Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:916

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
24-03-2020
Zaaknummer
C/16/498364 / FA RK 20-1565
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling familierecht

Locatie Utrecht

Zaaknummer: C/16/498364 / FA RK 20-1565

Betrokkenenummer: [betrokkenenummer]

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking van 4 maart 2020, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

verblijvende te [instelling] te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. R.P.G. van der Weide.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 2 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 2 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn (onder meer) de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel d.d. 2 maart 2020;

  • -

    de medische verklaring d.d. 2 maart 2020;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 maart 2020 te [instelling] te [vestigingsplaats] .

1.3.

Daarbij heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- de betrokkene,

- de advocaat,

- de heer A. Ralston, psychiater.

Verder waren aanwezig:

  • -

    de moeder van betrokkene, [de moeder] ,

  • -

    een vriend van betrokkene, [vriend] ,

  • -

    de pleegvader van betrokkene, [pleegvader] .

1.4.

De officier van justitie heeft van tevoren laten weten dat hij niet voornemens is bij de mondelinge behandeling te verschijnen.

1.5.

De advocaat van betrokkene heeft van tevoren laten weten dat hij verhinderd was om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. Hij zou de mondelinge behandeling telefonisch bijwonen. Tijdens de mondelinge behandeling was de advocaat telefonisch niet bereikbaar. Na overleg met betrokkene, is besloten om de mondelinge behandeling zonder advocaat plaats te laten vinden. Betrokkene stelt dat hij in staat is om zijn standpunt, wat hij met zijn advocaat heeft besproken, tijdens de zitting naar voren te brengen.

1.6.

De rechtbank heeft na de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en een kennisgeving mondelinge uitspraak verstrekt.

2 Beoordeling

2.1.

In de crisismaatregel waarvan de officier van justitie voortzetting vraagt, zijn de volgende vormen van verplichte zorg, als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz, opgenomen:

- Toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

2.2.

Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij eerder manische episoden heeft gehad. Deze heeft hij zelf getriggerd, zodat hij anderen die ditzelfde zouden doormaken hiermee zou kunnen helpen. Hij is toen succesvol thuis behandeld met home treatment. Graag zou hij weer op deze manier behandeld worden. Ten aanzien van de medicatie stelt hij dat hij enkel lithium wil innemen. Andere medicatie heeft hem zoals hij stelt, in het verleden kapot gemaakt. De moeder van betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de thuissituatie sinds de vorige behandeling wel is veranderd, zodat betrokkene nu niet thuis kan komen. De pleegvader van betrokkene is nu ernstig ziek.

2.3.

De psychiater heeft geconcludeerd tot voortzetting van de crisismaatregel.

Betrokkene heeft de week voor zijn opname slecht geslapen. In het ziekenhuis heeft hij slaapmedicatie gekregen en goed geslapen. Hij is vriendelijk in zijn contact. Betrokkene heeft eerder manische episodes gehad. Het gebrek aan slaap kan mogelijk de oorzaak zijn van de manische episode. Dit is echter nog niet duidelijk. Overdag gaat het goed met betrokkene, maar ‘s-avonds minder. De psychiater stelt dat hij nog niet kan voorspellen hoe lang er nodig is om de behandeling van betrokkene goed aan te laten slaan. De stap om naar de afdeling te gaan is nog te vroeg. Tevens zijn er nog geen gesprekken geweest met de familie over eventuele thuisbehandeling. Dit is echter wel bespreekbaar.

2.4.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name gelegen in ernstig lichamelijk letsel. Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat bij de voortzetting van de crisismaatregel de volgende vormen van verplichte zorg, te weten,

- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

Aangezien de advocaat van betrokkene niet aanwezig was tijdens de mondelinge behandeling, heeft de rechtbank besloten om de crisismaatregel voort te zetten voor de duur van één week. De rest van het verzoek is aangehouden voor een nieuwe mondelinge behandeling, waar betrokkene kan worden bijgestaan door zijn advocaat.

2.6.

Deze vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van één week en geldt aldus tot en met 11 maart 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene], geboren op [1994] te [geboorteplaats] , met voor de duur van de machtiging de volgende vormen van verplichte zorg:

- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 maart 2020;

houdt het verzoek voor het overige aan.

Deze beschikking is op 4 maart 2020 mondeling gegeven door mr. D.J. van Maanen, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door mr. Z.E.W. Fuchs als griffier, en schriftelijk uitgewerkt en ondertekend op 9 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.