Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:96

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-01-2020
Datum publicatie
10-02-2020
Zaaknummer
C/16/494564 / FA RK 20-14
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wvggz, vcm , alleen 'opneming' als verplichte zorg; andere aanvullende vormen v verplichte zorg niet mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JGZ 2020/9 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

zaaknummer: C/16/494564 / FA RK 20-14

BOPZ-nummer: OMZ398954

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 6 januari 2010 van de rechtbank Midden-Nederland naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene]

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ,

wonende [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. N.J. Hos, gevestigd te Amersfoort.

1 Procesverloop

1.1

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 31 december 2019 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 31 december

2019;

- de medische verklaring d.d. 31 december 2019 en de aanvulling op die verklaring.

1.2

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 januari 2020 op de locatie [naam locatie] , locatie [.] te [plaatsnaam] .

1.3

Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene en haar advocaat;

- mevrouw [A] , psychiater,

- de heer [B] , psychiater,

- mevrouw [C] , arts,

- de heer [D] , de broer van betrokkene.

2 Beoordeling

2.1

De advocaat van betrokkene heeft ter zitting primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Betrokkene zegt dat zij geen psychische stoornis heeft waar ernstig nadeel uit voortkomt. Volgens betrokkene kan zij thuis functioneren. De advocaat heeft verder ten aanzien van de verplichte zorg het volgende opgemerkt. Omdat de crisismaatregel nog onder de Wet Bopz is verleend staan daarin geen andere vormen van verplichte zorg vermeld dan een opname. Omdat artikel 6:4, tweede lid van de Wvggz niet van overeenkomstige toepassing is verklaard bij de crisismaatregel volgt hieruit dat de rechtbank bij de voortzetting van de crisismaatregel geen andere aanvullende vormen verplichte zorg kan opnemen. De advocaat is van mening dat een voortzetting van de crisismaatregel daarom geen doel dient.

2.2

Namens [naam locatie] is op de zitting toegelicht dat betrokkene nog steeds psychotisch is en dat zij nu ook manische kenmerken laat zien. Mogelijk is er sprake van een bipolaire stoornis. Instelling op medicatie is nodig. Betrokkene heeft de medicatie echter pas één keer geaccepteerd. De behandeling is daarom nog nauwelijks van de grond gekomen. Ook wordt opname van betrokkene nodig geacht. Betrokkene is erg gedesorganiseerd en heeft de hele dag bijsturing nodig. Er zijn zorgen over de psychotische berichten die betrokkene op facebook heeft gezet.

2.3

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in met name ernstig lichamelijk letsel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4

De rechtbank is van oordeel dat verplichte zorg, waaronder in ieder geval opname in een accommodatie, noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De overige vormen van verplichte zorg zoals vermeld in het verzoek van de officier van justitie, zijn niet voor inwilliging vatbaar op de door de advocaat aangevoerde gronden.

De Wvggz biedt de rechter inderdaad geen mogelijkheid om bij een voortzetting van de crisismaatregel andere verplichte zorg op te nemen dan in de crisismaatregel staat vermeld.

De geneeskundige verklaring, opgemaakt onder de Wet Bopz geeft geen onderbouwing voor andere vormen van verplichte zorg dan opname. De rechtbank is daarom van oordeel dat alleen ‘opnemen in een accommodatie’ als verplichte zorg in een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel kan worden opgenomen. De rechtbank zal de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de overig verzochte vormen van verplichte zorg. Dit maakt anders dan de advocaat heeft betoogd op zichzelf niet dat de voorzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de instelling met de betrokkene tot overeenstemming komt over de overige vormen van verplichte zorg, met name de inname van medicatie die bitterhard nodig is. Daarnaast wijst de rechtbank op artikel 8:11 van de Wvggz, op grond waarvan in een noodsituatie wel andere vormen van verplichte zorg kunnen worden ingezet, die in een voorkomend geval ook langer kunnen duren dan drie dagen op grond van artikel 8:12 Lid 4 Wvggz.

2.5

De voorgestelde verplichte zorg van opnemen in een accommodatie is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , waarbij als verplichte zorg geldt ‘opnemen in een accommodatie”.

3.2

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 januari 2020;

3.3

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek ten aanzien van de overige in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg.

Deze beschikking is op 6 januari 2020 mondeling gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door E. Berghuis als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 14 januari 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.