Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2192

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
28-06-2021
Zaaknummer
20/1009-V
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/1009-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2021 op het verzet van

[opposant], te [woonplaats], opposant.

Procesverloop

Opposant heeft beroep ingediend tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding van 8 januari 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: B&W).

In de uitspraak van 22 januari 2021 heeft de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoekschrift niet voldeed aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Onder meer het schadeveroorzakende besluit ontbrak.

Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend.

Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank heeft ook geen aanleiding gezien om opposant op een zitting te horen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft de uitspraak van 22 januari 2021 gedaan zonder dat zij een zitting heeft gehouden. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. In deze verzetsprocedure is de beoordeling van de rechtbank beperkt tot de vraag of de uitspraak van de rechtbank van 22 januari 2021 in stand kan blijven. Zo nee, dan is het verzet gegrond en blijft de eerdere uitspraak in stand. Zo ja, dan is het verzet ongegrond en vervalt de eerdere uitspraak.

3. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 22 januari 2021 niet juist, omdat de rechtbank zich ook enige inspanning had kunnen getroosten om verweerder op grond van haar dubieuze besluit te manen tot het verstrekken van een voor beroep vatbaar besluit. De rechtbank had opposant ook een dusdanig schrijven kunnen doen toekomen waarmee hij betrokkenen zelf ook kon bewegen tot het verstrekken van het vereiste document. Opposant heeft bij zijn verzet drie bijlagen bijgevoegd; tweemaal de brief van 8 januari 2020 waartegen het beroep zich richtte en een mailwisseling tussen opposant en de gemeente Utrecht.

4. De rechtbank ziet in hetgeen opposant aanvoert geen reden om het verzet gegrond te verklaren. In het bestuursrecht kan iemand bij de rechtbank een verzoek om schadevergoeding indienen als de gestelde schade het gevolg is van (de voorbereiding van) een besluit of het niet tijdig nemen van een besluit. Dat staat in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Om die reden moet de rechtbank weten door welke oorzaak opposant stelt schade te hebben geleden. Opposant heeft dat in beroep niet duidelijk gemaakt. Daarom heeft de rechtbank hem een brief gestuurd en hem om het schadeveroorzakende besluit gevraagd. Opposant heeft dat niet gedaan en hij heeft ook niet op een andere manier duidelijk gemaakt waardoor hij meent schade te hebben geleden. Opposant heeft in deze procedure niet uitgelegd waarom hij dat niet heeft gedaan of waarom hem dat niet verweten kon worden. De rechtbank had dat besluit niet hoeven opvragen bij verweerder. Een verzoekschrift moet voldoen aan een aantal formele vereisten, waaronder een aanduiding van de schadeoorzaak en het overleggen van het schadeveroorzakende besluit. Dat staat in artikel 8:92, eerste en tweede lid van de Awb.

5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van
22 januari 2021 in stand blijft.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Moed, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 30 april 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.