Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2021:1

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-01-2021
Datum publicatie
04-01-2021
Zaaknummer
16/700165-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een man veroordeeld voor het tweemaal plegen van ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinder- en dierenporno. De rechtbank veroordeelt de man tot gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/700165-17 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 4 januari 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1995] te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:

[adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 juni 2020 en 14 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie mr. T. Tanghe en van wat verdachte, mr. E.J.M.J. Damen, de raadsman van verdachte, en mr. P.G.C.P. Smits, de raadsvrouw van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 8 juli 2017 tot en met 9 juli 2017 te [woonplaats] ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , destijds 11 jaar oud, door met zijn vingers op haar schaamstreek te kriebelen, althans deze schaamstreek aan te raken of te betasten;

Feit 2

op 23 juli 2017 te [woonplaats] ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , destijds 8 jaar oud, door haar onderbroek omhoog te trekken, zijn hoofd tussen haar benen ter hoogte van de schaamstreek te brengen en met zijn tong of mond haar schaamstreek aan te raken;

Feit 3

in de periode van 12 juni 2016 tot en met 16 oktober 2017 te Zeist, althans in Nederland, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij kennelijk minderjarigen zijn betrokken, heeft verspreid, verworven en in bezit heeft gehad, en daarvan een gewoonte heeft gemaakt;

Feit 4

op 16 oktober 2017 te Zeist afbeeldingen van ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, heeft verworven en in bezit heeft gehad;

Feit 5

in de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij kennelijk minderjarigen zijn betrokken, in bezit heeft gehad;

Feit 6

in de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, afbeeldingen van ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit heeft gehad.

3 VOORVRAGEN

Met betrekking tot de feiten 5 en 6 heeft de raadsman bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard. Op de documentatie van verdachte staan de zaken onder de noemer “volledig afgedane zaken betreffende misdrijven”. Door verdachte te dagvaarden voor de feiten 5 en 6, heeft het Openbaar Ministerie verdachte tweemaal vervolgd voor dezelfde feiten. Subsidiair heeft te gelden dat de feiten op 7 december 2015 voorwaardelijk zijn geseponeerd en dat verdachte geen voorwaarde heeft overtreden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Van het tweemaal vervolgen van verdachte voor dezelfde feiten is geen sprake. Zoals later uiteengezet zal worden, heeft verdachte zich voor het einde van de proeftijd van het voorwaardelijk sepot van twee jaar schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Dat betekent dat verdachte een aan het voorwaardelijk sepot verbonden voorwaarde heeft geschonden. Het Openbaar Ministerie is om die reden ontvankelijk in de vervolging van hetgeen onder de feiten 5 en 6 ten laste is gelegd.

De officier van justitie is ook voor de overige feiten ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Verder is de dagvaarding geldig, de rechtbank bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft met betrekking tot de feiten 1, 2, 3 en 4 vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Ter onderbouwing daarvan heeft hij - kort gezegd - het volgende aangevoerd.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Hun verklaringen zijn hiervoor te onduidelijk en mogelijk beïnvloed door hun moeder en elkaar. Als er signalen waren dat er tijdens de logeerpartij van [slachtoffer 1] daadwerkelijk iets was gebeurd, was het bovendien niet aannemelijk dat [slachtoffer 2] twee weken later ook bij verdachte mocht gaan logeren. De conclusies uit het NFI-rapport kunnen niet als steunbewijs worden gebruikt. Niet kan worden uitgesloten dat de DNA-sporen die op de onderbroek van [slachtoffer 2] zijn aangetroffen, daar op een andere wijze dan door ontucht terecht zijn gekomen.

Ten aanzien van het onder de feiten 3 en 4 ten laste gelegde heeft de raadsman bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode de ten laste gelegde afbeeldingen heeft binnengehaald, in zijn bezit heeft gehad of verspreid. De toenmalige vriendin van verdachte had ook toegang tot de harde schijf waarop de afbeeldingen zijn aangetroffen.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

De feiten 1 en 2

Bewijsmiddelen 1

[aangeefster] doet op 27 juli 2017 namens haar kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aangifte van seksueel misbruik.2 Zij verklaart hierbij het volgende.

In het weekend van 8 en 9 juli 2017 heeft [slachtoffer 1] bij [verdachte] te [woonplaats] gelogeerd. Toen ze terugkwam was de rest van het gezin aan het barbecueën. Dat vindt [slachtoffer 1] altijd erg leuk, maar ineens was ze weg en ging ze op haar kamer TV kijken. Het was mooi weer en dan is het niets voor [slachtoffer 1] om op haar kamer TV te gaan kijken. Aangeefster heeft toen gevraagd wat er aan de hand was. [slachtoffer 1] zei toen dat [verdachte] haar stevig vast had gehouden en gekieteld had, en dat zij dat niet fijn had gevonden.3

In het weekend van 22 en 23 juli 2017 heeft [slachtoffer 2] bij [verdachte] te [woonplaats] gelogeerd.4 Toen ze thuiskwam, zei [slachtoffer 2] dat [verdachte] haar ergens had gekieteld, en ze wees daarbij naar haar vagina. Ze zei toen ook dat hij er met zijn tong bij gezeten had en dat ze iets nats had gevoeld.

Aangeefster is vervolgens naar [slachtoffer 1] gegaan, en heeft haar gevraagd of [verdachte] op 8 en 9 juli nog meer had gedaan dan wat zij eerder had verteld. [slachtoffer 1] zei dat [verdachte] haar ook gekieteld had, op dezelfde plek als [slachtoffer 2] . Zij wees die plek ook aan.5

Op 24 juli 2017 heeft [slachtoffer 2] om 1.16 uur, voordat bij haar in het ziekenhuis een Forensisch Medisch Onderzoek werd afgenomen, gesproken met een gecertificeerd studioverhoorster. Ze heeft toen verklaard dat ze in het ziekenhuis is omdat ze ‘hier zo’ onderzocht moet worden en daarbij tussen haar benen gewezen. [slachtoffer 2] heeft gezegd dat je daarmee kan plassen. De reden dat ze daar onderzocht moet worden is dat een jongen waarmee ze bleef slapen daar iets deed wat ze niet fijn vond. Het was vies. Ze voelde iets nats.6 Dat nats kwam van [verdachte] . Ze lag met haar hoofd boven de deken. Hij lag eerst naast haar. Toen ging hij onder de deken, met zijn hoofd ook. Toen zij dat nats voelde was zijn gezicht dicht bij haar benen. De verhoorster ziet dat [slachtoffer 2] haar onderbenen en knieën aanwijst.7

Op 14 augustus 2017 wordt [slachtoffer 2] door een gecertificeerd zedenrechercheur in een kindvriendelijke studio gehoord.8 [slachtoffer 2] verklaart daarbij dat ze een paar weken terug in bed lag, dat [verdachte] met zijn hoofd onder de dekens ging en dat ze iets nats voelde. Hij lag met zijn hoofd bij haar plasser en zij voelde zijn hoofdhaar op haar buik. [verdachte] deed hierbij haar onderbroek iets omhoog.9

Op 14 augustus 2017 wordt ook [slachtoffer 1] door een gecertificeerd zedenrechercheur in een kindvriendelijke studio gehoord.10 [slachtoffer 1] verklaart daarbij dat [verdachte] dingen heeft gedaan die zij eigenlijk niet leuk vindt. Ze lag te slapen en hij ging met zijn vingers kriebelen, daar waar je mee kunt plassen, op haar onderbroek.11

Op 24 juli 2017 is de onderbroek van [slachtoffer 2] in beslag genomen.12 Deze onderbroek is door het NFI onderzocht op de aanwezigheid van biologische sporen en DNA-sporen die afkomstig kunnen zijn van verdachte.

Door het NFI zijn van deze onderbroek 20 bemonsteringen afgenomen. In 17 van deze 20 bemonsteringen is DNA aangetroffen waarvan verdachte mogelijk een donor is. In vijf van deze 17 bemonsteringen is een aanwijzing gevonden voor de aanwezigheid van speeksel. Voor één van deze vijf bemonsteringen met een aanwijzing voor de aanwezigheid van speeksel, in het NFI-rapport aangeduid met Sporen Identificatie Nummer AAKS0973NL#06, is berekend dat het verkregen DNA-profiel van het DNA in deze bemonstering meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA van verdachte bevat dan wanneer de bemonstering DNA van een willekeurige man bevat die niet aan verdachte verwant is. Dit betreft een bemonstering van de voorzijde van het kruis aan de buitenzijde van de onderbroek.

Met betrekking tot de overige vier bemonsteringen met een aanwijzing voor speeksel is de bewijskracht van de gevonden overeenkomsten met het DNA-profiel van verdachte vanwege overige resultaten niet berekend.13

Bewijsoverwegingen

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft begaan.

Met betrekking tot feit 2 overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar. Zij legt kort na het gebeuren in het ziekenhuis een gedetailleerde verklaring af. De verklaring die zij vervolgens tijdens het studioverhoor aflegt komt op hoofdlijnen overeen en is opnieuw gedetailleerd. Een opvallend detail, waarvan de rechtbank zich niet kan voorstellen dat dat door een achtjarige is verzonnen, is dat [slachtoffer 2] verklaart dat zij het hoofdhaar van verdachte op haar buik voelde. Ook is de verklaring van [slachtoffer 2] innerlijk consistent. Opvallend daarbij is dat zij verklaart dat zij iets nats voelt, maar niet zelf aan haar verhoorders verklaart wat dat nats is, hetgeen in lijn is met haar verklaring dat zij met haar hoofd boven de dekens lag en verdachte met zijn hoofd onder de dekens.

De verklaring van [slachtoffer 2] wordt ondersteund door het NFI-rapport. Hieruit blijkt dat op de onderbroek van [slachtoffer 2] op vijf plekken aanwijzingen voor de aanwezigheid van speeksel zijn verkregen. De rechtbank leidt uit het rapport in combinatie met bewijsmiddelen waaruit volgt dat [slachtoffer 2] bij verdachte verbleef af dat in ieder geval op één van deze plekken, te weten de voorzijde van het kruis aan de buitenzijde van de onderbroek, DNA van verdachte is aangetroffen. De rechtbank merkt deze plek, gelet op de verklaring van [slachtoffer 2] , aan als een delictgerelateerde plek. De mogelijke aanwezigheid van speeksel en de aanwezigheid van DNA van verdachte past bij de verklaring van [slachtoffer 2] dat zij iets nats voelde toen verdachte zich met zijn hoofd bij haar kruis bevond. De rechtbank acht op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte de tenlastegelegde ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] heeft gepleegd.

Het betoog van de raadsman dat het DNA van verdachte op andere wijze dan door ontucht op de onderbroek van [slachtoffer 2] terecht moet zijn gekomen, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen.

Met betrekking tot feit 1 overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht ook de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar. [slachtoffer 1] heeft op 23 juli 2017 voor het eerst aan haar moeder verteld over hetgeen verdachte bij haar had gedaan op 8 of 9 juli 2017. [slachtoffer 1] heeft deze verklaring gedetailleerd herhaald tijdens haar studioverhoor. In dit studioverhoor heeft [slachtoffer 1] verder verklaard dat zij een en ander niet eerder dan op 23 juli 2017 heeft durven vertellen. De rechtbank acht dit niet onbegrijpelijk en is van oordeel dat de omstandigheid dat [slachtoffer 1] niet direct over het gebeurde heeft verklaard de verklaring op zichzelf niet onbetrouwbaar maakt. Dat de moeder van [slachtoffer 1] op 9 juli 2017 bij thuiskomst van [slachtoffer 1] afwijkend gedrag bij haar constateerde, biedt daarbij steun aan de verklaring van [slachtoffer 1] over hetgeen verdachte kort daarvoor bij haar had gedaan.

Ook draagt de omstandigheid dat verdachte de ten laste gelegde ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 2] heeft gepleegd, bij aan het bewijs dat verdachte ook de ten laste gelegde ontuchtige handeling bij [slachtoffer 1] heeft gepleegd. De omstandigheden waaronder de ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 2] zijn gepleegd, komen sterk overeen met de omstandigheden waaronder de ontuchtige handeling is gepleegd waar [slachtoffer 1] in haar verklaring over spreekt. In beide gevallen heeft de dader bij een jong meisje dat bij hem logeerde, terwijl zij in bed lag, in de schaamstreek gevoeld of gelikt.

Het door de verdediging gevoerde verweer dat het niet aannemelijk is dat [slachtoffer 2] op 23 juli 2017 bij verdachte zou zijn gaan logeren indien er op 8 of 9 juli 2017 iets was voorgevallen toen [slachtoffer 1] bij verdachte logeerde, wordt door de rechtbank verworpen. Uit de enkele omstandigheid dat [slachtoffer 2] op 23 juli 2017 bij verdachte is gaan logeren, volgt niet dat er tijdens het logeren van [slachtoffer 1] op 8 of 9 juli 2017 niets is voorgevallen. Daar komt bij dat in het studioverhoor van [slachtoffer 1] naar voren is gekomen dat zij niet eerder dan op 23 juli 2017 heeft durven te verklaren over hetgeen was voorgevallen.

Feit 3

Bewijsmiddelen

Op 16 oktober 2017 wordt de woning van verdachte op het adres [adres] te [woonplaats] doorzocht.14 Hierbij wordt onder andere een harde schijf van het merk Toshiba in beslag genomen.15

Deze harde schijf is onderzocht op de aanwezigheid van kinderporno. Bij dit onderzoek worden op deze harde schijf 2066 afbeeldingen die als kinderpornografisch worden beoordeeld aangetroffen.16 Bij twee van deze afbeeldingen kan een “file creation date” worden vastgesteld. Eén heeft een “creation date” van 12 juni 2016 en één een “creation date” van 16 juni 2016.17

De inhoud van de afbeeldingen is verwerkt in een collectiescan. Uit de collectiescan is een collectie van 26 afbeeldingen samengesteld en als stuk van overtuiging, met daarin onder andere de bestandsnamen, echter zonder de afbeeldingen, als bijlage bij het dossier gevoegd. In deze bijlage is onder meer te lezen:

foto 1: penetratie van het lichaam van een minderjarige, oraal met penis;18

foto 6: penetratie van het lichaam van een minderjarige, anaal met penis;

foto 7: penetratie van het lichaam van een minderjarige vaginaal met mond en/of tong;

foto 8: ontuchtige handelingen, betasten/aanraken van een minderjarige, geslachtsdelen met penis;19

foto 11: ontuchtige handelingen, betasten/aanraken van een minderjarige, billen met vinger en/of hand;

foto 13: ontuchtige handelingen, betasten/aanraken door een minderjarige, geslachtsdelen met mond en/of tong;

foto 14: penetratie door een dier van het lichaam van een minderjarige, oraal;20

foto 15: poseren door minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen, geheel naakt;21

foto 20: poseren door minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen, striptease-act en/of houding;

foto 22: poseren door minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en/of billen, sadomasochistische elementen;22

foto 24: overige seksuele gedragingen, spuiten van en/of zichtbaar maken van sperma op lichaam minderjarige;

foto 25: overige seksuele gedragingen, houden van/penis dichtbij lichaam minderjarige.23

Tevens worden op de harde schijf binnen het programma [programma] de volgende zoekwoorden aangetroffen: “ [zoekwoorden] ”, “ [zoekwoorden] ” en “ [zoekwoorden] ”.24 Deze zoekwoorden hebben meerdere vastgestelde “Shadow Copy Creation Times” in de periode van 14 augustus 2016 tot en met 8 september 2016.25

Verder is op de bij verdachte in beslag genomen harde schijf van het merk Toshiba een Skype chatgesprek aangetroffen van 9 juli 2016 tussen ‘ [gesprekdeelnemer 1] ’ en ‘ [gesprekdeelnemer 2] ’.26 In dat gesprek wordt besproken van welke leeftijden de gespreksdeelnemers houden en zegt ‘ [gesprekdeelnemer 1] ’ onder meer dat hij oppaskindjes heeft en dus ‘soms wel even kan voelen enzo’. Ook zegt ‘ [gesprekdeelnemer 2] ’: “ik heb er geen foto’s van hoor”. ‘ [gesprekdeelnemer 1] ’ zegt dan “oke helammal geen ook niet naakt Fotos van die leeftijden”. ‘ [gesprekdeelnemer 2] ’ zegt: “nee helaas niet meer alles verloren door een pc crash”, waarna ‘ [gesprekdeelnemer 1] ’ zegt: “dat is kut ik weet er alles van”. Verder wordt onder meer gesproken over de mogelijkheid van het penetreren van jonge kinderen, en stuurt ‘ [gesprekdeelnemer 1] ’ een weblink aan ‘ [gesprekdeelnemer 2] ’ met de tekst “Ga naar [weblink] om deze gedeelde foto te bekijken”, met de begeleidende opmerking dat alles kan als je het maar opbouwt. ‘ [gesprekdeelnemer 2] ’ reageert op deze berichten door op te merken “lekker kind” en “leuk meisje”.27

Verdachte heeft op 25 april 2018 bij de politie verklaard dat de op 16 oktober 2017 in beslag genomen harde schijf van het merk Toshiba van hem is.28 Hij erkent dat hij onder de naam [gesprekdeelnemer 1] het hierboven aangehaalde chat gesprek heeft gevoerd.29 Hij heeft wel eens gezocht op “ [zoekwoorden] ” en “ [zoekwoorden] ”.30 Hij dacht zelf dat er veel minder kinderporno op de harde schijf stond dan 2066 afbeeldingen. Hij heeft kinderporno met anderen gedeeld. Als iemand iets naar hem stuurde dan stuurde hij wat terug.31

Bewijsoverweging

Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 12 juni 2016 tot 16 oktober 2017 afbeeldingen met kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en heeft verspreid.

Uit de verklaring van verdachte bij de politie volgt dat verdachte wist dat er kinderpornografische afbeeldingen op de harde schijf stonden. Dat verdachte in de betreffende periode ook kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven en verspreid leidt de rechtbank af uit de file created date die met betrekking tot twee foto’s bekend is geworden, in combinatie met het rond diezelfde periode door verdachte gevoerde chatgesprek waarin over misbruik van kinderen en foto’s daarvan wordt gesproken en waarin verdachte ook een afbeelding van een meisje verstuurt, in combinatie met de opmerking van verdachte bij de politie dat als iemand hem iets stuurde hij ook iets terugstuurde. Dat de toenmalige vriendin van verdachte ook toegang had tot de computer doet aan het vorenstaande niet af.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte van het verwerven, in bezit hebben of verspreiden van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt, nu het dossier daarvoor onvoldoende gegevens bevat over de tijdstippen van het verwerven, in bezit hebben en verspreiden van de afbeeldingen.

Feit 4

Vrijspraak

In de tenlastelegging met betrekking tot feit 4 is een specifieke feitelijke omschrijving opgenomen van afbeeldingen van dierenpornografische aard waar verdachte onder andere het bezit van wordt verweten. In het dossier is weliswaar geverbaliseerd dat dierenpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen op een harde schijf die onder verdachte in beslag is genomen, doch de beschrijving van die afbeeldingen komt niet overeen met de beschrijving van de afbeeldingen in de tenlastelegging. Gelet daarop kan het tenlastegelegde niet worden bewezen en zal verdachte ter zake van feit 4 worden vrijgesproken.

De feiten 5 en 6

Bewijsmiddelen 32

Op 6 februari 2014 wordt onder verdachte een smartphone van het merk Samsung in beslag genomen.33 Op deze smartphone worden 83 kinderpornografische en 12 dierenpornografische afbeeldingen aangetroffen.34

De verbalisanten die de inbeslaggenomen telefoon hebben onderzocht verwijzen naar de als bijlage bij hun proces-verbaal gevoegde collectiescan, die een weergave bevat van de in het in beslaggenomen materiaal aangetroffen strafbare elementen.35 In de bijlage zijn aangekruist als zichtbare strafbare elementen:

  • -

    penetratie van het lichaam van een minderjarige oraal met penis;

  • -

    penetratie van het lichaam van een minderjarige anaal met voorwerp;

  • -

    ontuchtige handelingen, betasten/aanraken door een minderjarige, geslachtsdelen, met vinger/hand;

  • -

    dieren, penetratie van een minderjarige, oraal;

  • -

    dieren, betasten/aanraken van een dier door een minderjarige betasten/aanraken geslachtsdelen.36

De verbalisanten merken met betrekking tot de dierenpornografische afbeeldingen op dat zij afbeeldingen zien van vrouwen die door een hond in hun vagina of anus gepenetreerd werden en afbeeldingen van een volwassen man die een hond penetreert. Het dierenpornografisch materiaal betreft hier 2 ogenschijnlijk visueel identieke afbeeldingen.37

Verdachte heeft op 2 september 2014 bij de politie verklaard dat de Samsung van hem is en dat de kinderporno er op terecht is gekomen doordat hij op internet is gaan zoeken. Mensen vertelden dan hoe ze er aan kwamen en stuurden ook wel eens dingen toe.38 Op de afbeeldingen op zijn smartphone stonden meisjes die seksuele handelingen verrichten, soms met dieren. Die meisjes waren in ieder geval onder de 18 en de meeste onder de 15 jaar. Hij denkt dat hij de kinderporno in februari van 2014 op zijn telefoon heeft gekregen.39

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 8 juli 2017 tot en met 9 juli 2017 te [woonplaats] met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [2006] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, met zijn vingers op de schaamstreek van die [slachtoffer 1] gekriebeld.

Feit 2

op 23 juli 2017 te [woonplaats] met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [2008] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte

  • -

    de onderbroek van die [slachtoffer 2] omhoog getrokken en

  • -

    zijn hoofd tussen de benen ter hoogte van de schaamstreek van die [slachtoffer 2] gebracht, en

  • -

    met zijn tong en/of mond de schaamstreek van die [slachtoffer 2] aangeraakt.

Feit 3
op tijdstippen in de periode van 12 juni 2016 tot en met 16 oktober 2017 te Zeist, althans in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid, verworven en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met een penis of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(fotonummers 1 en 6 en 7, pagina 155 en/of 156 dossier)

en

- het met een penis of hand betasten of aanraken van het geslachtsdeel of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het met de mond/tong betasten of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(fotonummers 8 en 11 en 13, pagina 156 en/of 157 dossier)

en

- het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(fotonummer 14, pagina 157 dossier)

en

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten of billen van die persoon in beeld gebracht worden

(fotonummers 15 en/of 20 en/of 22, pagina 158 en/of 159 dossier)en

- het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt of het houden van een penis bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt.

(fotonummers 24 en 25, pagina 160 dossier)

Feit 5

hij in de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met een penis of een voorwerp oraal of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het met een vinger/hand betasten of aanraken van het geslachtsdeel van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

- het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt betasten of aanraken van het geslachtsdeel van een dier.

Feit 6

hij in de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (merk Samsung), bevattende afbeeldingen van ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken in bezit heeft gehad, welke ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

- het met een penis anaal of vaginaal penetreren van een persoon door een hond en

- het met een penis penetreren van een hond door een persoon.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

Ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige

Feit 2

Ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige

Feit 3

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben en verspreiden, meermalen gepleegd

Feit 5

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Feit 6

Een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en ambulante behandeling.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd.

Het gaat om oude feiten, waarbij de redelijke termijn voor behandeling is verstreken. De beschuldigingen hebben verdachte jaren boven het hoofd gehangen en hebben voor verdachte al ernstige gevolgen gehad. Zo is zijn zoontje als gevolg van deze verdenkingen uit huis geplaatst. Dit alles dient tot uitdrukking te komen in de strafmaat. Bij een bewezenverklaring kan daarom worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf, eventueel met de bijzondere voorwaarden die de reclassering adviseert.

Verdachte zelf heeft ter zitting aangegeven dat hij, als hij wordt veroordeeld, wil meewerken aan de bijzondere voorwaarden die door de reclassering zijn geadviseerd, omdat hij zo kan laten zien dat hem psychisch niets mankeert. Hij zou graag een gewoon gezinsleven met zijn vrouw en zoontje willen leiden.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

Inleidende opmerkingen met betrekking tot de strafoplegging

Bij de oplegging van een straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Hij heeft bij twee meisjes, van 8 en 11 jaar oud, die aan zijn zorg waren toevertrouwd, de schaamstreek betast of gelikt. Dergelijke seksuele handelingen bij kinderen kunnen hun ontwikkeling schaden en ingrijpende psychische gevolgen hebben die zeer lange tijd, tot in hun volwassen leven, kunnen doorwerken. Kinderen dienen daarom beschermd te worden tegen deze seksuele handelingen. Verdachte heeft verklaard dat hij in zijn jeugd zelf slachtoffer is geworden van seksueel misbruik, en dat hij hier ook nadelige gevolgen van heeft ondervonden. Toch heeft hij alleen aan zijn eigen behoeftebevrediging gedacht, en zich niet bekommerd om de nadelige gevolgen die zijn handelen voor de kinderen kan hebben. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte, hoewel hij minder dan twee maanden daarvoor tot een deels voorwaardelijke straf was veroordeeld voor het bezit van kinderpornografisch materiaal en hij in de proeftijd van die veroordeling zat, in februari 2014 opnieuw kinder- en ook dierenpornografisch materiaal in zijn bezit gehad. Het Openbaar Ministerie heeft deze feiten voorwaardelijk geseponeerd, maar ook dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw, nu in de periode juni 2016 tot oktober 2017, kinderpornografisch materiaal te verwerven, te bezitten en te verspreiden.

Bij het maken van kinderporno wordt aan kinderen zware psychische schade toegebracht. Door te handelen zoals hij heeft gedaan heeft verdachte bijgedragen aan de vraag die het maken van kinderporno in stand houdt.

Ook aan de vraag naar het maken van dierenporno, waarbij aan deze dieren schade wordt toegebracht, is door verdachte door zijn handelen bijgedragen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een Psychologisch onderzoek Pro Justitia van 5 april 2019 van J.A.M. Gresnigt, psycholoog en van een Psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 3 april 2019 van C.J.F. Kemperman, psychiater.

Gresnigt schrijft dat bij verdachte sprake is van een lichte autismespectrumstoornis en dat antisociale persoonlijkheidskenmerken naar voren komen. Bij een bewezenverklaring is mogelijk sprake van een parafiele stoornis. Als gevolg van de ontkenning van het tenlastegelegde door verdachte is het niet mogelijk om de doorwerking van de stoornis op het gedrag ten tijde van het tenlastegelegde te bepalen. Hoewel de risicoanalyse door de ontkenning van verdachte enige beperkingen kent, kan geconcludeerd worden dat sprake is van een matig tot hoog recidiverisico. De psycholoog adviseert bij een bewezenverklaring nadere diagnostiek naar een mogelijke parafiele stoornis en bij vaststelling hiervan ambulante behandeling in een forensische polikliniek. Voorts heeft de psycholoog er in zijn rapport in het kader van het risico op recidive op gewezen dat het vrijelijk door verdachte kunnen beschikken over een computer een risicoverhogende factor is.

Kemperman stelt bij verdachte geen ziekelijke stoornis in of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vast. Bij een bewezenverklaring is volgens hem mogelijk sprake van een parafiele stoornis. Hij adviseert bij een bewezenverklaring aanmelding bij een forensische polikliniek als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

De reclassering heeft in haar rapport van 2 april 2020 aangegeven dat zij, bij een bewezenverklaring, als bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel een meldplicht en een ambulante forensische behandeling adviseert.

De straf

Gelet op het voorgaande kan in dit geval met geen andere straf worden volstaan dan met het opleggen van een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt.

Als vertrekpunt voor de duur daarvan kijkt de rechtbank naar de meest recente relevante oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Voor ontucht met een minderjarige en het verwerven en bezit van dierenporno zijn geen specifieke oriëntatiepunten. De rechtbank kijkt daarom naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Voor het verwerven en bezit van kinderporno indiceren de LOVS-oriëntatiepunten een taakstraf van 240 uur en zes maanden gevangenisstraf, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden. Voor het verspreiden van kinderporno indiceren de oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar. Als strafvermeerderende factoren worden onder andere genoemd: recidive en herhalingsgevaar. Als strafverminderende factoren worden onder andere genoemd de bereidheid tot gedragsverandering en erkenning van en inzicht in de eigen pedoseksuele problematiek.

Verdachte heeft ter zitting het onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde ontkend. Dat verdachte zich in 2014 heeft beziggehouden met kinderporno (feit 5) om, zoals hij ter zitting heeft verklaard, de politie te helpen in de opsporing van daders op dit vlak acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat sprake is van recidive.

In strafverminderende zin houdt de rechtbank er rekening mee dat de redelijke termijn voor de behandeling van de onderhavige feiten ruimschoots is overschreden.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat in dit geval het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is, om verdachte van het strafwaardige van zijn gedrag te doordringen en zo te voorkomen dat hij in de toekomst in de verleiding komt opnieuw dergelijke feiten te plegen.

Nu het gevaar voor herhaling op matig tot hoog wordt ingeschat zal de rechtbank, naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook een substantiële voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, met een proeftijd van drie jaar, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst (soortgelijke) nieuwe strafbare feiten te plegen. In aansluiting op de rapporten van de deskundigen acht de rechtbank het daarbij van belang dat verdachte zal worden behandeld. Daarom zal de rechtbank, zoals door de reclassering is geadviseerd, als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling bij een forensische polikliniek opleggen.

Gelet op de omstandigheid dat de psycholoog er in zijn rapport op heeft gewezen dat het vrijelijk door verdachte kunnen beschikken over een computer een risicoverhogende factor is in het kader van recidive, en gelet op de omstandigheid dat reeds sprake is van recidive, zal de rechtbank daarnaast als bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte zich dient te onthouden van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen/kinderen wordt gecommuniceerd. De rechtbank zal verder bepalen dat het verdachte niet is toegestaan om wisprogramma’s op zijn digitale apparatuur te hebben of gebruiken.

Om de uitoefening van het toezicht op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarde mogelijk te maken zal de rechtbank voorts als bijzondere voorwaarde opleggen dat verdachte maximaal tweemaal per jaar in het kader van controle van zijn digitale gegevensdragers op verzoek van de reclassering aan een zedenrechercheur van het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme toegang zal verlenen tot zijn woning en al zijn digitale gegevensdragers aan deze zedenrechercheur ter beschikking zal stellen voor controle op het naleven van deze voorwaarde. Het verlenen van die toegang omvat mede het verschaffen van toegang tot deze gegevensdragers, bijvoorbeeld door het geven van hiervoor benodigde wachtwoorden. Het door de zedenrechercheur uit te voeren onderzoek aan de gegevensdragers – en de daaraan verbonden toegang tot de woning en de gegevensdragers – dient daarbij beperkt te blijven tot het toezicht op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarde. De rechtbank beoogt daarmee enerzijds te bewerkstelligen dat de uitoefening van het toezicht uitvoerbaar is, terwijl anderzijds wordt gewaarborgd dat de persoonlijke levenssfeer van verdachte niet meer dan nodig voor dat toezicht wordt beperkt.

Conclusie

Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank een gevangenisstraf zal opleggen voor de duur van 18 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Hierbij zullen aan verdachte de bovengenoemde bijzondere voorwaarden worden opgelegd teneinde de recidivekans te verkleinen.

10 BENADEELDE PARTIJEN

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wettelijk vertegenwoordiger [A] heeft zich namens de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 1] in het geding gevoegd en van verdachte een bedrag van € 750,- gevorderd, als vergoeding voor de immateriële schade die [slachtoffer 1] als gevolg van het onder feit 1 ten laste gelegde heeft geleden.

Daarnaast heeft [A] namens de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 1] van verdachte onder het kopje ‘proceskosten’ een bedrag van € 41,20 gevorderd als vergoeding voor gemaakte reiskosten.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wettelijk vertegenwoordiger [A] heeft zich namens de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 2] in het geding gevoegd en van verdachte een bedrag van € 1.500,- gevorderd, als vergoeding voor de immateriële schade die [slachtoffer 2] als gevolg van het onder feit 2 ten laste gelegde heeft geleden.

10.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie verzoekt de vorderingen toe te wijzen.

10.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt de wettelijk vertegenwoordiger van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, nu verdachte van hetgeen onder de feiten 1 en 2 ten laste is gelegd dient te worden vrijgesproken. Voor het geval dat de rechtbank tot een veroordeling wegens die feiten zou komen, heeft de raadsman geen verdere opmerkingen behalve dat de gemaakte reiskosten voldoende zijn onderbouwd, en dat de gevorderde immateriële schade in dat geval als passend kan worden beschouwd.

10.3

Het oordeel van de rechtbank

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

Vaststaat dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] als gevolg van het hiervoor onder feit 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De door verdachte jegens haar gepleegde ontuchtige handeling vormt een ernstige inbreuk op haar lichamelijke integriteit, waardoor zij op grond van artikel 6:106 aanhef en b van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een vergoeding hiervoor. De rechtbank waardeert deze immateriële schade op € 750,-, en zal de vordering in zoverre toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 juli 2017 tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank beschouwt de vordering van € 41,20 voor een bedrag van € 13,72 (de reiskosten naar de terechtzittingen) als een vordering ter zake van proceskosten. Van dit bedrag komt € 6,86 niet voor toewijzing in aanmerking nu de benadeelde partij op de inhoudelijke zitting is bijgestaan door een gemachtigde (vgl. art. 238 leden 1 en 2, bezien in samenhang met art. 239 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen. Het bedrag aan reiskosten voor het bijwonen van de pro forma zitting (eveneens € 6,86) zal ter zake van proceskosten worden toegewezen.

De rechtbank beschouwt de vordering voor het resterende bedrag van € 27,48 als een vordering tot vergoeding van materiële schade. De rechtbank acht deze schade op grond van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden, gelet op het voorgaande, tot op dit moment begroot op € 6,86.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 777,48, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over € 750,00 vanaf 9 juli 2017 tot de dag van volledige betaling en over € 27,48 vanaf 4 januari 2021 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 15 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan [slachtoffer 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

Vaststaat dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het hiervoor onder feit 2 bewezen verklaarde feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De door verdachte jegens haar gepleegde ontuchtige handelingen vormen een ernstige inbreuk op haar lichamelijke integriteit, waardoor zij op grond van artikel 6:106 aanhef en b van het Burgerlijk Wetboek recht heeft op een vergoeding hiervoor. De rechtbank waardeert deze immateriële schade op € 1.500,-, en zal de vordering in zoverre toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 juli 2017 tot de dag van volledige betaling.

Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [slachtoffer 2] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 1.500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 23 juli 2017 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 25 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 240b, 249 en 254a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid:

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf:

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later door de rechter anders wordt gelast, op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte gedurende de proeftijd:

 zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Houtwal 16d te Zutphen en zich zal blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt, waarbij veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen van deze instelling;

 zich ambulant zal laten behandelen door een forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, en zich hierbij zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

 zich zal onthouden van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen en op internetomgevingen waarin over seksuele handelingen met minderjarigen/kinderen wordt gecommuniceerd, waarbij het verdachte niet is toegestaan om wisprogramma’s op zijn digitale apparatuur te hebben of gebruiken;

 zal meewerken aan het maximaal twee maal per jaar, in het kader van controle van zijn digitale gegevensdragers, op verzoek van de reclassering aan een zedenrechercheur van het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme toegang verlenen tot zijn woning en al zijn digitale gegevensdragers aan deze zedenrechercheur ter beschikking zal stellen voor controle op het naleven van de hiervoor genoemde voorwaarde. Het verlenen van die toegang omvat mede het verschaffen van toegang tot deze gegevensdragers, bijvoorbeeld door het geven van hiervoor benodigde wachtwoorden. Het door de zedenrechercheur uit te voeren onderzoek aan de gegevensdragers – en de daaraan verbonden toegang tot de woning en de gegevensdragers – dient daarbij beperkt te blijven tot het toezicht op de naleving van de hiervoor genoemde voorwaarde.

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

  • -

    wijst de vordering toe tot een bedrag van € 777,48;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling ten behoeve van [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 9 juli 2017 tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de wettelijke rente over € 27,48 vanaf 4 januari 2021 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve [slachtoffer 1] aan de Staat € 777,48 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 9 juli 2017 tot de dag van volledige betaling en vermeerderd met de wettelijke rente over € 27,48 vanaf 4 januari 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op

€ 6,86;

  • -

    wijst de vordering voor wat betreft het overige af;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

  • -

    wijst de vordering toe tot een bedrag van € 1.500,-;

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling ten behoeve van [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2017 tot de dag van volledige betaling;

  • -

    legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2017 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;

  • -

    veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.E. Spruit, voorzitter, en mrs. A. Wilken en M. den Besten, rechters, in tegenwoordigheid van A. van der Zwan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 januari 2021.

De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage: de gewijzigde tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat hij:

1.

in of omstreeks de periode van 8 juli 2017 tot en met 9 juli 2017 te [woonplaats] met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 1] , geboren op [2006] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte

- met zijn vinger(s) op de schaamstreek van die [slachtoffer 1] gekriebeld, althans de schaamstreek aangeraakt en/of betast;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.
op of omstreeks 23 juli 2017 te [woonplaats] met de aan zijn zorg, opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 2] , geboren op [2008] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte

- de onderbroek van die [slachtoffer 2] omhoog getrokken en/of

- zijn hoofd tussen de benen ter hoogte van de vagina, althans schaamstreek van die [slachtoffer 2] gebracht en/of

- met zijn tong en/of mond de vagina, althans schaamstreek van die [slachtoffer 2] aangeraakt;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2016 tot en met 16 oktober 2017 te Zeist, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten foto's en/of een gegevensdrager, te weten een interne harde schijf (merk Toshiba) bevattende afbeeldingen, te weten foto's van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid (door het verzenden via Skype) en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of voorwerp en/of mond/tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de mond/tong vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto nummer(s) 1 en/of 6 en/of 7, pagina 155 en/of 156 dossier)

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het met de/een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto nummer(s) 8 en/of 11 en/of 13, pagina 156 en/of 157 dossier)

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(foto nummer 14, pagina 157 dossier)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote)

geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto nummer(s) 15 en/of 20 en/of 22, pagina 158 en/of 159 dossier)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(foto nummer(s) 24 en/of 25, pagina 160 dossier)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht)

4.

op 16 oktober 2017 te Zeist, althans in Nederland, afbeeldingen, te weten foto's en/of een gegevensdrager, te weten een interne harde schijf (merk Toshiba) bevattende afbeeldingen, te weten foto's van één of meerdere ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke ontuchtige handeling(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een penis anaal penetreren van een persoon door een hond en/of het met een mond/tong aanraken/likken van een vagina van een vrouw door een hond,

(foto nummer(s) 1 en/of 2, pagina 161 dossier)

art 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens afbeeldingen, te weten foto's en/of films - en/of een gegevensdrager bevattende afbeeldingen - te weten een mobiele telefoon (merk Samsung)

bevattende foto's en/of films van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of een voorwerp oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het door een dier oraal penetreren van het lichaam van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

in of omstreeks de periode van 1 februari 2014 tot en met 6 februari 2014 te Ermelo, althans in Nederland, afbeeldingen, te weten foto's en/of een gegevensdrager, te weten een mobiele telefoon (merk Samsung) bevattende afbeeldingen, te weten foto's van één of meerdere ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken in bezit heeft gehad, welke ontuchtige handeling(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met een penis anaal en/of vaginaal penetreren van een persoon door een hond en/of

het met een penis penetreren van een hond door een persoon;

art 254a lid 1 Wetboek van Strafrecht

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van 13 november 2017 en 25 juni 2018 met nummer PL0900-2017243722, doorgenummerd pagina 1 tot en met 219, opgemaakt door de politie, Eenheid Midden-Nederland, Dienst regionale recherche of andere eenheden van de politie. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte van 27 juli 2017, pag. 41.

3 Proces-verbaal van aangifte van 27 juli 2017, pag. 44.

4 Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden van 27 juli 2017, pag. 13.

5 Proces-verbaal van aangifte van 27 juli 2017, pag. 43.

6 Proces-verbaal van bevindingen van 3 augustus 2017, pag. 16.

7 Proces-verbaal van bevindingen van 3 augustus 2017, pag. 17.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] in kindvriendelijke studio van 14 augustus 2017, pag. 55.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] in kindvriendelijke studio van 14 augustus 2017, pag. 56.

10 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] in kindvriendelijke studio van 14 augustus 2017, pag. 62.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] in kindvriendelijke studio van 14 augustus 2017, pag. 63.

12 Kennisgeving van inbeslagneming van 24 juli 2017, pag. 39.

13 Rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een aangifte van een zedenmisdrijf gepleegd in Zeist op 23 juli 2017, d.d. 3 april 2019.

14 Proces-verbaal van binnentreden in woning van 16 oktober 2017, pag. 71.

15 Kennisgeving van inbeslagneming van 16 oktober 2017, pag. 74.

16 Proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 143.

17 Proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2018, pag. 178.

18 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 155.

19 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 156.

20 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 157.

21 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 158.

22 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 159.

23 bijlage IV bij proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 28 november 2017, pag. 160.

24 Proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2018, pag. 167.

25 Proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2018, pag. 175.

26 Proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2018, pag. 166.

27 Proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2018, pag. 172.

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 april 2018, pag. 195-196.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 april 2018, pag. 197.

30 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 april 2018, pag. 198.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 25 april 2018, pag. 199.

32 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers, zijn dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 8 oktober 2014 met nummer 04TBK14015, doorgenummerd pagina 1 tot en met 60, opgemaakt door de politie, Eenheid Oost-Nederland, Team bestrijding kinderpornografie en kindersekstoerisme. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

33 Kennisgeving van inbeslagneming van 6 februari 2014, pag. 22.

34 Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed van 30 juni 2014, pag. 46 en 47.

35 Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed van 30 juni 2014, pag. 47.

36 Bijlage II bij het proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed van 30 juni 2014, pag. 51, 52.

37 Proces-verbaal onderzoek in beslag genomen goed van 30 juni 2014, pag. 47.

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 2 september 2014, pag. 15 en 17.

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 2 september 2014, pag. 18.