Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1907

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
12-05-2021
Zaaknummer
05.189015.20 (ontneming)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft tevens geoordeeld dat verdachte het geld dat hij heeft verdiend met de strafbare feiten moet terugbetalen. De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 109.570,47 en bepaalt dat veroordeelde aan de staat € 109.570,47 moet betalen. De rechtbank ziet geen redenen om de betalingsverplichting te matigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 05.189015.20 (ontneming)

Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming

in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [1997] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] , [woonplaats] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 14 april 2021. Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 28 april 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. M. ten Velde en van hetgeen veroordeelde en mr. C.H.J. Dooijeweert, advocaat te Barneveld, naar voren hebben gebracht.

2 VORDERING

2.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 109.570,47 en dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

Het bedrag vloeit voort uit de berekening zoals die is opgenomen in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

2.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, nu in de hoofdzaak vrijspraak is verzocht voor het onder feit 1 ten laste gelegde.

Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie slechts tot een bedrag van € 5.175,84 kan worden toegewezen. Dit ziet op het bedrag dat veroordeelde via zijn vriendin, [A] , heeft ontvangen en waarvan vast staat dat dit inkomsten zijn van [website] .com. Het overige deel van de vordering dient te worden afgewezen, nu niet kan worden vastgesteld dat deze bedragen afkomstig zijn van [website] .com. Dat zaken volgens de politie aannemelijk zijn is niet voldoende.

3 BEOORDELING VAN DE VORDERING

3.1

De grondslag van de vordering

De veroordeelde is bij vonnis van 12 mei 2021 van deze rechtbank, voor zover van belang voor dit ontnemingsvonnis, veroordeeld voor (het medeplegen van) het volgende strafbare feit:

Het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 139b of 139c Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, vervaardigen, verkopen, verwerven, verspreiden of anderszins ter beschikking stellen of voorhanden hebben.

Uit het vonnis volgt dat veroordeelde in de periode van 21 augustus 2016 tot en met 15 januari 2020 samen met een ander geld heeft verdiend met de verkoop van inloggegevens via de website [website] .com.

De grondslag voor de ontnemingsvordering is een veroordeling voor een strafbaar feit. Voor de ontnemingsvordering betekent dit, dat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gelet op voordeel afkomstig uit het strafbare feit dat de veroordeelde heeft begaan en strafbare feiten waarvan aannemelijk is dat veroordeelde deze heeft begaan (artikel 36e, lid 2 Wetboek van Strafrecht). De rechtbank benadrukt dat hierbij dus het aannemelijkheidsvereiste geldt en niet de bewijsminima zoals die gelden in een reguliere strafzaak.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de navolgende feiten en omstandigheden, die aan wettige bewijsmiddelen zijn ontleend, voldoende aannemelijk is geworden dat veroordeelde uit de baten van het hiervoor genoemde bewezen verklaarde feit wederrechtelijk voordeel heeft genoten als bedoeld in artikel 36e Sr.

3.2

Beoordeling en berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Voor de berekening van de opbrengsten en kosten neemt de rechtbank – voor zover niet anders wordt vermeld – tot uitgangspunt wat is opgenomen in het ontnemingsrapport.1

3.2.1.

Periode

Voor de periode sluit de rechtbank aan bij de bewezenverklaarde periode van het strafbare feit, temeer nu vanaf 21 augustus 2016 activiteiten zijn waargenomen op het Paypal-account [Paypal-account]2 en op 15 januari 2020 de laatste bitcointransactie heeft plaatsgevonden.3 Dit wijkt af wat betreft de startdatum van de onderzoeksperiode die is toegepast in het ontnemingsrapport, nu die periode start op 1 januari 2016. Nu er in de berekening in het ontnemingsrapport geen opbrengsten en kosten zijn meegenomen van vóór 21 augustus 2016 verandert dit niets aan het uitgangspunt dat de rechtbank uitgaat van de berekening zoals die is opgesteld in het ontnemingsrapport.

3.2.2.

Omvang

De berekening in het ontnemingsrapport is gebaseerd op onder meer de informatie uit de volgende deelonderzoeken:

  • -

    Verklaring veroordeelde

  • -

    Gegevens Belastingdienst

  • -

    Onderzoek ING-bankrekening [rekeningnummer]

  • -

    Onderzoek N26 GmbH bankrekening [rekeningnummer]

  • -

    Onderzoek Wirex Ltd

In aanvulling hierop neemt de rechtbank de verklaring van veroordeelde ter terechtzitting op 14 april 2021 mee in de schatting van het bedrag aan het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel.

Verklaring veroordeelde ter terechtzitting van 14 april 2021

De inkomsten van [website] .com werden na aftrek van de kosten verdeeld tussen ‘ [bijnaam] ’ en mij. [bijnaam] regelde de financiën. De rekening van [B] werd gebruikt om het geld te ontvangen van [website] .com. Als ik een betaling ontving voor mijn werkzaamheden voor [website] .com, stond daar vaak de naam van [B] bij. Het kan ook wel eens voorgekomen zijn dat de naam [mededader] erbij stond. Ik ontving het meeste geld van [website] .com op mijn ING-rekening. Ik heb ook geld ontvangen op de N26-rekening en het Wirex-account. Ik heb ook af en toe geld ontvangen via Bitonic of Transferwise. De transacties via het Paypal-account van mijn vriendin waren betalingen voor mijn werkzaamheden voor [website] .com.4

Verklaring veroordeelde

Tijdens het verhoor bij de politie verklaarde veroordeelde sinds 1,5 jaar werkloos te zijn en daarvoor (tot medio 2018) gewerkt te hebben bij het [werkgever] .

Gegevens Belastingdienst

Uit de fiscale gegevens is gebleken dat veroordeelde in 2017 en 2018 looninkomsten ontving van Stichting [stichting] . Gebleken is dat veroordeelde bij ING-bank NV een zakelijke bankrekening [rekeningnummer] op naam van zijn bedrijf [bedrijf 1] . Uit de omzetbelastinggegevens van [bedrijf 1] is gebleken dat voor het boekjaar 2019 geen omzetprestaties zijn geleverd.

Onderzoek ING-bankrekening [rekeningnummer]

Veroordeelde verklaarde dat hij inkomsten van [website] .com op zijn ING-rekening ontving.

Er werden 11 inkomende geldtransacties aangetroffen in de periode van 19 juni 2019 t/m 9 december 2019 die direct afkomstig lijken te zijn van mededader [mededader] . Het betreft overboekingen via een tussenrekening van [bedrijf 2] Ltd, waarbij in de transactieomschrijving de naam van [mededader] is opgenomen. Het totaalbedrag van deze transacties is € 9.747,41.

Er werden 23 inkomende geldtransacties aangetroffen in de periode van 20 juli 2019 t/m 7 januari 2020 die direct afkomstig lijken te zijn van [B] voor een totaalbedrag van € 31.133,71. De transacties zijn afkomstig van een bankrekening op naam van [B] dan wel betreft het dezelfde wijze van overboeking als bij de transacties van [mededader] .

Er werden 11 inkomende transacties aangetroffen over de periode van 13 november 2018 t/m 8 oktober 2019 voor een totaalbedrag van € 10.108,98. Deze transacties werden verwerkt door Fintech bedrijf [bedrijf 3] . Alhoewel de transacties niet direct te koppelen zijn aan een van betrokkenen binnen het onderzoek, lijkt de werkwijze identiek als bij de diverse transacties afkomstig van [B] en [mededader] . Ook op de Duitse N26 bankrekening op naam van veroordeelde werd een soortgelijke transactie van [bedrijf 3] ontvangen. Daarnaast lijkt het niet aannemelijk dat de herkomst van deze gelden afkomstig zijn van een legale bron, aangezien de veroordeelde al geruime tijd geen inkomsten heeft uit legale bron, zoals gebleken aan de hand van de gegevens van de Belastingdienst en uit de eigen verklaring van veroordeelde.

Er werden in totaal 32 inkomende transacties aangetroffen over de periode van 13 april 2017 t/m 6 december 2019, voor een totaalbedrag van € 22.771,33 afkomstig van de Nederlandse bitcoinbroker Bitonic. Aan de hand van WhatsApp-chatgesprekken tussen veroordeelde en [mededader] is het zeer aannemelijk dat deze dienst werd gebruikt voor betalingen aan veroordeelde door [mededader] . In één van de chatgesprekken geeft veroordeelde aan bij [mededader] om het geld te storten op zijn ING-bankrekeningnummer: [rekeningnummer] .

Ten slotte werden er in de periode van 12 september 2017 t/m 5 maart 2018 in totaal 13 transacties aangetroffen voor een bedrag van € 5.175,84. Deze werden ontvangen vanaf de bankrekeningen van [A] .

Onderzoek N26 GmbH bankrekening [rekeningnummer]

Veroordeelde verklaarde dat hij inkomsten van [website] .com op de N26-rekening ontving. Deze rekening bleek op de naam gesteld van veroordeelde.5

Tussen 2017 en 2020 werden voor een totaalbedrag van € 583,20 aan gelden ontvangen via PayPal. Deze PayPal gelden (afkomstig van PayPal-account [Paypal-account] op naam van veroordeelde) bleken zeer vermoedelijk onmiddellijk afkomstig van de opbrengsten van de website [website] .com, want de transactieomschrijvingen van de inkomende geldbedragen (Simple Plan, Trial Plan, Day Plan) corresponderen met de verschillende abonnementen van [website] .com.

Tussen 2017 en 2020 werden voor een totaalbedrag van € 713,22 ontvangen via Bitonic. Gebleken is dat via het Bitonic-account, verbonden aan deze N26-rekening [rekeningnummer] , bitcoins zijn verkocht die onmiddellijk afkomstig bleken te zijn van bitcoinadres [bitcoinadres] . Dit bitcoinadres heeft, van 26 mei 2017 tot en met 3 november 2017, in totaal 746 transacties ontvangen. De meeste inkomende bedragen hadden een waarde van ongeveer US$ 2,- of US$ 7,- (deze waarden komen overeen met de gehanteerde tarieven op [website] .com voor het abonnement Trial en Simple).

In mei 2018 en januari 2019 werden voor een totaalbedrag van € 3.443,34 in 4 transacties gelden ontvangen van een Duitse bankrekening met IBAN-nummer [rekeningnummer] ten name van Gerald Joseph [B] .

Vanaf januari 2018 tot en met juni 2018 zijn er 14 inkomende transacties aangetroffen die afkomstig waren van Deutsche Handelsbank rekeningnummer [rekeningnummer] en een TransferWise tussenrekening [rekeningnummer] . Deze transacties bleken allemaal overgeboekt via het TransferWise account ten name van [B] en voor een totaalbedrag van € 13.407,25.

In juni 2018 werd 1 inkomende transactie aangetroffen van € 832,95 die afkomstig was van Fintech bedrijf [bedrijf 3] en het Finse bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Alhoewel deze transactie niet direct te koppelen is aan een van betrokkenen binnen het onderzoek, lijkt de werkwijze identiek als bij de diverse transacties afkomstig van [B] en [mededader] . Ook op de ING-bankrekening van veroordeelde werden 11 soortgelijke transacties van [bedrijf 3] ontvangen. Het lijkt niet aannemelijk dat de herkomst van deze gelden afkomstig zijn van een legale bron, aangezien de veroordeelde al geruime tijd geen inkomsten heeft uit legale bron.

In september 2018 werd 1 inkomende transactie aangetroffen van € 1.654,32 die

afkomstig was van het cryptocurrency bedrijf [bedrijf 4] . Alhoewel deze transactie niet direct te koppelen is aan een van betrokkenen binnen het onderzoek, lijkt de werkwijze identiek als de diverse transacties die verliepen via TransferWise onder vermelding van [B] of [mededader] en de transacties die verliepen via [bedrijf 3] . Het lijkt niet aannemelijk dat de herkomst van deze gelden afkomstig zijn van een legale bron, aangezien de veroordeelde al geruime tijd geen inkomsten heeft uit legale bron.

Onderzoek Wirex Ltd

Uit de analyse van de transactie- en logingegevens is gebleken dat het account met

identificatienummer [e-mailadres] @hotmail.com op 5 juni 2019 op naam van veroordeelde was geopend. Vanaf de opening van het Wirex-account op 5 juni 2019 werden er 2.04383653 bitcoins overgemaakt naar dit Wirex-account. Dit is gedeeltelijk afkomstig van Bitonic. De bitcoins met onbekende herkomst hebben, op het moment van de transacties, een waarde van US$ 15.706,64. Vanaf het Wirex-account werden bitcoins overgeboekt naar Bitonic. Blijkens de gegevens van Bitonic en ING zijn deze bitcoins verkocht voor euro’s die zijn bijgeschreven op de ING-bankrekening van veroordeelde. Het gaat om bitcoins ter waarde van US$ 5.444,86. Aangezien deze verkochte bitcoins als bron van inkomsten van de ING-bankrekening worden meegenomen, wordt dit bedrag hier in mindering gebracht op de verkregen inkomsten via Wirex. Derhalve wordt als inkomsten aangemerkt US$ 15.706,64 - US$ 5.444,86 = US$ 10.261,78. Omgerekend: € 9.432,48.

Op 17 juli 2019 werd een geldbedrag van € 1.286,43 gestort via TransferWise Ltd op dit Wirex-account. Uit de geanalyseerde transactiegegevens van N26-bankrekening ten name van veroordeelde en de verstrekte transactiegegevens van TransferWise is gebleken dat deze overboekingsdienst door [B] en [mededader] werd gebruikt om geldbedragen over te boeken naar bankrekeningen van veroordeelde (ING en N26).

3.2.3.

Bruto opbrengst

Uit het voornoemde volgt de volgende optelsom:

Directe opbrengstvermeerdering via [rekeningnummer] :

• Inkomsten via [mededader] : € 9.747,41

• Inkomsten via [B] € 31.133,71

• Inkomsten via [bedrijf 3] / Starling € 10.108,98

• Inkomsten via Bitonic € 22.771,33

• Inkomsten via [A] € 5.175,84

Totaal € 78.937,27

Directe opbrengstvermeerdering via [rekeningnummer] :

• Inkomsten via PayPal € 583,20

• Inkomsten via Bitonic € 713,22

• Inkomsten via [B] - [rekeningnummer] € 3.443,34

• Inkomsten via [B] - [rekeningnummer]

(Deutsche Handelsbank) en [rekeningnummer] (TransferWise) € 13.407,25

• Inkomsten via [bedrijf 3] - [rekeningnummer] € 832,95

• Inkomsten via [bedrijf 4] - [rekeningnummer] € 1.654,32

Totaal € 20.634,28

Directe opbrengstvermeerdering via Wirex-account:

• Inkomsten via bitcoins € 9.432,48

• Inkomsten via TransferWise Ltd € 1.286,43

Totaal € 10.718,91

3.2.4.

Kosten

Er zijn kosten berekend die veroordeelde mogelijk heeft gemaakt en die in rechtstreeks verband kunnen staan met het begane strafbare feit. Bij de analyse van de transactiegegevens van de N26 bankrekening [rekeningnummer] zijn enkele betalingen aangetroffen aan ICT-dienstverlenende bedrijven waarvan is vastgesteld dat hun applicaties of dienstverlening onderdeel uitmaakte van de technische infrastructuur en onderhoud van de website [website] .com zoals Dynadot, Cloudflare en Hetzner. Aan deze bedrijven werd in totaal een bedrag van € 719,99 betaald.

3.3.5.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel

Samengevat komen verbalisanten op het volgende bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde:

Totaal inkomsten via ING-rekening [rekeningnummer] € 78.937,27

Totaal inkomsten via N26-rekening [rekeningnummer] € 20 634,28

Totaal inkomsten via Wirex-account € 10.718,91

Totaal kosten via [rekeningnummer] Af € 719,99

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 109.570,47

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 109.570,47.

3.3

Toerekening van het voordeel

Veroordeelde is bij vonnis van 12 mei 2021 veroordeeld voor het tezamen en in vereniging plegen van het misdrijf zoals onder 3.1 genoemd. Het in kaart brengen van de totale opbrengst die werd verkregen via de website [website] .com en de verdeling van deze opbrengst onder alle betrokkenen achter deze website bleek te omvangrijk en buitenproportioneel. Er is daarom gericht onderzoek gedaan naar het voordeel dat veroordeelde heeft verkregen voor zijn betrokkenheid bij de website [website] .com en specifiek de inkomsten die hij kennelijk kreeg voor zijn rol en de taken die hij vervulde voor de website [website] .com. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [mededader] en [B] is buiten beschouwing gelaten. Het onder 3.2 genoemde bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom volledig toegerekend aan veroordeelde. Er is geen sprake van toerekening van het voordeel aan zijn mededaders.

3.4

Betalingsverplichting

Bedrag wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 109.570,47.

Betalingsverplichting

De rechtbank stelt het bedrag dat door veroordeelde dient te worden betaald aan de staat, vast op € 109.570,47. De rechtbank ziet geen redenen om de betalingsverplichting te matigen.

4 TOEGEPAST WETSARTIKEL

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5 BESLISSING

De rechtbank:

- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 109.570,47;

- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 109.570,47 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, voorzitter, mrs. M.E. Falkmann en L.M.M. Heppe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Antonides, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 mei 2021.

De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

1 Het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex artikel 36e 2e lid Sr”, opgenomen in het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0600-2019506833, pagina 586 tot en met 601.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 313.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 685.

4 De verklaring van veroordeelde ter terechtzitting op 14 april 2021.

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 604.