Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2213

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
C/16/520411 / FO RK 21-381
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Stichting Nidos heeft de rechtbank verzocht om haar te benoemen als (tijdelijke) voogd van [voornaam van minderjarige]. Uit de stukken blijkt dat [voornaam van minderjarige] niet met de geboortedatum [geboortedatum 3] 2001 is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, maar met de geboortedatum [geboortedatum 1] 2004. Hierdoor is de voogdij niet van rechtswege komen te vervallen. Om deze reden staat [voornaam van minderjarige] nog steeds onder voogdij, welke bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen op 8 mei 2018 is uitgesproken, derhalve verklaart de rechtbank Midden-Nederland Stichting Nidos niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: 520411 / FO RK 21-381

Beschikking van de kinderrechter d.d. 28 mei 2021 betreffende voogdij

over:

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2004 te [geboorteplaats] , Eritrea,

verder te noemen: de minderjarige

kind van:

[A] ,

de moeder,

en

[B] ,

de vader.

1 De feiten

Bij beschikking van 8 mei 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen is stichting Nidos belast met de tijdelijke voogdij over de minderjarige.

2 Verzoek

Stichting Nidos heeft feiten aan haar verzoekschrift ten grondslag gelegd.

[voornaam van minderjarige] is bij beschikking van 8 mei 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen onder voogdij gesteld. Hierbij is zowel Nidos als de rechtbank uitgegaan van de geboortedatum [geboortedatum 2] 2004.

Tijdens de asielprocedure van [voornaam van minderjarige] heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst bepaald dat de geboortedatum van [voornaam van minderjarige] op [geboortedatum 3] 2001 diende te worden gesteld. Deze geboortedatum komt namelijk overeen met een eerdere leeftijdsregistratie in Italiƫ. Dit was voor Nidos de aanleiding om aanpassing van de persoonsgegeven van [voornaam van minderjarige] in het gezagsregister, zodat duidelijk is voor eenieder dat deze jongere meerderjarig is en dat daarmee de voogdij van rechtswege is komen te vervallen. Dit verzoek is door de rechtbank Groningen niet-ontvankelijk verklaard, omdat er een rechtelijke uitspraak ontbrak.

Inmiddels heeft [voornaam van minderjarige] zich op 24 maart 2021 bij de gemeente [naam gemeente] laten registreren met de geboortedatum [geboortedatum 1] 2004 op grond van een geboorteakte. [voornaam van minderjarige] heeft zich op 25 maart 2021 tot Nidos gewend om de voogdij weer over hem uit te oefenen.

Nidos constateert dat de BRP-registratie leidend is bij de vaststelling van persoonsgegeven zoals leeftijd. Verder constateert Nidos dat de ouders die het gezag uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen. Aangezien betrokkene nu als minderjarige geregistreerd is in het BRP en zonder ouders in Nederland verblijft, dient er in het gezag te worden voorzien door middel van een (tijdelijke) voogdij.

Nidos verzoekt om als (tijdelijke) voogd van [voornaam van minderjarige] benoemd te worden.

3 De beoordeling

Stichting Nidos heeft de rechtbank verzocht om haar te benoemen als (tijdelijke) voogd van [voornaam van minderjarige] . Uit de stukken blijkt dat [voornaam van minderjarige] niet met de geboortedatum [geboortedatum 3] 2001 is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, maar met de geboortedatum [geboortedatum 1] 2004. Hierdoor is de voogdij niet van rechtswege komen te vervallen. Om deze reden staat [voornaam van minderjarige] nog steeds onder voogdij, welke bij beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen op 8 mei 2018 is uitgesproken.

4 De beslissing

De kinderrechter:

- verklaart Stichting Nidos niet-ontvankelijk in haar verzoek

Deze beschikking is gegeven door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van I. Stooker, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2021.