Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:113

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
21-01-2021
Datum publicatie
21-01-2021
Zaaknummer
UTR 20/3898
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft de Wnb-vergunning voor de uitoefening van de garnalenvisserij in de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde & Saefthinge, Voordelta, de Noordzeekustzone en de Vlakte van de Raan in redelijkheid mogen wijzigen. De visserijdruk in deze Natura 2000-gebieden kan het beste worden vastgesteld aan de hand van het aantal visuren in de betreffende gebieden. In het bestreden besluit heeft de minister voor de wijziging van het aantal visuren de meest accurate informatie op dit punt gebruikt. Het bestreden besluit is voldoende gemotiveerd en zorgvuldig tot stand gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/3898


uitspraak van de meervoudige kamer van 21 januari 2021 in de zaak tussen

[eiser 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,

V.O.F. [eiser 2], gevestigd te [vestigingsplaats] ,

V.O.F. [eiser 3], gevestigd te [vestigingsplaats] ,

[eiser 4] , handelend onder de naam [bedrijf] , wonend te [vestigingsplaats] ,

gezamenlijk eisers,

(gemachtigde: T. Portegijs),

en

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (de minister), verweerder

(gemachtigde: mr. J.H. Verheul-Verkaik).

Procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2019 (het primaire besluit) heeft de minister voorschrift 8 van de voor eisers op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) geldende vergunning voor de garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden gewijzigd.

Bij besluit van 7 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft de minister de bezwaren van eisers tegen het primaire besluit gedeeltelijk gegrond verklaard en het genoemde vergunningsvoorschrift opnieuw gewijzigd.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is – tegelijkertijd, maar niet gevoegd, met zaak UTR 20/2334 – behandeld op de zitting van 10 december 2020. Namens eisers was hierbij [A] aanwezig, bijgestaan door de gemachtigde van eisers. Ook de gemachtigde van de minister was aanwezig, zij werd vergezeld door [B] , [C] en

[D] .

Overwegingen

Achtergrond

1. Aan eisers is door de minister in 2017 een Wnb-vergunning verleend voor de uitoefening van de garnalenvisserij in de Natura 2000-gebieden Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde & Saefthinge, Voordelta, de Noordzeekustzone en de Vlakte van de Raan. Aan de verlening van de Wnb-vergunning lag een passende beoordeling ten grondslag. De Wnb-vergunning is al een aantal keren gewijzigd.

2. Deze zaak gaat over een wijziging van voorschrift 8 van de Wnb-vergunning. In dit voorschrift is een tabel met visuren per Natura 2000-gebied opgenomen. Volgens het voorschrift in de oorspronkelijke Wnb-vergunning worden als ijkbeeld ter monitoring van de verspreiding en intensiteit van de garnalenvisserij binnen de betrokken Natura 2000-gebieden vooralsnog deze visuren als jaarlijkse maxima aangehouden voor alle houders van de Wnb-vergunning en andere houders van een Wnb-vergunning voor de garnalenvisserij in de betreffende Natura 2000-gebieden. De visuren heeft de minister destijds gebaseerd op de omvang van de garnalenvisserij in het jaar 2015.

3. Met een besluit van 21 december 2018 heeft de minister het aantal visuren in de tabel aangepast, omdat er volgens haar, als gevolg van een softwarefout in de berekening van de ijkbeelden, een te grote groep van vergunninghouders is meegenomen in de individuele berekening per Natura 2000-gebied en omdat er ook visserij-activiteiten bij hogere snelheden plaatsvinden dan in de berekening zijn meegenomen.

4. Met het primaire besluit heeft de minister het aantal visuren in voorschrift 8 van de Wnb-vergunning nogmaals gewijzigd, omdat in het besluit van 21 december 2018 een fout was opgetreden in de berekening van het aantal visuren in relatie tot het Natura 2000-gebied Vlakte van de Raan. Voor het overige is het voorschrift ongewijzigd gebleven ten opzichte van het besluit van 21 december 2018.

5. In een brief van 28 maart 2019 heeft de minister de monitoringsdata van de garnalenvisserij over de jaren 2016 tot en met 2018 opgenomen. De minister constateert in deze brief dat er in enkele Natura 2000-gebieden intensiever is gevist, dan de omvang van visserij die op grond van de passende beoordeling bij de vergunningen is getoetst. In deze brief zet zij ook haar toezicht- en handhavingslijn uiteen. Het uitgangspunt hiervan is dat bij het bereiken van 90% van de visuren in een bepaald Natura 2000-gebied, er een waarschuwing wordt gegeven met een oproep om een passende actie te plegen. Bij het bereiken van 110% van de visuren volgt een tijdelijke opschorting van de werking van de Wnb-vergunningen in relatie tot het betreffende Natura 2000-gebied tot en met 31 december van het betreffende kalenderjaar.

6. Met het bestreden besluit heeft de minister voorschrift 8 uit de Wnb-vergunning opnieuw aangepast. Het woordje ‘vooralsnog’ is in de tekst van het voorschrift vervallen en het aantal visuren is nogmaals gewijzigd. De aantallen visuren zijn met het gewijzigde voorschrift voor de Natura 2000-gebieden aanzienlijk verhoogd ten opzichte van de Wnb-vergunning uit 2017, behalve voor het gebied Oosterschelde.

7. Eisers kunnen zich niet vinden in de wijzigingen. Hoewel de aantallen visuren zijn verhoogd, is hen door de brief van 28 maart 2019 nu pas duidelijk geworden dat een overschrijding van die aantallen potentieel grote gevolgen kan hebben voor de garnalenvisserij. Volgens eisers zijn ook de gewijzigde aantallen visuren in het geheel niet representatief voor de historische omvang van de garnalenvisserij.

Heeft de wijziging van het aantal visuren rechtsgevolg?

8. Op de zitting is besproken of de minister de bezwaren van eisers tegen het primaire besluit terecht ontvankelijk heeft geacht. Dit is iets wat de rechtbank ambtshalve moet toetsen.

9. De rechtbank oordeelt dat een overschrijding van het aantal visuren, zoals die in voorschrift 8 zijn vastgelegd, de grondslag kan vormen voor nadere besluitvorming inzake de naleving en handhaving van de Wnb-vergunning. De rechtbank betrekt hierbij dat de minister bevoegd is om de Wnb-vergunning te wijzigen of in te trekken als eisers in strijd handelen met de aan hen verleende vergunning of de daaraan verbonden voorschriften1. Ook heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak op het hoger beroep tegen de Wnb-vergunning2 overwogen dat voorschrift 8 ertoe strekt dat de daarin vermelde ijk-uren niet worden overschreden.

10. De conclusie hiervan is dat de wijziging van voorschrift 8 van de Wnb-vergunning op rechtsgevolg is gericht. Omdat ook overigens wordt voldaan aan de daarin vervatte vereisten, moet het primaire besluit worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De minister heeft eisers dan ook terecht ontvankelijk geacht in hun bezwaren tegen het primaire besluit.

Mocht de minister het aantal visuren wijzigen?

11. Eisers voeren aan dat het ijkbeeld zoals dat met het bestreden besluit is opgenomen in artikel 8 van de Wnb-vergunning onjuist is. Ook voeren eisers aan dat de minister voor de vaststelling van het aantal visuren in het ijkbeeld ten onrechte afwijkt van de gegevens in de passende beoordeling op basis waarvan de Wnb-vergunning is verleend en van het aantal visuren zoals dat op basis het Verduurzamingsplan Garnalenvisserij is vastgelegd in het Noordzeekustvisserijakkoord 2017. De visserij-omvang in de passende beoordeling bij de Wnb-vergunning is beoordeeld op basis van maximale omvang in 1975 en 2009, te weten 5,9 miljoen ‘pk-dagen’. Volgens eisers had de minister in het bestreden besluit de passende beoordeling moeten volgen. In het kader van het Verduurzamingsplan Garnalenvisserij is het aantal uren dat per kotter gevist mag worden teruggebracht van 5.616 naar 4.800 uur per jaar.

12. De rechtbank stelt voorop dat het bestreden besluit geen betrekking heeft op het opnemen van de aantallen visuren in de Wnb-vergunning als zodanig, maar alleen op de wijziging van die aantallen. Al in het oorspronkelijke voorschrift 8 van de Wnb-vergunning uit 2017 werd als ijkbeeld ter monitoring van de verspreiding en intensiteiten van de garnalenvisserij in de betrokken Natura 2000-gebieden een jaarlijks maximum uitgedrukt in visuren aangehouden, gebaseerd op cijfers uit 2015. Deze monitoringssystematiek is met het bestreden besluit niet gewijzigd. Als eisers het niet eens waren geweest met deze monitoringssystematiek, dan hadden zij dat aan de orde moeten stellen bij het verlenen van de oorspronkelijke Wnb-vergunning. Het komt voor het risico van eisers dat zij toen de inschatting hebben gemaakt dat de tabel met visuren in de Wnb-vergunning minder verstrekkende gevolgen zou hebben dan dat zij nu afleiden uit de brief van 28 maart 2019, en dat zij daarom geen beroep hebben ingesteld tegen de oorspronkelijke Wnb-vergunning uit 2017. De rechtbank kan nu alleen beoordelen of in het bestreden besluit het aantal visuren in 2015 rechtmatig is gewijzigd.

13. Volgens de minister geeft het aantal visuren een nauwkeuriger beeld van de omvang van de visserijdruk dan het aantal visdagen. De minister heeft voor de berekening van het aantal visuren in 2015 aan het bestreden besluit het rapport ‘Garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden’ – in november 2019 opgesteld door Wageningen Marine Research – ten grondslag gelegd. Volgens de minister geeft dit rapport een goed beeld van de visserij-intensiteit in de Natura 2000-gebieden en kan deze worden gebruikt voor de monitoring. Er is op dit moment nog geen sluitend elektronisch registratiesysteem om direct aan boord van de betrokken vaartuigen de visuren te registreren. Tot dat mogelijk is acht de minister de berekeningen van Wageningen Marine Research de meest accurate informatie op dit punt. De rechtbank kan deze motivering volgen. Uit wat eisers aanvoeren is de rechtbank niet gebleken dat in dit rapport niet het meest accurate beeld van de omvang van de garnalenvisserij in 2015 is opgenomen.

14. De rechtbank kan de motivering van de minister volgen dat de zogenoemde black box-gegevens op dit moment nog onvoldoende betrouwbaar zijn en eerst het verbetertraject hiervan moet zijn afgerond voordat deze kunnen worden gebruikt als registratiesysteem van het aantal visuren. Bovendien zijn de garnalenkotters pas sinds 2017 uitgerust met een black box en zijn hierin dus geen gegevens over de visuren in 2015 opgeslagen.

15. Eisers hebben naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de cijfers, in het bijzonder voor het Natura 2000-gebied de Noordzeekustzone – meer specifiek de Wadddenzee – niet kunnen kloppen. Het had op de weg van eisers gelegen om een nadere onderbouwing te geven van hun stelling dat in het rapport ‘Garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden’ niet het meest accurate beeld dat beschikbaar is van de omvang van de garnalenvisserij in de Natura 2000-gebieden is opgenomen. Dit hebben zij niet gedaan. Door hen is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen of onjuist zou zijn en dat de minister dit rapport daarom niet aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat door eisers geen tegenadvies van een deskundig te achten persoon is overgelegd.

16. De conclusie van het voorgaande is dat de omvang van de visserijdruk in de Natura 2000-gebieden het beste kan worden vastgesteld aan de hand van het aantal visuren in de betreffende gebieden. In het bestreden besluit is voor de wijziging van het aantal visuren voor het jaar 2015 in de tabel van voorschrift 8 van de Wnb-vergunning op basis van het rapport ‘Garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden’ de meest accurate informatie op dit punt gebruikt. Het bestreden besluit is op deze wijze voldoende gemotiveerd en is zorgvuldig tot stand gekomen. De minister heeft de Wnb-vergunning gelet daarop in redelijkheid mogen wijzigen.

Conclusie

17. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzitter, en mr. V.E.H.G. Visser, en
mr. ing. A. Rademaker, leden, in aanwezigheid vanmr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De beslissing is uitgesproken op 21 januari 2021 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

de griffier is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Artikel 5.4, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wnb.

2 Uitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2687.