Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1982

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
12-05-2021
Zaaknummer
16-030533-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Vrijspraak. Nu de rechtbank het aannemelijk acht dat het handelen van verdachte een medische oorzaak heeft gehad, kan het vereiste opzet niet bewezen worden. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-030533-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 12 mei 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1985] te [geboorteplaats] (Turkije),

wonende aan de van [adres] te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 april 2021. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. H. Sytema, advocaat te ’s-Gravenhage.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. R.J.J.S. Visser, en van hetgeen verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is ter zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair
op 26 januari 2020 te Harmelen en/of De Meern als bestuurder van een personenauto op de A12 zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat verkeersregels in ernstige mate werden geschonden;

subsidiair
op 26 januari 2020 te Harmelen en/of De Meern als bestuurder van een personenauto op de A12 gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde, omdat er te veel twijfel bestaat over de vraag of verdachte opzettelijk heeft gehandeld hetgeen op grond van artikel 5a WVW vereist is. Het handelen van verdachte zou namelijk ingegeven kunnen zijn door een medische noodsituatie.

De officier van justitie komt wel tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, nu voor een bewezenverklaring van overtreding van artikel 5 WVW geen sprake hoeft te zijn van opzet of schuld. Het subsidiaire feit acht de officier wettig en overtuigend te bewijzen, gelet op de getuigenverklaringen en de uitgevoerde Verkeersongevalsanalyse (VOA).

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Opzet kan niet bewezen worden, nu aannemelijk is dat het verkeersgedrag is veroorzaakt door een ‘blackout’ bij verdachte. Dat daar sprake van was, blijkt uit het verkeersgedrag zoals omschreven door de getuigen en de bevindingen van medisch specialisten, zoals weergegeven in een uitspraak van de voorzieningenrechter in een zaak over het rijbewijs van verdachte.
De verdediging heeft geen opmerkingen gemaakt over de bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak primaire feit

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primaire feit. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit de zich in het dossier bevindende getuigenverklaringen en de VOA komt in grote lijnen het volgende beeld naar voren. Verdachte heeft met zeer hoge snelheid, meer dan 200 kilometer per uur, op de A12 gereden. Daarbij heeft hij auto’s in gehaald, ook gebruik makend van de vluchtstrook die zich aan de linkerkant van de snelweg bevond. Op enig moment is de auto, ogenschijnlijk zonder aanleiding, in de linker berm terecht gekomen en is toen gelanceerd door een aarden wal.

Verdachte heeft verklaard dat hij zich van het hele gebeuren niets kan herinneren. Hij kan zich niet herinneren zo hard te hebben gereden en verklaart dat dat ook niet zijn gebruikelijke manier van rijden is. Verdachte denkt zelf dat zijn rijgedrag en het ongeval zijn veroorzaakt door een medische situatie. Hij is weggevallen of heeft een soort black-out gehad. Dat is hem eerder overkomen.

Ter zitting heeft de raadsman van verdachte een uitspraak van de voorzieningenrechter te Den Haag overgelegd. Dit betreft een zaak van verdachte tegen het CBR, waarin hij heeft verzocht om de (voorlopige) teruggave van zijn rijbewijs, althans het terug draaien van de ongeldigverklaring daarvan. Het CBR had het rijbewijs ongeldig verklaard, omdat verdachte niet zou voldoen aan de vereiste geschiktheid om motorrijtuigen te besturen, dit naar aanleiding van het onderhavige ongeval. Uit deze uitspraak volgt dat bij verdachte eerder sprake is geweest van een soort wegvallen en dat onder andere wordt gedacht aan epilepsie. Voorts is in de uitspraak de rapportage van een neuroloog weergegeven, onder andere inhoudende dat een langdurend bewustzijnsverlies als oorzaak aannemelijk lijkt voor het onderhavige ongeval.

Hoewel niet is vast te stellen welke medische oorzaak ten grondslag ligt aan de door verdachte gestelde blackout of het wegvallen, acht de rechtbank het wel aannemelijk dat rond het gevaarlijk weggedrag en het ongeval hiervan sprake is geweest. Naast de verklaring van verdachte daarover, ziet de rechtbank ook in het rijgedrag zoals omschreven door getuigen daarvoor aanwijzingen. De meeste getuigen hebben verklaard dat de auto steeds meer naar links uitweek en/of in de richting van de berm leek te sturen. Er van uitgaande dat verdachte zich niet van het leven wilde beroven, is daar geen goede andere verklaring voor. De weg was immers recht, dus verdachte kan niet uit de bocht zijn gevlogen. Daarnaast vindt de verklaring van verdachte enige steun in hetgeen naar voren is gekomen in voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter.

Nu de rechtbank het aannemelijk acht dat het handelen van verdachte een medische oorzaak heeft gehad, kan het vereiste opzet niet bewezen worden. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair ten laste gelegde.

4.3.2

Bewijsmiddelen subsidiaire feit

De rechtbank acht het subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis zal worden gehecht.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 26 januari 2020, te Harmelen, gemeente Woerden en De Meern, gemeente Utrecht, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A12,

- gedurende een (langere) periode met zeer hoge snelheid, te weten een snelheid gelegen tussen 156 kilometer per uur en 214 kilometer per uur heeft gereden en

- met voornoemde hoge snelheid meerdere motorijtuigen gevaarlijk heeft

ingehaald en voorbij is gereden en

- met voornoemde hoge snelheid, zonder dat er sprake was van een noodgeval als bedoeld in artikel 43 derde lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, heeft gereden over de links gelegen vluchtstrook en rijdende over die vluchtstrook, meer op de linkerrijstrook rijdende motorrijtuigen gevaarlijk links heeft ingehaald en daarbij zijn snelheid niet heeft geminderd en

- vervolgens de berm in is gereden en daarbij tegen een links van de linkerrijstrook en vluchtstrook gelegen aarden wal is gereden en is gebotst waardoor zijn, verdachtes, voertuig werd gelanceerd en over de kop is geslagen,
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie meent dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Gelet op de medische oorzaak voor het bewezenverklaarde verkeersgedrag van verdachte, is er sprake van afwezigheid van alle schuld.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat voor het subsidiaire feit ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Onder 4.3.1. heeft de rechtbank gemotiveerd uiteen gezet dat het aannemelijk is geworden dat het gevaarlijke rijgedrag van verdachte is veroorzaakt door een ‘black-out’. Bij die stand van zaken oordeelt de rechtbank dat wat betreft het bewezenverklaarde sprake is van afwezigheid van alle schuld, hetgeen leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging.

8 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. E.W.A. Vonk en G. Schnitzler, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2021.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 26 januari 2020, te Harmelen, gemeente Woerden en/of De Meern, gemeente Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A12, zich opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen dat een of meer verkeersregels in ernstige mate werd/werden geschonden door met voornoemd voertuig

- gedurende een (langere) periode met (een) (zeer) hoge snelhe(i)d(en), te weten

(telkens) een snelheid gelegen tussen 156 kilometer per uur en 214 kilometer per

uur, althans met (telkens) een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane

maximumsnelheid (van 130 kilometer per uur) te rijden en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en) (gevaarlijk) over de rijstroken/weg te

slingeren en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en) een of meerdere motorijtuig(en) (gevaarlijk) in te

halen en/of voorbij te rijden en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en), zonder dat er sprake was van een

noodgeval als bedoeld in artikel 43 derde lid van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, gebruik te maken en/of te rijden op/over de links gelegen

vluchtstrook en/of rijdende over/op die vluchtstrook, een of meer over/op de

linkerrijstrook rijdende motorrijtuig(en) (gevaarlijk) (links) in te halen en/of

(daarbij) zijn snelheid niet te minderen en/of

- ( vervolgens) de berm in te rijden en/of (daarbij) tegen een links van de

linkerrijstrook en/of vluchtstrook gelegen aarden wal te rijden en/of te botsen

(waardoor zijn, verdachtes, voertuig werd gelanceerd en/of over de kop is geslagen),

door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar

lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;

( art 5a lid 1 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 26 januari 2020, te Harmelen, gemeente Woerden en/of De Meern, gemeente Utrecht, althans in

het arrondissement Midden-Nederland, als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A12,

- gedurende een (langere) periode met (een) (zeer) hoge snelhe(i)d(en), te weten

(telkens) een snelheid gelegen tussen 156 kilometer per uur en 214 kilometer per

uur, althans met (telkens) een (veel) hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane

maximumsnelheid (van 130 kilometer per uur) heeft gereden en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en) (gevaarlijk) over de rijstroken/weg heeft

geslingerd en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en) een of meerdere motorijtuig(en) (gevaarlijk) heeft

ingehaald en/of voorbij is gereden en/of

- met (voornoemde) hoge snelhe(i)d(en), zonder dat er sprake was van een

noodgeval als bedoeld in artikel 43 derde lid van het Reglement verkeersregels en

verkeerstekens 1990, gebruik heeft gemaakt en/of heeft gereden op/over de links

gelegen vluchtstrook en/of rijdende over/op die vluchtstrook, een of meer over/op

de linkerrijstrook rijdende motorrijtuig(en) (gevaarlijk) (links) heeft ingehaald en/of

(daarbij) zijn snelheid niet heeft geminderd en/of

- ( vervolgens) de berm in is gereden en/of (daarbij) tegen een links van de

linkerrijstrook en/of vluchtstrook gelegen aarden wal is gereden en/of is gebotst

(waardoor zijn, verdachtes, voertuig werd gelanceerd en/of over de kop is geslagen),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )