Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1978

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-05-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
8924704
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Komen kosten voortijdige beëindiging leaseovereenkomst voor rekening ex-werknemer? Inlichtingenplicht werkgever voorafgaand aan sluiten leaseovereenkomst. Zorgplicht werkgever bij afwikkeling. Matiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0613
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8924704 UC EXPL 20-10388 ZC/48355

Vonnis van 4 mei 2021

inzake

de maatschap

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [eiseres] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. K.A. Besters,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 4 december 2020, met producties

  • -

    de conclusie van antwoord van 16 december 2020, met producties

  • -

    de conclusie van repliek van 13 januari 2021

  • -

    de conclusie van dupliek van 10 februari 2021, met producties.

1.2.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 Waar gaat het om?

2.1.

[eiseres] is een accountantskantoor. [gedaagde] is op 15 augustus 2015 bij [eiseres] in dienst getreden als assistent-accountant. Het laatstverdiende salaris bedroeg € 3.256 bruto per maand met emolumenten. Tijdens het dienstverband heeft [gedaagde] het diploma AAaccountant behaald. Bij brief van 30 oktober 2019 heeft [gedaagde] de arbeidsovereenkomst opgezegd. De arbeidsovereenkomst is geëindigd per 31 december 2019.

De leaseauto

2.2.

Eind 2016 heeft [gedaagde] aan [eiseres] vragen gesteld omtrent de mogelijkheid om de beschikking te krijgen over een leaseauto.

2.3.

Met betrekking tot ter beschikking stellen van leaseauto's kent [eiseres] een Autoregeling, waarin onder meer het volgende is vermeld:

"1. Inleiding

(…)

De werkgever stelt deze auto's op haar beurt ter beschikking aan de werknemers, die aan deze regeling deelnemen. Met iedere werknemer wordt een Gebruiksovereenkomst voor de aan hem beschikbaar gestelde auto afgesloten (zie bijlage), ondertekend door de werknemer en de werkgever. Deze overeenkomst geldt vanaf het moment van bestellen van de leaseauto. Deze Autoregeling vormt een onverbrekelijk geheel met de Gebruiksovereenkomst en de arbeidsovereenkomst.

(…)

3.1

Normleaseprijzen

(…) De normleaseprijs is gebaseerd op 25.000 jaarkilometers en een looptijd van 48 maanden (…).

3.3

Autokeuze

Norm: De algemene richtlijn voor de looptijd in het kilometrage van een leaseauto is maximaal 48 maanden en maximaal 140.000 km. (…)

(…)

15. Beëindiging

(…)

Indien de arbeidsovereenkomst op initiatief en verzoek van de werknemer wordt beëindigd, zorgt de werknemer ervoor dat de door de werkgever ter beschikking gestelde auto door zijn nieuwe werkgever, zijn eigen onderneming dan wel hem zelf in privé wordt overgenomen. (…) Indien overname onmogelijk is, wordt de auto ingenomen en komt 100% van de kosten die hiermee verband houden voor rekening van de werknemer".

2.4.

Een Gebruiksovereenkomst vermeldt de namen van [eiseres] en [gedaagde] en voorts onder meer:

"2.1 De werknemer is per 20 oktober 2017 door de werkgever voor de uitoefening van zijn functie de volgende leaseauto tot wederopzegging ter beschikking gesteld:

  • -

    Contractnummer: [contractnummer] , type: Mitsubishi Outlander 2.0 CVT, (…)

  • -

    Autoleasemaatschappij: [naam autoleasemaatschappij] te [plaatsnaam]

  • -

    Gebruiksduur: 48 maanden of 165.000 kilometer

(…)

3.de werknemer is bekend met de op deze gebruiksovereenkomst van toepassing zijnde Autoregeling en verklaart deze gebruiksovereenkomst hebben gesloten met inbegrip van de Autoregeling.

(…)

5. Bij vrijwillige voortijdige uitdiensttreding, machtigt de werknemer de werkgever alle krachtens de leaseautoregeling door de werknemer aan de werkgever verschuldigde bedragen in te houden op de laatste salarisbetalingen".

2.5.

Een offerte van 20 september 2017 van [naam autoleasemaatschappij] aan [eiseres] vermeldt met betrekking tot eerdergenoemde auto als naam van de berijder: [gedaagde] , een maximumkilometrage van 165.000, een looptijd van 48 maanden en een "Minderdagentoeslag (Te betalen bij voortijdig beëindigen)" van € 10,26 per dag exclusief btw.

2.6.

Een aan [eiseres] gerichte "Indicatie verrekenkosten bij inname" van [naam autoleasemaatschappij] met als "Verwachte inleverdatum" 31 december 2019 en als "Verwachte kilometerstand bij inlevering" van 75654 een in verband met de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst van 658 dagen bij een minderprijs van € 10,26 te betalen bedrag van € 6.751,08.

Bij e-mailbericht van 12 december 2019 heeft [eiseres] aan [gedaagde] opgave gedaan van de door [naam autoleasemaatschappij] aan [eiseres] opgegeven kosten in verband met de vroegtijdige beëindiging van de leaseovereenkomst. [gedaagde] heeft geweigerd deze kosten te betalen. [eiseres] vordert nu veroordeling van [gedaagde] om eerdergenoemd bedrag van € 6.751,08 aan [eiseres] te betalen. [gedaagde] voert verweer tegen deze vordering, waarop hierna voor zover nodig zal worden ingegaan.

Teveel opgenomen vakantiedagen

2.7.

[eiseres] stelt dat bij het opstellen van de eindafrekening is gebleken dat [gedaagde] teveel vakantiedagen had opgenomen, en wel volgens haar eigen opgave 30,5 uur, hetgeen correspondeert met € 406,97 netto. De teveel opgenomen vakantiedagen moeten worden gezien als teveel betaald loon, en dat dient door [gedaagde] te worden terugbetaald. [eiseres] vordert daarom dat bedrag van € 406,97 netto.

Onkosten

2.8.

[eiseres] stelt dat [gedaagde] een onkostendeclaratie bij haar had ingediend van € 512, maar dat zij dat bedrag niet aan [gedaagde] heeft betaald. Zij heeft het verrekend met haar vordering met betrekking tot de auto.

3 Wat vindt de kantonrechter ervan?

De leaseauto

3.1.

Nadat [gedaagde] aanvankelijk had betwist dat de Autoregeling en de Gebruiksovereenkomst tussen partijen van toepassing waren heeft zij (naar de kantonrechter begrijpt) dat verweer laten varen door te stellen dat zij tijdig van deze overeenkomsten op de hoogte was. Nu zij daarna de auto in gebruik is gaan nemen, heeft zij met de toepasselijkheid van die regelingen ingestemd. De kantonrechter zal de inhoud van deze beide regelingen daarom zo nodig bij de beoordeling betrekken.

3.2.

Uitgangspunt is dus dat [gedaagde] ermee heeft ingestemd dat de auto voor de duur van 48 maanden voor haar wordt geleast. Die 48 maanden zijn immers in zowel de Autoregeling als de Gebruiksovereenkomst genoemd. Verder heeft zij er aldus mee ingestemd dat zij bij vrijwillige voortijdige uitdiensttreding de kosten van een eerdere beëindiging van de leaseovereenkomst aan [eiseres] zal vergoeden. Ook dat staat in zowel de Autoregeling als de Gebruiksovereenkomst. Naar in de rechtspraak algemeen wordt aangenomen is een dergelijke afspraak in beginsel rechtsgeldig.

3.3.

De eisen van goed werkgeverschap (artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek) brengen echter wel mee i) dat de werkgever de werknemer voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst naar behoren dient te informeren, zodat de werknemer een afgewogen keuze kan maken, en ii) dat een werkgever bij voortijdige beëindiging van het leasecontract zal moeten waken voor de belangen van de werknemer en, minst genomen, een deugdelijke specificatie zal moeten opvragen en moeten beoordelen of de in rekening gebrachte afkoopsom is berekend conform het leasecontract (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1139).

3.4.

De kantonrechter ziet aanleiding dit tweede vereiste het eerst te behandelen.

[gedaagde] heeft terecht gesteld (conclusie van dupliek p. 2 onderaan) dat [eiseres] onvoldoende inzicht heeft gegeven in de precieze rechtsverhouding tussen [eiseres] en [naam autoleasemaatschappij] . Zo heeft [naam autoleasemaatschappij] een "Indicatie verrekenkosten bij inname" (productie 9 dagvaarding) overgelegd, waarin een "verwachte" inleverdatum en een "verwachte" kilometerstand bij inlevering is vermeld. Het is de kantonrechter niet duidelijk of dit de definitieve afrekening is, en of de hierin vermelde inleverdatum en kilometerstand corresponderen met de inleverdatum en kilometerstand toen [gedaagde] de auto inleverde. Verder heeft [eiseres] niet gesteld dat en wanneer zij [naam autoleasemaatschappij] betaald heeft.

3.5.

[gedaagde] heeft verder bij conclusie van antwoord (punt 1.16) gesteld dat zij geen aanwijzingen heeft dat [eiseres] na de opzegging van de arbeidsovereenkomst intern op zoek is geweest naar medewerkers die de leaseauto konden overnemen. Volgens [eiseres] (conclusie van repliek punt 2.6) is zij dat wel nagegaan, maar waren er geen werknemers die de auto konden overnemen. De werknemers die in aanmerking kwamen voor een leaseauto hadden al een (goedkopere) leaseauto van de zaak. [eiseres] heeft dit echter ten onrechte niet met concrete feiten onderbouwd.

3.6.

Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter [eiseres] in de gelegenheid stellen bij akte de volgende stukken over te leggen:

  1. de volledige overeenkomst, inclusief eventuele algemene voorwaarden, tussen haar en [naam autoleasemaatschappij] ;

  2. de definitieve afrekening van [naam autoleasemaatschappij] met betrekking tot deze auto;

  3. een betalingsbewijs van de betaling die [eiseres] stelt te hebben gedaan aan [naam autoleasemaatschappij] ;

  4. bewijsstukken waaruit kan blijken dat [eiseres] de auto intern heeft aangeboden en hoe daarop is gereageerd;

en de volgende vraag te beantwoorden:

op welke datum is de auto door [gedaagde] ingeleverd, en wat was de kilometerstand?

3.7.

[gedaagde] zal bij antwoordakte hierop mogen reageren.

3.8.

Indien na de aktewisseling moet worden geoordeeld dat [eiseres] (volledig) aan haar zorgplicht met betrekking tot de afwikkeling heeft voldaan, moet worden beoordeeld of [eiseres] ook aan haar inlichtingenplicht heeft voldaan. De kantonrechter overweegt daarover nu alvast het volgende. Volgens [gedaagde] is zij niet tijdig geïnformeerd over de kosten die verbonden kunnen zijn aan een tussentijdse beëindiging van de leaseovereenkomst. Uit de stukken, en ook uit de stellingen van [eiseres] , kan worden afgeleid dat zij daar in die zin gelijk in heeft dat in de Gebruiksovereenkomst alleen de duur van de leaseovereenkomst tussen [naam autoleasemaatschappij] en [eiseres] (48 maanden) en de toegestane kilometrage zijn vermeld, maar niet dat voor iedere dag dat de overeenkomst vroegtijdig eindigt een bedrag van € 10,26 zou worden gerekend. [eiseres] beschikte bij het aangaan van de leaseovereenkomst wél over die informatie, zoals blijkt uit de door haar overgelegde offerte van [naam autoleasemaatschappij] van 20 september 2017 (productie 6 dagvaarding). De hierboven vermelde "Indicatie verrekenkosten bij inname" van [naam autoleasemaatschappij] vermeldt dit bedrag ook. [eiseres] stelt weliswaar (conclusie van repliek punt 2.6) dat zij [gedaagde] vanzelfsprekend niet bij het aangaan van de overeenkomst al op de mogelijke kosten bij voortijdige uitdiensttreding kon wijzen, omdat de hoogte van de kosten afhankelijk is van het moment van inleveren van de auto, maar zij had - gelet op de hier aan te leggen maatstaf - [gedaagde] natuurlijk wel op dat bedrag van € 10,26 voor iedere "minderdag" moeten wijzen. [gedaagde] had dan zowel vooraf (bij de keuze om wel of niet voor minimaal 48 maanden een leaseauto ter beschikking te krijgen) als achteraf (bij de keuze of, en zo ja per wanneer, zij uit dienst zou treden) daar rekening mee kunnen houden. Dat zij gediplomeerd AAaccountant was doet aan die informatieverplichting niet af.

3.9.

Anderzijds neemt de kantonrechter in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat [eiseres] [gedaagde] volledig vrijliet in de keuze om wel of niet om een leaseauto te vragen, en dat het [gedaagde] wel duidelijk moet zijn geweest dat er bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen de looptijd van de 48 maanden er in ieder geval enige kosten voor [eiseres] aan verbonden zouden zijn, en dat die wat [eiseres] betreft voor haar rekening zouden komen.

3.10.

Indien komt vast te staan dat [eiseres] (volledig) voldaan heeft aan haar zorgplicht bij de afwikkeling van het leasecontract met [naam autoleasemaatschappij] , is de kantonrechter alles overziend van oordeel dat de eisen van goed werkgeverschap meebrengen dat [eiseres] niet de volledige kosten (in dit geval neerkomend op meer dan 2 brutomaandsalarissen) aan [gedaagde] doorberekent, maar (slechts) 50% daarvan. In dat geval zal toegewezen worden € 6.751,08 : 2 = € 3.375,54.

3.11.

[gedaagde] heeft ook nog aangevoerd (conclusie van antwoord punt 1.15) dat zij pas 43 dagen na haar opzegging bekend raakte met de hoogte van de kosten, en dat zij daarom niet de gelegenheid heeft gehad met haar nieuwe werkgever te bespreken of die het leasecontract zou willen overnemen. Dit betoog gaat niet op. Zij had er rekening mee moeten houden dat zij in ieder geval enig bedrag verschuldigd zou zijn. Het had daarom op haar weg gelegen daarover tijdig met een nieuwe werkgever te overleggen.

3.12.

Tenslotte stelt zij nog dat uit inlichtingen van [naam autoleasemaatschappij] is gebleken dat [eiseres] ook de mogelijkheid had gehad een boetevrij contract af te sluiten, maar ook dat argument gaat niet op. Een boetevrij contract zal hogere maandbedragen vermelden dan een niet boetevrij contract.

Teveel opgenomen vakantiedagen

3.13.

[gedaagde] erkent deze vordering, maar beroept zich op verrekening met een onkostendeclaratie van € 512, en stelt daarom dat zij nog recht heeft op betaling van € 105,03. Bij de eindbeslissing zal dit punt worden beoordeeld.

De onkosten van € 512

3.14.

[eiseres] erkent de verschuldigdheid van dit bedrag, maar beroept zich op verrekening. Bij de eindbeslissing zal worden beoordeeld of dit beroep op verrekening opgaat.

Voorts

3.15.

De kantonrechter geeft partijen in overweging om gelet op het voorgaande de mogelijkheid te onderzoeken of wellicht alsnog een regeling in der minne mogelijk is.

Slotsom

3.16.

De zaak zal naar de rol van de verwezen voor het nemen van een akte door beide partijen. Aan beide partijen zal een termijn van 3 weken worden gegund, welke niet zal worden verlengd. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter:

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 26 mei 2021, waar [eiseres] zich schriftelijk dient uit te laten omtrent hetgeen in 3.6 is vermeld;

[gedaagde] zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld om daarop schriftelijk te reageren op de rolzitting van woensdag 16 juni 2021;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2021 door mr. .