Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2214

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
C/16/520038 / JE RK 21-628
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van Briedis. De kinderrechter verlengt de maatregelen niet langer dan tot 12 oktober 2021 omdat voor Breidis beëindigingscertificaat is afgegeven waardoor certificering afloopt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Familierecht

Zittingsplaats: Utrecht

Zaakgegevens : C/16/520038 / JE RK 21-628

datum uitspraak: 18 mei 2021

verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling BRIEDIS JEUGDBESCHERMERS, gevestigd in Zoetermeer, hierna: de GI,

over

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] , hierna: [voornaam van minderjarige] .

In welke zaak de kinderrechter als belanghebbende heeft aanmerkt:

[belanghebbende 1] , wonende in [woonplaats 1] , hierna: de moeder;

[belanghebbende 2] , wonende in [woonplaats 2] , hierna: de vader.

Het procesverloop


De kinderrechter heeft van de GI een verzoek van 9 april 2021 met bijlagen ontvangen.

Op 18 mei 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Daarbij zijn gehoord:

- de moeder,

- de heer [A] , namens de GI.

Bij de zitting was ook mevrouw [B] - stagiair van de GI - aanwezig.

De vader is behoorlijk opgeroepen maar niet verschenen.

Waar gaat het over?

Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

Bij beschikking van 4 juni 2020 is [voornaam van minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Bij die beschikking is voor [voornaam van minderjarige] ook een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing lopen af op 4 juni 2021.

[voornaam van minderjarige] heeft lange tijd bij haar grootouders (vz) verbleven. Daar verbleef zij al voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, namelijk vanaf 16 december 2019. De plaatsing bij haar grootouders is op 13 februari 2020 beëindigd. Sindsdien woont [voornaam van minderjarige] in een (neutraal) pleeggezin.

De GI verzoekt de kinderrechter nu om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar, dus tot 4 juni 2022.

De moeder is het met het verzoek van de GI eens. Hoe graag zij ook wil, is zij nu niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de zorg en opvoeding van [voornaam van minderjarige] op zich te nemen. Het contact tussen de moeder en [voornaam van minderjarige] heeft enige tijd stil gelegen. De moeder heeft sinds de dag voor de zitting eens in de drie weken begeleid contact met [voornaam van minderjarige] . Volgens de GI kan het contact afhankelijk van het verloop daarvan verder worden opgebouwd.

Het is niet bekend wat de vader van het verzoek van de GI vindt. Volgens de GI vond hij het moeilijk dat [voornaam van minderjarige] bij zijn ouders woonde. De vader heeft sinds kort ook eens in de drie weken begeleid contact met [voornaam van minderjarige] . Volgens de GI kan ook het contact tussen [voornaam van minderjarige] en de vader afhankelijk van het verloop daarvan verder worden opgebouwd.

Beoordeling

De kinderrechter zal het verzoek van de GI gedeeltelijk toewijzen en de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot 12 oktober 2021. De kinderrechter zal de beslissing voor het overige aanhouden tot een nader te bepalen zitting in de periode tussen 13 september en 11 oktober 2021.

De kinderrechter wijst het verzoek van de GI tot 12 oktober 2021 toe omdat aan de wettelijke vereisten voor de verlenging van een ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing wordt voldaan.1 [voornaam van minderjarige] wordt nog steeds in haar ontwikkeling bedreigd en de ouders zijn nog niet in staat om zelfstandig haar verzorging en opvoeding op zich te nemen. Dit licht de kinderrechter hierna toe.

[voornaam van minderjarige] is onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst om verschillende redenen. Zo was bij de ouders sprake van huisvestings- en financiële problemen waardoor zij [voornaam van minderjarige] niet altijd een geschikte thuisbasis konden bieden. Verder was er sprake van huiselijk geweld tussen de ouders waardoor [voornaam van minderjarige] onveilig is geweest en geen onbelast contact met haar ouders kon hebben. Daarbij kreeg [voornaam van minderjarige] ook geen hulp voor het verwerken van gebeurtenissen uit het verleden en vertoonde zij zorgelijk gedrag.

In de periode dat [voornaam van minderjarige] bij haar grootouders verbleef zijn de grootouders klem komen te zitten tussen de ouders. De ouders waren agressief naar de grootouders en [voornaam van minderjarige] is aan deze spanningen blootgesteld. [voornaam van minderjarige] heeft haar ouders hierdoor enige tijd niet gezien. Uiteindelijk bleken de grootouders niet langer in staat om de zorg en opvoeding van [voornaam van minderjarige] op zich te nemen en is zij bij een neutraal pleeggezin geplaatst. [voornaam van minderjarige] is door deze situatie onvoldoende aan haar eigen ontwikkeling toegekomen. Het diagnostisch onderzoek en eventuele verdere behandeling kon ook niet worden opgestart. Daarbij is het contact met haar ouders pas recent hersteld en is het nog onduidelijk of het perspectief van [voornaam van minderjarige] bij haar ouders ligt.

Onder deze omstandigheden zijn een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk in het belang van [voornaam van minderjarige] . De komende periode van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is nodig om rust en stabiliteit voor [voornaam van minderjarige] te creëren. Dit is nodig om het diagnostisch onderzoek en eventuele verdere behandeling op te kunnen starten. De kinderrechter vindt het daarbij belangrijk dat er de komende periode meer duidelijkheid ontstaat over het perspectief van [voornaam van minderjarige] . Zij verblijft immers al feitelijk anderhalf jaar niet bij haar ouders.

De kinderrechter verlengt de maatregelen niet langer dan tot 12 oktober 2021 omdat op 12 april 2021 aan de GI een beëindigingscertificaat is afgegeven. Dat betekent dat de certificering van de GI op 12 oktober 2021 afloopt en dat de GI binnen die zes maanden de lopende maatregelen moet overdragen. De kinderrechter kan daarom het verzoek van de GI voor de periode na 12 oktober 2021 niet toewijzen. De kinderrechter ziet in deze zaak geen aanleiding om de maatregelen voor een kortere periode te verlengen. De ouders zijn tevreden over de huidige gezinsvoogd en de gezinsvoogd heeft verteld dat hij zich ervoor zal inspannen om met deze zaak mee te gaan naar de nieuwe GI.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam van minderjarige] van 4 juni 2021 tot 12 oktober 2021;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg van 4 juni 2021 tot 12 oktober 2021;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de beslissing voor overige aan tot een nader te bepalen zitting in de periode tussen 13 september 2021 en 11 oktober 2021, waarvoor de GI en de ouders nog door de griffier zullen worden opgeroepen;

verzoekt de GI om de kinderrechter uiterlijk twee weken voor de nader te bepalen zitting op de hoogte te stellen van de huidige stand van zaken over [voornaam van minderjarige] en de opvolging van de GI.

Deze beschikking is op 18 mei 2021 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter mr. I.L. Rijnbout, in tegenwoordigheid van mr. K.A.H. Verhoeven als griffier.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 mei 2021.

1 Artikel 1:260 jo 1:255 en 1:265b jo 1:265c van het Burgerlijk Wetboek.