Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2194

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-05-2021
Datum publicatie
07-06-2021
Zaaknummer
21/1058, 21/1060 en 21/1061
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepen te laat ingediend, geen verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 21/1058, UTR 21/1060 en UTR 21/1061

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2021 in de zaken tussen

[eiser 1] en [eiser 2], te [woonplaats], eisers,

en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen van eisers tegen de uitspraken op bezwaar van verweerder van 15 januari 2021.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eisers zijn namelijk te laat met het indienen van de beroepen, waardoor de rechtbank de zaken niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. In zaken die vallen onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaken, moet een beroepschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop de uitspraak op bezwaar is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 26c van de Awr). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.

3. In dit geval zijn de uitspraken op bezwaar bekendgemaakt op 19 januari 2021. De beroepschriften hadden dus uiterlijk op 2 maart 2021 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft de beroepschriften ontvangen op 3 maart 2021. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom de beroepschriften te laat door de rechtbank zijn ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eisers niets aan kunnen doen.

4. Eisers hebben aangegeven dat zij het beroep te laat hebben ingediend vanwege een probleem met het inloggen met DigiD. Zij hadden zich initieel in de verzenddatum vergist en hebben er daarna alles aan gedaan om nog voor middernacht de beroepen in te dienen. Dit is echter pas gelukt om 00:03 uur. Eisers verzoeken coulant te zijn.

5. De rechtbank overweegt dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en het beroep niet ontvankelijk moet worden verklaard. Dat is alleen anders als het niet op tijd indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is (artikel 6:11 van de Awb). Het vergissen in de verzenddatum en de problemen met inloggen met Digid vallen hier niet onder. Dat de beroepen slechts drie minuten te laat zijn ingediend maakt dit niet anders.

6. De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van de Awb). De beroepen zullen daarom niet inhoudelijk worden behandeld.

7. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 20 mei 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.