Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1281

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
31-03-2021
Datum publicatie
01-04-2021
Zaaknummer
519125 / HA RK 21-68
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk. Wrakingsverzoek ingediend nadat eindbeslissing is gewezen. Verzoek is buiten zitting afgedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER

Locatie: Utrecht

Zaaknummer/rekestnummer: 519125 / HA RK 21-68

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van

31 maart 2021

op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:

besloten vennootschap [verzoekster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

vertegenwoordigd door [bestuurder] , bestuurder,

(verder te noemen: verzoekster).

1 De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 22 maart 2021 een verzoek ingediend tot wraking van mr. P.J. Neijt (verder: de rechter) in de zaak met zaaknummer F.16/21/34.

1.2.

De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Op grond van artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het middel van wraking is toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geƫindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.

2.2.

In de hiervoor genoemde hoofdzaak heeft de rechter op 19 maart 2021 al schriftelijk vonnis gewezen. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak door de rechter is geƫindigd. Het wrakingsverzoek is op 22 maart 2021 ingediend en dus nadat een einduitspraak is gedaan. Dat betekent dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek.

2.3.

Gelet op deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;

3.2.

draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoekster, de gewraakte rechter, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de gewraakte rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, voorzitter, en mrs. A. van Dijk en R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2021.

de griffier is buiten staat te tekenen de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.