Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1440

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13-04-2021
Datum publicatie
13-04-2021
Zaaknummer
16/248227-20 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 61-jarige man uit Amstelveen is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot de maximale taakstraf van 240 uur. Ook is hij voor een jaar zijn rijbewijs kwijt. De man reed als bestuurder van een NS-bus begin vorig jaar in Bussum per ongeluk meerdere auto’s en een fietsster aan. De vrouw, die elf weken zwanger was, kwam onder de bus terecht en overleed aan haar verwondingen.

De verdachte rijdt op 8 januari vorig jaar in een NS-bus op de Comeniuslaan in Bussum. Het is druk op de weg en er staat ook een file. Nadat hij een aantal passagiers uit laat stappen, drukt hij met zijn voet veertien seconden lang per ongeluk in plaats van de rem het gaspedaal in. Hierdoor schiet de bus naar voren en ontstaat er een kettingbotsing met het verkeer dat voor hem rijdt en langs de weg geparkeerd staat. De eerste auto waar de bus op inrijdt, rijdt door de klap een bakfiets aan. De bestuurster van die bakfiets, de zwangere vrouw, valt van de fiets af en komt onder de bus terecht. Nadat de buschauffeur op de rem trapt, rijdt hij met de bus nog twee keer naar achteren. De vrouw en haar ongeboren kind komen door het ongeluk te overlijden. Haar twee jaar oude zoon die voor in de bakfiets zat, overleeft het ongeluk, maar was er wel getuige van.

Een camera in de bus heeft het ongeluk vastgelegd. De beelden zijn bekeken en geanalyseerd. Daarnaast is een forensisch voertuigonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het incident enkel veroorzaakt kan zijn door een bedieningsfout van de verdachte. Die verklaarde op zitting ook dat hij een fout heeft gemaakt. In plaats van het rempedaal trapte hij het gaspedaal in, waardoor – toen de deur van de bus sloot en de halterem werd gedeactiveerd – de bus naar voren schoot. Volgens de rechtbank is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedrag van de verdachte. Van een beroepschauffeur mag verwacht worden dat hij altijd oplet, het juiste pedaal intrapt en dat hij, als hij het verkeerde pedaal intrapt, zijn voet er direct weer vanaf haalt. De rechtbank weegt mee dat hij veertien seconden lang niets heeft gedaan om de bus te laten stoppen. Bovendien reed hij nog twee keer achteruit.

De rechtbank realiseert zich dat niemand, ook verdachte niet, het tragische ongeluk heeft gewild. Toch zijn het slachtoffer en haar ongeboren kind door het onvoorzichtige handelen van verdachte overleden. Dit maakt hem strafbaar. De rechtbank legt de man de maximale taakstraf op van 240 uur. Ook mag hij een jaar lang geen motorrijtuigen besturen. De straf is conform de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Lelystad

Parketnummer: 16/248227-20 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 13 april 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1959] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 maart 2021.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. G.A. Hoppenbrouwers en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, alsmede de nabestaande van mevrouw [slachtoffer] , de heer [nabestaande] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, in het kort, op neer dat verdachte:

primair

op 8 januari 2020 te Bussum, gemeente Gooise Meren, als bestuurder van een autobus, daarmee rijdende op de Comeniuslaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] en haar ongeboren kind werden gedood;

subsidiair

op 8 januari 2020 te Bussum, gemeente Gooise Meren, als bestuurder van een autobus, daarmee rijdende op de Comeniuslaan, zich zodanig heeft gedragen waardoor gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair tenlastegelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen 1

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in een proces-verbaal van bevindingen (aanrijding misdrijf) onder meer het volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs:

De bestuurder van een (touringcar) autobus, merk Scania, type Interlink, reed over de rijbaan van de Comeniuslaan te Bussum, gemeente Gooise Meren, komende uit de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en gaande in de richting van de Julianalaan.2

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben in een proces-verbaal van bevindingen videobeelden onder meer het volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs:

Ik, verbalisant [verbalisant 4] , heb videobeelden veiliggesteld van een camera welke bevestigd was in de betrokken bus.3 Wij zagen bij het starten van de videobeelden op het beeld van de camera welke naar buiten was gericht, dat een rij voertuigen stil stond aan de linkerzijde, welke in tegenstelde richting reden. Wij zagen dat er voor de bus, in dezelfde rijrichting, een personenauto van het merk Mercedes reed. Wij zagen dat het voertuig van het merk Mercedes voor de bus met een zeer lage snelheid achteruit reed. Wij zagen dat de deur van de bus op dat moment open was en bezig was met sluiten. Wij zagen vervolgens dat de voorste deur sloot en nog voordat de deur volledig gesloten was zagen wij dat de bus begon te bewegen. Op het beeld welke naar buiten was gericht zagen wij dat de bus zich kennelijk naar voren bewoog. Wij zagen dat de remlichten van de Mercedes voor de bus licht uit straalde en dat de Mercedes stil stond. Op het beeld welke naar binnen was gericht zagen wij dat de bestuurder leek te schrikken en met twee handen zijn stuur vastpakte.4 Vervolgens werd er een bakfiets zichtbaar voor de Mercedes. Wij zagen dat deze bakfiets in tegengestelde richting bewoog van de Mercedes en de bus. Wij zagen dat het een bakfiets betrof welke overeen kwam met het ongevalsvoertuig welke werd aangetroffen op de plaats delict. Wij zagen dat de bus nog steeds naar voren bewoog en tegen de Mercedes voor de bus botste. Wij zagen dat de Mercedes kennelijk door de bus naar voren werd bewogen.5 Wij zagen dat de Mercedes nog steeds naar voren werd bewogen door de bus en dat de Mercedes naar de linkerzijde van de rijbaan werd geduwd. De bakfiets bevond zich dan nog voor de Mercedes. Wij zagen dat aan de rechterzijde van de rijbaan een voertuig van het merk Mazda geparkeerd stond. Vervolgens zagen wij dat de Mercedes nog steeds door de bus naar voren werd bewogen en daardoor botste tegen de bakfiets. Hierdoor kwam de bestuurder van de bakfiets ten val. Wij zagen dat de Mercedes voor de bus verder naar de linkerzijde van de rijbaan werd geduwd door bus. De bus botste vervolgens tegen het geparkeerde voertuig van het merk Mazda. De Mercedes botste vervolgens tegen een andere personenauto welke in tegengestelde richting stil stond.6 Door de botsing tussen de Mercedes en de personenauto werd deze personenauto naar achteren bewogen. De geparkeerde Mazda werd door de bus naar voren geduwd tegen een ander geparkeerd voertuig. De bestuurder van de bakfiets kwam op de rijbaan voor de bus ten val. Wij zagen dat de bus nog steeds naar voren bewoog en wij zagen de bestuurder van de bakfiets onder de voorzijde van de bus verdwijnen. De bus bewoog nog steeds in voorwaartse richting. De bestuurder van de bakfiets was niet meer zichtbaar in het beeld van de camera. Alleen de bak van de bakfiets was zichtbaar.7 De bus bewoog nog steeds in voorwaartse richting. De Mazda werd naar voren geduwd tegen het geparkeerde voertuig voor de Mazda. Hierdoor werd dit voertuig ook naar voren bewogen. De Mazda werd door de bus naar de rechterzijde geduwd. Het voertuig voor de Mazda werd door de Mazda naar de linkerzijde geduwd. Het voertuig voor de Mazda, van het merk Mercedes, kwam hierdoor overdwars op de rijbaan voor de bus te staan. De bus botste tegen het voertuig welke overdwars op de rijbaan was gekomen. De bus bewoog zich nog steeds voorwaarts. Dit voertuig werd door de bus naar voren bewogen waardoor dit voertuig weer in botsing kwam met een geparkeerd voertuig aan de rechterzijde van de rijbaan. Hierdoor werd dit geparkeerde voertuig naar achteren verplaatst en kwam het in botsing met een ander geparkeerd voertuig aan de rechterzijde van de rijbaan.8 De bus bewoog zich nog voorwaarts. Zichtbaar was dat het voertuig overdwars voor de bus naar voren werd geduwd waardoor de geparkeerde voertuigen ook indirect werden weg geduwd. Wij zagen dat de bus vertraagde. Vervolgens zagen wij dat de bus niet meer in beweging was. Bij het zien van bovengenoemde videobeelden zagen wij dat de bestuurder van de bus geschrokken lijkt. Wij zagen dat de bestuurder ten tijde van het incident twee handen aan het stuur had en zijn ogen wijd had opengesperd. De bus stond bij het tijdsverloop van het videobestand van de videobeelden na 17 seconden stil.9

Verbalisanten [verbalisant 5] , [verbalisant 6] , [verbalisant 7] en [verbalisant 4] hebben in een proces-verbaal van forensisch voertuigonderzoek onder meer het volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs:

Analyse videobeelden

Door mij, verbalisant [verbalisant 5] zijn de camerabeelden geanalyseerd en geïnterpreteerd. Deze analyse is uitsluitend gericht op het handelen van de chauffeur dat van invloed kan zijn op het gedrag van het voertuig.10

00:00 sec: Passagiers zijn aan het uitstappen bij deur 1.11
00:22 sec: De laatste passagier is uitgestapt.
00:34 sec: Deur 1 is bijna volledig gesloten en de bus komt in beweging.12

00:35 sec: De chauffeur grijpt zijn stuur met twee handen vast. In het tijdsbestek tussen 00:35 en 00:47 sec botst de Scania Interlink tegen meerdere personenauto’s en overrijdt een bakfiets met bestuurder.

00:47 sec: De chauffeur werpt een zeer korte blik naar beneden in de richting van zijn voeten.

00:48 sec: De bus komt tot stilstand waarbij een passagier ten val komt door de vertraging die de bus ondergaat.

00:50 sec: De chauffeur haalt zijn handen van het stuur en zegt: “ik weet niet wat er gebeurt hoor?”.

00:53 sec: De chauffeur beweegt zijn rechter arm en hand in de richting van het

knoppenpaneel aan de rechterzijde van het voertuig en richt zijn blik in dezelfde richting.

00:57 sec: De bus komt kort in beweging en rijdt een klein stukje achteruit.

00:58 sec: De bus komt weer tot stilstand.

00:59 sec: De chauffeur beweegt zijn rechter arm en hand in de richting van het

knoppenpaneel aan de rechterzijde van het voertuig en richt zijn blik in dezelfde richting.

01:03 sec: De bus beweegt achteruit.

01:04 sec: De bus komt tot stilstand.

01:05 sec: De chauffeur beweegt zijn rechter arm en hand in de richting van het

knoppenpaneel aan de rechterzijde van het voertuig en richt zijn blik in dezelfde richting.

01:14 sec: De chauffeur beweegt zijn linker arm in de richting van de hendel van de

parkeerrem. Er is een pneumatisch geluid hoorbaar. 13

Conclusie voertuigonderzoek

Uit het forensisch voertuigonderzoek is gebleken dat het incident zoals dit is vastgelegd door het camerasysteem in de Scania Interlink uitsluitend te simuleren is door het maken van de volgende bedieningsfout:

bij het tot stilstand brengen van het voertuig deur 1 openen waardoor de halterem van het voertuig wordt geactiveerd. Vervolgens de rechtervoet van het rempedaal naar het gaspedaal verplaatsen en deze volledig indrukken en ingedrukt houden. Vervolgens deur 1 sluiten, waardoor de halterem wordt gedeactiveerd en de bus direct wegrijdt. Het voertuig kan vervolgens met de voetrem tot stilstand worden gebracht.

Uit het forensisch voertuigonderzoek is gebleken dat het voertuig te allen tijde door middel van de bedrijfsrem tot stilstand kan worden gebracht en dat het remsysteem alle andere systemen “overruled”. Uit het forensisch voertuigonderzoek is gebleken dat het voertuig geen technische gebreken vertoonde die ervoor konden zorgen dat het voertuig op hol kon slaan. Op basis van de proeven en de beelden daarvan, is het vrijwel zeker dat door een bedieningsfout van de Scania Interlink het voertuig onbedoeld is gaan accelereren ten tijde van het incident. Na het bewust al dan niet onbewust ontdekken van de bedieningsfout is met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het voertuig tot stilstand gebracht met de bedrijfsrem.14

Verdachte heeft ter terechtzitting van 30 maart 2021 onder andere het volgende verklaard, zakelijk weergegeven:

Op 8 januari 2020 reed ik in Bussum als bestuurder van de bus die betrokken is geweest bij het ongeluk waarbij [slachtoffer] is overleden. U, voorzitter, houdt mij de conclusie van het forensisch voertuigonderzoek voor en vraagt mij of ik bij het standpunt – zoals ik dat heb ingenomen tijdens mijn verhoor bij de politie – blijf dat ik geen bedieningsfout heb gemaakt. Nee, ik wil wel toegeven dat ik een fout heb gemaakt.

Het procesdossier bevat een akte van overlijden15 en een proces-verbaal forensisch overlijdensonderzoek16, waaruit blijkt dat [slachtoffer] op 8 januari 2020 is overleden aan verwondingen die het gevolg zijn van de aanrijding.

Bewijsoverwegingen

Schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994

De rechtbank stelt voorop dat op grond van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) het eenieder die aan het verkeer deelneemt verboden is om zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt, waardoor een ander wordt gedood.


Met ‘schuld’ in de zin van artikel 6 WVW 1994 wordt bedoeld: schuld die betrekking heeft op het verkeersongeval. Die vorm van schuld wordt ook wel ‘culpa’ genoemd en betekent kort gezegd: onvoorzichtig handelen dat verwijtbaar en aanmerkelijk is. Een zogenaamde ‘culpose dader’ wilde het gevolg niet, maar het valt hem te verwijten dat het toch is gebeurd. Het gevolg was te vermijden geweest als hij minder onvoorzichtig of onoplettend was geweest. De culpoze dader is onachtzaam, onnadenkend, onoplettend en nalatig. Die nalatigheid kan bewust en onbewust plaatsvinden. Bij bewuste schuld is de dader zich bewust geweest van de mogelijkheid van een ongeval, maar gelooft hij in een goede afloop, terwijl de onbewuste schuld zich kenmerkt doordat de dader in het geheel niet aan de mogelijkheid van een ongeval heeft gedacht.

Bij de beoordeling van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt het aan op het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat één verkeersovertreding voldoende is voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van bedoelde bepaling. Daarvoor zijn verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Er is sprake van schuld indien het optreden van verdachte aanmerkelijk is achtergebleven bij hetgeen van hem als verkeersdeelnemer wordt geëist. In het verkeer heeft iedere verkeersdeelnemer in het algemeen en een beroepschauffeur in het bijzonder de plicht om te reageren op zich aandienende verkeerssituaties. Deze grotere verantwoordelijkheid die op verdachte rustte als professioneel buschauffeur wordt ook wel ‘Garantenstellung’ genoemd. De schuld heeft geen betrekking op de relatie tussen het gedrag en de dood of het letsel. Dat betekent dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het handelen, kan worden vastgesteld dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994.

Beoordeling: is er in casu sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW?
De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte op 8 januari 2020 in een NS-bus in Bussum, gemeente Gooise Meren heeft gereden, waarbij hij onder andere tegen een Mercedes is gebotst, die vervolgens een bakfiets heeft aangereden waarop [slachtoffer] fietste. Zij was op het moment van overlijden 11 weken zwanger. Als gevolg van de botsing met de Mercedes is [slachtoffer] van haar bakfiets gevallen en onder de NS-bus terechtgekomen, die vervolgens over haar heen is gereden. Als gevolg daarvan zijn [slachtoffer] en haar ongeboren kind overleden. De NS-bus is vervolgens verder doorgereden en heeft daarbij een kettingbotsing veroorzaakt.

Bij de beoordeling van het gedrag van verdachte zijn de volgende omstandigheden van belang:

  • -

    verdachte heeft passagiers de NS-bus laten uitstappen op een voor hem onbekende weg waar in beide rijrichtingen file stond en op een plek die geen bushalte is;

  • -

    vervolgens heeft hij in plaats van het rempedaal het gaspedaal ingetrapt, waardoor – toen de deur van de NS-bus sloot en de halterem werd gedeactiveerd – de bus naar voren is geschoten;

  • -

    verdachte heeft het gaspedaal ingetrapt gehouden;

  • -

    verdachte heeft ten tijde van het incident twee handen aan het stuur gehad en had zijn ogen wijd opengesperd;

  • -

    eerst na 13 seconden en nadat [slachtoffer] al door de bus was overreden, heeft verdachte een blik op zijn voeten/de pedalen geworpen en een seconde later heeft hij de rem ingetrapt. De bus is vervolgens nog twee maal een stukje naar achteren gereden, waarna verdachte de handrem heeft ingeschakeld. In totaal heeft hij het gaspedaal 14 seconden ingedrukt gehouden – gedurende die tijd is de NS-bus naar voren gereden waarbij deze meerdere auto’s heeft geraakt.

De rechtbank overweegt dat het (per ongeluk) intrappen van het gaspedaal in plaats van de rem en vervolgens het ingedrukt houden van het gaspedaal ten grondslag liggen aan alle gebeurtenissen die vervolgens hebben plaatsgevonden. Het intrappen van het gaspedaal in plaats van de rem en vervolgens het ingetrapt houden van het gaspedaal, is een bedieningsfout die niet elke chauffeur wel eens overkomt, laat staan een beroepschauffeur als verdachte. Als beroepschauffeur mag van verdachte worden verwacht dat hij altijd oplet, dat hij het juiste pedaal intrapt en dat hij, als hij het verkeerde pedaal intrapt, zijn voet direct van het gaspedaal haalt. De rechtbank weegt mee dat verdachte gedurende 14 seconden niets heeft gedaan om het voertuig tot stilstand te brengen en dat hij, nadat hij het rempedaal heeft ingetrapt, het voertuig nog tweemaal achteruit laat rijden. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] op geen enkel moment heeft gezien, moet het voor hem duidelijk zijn geweest dat de autobus een ravage had aangericht en had hij ten minste uit voorzorg het voertuig niet meer mogen verplaatsen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door voornoemd handelen (en nalaten eerder in te grijpen) de plicht die op hem als beroepschauffeur rust niet is nagekomen en aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld. Dat verdachte het gaspedaal waarschijnlijk onbewust heeft ingetrapt doet – gelet op hetgeen hiervoor over onbewuste schuld is overwogen – aan dat oordeel niet af. Van automatisch handelen, zoals de raadsman heeft bepleit, was naar het oordeel van de rechtbank gelet op voornoemde omstandigheden geen sprake. Verdachtes handelen en nalaten is ook verwijtbaar. De NS-bus was immers technisch in orde en er zijn geen verontschuldigbare defecten in de persoon van verdachte aan de orde. Verdachte had simpelweg de rem moeten intrappen of zijn voet van het gaspedaal moeten halen en de handrem moeten aantrekken en had – nadat het voertuig tot stilstand was gekomen – het voertuig niet meer mogen verplaatsen.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat sprake is van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedrag waardoor een aan de schuld van verdachte te wijten verkeersongeval plaatsvond met alle gevolgen van dien. De rechtbank zal het primair tenlastegelegde bewezen verklaren (zoals hieronder in rubriek 5 is weergegeven).

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 8 januari 2020, te Bussum, gemeente Gooise Meren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (autobus), daarmee rijdende over de weg, de Comeniuslaan, komende uit de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en gaande in de richting van de Julianalaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en onoplettend,

- terwijl op de voor hem, verdachte, gelegen rijbaan zich langzaam rijdende en

stilstaande voertuigen bevonden (file) en

- nadat passagiers uitgestapt waren en

- vervolgens het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle te houden en

- vanuit stilstand het gaspedaal (volledig) in te duwen en ingeduwd te houden, althans in plaats van het rempedaal het gaspedaal in te duwen en ingeduwd te houden en

- de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn, verdachtes, motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en deze vrij was en

- vervolgens met onverminderde snelheid op voornoemde file in te rijden en

- een kettingbotsing te veroorzaken door vervolgens tegen zich in die file bevindende voertuigen te rijden en te botsen, waardoor het voor hem, verdachte, rijdende voertuig in aanrijding/botsing is gekomen met een fietsster (te weten [slachtoffer] ), welke fietsster reed over de Comeniuslaan in de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en voornoemde fietsster ten gevolge van de aanrijding/botsing ten val is gekomen en verdachte vervolgens met zijn, verdachtes, motorrijtuig over voornoemde fietsster is gereden, door welk verkeersongeval [slachtoffer] en haar ongeboren kind werden gedood;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor anderen werden gedood.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot:

- een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis,

- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (hierna: OBM) voor de duur van 1 jaar.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht voor ogen te houden dat een aan verdachte op te leggen straf in verhouding moet staan tot de mate van verwijtbaarheid van zijn verkeersgedrag en niet in overwegende mate mag worden ingegeven door de ernst van de gevolgen daarvan. Verdachte heeft geen strafblad. Hij vindt het vreselijk wat er is gebeurd en is aangeslagen door het verkeersongeval en de gevolgen daarvan voor de nabestaanden van het slachtoffer. Verdachte heeft zelf al besloten niet meer achter het stuur van een bus of vrachtwagen te stappen. Echter, hij verzoekt de rechtbank hem geen OBM op te leggen waardoor hij ook geen personenauto meer mag besturen. Indien de rechtbank komt tot de oplegging van een OBM is het verzoek deze geclausuleerd op te leggen.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Meer in het bijzonder geldt het volgende.

De aard en ernst van het feit

Verdachte reed op 8 januari 2020 als bestuurder van een NS-bus op de Comeniuslaan te Bussum, gemeente Gooise Meren. Het was op dat moment erg druk, waardoor er sprake was van filevorming. Nadat verdachte een aantal passagiers had laten uitstappen heeft hij met zijn voet het gaspedaal ingedrukt in plaats van de rem. Op het moment dat de deur van de bus was gesloten – en de halterem werd gedeactiveerd – is de bus daardoor naar voren geschoten. Gedurende veertien seconden heeft verdachte het gaspedaal ingedrukt gehouden, waardoor een kettingbotsing is ontstaan met de auto’s die voor hem reden en langs de weg geparkeerd stonden. De eerste auto waarop de bus is ingereden, een Mercedes, is naar voren geschoten, waardoor deze een bakfiets heeft aangereden. De bestuurster van die bakfiets, de elf weken zwangere [slachtoffer] , is van de bakfiets gevallen en onder de bus terechtgekomen, die op dat moment nog steeds naar voren reed en zo over haar heen is gereden. Nadat verdachte het rempedaal heeft ingetrapt en bus tot stilstand kwam, heeft de bus nog tweemaal naar achteren gereden. Als gevolg van het ongeval zijn [slachtoffer] en haar ongeboren kind overleden. Haar twee jaar oude zoon zat voorin de bakfiets en heeft het ongeval wonderwel overleefd, maar heeft hier wel getuige van moeten zijn. Hoewel de rechtbank zich realiseert dat niemand, ook verdachte niet, dat tragische gevolg heeft gewild, is door verdachtes handelen het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven, van [slachtoffer] en haar ongeboren kind ontnomen. De ingrijpende gevolgen die het handelen van verdachte voor de nabestaanden heeft gehad zijn evident: de nabestaanden van het slachtoffer moeten elke dag met het gemis leven. Wat dat betekent voor het jonge gezin dat zij heeft achtergelaten is onder meer gebleken uit de slachtofferverklaring die de weduwnaar van het slachtoffer ter terechtzitting heeft afgelegd. Hoewel de ouders van [slachtoffer] haar echtgenoot en hun inmiddels driejarige zoon een tijd in huis hebben genomen en hebben geholpen met zijn opvoeding, moet hun zoon opgroeien zonder een moeder. Met de kettingbotsing die is ontstaan is tevens een enorme ravage aangericht. Het is een wonder dat er niet meer mensen (ernstig) gewond zijn geraakt.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 23 februari 2021 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

De op te leggen straf en maatregel

De oriëntatiepunten die door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor de straftoemeting zijn vastgesteld gaan bij overtreding van artikel 6 WVW, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en aan welk ongeval verdachte aanmerkelijke schuld heeft, uit van een taakstraf van 240 uren en een OBM voor de duur van 1 jaar. Dit is gelijk aan de straf die de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding van dit oriëntatiepunt af te wijken, ook niet op het punt van de OBM. Zij acht deze straf passend en geboden en zal deze aan verdachte opleggen.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het primair meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;

- ontzegt verdachte ter zake van het primair bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Danel, voorzitter, mrs. R.B. Eigeman en V.C. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Carbo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 april 2021.

Mrs. R.B. Eigeman en R. Carbo zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 8 januari 2020, te Bussum, althans in de gemeente Gooise Meren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (autobus), daarmee rijdende over de weg, de Comeniuslaan, komende uit de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en gaande in de richting van de Julianalaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

- terwijl op de voor hem, verdachte, gelegen rijbaan zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of

- nadat een of meerdere passagier(s) uitgestapt was/waren en/of

- ( vervolgens) het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle te houden en/of

- ( vanuit stilstand) het gaspedaal (volledig) in te duwen en/of ingeduwd te houden, althans in plaats van het rempedaal het gaspedaal in te duwen en/of ingeduwd te houden en/of

- de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet zodanig aan te passen dat hij in staat was om zijn, verdachtes, motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en deze vrij was en/of

- ( vervolgens) met onverminderde, althans met een (te) hoge snelheid op voornoemde file in te rijden en/of

- een (ketting)botsing te veroorzaken door (vervolgens) tegen één of meer zich in die file bevindende voertuigen te rijden en/of te botsen, waardoor het voor hem, verdachte, rijdende voertuig in aanrijding/botsing is gekomen met een fietsster (te weten [slachtoffer] ), welke fietsster reed over de Comeniuslaan in de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en/of voornoemde fietsster tengevolge van de aanrijding/botsing ten val is gekomen en/of verdachte (vervolgens) met zijn, verdachtes, motorrijtuig tegen/over voornoemde fietsster is gebotst/gereden, door welk verkeersongeval [slachtoffer] en haar ongeboren kind werden gedood;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 8 januari 2020, te Bussum, althans in de gemeente Gooise Meren, als bestuurder van een motorrijtuig (autobus), daarmee rijdende over de weg, de Comeniuslaan, komende uit de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en gaande in de richting van de Julianalaan,

- terwijl op de voor hem, verdachte, gelegen rijbaan zich langzaam rijdende en/of stilstaande voertuigen bevonden (file) en/of

- nadat een of meerdere passagier(s) uitgestapt was/waren en/of

- ( vervolgens) het door hem bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en/of

- ( vanuit stilstand) het gaspedaal (volledig) in heeft geduwd en/of ingeduwd heeft gehouden, althans in plaats van het rempedaal het gaspedaal in heeft geduwd en/of ingeduwd heeft gehouden en/of

- de snelheid van het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was om zijn, verdachtes, motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en deze vrij was en/of

- ( vervolgens) met onverminderde, althans met een (te) hoge snelheid op voornoemde file is ingereden en/of

- een (ketting)botsing heeft veroorzaakt door (vervolgens) tegen één of meer zich in die file bevindende voertuigen te rijden en/of te botsen, waardoor het voor hem, verdachte, rijdende voertuig in aanrijding/botsing is gekomen met een fietsster (te weten [slachtoffer] ), welke fietsster reed over de Comeniuslaan in de richting van de Lambertus Hortensiuslaan en/of voornoemde fietsster tengevolge van de aanrijding/botsing ten val is gekomen en/of verdachte (vervolgens) met zijn, verdachtes, motorrijtuig tegen/over voornoemde fietsster is gebotst/gereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op de weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op de weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 5 oktober 2020, genummerd PL0900-2020009249, opgemaakt door politie Midden-Nederland, Dienst Regionale Operationele Samenwerking, afdeling infrastructuur, team verkeer, doorgenummerd pagina 1 tot en met 215. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Pagina 6.

3 Pagina 65.

4 Pagina 66.

5 Pagina 67.

6 Pagina 68.

7 Pagina 69.

8 Pagina 70.

9 Pagina 71.

10 Pagina 122.

11 Pagina 123.

12 Pagina 124.

13 Pagina 125.

14 Pagina 145.

15 Pagina 198.

16 Pagina 44 tot en met 48.