Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:972

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
21-04-2020
Zaaknummer
UTR 19/4564
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Ongegrond beroep. Beëindiging ZW-uitkering. De medische informatie die eiser heeft ingediend zijn geen nieuwe medische feiten waar geen of onvoldoende rekening mee is gehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 19/4564

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

28 februari 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M. el Ahmadi),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

(Uwv), verweerder.

Procesverloop

Met het besluit van 28 maart 2019 (het primaire besluit) heeft het Uwv de uitkering van eiseres op grond van de Ziektewet (ZW) met ingang van 29 april 2019 beëindigd.

In het besluit van 10 september 2019 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Het Uwv is met kennisgeving niet verschenen.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Deze zaak gaat over de beëindiging van de ZW-uitkering van eiseres. Het Uwv heeft haar ZW-uitkering per 29 april 2019 beëindigd, omdat eiseres per 24 maart 2019 met gangbare arbeid meer dan 65%, namelijk 67,92%, van het loon per uur kan verdienen dan zij als zorgbemiddelaar verdiende. Hieraan ligt een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.

Het geschil

2. De zaak spitst zich toe op de medische beoordeling. Volgens eiseres is er onvoldoende rekening gehouden met haar psychische klachten. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen aanleiding is om het besluit te wijzigen.

Beoordelingskader

3. De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of het Uwv de ZW-uitkering van eiseres terecht per 29 april 2019 heeft stopgezet. Daarbij is het zo dat het Uwv dit soort besluiten in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De rapporten moeten op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch uit de rapporten voortvloeien.

Verder is het zo dat degene die het niet eens is met het oordeel van een verzekeringsarts, dat moet onderbouwen met medische stukken. Bij de rechtbank werken immers geen artsen en de rechtbank kan zelf dus niet zomaar zeggen dat een verzekeringsarts een onjuiste medische conclusie heeft getrokken. Dit betekent dat hoe iemand zich zelf voelt zonder dat daar een medische onderbouwing van is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.

Beoordeling van het geschil

4. Eiseres stelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte in het rapport van 24 juli 2019 heeft vermeld dat er bij haar meer sprake is van machteloosheid dan van somberheid en depressiviteit. Eiseres onderbouwt deze beroepsgrond met het in beroep overgelegde diagnostisch verslag van [naam organisatie] van 9 september 2019, waarin is vermeld dat er sprake is van depressieve klachten.

5. De rechtbank overweegt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep rekening heeft gehouden met depressieve klachten. Uit pagina vier van het rapport van 24 juli 2019 blijkt dat bij de beoordeling is uitgegaan van de diagnose ‘een aanpassingsstoornis met depressie en afhankelijke kenmerken’. Ook zijn hiervoor beperkingen opgenomen in de rubrieken persoonlijk functioneren (1.9) en sociaal functioneren (2.8) van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn aanvullend rapport van 6 november 2019 verder toegelicht dat uit het verslag van [naam organisatie] een beeld naar voren komt van een lichte verstandelijke beperking op de niet-performale aspecten en dat dit beeld past bij het beeld dat uit zijn eigen onderzoek al naar voren kwam. In wat eiseres aanvoert, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er meer beperkingen op het psychische vlak hadden moeten worden aangenomen. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Met de beperkingen die er voor eiseres zijn aangenomen, ziet de rechtbank daarom geen aanleiding voor de conclusie dat de geduide functies voor eiseres niet passend zijn. Uit het rapport van de arbeidskundige bezwaar en beroep van 4 september 2019 blijkt dat eiseres met deze functies 67,92 % van haar maatmaninkomen per uur kan verdienen. Omdat dit meer is dan 65%, heeft het Uwv terecht de ZW-uitkering van eiseres met ingang van

29 april 2019 beëindigd.

7. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan. Dit kan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M.H. van Ek, rechter, in aanwezigheid van

T. Boddeus, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2020.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.