Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1570

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-04-2021
Datum publicatie
20-04-2021
Zaaknummer
16/166375-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van het voorbereiden van zware mishandeling met voorbedachten rade en deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van het bewerken van grote hoeveelheden cocaïne in de periode van 19 februari tot en met 2 maart 2019 te Utrecht. In de woning waarin dat is gedaan, is een cocaïnelaboratorium aangetroffen waar pure cocaïne als startproduct werd vermalen tot poeder en vervolgens werd vermengd met een versnijdingsmiddel. Daarna werd het mengsel opnieuw in blokken geperst, welke blokken werden voorzien van een eigen stempel. Tot slot werden de blokken gedroogd, zodat de blokken versneden cocaïne konden worden verkocht. De straf die de rechtbank verdachte hiervoor oplegt is een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank neemt geen beslissing op de in beslag genomen goederen nu daar ook conservatoir beslag op rust. Tot slot wordt de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/166375-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 april 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in 1969 te [geboorteplaats] (Marokko),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] te [woonplaats] ,

hierna: verdachte.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 4 oktober 2019, 18 december 2019, 11 maart 2020, 25 juni 2020 en
18 februari 2021. Op laatstgenoemde datum vond de inhoudelijke behandeling van de strafzaak plaats. Het onderzoek van de zaak is gesloten op de zitting van 24 maart 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. A.M. Lobregt en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, samengevat, op neer dat verdachte:

feit 1

in de periode van 1 november 2018 tot en met 2 maart 2019 in de gemeente [woonplaats] (in een pand aan de [adres] ) zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een (grote) hoeveelheid cocaïne, in elk geval het aanwezig hebben van cocaïne;

feit 2

in de periode van 11 juni 2019 tot en met 12 juli 2019 te Utrecht en/of elders in Nederland, samen met anderen, ter voorbereiding van zware mishandeling met voorbedachten rade

  • -

    camerabeelden heeft gezocht en/of verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of bekeken, en/of

  • -

    bakens heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft geplaatst, en/of

  • -

    een op afstand bedienbaar ontstekingsmechanisme voorhanden heeft gehad, en/of

  • -

    overleg heeft gehad en/of besproken op welke wijze dat zware lichamelijk letsel kon worden toegebracht;


feit 3

in de periode van 1 november 2018 tot en met 10 juli 2019 te Utrecht en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het 1 en 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Het onder 2 ten laste gelegde acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend te bewijzen en zij vordert daarom verdachte van dit feit vrij te spreken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en heeft hiertoe onder meer het volgende naar voren gebracht.

Ten aanzien van feit 1 brengt de raadsman naar voren dat verdachte, behalve in het onderzoek naar de [adres] te [woonplaats] , niet voorkomt in het dossier. Op camerabeelden is verdachte op 2 maart 2019 te zien bij de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Verdachte erkent ook dat hij op die dag in de woning is geweest, maar niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte wetenschap had van wat er in die woning gebeurde. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat, indien de rechtbank van oordeel is dat er sprake was van een criminele organisatie, verdachte daarvan geen deel uit heeft gemaakt, waardoor vrijspraak dient te volgen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, dat verdachte het onder 2 ten last gelegde feit heeft begaan. Verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.

4.3.2.

Vrijspraak ten aanzien van feit 3

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, dat verdachte in de periode van 1 november 2018 tot en met 10 juli 2019 te Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

Het strafdossier bestaat naast de resultaten van de doorzoekingen hoofdzakelijk uit tap- en OVC-gesprekken. Verdachte komt in deze tapgesprekken weinig voor. Ten aanzien van de zaken van een drietal Rotterdamse medeverdachten, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (in het dossier en de tenlastelegging bekend onder de destijds vals opgegeven naam [naam] ), heeft de rechtbank geoordeeld dat zij hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. Niet vast is komen te staan dat verdachte contact onderhield met deze medeverdachten. Het enkele feit dat verdachte medepleger is van het bewerken van cocaïne in de flat aan de [adres] in [woonplaats] , waarbij het startproduct, cocaïne met de naam ‘SKY’, meerdere malen terugkomt in de administratie van de Rotterdamse criminele organisatie en derhalve mogelijk daarvan afkomstig is, is onvoldoende om van deelname aan deze criminele organisatie te spreken. Dat er sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband met de overige medeverdachten of andere personen, en dus een criminele organisatie, volgt niet uit de tap- en OVC-gesprekken uit het dossier. Het aantal druggerelateerde gesprekken tussen verdachte en deze medeverdachten is daarvoor te beperkt, noch bevat het dossier andere aanwijzingen waaruit een duurzame en gestructureerde samenwerking kan volgen.

Verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.

4.3.3.

Bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 1

[adres] te [woonplaats]

Naar aanleiding van een brand op 2 maart 2019 in het appartement aan de [adres] te [woonplaats] startte de politie aldaar een onderzoek. In de woonruimte op een tafel nabij het keukenblok werden twee magnetrons en een kleine ventilator aangetroffen. Naast de linker magnetron lag een plastic sealbag met daarin wit poeder. In het midden van de woonruimte stond een hoge tafel met daarop een weegschaal en twee blauwkleurige teiltjes, met daarin eveneens wit poeder. Op een bank in de woonruimte zijn in plastic gesealde witte blokken aangetroffen. Deze blokken waren2 voorzien van een stempel van een vuist en een beest.3 Verder is in de woonruimte een grote koffer open aangetroffen, met daarin metalen platen met figuren. Bij het keukenblok op de vloer lag een vierkante vorm die dezelfde afmetingen had als de aangetroffen blokken op de bank. Op de tafel bij het keukenblok lag voorts een aantal metalen platen. Eén daarvan betrof een afbeelding van een vuist, zoals te zien was op één van de witte blokken die op de bank lagen.4 In de hal van het appartement werd tussen de brandresten een bakplaat gevonden. In deze bakplaat lag een (drugs)mal gevuld met verbrande samengeperste poederresten. Op de tafel bij het keukenblok waar de magnetrons op stonden, is ook een jerrycan met het opschrift aceton aangetroffen. De blokken op de bank zijn gewogen en er zijn monsters veiliggesteld voor nader onderzoek. De totale aangetroffen hoeveelheid poeder kwam ongeveer uit op 20 kilo. Uit vervolgonderzoek bleek dat ongeveer 4 kilo Levimasol betrof en de overige 16 kilo cocaïne. Tijdens het onderzoek in de woning werden in een vuilniszak lege verpakkingen aangetroffen die waren voorzien van een "Sky" logo.5

Tevens werd een Audi sleutel, een vacumeermachine6,een hoes om drugs mee te verpakken, vacuümzakken voor vacumeermachine, een zelfgemaakte mal (behorende bij de pers) en een zelfgemaakte drukpers in beslag genomen.7

Onder meer de volgende monsters zijn veiliggesteld:

SIN: AAMH9250NL

Plaats veiligstellen: bemonstering pakketten in tas dirk woonkamer

Bijzonderheden: 4 pakketten van elk circa 1 kg

SIN: AAMH9195NL

Plaats veiligstellen: circa 1 kg poeder in tas dirk

SIN: AAMH9194NL

Plaats veiligstellen: circa 1 kg poeder in tas dirk8

SIN: AAMH9193NL

Plaats veiligstellen: circa 128 gram poeder in zakje

SIN: AAMH9192NL

Plaats veiligstellen: circa 1 kg poeder in bakje tafel

SIN: AAMH9191NL

Plaats veiligstellen: circa 500 gram poeder in bakje tafel

SIN: AAMH9190NL

Plaats veiligstellen: circa 3 kg poeder in bakje tafel

SIN: AAMH9189NL

Plaats veiligstellen: 1 kg poeder in bakje vloer slaapkamer

SIN: AAMH9188NL

Plaats veiligstellen: verbrand poeder vloer hal

SIN: AAMH9187NL

Plaats veiligstellen: verbrand poeder vloer hal

SIN: AAMH9186NL

Plaats veiligstellen: verbrand poeder vloer hal

SIN: AAMH9185NL

Plaats veiligstellen: 19 pakketten op zitbank

SIN: AAMH9184NL9

Plaats veiligstellen: 19 pakketten op zitbank

Bijzonderheden: vuist logo

SIN: AAMH9183NL

Plaats veiligstellen: 19 pakketten op zitbank

Bijzonderheden: nijlpaard logo10

Uit een indicatieve test is gebleken dat de monsters met de volgende SIN nummers mogelijk het versnijdingsmiddel Levamisol bevatten: AAMH9190NL,11 AAMH9193NL, AAMH9194NL en AAMH9195NL.12

Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft onderzoek gedaan naar bovengenoemde monsters en heeft het volgende bevonden.

Kenmerk: AAMH9191NL

Conclusie: bevat cocaïne13

Kenmerk: AAMH9189NL

Conclusie: bevat cocaïne14

Kenmerk: AAMH9250NL

Conclusie: bevat cocaïne15

Kenmerk: AAMH9188NL

Conclusie: bevat cocaïne16

Kenmerk: AAMH9186NL

Conclusie: bevat cocaïne17

Kenmerk: AAMH9187NL

Conclusie: bevat cocaïne18

Kenmerk: AAMH9184NL

Conclusie: bevat cocaïne19

Kenmerk: AAMH9183NL

Conclusie: bevat cocaïne20

Kenmerk: AAMH9192NL

Conclusie: bevat cocaïne21

Kenmerk: AAMH9185NL

Conclusie: bevat cocaïne22

Verwerkingsproces cocaïne

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] waarin het verwerkingsproces van cocaïne wordt beschreven. Hierin staat onder meer uiteengezet dat bij het versnijden van pure cocaïne de daders kennis moeten hebben van het verwerkingsproces, welke middelen ervoor nodig zijn en in welke hoeveelheid deze gebruikt moeten worden. Daarnaast moet er een versnijdingsmiddel voorhanden zijn om de cocaïne mee te mengen. Een voorbeeld van een versnijdingsmiddel, welke veel gebruik wordt, is Levamisol. Het doel van een versnijdingsmiddel is om de hoeveelheid cocaïne te vermeerderen en als zodanig te verkopen. Hierbij dient het versnijdingsmiddel te worden gemengd/opgenomen met de pure cocaïne, ook wel startproduct genoemd.23 In de woning aan de [adres] te [woonplaats] , werden verschillende parketten cocaïne aangetroffen met de “merknaam” Sky. Dit betrof het startproduct, dat werd versneden met het versnijdingsmiddel Levamisol.

Om het versnijdingsmiddel te mengen met het startproduct, dient het startproduct eerst te worden “vergruist”, dan wel vermalen tot een poeder, om aansluitend te worden gemengd met het versnijdingsmiddel. Op de [adres] werden verschillende teilen aangetroffen met daarin fijn wit poeder. Tijdens dit proces van vermalen komt vaak cocaïnestof vrij, wat neerdaalt in de betreffende ruimte. Dit zorgt ervoor dat er een fijne witte stoflaag van

cocaïnedeeltjes de ondergrond bedekt. In de woning aan de [adres] was een witte laag poeder laag zichtbaar op de tafel en vloerdelen.24

Als het startproduct terug is gebracht naar een poedervorm, wordt dit gemengd met het versnijdingsmiddel. Om ervoor te zorgen dat het versnijdingsmiddel goed wordt opgenomen door het startproduct, wordt deze vaak eerst bevochtigd met bijvoorbeeld aceton.25

Als het startproduct en het versnijdingsmiddel zijn gemengd, moet dat mengsel weer in nieuwe blokken worden geperst. Hierbij dient het poeder vochtig zijn, waarbij tevens aceton wordt gebruikt. De vochtige cocaïne dient aansluitend gewogen te worden en opnieuw geperst te worden in blokken. Voor deze stap in het proces heeft men een pers, persmal en logoplaten nodig. Deze mal is hiervoor speciaal gemaakt, doordat er kleine gaatjes aan de zijkant aanwezig zijn. Deze gaatjes dienen om vocht tijdens het persen te laten ontsnappen om zo een beter geperst blok te krijgen. In de mal wordt de afgewogen natte cocaïne gedaan. Aan de bovenzijde van de mal kan men een logo plaatsen, zodat deze in de vochtige cocaïne kan worden geperst. Tijdens het drogen van de cocaïne droogt dit logo op en blijft zo zichtbaar. Het doel hiervan is om verschillende blokken cocaïne te kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld de concurrent. Een bepaald logo kan staan voor een bepaalde kwaliteit van de cocaïne.26 Als het blok geperst is dient deze te drogen en uit te harden.27 Nadat de geperste blokken cocaïne gedroogd zijn, worden deze verpakt met een vacumeermachine.28

Camerabeelden lift

In het appartementencomplex van de woning aan de [adres] te [woonplaats] zijn beveiligingscamera’s opgehangen. De garage van het complex is gesitueerd op -1.29 De woning aan de [adres] te [woonplaats] bevindt zich op de zevende verdieping.30

Op de camerabeelden is te zien dat op 1 maart 2019 om 18:16 uur [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4] ) de lift instapt31 en om 18:18:03 uur is te zien dat [medeverdachte 4] uit de lift stapt op de zevende verdieping. Om 18:18:49 uur is te zien dat verdachte de lift instapt op de verdieping -1 en uitstapt op de zevende verdieping.32 Om 18:48 uur is te zien dat verdachte op de zevende verdieping de lift instapt en bij de verdieping -1 de lift uitloopt.33 Om 19:07 uur is te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt bij de zevende verdieping en naar de begane grond gaat. Om 20:48 uur is te zien dat verdachte in de lift stapt op de verdieping -1.34 Om 20:49 uur is te zien dat hij uitstapt bij de zevende verdieping. Om 21:10 uur is te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt op de begane grond en uitstapt bij de zevende verdieping. Om 21:19 uur is te zien dat verdachte vanaf de zevende verdieping naar de verdieping -1 gaat.35 Enige minuten later, om 21:30 uur stapt verdachte de lift weer in op de verdieping -1 en stapt uit bij de zevende verdieping. Weer wat later, om 22:59 uur stapt verdachte weer in de lift vanaf de zevende verdieping en gaat naar de begane grond.36 Om 23:24 uur is te zien dat verdachte de lift instapt op de begane grond en uitstapt bij de zevende verdieping.37

Op de camerabeelden is op 2 maart 2019 om 01:49 uur te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt bij de zevende verdieping en uitstapt op de begane grond. Om 01:55 uur is te zien dat verdachte de lift instapt bij de zevende verdieping en naar de begane grond gaat. Om 13:14 uur is te zien dat [medeverdachte 4] en een andere persoon de lift instappen.38 Beiden stappen uit bij de zevende verdieping. Op de beelden is zichtbaar dat [medeverdachte 4] en de andere persoon naar de voordeur lopen van de woning aan de [adres] te [woonplaats] .39 Om 13:49 uur is te zien dat verdachte de lift instapt. Om 15:26 uur is zichtbaar dat de lift wordt geactiveerd en naar de zevende verdieping gaat. Aldaar gaan de liftdeuren open. Op de beelden is dan zichtbaar dat de voordeur van de woning aan de [adres] te [woonplaats] geopend is en dat er vlammen in de gang zijn. Daarnaast is zichtbaar dat verdachte uit de brandende woning komt rennen en blauwe plastic handschoenen draagt.40

Na het bekijken van voornoemde camerabeelden heeft de politie de camerabeelden vanaf 19 februari 2019 ontvangen. Op 19 februari 2019 om 16:14 uur is verdachte in de lift te zien en om 16:22 uur is te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt en naar de zevende verdieping gaat.41 Om 16:33 uur is te zien dat verdachte met de lift naar de garage gaat. Rond 18:10 uur is verdachte in de lift te zien.42 Rond 20:20 uur is te zien dat verdachte de lift instapt vanuit de garage. Tien minuten later, rond 20:30 uur neemt verdachte de lift weer naar beneden.43 Om 21:35 uur neemt verdachte de lift weer naar boven.

Op 20 februari 2019 om 00:07 uur is te zien dat verdachte met een onbekend persoon in de lift staat en naar de garage gaat. Om 00:33 uur gaat verdachte naar boven met de lift.44 Rond 02:28 uur is te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt bij de zevende verdieping en naar beneden gaat. Enige tijd later, om 03:18 uur is te zien dat verdachte de lift naar beneden, naar de garage, neemt.45 Om 13:57 uur is te zien dat verdachte de lift omhoog neemt en vijf minuten later is te zien dat hij weer de lift pakt en naar de garage gaat. Om 15:48 uur is te zien dat verdachte naar boven gaat en om 17:25 uur weer naar beneden. Om 17:52 uur is te zien dat verdachte weer naar boven gaat46 en om 19:37 uur weer naar beneden, naar de garage. Om 19:53 uur is te zien dat verdachte weer naar boven gaat en om 20:57 uur naar beneden.47 Om 21:28 uur gaat verdachte met de lift weer omhoog. Om 21:38 uur is te zien dat [medeverdachte 4] de lift instapt en naar de begane grond gaat. Om 21:41 uur gaat verdachte met de lift naar beneden.48

Op 21 februari 2019 om 21:54 uur is te zien dat verdachte en een onbekend persoon vanaf de zevende verdieping met de lift naar de garage gaan. Om 23:00 uur nemen verdachte en de onbekende persoon weer de lift omhoog.

Op 22 februari 2019 om 00:19 uur is verdachte te zien in de lift. Hij gaat naar de garage.49 Om 13:19 uur is te zien dat verdachte vanuit de garage met de lift omhoog gaat. Om 14:13 uur is te zien dat verdachte naar beneden met de lift gaat.50

Op de camerabeelden is verder te zien dat verdachte op 19 februari 2019 witte teiltjes in de lift mee naar boven neemt. Deze teiltjes, met daarin cocaïne, zijn later in de woning aan de [adres] aangetroffen.51 Op 1 maart 2019 neemt verdachte een rolkoffer met daarop een zwarte tas met een grijze bies met zich meeneemt de lift in. In het appartement is eenzelfde koffer, met daarin persplaten en verpakkingsmaterialen, en eenzelfde soort zwarte tas met grijze bies onder de verwarming aangetroffen. Ook is zichtbaar dat verdachte een doos van een magnetron de lift in tilt. Eenzelfde geopende doos is aangetroffen in een kamer van het appartement.52 De magnetron uit de doos stond op een tafel. Een andere rolkoffer die verdachte op 1 maart 2019 in de lift mee naar boven nam, is geopend aangetroffen in de woonkamer. In deze rolkoffer zaten verschillende verpakkingsmaterialen en plastic handschoenen. 53

Voorts is op de camerabeelden te zien dat [medeverdachte 4] op 1 maart 2019 rond 18:16 uur samen met een onbekend persoon een geel/zwart geblokte bigshopper de lift in tilt en dat ze op de zevende verdieping daarmee uitstappen. In het appartement aan de [adres] te [woonplaats] is een geel/zwart geblokte tas aangetroffen. Tevens is camerabeelden te zien dat [medeverdachte 4] op 1 maart 2019 rond 19:07 uur een autosleutel in zijn handen heeft en hij een zwarte vest draagt. In het appartement werden een vergelijkbaar zwart vest en Audi sleutels aangetroffen.54 Deze Audi sleutels zijn onderzocht en horen bij een Audi met kenteken [kenteken] . Deze Audi staat op naam van verdachte.55

Op een in beslag genomen IPhone met SIN AAMZ6968NL werden twee foto’s aangetroffen, die waren genomen in de woning gelegen op de [adres] te [woonplaats] . Daarop is zichtbaar dat er 17 respectievelijk 8 blokken cocaïne staan te drogen voor de verwarming op de [adres] te [woonplaats] .56 De blokken cocaïne waren voorzien van het logo van een vlinder. Dit logo komt overeen met het logo op een persplaat die is aangetroffen op de [adres] .57 Deze telefoon was in gebruik bij [medeverdachte 4] .58

4.3.6

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1

De eerste vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of er in de woning aan de [adres] te [woonplaats] cocaïne is bewerkt. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

Uit de bevindingen van het forensisch onderzoek, dat is verricht naar aanleiding van de brand op 2 maart 2019 in de woning aan de [adres] te [woonplaats] , volgt dat er verschillende goederen zijn aangetroffen, waaronder teilen met wit poeder, een pers, een persmal, logoplaten, vacuümzakken en een vacumeermachine. Deze aangetroffen goederen, bezien in het licht van het proces-verbaal waarin het verwerkingsproces van cocaïne uiteengezet is, duiden er volgens de rechtbank op dat er in de woning een startproduct van pure cocaïne werd vermalen, werd versneden en gemengd met een versnijdingsmiddel, waarna het mengsel in nieuwe blokken werd geperst en deze gedroogd en gevacuumeerd werden. Daar komt bij dat er in de woning 16 kilogram aan cocaïne is aangetroffen, het eindproduct en lege verpakkingen van het startproduct. Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er in de woning aan de [adres] te [woonplaats] cocaïne is bewerkt.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden, is of het verdachte en de medeverdachten waren die deze cocaïne hebben bewerkt. De rechtbank acht bij de beantwoording van die vraag de camerabeelden van de lift van het appartementencomplex van de woning aan de [adres] te [woonplaats] van belang. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte op 19 februari 2019, 20 februari 2019, 21 februari 2019, 22 februari 2019, 1 maart 2019 en 2 maart 2019 op de zevende verdieping van het appartementencomplex is geweest. De woning aan de [adres] te [woonplaats] is gesitueerd op de zevende verdieping. Op sommige dagen is te zien dat verdachte meerdere keren van en naar de zevende verdieping gaat. Verdachte had een aantal keer diverse goederen bij zich, waaronder witte teiltjes, een rolkoffer en een zwarte tas. Goederen die ook zijn aangetroffen in de woning. De teiltjes en de inhoud van de rolkoffer houden verband met het verwerkingsproces van cocaïne. De rechtbank acht daarnaast in bijzonder van belang dat verdachte op 2 maart 2019 omstreeks 15:26 uur op de camerabeelden zichtbaar is, terwijl hij met blauwe plastic handschoenen aan uit de brandende woning komt rennen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 2 maart 2019 de badkamer van de woning aan de [adres] te [woonplaats] aan het schoonmaken was en dat hij daarom op de beelden te zien is met blauwe plastic handschoenen aan. Daarnaast heeft hij verklaard dat er eerder die dag (2 maart 2019) andere personen aanwezig waren in de keuken van de woning. Personen die hij niet kent en die al weg waren op het moment dat de brand uitbrak. Gelet op de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen, hetgeen hiervoor is overwogen en het feit dat er geen andere personen te zien zijn op de camerabeelden in het appartementencomplex, acht de rechtbank de verklaring van verdachte ongeloofwaardig.

Medeverdachte [medeverdachte 4] is op 19 februari 2019, 20 februari 2019, 1 maart 2019 en 2 maart 2019 op de zevende verdieping van het appartementencomplex, waar de woning aan de [adres] is gesitueerd, geweest. Ook [medeverdachte 4] had daarbij goederen bij zich, die ook zijn aangetroffen in de woning en die verband houden met het verwerkingsproces van cocaïne. De rechtbank acht voorts van belang dat [medeverdachte 4] op 2 maart 2019 om 13:14 uur nog naar de woning aan de [adres] te [woonplaats] is geweest. Slechts 2 uur en 12 minuten later brak de brand uit in de woning aan de [adres] en bleek uit onderzoek van de politie dat er in de woning cocaïne werd bewerkt.

Tot slot acht de rechtbank ook van belang dat op de telefoon van [medeverdachte 4] foto’s van (een eerdere partij) drogende blokken cocaïne in de woning aan de [adres] zijn aangetroffen.

Nu in de woning aan de [adres] te [woonplaats] cocaïne werd bewerkt, zoals hiervoor is overwogen, en op 2 maart 2019 bewerkte cocaïne is aangetroffen, in samenhang bezien met het feit dat verdachte en [medeverdachte 4] in de periode van 19 februari 2019 tot en met 2 maart 2019 regelmatig in de woning aan de [adres] te [woonplaats] zijn geweest en hetgeen is aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 4] , zoals hiervoor uiteengezet, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte 4] in de periode van 19 februari 2019 tot en met 2 maart 2019 in de woning aan de [adres] te [woonplaats] samen grote hoeveelheden cocaïne hebben bewerkt.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op meer tijdstippen gelegen in de periode van 19 februari 2019 tot en met 2 maart 2019 in de gemeente [woonplaats] (in een pand aan de [adres] ) telkens tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk grote hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft bewerkt.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

feit 1

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van het voorarrest.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om rekening te houden bij de geringe rol van verdachte en het feit dat hij geen relevante justitiële documentatie heeft. Daarnaast heeft de verdediging verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, die gelijk is aan het voorarrest.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het bewerken van cocaïne in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . In die woning is een cocaïnelaboratorium aangetroffen waar pure cocaïne als startproduct werd vermalen tot poeder en vervolgens werd vermengd met een versnijdingsmiddel. Daarna werd het mengsel opnieuw in blokken geperst, welke blokken werden voorzien van een eigen stempel. Tot slot werden de blokken gedroogd, zodat de blokken versneden cocaïne konden worden verkocht. Verdachte heeft met het bewerken van de cocaïne in een woning gelegen in een appartementencomplex omwonenden in gevaar gebracht. Het bewerken van cocaïne is immers een brandgevaarlijk proces, welk gevaar zich in dit geval op 2 maart 2019 ook heeft verwezenlijkt. Verdachte is met vorenstaande bovendien medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik van harddrugs veroorzaken. Daarbij is van belang dat harddrugs vaak sterk verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat verslaafden vaak vermogensdelicten plegen om in hun gebruik te kunnen voorzien. Daarnaast heeft verdachte met zijn handelwijze bijgedragen aan de instandhouding van het illegale drugscircuit. Algemeen bekend is dat de handel in drugs gepaard gaat met (zware) criminaliteit en ondermijning van de samenleving. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en heeft slechts gehandeld uit winstbejag.

De persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank acht geslagen op de inhoud van een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 30 september 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank weegt dit niet ten voor- of nadele van verdachte mee.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook acht geslagen op het reclasseringsadvies

van 1 oktober 2019, uitgebracht door het Leger des Heils. In dit rapport staat onder meer beschreven dat de rapporteur geen aanknopingspunten voor gedragsinterventies ziet, mede vanwege het feit dat verdachte hetgeen hem ten laste wordt gelegd, ontkent. Om die reden kan de reclassering ook geen inschatting geven van eventuele risico’s.

De straf

Kijkend naar de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit is een gevangenisstraf de enige passende straf. De rechtbank ziet, bij de keuze tot het opleggen van de gevangenisstraf en bij de vaststelling van de duur daarvan, aanleiding om uit te gaan van de landelijke oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS-oriëntatiepunten) voor het voorhanden hebben van harddrugs. Daarin wordt uitgegaan van het gewicht van de harddrugs. Hoe meer (kilo)grammen drugs iemand voorhanden had, hoe groter de gevangenisstraf is die genoemd staat in de oriëntatiepunten. In dat kader neemt de rechtbank mee dat 16 kilogram cocaïne is aangetroffen in de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De rechtbank gaat aldus uit van de volgens de oriëntatiepunten op te leggen straf behorend bij een gewicht tussen 10.000 en 20.000 gram, zijnde een gevangenisstraf van 30 maanden onvoorwaardelijk. Hoewel verdachte in het onderhavige geval veroordeeld wordt voor het bewerken van cocaïne, hetgeen een hogere strafoplegging zou rechtvaardigen, ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn rol/positie zoals deze uit het dossier naar voren komt, aanleiding om aan te sluiten bij het bovengenoemde oriëntatiepunt. De rechtbank acht dan ook alles overwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

9 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht alle in beslag genomen voorwerpen, genoemd op de beslaglijst die zich in het dossier bevindt, verbeurd te verklaren. De voorwerpen zijn gebruikt bij het strafbare feit.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank neemt in het kader van deze procedure geen beslissing over de in beslag genomen voorwerpen, zoals vermeld op de beslaglijst zoals deze zich in het dossier bevindt, nu daar conservatoir beslag op ligt.

10 VOORLOPIGE HECHTENIS

10.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank bij eindvonnis de schorsing van de voorlopige hechtenis opheft.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis nu integraal vrijspraak volgens de verdediging dient te volgen. Subsidiair verzoekt de verdediging de schorsing van de voorlopige hechtenis onder de huidige voorwaarden te continueren.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Het uitgangspunt is dat iedereen zijn berechting in vrijheid moet kunnen afwachten, tenzij er argumenten zijn die voorlopige hechtenis noodzaken.59 Het spreekt voor zich dat een verdachte een belang heeft om ook de uitkomst van een (eventueel) hoger beroep in vrijheid af te wachten. Dit belang is evenwel niet onbeperkt. Het is niet zo dat een verdachte ook hangende het hoger beroep zijn berechting in vrijheid mag afwachten, gelet op artikel 5 lid 1, aanhef en onder a van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hierin is immers bepaald dat ná veroordeling, vrijheidsbeneming is gerechtvaardigd. Deze veroordeling hoeft niet onherroepelijk te zijn.60 Deze redenering kan naar analogie ook worden toegepast op zaken in eerste aanleg waarin het bevel tot voorlopige hechtenis is geschorst en de verdachte vervolgens tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld die langer is dan de duur van het reeds ondergane voorarrest.

Bij de beoordeling of de schorsing in onderhavige zaak moet worden opgeheven, dient de rechtbank de belangen van de samenleving en verdachte af te wegen en na te gaan of deze opheffing geboden is. In dit geval wegen voor de rechtbank de strafvorderlijke belangen dat de voorlopige hechtenis weer komt te herleven zwaarder dan de persoonlijke belangen van verdachte, met name gelet op de ernst van het bewezen verklaarde – zoals hiervoor toegelicht – en de gevangenisstraf waartoe dit heeft geleid. Dit betekent dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht,

  • -

    2 en 10 van de Opiumwet,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- spreekt verdachte vrij van alles wat meer in de tenlastelegging is opgenomen dan wat hiervoor in rubriek 5 is bewezen verklaard;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 (dertig) maanden;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

Voorlopige hechtenis

- heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf, voorzitter, en mrs. J.G. van Ommeren en E. Slager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.E. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 april 2021.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op een of meer tijdstippen, gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 2 maart 2019 in de gemeente [woonplaats] (in een pand aan de [adres] ) (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad meerdere (grote) hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2

hij in of omstreeks de periode van 11 juni 2019 tot en met 12 juli 2019 te Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten zware mishandeling met voorbedachten rade (van de persoon waarvan verdachte en/of zijn medeverdachten denken dat die persoon te maken heeft met de diefstal met geweld van een auto op 11 juni 2019 te Utrecht), opzettelijk

- naar camerabeelden en/of gegevensdragers met camerabeelden met betrekking tot de diefstal met geweld van een auto op 11 juni 2019 te Utrecht hebben/heeft gezocht en/of die

camerabeelden en/of gegevensdragers verworven en/of voorhanden gehad en/of bekeken en/of

- een of meer bakens/trackers (ten behoeve van het heimelijk lokaliseren en/of volgen van een auto en/of andere voorwerpen) vervaardigd en/of voorhanden gehad en/of geplaatst

en/of

- een op afstand bedienbaar ontstekingsmechanisme voorhanden gehad, en/of

- overleg hebben gehad en/of besproken op welke wijze zij dat zware lichamelijk letsel zouden kunnen toebrengen;

feit 3

hij op een of meerdere tijdstippen, gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 10 juli 2019 te Utrecht en/of te Amsterdam en/of te Rotterdam, en/of andere plaatsen in Nederland, (telkens), heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 2] en/of [naam] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] , en/of een of meer andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde en/of vierde en/of vijfde lid van de opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een bedrijf of beroep) opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben gehad en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote) hoeveelheden cocaïne, zijnde die cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, danwel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 25 november 2019, genummerd 2019063327, 2019189958 en 2019204583 opgemaakt door politie Midden-Nederland, Districtsrecherche Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 1985. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 473.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 474.

4 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 494.

5 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 495.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 488.

7 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 501.

8 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 496.

9 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 497.

10 Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres] [woonplaats] ), p. 498.

11 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant 4] , p. 515.

12 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant 4] , p. 516.

13 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 550.

14 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 551.

15 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 552.

16 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 553.

17 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 554.

18 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 555.

19 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 556.

20 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 557.

21 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 558.

22 Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 5 maart 2019 door rapporteur ing. A.B.M. van Esch - de Bruin, p. 559.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 13.

24 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 14.

25 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 15.

26 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 17.

27 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 19.

28 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 20.

29 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 571.

30 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , p. 473.

31 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 572.

32 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 573.

33 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 575.

34 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 578.

35 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 579.

36 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 580.

37 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 581.

38 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 582.

39 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 583.

40 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 584.

41 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 587.

42 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 588.

43 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 589.

44 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 590.

45 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 591.

46 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 592.

47 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 593.

48 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 594.

49 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 596.

50 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 597.

51 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 630.

52 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 608.

53 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 609.

54 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 612.

55 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] , p. 188.

56 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 631.

57 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 633.

58 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 1017.

59 Zie artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) lid 1, aanhef en onder c jo. artikel 5, lid 3 EVRM.

60 Zie hiervoor onder andere de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 mei 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2848.