Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1484

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-04-2021
Datum publicatie
19-04-2021
Zaaknummer
C/16/485775 / HA RK 19-225
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het openbaar ministerie heeft de rechtbank Midden-Nederland verzocht om de motorclub Caloh Wagoh op grond van art. 2:20 BW verboden te verklaren en te ontbinden. Caloh Wagoh is niet in de procedure verschenen. Zes belanghebbenden, leden van Caloh Wagoh, zijn wel in de procedure verschenen en hebben verweer gevoerd. Anders dan de zes belanghebbenden is de rechtbank van oordeel dat zij relatief bevoegd is en dat Caloh Wagoh op de juiste wijze is opgeroepen. De rechtbank is verder van oordeel dat de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd is met de openbare orde en dat Caloh Wagoh daarom moet worden verboden en ontbonden. Die werkzaamheid bestaat uit gedragingen van Caloh Wagoh zélf en uit gedragingen die voortkomen uit de geweldscultuur van Caloh Wagoh. Ook de lokale chapters vallen onder het verbod omdat zij geen informele verenigingen zijn. Het verzoek van het openbaar ministerie om de verbodenverklaring en de ontbinding van Caloh Wagoh uitvoerbaar bij voorraad te verklaren wordt, na een belangenafweging, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/250
OR-Updates.nl 2021-0224
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht, zitting houdende te Amsterdam

zaaknummer / rekestnummer: C/16/485775 / HA RK 19-225

Beschikking van 19 april 2021

in de zaak van

het OPENBAAR MINISTERIE,

domicilie kiezend te Rotterdam,

verzoeker,

tegen

de informele vereniging CALOH WAGOH MAIN TRIAD (MOTORCYCLE CLUB),

zonder bekende vestigingsplaats,

gerekwestreerde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het openbaar ministerie (hierna: het OM) heeft op 1 augustus 2019 een verzoek tegen de informele vereniging Caloh Wagoh Main Triad (Motorcycle Club) (hierna: Caloh Wagoh) ingediend. De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 14 oktober 2019 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om uiterlijk op 10 januari 2020 een verweerschrift in te dienen. De griffier heeft Caloh Wagoh ook via een contactformulier op de website http://calohwagohmc.com/ (hierna: de website) opgeroepen dit te doen.

1.2.

De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 21 januari 2020 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om op de zitting van 20 april 2020 te verschijnen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. De griffier heeft Caloh Wagoh daarnaast via een contactformulier op de website hiervoor opgeroepen. De zitting heeft niet kunnen plaatsvinden door maatregelen tegen verspreiding van Covid-19.

1.3.

De griffier heeft met een bericht in de Staatscourant van 21 juli 2020 Caloh Wagoh en andere belanghebbenden opgeroepen om op de zitting van 26 oktober 2020 te verschijnen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. De griffier heeft Caloh Wagoh daarnaast via een contactformulier op de website hiervoor opgeroepen. Caloh Wagoh is niet op de zitting verschenen. Mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, heeft zich op de zitting namens de belanghebbenden [belanghebbende 1], [belanghebbende 2], [belanghebbende 3] en [belanghebbende 4] gesteld. De rechtbank heeft op de zitting bepaald dat de behandeling van het verzoek op de zitting van 14 december 2020 wordt voortgezet en deze datum (en het tijdstip en de plaats van de zitting) aan de verschenen partijen aangezegd. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

1.4.

De zitting is op 14 december 2020 voortgezet. Mr. Boumanjal heeft zich op die zitting ook namens [belanghebbende 5] als belanghebbende gesteld. Daarnaast heeft [belanghebbende 6] zich op die zitting als belanghebbende in deze zaak gemeld. Het OM heeft op de zitting het verzoek toegelicht. De rechtbank heeft op de zitting bepaald dat de behandeling van het verzoek op de zitting van 4 maart 2021 wordt voortgezet en deze datum (en het tijdstip en de plaats van de zitting) aan de verschenen partijen aangezegd, aan [belanghebbende 6] in persoon, aan de overige vijf verschenen belanghebbenden door mededeling aan mr. Boumanjal. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

1.5.

De datum waarop de behandeling van het verzoek zou worden voortgezet, 4 maart 2021, is hierna in overleg met het OM en de verschenen belanghebbenden verzet naar 5 maart 2021. Met een e-mail van 4 maart 2021 heeft mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, zich als gemachtigde voor de zes bovengenoemde belanghebbenden (hierna: de zes belanghebbenden) gesteld.

1.6.

De zitting is op 5 maart 2021 voortgezet. Mr. Boumanjal heeft op die zitting meegedeeld dat hij, naast mr. Van der Werf, alle zes de belanghebbenden als gemachtigde bijstaat. De zes belanghebbenden hebben op de zitting verweer gevoerd. Het OM heeft op dit verweer gereageerd, waarna de zes belanghebbenden tot slot het woord hebben gevoerd. Hierna heeft de rechtbank bepaald dat zij op 19 april 2021 uitspraak zal doen. De rechtbank heeft een procesverbaal van de zitting opgemaakt.

2 De zaak in het kort

2.1.

De zaak gaat, kort gezegd, over het volgende. Caloh Wagoh is een Nederlandse motorclub die op 9 juli 2016 is opgericht. Eind 2019 waren er ongeveer 20 lokale chapters (afdelingen) van Caloh Wagoh. Het OM vindt het noodzakelijk dat Caloh Wagoh wordt verboden en heeft daarvoor een verzoek ingediend. De zes belanghebbenden, allen lid van Caloh Wagoh, voeren verweer tegen het verzoek. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de zes belanghebbenden niet opgaat en dat Caloh Wagoh moet worden verboden. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Het OM verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de informele vereniging Caloh Wagoh verboden te verklaren en te ontbinden met benoeming van een vereffenaar. Het OM vindt dat gedragingen van Caloh Wagoh in strijd zijn met de openbare orde. Het verzoek is gebaseerd op artikel 2:20 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin staat dat een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde op verzoek van het OM door de rechtbank verboden wordt verklaard en wordt ontbonden. Een informele vereniging is een rechtspersoon.

3.2.

De zes belanghebbenden voeren verweer. Zij vinden dat de rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd is om deze zaak te behandelen en dat Caloh Wagoh niet op de juiste manier is opgeroepen. Zij wijzen er verder op dat de rechtbank uiterst terughoudend moet zijn met een verbod van een rechtspersoon. Zij voeren ook aan dat lokale chapters van Caloh Wagoh niet onder een eventueel verbod kunnen vallen, omdat zij zelf informele verenigingen zijn en tot slot dat het OM er onvoldoende belang bij heeft dat een eventueel verbod uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. De rechtbank zal hierna, onder hoofdstuk 4, nader ingaan op de stellingen van het OM en de zes belanghebbenden.

4 De beoordeling

Bevoegdheid rechtbank Midden-Nederland

4.1.

De rechtbank moet op grond van artikel 270 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) beoordelen of zij dan wel een andere rechtbank bevoegd is deze zaak te behandelen. De zes belanghebbenden vinden dat de rechtbank MiddenNederland niet bevoegd is. Volgens hen heeft Caloh Wagoh geen woonplaats in de zin van artikel 1:10 lid 2 BW en daarom ook geen woonplaats in het rechtsgebied van deze rechtbank, waardoor niet is voldaan aan artikel 995 lid 1 Rv.

4.2.

De rechtbank acht zich bevoegd om deze zaak te behandelen. De rechtbank licht dit als volgt toe. Voor een verzoek op grond van artikel 2:20 lid 1 BW is de woonplaats van de rechtspersoon waartegen het verzoek is gericht, bepalend voor de bevoegdheid van een rechtbank. Als die woonplaats in het rechtsgebied van een bepaalde rechtbank ligt, dan is die rechtbank bevoegd. Dit volgt uit artikel 995 lid 1 Rv. Uit artikel 1:10 lid 2 BW blijkt dat een rechtspersoon zijn woonplaats heeft ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft.

4.3.

De rechtbank gaat er met het OM en de zes belanghebbenden vanuit dat Caloh Wagoh een informele vereniging is en dus een rechtspersoon waarop de artikelen 995 lid 1 Rv en 1:10 lid 2 BW moeten worden toegepast. Caloh Wagoh heeft leden die contributie moeten betalen. Caloh Wagoh is verder een organisatorisch verband met een hiërarchische structuur. Caloh Wagoh bestaat uit lokale chapters die worden geleid door presidenten. De lokale chapters staan onder het gezag van de Junta Nacional (de nationale raad). De Junta Nacional bestaat uit (guardia) nacionals en wordt geleid door patrono [A] . Caloh Wagoh treedt bovendien naar buiten toe op als zelfstandige eenheid. De leden dragen in het openbaar (vrijwel) uniforme colors1 en Caloh Wagoh had tot voor kort een eigen website: http://calohwagohmc.com/. Deze omstandigheden zijn niet betwist. De rechtbank merkt hierbij nog op dat volgens de Hoge Raad aan het bestaan van een informele vereniging niet te zware eisen moeten worden gesteld2.

4.4.

Volgens een reglement van Caloh Wagoh is Mijdrecht de plaats waar Caloh Wagoh zetelt. De politie heeft op 27 februari 2018 in een onderzoek naar vuurwapenhandel een bedrijfspand doorzocht dat in gebruik was bij een president van een lokaal chapter van Caloh Wagoh. Bij die doorzoeking is het Caloh Wagoh Main Triad Motorcycle Club Kennisdocument (hierna: het kennisdocument) aangetroffen. In het kennisdocument zijn het ontstaan, de organisatie en de gebruiken van Caloh Wagoh beschreven. Het kennisdocument bevat daarnaast regels voor de lokale chapters en de leden van Caloh Wagoh. Het kennisdocument is dan ook in die zin een reglement van Caloh Wagoh. De woorden reglement en reglementen, soms in combinatie met CWMT (afkorting van Caloh Wagoh Main Triad), worden in het kennisdocument zelf ook gebruikt om het kennisdocument dan wel de regels daarin aan te duiden. Hoewel Mijdrecht niet met zoveel woorden in dit reglement is genoemd als de plaats waar Caloh Wagoh zetelt, volgt dit wel daaruit. Uit het kennisdocument blijkt immers dat de Junta Nacional vrijwel alles te zeggen heeft over Caloh Wagoh en haar leden en is ondergebracht in een nationaal chapter met de naam Cuadrilla Junta Nacional, dat in Mijdrecht zetelt. Mijdrecht kan daarom worden gezien als de plaats waar volgens het kennisdocument Caloh Wagoh zetelt en dus woonplaats heeft in de zin van artikel 1:10 lid 2 BW. Mijdrecht ligt in het rechtsgebied van de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank is dus bevoegd.

4.5.

De rechtbank verwerpt hierbij het verweer van de zes belanghebbenden dat het kennisdocument slechts een concept is. De zes belanghebbenden hebben niet duidelijk en concreet gemaakt waarom zij menen dat het om een concept gaat. Uit het kennisdocument blijkt dit namelijk niet, integendeel: het kennisdocument is een gebonden boekje met op de voorkant een foto van het embleem van Caloh Wagoh en heeft dan ook de uitstraling van een definitief vastgesteld document. Ook uit de tekst van het boekje blijkt niet dat het om een concept gaat.

Oproeping Caloh Wagoh

4.6.

De zes belanghebbenden vinden dat Caloh Wagoh niet juist is opgeroepen. Volgens hen had die oproeping er mede in moeten bestaan dat de prominente leden van Caloh Wagoh, met name patrono [A] , waren opgeroepen. Die leden weten van het reilen en zeilen van de club en zijn beter dan de zes belanghebbenden in staat om verweer te voeren tegen het verzoek.

4.7.

De rechtbank is van oordeel dat Caloh Wagoh op de juiste manier is opgeroepen. Het verzoek tot aanhouding om alsnog Caloh Wagoh op te roepen, wordt dus afgewezen. De rechtbank licht dit als volgt toe. In artikel 272, eerste volzin, Rv staat dat niet in de procedure verschenen belanghebbenden van wie de woonplaats of het werkelijke verblijf onbekend is, worden opgeroepen via een bericht in de Staatscourant. Het gaat hierbij niet om de woonplaats die de bevoegdheid van de rechtbank bepaalt (zie 4.2), maar om een actueel postadres. In het geval van Caloh Wagoh ontbreekt een actueel postadres. Uit een bijlage bij het verzoek blijkt weliswaar van het adres van het clubhuis van de Junta Nacional ( [adres] in Mijdrecht), maar dat clubhuis is na een politie-inval medio 2018 niet meer in gebruik. Caloh Wagoh moest dan ook via de Staatscourant in de procedure worden opgeroepen met vermelding van plaats, dag en uur van de zitting van 26 oktober 2020, zoals de griffier heeft gedaan. Caloh Wagoh hoefde, anders dan de zes belanghebbenden menen, daarna niet te worden bericht over verdere zittingen.

4.8.

Bovendien neemt de rechtbank aan dat de oproep Caloh Wagoh daadwerkelijk heeft bereikt. Caloh Wagoh is namelijk via een contactformulier op de website voorafgaand aan de zitting van 26 oktober 2020 opgeroepen. Op die oproeping is op 18 juli 2020 als volgt gereageerd: “Krijg lekker de tering. Mvg. Caloh wagoh mc”. Gelet op de reactie gaat de rechtbank ervan uit dat Caloh Wagoh de oproeping voor de zitting onder ogen heeft gekregen. Daar doet het verweer van de zes belanghebbenden niet aan af. Volgens de zes belanghebbenden was [A] de enige die een emailadres beheerde, was dit mogelijk het e-mailadres van de website, is dit emailadres na de aanhouding van [A] (naar de rechtbank begrijpt: dus mogelijk) onbeheerd achtergelaten, is niet bekend wie op de oproeping reageerde en is daarom niet zeker dat de oproeping Caloh Wagoh heeft bereikt. Dit verweer is onvoldoende concreet en wordt daarom verworpen. De website was de officiële website van Caloh Wagoh. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een willekeurige derde toegang tot het emailaccount van de website heeft gekregen en namens Caloh Wagoh heeft gereageerd op de wijze zoals hiervoor is weergegeven. De zes belanghebbenden hebben hiervoor geen enkele concrete aanwijzing aangereikt.

Werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd met de openbare orde

4.9.

De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd is met de openbare orde. De rechtbank stelt daarbij het volgende voorop, onder verwijzing naar de rechtspraak over dit onderwerp.

4.10.

De vrijheid van vereniging en vergadering is een grondbeginsel van onze democratische rechtsstraat, gewaarborgd in artikel 8 van de Grondwet (Gw) en artikel 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Dit grondbeginsel geldt als uitgangspunt bij de beantwoording van de vraag of de werkzaamheid van Caloh Wagoh in strijd is met de openbare orde. Een verbod van een rechtspersoon op de voet van artikel 2:20 BW is een ernstige inbreuk op dit grondbeginsel, waaraan slechts in het uiterste geval mag worden toegekomen. Voor een verbod van een rechtspersoon moet het daarom ook gaan om meer dan uit maatschappelijk oogpunt ongewenst gedrag. Een dergelijk verbod moet worden gezien als een noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten3.

4.11.

Artikel 2:20 BW moet worden uitgelegd in het licht van artikel 8 Gw en artikel 11 EVRM. Op basis van artikel 11 lid 2 EVRM kan de uitoefening van het recht van vereniging slechts worden onderworpen aan beperkingen die bij wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De rechter moet bij de beantwoording van de vraag of beperkingen noodzakelijk zijn, terughoudend zijn gelet op de grote betekenis van de vrijheid van vereniging in een democratische samenleving, zo blijkt uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens4.

4.12.

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 2:20 BW blijkt dat het begrip werkzaamheid in zijn gewone feitelijke betekenis is gebruikt en dus de daden omvat die de rechtspersoon stelt en de woorden die hij in het kader van zijn organisatie spreekt of schrijft. Uitgangspunt is dat alleen gedragingen van de rechtspersoon zelf als eigen werkzaamheid gelden. Wanneer de rechtspersoon bij gedragingen van derden zelf niet rechtstreeks betrokken is in die zin dat het (feitelijke) bestuur van die rechtspersoon daaraan leiding heeft gegeven of daartoe doelbewust gelegenheid heeft gegeven, kunnen die gedragingen aan de rechtspersoon slechts als eigen werkzaamheid worden toegerekend als bijzondere feiten en omstandigheden daartoe grond geven5.

Gedragingen van Caloh Wagoh zelf

4.13.

Het OM heeft de volgende voorbeelden gegeven van gedragingen die volgens het OM van Caloh Wagoh zelf zijn en in strijd met de openbare orde:

 Op 28 juni 2017 heeft een getuige aan de politie gemeld dat een man met een bazooka (een raketwerper) over de [straat] in [woonplaats] liep. Later is gebleken dat [B] , destijds lid van Caloh Wagoh en kroongetuige in strafzaken tegen leden van Caloh Wagoh (hierna: de kroongetuige), en een tweede persoon daar toen waren. De kroongetuige heeft hierover verklaard dat [A] opdracht heeft gegeven de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna: de woning in [woonplaats]) met de bazooka te beschieten. Volgens de kroongetuige is door de andere persoon geprobeerd met de bazooka op een woning te schieten, maar deed de bazooka het niet. Achteraf gezien was dit maar goed ook, aldus de kroongetuige, omdat op de verkeerde woning was gericht, een woning waar op dat moment drie kleine kinderen verbleven.

 Op 29 juni 2017 is met een Kalasjnikov (een automatisch vuurwapen) op de woning in [woonplaats] geschoten. Eén van de kogels is door de rugleuning van een stoel gegaan die bij een naastgelegen woning stond. Vier leden van Caloh Wagoh, onder wie [C] , de kroongetuige en [A] , zijn voor de incidenten in [woonplaats] aangehouden. Uit onderzoek is gebleken dat op 29 juni 2017 met de mobiele telefoon van de kroongetuige een foto van de woning in [woonplaats] is gemaakt. De kroongetuige heeft verklaard dat [A] opdracht heeft gegeven de woning in [woonplaats] met een Kalasjnikov te beschieten, dat de Kalasjnikov bij nacional [D] is opgehaald en dat de gebruikte auto uit de loods van nacional [E] is gehaald. De kroongetuige heeft verder verklaard dat hij de woning in [woonplaats] heeft aangewezen, dat [C] met de Kalasjnikov heeft geschoten en dat daarna de auto en de Kalasjnikov naar de loods van [E] zijn gebracht. Volgens de kroongetuige heeft hij een dag later aan [A] verslag uitgebracht.

 Op 7 juli 2017 is [F 1] op een parkeerterrein bij het treinstation Breukelen geliquideerd. De politie heeft hiervoor drie leden van Caloh Wagoh en een vierde persoon aangehouden. De kroongetuige heeft gedetailleerd over de liquidatie verklaard. Volgens hem heeft [A] opdracht voor de liquidatie gegeven en de liquidatie georganiseerd en zijn de twee vluchtauto’s uit een loods van [E] gehaald. In de twee vluchtauto’s, op de twee vuurwapens en op een jerrycan zijn de DNA-sporen en dactyloscopische sporen van [C] en de kroongetuige aangetroffen. Op het gebruikte vuurwapen zijn in het DNAmengprofiel DNAnevenkenmerken van [A] aangetroffen.

 Op 26 juli 2017 is [G] op de openbare weg Langehorst te Rotterdam geliquideerd. Vier leden van Caloh Wagoh, onder wie de kroongetuige, [A] en [E] , zijn hier voor aangehouden. Volgens de kroongetuige heeft een Turkse groepering [E] opdracht voor de liquidatie gegeven en heeft [A] de liquidatie goedgekeurd. De kroongetuige heeft ten behoeve van de liquidatie een foto van [G] aan [A] overhandigd.

 Op 17 april 2017 is [H] op een parkeerplaats in Den Haag geliquideerd met een Kalasjnikov. [A] , guardia nacional [I] en een derde persoon worden verdacht van betrokkenheid daarbij. De kroongetuige heeft verklaard dat hij op verzoek van [A] die dag met de auto naar Delft is gereden en daar, samen met een persoon met de naam [J] , drie mannen heeft opgehaald, onder wie [I] en een neef van [I] , en dat hij een dag later van [A] heeft gehoord dat die drie mannen de liquidatie van [H] hebben uitgevoerd. [J] heeft bevestigd dat de kroongetuige en hij drie mannen op 17 april 2017 met de auto hebben opgehaald.

 De politie heeft twee harde schijven van [A] in beslag genomen. Op die schijven staan chats die [A] in maart 2017 heeft gevoerd. Uit een chat blijkt dat twee personen aan [A] opdracht hebben gegeven om een man in Roermond te liquideren en dat daarvoor “35” was afgesproken. [A] heeft voor het uitvoeren van die opdracht drie leden van Caloh Wagoh ingeschakeld. Uit verdere chats blijkt dat hij een plaats en een tijdstip voor de liquidatie heeft bepaald, maar dat de liquidatie uiteindelijk niet is gelukt omdat de drie leden van Caloh Wagoh niet op tijd ter plaatse waren.

4.14.

De zes belanghebbenden stellen dat deze gedragingen niet bij de beoordeling van het verzoek mogen worden betrokken. Volgens hen kan Caloh Wagoh zich niet tegen deze gedragingen verweren, omdat van de leden van Caloh Wagoh die in verband hiermee zijn aangehouden niet kan worden verlangd dat zij hun zwijgrecht doorbreken. De rechtbank verwerpt dit verweer. De aangehouden leden van Caloh Wagoh kiezen er kennelijk voor om in de strafzaken te zwijgen. Dat is hun goed recht. Dat feit brengt echter niet mee dat in deze civiele zaak door het OM gestelde feiten en omstandigheden, zoals de hiervoor opgesomde gedragingen, niet in de beoordeling mogen worden betrokken. Caloh Wagoh heeft ervoor gekozen om in deze civiele zaak te zwijgen; zij is niet verschenen. Dat is ook haar goed recht. De mogelijke gevolgen van deze keuze komen evenwel voor rekening van Caloh Wagoh.

4.15.

Uit de opgesomde gedragingen komt het beeld naar voren dat patrono [A] het plegen van zeer ernstig geweld organiseert en veelal aan leden van Caloh Wagoh opdraagt. Die leidinggevende rol van [A] blijkt niet alleen uit de verklaringen van de kroongetuige, maar ook uit de inbeslaggenomen harde schijven met de chats van [A] over een man in Roermond die geliquideerd had moeten worden. Verder komt uit de opgesomde gedragingen het beeld naar voren dat andere leden van de Junta Nacional een faciliterende rol vervullen bij het plegen van zeer ernstig geweld. Zo dient een loods van nacional [E] geregeld als bergplaats voor vluchtauto’s en vuurwapens en is een Kalasjnikov bij nacional [D] opgehaald. De rechtbank acht de hiervoor geschetste rollen voldoende aannemelijk. De rechtbank overweegt hierbij dat de verklaringen van de kroongetuige, waaruit de rollen voor een belangrijk deel blijken, niet zijn weersproken. Het enkele feit dat de aangehouden leden van de Junta Nacional niet (onherroepelijk) strafrechtelijk zijn veroordeeld doet, anders dan de zes belanghebbenden menen, niet aan het vorenstaande af. De rechtbank is in deze civiele zaak vrij in het waarderen van de door het OM aangevoerde feiten en omstandigheden.

4.16.

Gelet op de hiervoor geschetste rollen van leden van het feitelijke bestuur van Caloh Wagoh, de Junta Nacional, en op de uitvoerende rol van “gewone” leden van Caloh Wagoh, zijn de opgesomde gedragingen naar het oordeel van de rechtbank gedragingen van Caloh Wagoh zélf en hebben die gedragingen dus als eigen werkzaamheid van Caloh Wagoh in de zin van artikel 2:20 BW te gelden. Die werkzaamheid is in strijd met de openbare orde. De voorbeelden getuigen immers van het plegen van zeer ernstig, tegen het leven gericht geweld (of pogingen daartoe). Het gevolg van dit geweld is dat de lichamelijke integriteit en het geestelijke welzijn van personen wordt aangetast of kan worden aangetast en dat de Nederlandse samenleving wordt ontwricht of kan worden ontwricht. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het, bij afweging van alle betrokken belangen en rechten, in een democratische samenleving noodzakelijk is dat Caloh Wagoh wordt verboden, in het belang van de rechten en vrijheden van degenen die zich in de Nederlandse samenleving bevinden. Het verbod roept een halt toe aan gedragingen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting kunnen vormen van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. Met een verbod wordt ook aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldaan. Het OM heeft toegelicht dat al langer strafrechtelijk en bestuursrechtelijk tegen Caloh Wagoh en haar leden wordt opgetreden, maar dat dit niet voldoende is om de schadelijke activiteiten van Caloh Wagoh een halt toe te roepen. Niet is gebleken dat er nog andere, minder vergaande maatregelen mogelijk zijn om het gevaar dat daarvan uitgaat voor de openbare orde in te dammen.

Gedragingen als gevolg van de geweldscultuur van Caloh Wagoh

4.17.

Hiervoor ging het over voorbeelden van gedragingen van Caloh Wagoh zélf die als eigen werkzaamheid van Caloh Wagoh hebben te gelden en die een verbod van Caloh Wagoh rechtvaardigen. Het OM heeft daarnaast voorbeelden gegeven van gedragingen die niet van Caloh Wagoh zelf zijn en die dus niet om die reden als eigen werkzaamheid van Caloh Wagoh in de zin van artikel 2:20 BW hebben te gelden, maar die wel op grond van een bijzondere omstandigheid als eigen werkzaamheid aan Caloh Wagoh kunnen worden toegerekend. Het gaat daarbij om gedragingen die voortkomen uit de geweldscultuur van Caloh Wagoh. Die gedragingen zijn vaak zo ernstig dat ook die een verbod van Caloh Wagoh rechtvaardigen om de redenen als hiervoor genoemd. De rechtbank somt hierna een aantal van die gedragingen op. Ook hier geldt dat de gedragingen niet zijn betwist.

4.18.

Leden van Caloh Wagoh in full colors, en dus duidelijk herkenbaar als leden van Caloh Wagoh, die in groepsverband in de openbare ruimte zijn, plegen ernstig geweld of dreigen met het plegen van ernstig geweld als er iets gebeurt dat hen niet zint. De volgende voorbeelden illustreren dit:

 Op 17 februari 2018 hebben vijf leden van het chapter Cicarios in full colors, onder wie de president van dat chapter, een persoon in een restaurant in Amsterdam ernstig mishandeld. Het slachtoffer heeft hiervan aangifte gedaan. Van de mishandeling zijn camerabeelden gemaakt die zich in het dossier bevinden. Drie leden van Caloh Wagoh, onder wie de president, zijn op de beelden herkend en aangehouden. De president heeft verklaard dat het slachtoffer hun had beledigd en daarom zijn excuses moest aanbieden en dat hij zijn beveiliging erop af had gestuurd. Een ander lid heeft verklaard dat hij hoofd van de beveiliging is, daarom moest ingrijpen en het slachtoffer heeft geschopt.

 Op 11 maart 2018 hebben zeven leden van Caloh Wagoh in full colors, onder wie de president van het chapter Silencio, [K] , een vol café in [woonplaats] bezocht en op agressieve wijze ruimte in het café geclaimd. De cafébaas heeft hen op dit gedrag aangesproken waarna [K] de cafébaas heeft geslagen.

 De cafébaas heeft vervolgens aangifte van mishandeling gedaan, waarna [K] is aangehouden en naar het politiebureau van Woerden is overgebracht. Een aantal leden van Caloh Wagoh is even later in full colors naar dat politiebureau gegaan en heeft op agressieve toon van de politieagenten geëist dat [K] werd vrijgelaten. De sfeer was zeer bedreigend, aldus het politieverslag. De Caloh Wagoh-leden hebben tegen de politieagenten onder meer gezegd: “Jullie bepalen niet wat er gaat gebeuren. Hij is de president. Als hij niet wil meewerken, dan hebben jullie een probleem” en “Wij zijn niet van plan om het bureau te verlaten zonder onze broeder. Wij bepalen wat hier gaat gebeuren”.

4.19.

Vanuit Caloh Wagoh wordt tegen derden ernstig geweld gepleegd of met ernstig geweld gedreigd om de club in financiële zin te bevoordelen. De volgende voorbeelden illustreren dit:

 Op 29 mei 2020 heeft de politie in een woning in Hellevoetsluis een man aangetroffen die zelfmoord had gepleegd. Uit zijn afscheidsbrief blijkt dat Caloh Wagoh hem afperste en dat hij geen uitweg meer zag. Het slachtoffer heeft elke maand zijn salaris aan Caloh Wagoh moeten afstaan. Ook heeft hij leningen moeten afsluiten en de geleende bedragen aan Caloh Wagoh moeten afstaan. Uit whatsappberichten op een telefoon blijkt van die betalingen. Uit whatsappberichten blijkt verder onder meer dat het slachtoffer zijn auto aan Caloh Wagoh heeft moeten afstaan en toe heeft moeten staan dat zijn huis werd gebruikt voor prostitutie en opslag van drugs.

 Op 18 maart 2018 heeft een man aan de politie gemeld dat drie leden van Caloh Wagoh hem hadden gezegd dat hij lid van Caloh Wagoh moest worden, dat hij daarom € 3.000,- moest betalen en dat hij daarbij is mishandeld.

4.20.

Caloh Wagoh heeft een uittredingsbeleid. Zo moet een full member die de club in good standing6verlaat € 1.000,- aan de club betalen. Dit blijkt uit verklaringen van exleden. Het moeten betalen van een hoog bedrag om een vereniging te mogen verlaten is op zichzelf genomen al een onaanvaardbare beperking van de negatieve vrijheid van vereniging7. Mensen moeten niet alleen vrij zijn om zich in een groep met een bepaald doel te verenigen, maar moeten ook vrij zijn om die groep te verlaten. Het moeten betalen van een hoog bedrag belemmert die vrijheid op onaanvaardbare wijze. Vanuit Caloh Wagoh wordt tegen leden die de club in bad standing8verlaten ernstig geweld gepleegd of met ernstig geweld gedreigd om af te dwingen dat de club financieel wordt bevoordeeld. De volgende voorbeelden illustreren dit:

 Op 7 juli 2018 hebben vier leden van Caloh Wagoh een ex-lid dat de club in bad standing had verlaten, ontvoerd en zeer ernstig mishandeld omdat hij volgens hen nog € 4.000,- schuldig was. Het ex-lid is een auto in getrokken en tijdens een rit met die auto door de vier leden van Caloh Wagoh geschopt en geslagen en bedreigd met een mes. Aangekomen in een woning is het ex-lid in elkaar geslagen: het ex-lid is vele malen in het gezicht, achterop het hoofd, in de nek, op de benen en op een knie geschopt en geslagen. Ook is het ex-lid beroofd van zijn sieraden en zijn portemonnee. Eén van de vier leden heeft tegenover een politieagent verklaard “dat zaken nu eenmaal zo opgelost worden binnen de club”.

 Een ex-lid van Caloh Wagoh heeft op 19 oktober 2018 aan de politie verklaard dat bij het verlaten van de club € 1.000,- moet worden betaald, maar dat dit ook meer kan zijn. Het ex-lid heeft verder verklaard: “Als de club denkt dat je geld hebt dan moet je meer betalen. Ze zijn op geld uit.” en “De prospects9 geven je gewoon klappen, net zolang totdat je hebt betaald.”.

4.21.

Vanuit Caloh Wagoh wordt ook om andere redenen tegen (ex-)leden van Caloh Wagoh ernstig geweld gepleegd of met ernstig geweld gedreigd. De volgende voorbeelden illustreren dit:

 Op 28 oktober 2018 is de president van het chapter Gran Nacion aangehouden. Bij de aanhouding zijn twee van zijn telefoons inbeslaggenomen. Op één van die telefoons staat een whatsappgroep van leden van het chapter Gran Nacion. Een bericht van die whatsappgroep luidt als volgt: “Hm roadcaptain gran buda su ligt in het ziekenhuis met gebroken kaak en neus en 2 gebroken vingers voor het benadelen van een broeder van de club met een buitenstaander samen. dit word niet binnen de club getolereerd”.

 Op 8 februari 2018 heeft een ex-lid van Caloh Wagoh aan de politie gemeld dat hij, omdat hij de club heeft verlaten, dagelijks via sms- en whatsappberichten van leden van Caloh Wagoh ontvangt waarin wordt meegedeeld dat zij hem en zijn familie zullen pakken.

4.22.

Caloh Wagoh heeft haar leden de plicht opgelegd om tegenover buitenstaanders te zwijgen over wat zich in de club en tussen de leden afspeelt. Vanuit Caloh Wagoh wordt tegen (ex-)leden van Caloh Wagoh ernstig geweld gepleegd of met ernstig geweld gedreigd als die plicht niet wordt nagekomen. De volgende voorbeelden illustreren dit:

 Op 16 oktober 2018 is op YouTube de videoclip Verschil moet er wezen verschenen. De videoclip gaat over Caloh Wagoh en is met (gemaskerde) leden van Caloh Wagoh in full colors opgenomen. Het refrein van de song luidt als volgt: “Ik hoor. Ik zie. Ik zwijg, for life. Jij hoort. Jij ziet. Jij snitcht, ik niet. […] Je betaalt met je leven, of je betaalt met meiers.” De rechtbank leidt met het OM uit dit refrein af dat de boodschap van Caloh Wagoh is dat als een lid uit de school klapt, hij met zijn leven of met veel geld zal moeten betalen.

 Op 19 oktober 2018 heeft een ex-lid van Caloh Wagoh aan de politie verklaard dat het een vaste regel van Caloh Wagoh is dat je niet met politie of justitie praat en dat het heel slecht met je afloopt als je dat wel doet, in die zin dat je dan mogelijk ergens dood wordt gevonden.

 Op 3 juni 2019 heeft een ex-lid van Caloh Wagoh aan de politie verklaard dat hij door een president van een chapter van Caloh Wagoh was geslagen omdat hij in het bijzijn van zijn vrouw over kwesties van de club had gesproken.

Chapters van Caloh Wagoh vallen onder het verbod

4.23.

Een verbod van een vereniging op grond van artikel 2:20 lid 1 BW betekent niet dat onder dat verbod ook de afdelingen van die vereniging vallen die zelf een rechtspersoon zijn10. Artikel 2:20 lid 1 BW moet worden uitgelegd in het licht van de in de Grondwet en het EVRM gewaarborgde vrijheid van vereniging en vrijheid van meningsuiting. Door een verbod op de voet van artikel 2:20 lid 1 BW wordt immers een ernstige inbreuk gemaakt op deze vrijheden. Daaraan mag slechts in het uiterste geval worden toegekomen (zie hiervoor).

4.24.

Dit betekent dat artikel 2:20 lid 1 BW strikt moet worden uitgelegd. Artikel 2:20 lid 1 BW bepaalt dat een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, op verzoek van het OM verboden wordt verklaard en ontbonden. Als het OM verzoekt dat een rechtspersoon verboden wordt verklaard en ontbonden, kan dat verzoek, gelet op deze strikte uitleg, dus uitsluitend ten aanzien van die rechtspersoon worden toegewezen. Toewijzing van een dergelijk verzoek heeft dus niet tot gevolg dat daarmee ook een andere rechtspersoon wordt verboden. Dat zou zich ook niet verdragen met het uit artikel 6 EVRM voortvloeiende recht van die andere rechtspersoon om zich in rechte te kunnen verdedigen tegen een verzoek van het OM dat rechtsgevolg kan hebben voor zijn eigen voortbestaan.

4.25.

Het OM stelt dat de lokale chapters geen informele verenigingen zijn. De zes belanghebbenden verweren zich tegen deze stelling. Naast - kort gezegd - het hebben van een interne organisatiestructuur (zoals het hebben van leden en een lokaal bestuur) is voor het aannemen van het bestaan van een informele vereniging vereist dat die vereniging als zelfstandige eenheid naar buiten toe optreedt en deelneemt aan het rechtsverkeer. De zes belanghebbenden geven twee argumenten waarom volgens hen aan dit vereiste is voldaan voor de lokale chapters: (1) op hun colors staat ook de naam van hun lokale chapter en (2) op de website van Caloh Wagoh, die tot voor kort bestond, werd naar de lokale chapters verwezen. Deze omstandigheden zijn echter onvoldoende om te kunnen concluderen dat de lokale chapters als zelfstandige eenheid naar buiten toe optreden en deelnemen aan het rechtsverkeer. De naam van het chapter op de voorkant van de colors is daarvoor onvoldoende onderscheidend. In de openbare ruimte zal een lid van Caloh Wagoh in full colors niet worden herkend als lid van één van de lokale chapters van Caloh Wagoh, maar als lid van Caloh Wagoh. Het feit dat op de website van Caloh Wagoh naar de lokale chapters werd verwezen, is verder ook onvoldoende om aan te nemen dat de lokale chapters naar buiten toe optreden. Andere feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de lokale chapters als zelfstandige eenheid naar buiten toe optreden en deelnemen aan het rechtsverkeer, hebben de zes belanghebbenden niet aangevoerd en zijn ook overigens niet gebleken. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de lokale chapters geen informele verenigingen zijn en daarom onder het verbod van Caloh Wagoh vallen.

Voorstel vereffenaar

4.26.

De goederen en het vermogen van Caloh Wagoh moeten worden vereffend. De rechtbank moet daarvoor een vereffenaar benoemen. De rechtbank zal het OM in de gelegenheid stellen om bij akte een voorstel te doen over de persoon van de te benoemen vereffenaar. De zes belanghebbenden zullen daarna in de gelegenheid worden gesteld om op dat voorstel te reageren.

Verbod en ontbinding niet uitvoerbaar bij voorraad

4.27.

Het OM verzoekt de rechtbank de verbodenverklaring en de ontbinding van Caloh Wagoh uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De zes belanghebbenden voeren hiertegen verweer. Dit verweer slaagt. De wet sluit weliswaar niet uit dat een verbodenverklaring en ontbinding van een rechtspersoon op grond van artikel 2:20 BW uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, maar de wetgever heeft wel nadrukkelijk de bezwaren daartegen onder ogen gezien. Ontbinding (met vereffening) is een onherroepelijke ingreep en verbodenverklaring heeft strafrechtelijke gevolgen die pas intreden als de verbodenverklaring onherroepelijk is. Een uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft in zoverre dus beperkte rechtsgevolgen en daarmee vooral symbolische betekenis. Naar het oordeel van de rechtbank weegt in het licht daarvan het belang van Caloh Wagoh bij behoud van de bestaande toestand - zolang niet op een eventueel nog in te stellen rechtsmiddel is beslist - zwaarder dan het belang van het OM dat de beschikking intussen al ten uitvoer kan worden gelegd.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart Caloh Wagoh verboden en ontbindt Caloh Wagoh,

5.2.

stelt het OM in de gelegenheid om bij akte, die uiterlijk op 10 mei 2021 op de griffie moet zijn ontvangen, een voorstel te doen over de persoon van de te benoemen vereffenaar van de goederen en het vermogen van Caloh Wagoh,

5.3.

stelt de zes belanghebbenden in de gelegenheid om bij akte, die uiterlijk op 31 mei 2021 op de griffie moet zijn ontvangen, op het voorstel van het OM te reageren,

5.4.

houdt de zaak voor de benoeming van een vereffenaar aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Steenbergen, mr. H.A. Brouwer en mr. V. van Dam, bijgestaan door mr. H.G. van Soolingen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2021.11

1 Mouwloos donkerblauw of zwart leren vest met onder meer op de achterzijde in groot formaat het embleem van Caloh Wagoh en in gouden letters de woorden “Caloh Wagoh” en “Main Triad”.

2 Arrest Hoge Raad 24 april 2020, ELCI:NL:HR:2020:797 (Bandidos), r.o. 3.4.1

3 Arrest Hoge Raad 26 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1124 (Hells Angels), r.o. 3.3, en arrest Hoge Raad 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:948 (Vereniging Martijn), r.o. 3.5.

4 Europees Hof voor de Rechten van de Mens 14 januari 2014, 47732/06, EHRC 2014/77.

5 Arrest Hoge Raad 26 juni 2009 ECLI:NL:HR:2009:BI1124 (Hells Angels), r.o. 3.6.

6 Vrijwillig en met goedkeuring van de club.

7 Vgl. arrest gerechtshof Den Haag 18 juni 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:1451, r.o. 14.3.

8 Onvrijwillig of zonder goedkeuring van de club.

9 Aspirant-leden.

10 Arrest Hoge Raad 24 april 2020, ELCI:NL:HR:2020:797 (Bandidos), r.o. 3.4.3.

11 type: HvS (4206) coll: