Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1417

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
C/16/495838 / HA ZA 20-66
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Anticimex niet heeft gehandeld zoals van een professioneel ongediertebestrijder mag worden verwacht door aan haar klant (Coroos) een muizendetectiesysteem te adviseren dat belangrijke beperkingen kende, waardoor er een groot risico bestond dat een toename van muizen niet (tijdig) zou kunnen worden gedetecteerd, en zonder voor deze beperkingen te waarschuwen dan wel nadere maatregelen te treffen of te adviseren. In zoverre is Anticimex dan ook tekortgeschoten in de nakoming van de Preventie-overeenkomst met Coroos. Om die reden heeft Coroos de overeenkomst dan ook mogen ontbinden. Partijen mogen zich nog bij akte uitlaten over bepaalde onderwerpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer

locatie Utrecht

zaaknummer / rolnummer: C/16/495838 / HA ZA 20-66

Vonnis van 14 april 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COROOS PRODUCTIE B.V.,

gevestigd te Geldermalsen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.J. Bakker te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANTICIMEX B.V.,

gevestigd te Houten,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.E.S. Hamster te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Coroos en Anticimex genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens van eis in reconventie

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte vermeerdering van eis

  • -

    de brief van 7 oktober 2020 van de rechtbank (bepaling mondelinge behandeling)

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 3 december 2020, ter gelegenheid waarvan partijen nadere stukken hebben overgelegd (producties 40 en 41 Coroos en producties 23 en 24 Anticimex)

  • -

    de reactie van Anticimex op het proces-verbaal bij rolbericht van 14 december 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 26 februari 2015 hebben partijen een overeenkomst van opdracht gesloten, waarbij Anticimex als opdrachtnemer preventieve maatregelen zou treffen om de toetreding en ontwikkeling van plaagdieren (en ander ongedierte) in de magazijnen en andere gebouwen van Coroos bij Geldermalsen te voorkomen (hierna: de (Preventie-) overeenkomst). Voor het signaleren van muizen zou Anticimex een digitaal monitoringsysteem in de magazijnen plaatsen, genaamd Permanent Rodent Monitoring (het PRM-systeem) dat als volgt zou werken. In de magazijnen worden langs de gevels PRM-vallen geplaatst. Op het moment dat een muis de val inloopt, gaat er een signaal af via een gateway, die bij Coroos op locatie hangt en rechtstreeks contact heeft met internet en het kantoor van Anticimex. Op basis van de melding kan Anticimex een passende actie nemen.
Daarnaast zou Anticimex reguliere controles houden (en één keer per jaar een inspectie op bouwkundige zaken) in en om de gebouwen van Coroos om mogelijke risico's op plaagdieren in kaart te brengen en preventieve maatregelen vast te stellen in de vorm van adviezen. Deze adviezen zouden door Coroos binnen een "redelijk termijn" (afhankelijk van het soort advies) moeten worden opgelost.

2.2.

Op de Preventie-overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Anticimex van toepassing. Over de verplichtingen van Anticimex is het volgende bepaald:

7. Algemene verplichtingen van Anticimex

7.1

Anticimex zal de Overeenkomst naar beste inzicht en vermogen en overeenkomstig de eisen van goed vakmanschap uitvoeren.

7.2

Anticimex zal de risico's voor Opdrachtgever en haar medewerkers zoveel als mogelijk beperken.

7.3

Indien en voor zover een goede uitvoering van de Overeenkomst dit naar de mening van Anticimex vereist, heeft Anticimex het recht bepaalde werkzaamheden te laten verrichten door derden.

7.4

Anticimex gaat in het kader van de Overeenkomst uitsluitend inspanningsverbintenissen aan. Anticimex spant zich in dit kader in beoogde resultaten te bereiken, maar garandeert die resultaten niet.

2.3.

Begin februari 2017 is geconstateerd dat grote aantallen pouches (verpakkingen met levensmiddelen erin) die lagen opgeslagen op pallets in magazijnen 5 en 8 van Coroos, waren aangevreten door muizen.

2.4.

Op 22 maart 2017 heeft Coroos aan Anticimex een brief gestuurd met - voor zover relevant - de volgende inhoud:

“(…)
Gedurende de looptijd van het contract hebben we tweemaal een ernstig incident gehad als gevolg van een verhoging van activiteiten van muizen in meerdere van onze opslaglocaties.

Deze verhoging van activiteiten is door Anticimex niet opgemerkt en hierdoor zijn er geen tijdige acties uitgevoerd om gevolgschade te beperken. Deze gevolgschade heeft geresulteerd in:

- hoge uitvalkosten van eindproducten;

- imagoschade bij klanten;

- extra kosten externe ongediertebestrijding;

- extra loonkosten door uitsorteren aangevreten verpakkingen.

Zelfs tijdens het Incident werd er niet adequaat gereageerd. Hierdoor hebben we een extra dienstverlener moeten inschakelen om het probleem onder controle te krijgen en verdere gevolgschade te beperken. Dit heeft geresulteerd in kosten die volgens het contract door Anticimex gemaakt moesten worden. Daarom zullen wij deze kosten bij Anticimex in rekening brengen. Verder stellen wij Anticimex aansprakelijk voor de geleden schade aan ons product door het niet signaleren van ongedierte, terwijl door het gehele magazijn ruim 1900 verpakkingen met pouches zijn aangevreten.

Bovendien wil Coroos productie B.V. daarom het contract met Anticimex per direct beëindigen en stelt Anticimex daarnaast aansprakelijk voor het nalaten van de algemene verplichtingen van Anticimex volgens artikel 7.1 uit de Algemene voorwaarden van Anticimex Benelux B.V.

We gaan de kosten die we hebben moeten maken voor extra ongediertebestrijding, kosten om de calamiteit weer onder controle te krijgen en de gemaakte schade aan het product doorberekenen aan Anticimex.

Graag verneem ik uw bevestiging dat het contract per direct wordt ontbonden. De betaling aan Anticimex is inmiddels stopgezet en zal na afhandeling van het contractbeëindiging afgerond worden. (…)”

2.5.

In een brief van 7 april 2017 heeft Coroos aan Anticimex bevestigd dat de Preventie-overeenkomst per 22 maart 2017 was beëindigd, en Anticimex aansprakelijk gesteld voor de volgende schadeposten:

- Blokkade uitzoekkosten: € 200.232,-

- Uitvalkosten: € 125.151,-

- Extra ongediertebestrijding: € 21.433,

- Overige kosten: € 9.596,-

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Coroos vordert samengevat - na eiswijziging dat de rechtbank:

  • -

    voor recht verklaart dat de Preventie-overeenkomst op 22 maart 2017 rechtsgeldig is ontbonden;

  • -

    Anticimex veroordeelt om aan Coroos een bedrag te betalen van € 459.310,34, vermeerderd met wettelijke rente,

  • -

    Anticimex veroordeelt tot betaling van € 7.031,31, vermeerderd met wettelijke rente,

  • -

    Anticimex veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

3.2.

Anticimex voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

Anticimex vordert samengevat - in reconventie veroordeling van Coroos tot betaling van:

  • -

    een bedrag van € 7.031,31 per kwartaal over alle kwartalen van 2017 en het eerste kwartaal van 2018,

  • -

    een bedrag van € 7.031,31 aan verschuldigde boete,

  • -

    de wettelijke handelsrente dan wel de contractuele rente, voor zover hoger, over alle bedragen,

  • -

    de proceskosten en de nakosten.

3.5.

Coroos voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie en reconventie

4.1.

Op de zitting van 3 december 2020 is afgesproken dat de rechtbank eerst een oordeel zou vellen over het antwoord op de vraag of Anticimex tekortgeschoten is in de nakoming van de Preventie-overeenkomst. Die kwestie vonden partijen voldoende besproken ter zitting om naar de rol te verwijzen voor vonnis. De overige geschilpunten, zoals de (hoogte van de) gestelde schade, de exoneratie door Anticimex, de matiging van een eventueel door Coroos verschuldigde contractuele boete en de uitvoerbaarverklaring van het eindvonnis, zijn in overleg met partijen geparkeerd. Omdat Anticimex onvoldoende gelegenheid heeft gehad om op de zitting te reageren op de 50 pagina’s tellende conclusie van antwoord in reconventie, heeft de rechtbank ter zitting toegezegd om het vonnis niet te baseren op het onvoldoende betwisten van stellingen die in die conclusie zijn opgenomen.

4.2.

Omdat de toewijsbaarheid van de reconventionele vorderingen afhangt van de beoordeling van de vordering in conventie dat de Preventie-overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, zal de rechtbank de door Anticimex gestelde tekortkoming (het stoppen met betalen van de contractuele vergoedingen over 2017 en het eerste kwartaal van 2018) in dat kader beoordelen.

in conventie

4.3.

In haar conclusie van antwoord in conventie spreekt Anticimex telkens over het ‘opzeggen’ van de Preventie-overeenkomst door Coroos, maar uit de onder 2.4 geciteerde brief blijkt duidelijk dat Coroos beoogde de overeenkomst te ontbinden, zodat de rechtbank daarvan zal uitgaan.

4.4.

Op grond van artikel 6:265 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (lid 1). Deze bevoegdheid ontstaat pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is, tenzij nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is. Anticimex heeft niet gesteld dat een eventuele tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt. Zij heeft evenmin de stelling van Coroos betwist dat nakoming niet meer mogelijk was (par. 8.1 dagvaarding), zodat de vraag naar de ontbinding aankomt op het wel of niet aanwezig zijn van een tekortkoming in de nakoming van de Preventie-overeenkomst.

4.5.

Volgens Coroos is Anticimex op twee punten tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst:

  • -

    haar verplichting tot het preventief bestrijden van ongedierte: er zijn volgens haar zowel in het najaar 2015 als in het voorjaar 2017 ernstige en zeer schadeveroorzakende crises geweest met plaagdieren,

  • -

    haar verplichting tot het voortvarend en doortastend bestrijden van plaagdieren: zij heeft te laat en niet effectief actie ondernomen om de plaag te bestrijden.

4.6.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het midden blijven of Anticimex in de nakoming van al deze verplichtingen tekortgeschoten is. Ook als dat maar één van deze verplichting is, kan deze de ontbinding namelijk al rechtvaardigen. Voor zover Cooros een beroep doet op een probleem met plaagdieren in het najaar van 2015 en op gebreken in systeem die zijn geconstateerd in het najaar 2015/begin 2016, staan deze kwesties niet in causaal verband met de schade die zij in deze procedure vordert en die voor haar aanleiding was om de overeenkomst te ontbinden. Cooros heeft namelijk onvoldoende gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat die problemen nog speelden eind 2016/begin 2017.

4.7.

De rechtbank zal zich dan ook beperken tot het geven van een antwoord op de vraag of er in het voorjaar van 2017 in de gebouwen van Cooros een ernstig probleem was met plaagdieren, en, zo ja, of dit een gevolg was van het niet nakomen door Anticimex van haar verplichting tot het preventief bestrijden van ongedierte.

4.8.

Tussen partijen staat vast dat begin februari 2017 grote aantallen ‘pouches’ (verpakkingen met levensmiddelen) in magazijnen 5 en 8 van Coroos zijn aangevreten door muizen. Wel verschillen zij van mening over de vraag:

- of er sprake was van een muizenplaag (standpunt Cooros) dan wel een “iets verhoogde activiteit” (standpunt Anticimex), en

- of het niet detecteren van deze verhoogde activiteit het gevolg was van (a) het niet functioneren van het PRM-systeem van Anticimex en/of (b) het ontwijken van het systeem door de muizen (standpunt Cooros) dan wel door (c) het niet opvolgen door Coroos van de adviezen van Anticimex ter preventie van verhoogde muizenactiviteit (standpunt Anticimex).

4.9.

Ten aanzien van het eerste punt stelt de rechtbank vast dat Cooros heeft gesteld dat een door haar kort na 7 februari 2017 ingeschakelde tweede ongediertebestrijder ( [naam onderneming] ) in twee dagen 20 muizen heeft gevangen (paragraaf 5.2 dagvaarding). De rechtbank constateert dat Anticimex die stelling niet heeft betwist, maar alleen stelt dat het argument dat het [naam onderneming] wel lukte om muizen te vangen en Anticimex niet, betekenisloos is, omdat de hallen waar de muisactiviteit was geconstateerd (magazijnen 5 en 8; zie par. 2.34 CvA in conventie) waren toegewezen aan [naam onderneming] en niet aan haar (par. 4.8 CvA in conventie). Dit betekent dat vaststaat dat er in februari 2017 binnen 2 dagen 20 muizen zijn gevangen.

4.10.

De rechtbank is van oordeel dat dat een groot aantal muizen is om aan te treffen in een paar magazijnen, en dat dit de conclusie rechtvaardigt dat er niet alleen sprake was van een “iets verhoogde activiteit”, zoals Anticimex stelt, maar duidelijk van ‘meer’. Dat wordt overigens bevestigd door het feit dat in februari 2017 een groot aantal verpakkingen met pouches is aangevreten. Dat was eerder niet bij Coroos voorgevallen, althans dat blijkt niet uit de processtukken. Dit duidt erop dat er toen (veel) meer activiteit was dan anders. Of deze verhoogde activiteit wel of niet als een muizenplaag kan worden betiteld, laat de rechtbank in het midden. Dat is namelijk niet relevant voor de verdere beoordeling.

4.11.

Ter zitting is door de heer [A] van Anticimex verklaard dat het PRM-systeem begin februari 2017 geen signalen heeft gemeld van deze verhoogde activiteit. Dit betekent dat het systeem niet heeft gedaan wat het zou moeten doen, namelijk een toename van de muizenpopulatie signaleren waarna Anticimex vervolgens maatregelen kon nemen.

4.12.

De tweede vraag die beantwoord moet worden is waaraan het niet detecteren van deze toename te wijten is (zie onder 4.8).

Ad a) technische gebreken van het PRM-systeem

4.13.

Coroos heeft gewezen op diverse problemen met het functioneren van het PRM-systeem, zoals niet-werkende wifi-verbindingen tussen de vallen en het systeem, storingen in de sensoren en lege batterijen van de sensoren. Dit waren echter storingen die speelden eind 2015/begin 2016. Waarom de toen geconstateerde en opgeloste gebreken te relateren zijn aan de muizenoverlast begin 2017, heeft Coroos niet (goed) uitgelegd (zie onder 4.6).

Coroos heeft ook onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen om de conclusie te rechtvaardigen dat die problemen er nog waren begin 2017 of op welke andere aspecten het systeem toen technisch gezien niet (goed) functioneerde. De rechtbank gaat aan dit verwijt dan ook voorbij.

Ad b) het ontwijken van het systeem door de muizen

4.14.

Zoals de heer [A] ter zitting heeft verklaard, signaleert het PRM-systeem alleen als een muis in een val loopt die is gezet langs de wanden van het magazijn. Het signaleert geen muizen die over de vloer, of op of tussen de pallets lopen. Daarnaast is door Anticimex ter zitting erkend dat het bewust ontwijken van de vallen van het PRM-systeem door de muizen een mogelijke oorzaak is van het niet detecteren van de toename van het aantal muizen. De heer [A] verklaart daarover: “Ja dat is mogelijk, maar dat is altijd zo met muizen”.

4.15.

Als het ontwijken van vallen gebruikelijk is voor muizen na verloop van tijd, dringt de vraag zich op of Anticimex als professioneel ongediertebestrijder het PRM-systeem wel op deze manier - zonder aanvullende detectie-maatregelen - heeft kunnen adviseren aan Coroos. Het PRM-systeem is bij Coroos aangeprezen als “een effectieve methode” waarbij de monitoring van muizen digitaal gerealiseerd wordt. Echter, als een melding vanuit het systeem uitblijft (bv. door het ontwijken van de vallen), zal Anticimex geen actie ondernemen (zie de beschrijving van het systeem onder 2.1). Daarmee kent dit systeem een belangrijke beperking die het detecteren van een toename van het aantal muizen (één van de belangrijkste doelen van het systeem) ondergraaft. Anticimex had als professioneel ongediertebestrijder die bekend is met de gewenning die kan optreden bij muizen:

- haar klant uitdrukkelijk op deze tekortkoming van het systeem moeten wijzen, zodat deze dan kan besluiten om dat risico wel of niet te nemen, dan wel

- haar systeem of dienstverlening zo in te richten of uit te breiden dat die muizen niet aan de aandacht van het systeem ontsnappen, zodat monitoring effect heeft.

4.16.

Niet gesteld of gebleken is dat Anticimex een waarschuwing als hiervoor bedoeld aan Coroos heeft gegeven. Noch heeft zij deze beperking van haar systeem op andere wijze ondervangen. Dat heeft zij pas gedaan toen het te laat was, door bij offerte van 9 maart 2017 (productie 4 van Coroos) een systeem aan te bieden dat op basis van beweging en warmte

de aanwezigheid van plaagdieren signaleert (in plaats van via een sensor in een muizenval), gecombineerd met 26 visuele inspecties per jaar. Mogelijk bestond dit systeem destijds, in 2015 bij de start van de overeenkomst, nog niet, maar dat ontsloeg Anticimex niet van de verplichting als goed vakman om een systeem bij Coroos te installeren dat - al dan niet in combinatie met aanvullende maatregelen - effectief was bij het detecteren van een toename van het aantal muizen.

Ad c) het niet opvolgen door Coroos van de adviezen van Anticimex

4.17.

Tijdens de looptijd van de overeenkomst verrichtte Anticimex controles op mogelijke risico's op plaagdieren en stelde zij preventieve maatregelen vast in de vorm van adviezen. Coroos was gehouden om deze adviezen binnen een "redelijk termijn" (afhankelijk van het soort advies) op te lossen. Anticimex stelt dat Coroos herhaaldelijk adviezen niet of niet tijdig opvolgde en dat de verhoogde muizenactiviteit daarvan een gevolg is.

4.18.

Naar het oordeel van de rechtbank is het niet opvolgen van adviezen door Coroos alleen relevant als oorzaak voor het niet detecteren van de toename van het aantal muizen, als dit ertoe leidde dat er een schuilgelegenheid is gecreëerd voor muizen bij het opgeslagen voedsel (dus bij de pallets), zodat die muizen dan niet langs de vallen hoefden te lopen om naar het eten te komen. Dat is alleen zo, voor zover het gaat om de gestelde adviezen over de plaatsing van de pallets (op 30-50 cm hoogte, niet te dicht bij elkaar en minstens 50 cm van de muur). Niet gesteld of gebleken is dat bij de in februari 2017 aangevreten pouches sprake was van pallets die te dicht bij de wand stonden, zodat dat verwijt hier geen rol heeft kunnen spelen. Alleen is geconstateerd (door Anticimex in haar inspectie van 7 februari 2017) dat de pallets op de vloer stonden. De juistheid van dat verwijt zal dan ook hierna worden onderzocht.

4.19.

De overige verwijten van niet-opgevolgde adviezen (bestaande uit bouwkundige verwijten en andere plaatsingsadviezen ten aanzien van de pallets) kunnen het wel makkelijker hebben gemaakt voor muizen om binnen te komen en te blijven, en kunnen om die reden wel mogelijk een rol spelen bij de vraag naar de eigen schuld van Coroos met betrekking tot de ontstane schade, maar niet valt in te zien waarom die adviezen een rol zouden hebben kunnen spelen bij het wel/niet detecteren van de muizen door het systeem als het gaat om de begin februari geconstateerde vraatschade. De rechtbank spreekt hiervoor over “mogelijk”, omdat de verwijten gaan over gebouwen en grond rond de gebouwen van Coroos die in totaal 84.000 m2 beslaan, waardoor het de vraag is of het reëel is om te verwachten dat alle openingen (tijdig) te dichten zijn. Bovendien heeft de inspecteur van Anticimex op 31 mei 2016 nog complimenten gegeven aan Coroos over hoe de gebouwen er op bouwkundig en hygiënisch gebied voor staan (productie 16 van Coroos).

Pallets op hoogte plaatsen

4.20.

Anticimex heeft meermaals aan Coroos het advies gegeven om pallets op 30-50 cm hoogte te plaatsen:

  • -

    tijdens de inspectie van 11 mei 2016 (productie 16 bij dagvaarding). Waarneming nummer 7 luidt: “Opslag zo veel mogelijk van de vloer plaatsen. Ongedierte (met name muizen) kunnen de pallets en verpakking erop goed gebruiken om te schuilen en zelfs te nestelen. Opslag in de stelling van de grond is altijd beter.” De waarneming is niet voorzien van het symbool voor ernstige tekortkoming, maar van het symbool voor een tekortkoming (afwijking) die gecorrigeerd dient te worden om toekomstige risico’s en problemen te voorkomen. In het rapport is deze waarneming op 16 mei 2016 gereed verklaard met de vermelding “is niet mogelijk alles van de vloer te zetten.” De melding is door de technisch inspecteur als afgehandeld beschouwd (groene kleur; zie par. 9.22 dagvaarding). Daarmee heeft Anticimex in wezen geaccepteerd dat plaatsing van pallets op hoogte niet mogelijk was.

  • -

    in een e-mail van 19 december 2016 (productie 10 van Anticimex) antwoordt Anticimex op een vraag van Coroos over plaatsing van pallets in magazijn 1: “Ja, graag de pallets van de vloer. Hoogte tussen de 30 en 50 cm. Zodat er goed kan worden geveegd, onder de stelling”.

  • -

    tijdens de inspecties van 7 en 27 februari 2017, maar dat is na de geconstateerde toename van muizen, dus deze adviezen konden niet van invloed zijn op het gedrag van Coroos voordat de toename van muizen begin 2017 ontstond.

4.21.

Hieruit blijkt dat Anticimex Coroos wel heeft geadviseerd om de pallets op hoogte te zetten, maar ook heeft geaccepteerd als dit in de praktijk niet mogelijk was. Als dit zo essentieel was voor de werking van haar PRM-systeem had Anticimex als professioneel ongediertebestrijder Coroos in duidelijke bewoordingen moeten waarschuwen voor de gevolgen van het niet (kunnen) opvolgen van dit advies voor de monitoring via het PRM-systeem, en daar ook consequenties aan verbinden, bijvoorbeeld in het stellen van de voorwaarde van meer fysieke inspecties als onderdeel van het contract. Dat heeft zij niet gedaan.

Conclusie

4.22.

De conclusie van het voorgaande is dat Anticimex niet heeft gehandeld zoals van een goed vakman mag worden verwacht door een detectiesysteem te adviseren dat belangrijke beperkingen kende, waardoor er een groot risico bestond dat een toename van muizen niet (tijdig) zou kunnen worden gedetecteerd, en zonder voor deze beperkingen te waarschuwen dan wel nadere maatregelen te treffen of te adviseren. In zoverre is Anticimex dan ook tekortgeschoten in de nakoming van de Preventie-overeenkomst, zodat Coroos gerechtigd was de overeenkomst per 22 maart 2017 te ontbinden. De daartoe strekkende verklaring voor recht is dan ook voor toewijzing vatbaar.

4.23.

Anticimex heeft onvoldoende gelegenheid gehad om zich uit te laten over de aan de ontbinding gekoppelde nevenvorderingen (tot schadevergoeding en terugbetaling van betaalde kwartaalbijdragen), zodat daarop nu nog niet wordt beslist.

4.24.

Anticimex zal - zoals volgt uit de afspraak ter zitting - in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op de conclusie van antwoord in reconventie, zowel als het gaat over de reconventionele vorderingen als over kwesties die gevolgen hebben voor de toewijzing van de vorderingen in conventie. Hiervoor geldt wel de beperking dat geen reactie toegestaan is voor zover de conclusie gaat over de vraag of de vraatschade aan de pouches van Coroos een gevolg was van een tekortkoming aan de zijde van Anticimex en of er een recht op ontbinding van die overeenkomst bestaat. Daarover hebben partijen zich ter zitting ook naar eigen zeggen voldoende mogen uitlaten, waarna vonnis is gevraagd op dit punt.

4.25.

Coroos zou na de reactie van Anticimex op de conclusie van antwoord in reconventie recht hebben op het ‘laatste woord’ als het gaat om de tegenvorderingen. Om te voorkomen dat er meerdere aktewisselingen moeten plaatsvinden, stelt de rechtbank voor dat partijen gelijktijdig een nadere akte nemen, waarbij zij drie weken vóór de roldatum elkaar hun conceptakte toesturen, waardoor zij de inhoud van elkaars aktes bij hun eigen akte kunnen betrekken.

4.26.

In het licht van de hiervoor onder 4.24 opgenomen beperking mogen beide partijen alleen nog aktes nemen over de volgende onderwerpen (zonder in herhaling te vallen):

  • -

    de hoogte van de schade aan de zijde van Coroos,

  • -

    of Coroos eigen schuld kan worden verweten ten aanzien van de schade, bijvoorbeeld door het niet of niet tijdig opvolgen van vóór februari 2017 gegeven adviezen van Anticimex (concreet per advies), en in welke mate deze omstandigheid heeft bijgedragen aan de geleden schade,

  • -

    de uitleg van de algemene voorwaarden van Anticimex en in hoeverre Anticimex zich kan beroepen op de daarin opgenomen exoneratieclausule,

  • -

    of Coroos nog een kwartaaltermijn tot de ontbinding verschuldigd is, en zo ja, of zij dat kan verrekenen met haar schade,

  • -

    of Coroos een contractuele boete verschuldigd is, en zo ja of deze kan worden gematigd en/of verrekend en

  • -

    of het eindvonnis uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard.

Slotopmerking

4.27.

Gelijk de verzekeraar van Anticimex al heeft gedaan, geeft de rechtbank partijen uitdrukkelijk in overweging om het (resterende) geschil in der minne op te lossen. Het feit dat in dit tussenvonnis op één van de kernvragen die partijen verdeeld houden, het bestaan van een tekortkoming aan de zijde van Anticimex, is beslist, kan daarvoor een aanknopingspunt bieden. Om partijen voldoende tijd te geven om schikkings-onderhandelingen te voeren, zullen de aktes - indien geen schikking wordt bereikt - op de rol van woensdag 26 mei 2021 moeten worden ingediend. Mocht wel een schikking worden bereikt, dan kunnen partijen op deze datum op eenstemmig verzoek om doorhaling vragen.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 mei 2021 voor het nemen van een akte door beide partijen over hetgeen is vermeld onder 4.26,

5.2.

bepaalt dat partijen uiterlijk 3 weken vóór de roldatum elkaar hun concept-akte toesturen,

5.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P.H. van Driel van Wageningen en in het openbaar uitgesproken op 14 april 2021.1

1 type: WV (4208) coll: