Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:2143

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
16-008987-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdenking betreft heling van een auto, de Duitse kentekenplaten (op de auto) en computers. Vrijspraak voor heling van de kentekenplaten. Bewezenverklaring voor opzetheling van de auto en schuldheling van de computers. Deels voorwaardelijke gev.straf. ma.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-008987-21 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 21 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1999] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] ,

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 mei 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.A. Nieli en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.P. Hilhorst, advocaat te Utrecht, alsmede de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en namens de benadeelde partij [benadeelde partij 2] B.V., [A] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Aan verdachte wordt, kort en feitelijk weergegeven, ten laste gelegd:

Feit 1: op 9 januari 2021 te Utrecht heling van een auto

Feit 2: op 9 januari 2021 te Utrecht heling van Duitse kentekenplaten

Feit 3: op 9 januari 2021 te Utrecht heling van Apple computers

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle drie de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen en te kwalificeren als opzetheling. De officier van justitie leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de heling van zowel de auto als de Duitse kentekenplaten en de Apple computers.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit van alle drie ten laste gelegde feiten, nu er geen wettig en overtuigend bewijs is voor het (voorwaardelijk) opzet bij verdachte op deze drie feiten. Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto, de kentekens en de Apple computers niet wist dat deze uit misdrijf afkomstig waren. Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van feit 1 bepleit dat er mogelijk voldoende bewijs is voor schuldheling op basis van de stelling dat verdachte beter navraag had kunnen doen, maar dat er anderzijds niets geks aan de auto te zien was en daarom ten aanzien van die schuldheling twijfel bestaat. Daarom dient ook voor de schuldheling van feit 1 vrijspraak te volgen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw bepleit dat zowel voor de schuld- als de opzetheling onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. Wat betreft feit 3 heeft de raadsvrouw subsidiair gesteld dat schuldheling mogelijk wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de enkele aanwezigheid van Duitse kentekenplaten op een auto onvoldoende is om te stellen dat verdachte wist of had moeten vermoeden dat deze kentekenplaten van misdrijf afkomstig zouden zijn. Een auto met Duitse kentekenplaten is op zichzelf staand geen aanwijzing voor een uit misdrijf verkregen goed, nu dit een gebruikelijke situatie is in het maatschappelijk verkeer op de openbare weg. De kentekenplaten waren netjes op de auto bevestigd. De enkele omstandigheid dat de kentekenplaten zijn aangetroffen op een auto die later gestolen bleek te zijn, maakt dat niet anders. Er waren ook verder geen omstandigheden die ertoe leidden dat verdachte redenen had om te weten of te vermoeden dat de kentekenplaten uit misdrijf afkomstig waren. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de onder 2 ten laste gelegde heling van de twee Duitse kentekenplaten.

Bewijsmiddelen feit 1 en feit 3: 1

De verklaring van verdachte ter terechtzitting op 10 mei 2021:

Ik werd op 9 januari 2021 door iemand gevraagd om een auto op te halen. Ik ben bij de auto gebracht. Iemand heeft de auto gestart. Die persoon was iemand anders dan degene die mij heeft gebracht. Ik ben in de auto gestapt en weggereden. Ik had geen sleutel van de auto. Mij is verteld dat de auto automatisch af zou sluiten als ik uit zou stappen.2

Een proces-verbaal van bevindingen:

Op 9 januari 2021 zag ik een ANPR-melding op het Duitse kenteken [kenteken 1] . Ik zag dat de kentekenplaten gestolen waren en hoorden bij een auto van het merk Fiat en het type 500. Ik zag op de ANPR-camera dat de kentekenplaten op een Renault zaten. Ik zag dat de Renault tot stilstand kwam op de [straatnaam] te [plaatsnaam 1] .3 Ik zag vervolgens een jongen uitstappen aan de bestuurderszijde van het voertuig. Ik ben achter de jongen aan blijven rennen. Ik hoorde vervolgens dat de jongen was aangehouden op de brug. Ik zag dat de jongen, welke was aangehouden, de jongen betrof die was uitgestapt als bestuurder van de Renault.4 De bestuurder bleek te zijn: [verdachte] .5

Een proces-verbaal van bevindingen:

Ik probeerde de motor van de Renault te laten stoppen, maar kon dit niet aangezien er geen sleutel in of bij het voertuig was.6 Ik zag dat er in de kofferbak van de zwarte Renault Espace 4 Apple Imac’s lagen en op de achterbank 1 Apple Imac. Hierop zag ik dat collega [B] mij het APK formulier toonde en las ik het kenteken: [kenteken 2] . Hierop bekeek ik het kenteken in de politiesystemen en zag dat het kenteken behoort bij een zwarte Renault Espace. Ook zag ik dat het voertuig als gestolen stond gesignaleerd sinds 20 juli 2020. Hierop nam ik van de twee Apple Imac's foto's van het serienummers. Ik bekeek deze nummers vervolgens in de politiesystemen. Ik bekeek serienummer [serienummer 1] en [serienummer 2] in het politiesysteem en zag dat beide serienummers behoren bij een Apple Imac welke als gestolen stond geregistreerd.7

Een proces-verbaal van bevindingen:

Ik deed onderzoek in de zwarte Renault Espace. Ik zag dat er bij het middenconsole een afdekkapje weggehaald was. Ik zag dat er onder het afdekkapje een aansluiting van een OBD stekker zat. Hierop probeerde ik het voertuig te starten. Ik bemerkte dat ik het voertuig na diverse pogingen niet gestart kreeg. Hieruit kon ik concluderen dat het voertuig enkel door middel van een bijbehorende autosleutel of door een OBD hack gestart kan worden.8

Een proces-verbaal van bevindingen:

Ik heb de aangetroffen goederen uit de kofferbak van de Renault Espace, voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 1] , veiliggesteld en in beslag genomen. Het gaat om de volgende goederen: iMac 5x, toetsenborden Apple 4x en een computermuis van Apple 4x.9

Een bijlage bij een proces-verbaal van bevindingen, te weten een foto, waarop te zien is dat een deel van de achterbank van de Renault Espace naar beneden geklapt is.10

Een proces-verbaal van aangifte:

Op 9 januari vertelde mijn broer mij dat er was ingebroken in het pand van de drukkerij in [plaatsnaam 2] . Er zijn 5 Mac’s (de rechtbank begrijpt: computers van het merk Apple) en 4 toetsenborden weggenomen.11

Bewijsoverwegingen

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Feit 1:

Door de verdediging is vrijspraak bepleit, waartoe is aangevoerd dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen niet wist dat de auto van misdrijf afkomstig was en dat ook niet had hoeven weten. Verder is aangevoerd dat verdachte geen opzet heeft gehad op het plegen van de heling.

De rechtbank is van oordeel dat bewezenverklaard kan worden dat verdachte zich op

9 januari 2021 te [plaatsnaam 1] schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een auto, te weten een Renault Espace. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de auto, die verdachte onder zich had, afkomstig was van diefstal. Verdachte heeft verklaard die auto voorhanden te hebben gekregen en te hebben gehad onder de volgende omstandigheden:

1) verdachte heeft van iemand, een onbekend gebleven persoon die hij wel eens op straat tegenkomt, de opdracht gekregen om een auto te verplaatsen van de ene naar de andere plek,

2) verdachte is die dag naar de auto gebracht door iemand en er reed nog iemand mee,

3) verdachte had geen sleutel van de betreffende auto, maar is in een auto gestapt waarvan de motor al draaide en is toen gaan rijden. Degene die ook is meegereden naar de auto, heeft de auto gestart. In de auto zelf zat ook geen sleutel,

4) verdachte wilde de namen van de personen die betrokken zijn geweest bij het verzoek, het vervoer en het starten van de motor niet noemen,

5) het afdekkapje van de OBD stekker van de auto bleek verwijderd te zijn, en

6) verdachte moest de auto ergens in [plaatsnaam 1] neerzetten. Hij kon niemand laten weten dat de auto er zou staan, want hij had van niemand een telefoonnummer. Ze zouden de auto daar vanzelf aantreffen.

Gelet op deze feiten en de omstandigheden waaronder de auto onder de verdachte werd aangetroffen en in aanmerking genomen dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben daarvan, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van het goed wist dat deze van misdrijf afkomstig was. De rechtbank betrekt bij dat oordeel de omstandigheid dat aanwijzingen ontbreken dat wetenschap bij de verdachte van de criminele herkomst van de auto eerst is ontstaan na het verwerven of voorhanden krijgen daarvan.

Doordat verdachte geen vragen heeft gesteld over de gang van zaken, hij in de auto is gestapt en weggereden en niet nader wil verklaren over de andere betrokkenen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte in elk geval willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij zich schuldig zou maken aan heling van de Renault Espace.

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. De bewijsverweren worden derhalve verworpen.

Feit 3:

Ten aanzien van feit 3 is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat sprake is van opzetheling van de Apple computers en toetsenborden. Wel komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van schuldheling en overweegt daartoe als volgt.

Op grond van de gebruikte bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de Apple computers en toetsenborden, welke verdachte onder zich had, afkomstig waren van diefstal. Deze goederen lagen op de achterbank en in de kofferbak van de Renault Espace waarin verdachte werd aangetroffen en welke auto verdachte onder dubieuze omstandigheden voorhanden had. Op de foto op pagina 56 is te zien dat de achterbank van de auto deels naar beneden was geklapt. De verklaring van verdachte dat hij de Apple computers en toetsenborden niet heeft gezien, vindt de rechtbank daarom niet aannemelijk. De betreffende spullen lagen immers duidelijk in het zicht.

De omstandigheid dat er meerdere dure Apple computers in een auto lagen, welke verdachte onder dubieuze omstandigheden onder zich had, is een omstandigheid die verdachte naar het oordeel van de rechtbank had moeten aanzetten tot het doen van onderzoek naar de herkomst van die computers. Nu verdachte dit onderzoek heeft nagelaten, heeft hij niet voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de Apple computers en toetsenborden door misdrijf verkregen goederen betroffen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1

op 9 januari 2021 te [plaatsnaam 1] , een auto (merk Renault), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3

op 9 januari 2021 te [plaatsnaam 1] , computers (merk Apple, type Imac) en computeronderdelen (merk Apple), voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: opzetheling

Feit 3: schuldheling

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 183 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als (bijzondere) voorwaarden:

  • -

    Meldplicht bij reclassering;

  • -

    Ambulante behandeling;

  • -

    Begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

  • -

    Locatiegebod met elektronische controle;

  • -

    Volgen van opleiding.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis op te leggen aan verdachte, eventueel aan te vullen met een voorwaardelijk strafdeel. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden verzoekt de verdediging zowel het locatiegebod met enkelband als het opleidingsvereiste niet op te leggen. De enkelband kan zorgen voor een belemmering bij het werk van verdachte. Het opleidingsvereiste heeft als doel het creëren van dagbesteding. Nu verdachte een fulltime baan heeft, heeft hij reeds een zinnige dagbesteding. Subsidiair verzoekt de verdediging bij een eventuele oplegging van het opleidingsvereiste te bepalen dat de opleiding buiten werktijd kan worden gevolgd.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van zowel een auto als meerdere Apple computers. Verdachte heeft zich voor een karretje laten spannen zonder enige vraag te stellen over de gang van zaken en de bijzonderheden van het verzoek Een auto en Apple computers zijn goederen van een aanzienlijke waarde. Heling bevordert het plegen van vermogensdelicten, nu dit bijdraagt aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Persoon van de verdachte

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte vóór het plegen van deze feiten meermalen is veroordeeld voor vermogensdelicten. De rechtbank weegt dit mee in het nadeel van verdachte.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het door Reclassering Nederland over verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies van 7 mei 2021. In dit reclasseringsadvies is ook een samenvatting van de rapportage van het psychologisch onderzoek door [instelling 1] van 6 mei 2021 opgenomen. Uit het van dat onderzoek deel uitmakende intelligentieonderzoek komt naar voren dat er bij verdachte sprake is van een disharmonisch intelligentieprofiel. Daarnaast concludeert [instelling 1] dat er sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Verder blijkt uit het reclasseringsadvies dat verdachte zich eerder niet meewerkend toonde ten aanzien van hulpverlening, maar dat er sprake lijkt te zijn van een lichte kentering in zijn gedrag. Zo beschikt verdachte over een dagbesteding, toont hij meer openheid en stelde hij zich enigszins begeleidbaar op tijdens het schorsingstoezicht. De reclassering beschouwt de motivatie van verdachte als precair en schrijft dat verdachte vanwege zijn kwetsbare persoonlijkheid en disharmonisch intelligentieprofiel sturing en structuur nodig heeft.

Ter zitting heeft verdachte aangegeven bereid te zijn om zijn medewerking te verlenen aan de hulp van de reclassering. Ook verklaarde verdachte dat hij een fulltime baan heeft en bezig is met een inschrijving in de Kamer van Koophandel als zzp’er.

Strafoplegging

Nu er geen oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS zijn voor heling, heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS voor diefstal nu dit ook een vermogensdelict betreft en nauw verwant is aan heling. Het zwaartepunt in deze zaak ligt volgens de rechtbank bij de heling van de auto. Voor diefstal van een auto gaan de oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, indien sprake is van recidive. Nu de rechtbank diefstal van een auto een ernstiger feit vindt dan de heling van de auto, beschouwt de rechtbank deze oriëntatiepunten als een bovengrens.

De rechtbank let bij de strafoplegging ook op de voornoemde feiten en omstandigheden wat betreft de persoon van verdachte. De rechtbank acht het passend en geboden een aantal van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank is van oordeel dat er geen noodzaak bestaat tot het opleggen van de bijzondere voorwaarde die ziet op het opleidingsvereiste, nu verdachte al een nuttige dagbesteding heeft. De oplegging van de bijzondere voorwaarde die ziet op het locatiegebod zou een vergaande inbreuk maken op het leven van verdachte, in het bijzonder op de kansen om de beoogde werkzaamheden te kunnen uitvoeren. De rechtbank acht het locatiegebod niet noodzakelijk.

Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen met betrekking tot de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Omdat de rechtbank belang hecht aan een (flinke) stok achter de deur voor verdachte, zal een deel van de vrijheidsbenemende straf in voorwaardelijke zin worden opgelegd. Daarbij acht de rechtbank een proeftijd van drie jaren passend en geboden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van

90 dagen passend en geboden is, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 27 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. Het onvoorwaardelijke deel van deze straf heeft verdachte al in voorarrest doorgebracht. Als bijzondere voorwaarden worden opgelegd de voorwaarden zoals beschreven in het reclasseringsrapport van 7 mei 2021 die zien op de meldplicht, de ambulante behandeling en het begeleid wonen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[benadeelde partij 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 850,-. Dit bedrag bestaat uit € 100,- materiële schade en € 750,- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[benadeelde partij 2] B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 9.645,31. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide benadeelde partijen

niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, nu de door de benadeelde partijen gevorderde schade rechtstreeks voortvloeit uit feiten die niet aan verdachte ten laste zijn gelegd.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft eveneens bepleit dat beide benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering, nu de schade van beide benadeelde partijen rechtstreeks voortvloeit uit de diefstal van goederen. Beide diefstallen zijn niet de feiten die verdachte worden verweten.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal beide benadeelde partijen, [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] B.V, niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. In beide gevallen is niet gebleken dat er een direct verband bestaat tussen de gestelde schade en de bewezenverklaarde feiten.

Voor benadeelde partij [benadeelde partij 1] gaat het om ontbreken van het directe verband tussen de schade en het onder 1 ten laste gelegde feit, de heling van de auto. De gevorderde schade vloeit rechtstreeks voort uit de diefstal van de auto. Deze diefstal is niet aan verdachte toe te rekenen.

Voor benadeelde partij [benadeelde partij 2] B.V gaat het om het ontbreken van het directe verband tussen de schade en het onder 3 ten laste gelegde feit, de heling van de computers. De gevorderde schade vloeit rechtstreeks voort uit de diefstal van de computers door een inbraak in het bedrijfspand. Deze diefstal is ook niet aan verdachte toe te rekenen.

Nu de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zal verklaren, kunnen de benadeelde partijen de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De kosten zullen worden gecompenseerd, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt.

10 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder feit 1 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 dagen;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 27 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte:

* zich meldt bij de Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaatsnaam 1] . Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

* zich laat behandelen door het FACT-team van [instelling 2] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

* zich laat begeleiden in het vinden van geschikte huisvesting, indien en voor zover de reclassering dit nodig acht. Ook indien dit een instelling voor begeleid- dan wel beschermd wonen betreft. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Benadeelde partijen

  • -

    verklaart [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt;

  • -

    verklaart [benadeelde partij 2] B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • -

    compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder zijn eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door A.A.T. Werner, voorzitter, mrs. C.S. Schoorl en K. Duker rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Dijkstra, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 mei 2021.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 9 januari 2021 te Utrecht,

een auto (merk Renault), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft

gehad, en/of heeft overgeen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek

van Strafrecht )

2

hij in of omstreeks 09 januari 2021 te Utrecht,

twee (duitse) kentekenplaten ( [kenteken 1] ), althans een goed heeft verworven,

voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek

van Strafrecht )

3

hij op of omstreeks 9 januari 2021 te Utrecht,

een of meer computers (merk Apple, type Imac) en/of een of meer

computeronderdelen (merk Apple), althans een goed heeft verworven, voorhanden

heeft gehad, en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,

althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen

goed betrof;

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek

van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 11 januari 2021, genummerd PL0900-2021011322, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 136 Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 10 mei 2021.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 6.

4 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 7.

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 22.

6 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 21.

7 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 22.

8 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 62.

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 12.

10 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 56.

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 104.