Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1566

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
518963 FV RK 21-499
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

art 7:6 Wvggz, betrokkene is niet gehoord. Geen strijd met de hoorplicht, omdat psychiater terecht heeft geconcludeerd dat betrokkene niet gehoord kon worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht

locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/518963 / FV RK 21-499

Beroep tegen een crisismaatregel

Beschikking van 16 april 2021 naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

verblijvende te [naam instelling] , locatie [naam locatie] in [plaatsnaam] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. C.A. Stassen-Buijs.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 18 maart 2021, gewijzigd bij e-mail van 29 maart 2021, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de crisismaatregel die de burgemeester van de gemeente [naam gemeente] op 12 maart 2021 jegens hem heeft opgelegd.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 april 2021. Vanwege de coronamaatregelen heeft de mondelinge behandeling via Skype plaatsgevonden, conform de Algemene Regeling Zaaksbehandeling Rechtspraak. Daarbij zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    de heer [A] namens de burgemeester van de gemeente [naam gemeente] ;

  • -

    de heer [B] , psychiater, namens [naam instelling] .

2 Het verzoek en de standpunten

2.1.

Betrokkene stelt beroep in tegen de crisismaatregel die de burgemeester van de gemeente [naam gemeente] tegen hem heeft verleend en verzoekt daarnaast schadevergoeding ten laste van, naar de rechtbank begrijpt, de gemeente [naam gemeente] . Betrokkene stelt het beroep in, omdat hij bij het nemen van de crisismaatregel niet is gehoord. Daarmee is volgens betrokkene niet voldaan aan het vereiste in artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz. Betrokkene heeft daardoor schade geleden en verzoekt een schadevergoeding van € 500,-.

2.2.

Namens de burgemeester is verweer gevoerd tegen het beroep. De psychiater die betrokkene heeft beoordeeld in het kader van de crisismaatregel heeft geconstateerd dat betrokkene niet gehoord kon worden, omdat betrokkene in een uitgebrand huis zonder elektriciteit verbleef, verlicht met een enkele kaarsvlam en betrokkene dermate psychotisch was dat hij niet in staat was tot een zinnig gesprek. Op basis van deze informatie heeft de burgemeester betrokkene niet gehoord.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz neemt de burgemeester niet eerder een crisismaatregel dan nadat hij betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. De aanduiding ‘zo mogelijk’ ziet op de situatie dat betrokkene niet wil of kan worden gehoord. Als betrokkene niet gehoord kan of wil worden, kan het horen achterwege blijven.

3.2.

De Hoge Raad heeft zich in het arrest van 20 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1806) over de hoorplicht in artikel 7:1 Wvggz uitgelaten. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de vaststelling of een betrokkene kan of wil worden gehoord, en het horen zelf. Het horen zelf hoeft niet door de burgemeester zelf plaats te vinden, maar kan ook worden gedaan door een instantie waar de betrokkene zich in de gegeven situatie bevindt of door iemand die werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van de burgemeester. Het horen kan echter niet worden overgelaten aan de onafhankelijk psychiater die de medische verklaring ten behoeve van de beoogde crisismaatregel heeft opgesteld, ongeacht of deze verbonden is aan de accommodatie waar de betrokkene verblijft. Deze heeft de betrokkene immers al onderzocht en geadviseerd de maatregel te nemen en is dus betroken bij de procedure.

3.3.

De vaststelling of een betrokkene kan of wil worden gehoord, kan de burgemeester volgens de Hoge Raad ook overlaten aan een derde. Deze derde kan in dit geval ook de onafhankelijk psychiater zijn die de medische verklaring ten behoeve van de crisismaatregel opstelt. Als de burgemeester de vaststelling of een betrokkene kan of wil worden gehoord overlaat aan de psychiater en de psychiater vermeldt bij de aanvraag van de crisismaatregel uitsluitend dat de betrokkene niet kan of wil worden gehoord en daarvoor is in het dossier dat bij de aanvraag van de crisismaatregel geen aanknopingspunt te vinden, dan kan van de burgemeester in dat geval worden verlangd dat hij nagaat op welke omstandigheden de desbetreffende vermelding berust en dat hij daarvan verantwoording aflegt in zijn besluit. Indien hij heeft nagelaten van zijn bevindingen in het besluit melding te maken, kan dat verzuim ingeval van een beroep tegen de crisismaatregel bij de rechter worden hersteld.

3.4.

In deze procedure heeft de psychiater die betrokkene heeft onderzocht in het kader van de aanvraag voor de crisismaatregel vastgesteld dat betrokkene niet gehoord kon worden. In het episodejournaal heeft de psychiater als reden vermeld dat ‘betrokkene verblijft in een uitgebrand huis, zonder elektriciteit, verlicht met een enkele kaarsvlam. Hij is dermate psychotisch dat hij niet in staat is tot een zinnig gesprek’. De burgemeester heeft daarop de crisismaatregel verleend zonder betrokkene te horen. De vraag is of de burgemeester hierdoor in strijd met de hoorplicht uit artikel 7 Wvggz heeft gehandeld.

3.5.

Uit het arrest van de Hoge Raad volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze gang van zaken niet in strijd is met de hoorplicht uit artikel 7:1 Wvggz. De burgemeester mag de vaststelling dat een betrokkene niet gehoord kan worden, immers overlaten aan de psychiater die de medische verklaring opstelt ten behoeve van de crisismaatregel, zoals in dit geval is gebeurd. Omdat in het episodejournaal is toegelicht waarom betrokkene niet gehoord kon worden, hoefde de burgemeester ook niet na te gaan waarop deze constatering van de psychiater berustte. De burgemeester heeft dus in lijn met artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz gehandeld.

3.6.

Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of de psychiater in dit geval op goede gronden heeft geconcludeerd dat betrokkene niet kon worden gehoord. De rechtbank stelt voorop dat de rechtbank dit slechts marginaal toetst. Het is immers de taak van de burgemeester om vast te stellen of een betrokkene gehoord kan worden, welke taak de burgemeester al dan niet overlaat aan een derde. Het is niet aan de rechtbank om in volle omvang te toetsen of betrokkene op dat moment gehoord kon worden of niet. De rechtbank is het evenwel met de advocaat van betrokkene eens dat voor de vraag of een betrokkene gehoord kan worden, niet als maatstaf kan dienen of met een betrokkene een “goed gesprek” gevoerd kan worden. Een psychische stoornis onder invloed waarvan een betrokkene mogelijk onsamenhangende uitspraken doet, is in beginsel geen reden om voorbij te gaan aan de hoorplicht. De advocaat stelt terecht dat in dat geval de hoorplicht een dode letter zou zijn. In zoverre is de bewoording van de psychiater in het episodejournaal, waarbij de psychiater aangeeft dat met betrokkene ‘geen zinnig gesprek’ gevoerd kan worden, ongelukkig gekozen. Er kunnen echter wel omstandigheden zijn waarbij uitingen als gevolg van de psychische stoornis dusdanig ernstig zijn, dat het niet mogelijk is een betrokkene te horen. Ook kan het zijn dat de fysieke omstandigheden maken dat een betrokkene niet gehoord kan worden.

3.7.

De psychiater heeft geconcludeerd dat betrokkene dermate psychotisch was, dat betrokkene niet kon worden gehoord. Hieruit leidt de rechtbank af dat het niet de psychose zelf was die maakte dat betrokkene niet kon worden gehoord, maar de ernst van de psychose. Bovendien verbleef betrokkene in een uitgebrande woning zonder elektriciteit. Betrokkene heeft op zitting verklaard dat wat over was van de woning nog nat was van het bluswater. Al deze omstandigheden in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat de psychiater in dit geval kon concluderen dat betrokkene onder deze omstandigheden niet gehoord kon worden.

3.8.

Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat er voldaan is aan de vereisten van artikel 7:1 lid 3 onder b Wvggz. De psychiater heeft terecht geconcludeerd dat betrokkene niet kon worden gehoord en de burgemeester mocht op deze constatering afgaan. Het beroep van betrokkene slaagt dus niet. De rechtbank zal daarom het beroep ongegrond verklaren. Omdat het beroep ongegrond zal worden verklaard, is er geen grond voor schadevergoeding. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1.

verklaart het beroep tegen de crisismaatregel ongegrond;

4.2.

wijst af het verzoek tot schadevergoeding.

Deze beschikking is gegeven door mr. T. Dopheide, rechter, in aanwezigheid van

de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2021.

..

Tegen de beslissing op het beroep tegen de crisismaatregel staat cassatie open.