Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1744

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
30-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
16/136000-19; 16/659695-17 (vordering tot tenuitvoerlegging) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor het in vereniging handelen in cocaïne in de periode van 11 april 2019 t/m 4 juni 2019 in Amersfoort en Baarn. Naar aanleiding van een anonieme M-melding waarin werd gemeld dat via bepaalde telefoonnummers drugs kon worden aangeschaft, maakte de politie gebruik van pseudokopen, waarbij verbalisanten cocaïne kochten van de gebruiker van deze telefoonnummers. Verdachte bleek een van de personen achter deze telefoonnummers te zijn en hierna werd hij vaker bij pseudokopen herkend als de verkoper van cocaïne. Daarnaast zijn bij hem thuis goederen aangetroffen die te relateren zijn aan drugshandel. Gelet op de bewezenverklaarde pleegperiode en het tijdsverloop legt de rechtbank een gevangenisstraf van 6 maanden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers: 16/136000-19; 16/659695-17 (vordering tot tenuitvoerlegging) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 30 april 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

(hierna: verdachte).

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 september 2019, 6 december 2019 en 16 april 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. D.L.A.M. Pluijmakers, advocaat te Apeldoorn, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 19 maart 2018 tot en met 4 juni 2019 te Amersfoort en Baarn, samen met een ander, cocaïne heeft gedeald.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met dien verstande dat de pleegperiode bewezen kan worden vanaf 11 april 2019 tot en met 4 juni 2019.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde en heeft daartoe aangevoerd dat de eerste pseudokoop op 11 april 2019 plaatsvond, terwijl het bevel pseudokoop pas op 12 april 2019 is afgegeven en van kracht is geworden. De eerste pseudokoop is daarmee onrechtmatig omdat er geen wettelijke grondslag voor bestond. Alles wat daarna plaatsvond is gebaseerd op de eerste pseudokoop van 11 april 2019 en al het bewijs is afkomstig van de bevindingen van die dag. Er is daarmee sprake van een vormverzuim en een schending van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) nu ook de woning en de spullen van verdachte zijn doorzocht. Daarnaast is sprake van een schending van artikel 6 van het EVRM nu alle bevindingen onderdeel uitmaken van het procesdossier. Subsidiair sluit de verdediging zich aan bij de door de officier van justitie bewezen geachte pleegperiode.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Het onderzoek Domum richt zich op de projectmatige aanpak van daders van de handel in harddrugs. De politie Midden-Nederland kreeg begin april 2019 M-meldingen binnen waarin werd aangegeven dat via onder andere de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] werd gehandeld in harddrugs. Vervolgens trachtte de politie door middel van pseudokopers achter de identiteit van gebruiker(s) van deze telefoonnummers te komen en te onderzoeken of deze persoon of personen handelden in verdovende middelen.

Bewijsmiddelen 1

Pseudokoop 11 april 2019

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat onder meer het volgende:

Ik, [verbalisant 2] , had de opdracht om van het subject een gebruikershoeveelheid harddrugs te

kopen.2

Op donderdag 11 april 2019 omstreeks 14:27 uur nam ik telefonisch contact op met de

gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Hierop vroeg ik of hij mij “één hele wit” kon bezorgen. Ik hoorde hem zeggen: “Jazeker man (…). Ik gaf hierop aan dat het in Amersfoort was.

Kort hierop zag ik dat er een jongen verscheen op de afgesproken locatie.

Ik hoorde dat hij met hetzelfde accent sprak als de gebruiker van het telefoonnummer

[telefoonnummer] .3

Ik hoorde hem vervolgens zeggen: “(…) dit is mijn belnummer. [telefoonnummer] .” Ik zag dat deze jongen mij hierop 3 kleine witte ponypacks overhandigde. Ik gaf hem 50 euro (…). Direct na de inzet deed ik verslag aan (…) [verbalisant 3] . Daarbij overhandigde ik, [verbalisant 2] , de door mij gekochte ponypacks.4

In de kennisgeving van inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-23976245

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-23976246

Relatie met SIN: AAMO3748NL7

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMO3748NL 0,97 gram poeder en brokjes, wit bevat cocaïne.8

Pseudokoop 13 april 2019

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat onder meer het volgende:

(…) telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik had dit nummer opgeslagen in mijn

telefoon onder de naam [naam] .

Op zaterdag 13 april 2019 omstreeks 16:54 uur stuurde ik “ [naam] ” een tekstbericht. Er

ontstond het volgende gesprek:

16:54 uur Ik: Kun je ff ritje amersfoort doen

16:55 uur Ik: Doe gelijk 2 dan ok?

17:00 uur [naam] : Ja maatje

17:00 uur: [naam] : Ik stuur zo anders iemand na je toe is dat goed? Wil je hem even testen voor mij

(…)

17:00 uur [naam] : Kijk maar even of die wat uitwisselt met jou of niet en als je 100 geeft zeg het of het 100 is en geen 80

(…)

17:05 uur [naam] : Ik stuur hem zo snel mogelijk man!9

Omstreeks 18:35 uur zag ik dat er een jongen verscheen op de afgesproken locatie.

Hierop vroeg ik hem of ik dan niet gewoon zijn nummer kon krijgen. Ik hoorde deze jongen zeggen: “Ik denk niet dat die jongen dat goed vind, dan krijg ik problemen met hem toch.”

Ik hoorde dat deze jongen sprak zonder duidelijk accent, en hoorde dat dit duidelijk een andere jongen was dan de gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Ik zag dat deze jongen mij 2 kleine witte ponypacks overhandigde. Hierop rekende ik met deze jongen af en overhandigde hem 100 euro.10 Direct na de inzet deed ik verslag aan (…)

[verbalisant 3] . Daarbij overhandigde ik, [verbalisant 2] , de door mij gekochte ponypacks.11

In de kennisgeving van inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-239762812

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-239762813

Relatie met SIN: AAMO3750NL14

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMO3750NL 1,52 gram poeder, wit bevat cocaïne.15

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Op zaterdag 13 april 2019, omstreeks 18:30 uur, vond er, in het kader van het onderzoek Domum, een pseudokoop plaats. Op genoemde datum en tijd, zag ik dat er een witte scooter aan kwam rijden nabij de locatie van de pseudokoop. Ik zag dat er twee personen op de scooter zaten.

Ik zag dat (…) de bijrijder contact maakte met de pseudokoper. Ik zag dat er over en weer iets overgedragen werd. Enkele momenten later zag ik de bijrijder weer verschijnen en zag ik dat hij achter op de scooter stapte waarop hij ook gekomen was en dat beiden personen vertrokken.16

Hierop werden door mij deze bevindingen, het signalement van de twee opzittende en de kleur van de scooter, gedeeld met mijn collega [verbalisant 6] .17

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] staat onder meer het volgende:

Ik hoorde van collega [verbalisant 3] dat er een drugsdeal had plaatsgevonden en dat daarbij een witte scooter met twee opzittenden was weggereden.

Ik ben achter de scooter aan gereden en heb de bestuurder verzocht te stoppen.

Ik vroeg beide mannen om zich te legitimeren.18

Ik hoorde dat hij mij de volgende gegevens opgaf:

[verdachte] (…)

Vervolgens heb ik de blanke man om zijn personalia gevraagd.

Ik hoorde dat hij de volgende gegevens opgaf:

[medeverdachte] (…) 19

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Ik herkende de persoon, welk bleek te zijn genaamd, [medeverdachte] , als de persoon die zojuist contact had gehad met de pseudokoper. Ik herkende de persoon, welke bleek te zijn genaamd, [verdachte] , als de bestuurder van de witte scooter. Tevens herkende ik [verdachte] als de persoon die op 11 april 2019 contact had gemaakt met de pseudokoper nadat hetzelfde nummer was gebeld.20

Pseudokoop 16 april 2019

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat onder meer het volgende:

Op dinsdag 16 april 2019 stuurde ik via Whatsapp de volgende tekstberichten naar “ [naam] ”:

15:47 uur Ik: Ken je zo nog naar amersfoort komen??

Hierop heb ik omstreeks 15:52 uur gebeld met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik hoorde dat deze oproep werd opgenomen (…). Ik herkende deze stem als dezelfde stem die ik hoorde toen ik op donderdag 11 april 2019 en zaterdag 13 april 2019 contact had met de gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Hierop vroeg ik hem of hij nog naar Amersfoort kon komen vandaag. Hierop hoorde ik hem door de telefoonlijn zeggen: “Oké maatje, ik ga hem nu sturen.”

Hierop stuurde ik even later via Whatsapp een tekstbericht naar “ [naam] ”. Er volgde het

volgende gesprek:

(…)

16:17 uur [naam] : Hoeveel doen maatje ?

16:17 uur Ik: 1 is goed

16:19 uur Ik: Of 2 als je hebt

(…)

16:26 uur [naam] : Hij is voor 5 bik jou.21

Omstreeks 17:10 uur zag ik dat er een jongen verscheen op de plaats waar ik hem verwachtte. Ik herkende deze jongen direct als dezelfde jongen die ik op zaterdag 13 april 2019 had ontmoet nadat ik bij “ [naam] ” had besteld. Ik zag dat hij mij 2 kleine witte ponypacks overhandigde. Hierop rekende ik met hem af en overhandigde ik hem 100 euro.

Op dat moment had stelde ik deze jongen voor aan een contact van mij. Ik zag dat deze jongen en mijn contact nummers uit wisselden. Ik zag dat deze jongen het telefoonnummer [telefoonnummer] op gaf.

Direct na de inzet deed ik verslag aan (…) [verbalisant 3] . Daarbij overhandigde ik, [verbalisant 2] , de door mij gekochte ponypacks.22

In de kennisgeving van inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-240028723

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 4] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-240028724

Relatie met SIN: AAMN8028NL25

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMNO8028NL 1,95 gram poeder en brokjes, wit bevat cocaïne.26

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Op dinsdag 16 april 2019 vond er in het kader van het onderzoek Domum een pseudokoop plaats.

Ik zag dat er een witte scooter aan kwam rijden.

Ik herkende deze personen als :

Bestuurder:

[verdachte]

Bijrijder:

[medeverdachte]

Ik zag vervolgens dat [medeverdachte] van de scooter af stapte en dat hij richting de afgesproken locatie van de pseudokoop liep.27

Ik zag dat [medeverdachte] de pseudokoper wat overhandigde.28

Pseudokoop 17 april 2019

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 11] staat onder meer het volgende:

Ik, [verbalisant 11] , heb op woensdag 17 april 2019 omstreeks 17.14 uur telefonisch contact gemaakt met het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Ik vroeg of de gebruiker van dit telefoonnummer mij een “hele” kon leveren.

Ik hoorde dat de gebruiker van dit nummer mij vertelde dat dit goed was (…).

18.40

uur: Ik, [verbalisant 11] , zag (…) [medeverdachte] , zitten (…).

Ik, [verbalisant 11] , hoorde [medeverdachte] zeggen dat hij het spul even op moest halen, dat het maar vijf minuten rijden was.

Ik, [verbalisant 11] , en [medeverdachte] stapten in mijn auto en reden samen naar [straat] te [woonplaats] .

Ik, [verbalisant 11] , zag dat [medeverdachte] mij twee kleine witkleurig envelopjes (…) overhandigde. Ik gaf [medeverdachte] een biljet van 50 euro.29

In de kennisgeving van inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-239942830

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 4] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-239942831

Relatie met SIN: AAMN8025NL32

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMN8025NL 0,67 gram poeder en brokjes, wit bevat cocaïne33

Pseudokoop 19 april 2019

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat onder meer het volgende:

Op vrijdag 19 april (…) nam ik omstreeks 13:42 uur telefonisch contact op met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Ik hoorde dat deze oproep werd opgenomen (…). Ik herkende deze stem direct als dezelfde als de voorgaande keren dat ik belde met de gebruiker van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Ik hoorde hem vragen: “Wat kan ik voor je mee nemen?” Hierop antwoorde ik dat ik “2 hele” wilde hebben. Ik hoorde hem zeggen: “Komt goed tijger."

Omstreeks 14:55 uur zag ik dat er een jongen verscheen op de locatie waar ik hem verwachtte. Ik herkende deze jongen direct als dezelfde jongen die ik op donderdag 11 april 2019 had ontmoet, nadat ik had besteld bij de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ik groette deze jongen en herkende zijn stem direct als dezelfde als die ik even

hiervoor door de telefoonlijn had gehoord. Ik zag dat hij een hoeveelheid van de witte substantie op het weegschaaltje legde en dat het weegschaaltje middels een digitaal transparant aan gaf: “1.71” Ik hoorde hem zeggen: “Zo maatje, deze is voor jou.” Hierop rekende ik met hem af en overhandigde ik hem 100 euro.

Direct na de inzet deed ik verslag aan (…) [verbalisant 3] . Daarbij overhandigde ik, [verbalisant 2] , de door mij gekochte ponypacks. 34

In de kennisgeving van inbeslagneming van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-240029235

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 4] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-240029236

Relatie met SIN: AAMN8026NL37

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMN8026NL 1,87 gram brokjes, wit bevat cocaïne.38

In het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Op vrijdag 19 april 2019, omstreeks 14:55 uur, vond er een pseudokoop plaats in het kader van het onderzoek Domum.

Ik zag op genoemde dag en tijd dat er een personenauto aan kwam rijden van het Merk Fiat,

voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik zag dat er twee personen in het voertuig zaten. Ik herkende de bijrijder van het voertuig als (…) [verdachte] .

Ik zag (…) dat [verdachte] contact maakte met de pseudokoper.39

Doorzoeking 4 juni 2019

In een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] staat onder meer het volgende.

Op dinsdag, 4 juni 2019, omstreeks 6:00 uur, werd door leden van de Ondersteuningsgroep ter aanhouding binnengetreden in de woning object [adres] te [telefoonnummer] en werd de verdachte [verdachte] buiten heterdaad aangehouden.

Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:

Slaapkamer 1 achterzijde woning waarin verdachte [verdachte] sliep:

3 mobiele telefoons, (2 iphones en 1 Nokia) op bed slaapkamer 1

1. mobiele telefoon Iphone op tafeltje bij bed slaapkamer 1

Woonkamer

6 wikkels met wit poeder vermoedelijk cocaïne op glazen salontafel woonkamer.40

1. zakje met bruin poeder, vermoedelijk heroïne op salontafel woonkamer

1. zwartkleurige etui met weegschaaltje en ongevouwen ponypacks en potje met vermoedelijk

Versnijdingsmiddel, alsmede pasje kentekenbewijs en ING bankpas met poeder, waarmee

versneden is, liggende op salontafel woonkamer.41

In een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 10] staat onder meer het volgende:

Goednummer: PL0900-2019072110-2427546

SIN: AAMM8801NL

Omschrijving: 6 wikkels, 3 kleine en 3 grote met wit poeder en brokjes42

Relatie met SIN: AAMN8196NL, AAMN8194NL43

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMN8194NL poeder en brokjes, wit, uit 2,03 gram bevat cocaïne44

In een NFI-rapport staat onder meer het volgende:

AAMN8196NL poeder en brokjes, wit, uit 1,25 gram bevat cocaïne45

In een proces-verbaal onderzoek telefoon [verdachte] van verbalisant [verbalisant 3] staat onder meer het volgende:

Binnen het onderzoek naar de handel in harddrugs door de verdachte [verdachte] (…) is er onderzoek verricht naar de bij hem inbeslaggenomen telefoons. Hieruit is het volgende gebleken.

Toestel: Apple Iphone46

SMS chat met [A] prive (…)

Sms-chat start op 19-05-2019 en eindigt op 02-06-2019.

In deze chat vraagt [A] prive aan de gebruiker van het toestel om drugs te leveren. Men maakt prijsafspraken en overlegt over de kwaliteit. Tevens spreekt de gebruiker van het toestel over een derde persoon die komt leveren.

Whatsapp-chat met [B] .

Complete whatsapp-chat is als bijlage 2 bij dit proces-verbaal gevoegd.

Whatsapp-chat start op 08-04-2019 en eindigt op 03-06-2019. Chat bevat 170 verzonden advertenties.47

Whatsapp-chat met [C] .

Complete chat is als bijlage 3 bij dit proces-verbaal gevoegd.

Whatsapp-chat start op 05-04-2019 en eindigt op 03-06-2019.

Chat start met een aantal verzonden advertenties door de gebruiker van het onderzochte toestel. Na 82 ontvangen berichten reageert de ontvanger op 07-05-2019 op een advertentie.

(...) Verdachte: studenten krijgen korting bij het afnemen van een hoeveelheid!

(…) [C] : En die hoeveelheid is?

(…) Verdachte: min 2 gr man maatje. Dan krijg je wat extras erbij of korting op die 2

gr. Mix klein 20 mix groot 40, puur klein 30 puur groot 60 (…)

(…) [C] : (…) Maar aii goeie prijzen. K zal wel mensen voor je fixe br.

What’s app-chat met [D] 16 pof.

Complete chat is als bijlage 4 bij dit process-verbaal gevoegd.

What’s app-chat start op 04-05-2019 en eindigt op 03-06-201948

Bijlage 2

Top spul aanwezig !! App hier of bel op : [telefoonnummer] - omgeving Eemnes, Baarn , Amersfoort .Soest @spakenburg Bunschoten !! Puur en mix !!49

Mix klein 20 mix groot 40 , puur klein 30 puur groot 60-,50

**top spul aanwezig!!** App hier of bel op : [telefoonnummer] **zeer discreet**51

Bijlage 3

**top spul aanwezig!!** App hier of bel op: [telefoonnummer] **zeer discreet** 52

20,- mix klein

40,- mix groot

30,- puur klein

60,- puur groot

We zitten liever volgepropt, dan een halve envelop !! ( goede inhoud )53

Bijlage 4

**top spul aanwezig!!** App hier of bel op: [telefoonnummer] **zeer discreet**54

Verdachte heeft onder meer het volgende verklaard:

Op de vraag van de voorzitter of ik bij de pseudokopen cocaïne heb verkocht: ja, dat klopt, ik heb rond de tijd van de pseudokopen 2 á 3 maanden gedeald.

Op de vraag van de voorzitter of ik met de bij mij aangetroffen telefoons dealde: ja, dat kan kloppen.

Het was een beetje de richtlijn om advertenties te sturen en dan een afspraak te maken op een ander nummer.55

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt op basis van de voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte in de periode van 11 april 2019 tot en met 4 juni 2019 samen met een ander meerdere keren in cocaïne heeft gehandeld.

Door de officier van justitie en de verdediging is aangevoerd dat de processen-verbaal van de pseudokoop op 11 april 2019 moeten worden uitgesloten van het bewijs omdat er op dat moment nog geen bevel ex artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering (Sv) was afgegeven.

De rechtbank oordeelt anders en overweegt daartoe als volgt.

Het staat vast dat ten tijde van de pseudokoop op 11 april 2019 nog geen bevel tot pseudokoop ex artikel 126i Sv was afgegeven. Dat levert een vormverzuim op in het voorbereidend onderzoek ex artikel 359a Sv. Indien binnen de door artikel 359a Sv bepaalde grenzen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in deze bepaling, en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, moet de rechter beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient de rechtbank rekening te houden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1890) benadrukt dat aan de verschillende in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen als uitgangspunt ten grondslag ligt dat het rechtsgevolg in verhouding moet staan tot de aard en de ernst van het vormverzuim en het door de verdachte als gevolg van het vormverzuim geleden nadeel. Dat betekent tevens dat, waar mogelijk, wordt volstaan met het – vanuit het perspectief van de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen bezien – minst verstrekkende rechtsgevolg.

De rechtbank overweegt dat artikel 126i Sv de persoonlijke levenssfeer van de verdachte beschermt. Op deze levenssfeer is een inbreuk gemaakt. De rechtbank acht deze inbreuk en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt echter relatief beperkt. Het gaat immers om losse contactmomenten in de openbaarheid. Daarnaast acht de rechtbank met betrekking tot de ernst van het verzuim van belang dat door de officier van justitie, met ingang van 12 april 2019, dus één dag na de pseudokoop, alsnog een bevel tot pseudokoop is afgegeven. Tot slot is door de verdediging, anders dan in algemene termen, niet concreet gemaakt welk nadeel verdachte door de schending zou hebben geleden, terwijl dat wel op haar weg had gelegen (ECLI:NL:HR:2018:437).

De rechtbank is gelet op vorenstaande van oordeel dat het door het vormverzuim veroorzaakte nadeel voldoende kan worden gecompenseerd door de enkele constatering ervan. De conclusie van het voorgaande is dat de rechtbank van oordeel is dat de processen-verbaal van de pseudokoop op 11 april 2019 wel voor het bewijs kunnen worden gebruikt, alsmede de daaruit voortvloeiende onderzoeksbevindingen.

De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte ook in de periode voorafgaand aan de eerste pseudokoop op 11 april 2019 heeft gehandeld in verdovende middelen. Verdachte zal ten aanzien van de ten laste gelegde pleegperiode tot en met 10 april 2019 partieel worden vrijgesproken.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

in de periode van 11 april 2019 tot en met 4 juni 2019 te Amersfoort en Baarn, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, meerdere wikkels en brokjes cocaïne, zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 289 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht geen voorwaardelijke straf meer op te leggen gelet op het tijdsverloop. Verdachte heeft tijdens de schorsing geen strafbare feiten meer gepleegd en in feite de afgelopen 1,5 jaar al een voorwaardelijke straf gehad. De verdediging verzoekt de rechtbank om te volstaan met een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich gedurende een periode van bijna 2 maanden schuldig gemaakt aan het dealen van cocaïne in vereniging en is daarmee medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaakt. Daarbij is van belang dat harddrugs vaak sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden vaak vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien. Daarnaast heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van illegale drugshandel. Daarvan is bekend dat deze gepaard gaat met zeer gewelddadige criminaliteit die de maatschappij ontwricht en regelmatig tot ernstige incidenten leidt. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en heeft slechts gehandeld uit winstbejag.

Persoon van verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie van 15 maart 2021 blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Dit weegt de rechtbank niet in strafverzwarende, noch in strafmatigende zin mee.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 7 april 2021 van E. Versteeg, toezichthouder. Hieruit volgt dat de reclassering geen meerwaarde ziet in het opleggen van een toezicht met bijzondere voorwaarden, nu verdachte herhaaldelijk heeft aangegeven geen meerwaarde te zien van reclasseringsbegeleiding en het schorsingstoezicht onvoldoende heeft geleid tot gedragsverandering bij verdachte.

Straf

De rechtbank heeft zich bij het bepalen van de straf aangesloten bij de door de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daaruit volgt dat de straf voor het verkopen van een gebruikershoeveelheid harddrugs gedurende een periode van tussen de 1 en 3 maanden met enige regelmaat een gevangenisstraf van 6 maanden bedraagt. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit oriëntatiepunt af te wijken en zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden opleggen met aftrek van het voorarrest.

Deze straf wijkt af van de eis van de officier van justitie. Dat komt omdat de rechtbank gelet op bovengenoemd oriëntatiepunt, het tijdsverloop in de onderhavige zaak en de inhoud van het reclasseringsrapport geen aanleiding ziet om nog een voorwaardelijk strafdeel op te leggen.

9 BESLAG

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen jas aan hem wordt teruggegeven.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft om teruggave van de inbeslaggenomen jas (nummer 95 op de beslaglijst) verzocht. Over de overige inbeslaggenomen goederen heeft verdachte verklaard dat dit niet zijn goederen betreffen.

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

- 1 STK Telefoontoestel (G537633);

- 1 STK Telefoontoestel (G537190);

- 1 STK Telefoontoestel (G537198);

- 1 STK Telefoontoestel (G537204);

- 1 STK Telefoontoestel (G537197);

- 1 STK Telefoontoestel (G537196);

- 1 STK Telefoontoestel (G537192);

- 1 STK Telefoontoestel (G537147);

- 1 STK Telefoontoestel (G537150);

- 1 STK Telefoontoestel (G537148)

verbeurd verklaren. Met betrekking tot deze voorwerpen is het bewezen verklaarde feit begaan.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten:

- 1 STK Jas (G537151).

Overige voorwerpen

Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat de overige voorwerpen op de beslaglijst niet zijn eigendom zijn. De rechtbank beschouwt dit als een verklaring waarin verdachte afstand doet van deze voorwerpen. De rechtbank zal daarom geen beslissing nemen ten aanzien van de overige voorwerpen op de beslaglijst.

10 VORDERING TENUITVOERLEGGING

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen, nu deze vordering in een andere strafzaak reeds is toegewezen

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank

Bij vonnis van de politierechter te Midden-Nederland, locatie Utrecht van 29 juni 2018 (parketnummer 16/659595-17) is verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Verdachte heeft zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging, nu ter terechtzitting is gebleken dat op deze vordering reeds in een andere strafzaak tegen verdachte is beslist en deze beslissing onherroepelijk is.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537633);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537190);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537198);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537204);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537197);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537196);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537192);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537147);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537150);

  • -

    1 STK Telefoontoestel (G537148);

- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:

1 STK Jas (G537151);

Voorlopige hechtenis

- heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 16/659695-17

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2021.

Mr. Snijders Blok is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 19 maart 2018 tot en met 4 juni 2019 te Amersfoort en/of Baarn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meerdere wikkels en/of brokjes en/of bollen cocaïne, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 6 juni 2019, 17 juni 2019, 16 juli 2019, 12 augustus 2019 en 12 december 2019, genummerd 2019072110, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 399. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 68.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 69.

4 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 70.

5 Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 74.

6 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 75.

7 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 77.

8 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 18 april 2019, pagina 80.

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 82.

10 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 83.

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 84.

12 Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 92.

13 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 93.

14 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 94.

15 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 18 april 2019, pagina 98.

16 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 85.

17 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 86.

18 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 88.

19 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 89.

20 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 90.

21 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 100.

22 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 101.

23 Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 105.

24 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 106.

25 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 109.

26 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 111.

27 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 102.

28 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 103.

29 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 113.

30 Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 116.

31 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 117.

32 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 119.

33 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 26 april 2019, pagian 122.

34 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 124.

35 Een kennisgeving van inbeslagneming, pagina 128.

36 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 129.

37 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 132.

38 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 26 april 2019, pagina 134.

39 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 126.

40 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 29.

41 Een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 30.

42 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 148.

43 Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, pagina 150.

44 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 6 juni 2019, pagina 152.

45 Een geschrift, inhoudende een rapport van het NFI van 6 juni 2019, pagina 153.

46 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 165

47 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 168.

48 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 169.

49 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 2, pagina 175.

50 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 2, pagina 182.

51 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 2, pagina's 176 t/m 187.

52 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 4, pagina’s 190 t/m 203

53 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 3, pagina 200

54 Een proces-verbaal van bevindingen, bijlage 4, pagina’s 273 t/m 287.

55 Een proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 april 2021.