Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1858

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
23-04-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
C/16/519846/ FV RK 21-668
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Opplussen van de verzochte vormen van verplichte zorg in een zorgmachtigingsprocedure. Van een 'spontaan' opplussen is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/519846 / FV RK 21-668

Externe referentie: [.]

Machtiging tot verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 23 april 2021, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) , ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1996, te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijvende te [verblijfplaats] te [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. B. van Nimwegen.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 02 april 2021, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de medische verklaring van 31 maart 2021;

- de zorgkaart;

- het zorgplan;

- de bevindingen van de geneesheer-directeur;

- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 23 april 2021. Vanwege de Coronamaatregelen, heeft de mondelinge behandeling telefonisch via Skype plaatsgevonden, conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak. Daarbij zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    mevrouw [A] , de zaalarts.

De zaalarts had alleen een geluidsverbinding, omdat het niet lukte om ook een beeldverbinding tot stand te brengen. De advocaat bevond zich in een afzonderlijke ruimte. De rechter en de griffier bevonden zich in het gerechtsgebouw.

1.3.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene al een paar dagen in de separeer verblijft. Nadat de zaalarts en de advocaat zijn gehoord is de zaalarts naar de separeer van betrokkene gelopen, zodat betrokkene zijn mening kon geven over het verzoek.

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.5.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak (KMU) aan de advocaat van betrokkene, de officier van justitie en aan de vertegenwoordiger van de zorgaanbieder verstrekt. In deze KMU is abusievelijk een foutieve einddatum vermeld, te weten 23 april 2021. Op 30 april 2021 heeft de rechtbank een herstel KMU aan bovengenoemde betrokken partijen toegezonden met de juiste einddatum zijnde 23 oktober 2021.

2 Beoordeling

2.1.

In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz te mogen verlenen. Het gaat dan om:

a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

j. opnemen in een accommodatie;

2.2.

De zaalarts heeft verklaard dat betrokkene sinds 15 april 2021 in de separeer verblijft. Ondanks de medicatie was betrokkene op de afdeling aanhoudend psychotisch en dreigend tegenover de verpleging en medepatiënten. In een comfort room bleek de situatie ook onhoudbaar en werd extra medicatie door betrokkene geweigerd. Gebleken is dat betrokkene ondanks de medicatie, die hij ook weleens weigert of uitspuugt, psychotisch blijft en hij wisselend in contact is; zo kan hij nog dreigend zijn. Gelet op vorenstaande is de mogelijkheid tot het kunnen separeren van betrokkene wel noodzakelijk, maar deze is helaas niet als vorm van verplichte zorg verzocht.

Betrokkene heeft verteld dat het niet goed met hem gaat.

De advocaat heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij heeft de advocaat verklaard dat uit de toelichting van de zaalarts blijkt dat het aanvullen van de vormen van verplichte zorg op het punt van “insluiten” en “het uitoefenen van toezicht” noodzakelijk is. De advocaat heeft dan ook geen bezwaar tegen toewijzing van die niet verzochte vormen verplichte zorg.

2.3.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis.

2.4.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op met name op levensgevaar.

2.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.6.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank verleent daarom een zorgmachtiging voor de verzochte vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding, zoals verzocht onder a. Deze vorm van verplichte zorg zal de rechtbank afwijzen nu deze zorg op dit moment niet aan de orde is.

Hoewel uit jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2021:158) blijkt dat het ‘opplussen’ van de verzochte vormen van verplichte zorg in een ‘zorgmachtigingsprocedure’ niet mogelijk is, zal de rechtbank aan de zorgmachtiging de vormen van verplichte zorg te weten “insluiten” en “het uitoefenen van toezicht op betrokkene” toevoegen. De rechtbank is van oordeel dat er geen bezwaren zijn om deze vormen van verplichte zorg aan de zorgmachtiging toe voegen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene verteld dat het niet goed met hem gaat en zijn advocaat heeft – gelet op de toelichting van de zaalarts – geen bezwaar gemaakt tegen toewijzing van de door de zaalarts verzochte aanvullende vormen van verplichte zorg. De betrokken partijen hebben dus ingestemd met het toevoegen van deze, niet door de officier van justitie aangevraagde, vormen van verplichte zorg. Van een ‘spontaan’ opplussen is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake.

2.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, en geldt aldus tot en met 23 oktober 2021.

3 Beslissing

De rechtbank:

- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1996, te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:

a. toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

b. beperken van de bewegingsvrijheid;

c. insluiten;

d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;

h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

j. opnemen in een accommodatie.

- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 oktober 2021;

- wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is op 23 april 2021 mondeling gegeven door mr. M.W.V. van Duursen, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D. Hendriks als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 6 mei 2021.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.