegd.


Feit 2

in of omstreeks de periode van 28 april 2016 tot en met 1 mei 2018 te Bergambacht en/of Lopik , opzettelijk een tablet van het merk Ubiqonn in dienstbetrekking heeft verduisterd.

3 VOORVRAGEN

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vordering en dat de rechtbank bevoegd is tot kennisneming van het tenlastegelegde. Het Openbaar Ministerie betwist dat het standpunt van verdachte, dat hij een klokkenluiders functie gehad zou hebben, op enigerlei wijze een rol heeft gespeeld bij de vervolging van verdachte. De officier van justitie stelt verder dat verdachte tijdig op de hoogte is gesteld dat er naast het onderzoek waarop de eerdere strafzaak tegen verdachte is gebaseerd nog een onderzoek was belegd bij de financiële recherche. Er is door de verdediging destijds niet verzocht om die twee procedures gelijktijdig aan te brengen.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vordering en subsidiair dat de rechtbank onbevoegd is om kennis te nemen van het tenlastegelegde. De raadsvrouw stelt hiertoe dat ingevolge de klokkenluidersregeling, vastgelegd in EU-regelgeving, verdachte niet strafrechtelijk vervolgd zou mogen worden en dat hij bescherming dient te krijgen. Bovendien is verdachte een eerlijk proces ontnomen, nu het Openbaar Ministerie ervoor heeft gekozen om verdenkingen die uit hetzelfde onderzoek naar voren zijn gekomen, te verdelen over meerdere gerechtelijke procedures.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

Het standpunt van verdachte dat hij als klokkenluider aangemerkt moet worden (wat daar verder ook van zij) en om die reden voor de aan hem ten laste gelegde strafbare feiten niet strafrechtelijk vervolgd mag worden, vindt geen steun in het recht. De EU richtlijn inzake klokkenluidersbescherming heeft geen rechtstreekse werking en de implementatietermijn van die Richtlijn verstrijkt pas op 17 december 2021. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat die Richtlijn klokkenluiders geen vrijbrief geeft tothet plegen van strafbare feiten.

Ook is verdachte het recht op een eerlijk proces niet ontnomen. Het gegeven dat de onderhavige procedures apart van de procedure met parketnummer16-705157-18 zijn behandeld maakt niet dat verdachte geen recht heeft gehad op een eerlijk proces. Verdachte heeft niet weersproken dat de scheiding van de procedures met hem is besproken en dat hij toen geen verzoek heeft gedaan om de procedures gelijktijdig aan te brengen. De rechtbank verwerpt de verweren van de raadsvrouw.

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de tenlastegelegde feiten onder parketnummer 16/024672-20 wettig en overtuigend te bewijzen. Ook acht de officier van justitie het onder feit 1 primair tenlastegelegde en onder feit 2 van parketnummer 16/201292-19 te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder parketnummer 16/024672-20 tenlastegelegde feiten. De raadsvrouw stelt dat voor wat betreft de computervredebreuk (feit 1), niet als enig (en doorslaggevend) bewijs mag gelden, dat verdachte eerder (niet onherroepelijk) is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Er is verder alleen sprake van vermoedens, maar niet van wettig en overtuigend bewijs. De bewijsmiddelen - voor zover aanwezig - sluiten niet uit dat derden dit feit hebben gepleegd. Voorts stelt de raadsvrouw dat voor wat betreft het doen van de valse aangifte (feit 2), verdachte niet in het daderprofiel past. Hij had namelijk juist belang bij het terug vinden van zijn laptop. Bovendien kan de verklaring die verdachte heeft gegeven, dat de laptop die gestolen is niet dezelfde laptop is als die bij het gemaal is aangetroffen, aan de hand van dit strafdossier niet worden uitgesloten.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte ook dient te worden vrijgesproken voor de feiten zoals tenlastegelegd onder parketnummer 16/201292-19. De bewijsconstructie die voor feit 1 is aangeleverd door het Openbaar Ministerie is onduidelijk. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte of medeverdachte [medeverdachte] degene is geweest die de facturen valselijk heeft opgemaakt. Voorts stelt de raadsvrouw dat er geen sprake is van valsheid in geschrifte als er hogere bedragen worden gefactureerd aan de hand van bepaalde winstmarges.

Voor wat betreft feit 2 stelt de verdediging zich op het standpunt dat de ontslagregeling tussen verdachte en de gemeente [gemeente] is afgewikkeld tegen finale kwijting. Hieruit blijkt niet dat de teruggave van de tablet is overeengekomen. De tablet is daarom juridisch gezien eigendom geworden van verdachte. Hij ontkent dus het bezit van de tablet niet, maar wel de verduistering ervan. Dat verdachte bereid is de tablet terug te geven als hij het salaris, waarop hij stelt recht te hebben, heeft ontvangen, draagt slechts een civielrechtelijk karakter.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Bewijsmiddelen 1

16/024672-20

Feit 1 en Feit 2

Proces-verbaal van het verhoor van aangever [aangever]

Namens de Gemeente [gemeente] doe ik aangifte van computervredebreuk. In mijn functie maak ik gebruik van het programma [programma] . Dit is een systeem waarmee de rioolpompen beheerd kunnen worden. (…) Eind maart viel mij iets opvallends op in de logfiles van [programma] . Hierin wordt onder andere bijgehouden wie er allemaal op het systeem inloggen of proberen in te loggen. Ik zag hierop de volgende meldingen: 24 maart 2019 21:34 uur ‘Fout bij inloggen [verdachte] ’ 24 maart 2019 21:36 uur ‘Fout bij inloggen [accountnaam] ’. Ik vond dit opvallend omdat het account van [verdachte] verwijderd is.

Een aantal weken later reed ik met mijn collega naar een van de gemalen in onze Gemeente. (…) Toen we bij het gemaal waren, dit was op 6 mei 2019 rond 14:30 uur, zagen we aan de achterkant tegen het gemaal een plastic tas liggen. Ik keek in de tas en zag daarin een laptop met plastic handschoenen. (…)2

Proces-verbaal van bevindingen

Ik, verbalisant, [verbalisant 1] , inspecteur werkzaam als digitaal specialist bij de Eenheid Midden- Nederland, verklaart het volgende:

(…) Op 6 mei 2019 werd omstreeks 14:30 door medewerkers van de Gemeente [gemeente] bij het gemaal aan de [adres] [woonplaats] een laptop aangetroffen, in plastic verpakt, samen met latex handschoenen en een oplader. Deze laptop, een Dell Latitude e6410 werd overgedragen aan de Politie Midden-Nederland. 3(…) Ik zag dat het programma [programma] was geïnstalleerd in C:\program files\ [programma] .4

Ik zag dat op 24 maart 2019 21:37:55, dus vermoedelijk tijdens de verbinding met

“McDonalds Freewifi" verbinding werd gemaakt met [naam] .com. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de gebruikersnaam “ [gebruikersnaam] ”.

[naam] .com heeft als IP adres IP [IP adres] .

Bij een eerdere CIOT bevraging bleek dit IP adres tenaamgesteld op [naam]

[adres] te [woonplaats] , bekend als het woonadres van [verdachte] .5

(…) Samengevat in een tijdlijn zien de bovenstaande gebeurtenissen er als volgt uit:6

Tijd

Gebeurtenis

24 maart 2019 20:55:46

Draadloze verbinding met [naam]

24 maart 2019 21:22:36

Draadloze verbinding met “Mcdonald Free Wifi” te [woonplaats]

24 maart 2019 21:28:59

Bezoeken [website] .nl

24 maart 2019 21:29:42

Plaatsen USB Stick

24 maart 2019 21:31:03

Kopiëren bestanden naar bureaublad

24 maart 2019 21:32:36

Verwijderen USB Stick

24 maart 2019 21:33:03

Starten displaypp.exe op laptop

24 maart 2019 21:34:04

Inlogpoging [programma] “ [verdachte] ” op server [gemeente]

24 maart 2019 21:36:18

Inlogpoging [programma] “ [accountnaam] ” op server [gemeente]

Proces-verbaal van bevindingen

Tijdens het verhoor van verdachte [verdachte] op 30 januari 2020 werd de telefoon van

verdachte korte tijd in beslag genomen.(…) Verdachte ontgrendelde voor mij zijn toestel. Hierop ben ik naar de instellingen van het toestel gaan en zag dat het MAC-adres [MAC-adres] was. Ik zag dat het MAC-adres dus overeenkwam met het MAC- adres wat werd aangetroffen op de laptop, zie hiervoor voorts proces-verbaal nummer 217 “PV bevinding tweede onderzoek aangetroffen laptop Dell” Dit betekent dat op 24 maart 2019 om 20:57 de telefoon van verdachte een verbinding heeft gehad met de aangetroffen laptop. (…)7

Aangifte van de diefstal van de laptop door verdachte

Gegevens aangever

Naam [verdachte]

Slachtoffers

[naam] BV

[adres]

[woonplaats] (…) Tijdstip geconstateerd: 06-03-2019 17:05 uur. (…)‘Tijdens bezoek in de supermarkt te [woonplaats] is mijn laptop ontvreemd. (…) Merk: Dell, Type: Latitude E6410. (…)8

Proces-verbaal van bevindingen

Ik heb haar gevraagd of achterhaald kon worden wanneer verdachte [verdachte] zijn internet aangifte met nummer [nummer] had verzonden. Zij heeft dit voor mij uitgezocht en kwam op de volgende datum en tijdstip uit, 24 maart 2019 om 14:10 uur.(…)9

De hiervoor genoemde bewijsmiddelen zien slechts op het feit waarop zij betrekking hebben.

16/201292-19

Feit 1

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1]
(…)Ik was afdelingshoofd ruimtelijke ontwikkeling en beheer. [verdachte] zat in mijn team.

P: Wie keurde de facturen van [bedrijf 1] goed voor betaling?
G: De budgetverantwoordelijke, in dit geval was dat [verdachte] . Facturen werden gescand en daarmee dus digitaal aangeleverd aan de budgethouder. Die beoordeelt en codeert het factuur, waarna het factuur bij mij terecht kwam of bij mijn naaste collega. Dit betreft de interne controle zoals het bij de gemeente weg was gezet. Inhoudelijk bekeek ik het factuur niet, ik heb 18 budgethouders onder mij gehad, dat was voor mij geen doen geweest.10

Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking gefactureerde uren [onderaannemer 1] - [bedrijf 1] - Gemeente [gemeente]

(…) Naar aanleiding van de aangifte welke door de Gemeente [gemeente] werd gedaan, zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door de Gemeente [gemeente] van [bedrijf 1] zijn ontvangen. (…) Door de eigenaar van [onderaannemer 1] , [B] , zijn alle facturen ter beschikking gesteld die door [onderaannemer 1] zijn verzonden aan [bedrijf 1] . De facturen betreffen uren die door [onderaannemer 1] zijn besteed in verband met rioleringswerkzaamheden. (…) Door mij zijn de facturen die door [bedrijf 1] zijn verstuurd aan de Gemeente [gemeente] vergeleken met de facturen die door [onderaannemer 1] aan [bedrijf 1] zijn verstuurd. Hieruit valt op te maken dat: Met name vanaf 2015 tot en met september 2016 meer uren zijn gefactureerd aan de Gemeente [gemeente] dan op de facturen van [onderaannemer 1] worden vermeld.(…) Door [onderaannemer 1] diverse materialen zijn doorberekend aan [bedrijf 1] en deze zijn door [bedrijf 1] voor een hoger bedrag doorberekend aan Gemeente [gemeente] . (…)11

Proces-verbaal van bevindingen: vergelijking facturen [onderaannemer 2] - [bedrijf 1] -

Gemeente [gemeente]
Op maandag 12 februari 2018 werden de woningen van verdachte [verdachte] en zijn ouders, in respectievelijk [woonplaats] en [woonplaats] doorzocht. Op de locatie [woonplaats] werd een server in beslag genomen. Naar aanleiding van de op de server aangetroffen facturen van onderaannemer VOF [onderaannemer 2] (verder [onderaannemer 2] genoemd), is nader onderzoek gedaan. (…)Uit de vergelijking blijkt onder meer onderstaande:

  • -

    Op facturen tussen 15-02-2016 en 01 -10-2016 werd door [bedrijf 1] in totaal 86,9 uren meer gefactureerd aan [gemeente] dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde;

  • -

    Het tarief dat [bedrijf 1] aan [gemeente] factureerde voor het gebruik van materialen zoals zand en grind was hoger dan [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] factureerde. Een voorbeeld is dat er op 19-05-2016 (bijlages S94 en R36) voor een PVC deksel door [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] € 3,25 werd gefactureerd. Deze deksel werd door [bedrijf 1] aan [gemeente] gefactureerd voor € 75. (…)12

- (…) (…) datum 15-02-2016 factuurnr R20 ophogen uren met 7,75

- (…) (…) datum 10-06-2016 factuurnr R28 ophogen uren met 11

- (…) (…) datum 30-08-2016 factuurnr R42 ophogen uren met 17,50

- (…) (…) datum 01-10-2016 factuurnr R47 ophogen uren met 2

- (…) (…) In onderstaande gevallen werden gebruikte materialen, zoals zand en grind, in facturen van [bedrijf 1] aan [gemeente] opgehoogd:
Bijlagenr. [onderaannemer 2] Aantal materiaal Bijlagenr. [bedrijf 1] Aantal materiaal verschil
(…)
S94 0.25 m3 R36 2.25 m3 2 m3
S95 3 m3 R36 5,5 m3 2,5 m3
S99 4 stuks R45 7 stuks 3 stuks
- Op 02-05-2016, in factuur 20160696 met bijlage nummer R36, werd door [bedrijf 1] € 421,88 gefactureerd aan [gemeente] voor een storing in [woonplaats] . Deze werkzaamheden werden niet aangetroffen in de facturen van [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] ;13

Facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. aan de gemeente [gemeente]

R2014, R2815, R3616, R4217,R 4518 R4719,

Factuur R5A met bijbehorende specificatie: 26-06-15 ' [adres] , totaal/hoeveelheid 8,00. 20

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ): Datum 26-06-15. Aantal/stuks 2,50 ' [adres] verhelpen looptijdstoring’.21

Factuur R18 met bijbehorende specificatie: 16-01-16 ‘Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] ’, totaal/hoeveelheid 8,50. 22

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] ) Datum 16-01-16. Aantal/stuks 5

Opsporen vac storing gemaal 6 klep vervangen [adres] .23

Factuur R41 met bijbehorende specificatie:24 24-06-16 ‘ [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor klep open bleef. totaal/hoeveelheid 5 uur’;
25-06-16 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd. totaal/hoeveelheid 4 uur’’;

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode [documentcode] )

Datum 24-06-16 . Aantal/stuks 4 [adres] Vetkluiten onder de bal waardoor de klep open bleef.

Datum 25-06-16 Aantal/stuks 1 ‘Diverse gemalen nalopen en BBB geblokkeerd25

Factuur R48 met bijbehorende specificatie:26 23-11-16 storing div gemalen lekdijk en 113 totaal/hoeveelheid 4 uur en 7,25 uur’;

Factuur R49 met bijbehorende specificatie: 29-11-2016 storing [adres] en [adres] , totaal/hoeveelheid 8,00. 27

Factuur R53 met bijbehorende specificatie: 01-03-17‘ standpijp [adres] gebroken, onderdelen vervangen en muurbevestiging gemaakt totaal/hoeveelheid 4,50.

lokaliseren lek putten gemaal 111. diverse mankementen totaal/hoeveelheid 5,00

[adres] Put vol totaal/hoeveelheid 1,0028

Werkbon [onderaannemer 1] (documentcode V28B) Datum 01-03-2017.

Aantal/stuks 1 [adres] Put vol.

Aantal/stuks 2 [adres] Thermisch uit vuil verwijdert29

Uittreksels Handelsregister Kamer van Koophandel

Uittreksel van 17 maart 201530

Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V.

Datum akte van oprichting: 11 maart 2015

Bestuurder: [medeverdachte]

Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd

Uittreksel van 12 maart 2015 31

Statutaire naam: [bedrijf 1] B.V.

Datum akte van oprichting: 11 maart 2015

Werkzame personen: 1

Bestuurder: [bedrijf 1] B.V.

Bevoegdheid: alleen/zelfstandig bevoegd

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2]
[verdachte] belde mij rond 18 februari 2015 om te vragen of ik wilde helpen met een doorstart van [bedrijf 4] BV. Er is toen een aandelenstructuur opgezet waarbij de moeder en de zoon [C] de aandelen zouden krijgen. [medeverdachte] zou aantreden als directeur. [verdachte] heeft mij hiervoor benaderd. Zijn naam mocht hier niet bij betrokken worden, omdat veel opdrachtgevers hem kenden vanuit het bedrijf [bedrijf 4] BV dat failliet is gegaan. Dus om onrust te voorkomen mocht de naam niet aan [bedrijf 1] worden verbonden. (…)
Met wie van dit bedrijf ( [bedrijf 1] ) had u contact?
Met [verdachte] . Met [medeverdachte] heb ik een aantal keer overleg gehad. Hij was een bedrijfsleider/uitvoerder. Ik verwacht dat hij goed op de werkvloer was. [verdachte] denkt organisatorisch en juridisch, [medeverdachte] denkt meer vanuit een praktisch oogpunt.
In welke hoedanigheid is [verdachte] volgens u verbonden aan [bedrijf 1] ?
Van oudsher was hij verbonden omdat hij zijn ouders wilde helpen om het bedrijf [bedrijf 4] BV op de been te houden. (…) Op papier was hij niet verbonden aan [bedrijf 1] . Hij was de spreekbuis voor zijn familie en [medeverdachte] (…)
Is het dan zo dat de mails van 'medewerker administratie volgens u allemaal door dhr. [verdachte] werden verzonden?
Dat vermoedde ik wel altijd. 32

Proces-verbaal van bevindingen

Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens gedaan conform artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering aan [bedrijf 2] , werden de volgende gegevens verstrekt:

(…) Bijlage 021 t/m 024 is een contract genaamd 'Koopoptie aandelen en vastleggen overige afspraken’. Deze werd als bijlage verzonden in een mail van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] , gedateerd 24-03-2017 (bijlage 019). Dit is een overeenkomst tussen partij 1: [medeverdachte] en partij 2: [verdachte] . (…) Hierin staan onder andere de volgende zinnen (…):

Partijen hebben begin van het jaar 2015 de intentie uitgesproken om samen een onderneming te starten middels het oprichten van een besloten vennootschap genaamd “ [bedrijf 1] BV”. Partijen hebben de wens geuit, om de onderneming zo spoedig mogelijk ten name van partij 2 te laten zetten. Dit kan echter (nog) niet op korte termijn in verband met mogelijke

onvoorziene en onbedoelde consequenties. (…)

Alle voorkomende werkzaamheden zullen worden voorbereid en uitgevoerd in overleg met partijen, conform de algemene geldende regels en normen, waarbij uitgangspunt is, dat partij 2 de uiteindelijke beslissing neemt. (…)33

Proces-verbaal van bevindingen

Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de Coöperatieve Rabobank UA, betreffende verdachte [verdachte] , werden mij de volgende gegevens verstrekt: (…) Het betreft de kopie bankafschriften van rekeningnummers [rekeningnummer] en

[rekeningnummer] op naam van [verdachte] . (…) In totaal werd er in 2 bijschrijvingen € 31.698,79 bijgeschreven vanaf rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] BV, dit gebeurde in onderstaande bijschrijvingen:

Op 05-10-2015 werd er € 11.698,79 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond

201510011.
Op 22-11-2017 werd er € 20.000,00 bijgeschreven door [bedrijf 1] , in de omschrijving stond

2017043. (…)34

Proces-verbaal van bevindingen
Naar aanleiding van een vordering verstrekking historische gegevens over de periode 01-03-2015 tot en met 05-03-2018, bij de KNAB Bank, betreffende [bedrijf 3] B.V. (verder [bedrijf 3] genoemd), werden mij de volgende gegevens verstrekt:

Op Betaalrekening [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 3] BV is de

bestuurder en tevens gemachtigde Mevrouw [D] , (opmerking rechtbank: de echtgenote van verdachte [verdachte] ), geboren op [1978] , gevestigd aan de [adres] , [woonplaats] . De onderneming heeft een rekening bij Knab sinds 21-01-2016(…)

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat er totaal € 127.771,00 werd bijgeschreven vanaf

rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijf 1] . 35

Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte]

Wie maakten er gebruik van deze server?

V: Ik weet niet precies maar ik denk de ouders, de Firma [bedrijf 4] . Ik weet dat [bedrijf 1] erop zat en misschien dat [verdachte] er ook gebruik van maakte. 36

Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte]

Ik ben de enige bestuurder en verantwoordelijk37

Proces-verbaal van verhoor van verdachte

(…) P: Je hebt in een eerder verhoor verteld dat je je in opdracht van [medeverdachte] uitgaf voor [bijnaam] . Wat kan je daarover verklaren?

V: Dat vertelde ik net al, dat deed ik (…)in overleg met [medeverdachte] . 38

(…)

P: Wie was verantwoordelijk voor [bedrijf 3] B.V.

V: Ik met mijn vrouw. Mijn vrouw wil er niks mee te maken hebben met het bedrijf.39

Feit 2

Proces-verbaal van aangifte Gemeente [gemeente]

Ik doe aangifte van verduistering in dienstbetrekking van een tablet (computer) zoals

genoemd in de goederenbijlage. Bij deze doe ik ook een klacht hierover. (…)dat de tablet was aangeschaft met geld van de gemeente [gemeente] en dat de tablet is afgeleverd op het adres [adres] te [woonplaats] is wel duidelijk. Ik werd na 12 februari 2018 gebeld door een politieman met de mededeling dat deze tablet was aangetroffen tijdens een huiszoeking in een woning die in gebruik was bij [verdachte] . Ik heb deze politieman toen meteen gezegd dat [verdachte] de laptop niet rechtmatig in zijn bezit had.40

Proces-verbaal van verhoor van verdachte

P: Waar woon je nu?

V: Nog in [woonplaats] .

(…)P: Volgens de aangever had je de tablet moeten inleveren toen je dienstverband in 2017 beëindigd werd, hoe zit dit?

V: Ja ik had hem in moeten leveren. (…)41

(…) [verdachte] werd driemaal gehoord. Zakelijk weergegeven verklaarde hij onder andere dat:

Hij vanaf maart 2010 tot 1 juli 2017 bij de Gemeente [gemeente] heeft gewerkt(…)42

4.4

Bewijsoverweging

16/024672-20

Feit 1

De rechtbank oordeelt dat onomstotelijk vast is komen te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot computervredebreuk door te proberen in te loggen op de server voor het beheer van de rioolwatervoorziening van de gemeente [gemeente] en het programma [programma] . Uit de aangifte namens de gemeente is gebleken dat het account van verdachte reeds verwijderd was toen de poging werd gedaan en dat maakte een inlogpoging met zijn naam opvallend. Uit het dossier blijkt ook dat de telefoon van verdachte ongeveer een half uur voor de inlogpoging verbinding heeft gemaakt met de laptop waarmee is geprobeerd in te loggen en met een IP adres dat gekoppeld is aan het adres van verdachte. Het is daarom niet aannemelijk geworden dat er derden betrokken zouden zijn. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit daarom wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

De rechtbank oordeelt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van een valse aangifte. De laptop die bij het gemaal is aangetroffen en waarmee de poging computervredebreuk is gepleegd ( feit 1) is een zelfde type Dell als de laptop waarvan verdachte aangifte heeft gedaan. Verdachte heeft op dezelfde dag aangifte gedaan van diefstal van zijn Dell-laptop als de dag waarop de pogingcomputervredebreuk is gepleegd, namelijk op 24 maart 2019, terwijl de diefstal volgens zijn aangifte al zou zijn gepleegd op 6 maart 2019. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat met de gevonden laptop op 24 maart 2019 verbinding is gemaakt met het IP adres van verdachte en dat het Mac adres op de telefoon van verdachte overeen kwam met het Mac adres op de gevonden laptop. Hoewel het theoretisch mogelijk is dat verdachte twee laptops van het merk Dell in zijn bezit had, is het aan verdachte om dat scenario aannemelijk te maken. Dat is echter niet gebeurd. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

16/201292-19

Feit 1

Medeplegen valsheid in geschrift

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift. Medeplegen vereist een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, waarbij het accent ligt op de samenwerking en niet zo zeer op wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De rechtbank stelt vast dat de medeverdachte [medeverdachte] op papier eigenaar was van [bedrijf 1] B.V. en volgens zijn eigen verklaring verantwoordelijk voor de opgemaakte facturen. Echter het strafbare feit zou niet gepleegd kunnen zijn zonder de medewerking van verdachte. Verdachte had vrij spel vanwege zijn dubbelrol als opdrachtgever en aannemer. Hij was zowel werkzaam voor de gemeente [gemeente] als voor aannemingsmij [bedrijf 1] . Verdachte gaf als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] zijn goedkeuring aan de facturen, zodat [bedrijf 1] het geld ontving. Dat verdachte ook feitelijk nauw betrokken was bij [bedrijf 1] blijkt uit een aantal feiten en omstandigheden. Verdachte ontving grote geldbedragen op zijn privé rekening en op de rekening van het bedrijf [bedrijf 5] (waarover verdachte heeft verklaard hij verantwoordelijk was en zijn vrouw er niets mee te maken wilde hebben) vanaf het rekeningnummer van [bedrijf 1] . De verklaringen die verdachte hiervoor heeft gegeven, te weten dat het geld zag op de aankoop van grond43 en de overname van niet afgeronde projecten van het voormalig bedrijf van de ouders van verdachte, zijn door de politie geverifieerd en onjuist gebleken44. Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte zich ook feitelijk bezig hield met de bedrijfsvoering van [bedrijf 1] . Uit de verklaring van getuige [getuige 2] blijkt dat als hij contact had met [bedrijf 1] , dit vooral via verdachte ging. Dat wordt bevestigd door de, niet getekende, maar wel in opdracht van verdachte opgestelde, overeenkomst tussen verdachte en de medeverdachte. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte zich enige tijd heeft uitgegeven voor een medewerker van [bedrijf 1] . Dat er in de tenlastegelegde periode naast verdachte en de medeverdachte nog andere mensen administratieve werkzaamheden voor [bedrijf 1] hebben verricht blijkt nergens uit. In de administratie zijn geen loonbetalingen gevonden, [bedrijf 1] had volgens de gegevens van de belastingdienst en het UWV geen werknemers in dienst45 en de door de medeverdachte [medeverdachte] gegeven informatie over [bijnaam] is eveneens onjuist gebleken46. [medeverdachte] fungeerde als bestuurder en was de uitvoerende man, waar verdachte feitelijk (mee)besliste over de bedrijfsvoering en administratief betrokken was. Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat verdachte zeer nauw betrokken was bij het opmaken en insturen van de valse facturen en dat hij hiervoor zorg droeg samen met de medeverdachte [medeverdachte] . De rechtbank stelt dan ook vast dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte] .

Verrichte werkzaamheden

Uit de vergelijking van de ten laste gelegde facturen van [bedrijf 1] met die van de onderaannemers blijkt dat in bijna alle gevallen meer uren worden gefactureerd door [bedrijf 1] aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd. Verdachte, noch de medeverdachte, hebben hiervoor een aannemelijke verklaring gegeven. Ten aanzien van de facturen R48 en R49 zijn in het geheel geen onderliggende facturen en/of werkbonnen van onderaannemers aangetroffen, danwel stukken waaruit blijkt dat [bedrijf 1] die werkzaamheden zelf heeft verricht.

Ditzelfde geldt voor de materialen, waarvoor meer kosten in rekening zijn gebracht dan de onderaannemers hebben gefactureerd. De mogelijkheid die de verdediging ter terechtzitting heeft geopperd, namelijk dat in een aantal gevallen de naamcodes op de facturen ontbreken waardoor niet kan worden gezegd wie welke werkzaamheden heeft verricht maar de facturen toch kloppen, is speculatief en wordt bovendien niet ondersteund door een verklaring van verdachte of de medeverdachte zelf.

Partiële vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen onvoldoende is gebleken dat verdachte of de medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in de facturen valselijk in rekening brengen van een te hoog tarief aan loon. De rechtbank stelt vast dat [bedrijf 1] weliswaar een (veel) hoger tarief aan loon heeft doorberekend aan de gemeente [gemeente] dan de onderaannemers aan [bedrijf 1] hebben gefactureerd, maar dit tarief is in overeenstemming met het tarief dat is opgenomen in de offerte van 25 maart 2015 en door de gemeente is geaccepteerd bij brief van 8 april 2015 en is aangepast in het Startoverleg Rioolbeheer [gemeente] d.d. 11 mei 2015. Dat de gehanteerde marges extreem veel hoger zijn dan in deze bedrijfstak gebruikelijk is maakt nog niet, zoals de officier van justitie heeft bepleit, dat de facturen op dit onderdeel valselijk zijn opgemaakt.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van het ten laste gelegde.

Ten aanzien van factuur R58 heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat hier meer uren danwel meer of andere materialen zijn gefactureerd dan door de onderaannemers in rekening zijn gebracht. Nu in dit factuur enkel een hoger uurtarief in rekening is gebracht is er geen sprake van het valselijk opmaken of laten opmaken van dit factuur zodat verdachte ten aanzien van dit onderdeel eveneens zal worden vrijgesproken.

Feit 2

Finale kwijting en retentierecht
De rechtbank oordeelt dat het verweer van verdachte dat hij de tablet rechtmatig onder zich had nu er sprake was van een finale kwijting met de gemeente wordt verworpen. De gemeente wist, blijkens de aangifte, niet dat verdachte de tablet nog altijd onder zich had. De finale kwijting kan dan ook geen betrekking hebben gehad op de tablet. Datzelfde geldt eveneens voor zover verdachte heeft beoogd te stellen dat hij het tablet rechtmatig onder zich had vanwege een hem toekomend retentierecht. De rechtbank oordeelt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking van de tablet.

Partiele vrijspraak pleegperiode

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte in de periode van 1 juli 2017 tot en met 1 mei 2018 de tablet van de gemeente [gemeente] heeft verduisterd. Dat hij dit heeft gedaan in de periode voor 1 juli 2017, zoals tenlastegelegd, is niet bewezen en ook niet aannemelijk geworden nu verdachte op 1 juli 2017 uit dienst is getreden bij de gemeente [gemeente] en uit de stukken niet blijkt dat hij in de periode daarvoor niet over de tablet mocht beschikken. Verdachte zal gelet hierop worden vrijgesproken van het ten laste gelegde voor zover dit ziet op de pleegperiode van 28 april 2016 tot en met 1 juli 2017.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

16/024672-20

Feit 1

op tijdstippen gelegen op 24 maart 2019 te IJsselstein ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

telkens opzettelijk en wederrechtelijk in een gedeelte van een geautomatiseerde werk, te

weten de server voor het beheer van de rioolwatervoorziening van de gemeente [gemeente] en het programma [programma] om die server voor het beheer van de rioolwatervoorziening van de gemeente [gemeente] op afstand te kunnen benaderen binnen te dringen met voornoemd opzet

- om 21:22:36 met een laptop verbinding gemaakt met het wifi-netwerk (McDonald's free Wifi) van de vestiging van de McDonalds in IJsselstein en vervolgens

- om 21:28:59 de website [website] .nl bezocht en vervolgens

- om 21:29:42 een USB-stick in de laptop geplaatst en vervolgens

- om 21:31:03 bestanden van deze USB-stick gekopieerd naar de laptop voor het starten van het programma [programma] en vervolgens

- om 21:32:36 de USB-stick verwijderd en vervolgens

- om 21:33:03 het programma displaypp.exe ( [programma] ) gestart en vervolgens

- om 21:34:04 een inlogpoging gedaan op [programma] met account [verdachte] en vervolgens

- om 21:36:18 een inlogpoging gedaan op [programma] met account [accountnaam] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


Feit 2
op 24 maart 2019 te Bergambacht, gemeente Krimpenerwaard aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, terzake van diefstal van een laptop, wetende dat dat strafbare feit niet was gepleegd;


16/201292-19

Feit 1

op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en Dedemsvaart en [gemeente] , en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een rechtspersoon en natuurlijke persoon, meermalen, meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen:

R5 (p. 1657-1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p.

1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-

1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805)

en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft opgemaakt en/of laten opmaken,

immers hebben verdachte en zijn mededaders valselijk en in strijd met de waarheid telkens meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die

in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V., zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en meermalen,

opzettelijk gebruik hebben gemaakt van een valse factuur inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal

uren en het aantal materialen, te weten

een of meerdere facturen afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen:

R5 (p. 1657-1658) en R18 (p. 1683-1684) en R20 (p. 1687-1688) en R28 (p.

1706-1707) en R36 (p. 1722-1724) en R41 (p. 1769-1771) en R42 (p. 1772-

1776) en R45 (p. 1787-1789) en R47 (p. 1795-1800) en R48 (p. 1801-1805)

en R49 (p. 1806-1809) en R53 (p. 1828-1831) gericht aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd

door de onderaannemers [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – als ware dat geschrift telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en zijn mededaders de voornoemde facturen hebben ingestuurd naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat telkens

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de

gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan

die in rekening zijn gebracht door de onderaannemers [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.;


Feit 2

in de periode van 1 juli 2017 tot en met 1 mei 2018 te Bergambacht en [gemeente] , , opzettelijk een tablet, te weten een tablet van het merk Ubiqonn, type Ruggon pm-511-w, , dat geheel toebehoorde aan de Gemeente [gemeente] , , en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als medewerker bij de Gemeente [gemeente] onder zich had, , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

16/024672-20
Feit 1
poging tot computervredebreuk


Feit 2
aangifte doen dat een strafbaar feit is gepleegd, wetende dat het niet gepleegd is

16/201292-19

Feit 1
medeplegen van valsheid in geschrift en van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

Feit 2
verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft
6.1 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7 OPLEGGING VAN STRAF

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij een veroordeling rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn gezin en met zijn geringe strafblad. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank een eventuele gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Samen hebben zij binnen het bedrijf [bedrijf 1] gedurende een periode van een aantal jaren facturen valselijk opgemaakt en deze gericht aan de gemeente [gemeente] . Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verdachte hierin het grootste aandeel heeft gehad. Niet alleen had hij feitelijk zeggenschap binnen [bedrijf 1] , hij was vanuit zijn rol als budgetverantwoordelijke bij de gemeente [gemeente] ook degene rechtstreeks opdrachten tot werkzaamheden gaf aan onderaannemers van [bedrijf 1] en vervolgens zelf de facturen goedkeurde die door [bedrijf 1] bij de gemeente werden ingediend. De medeverdachte heeft met het bedrijf [bedrijf 1] de faciliteiten geboden die dit alles mogelijk maakte en samen met verdachte op listige wijze misbruik gemaakt van de situatie. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen eveneens dat verdachte en de medeverdachte het wilden doen voorkomen dat er meerdere medewerkers bij [bedrijf 1] in dienst waren die de facturen opstelden hetgeen helemaal niet het geval was. Verdachte heeft met zijn handelen zichzelf en zijn medeverdachte bevoordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat door zijn handelen grove inbreuk is gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in facturen moet kunnen worden gesteld. Bovendien zijn er grote sommen aan gemeenschapsgeld ten onrechte betaald en heeft de gemeente [gemeente] daardoor grote financiële schade geleden. Op de tenlastelegging worden slechts een beperkt aantal facturen vermeld, maar uit het dossier blijkt overduidelijk dat het meer facturen betreft.

Naast de valsheid in geschrifte heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, het doen van een valse aangifte en aan een poging tot computervredebreuk. Al deze feiten zijn gepleegd in de constellatie van misbruik maken van de (eerdere) positie van verdachte als gemeente ambtenaar. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij daarbij zeer geraffineerd te werk is gegaan. Dat hij zich in dat verband telkens presenteert als slachtoffer is voor de rechtbank onbegrijpelijk.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het op naam van verdachte staand uittreksel justitiële documentatie van 23 december 2020, waaruit blijkt dat verdachte veroordeeld op 13 september 2018 voor een soortgelijk feit als de hier bewezenverklaarde poging tot computervredebreuk, maar dit vonnis is nog niet onherroepelijk. De rechtbank zal dit dan ook niet betrekken in de op te leggen straf.

De straf

De ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigt in beginsel de oplegging van een vrijheidsbenemende straf. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. Deze oriëntatiepunten nemen voor valsheid in geschrift 2 tot 5 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf als uitgangspunt. Voor de overige strafbare feiten, gepleegd door verdachte, wordt een taakstraf een passende strafmodaliteit geacht. Naast deze oriëntatiepunten houdt de rechtbank ook rekening met de straffen die voor dit soort feiten in soortgelijke situaties worden opgelegd.

De rechtbank constateert dat de redelijke termijn is overschreden. Nu het slechts een zeer geringe overschrijding is (enkele dagen), ziet de rechtbank geen aanleiding om hieraan consequenties te verbinden. De rechtbank zal dan ook louter volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is geschonden. Gezien de ernst van de feiten, de hoeveelheid feiten en de lange duur waarover deze zijn gepleegd acht de rechtbank een taakstraf niet passend. Alles afwegende en rekening houdend met de gedeeltelijke vrijspraak op het onderdeel uurloon, acht de rechtbank de volgende straf passend en geboden: een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

8 BENADEELDE PARTIJ

Gemeente [gemeente] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 524.239,65. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde feit.

8.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de rechtbank, uitgaande van een bewezenverklaring van het onder parketnummer 16/201292-19 onder 1 primair ten laste gelegde feit, het bedrag te matigen. De officier van justitie verzoekt de rechtbank de gemeente [gemeente] niet-ontvankelijk te verklaren voor wat betreft de post van onderaannemer De Gier, de doorbetaling van het loon en de kosten die gemaakt zijn voor de beëindigingsvergoeding. Tevens wordt er geen oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd, omdat de gemeente in staat wordt geacht om de toegewezen vordering op verdachte te verhalen.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt primair de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu de verdediging vrijspraak heeft bepleit. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw de vordering af te wijzen respectievelijk te matigen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat de behandeling van de vordering van de gemeente [gemeente] een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Een gedeelte van de vordering ziet op indirecte schade. Het overige deel van de vordering heeft betrekking op materialen en uren die ten onrechte aan de gemeente in rekening zijn gebracht. In het dossier zijn onvoldoende gegevens aanwezig om de omvang van de schade vast te stellen. Het onderzoek zou een onevenredige vertraging oplopen als de gemeente in de gelegenheid zou worden gesteld deze gegevens alsnog aan te leveren. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het goed waarop beslag rust terug gegeven wordt aan de rechthebbende, de gemeente [gemeente] .

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt over het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal bevelen dat de computer terug wordt gegeven aan de rechthebbende, te weten de gemeente [gemeente] .

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 57, 63, 138ab, 188, 225 en 322 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart de bewezen verklaarde feiten strafbaar en kwalificeert deze zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter anders gelast op grond van het feit dat verdachte de voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt voor de hierna te noemen voorwaarde een proeftijd van 2 jaren vast;

- als algemene voorwaarde geldt dat verdachte:

zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

Benadeelde partij

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen;

Beslag

- beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten 1 STK computer aan de rechthebbende gemeente [gemeente] .

Dit vonnis is gewezen door mr. I.J.B. Corbeij, voorzitter, mrs. N.M. Spelt en A. Bouteibi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.V.S. Adriaanse, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 mei 2021.

mr. A. Bouteibi is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:


16/024672-20

1

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen op of omstreeks 24 maart 2019 te IJsselstein en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerde werk, te

weten de server voor het beheer van de rioolwatervoorziening van de gemeente [gemeente] en/of het programma [programma] om die server voor het beheer van de rioolwatervoorziening van de gemeente [gemeente] op afstand te kunnen benaderen binnen te dringen met voornoemd opzet

- om 21:22:36 met een laptop verbinding gemaakt met het wifi-netwerk (McDonald's free Wifi)

van de vestiging van de McDonalds in IJsselstein en/of (vervolgens)

- om 21:28:59 de website [website] .nl bezocht en/of (vervolgens)

- om 21:29:42 een USB-stick in de laptop geplaatst en/of (vervolgens)

- om 21:31:03 bestanden van deze USB-stick gekopieerd naar de laptop voor het starten van het programma [programma] en/of (vervolgens)

- om 21:32:36 de USB-stick verwijderd en/of (vervolgens)

- om 21:33:03 het programma displaypp.exe ( [programma] ) gestart en/of (vervolgens)

- om 21:34:04 een inlogpoging gedaan op [programma] met account [verdachte] en/of

(vervolgens)

- om 21:36:18 een inlogpoging gedaan op [programma] met account [accountnaam] terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 138ab lid 1 juncto artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 24 maart 2019 te Bergambacht, gemeente Krimpenerwaard, althans in

Nederland aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit was gepleegd, terzake van diefstal van een laptop, wetende dat dat strafbare feit niet was gepleegd;

(Artikel art 188 Wetboek van Strafrecht)

16/201292-19

1

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht en/of Dedemsvaart

en/of [gemeente] , en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtsperso(o)n(en) en/of

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen:

R5 (p. 1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p.

1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-

1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805)

en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht

aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd

door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

– valselijk heeft opgemaakt en/of laten opmaken en/of vervalst en/of laten

vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd

met de waarheid (telkens)

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente

[gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij

de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s)

[onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die

in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals(e) en/of vervalst(e)

factu(u)r(en) inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het aantal

uren en/of het aantal materialen en/of het uur tarief, te weten

een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen:

R5 (p. 1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p.

1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-

1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805)

en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht

aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd

door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –

als ware dat geschrift (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) de

voornoemde facturen hebben ingestuurd en/of laten insturen naar de gemeente

[gemeente] ten behoeve van de betaling van deze facturen

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens)

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de

gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening is gebracht

bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening is gebracht door de onderaannemer(s)

[onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan

die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.;

( art 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[bedrijf 1] B.V. op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks

de periode van 1 september 2015 tot en met 1 december 2017, te Bergambacht

en/of Dedemsvaart en/of [gemeente] en/of (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meerdere rechtsperso(o)n(en) en/of

natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meerdere factu(u)r(en) afkomstig van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen:

R5 (p. 1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p.

1706-1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-

1776) en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805)

en/of R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht

aan de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd

door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

– valselijk heeft opgemaakt en/of laten opmaken en/of vervalst en/of laten

vervalsen,

immers hebben die [bedrijf 1] B.V. en/of de mededader(s) van die [bedrijf 1]

B.V. valselijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij de gemeente

[gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening gebracht bij

de gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s)

[onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan die

in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van een vals(e) en/of vervalst(e) een of

meerdere facturen inhoudende uitgevoerde werkzaamheden met opgave van het

aantal uren en/of het aantal materialen en/of het uur tarief, te weten

een of meerdere factu(u)r(en) van [bedrijf 1] B.V. (R-bijlagen: R5 (p.

1657-1658) en/of R18 (p. 1683-1684) en/of R20 (p. 1687-1688) en/of R28 (p. 1706-

1707) en/of R36 (p. 1722-1724) en/of R41 (p. 1769-1771) en/of R42 (p. 1772-1776)

en/of R45 (p. 1787-1789) en/of R47 (p. 1795-1800) en/of R48 (p. 1801-1805) en/of

R49 (p. 1806-1809) en/of R53 (p. 1828-1831) en/of R58 (p. 1857-1863)) gericht aan

de gemeente [gemeente] met betrekking tot werkzaamheden die waren uitgevoerd door

de onderaannemer(s) [onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2]

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –

als ware dat geschrift (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat [bedrijf 1] B.V. en/of de

mededader(s) van die [bedrijf 1] B.V. de voornoemde facturen hebben

ingestuurd en/of laten insturen naar de gemeente [gemeente] ten behoeve van de

betaling van deze facturen

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens)

meer uren voor verrichte werkzaamheden in rekening zijn gebracht bij de

gemeente [gemeente] , dan die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

een hoger tarief aan loon voor verrichte werkzaamheden in rekening is gebracht

bij de gemeente [gemeente] , dan die in rekening is gebracht door de onderaannemer(s)

[onderaannemer 1] ( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

en/of

meer kosten aan materialen in rekening zijn gebracht bij de gemeente [gemeente] , dan

die in rekening zijn gebracht door de onderaannemer(s) [onderaannemer 1]

( [onderaannemer 1] ) en [onderaannemer 2] aan [bedrijf 1] B.V.,

zulks terwijl hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen (telkens) tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft/hebben

gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft/hebben

gegeven;

( art 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht )

2

hij in of omstreeks de periode van 28 april 2016 tot en met 1 mei 2018 te Bergambacht en/of Lopik , althans in Nederland, opzettelijk een tablet (computer), te weten een tablet van het merk Ubiqonn, type Ruggon pm-511-w, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele toebehoorde aan de Gemeente [gemeente] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als medewerker bij de Gemeente [gemeente] , in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

( art 321 Wetboek van Strafrecht, art 322 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 26 augustus 2019, nummer PL0900-20844357 en 16 juli 2020, nummer PL0900-201907911, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van het verhoor van aangever van 2 december 2019, p. 19 en 20.

3 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2019, p. 24.

4 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2019, p. 25

5 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2019, p. 26

6 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 augustus 2019, p. 29.

7 Een proces-verbaal van bevindingen van 31 januari 2020, p. 49

8 Afschrift van aangifte door verdachte van 24 maart 2019, p. 43.

9 Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2020, p. 74.

10 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 19 juni 2019, p. 602.

11 Een proces-verbaal van bevindingen van 14 januari 2019, p. 306.

12 Een proces-verbaal van bevindingen van 31 augustus 2018, p. 325.

13 Een proces-verbaal van bevindingen van 31 augustus 2018, p. 327.

14 Een geschrift, te weten een factuur van 3 mei 2016, p. 1687.

15 Een geschrift, te weten een factuur van 21 juni 2016, p. 1706.

16 Een geschrift, te weten een factuur van 10 september 2016, p. 1722.

17 Een geschrift, te weten een factuur van 11 december 2016 , p. 1772.

18 Een geschrift, te weten een factuur van 31 december 2016 , p. 1787.

19 Een geschrift, te weten een factuur van 21 januari 2017, p. 1795.

20 Geschrift, te weten een factuur van 17 september 2015 p. 1657 en 1658

21 Een geschrift, te weten een werkbon p 226

22 Geschrift, te weten een factuur van 17 maart 2016 p. 1683 en 1684

23 Een geschrift, te weten een werkbon p 243

24 Geschrift, te weten een factuur van 7 november 2016 p. 1769 en 1771

25 Een geschrift, te weten een werkbon p 261

26 Geschrift, te weten een factuur van 21 januari 2017 p. 1801-1809

27 Geschrift, te weten een factuur van 23 januari 2017 p. 1806-1809.

28 Geschrift, te weten een factuur van 19 juni 2017 p. 1828-1831.

29 Een geschrift, te weten een werkbon p 285.

30 Een geschrift, te weten een Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel, p. 35.

31 Een geschrift, te weten een Uittreksel Kamer van Koophandel, p. 45.

32 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 11 oktober 2018, p. 581.

33 Een proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2018, p. 845- 847.

34 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2018, p. 633.

35 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2018, p. 692.

36 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 mei 2019, p. 1117.

37 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 juli 2019, p. 1220.

38 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 mei 2019, p. 1058.

39 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 mei 2019, p 1065

40 Een proces-verbaal van aangifte van 1 mei 2018, p. 24

41 Een proces-verbaal van verhoor verdachte van 10 mei 2019, p. 1058

42 Relaas van het dossier, p. 7

43 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 2 mei 2019 p 222

44 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 6 augustus 2019 p 100-1102

45 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 2] d.d. 27 maart 2018 p 761

46 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 3] d.d. 7 augustus 2019 p 1020