Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:854

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
02-04-2020
Zaaknummer
16/061809-19
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Cybercrime, phishing. Verdachte heeft nep-betaalverzoeken verstuurd en bankgegevens van slachtoffers afgevangen waarna hij computervredebreuk, (poging tot) oplichting en diefstal heeft gepleegd. Voorwaardelijke jeugddetentie en een werkstraf van 200 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/061809-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2002] te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 september 2019, 4 februari 2020 en 6 februari 2020.

Deze zaak is op 3 september 2019, 4 februari 2020 en 6 februari 2020 gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 3] (parketnummer 16/061824-19). Op de twee laatstgenoemde zittingen heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden. Het onderzoek is gesloten op 21 februari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Kamper en van hetgeen verdachte en mr. H. de Kroon, advocaat te Hilversum, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo met (een) ander(en) computervredebreuk heeft gepleegd bij de ING Bank, door in te loggen met onrechtmatig verkregen (inlog)gegevens van 31 personen;

feit 2:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo met (een) ander(en) een technisch hulpmiddel dat geschikt is gemaakt of ontworpen tot het plegen van computervredebreuk, te weten een phishingwebsite, voorhanden heeft gehad;

feit 3:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Laren en/of Bussum met (een) ander(en) 9 personen heeft opgelicht;

feit 4:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp met (een) ander(en) 22 personen heeft geprobeerd op te lichten;

feit 5:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp met (een) ander(en) 5 personen heeft geprobeerd op te lichten;

feit 6:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp met (een) ander(en) 13 personen heeft geprobeerd af te persen;

feit 7:

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of Hoensbroek en/of Amsterdam met (een) ander(en) 5 personen heeft bedreigd;

feit 8:

op 3 december 2018 te Haarlem en/of Huizen en/of Hengelo met (een) ander(en) [benadeelde] heeft opgelicht;

feit 9:

op 3 december 2018 te Huizen en/of Hengelo met (een) ander(en) € 1.000,-, toebehorende aan [benadeelde] , heeft gestolen door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen bankpasgegevens en/of gebruikersnaam en/of wachtwoord voor het inloggen op internetbankieren.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder feit 1 tot en met feit 5, feit 8 en feit 9 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

De officier van justitie vordert dat ten aanzien van de onder feit 1 en feit 4 ten laste gelegde computervredebreuk en poging tot oplichting van aangever [aangeefster 1] verdachte partieel wordt vrijgesproken.

De officier van justitie vordert dat verdachte ten aanzien van de onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde poging tot afpersing en bedreiging wordt vrijgesproken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde en stelt daartoe dat verdachte niet wist dat er bedreigende woorden geuit zijn.

Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Inleiding

Vanaf begin december 2018 werden meerdere aangiftes opgenomen door de politie ter zake van computervredebreuk, (poging tot) oplichting, bedreiging en/of afpersing. Hierbij viel op dat er veel overeenkomsten zichtbaar waren ten aanzien van de modus operandi (gebruikelijke werkwijze) van deze feiten. Uit de aangiftes kwam naar voren dat de modus operandi er kort gezegd uit bestond dat een koper de aangever benaderde via Marktplaats of via het telefoonnummer van de aangever dat de koper via Marktplaats had verkregen. De koper liet de aangever, meestal via WhatsApp, weten dat hij het door de aangever aangeboden goed op Markplaats wilde kopen. De koper vroeg de aangever vervolgens om € 0,01 over te maken via een door hem toegestuurde betaallink, en zei daarbij dat hij er op die manier zeker van kon zijn dat de aangever te vertrouwen was en hij niet opgelicht zou worden. Wanneer de aangevers de betaallink openden, zagen zij een website die qua uiterlijk overeenkwam met de website van hun eigen bank. De aangever vulde vervolgens enkele persoonlijke gegevens in om deze € 0,01 over te maken. Deze gegevens konden bestaan uit de gebruikersnaam en het wachtwoord van hun bankrekening, het bankpasnummer en de vervaldatum van de bankpas. Deze website sloeg vervolgens de gegevens op, waarna de koper of een derde kon inloggen op de bankrekening van de aangever en transacties kon uitvoeren. In enkele gevallen werd een geldbedrag overgemaakt naar de bankrekening van een derde (een moneymule) en in diverse andere gevallen verplaatste de koper een geldbedrag van de spaarrekening van de aangever naar diens betaalrekening. Hierbij werd gedaan alsof de koper een geldbedrag van zijn eigen rekening had overgemaakt naar de rekening van de aangever. In dit geval vertelde de koper de aangever dat hij per ongeluk een te groot geldbedrag had overgemaakt, waarna hij de aangever vroeg om het te veel overgemaakte geld terug te storten. Als de aangever voldeed aan dit verzoek, maakte de aangever in werkelijkheid zijn of haar eigen spaargeld over naar de koper.

Bij een deel van de aangevers is de voornoemde methode niet voltooid. Deze aangevers kregen op verschillende momenten in dit proces argwaan, werden door hun bank benaderd en gewaarschuwd voor verdachte transacties of wilden om andere redenen niet meer meewerken met de koper. Zodra de koper dit besefte, werd zijn communicatie vaak agressief jegens deze aangevers en probeerde hij ze onder bedreiging van geweld te dwingen mee te werken of een geldbedrag af te staan.

Niet alleen de modus operandi is ten aanzien van het merendeel van de aangevers hetzelfde, ook de telefoonnummers en namen die door de koper(s) zijn gebruikt, komen meerdere malen voor ten aanzien van verschillende aangevers. De aangevers die in de tenlastelegging staan opgesomd, zijn benaderd door de koper(s) met de volgende namen en/of onder meer de volgende telefoonnummers.

Namen:

  • -

    [bijnaam 3] ;

  • -

    [bijnaam 1] ;

  • -

    [bijnaam 4] ;

  • -

    [bijnaam 2] ;

  • -

    [bijnaam 5] ;

  • -

    [bijnaam 6] ;

  • -

    [bijnaam 7] ;

  • -

    [bijnaam 8] ;

  • -

    [bijnaam 9] ;

  • -

    [bijnaam 10] ;

  • -

    [bijnaam 11] ;

  • -

    [bijnaam 12] ;

  • -

    [bijnaam 13] ;

  • -

    [bijnaam 14] ;

  • -

    [bijnaam 15] ;

  • -

    [bijnaam 16] ;

  • -

    [bijnaam 17] .

Telefoonnummers:

  • -

    [telefoonnummer 1] (hierna: * [telefoonnummer 1] );

  • -

    [telefoonnummer 2] (hierna: * [telefoonnummer 2] );

  • -

    [telefoonnummer 3] (hierna: * [telefoonnummer 3] );

  • -

    [telefoonnummer 4] (hierna: * [telefoonnummer 4] );

  • -

    [telefoonnummer 5] (hierna: * [telefoonnummer 5] );

  • -

    [telefoonnummer 6] (hierna: * [telefoonnummer 6] );

  • -

    [telefoonnummer 7] (hierna: * [telefoonnummer 7] );

  • -

    [telefoonnummer 8] (hierna: * [telefoonnummer 8] );

  • -

    [telefoonnummer 9] (hierna: * [telefoonnummer 9] );

  • -

    [telefoonnummer 10] (hierna: * [telefoonnummer 10] );

  • -

    [telefoonnummer 11] (hierna: * [telefoonnummer 11] );

  • -

    [telefoonnummer 12] (hierna: * [telefoonnummer 12] );

  • -

    [telefoonnummer 13] (hierna: * [telefoonnummer 13] );

  • -

    [telefoonnummer 14] (hierna: * [telefoonnummer 14] );

  • -

    [telefoonnummer 15] (hierna: * [telefoonnummer 15] );

  • -

    [telefoonnummer 16] (hierna: * [telefoonnummer 16] );

  • -

    [telefoonnummer 17] (hierna: * [telefoonnummer 17] );

  • -

    [telefoonnummer 18] (hierna: * [telefoonnummer 18] );

  • -

    [telefoonnummer 19] (hierna: * [telefoonnummer 19] );

  • -

    [telefoonnummer 20] (hierna: * [telefoonnummer 20] );

  • -

    [telefoonnummer 21] (hierna: * [telefoonnummer 21] ).

Gelet op het feit dat de aangevers zijn benaderd door koper(s) met dezelfde telefoonnummers en/of namen, zal de rechtbank ten behoeve van de leesbaarheid van het vonnis onder 4.3.3.2 tot en met 4.3.3.4 de bewijsmiddelen en een tussenconclusie weergeven ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij voornoemde namen en/of telefoonnummers.

4.3.2

Vrijspraak ten aanzien van het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde

De rechtbank overweegt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om vast te stellen dat er bij verdachte opzet bestond op het plegen van de onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde pogingen tot afpersing en bedreigingen, noch dat kan worden geconcludeerd dat verdachte een intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht aan deze delicten heeft geleverd, waardoor er geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking bij het plegen van deze feiten. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde.

4.3.3

Bewijsmiddelen 1

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit, welke bewijsmiddelen telkens slechts worden gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

4.3.3.1 De telefoonnummers * [telefoonnummer 3] , * [telefoonnummer 16] , * [telefoonnummer 18] en * [telefoonnummer 10]

* [telefoonnummer 3]

Uit een historische bevraging van dit telefoonnummer bleek dat dit telefoonnummer tussen 1 oktober 2018 en 31 december 2018 677 contactmomenten heeft gehad, waarbij op 571 momenten een zendmast op de locatie [adres 2] te [plaatsnaam 1] aanstraalde.2 De grootmoeder van verdachte, [D] , staat ingeschreven op het adres [adres 3] te [plaatsnaam 1] .3 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij regelmatig bij zijn grootmoeder thuis verbleef.4 Ook zijn er meerdere contactmomenten geweest met een telefoonnummer dat als abonnement staat geregistreerd op naam van [D] . Daarnaast heeft dit telefoonnummer 4 keer een uitgaand gesprek gehad met een telefoonnummer dat als abonnement geregistreerd staat op naam van [verdachte] .5 Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (hierna: * [IMEI-nummer] ) is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer 3] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019.6 Verdachte heeft op 1 april 2019 verklaard dat dit toestel van hem is.7

* [telefoonnummer 16]

Op 19 februari 2019 werd aangeefster [aangever 8] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 12] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 16] .8 Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer 16] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019.9

* [telefoonnummer 18]

Op 21 februari 2019 werd aangever [aangever 11] via WhatsApp benaderd door een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 18] .10 Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer 16] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019.11 Uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is naar voren gekomen dat dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer 18] op het moment dat aangever [aangever 11] werd benaderd een zendmast aanstraalde op de locatie [adres 4] te [woonplaats] .12 Deze locatie bevindt zich op 230 meter afstand van het huisadres van verdachte.13

* [telefoonnummer 10]

Op 2 februari 2019 werd aangeefster [aangeefster 3] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 9] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 10] .14

Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer 10] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019.15

Uit de historische gegevens van IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is gebleken dat de gebruiker van dit toestel met telefoonnummer * [telefoonnummer 10] op 27 januari 2019 een telefoongesprek voerde met [verdachte] , waarin hij zei dat hij bleef slapen bij een vriend en dat hij vroeg of [E] (de zus van verdachte) thuis was, omdat hij geen sleutel heeft. Op dezelfde dag voerde deze gebruiker nog twee gesprekken met [verdachte] , waarbij hetzelfde toestel en telefoonnummer gebruikt werden en de zendmast op de locatie [adres 4] te [woonplaats] aanstraalde. Ten slotte ontving de gebruiker op 2 februari 2019 omstreeks het tijdstip dat aangeefster [aangeefster 3] werd benaderd, twee sms-berichten, waarbij het toestel dezelfde zendmast aanstraalde.16

Tussenconclusie ten aanzien van de telefoonnummers * [telefoonnummer 3] , * [telefoonnummer 16] , * [telefoonnummer 18] en * [telefoonnummer 10]

Uit de hiervoor onder 4.3.3.1 weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat ten minste drie aangevers zijn benaderd door de voornoemde telefoonnummers in de periode van 2 februari 2019 tot en met 21 februari 2019. Daarnaast zijn deze telefoonnummers telkens in één telefoontoestel gebruikt en straalden deze nummers in combinatie met de toestellen in de voornoemde periode nagenoeg altijd dezelfde zendmast aan in de directe omgeving van de woning van verdachte of van zijn grootmoeder bij wie verdachte regelmatig verbleef. Bij twee van de drie aangevers vond dit zelfs plaats op of omstreeks het moment dat er met hen contact werd gelegd. De rechtbank acht daarom de mogelijkheid dat er willekeurige onbekend gebleven derden zijn die in ten laste gelegde pleegperiode gebruik hebben gemaakt van deze telefoonnummers of toestellen, waarbij verdachte niet of nauwelijks betrokken is geweest, hoogst onaannemelijk. Voornoemde feiten en omstandigheden wijzen daarentegen zodanig op de conclusie dat verdachte in de ten laste gelegde pleegperiode de eigenaar en gebruiker is geweest van voornoemde telefoonnummers, dat van hem enige verklaring mag worden verlangd. Verdachte heeft echter geen aannemelijke verklaring gegeven ter weerlegging van de voornoemde bevindingen. De rechtbank concludeert daarom op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, dat verdachte in de ten laste gelegde pleegperiode de eigenaar en gebruiker is geweest van telefoonnummers * [telefoonnummer 3] , * [telefoonnummer 16] , * [telefoonnummer 18] en * [telefoonnummer 10] .

4.3.3.2 De aangevers

Gelet op het feit dat per aangever varieert welke feiten aan verdachte ten laste zijn gelegd, zullen hieronder ten behoeve van de leesbaarheid bewijsmiddelen per aangever weergegeven worden, in chronologische volgorde.

[slachtoffer 1]

Op 30 november 2018 kreeg [slachtoffer 1] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en haar benaderde via telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en hij vroeg de aangeefster om € 0,01 over te maken, via de website www. onlinebetaalplatform .com. [slachtoffer 1] heeft vervolgens enkele gegevens ingevuld.17

[benadeelde]

Op 3 december 2018 kreeg [benadeelde] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en haar benaderde via telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed. [bijnaam 3] vraagt het rekeningnummer van aangeefster. Nadat zij dat had doorgegeven, vroeg hij de aangeefster € 0,01 over te maken via de website www. betaalonlineplatform .com. Aangeefster heeft deze link geopend. Zij kwam op een site van ING, die later nep bleek te zijn. Hierin moest zij haar pasnummer, vervaldatum en geboortedatum opgeven. Een uur later werd zij gebeld door iemand van de ING Bank die haar mededeelde dat er verdachte activiteiten hadden plaats gevonden op de bankrekening. Daarna zag aangeefster dat er een overboeking van € 1.000,- had plaatsgevonden naar rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [A] .18

[aangever 3]

Op 3 en 4 december 2018 kreeg [aangever 3] via WhatsApp een bericht van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en hij vroeg de aangever € 0,01 over te maken via de website www. betaalonlineplatform .com. [aangever 3] verklaarde dat hij in een voor hem normaal ogende betaalomgeving van iDeal terechtkwam, dat hij moest inloggen op zijn internetbankierenaccount van ING en dat hij een akkoord had gegeven. Ongeveer 2 uur later werd hij door iemand van ING gebeld die hem mededeelde dat er een verdachte overboeking van € 1.500,- had plaatsgevonden naar rekeningnummer [rekeningnummer 6] op naam van [A] .19

[aangever 4]

Op 7 december 2018 kreeg [aangever 4] een bericht via Marktplaats en WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via de website www.onlinebetaalverzoeken.com. Aangever voerde vervolgens de codes in. Toen hij daarna in zijn internetbankierenaccount ging kijken, zag hij dat er een overschrijving van € 500,- naar het rekeningnummer [rekeningnummer 2] op naam van [B] in de wachtrij stond. Op dezelfde dag belde aangever met ABN AMRO die hem erop wees dat er verdachte activiteiten waren op zijn rekening. Kort daarna stuurde [bijnaam 3] een screenshot van aangevers rekeningenoverzicht van ABN AMRO, waarbij hij vroeg: “Hoe kom je aan zoveel geld? Er staat bijna 2 ton op je rekening.”20

[aangever 5]

Tussen 7 december 2018 en 9 december 2018 kreeg [aangever 5] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via de website www.onlinebetaalverzoek.com. [aangever 5] voerde een aantal codes in en zag korte tijd later dat er € 2.500,- van zijn spaarrekening naar zijn betaalrekening was overgemaakt en dat er een betaling klaarstond van € 250,- naar [B] of [B] . Op 9 december 2018 stuurde [bijnaam 3] een afbeelding van aangevers bankrekeningen bij ABN AMRO met de tekst: “Hoe de fuck kom je aan 2,5 ton op je rekening?!”21

[aangever 6]

Op 7 december 2018 kreeg [aangever 6] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via de website www.onlinebetaalverzoek.com. Aangeefster probeerde dit over te maken, maar zij moest de betaling bevestigen door middel van de ABN Identifier, waardoor het niet lukte. Vervolgens zag aangeefster in haar ABN AMRO app dat er twee betalingen van € 1.500,- in de wachtrij stonden om overgemaakt te worden naar het rekeningnummer [rekeningnummer 3] op naam van ene [C] .22 Verdachte [C] verklaarde in zijn verhoor dat [medeverdachte 3] [de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] )] hem had gevraagd om mee te werken, zodat er geld op zijn bankrekening zou komen, en dat hij [medeverdachte 3] zijn bankpas, pincode en andere gegevens had gegeven.23

[slachtoffer 3]

Op 11 december 2018 kreeg [slachtoffer 3] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. betaalonlineplatform .com. De aangever maakte dit over. Daarna belde hij zijn bank en daar werd hem verteld dat er twee pogingen waren gedaan om € 750,- en € 500,- af te schrijven, maar dat dit niet mogelijk was, omdat er geen geld op zijn rekening stond.24

[slachtoffer 8]

Op 11 december 2018 kreeg [slachtoffer 8] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 1] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. betaalonlineplatform .com. Aangever heeft zijn gebruikersnaam en wachtwoord ingevuld. [bijnaam 3] stuurde vervolgens: “Werk maar mee. Want je kunt niks meer. Ik heb al je gegevens. Je kunt 1000,- overmaken. Of ik haal je hele rekening leeg.25

[aangeefster 7]

Op 12 december 2018 kreeg [aangeefster 7] een bericht via WhatsApp van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via betaalonline.com. De aangeefster verklaarde dat zij had gekeken, maar nog niets had overgemaakt. Kort daarna stuurde de koper een print-screen van haar rekening en zei hij tegen de aangeefster dat zij haar naam en wachtwoord moest veranderen.26

[slachtoffer 5]

Op 14 december 2018 kreeg [slachtoffer 5] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de zoon van de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hen € 0,01 over te maken via www. virtueelbetaalplatform .com. Zij werkten hieraan mee, maar de betaling van € 0,01 lukte niet, waarna ze het niet meer vertrouwden. Vier dagen later werd de zoon van aangever benaderd door een derde die hem foto’s stuurde van de bankrekeningen van aangever en daarbij verklaarde dat hij door dezelfde koper was benaderd.27

[slachtoffer 9]

Op 17 december kreeg [slachtoffer 9] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 4] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com. Op 18 december 2018 voerde de aangever zijn pasnummer in. Nadat [slachtoffer 9] ervan afzag stuurde [bijnaam 3] : “Hé man, kijk, werk aub mee ik heb je gegevens al. Bank bellen heeft geen nut ik kom langs. Zodra je niet reageert kom ik langs ik pleeg fraude ik heb je rek nummer en zelfs bsn nummer. Ik wil gewoon 100,- niet meer niet minder”.28

[slachtoffer 11]

Op 18 december 2018 kreeg [slachtoffer 11] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com.29

[slachtoffer 12]

Op 18 december 2018 kreeg [slachtoffer 12] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com. Uit het berichtenverkeer tussen [bijnaam 3] en de aangever blijkt dat de aangever tegen [bijnaam 3] heeft gezegd dat alles klopte, maar dat het niet werkte. Omstreeks 21:14 uur stuurde [bijnaam 3] : “Ey [.] . 97,/ heb je hè. Niet zoveel. [nummer] . Identificatiecode” en antwoorde hij op de vraag van de aangever of hij hem had gehackt: “Ja zeker. Ik zit in je rekening. Luister. Betaal me 50”.30

[slachtoffer 13]

Op 18 december 2018 kreeg [slachtoffer 13] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com.31

[aangeefster 6]

Op 18 december 2018 kreeg [aangeefster 6] via Marktplaats een bericht via Marktplaats van een persoon die zich [bijnaam 3] noemde. De aangeefster gaf hem op 19 december 2018 haar mobiele nummer en zij werd dezelfde dag via WhatsApp benaderd door [bijnaam 3] die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 5] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via betaalonlineplatform .com. De aangeefster klikte drie keer op de link, maar het lukte niet om de link te activeren. Nadat het een paar keer mislukte, keek de aangeefster op haar bankrekening en ze zag dat er € 500,- was overgeschreven naar rekeningnummer [rekeningnummer 4] op naam van [katvanger] .32 Medeverdachte [katvanger] verklaarde in zijn verhoor dat hij via Snapchat contact had met een persoon die hij kent onder de naam [....] . [katvanger] gaf zijn rekeningnummer aan [....] . Op 19 december 2019 zei [....] tegen hem dat er geld op zijn rekening was bijgeschreven en dat [katvanger] dit moest gaan opnemen. Hij heeft vervolgens € 150,- gepind en dit aan [....] gegeven. [katvanger] verklaarde dat hij [....] herkende op aan hem getoonde camerabeelden.33 Verbalisant [verbalisant 1] herkende [....] op dezelfde camerabeelden als medeverdachte [medeverdachte 1] .34 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geld, afkomstig van de aangeefster, heeft laten overboeken en het geld met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gedeeld.35

[slachtoffer 14]

Op 19 december 2018 kreeg [slachtoffer 14] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 1] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 3] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com.36

[aangever 2]

Op 20 december 2018 kreeg [aangever 2] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 2] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 2] . [bijnaam 2] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .com. De aangever vulde zijn gebruikersnaam en wachtwoord in. Enkele uren later stuurde de aangever een foto van zijn bankpas en een TAN-code naar [bijnaam 2] . Kort daarna werd de aangever gebeld door iemand die zich de zoon van [bijnaam 2] noemde en hij zei dat zijn vader per ongeluk € 8.025,- had overgemaakt. De aangever stortte dit bedrag terug en kort daarna zei [bijnaam 2] dat hij dezelfde fout had gemaakt. De aangever stortte wederom € 8.000,- terug. Vervolgens werd de aangever gebeld door zijn bank en werd hem verteld dat er onduidelijke bedragen waren afgeschreven van zijn spaarrekening. Een dag later stuurde [bijnaam 2] weer een bericht en zei hij dat de aangever hem € 16.000,- teveel had overgemaakt, wat hij terug kon krijgen als hij [bijnaam 2] € 1.000,- via een andere bank zou betalen.37

[slachtoffer 15]

Op 13 januari 2019 werd [slachtoffer 15] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 5] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 6] . [bijnaam 5] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www. betaalonlineplatform .nl. De aangeefster voerde al haar gegevens in. [bijnaam 5] belde haar daarna en zei dat hij geld naar de rekening van de aangeefster had gestuurd en hij vroeg haar het terug te storten en hem de TAN-code te geven zodat hij alles in orde zou maken. Nadat de aangeefster hier niet op in ging, stuurde [bijnaam 5] haar een bericht met daarin de adresgegevens en een foto van haar e-mailaccount. Verder stuurde [bijnaam 5] een afbeelding van haar paspoort en een uittreksel van de burgerlijke stand.38

[aangeefster 4]

Op 14 januari 2019 kreeg [aangeefster 4] via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 6] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 6] . De aangeefster wilde een goed van deze persoon via Marktplaats kopen en kreeg de link www. stichtingbetaalplatform .nl doorgestuurd. De aangeefster opende de link en kreeg een verzoek voor een TAN-code. De verkoper vroeg daarna om een rekeningnummer, waarna de aangeefster een screenshot van haar rekeningnummer doorstuurde. Daarna zag de aangeefster dat er een bedrag van € 9.000,- was gestort op haar bankrekening, afkomstig van [bijnaam 6] met rekeningnummer [rekeningnummer 5] . De verkoper zei vervolgens dat het niet goed was gegaan en vroeg de aangeefster het bedrag terug te storten. De aangeefster stortte vervolgens een bedrag van € 4.000,- en € 5.000,- terug naar het rekeningnummer. De man van de aangeefster vertelde haar kort erna dat er in totaal € 9.000,- van hun rekening was afgeschreven.39

[slachtoffer 16]

Op 16 januari 2019 kreeg [slachtoffer 16] via WhatsApp een bericht van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 6] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg de aangever € 0,01 over te maken via www.betaalonlineverzoekplatform.nl. De aangever voerde zijn gegevens in, maar omdat hij geen TAN-code toegestuurd kreeg, vroeg hij de koper een betaalverzoek naar zijn vriendin te sturen. Nadat zij haar gegevens invulde, kreeg zij een TAN-code voor een overschrijving van € 282,99.40

[aangeefster 9]

Op 17 januari 2019 kreeg [aangeefster 9] een bericht via WhatsApp van een persoon die gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 14] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www.hetbetaalplatform-marktplaats.nl. De aangeefster voerde in totaal vier keer haar inlognaam en wachtwoord in. Daarna zag de aangeefster dat er € 5.000,- op haar rekening was bijgeschreven. De koper belde op en zei dat hij dit bedrag per ongeluk had overgemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag terug. Daarna belde de koper weer op en zei hij dat hij dezelfde fout had gemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag wederom terug. Daarna werd de aangeefster gebeld door een vrouw van ING die haar vertelde dat er een paar opvallende transacties hadden plaatsgevonden, dat de aangeefster was opgelicht en dat de oplichters geld binnen haar rekening hadden verplaatst.41

[aangeefster 5]

Op 19 januari 2019 kreeg [aangeefster 5] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 7] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 7] . [bijnaam 7] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg de aangeefster € 0,01 over te maken via een link. De aangeefster heeft dit overgemaakt en op 24 januari 2019 werd haar man gebeld door iemand van ING, die hem vertelde dat er een frauduleuze afschrijving van € 1.000,01 had plaatsgevonden.42

[aangeefster 8]

Op 6 februari 2019 kreeg [aangeefster 8] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 9] noemde. [bijnaam 9] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www.hetbetaalplatform.nl. De echtgenoot van de aangeefster heeft vervolgens zijn gebruikersnaam en wachtwoord ingevoerd. Een uur later ontving de echtgenoot van de aangeefster via WhatsApp een bericht van een persoon die zich [bijnaam 8] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 8] . Hij vroeg om hun rekeningnummer en kort daarna vertelde [bijnaam 8] telefonisch dat hij per ongeluk € 4.165,- had overgemaakt in plaats van € 165,-. Op hun rekening was inderdaad dit bedrag bijgeschreven en het leek afkomstig te zijn van [bijnaam 8] . De echtgenoot van de aangeefster heeft vervolgens € 4.000,- overgemaakt naar [bijnaam 8] . Kort daarna ontdekte de echtgenoot van de aangeefster dat het bedrag van € 4.165,- oorspronkelijk afkomstig was van hun spaarrekening.43

[aangeefster 3]

Op 2 februari 2019 kreeg [aangeefster 3] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 9] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 10] . [bijnaam 9] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www.hetbetaalverzoekplatform.nl. De aangeefster voerde haar gegevens in en kreeg een foutmelding. Kort daarna zei [bijnaam 9] dat hij per ongeluk € 7.000,- had overgemaakt en hij vroeg de aangeefster om het terug te storten. De aangeefster verklaarde dat het echt leek alsof hij dit bedrag naar haar gestuurd had, maar achteraf bleek het afkomstig te zijn van de spaarrekening van haar dochter. De aangeefster stortte vervolgens € 5.000,- terug, omdat zij niet meteen € 7.000,- kon overmaken.44

[aangeefster 2]

Op 7 februari 2019 kreeg [aangeefster 2] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 11] noemde. [bijnaam 10] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via betaalplatform.nl. De aangeefster drukte op het linkje en wist niet meer welke gegevens ze heeft ingevoerd. Op 12 februari 2019 had ING contact gezocht met de aangeefster, omdat er vreemde transacties op haar rekening plaatsvonden. Op 15 april 2019 zag de aangeefster dat er € 0,01 was overgemaakt naar de rekening van haar moeder en dat er € 0,01 was overgemaakt naar ING.45 De aangeefster verklaarde de aan haar getoonde uitdraai van getapte telefoongesprekken tussen haar en de gebruiker van telefoonnummer * [telefoonnummer 8] te herkennen.46

[slachtoffer 4]

Op 11 februari 2019 kreeg [slachtoffer 4] een bericht via WhatsApp van een persoon die zich [bijnaam 10] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 11] . [bijnaam 10] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www. onlinebetaalplatform .nl. De aangever maakte dit over en gaf daarbij zijn geboortedatum, bankpasnummer en de verloopdatum van zijn bankpas door. Daarna belde [bijnaam 10] de aangever en zei hij dat hij per ongeluk € 3.000,- had overgemaakt. [bijnaam 10] vroeg de aangever dit terug te storten. De aangever zag dat de genoemde € 3.000,- van zijn eigen spaarrekening naar zijn betaalrekening was overgemaakt.47

[aangever 10]

Op 16 februari 2019 werd [aangever 10] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 14] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummers * [telefoonnummer 13] en * [telefoonnummer 17] . [bijnaam 14] en de aangever waren wederzijds geïnteresseerd in elkaars op Marktplaats aangeboden goederen. [bijnaam 14] vroeg de aangever om € 7,- over te maken via www.hetonlinebetaalplatform.nl. De aangever verklaarde dat hij op de link had geklikt, maar dat hij het niet kon overmaken. Daarna belde [bijnaam 14] de aangever en zei hij dat hij per ongeluk € 5.000,- had overgemaakt in plaats van € 25,-. De aangever heeft vervolgens € 4.975,- teruggestort.48

[aangever 8]

Op 19 februari 2019 werd [aangever 8] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 12] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 16] . [bijnaam 12] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken. De aangeefster kreeg een link toegestuurd die ze heeft aangeklikt. Ze wist niet meer wat ze toen heeft gedaan. Kort daarna kreeg ze een bericht van [bijnaam 12] via telefoonnummer * [telefoonnummer 15] . [bijnaam 12] zei toen dat hij een fout had gemaakt en € 4.750,- had overgemaakt. De aangeefster heeft het bedrag teruggestort. Daarop zag de aangeefster dat dit bedrag in feite afkomstig was van haar eigen spaarrekening.49

Uit onderzoek naar het telefoontoestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] is gebleken dat telefoonnummer * [telefoonnummer 16] in dit toestel is gebruikt tussen 7 februari 2019 en 21 maart 2019.50

[slachtoffer 17]

Op 20 februari 2019 werd [slachtoffer 17] gebeld door een persoon die zich [bijnaam 15] noemde en gebruikmaakte van telefoonnummer * [telefoonnummer 15] . [bijnaam 15] was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www.hetonlinebetaalplatform.nl. De aangever voerde zijn gebruikersnaam en wachtwoord in. [bijnaam 15] vertelde aan het einde van een telefoongesprek met de aangever dat hij zag dat er € 248,- op zijn rekening stond met een kredietmogelijkheid van € 1.500,-. Vervolgens zei [bijnaam 15] : “U bent deze 1748 euro kwijt opa. Bedankt.”51

[aangever 9]

Op 20 februari 2019 werd [aangever 9] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 16] noemde en gebruikmaakte van het telefoonnummer * [telefoonnummer 15] . [bijnaam 16] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www.hetonlinebetaalplatform.nl. De aangeefster vulde haar gebruikersnaam, wachtwoord en pasnummer in. [bijnaam 16] zei vervolgens dat hij per ongeluk € 5.000,- had overgemaakt en hij vroeg of de aangeefster het kon terugstorten. De aangeefster maakte het geld weer over. Na een kwartier belde [bijnaam 16] op en zei hij dat hij weer dit bedrag had overgemaakt. De aangeefster stortte dit bedrag wederom terug. Kort daarna zag de aangeefster dat het saldo van haar spaarrekening met € 10.000,- was gezakt.52

[aangever 11]

Op 21 februari 2019 werd [aangever 11] via WhatsApp benaderd door een persoon die gebruikmaakte van het nummer * [telefoonnummer 18] . Deze persoon was geïnteresseerd in een door de aangever op Marktplaats aangeboden goed en vroeg hem € 0,01 over te maken via www.hetonlinebetaalplatform.nl. De aangever voerde de gevraagde gegevens in en zag kort daarna dat er € 5.000,- van zijn spaarrekening was overgemaakt naar zijn betaalrekening. Kort daarna stuurde de koper de aangever berichten met het nummer * [telefoonnummer 19] , waarin hij zei dat hij per ongeluk € 5.000,- had overgemaakt naar de aangever.53

[slachtoffer 2] en [aangever 1]

Op 24 februari 2019 werd [slachtoffer 2] via WhatsApp benaderd door een persoon die zich [bijnaam 13] noemde en gebruikmaakte van de telefoonnummers * [telefoonnummer 20] en [telefoonnummer 19] . [bijnaam 12] was geïnteresseerd in een door de aangeefster op Marktplaats aangeboden goed en vroeg haar € 0,01 over te maken via www.hetonlinebetaalplatform.nl. De aangeefster verklaarde dat zij niet kon inloggen, omdat het haar bankaccount niet betrof. Vervolgens vertelde [bijnaam 12] dat hij per ongeluk € 5.000,- had overgemaakt en hij vroeg de aangeefster of zij het kon terugstorten. De vriend van de aangeefster zag echter dat er € 5.000,- was overgemaakt van zijn spaarrekening naar zijn betaalrekening.54

4.3.3.3 De samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3]

Verdachte verklaarde in zijn verhoor dat hij phishing-sites en het betaalverzoek van Marktplaats heeft nagemaakt. Daarnaast verklaarde hij dat hij deze sites heeft verkocht aan medeverdachte [medeverdachte 3] .55 Dit waren nagemaakte sites zoals die van ABN AMRO, Rabobank en ING en daar kon je live betaalgegevens bekijken. Je had een geboortedatum, vervaldatum en pasnummer nodig om een overboeking te doen.56 Verder benoemde hij een methode waarmee je via ING het kon doen lijken alsof het bedrag dat op de betaalrekening van het slachtoffer kwam, van iemand anders’ rekening afkomstig was door de naam van een ander in te voeren.57 Op de vraag wat [medeverdachte 3] als klant van hem doet, antwoordt hij: “Hij doet aan phishen denk ik, wat moet hij anders met een site van mij”.58

Daarnaast is uit een getapt telefoongesprek tussen verdachte, wiens stem werd herkend door verbalisant [verbalisant 2] , en medeverdachte [medeverdachte 1] , gebleken dat verdachte op de vraag van [medeverdachte 1] wie zijn compagnon was, antwoordde: “Da’s een jongen uit Hengelo man”.59

Uit onderzoek naar telefoonnummer * [telefoonnummer 22] (een abonneenummer op naam van medeverdachte [medeverdachte 3] ) is gebleken dat dit nummer tussen 21 november 2018 en 8 december 2018 24 keer contact heeft gehad met telefoonnummer * [telefoonnummer 3] .60 Dit laatstgenoemde telefoonnummer is gebruikt in het toestel met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] .61

Ten slotte heeft de politie op basis van de locaties van de zendmasten die werden aangestraald door IMEI-nummers [IMEI-nummer] (in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 3] ) en * [IMEI-nummer] , geconcludeerd dat deze telefoontoestellen op elf data tussen 18 februari 2019 en 1 maart 2019 in dezelfde steden aanwezig waren.62

4.3.4

Bewijsoverwegingen

4.3.4.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2

Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat de gebruikte phishing-websites hoofdzakelijk gemaakt en ontworpen zijn om wederrechtelijk inloggegevens van slachtoffers afhandig te maken, waarmee vervolgens binnengedrongen kon worden in hun internetbankierenaccounts. Deze websites waren derhalve gericht op het plegen van computervredebreuk, waarbij de inloggegevens door de websites werden verwerkt en overgedragen aan de gebruiker die vervolgens in de bankrekening van de slachtoffers het kon doen lijken alsof hij een geldbedrag naar hen had overgemaakt. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de phishing-websites, gezien hun specifieke functionaliteiten en in aanmerking nemende het specifieke doel waartoe zij ontworpen en vervaardigd zijn, dienen te worden aangemerkt als een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft gepleegd.

4.3.4.2 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, feit 3 tot en met feit 5 en feit 8 tot en met feit 9

De rechtbank overweegt op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen dat de gebruiker van de namen [bijnaam 3] , [bijnaam 1] , [bijnaam 4] , [bijnaam 2] , [bijnaam 5] , [bijnaam 6] , [bijnaam 7] , [bijnaam 9] , [bijnaam 8] , [bijnaam 10] , [bijnaam 11] , [bijnaam 12] , [bijnaam 14] , [bijnaam 15] , [bijnaam 16] en [bijnaam 17] en van de telefoonnummers * [telefoonnummer 1] , * [telefoonnummer 2] , * [telefoonnummer 6] , * [telefoonnummer 7] , * [telefoonnummer 8] , * [telefoonnummer 10] , * [telefoonnummer 11] , * [telefoonnummer 14] , * [telefoonnummer 15] , * [telefoonnummer 16] , * [telefoonnummer 17] , * [telefoonnummer 13] , * [telefoonnummer 18] , * [telefoonnummer 19] en * [telefoonnummer 21] in de ten laste gelegde pleegperiode computervredebreuk, oplichting, poging tot oplichting en diefstal door middel van een valse sleutel heeft gepleegd bij de onder 4.3.3.2 genoemde aangevers. Gelet op de onder 4.3.3.1 weergegeven bewijsmiddelen en tussenconclusie, in combinatie met de onder 4.3.3.3 weergegeven bewijsmiddelen met betrekking tot de samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte 3] ten aanzien van de aangevers [aangever 8] , [aangever 11] en [aangeefster 3] de onder feit 1, feit 3 en feit 5 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Medeplegen

Ten aanzien van de overige aangevers is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de onder 4.3.3.1 tot en met 4.3.3.3 weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, verdachte de in de bewijsmiddelen genoemde websites heeft ontworpen en ontwikkeld, dat hij deze websites heeft verkocht aan medeverdachte [medeverdachte 3] en dat verdachte deze websites samen met de medeverdachte [medeverdachte 3] middels de reeds omschreven modus operandi heeft gebruikt. Verdachte heeft ter terechtzitting opgeworpen dat hij bij de meeste aangevers ‘slechts’ de phishing-websites heeft ontworpen, ontwikkeld en verkocht aan de medeverdachte. Voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen is vereist dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachten. Gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte de phishing-software heeft ontwikkeld en aan medeverdachte [medeverdachte 3] ter beschikking heeft gesteld. Vervolgens zijn persoonlijke gegevens van de aangevers verkregen door middel van phishing, met behulp van deze software. Als gevolg van de computervredebreuk met deze onrechtmatig verkregen gegevens konden oplichtingen en pogingen tot oplichting plaatsvinden. De verdachten zijn in dit traject op verschillende manieren betrokken geweest, terwijl deze elementen van oplichting door middel van computervredebreuk, na phishing-activiteiten met gebruik van specifiek ontwikkelde software in essentiële zin met elkaar samenhangen om immers tot oplichting via phishing-software te komen. Hieruit blijkt dat beide verdachten voldoende hebben bijgedragen aan dit proces om als medeplegers te worden beschouwd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1, feit 3 tot en met feit 5 en feit 8 tot en met feit 9 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Partiële vrijspraak met betrekking tot bepaalde aangevers

De rechtbank overweegt ten aanzien van aangeefster [aangever 7] dat uit haar verklaring enkel is gebleken dat de gebruiker van de naam [bijnaam 1] en telefoonnummer * [telefoonnummer 2] haar heeft gevraagd € 0,01 te betalen, zonder daarbij een link naar een betaalsite te verstrekken. Daarna heeft zij hem medegedeeld daar niet aan mee te willen werken, waardoor er niet kan worden geconcludeerd dat een begin van uitvoering van de oplichting heeft plaatsgevonden. De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangeefster [aangever 7] vrij van het onder feit 4 ten laste gelegde.

De rechtbank stelt vast dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte computervredebreuk heeft gepleegd bij aangever [slachtoffer 1] , nu niet is gebleken dat verdachte of een ander persoon is binnengedrongen op een internetbankierenaccount van [slachtoffer 1] . De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangever [slachtoffer 1] vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde.

De rechtbank overweegt ten aanzien van aangever [slachtoffer 7] dat uit zijn aangifte enkel is gebleken dat de gebruiker van de naam [bijnaam 3] enkel om het rekeningnummer van de aangever heeft gevraagd, waardoor er niet kan worden geconcludeerd dat een begin van uitvoering van de oplichting heeft plaatsgevonden. De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangever [slachtoffer 7] vrij van het onder feit 4 ten laste gelegde.

Ten aanzien van aangevers [aangeefster 6] en [aangever 2] overweegt de rechtbank dat, gelet op het feit dat de geldbedragen uit de beschikkingsmacht van de aangevers is geraakt, er sprake is van een voltooid delict, te weten oplichting. Daardoor is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde poging tot oplichting. De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangevers [aangeefster 6] en [aangever 2] vrij van het onder feit 4 ten laste gelegde.

Ten aanzien van aangevers [aangeefster 3] en [aangeefster 6] overweegt de rechtbank dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om te concluderen dat een derde betrokken is geweest bij de gepleegde computervredebreuk en oplichting, waardoor er geen sprake is van medeplegen. De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangevers [aangeefster 3] en [aangeefster 6] vrij van het onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde bestanddeel “tezamen en in vereniging met een of meer anderen”.

Ten aanzien van aangeefster [aangeefster 1] overweegt de rechtbank dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om te concluderen dat verdachte gedurende de ten laste gelegde pleegperiode een rol heeft gespeeld bij hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd met betrekking tot [aangeefster 1] . De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangever [aangeefster 1] vrij van het onder feit 1 en feit 4 ten laste gelegde.

Ten aanzien van aangevers [slachtoffer 2] en [aangever 1] stelt de rechtbank vast dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat er computervredebreuk is gepleegd bij [slachtoffer 2] . De rechtbank spreekt verdachte ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 2] vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde.

Eendaadse samenloop feiten 1 en 2
De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 en feit 2 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet uiteenloopt. Om onevenredige aansprakelijkheid te voorkomen, zal de rechtbank het feit enkelvoudig kwalificeren als hierna vermeld.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1:

op meerdere tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van een)

geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de ING Bank en/of

computersyste(e)m(en) bevattende (een) ING Bank account(s), is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en door een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van accounthouders van de ING Bank, te weten van:

- [aangever 4] en

- [slachtoffer 3] en

- [slachtoffer 5] en

- [slachtoffer 9] en

- [aangever 5] en

- [slachtoffer 8] en

- [slachtoffer 12] en

- [aangeefster 7] en

- [benadeelde] en

- [aangever 6] en

- [aangever 3] en

- [aangever 2] en

- [aangever 8] en

- [aangever 10] en

- [aangever 1] en

- [slachtoffer 4] en

- [aangeefster 2] en

- [slachtoffer 15] en

- [aangeefster 4] en

- [slachtoffer 16] en

- [aangever 11] en

- [aangeefster 8] en

- [aangeefster 5] en

- [aangeefster 9] en

- [slachtoffer 17] en

- [aangever 9]

en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als de accounthouder van voornoemde ING Bank accounts;

en

op meerdere tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, telkens opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de ING Bank en/of computersyste(e)m(en) bevattende (een) ING Bank account(s), is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en door een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van accounthouders van de ING Bank, te weten van:

- [aangeefster 6] en

- [aangeefster 3] ;

feit 2:

op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, technische hulpmiddelen die hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers hebben verdachte en zijn mededader phishingsites bestemd voor het versturen van valse betalingsverzoeken, voorhanden gehad en gebruikt, met de bedoeling

om inlogcode's en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van een of meerdere bank(en) en/of

(vervolgens) die inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van de ING bank en/of zijn klanten;

feit 3:

op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Laren en/of Bussum, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen personen telkens heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van de hierna te noemen geldbedragen, door

- zich voor te doen als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en

- daarbij gebruik te maken van een of meer valse identiteit(en) en

- via Marktplaats.nl contact te zoeken met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en

- met die verkopers een afspraak te maken om een of meer goederen te kopen en

- die verkopers te vragen om het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- vervolgens die verkopers te vragen 0,01 eurocent over te maken en

- daarbij die verkopers (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of en/of phishingsites te sturen en

- bij die verkopers er op aan te dringen het/de geldbedrag(en) over te maken en

- zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die verkopers te verschaffen en

- vervolgens tegen die verkopers te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en

- vervolgens tegen die verkopers te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de verkopers zal doen en

- vervolgens die verkopers te doen geloven dat een verkeerd te hoog geldbedrag aan die verkopers is overgemaakt en

- ( vervolgens) die verkopers te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, waardoor,

- [aangever 2] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 16.000,- en

- [aangever 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 4.750,- en

- [aangever 10] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 5.007,- en

- [aangeefster 4] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 9.000,- en

- [aangeefster 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 4.000,- en

- [aangeefster 5] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 1.001,- en

- [aangeefster 9] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 10.000,- en

- [aangever 9] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) € 10.000,-;

en

in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Laren en/of Bussum, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen persoon heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten de afgifte van het hierna te noemen geldbedrag, door

- zich voor te doen als bonafide koper op Marktplaats.nl (een internetdienst) en

- daarbij gebruik te maken van een of meer (valse) identiteit(en) en

- via Marktplaats.nl contact te zoeken met de hieronder genoemde verkoper van aangeboden goederen en

- met die verkoper een afspraak te maken om een of meer goederen te kopen en

- die verkoper te vragen om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- vervolgens die verkoper te vragen 0,01 eurocent over te maken en

- daarbij die verkoper (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of en/of phishingsites te sturen en

- bij die verkoper er op aan te dringen het geldbedrag over te maken en

- zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die verkoper te verschaffen en

- vervolgens tegen die verkoper te zeggen dat de betaling is mislukt en

- vervolgens tegen die verkoper te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de verkoper zal doen en

- vervolgens die verkoper te doen geloven dat een verkeerd te hoog geldbedrag aan die verkoper is overgemaakt en

- vervolgens die verkoper te vragen het geldbedrag terug te storten, waardoor,

[aangeefster 3] is bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag van in totaal € 5.000,-;

feit 4:

op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van

een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten het ter beschikking stellen van bankgegevens en/of de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en

- daarbij gebruik heeft gemaakt van een of meer (valse) identiteit(en) en

- via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en

- met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om een of meer goederen te kopen en

- die verkopers heeft gevraagd om het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- vervolgens die verkopers heeft gevraagd 0,01 eurocent over te maken en

- daarbij die verkopers (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft gestuurd en

- bij die verkopers er op heeft aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en

- zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die verkopers heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, te weten van:

- [aangever 4] en

- [slachtoffer 3] en

- [slachtoffer 5] en

- [slachtoffer 11] en

- [slachtoffer 14] en

- [slachtoffer 9] en

- [aangever 5] en

- [slachtoffer 8] en

- [slachtoffer 1] en

- [slachtoffer 12] en

- [slachtoffer 13] en

- [aangeefster 7] en

- [aangever 6] en

- [aangever 3] en

- [aangeefster 2] en

- [slachtoffer 16] en

- [slachtoffer 17] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5:

op meer tijdstippen in de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader voorgenomen misdrijf om telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten het ter beschikking stellen van bankgegevens en/of de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en

- daarbij gebruik heeft gemaakt van een of meer valse identiteit(en) en

- via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en

- met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om een of meer goederen te kopen en

- die verkopers heeft gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- vervolgens die verkopers heeft gevraagd 0,01 eurocent over te maken en

- daarbij die verkopers (via WhatsApp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft gestuurd en

- bij die verkopers er op heeft aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en

- zich de toegang tot de bankgegevens van die verkopers heeft/hebben verschaft en

- vervolgens tegen die verkopers te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en

- vervolgens tegen die verkopers te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de verkopers zal doen en

- vervolgens die verkopers te doen geloven dat een verkeerd te hoog geldbedrag aan die verkopers is overgemaakt en

- vervolgens die verkopers te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, te weten van:

- [slachtoffer 2] en/of [aangever 1] en

- [slachtoffer 4] en

- [slachtoffer 15] en

- [aangever 11] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 8:

op 3 december 2018 te Haarlem en/of Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde] heeft bewogen tot het ter beschikking stellen van gegevens, door

- zich voor te doen als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en

- daarbij gebruik te maken van een valse identiteit en

- via Marktplaats.nl contact te zoeken met die [benadeelde] over een aangeboden goed en

- met die [benadeelde] een afspraak te maken om het goed te kopen en

- die [benadeelde] te vragen om bankgegevens en

- vervolgens die [benadeelde] te vragen 0,01 eurocent over te maken en

- daarbij die [benadeelde] (via WhatsApp) een link naar een valse betalingssite te sturen en

- vervolgens die [benadeelde] om een tancode en bankpasgegevens en geboortedatum te vragen;

feit 9:

op 3 december 2018 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, enig geldbedrag van € 1000,-, dat toebehoorde aan [benadeelde] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen

  • -

    bankpasgegevens en/of

  • -

    gebruikersnaam en/of wachtwoord voor het inloggen op internetbankieren.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1: computervredebreuk, meermalen gepleegd

en

feiten 1 en 2: eendaadse samenloop van medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd en medeplegen van met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf, vervaardigen en voorhanden hebben, meermalen gepleegd;

feit 3: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

en

oplichting;

feiten 4 en 5: telkens: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

feit 8: medeplegen van oplichting;

feit 9: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een jeugddetentie van 9 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 194 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden de maatregel Toezicht & Begeleiding, uitgevoerd door [instelling 1] en de verplichting om mee te werken aan begeleiding van [instelling 2] ;

- een taakstraf van 200 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 100 dagen jeugddetentie.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte het FAST-traject en ITB Harde Kern positief heeft afgerond. Daarnaast is verdachte tijdens zijn schorsing alle afspraken nagekomen, is de thuissituatie verbeterd en is hij een eigen bedrijfje gestart. Verder verloopt de begeleiding via [instelling 2] positief. De verdediging stelt voorts dat het advies van de jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming zodanig moet worden geïnterpreteerd dat het reeds ondergane voorarrest en de inmiddels afgeronde trajecten een passende bestraffing waren, gelet op de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Ook wordt de rechtbank verzocht rekening te houden met de bepleite vrijspraak voor feit 6 en feit 7 en dat de ontstane angsten bij de aangevers niet te wijten zijn aan verdachte. De verdediging verzoekt daarom een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, waarvan 104 dagen voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden die nog over zijn uit het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 9 augustus 2019.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten en omstandigheden

Verdachte heeft zich, met medeverdachte [medeverdachte 3] , gedurende een periode van ongeveer vier maanden schuldig gemaakt aan het plegen van computervredebreuk, het voorhanden hebben van phishing-websites, oplichting, poging tot oplichting en diefstal. Verdachte speelde in de modus operandi een cruciale rol door de bij de aangevers gebruikte websites te produceren, te verspreiden en zelf te gebruiken. Verdachte heeft hierbij samen met de medeverdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat ten grondslag ligt aan het online verhandelen van goederen. Samen met de medeverdachte heeft hij een verdienmodel ontwikkeld, waarbij zij met verschillende telefoonnummers verkopers op Marktplaats benaderden, interesse toonden in de aangeboden goederen en hen vervolgens vroegen om een klein bedrag over te maken, naar eigen zeggen om te voorkomen dat ze opgelicht zouden worden. Nadat slachtoffers op de betaallink klikten en gegevens invulden op de phishingwebsite maakten verdachten geld over van de rekening van het slachtoffer naar de rekening van een moneymule, of verplaatsten zij een geldbedrag van de spaarrekening van het slachtoffer naar de betaalrekening van het slachtoffer, waarbij het leek alsof de koper “per ongeluk” een te hoog bedrag had overgemaakt naar het slachtoffer. Vervolgens speelde één van de twee verdachten wederom in op het vertrouwen van het slachtoffer door paniek te veinzen en het slachtoffer te vragen het geld terug te storten, wat het slachtoffer vervolgens in verschillende gevallen deed.

Verdachten hebben met deze handelswijze schade toegebracht aan een groot aantal slachtoffers, waarbij zij hen meer dan € 60.000 afhandig hebben gemaakt. De slachtoffers hebben daarnaast ook meerdere essentiële persoons- en bankgegevens ter beschikking gesteld, met als gevolg dat zij niet zullen weten of en naar wie deze gegevens nog meer verspreid zijn. Verdachten hebben geen enkel respect getoond voor het eigendom en de privacy van anderen, en hebben hun eigen geldelijk gewin vooropgesteld. Voorts weegt de rechtbank mee dat verdachten het vertrouwen, dat het publiek noodzakelijkerwijs in het digitale economische en bancaire verkeer stelt, ernstig hebben beschadigd. Niet alleen bij de slachtoffers, maar ook in bredere zin zal het vertrouwen in de veiligheid van online handel en betaling zijn afgenomen door toedoen van verdachten.

Al met al heeft verdachte zich intensief en geraffineerd beziggehouden met de bewezenverklaarde feiten. Verdachte en zijn medeverdachte hebben in een betrekkelijk korte periode een grote hoeveelheid slachtoffers gemaakt. Door gebruik te maken van verschillende telefoons, simkaarten, valse namen en bankrekeningen van moneymules, probeerden verdachten uit handen van de politie te blijven. Hoewel verdachte gedeeltelijk heeft verklaard over zijn rol in het geheel, is uit de bewijsmiddelen gebleken dat verdachte met deze verklaring zijn rol bagatelliseert. Er is ook geen reden om aan te nemen dat de verdachte zou zijn gestopt als hij niet was aangehouden. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Persoon van de verdachte

Uit een de verdachte betreffend uittreksel van de justitiële documentatie (strafblad) van 25 juli 2019 blijkt dat verdachte eenmaal eerder voor diefstal in vereniging is veroordeeld. Deze veroordeling heeft verdachte er niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan strafbare feiten. Dit weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapportage Pro Justitia betreffende de persoon van verdachte, opgemaakt op 21 mei 2019 door A. Soetendaal, GZ-psycholoog. De psycholoog stelt dat er bij verdachte sprake is van oppositionele tendensen, waarbij naar voren komt dat meerdere ervaringen van onveiligheid, afwijzing en verlies een teruggeworpen gevoel op emotioneel gebied hebben veroorzaakt. Ook lijken de gewetensontwikkeling en het inlevingsvermogen onder druk te staan, waarbij wordt gezien dat verdachte zijn eigen gang gaat, egocentrisch georiënteerd is en bevrediging vindt in materiële zaken, nu hij zich emotioneel onvoldoende geborgen voelt. Onderliggend lijkt sprake van een grote behoefte aan veiligheid, stabiliteit, gezien worden en een angst voor verlieservaringen. Onbehandeld kan dit beeld zich ontwikkelen in de richting van een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis of een normoverschrijdende gedragsstoornis.

De psycholoog concludeert dat hoewel er kwetsbaarheden en problemen zijn in de ontwikkeling van verdachte, dit niet betekent dat verdachte onvoldoende besef zou hebben gehad van de wederrechtelijkheid van het ten laste gelegde of van de consequenties van zijn handelen. Daarom wordt de rechtbank aanbevolen bij een bewezenverklaring de feiten aan verdachte volledig toe te rekenen binnen het minderjarigenstrafrecht. Het recidiverisico wordt als matig ingeschat en de psycholoog onderschrijft het plan dat reeds is gang is gezet, te weten forensische systeembehandeling van FAST, ITB Harde Kern en een individuele coach voor verdachte. De psycholoog adviseert de oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met voornoemde hulpverlening als bijzondere voorwaarden.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het door de Raad voor de Kinderbescherming opgemaakte advies d.d. 9 augustus 2019, opgemaakt door [G] , raadsonderzoeker, waaruit blijkt dat verdachte een belaste voorgeschiedenis heeft, waarbij hij vele wisselingen heeft gehad van woonplaats, getuige is geweest van huiselijk geweld en moeizaam contact heeft met zijn vader. Daarnaast is er onvoldoende zicht op de vrije tijdsbesteding van verdachte en is de schoolgang het afgelopen jaar slecht verlopen. Gedurende de voorlopige hechtenis heeft verdachte binnen de JJI laten zien goed te kunnen functioneren als hem structuur en duidelijkheid wordt geboden. Daarom achten de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering het van belang dat jeugdreclasseringstoezicht van toepassing blijft. Daarmee kan ook de reeds ingezette hulpverlening (FAST en begeleiding van [instelling 2] ) worden gewaarborgd. De Raad voor de Kinderbescherming acht het niet wenselijk dat verdachte terug in detentie moet, maar daarnaast is het ook van belang dat er een stevige stok achter de deur is door middel van een deels voorwaardelijke jeugddetentie die past bij de ernst van de feiten, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest.

De heer [H] van de Raad voor de Kinderbescherming heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat is gebleken dat verdachte veel potentie heeft, maar dat hij zijn capaciteiten positief moet leren inzetten. De tijdens de schorsing ingezette begeleiding is goed verlopen.

Ten slotte heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen mevrouw [F] , jeugdreclasseerder bij [instelling 1] , ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. Zij heeft verklaard dat de situatie van verdachte is verbeterd sinds hij geschorst werd. De trajecten van FAST en ITB Harde Kern zijn positief afgerond, waarbij zij heeft opgemerkt dat dit bij weinig jongeren voorkomt. Ook is de thuissituatie verbeterd, is verdachte een eigen bedrijf gestart en komt hij niet in beeld bij de politie. Er bestaan alleen nog problemen ten aanzien van de schoolgang, maar niet zodanig dat die niet te ondervangen zijn met de geadviseerde hulpverlening. Gelet op het positief afronden van FAST en ITB Harde Kern, acht de jeugdreclasseerder het niet wenselijk om deze trajecten nog op te leggen als bijzondere voorwaarden. De oplegging van jeugdreclasseringstoezicht en de begeleiding vanuit [instelling 2] zouden voldoende moeten zijn.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen en de Raad voor de Kinderbescherming over en maakt die tot de hare.

Conclusie

Gelet op hetgeen is overwogen met betrekking tot de omvang en de ernst van de feiten, acht de rechtbank geen andere straf dan de oplegging van een onvoorwaardelijke jeugddetentie passend en geboden. De rechtbank zal volstaan, gelet op hetgeen is aangevoerd met betrekking tot de persoon van de verdachte, met een straf die geen vrijheidsbeneming van langere duur met zich meebrengt dan verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daar staat tegenover dat verdachte wel een voorwaardelijke jeugddetentie van een aanzienlijke duur zal worden opgelegd en een werkstraf voor de voor minderjarigen maximale duur van 200 uren. Daarnaast acht de rechtbank het noodzakelijk om aan de voorwaardelijke jeugddetentie een aantal bijzondere voorwaarden te koppelen. Deze bijzondere voorwaarden zullen bestaan uit de maatregel Toezicht & Begeleiding, de plicht om mee te werken met de begeleiding vanuit [instelling 2] , de plicht om een positieve en zinvolle (legale) dagbesteding te verkrijgen en te behouden, een contactverbod met de medeverdachte [medeverdachte 3] en andere bij het feit betrokken personen en de plicht om gedurende de proeftijd op elk moment mee te werken aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers.

Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 9 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, de oplegging van voornoemde bijzondere voorwaarden en een werkstraf voor de duur van 200 uren, passend en geboden.

9 VOORLOPIGE HECHTENIS

De rechtbank heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

10 BESLAG

9.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen waar geen conservatoir beslag op rust verbeurd te verklaren.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de in beslag genomen goederen waar geen conservatoir beslag op rust te retourneren aan verdachte.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op voorhand vast dat ter terechtzitting is gebleken dat op een aantal goederen dat zich op de beslaglijst bevindt conservatoir beslag rust. De rechtbank zal daar geen beslissing over nemen.

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    PL0900-2018364314-G2362316 1 STK HP Chrome Notebook plus oplader en snoer;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362337 1 STK Nokia telefoon;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362300 1 STK Apple iPad;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362246 1 STK Acer Chromebook inclusief oplader met snoer;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362190 1 STK Apple iPhone XR (wit);

  • -

    PL0900-2018356628-G2405686 1 STK Apple Macbook Air;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405676 1 STK Apple Macbook Pro;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405670 1 STK Apple iMac;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405680 1 STK Apple iPhone XR;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405683 1 STK Apple iPhone 8;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380974 9 STK Lebara Simkaart;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380731 1 STK Lebara Simkaart;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380709 1 STK USB stick (grijs);

  • -

    PL0900-2018356628-G2380676 1 STK Kruidvat USB stick (zwart);

  • -

    PL0900-2018356628-G2380704 1 STK Staples USB stick (zwart)

verbeurd verklaren. Met betrekking tot deze voorwerpen zijn de bewezen verklaarde feiten begaan en/of deze voorwerpen zijn vervaardigd of bestemd tot het begaan van de bewezenverklaarde misdrijven.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:

  • -

    PL0900-2018356628-G2380909A 1 STK iPhone doos;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405467 1 STK ING Bank pas;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380563 1 STK Waardepapier Bankrekening [verdachte] [rekeningnummer 7] .

11 BENADEELDE PARTIJ

[aangeefster 7] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.000,-. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder feit 1, feit 4 en feit 6 ten laste gelegde feiten.

11.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert de gehele vordering van de benadeelde partij hoofdelijk toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

11.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank de vordering van de benadeelde partij af te wijzen, nu verdachte niet de veroorzaker is geweest van de door de benadeelde partij geleden schade.

11.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit de bij de vordering van de benadeelde partij gevoegde onderbouwing leidt de rechtbank af dat het gevorderde bedrag van € 1.000,- op te splitsen valt in een bedrag van € 750,- dat ziet op de door haar geleden immateriële schade ten gevolge van het onder feit 1 en feit 4 ten laste gelegde en een bedrag van € 250,- dat ziet op de door haar geleden immateriële schade ten gevolge van het onder feit 6 ten laste gelegde.

Ten aanzien van het bedrag van € 750,- stelt de rechtbank voorop dat uit de artikelen 6:95 en 6:106 van het Burgerlijk Wetboek volgt dat alleen in limitatief in de wet opgesomde gevallen aanspraak bestaat op “smartengeld”. Hiervoor dient er sprake te zijn van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen in geval van:

a. oogmerk om zodanige schade toe te brengen, bijvoorbeeld indien de verdachte iemand heeft gedood met het oogmerk aan de benadeelde partij immateriële schade toe te brengen;

b. aantasting in de persoon: 1) door het oplopen van lichamelijk letsel, 2) door schade in zijn eer of goede naam of 3) op andere wijze;

c. bepaalde gevallen van aantasting van de nagedachtenis van een overledene.

Bij delicten zoals onder feit 1 en feit 4 bewezen zijn verklaard, bestaat de aanspraak op immateriële schadevergoeding dus niet zonder meer. De rechtbank overweegt dat het zeer invoelbaar is dat de bewezen verklaarde computervredebreuk en poging tot oplichting voor de benadeelde partij ook een inbreuk is geweest op de persoonlijke levenssfeer en gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt, maar dat niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van enige vorm van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ zoals bedoeld in artikel 6:106 eerste lid aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Ook is geen sprake van een van de andere hiervoor genoemde grondslagen. De rechtbank concludeert daarom dat een wettelijke grondslag voor de toekenning van immateriële schadevergoeding ontbreekt, zodat de vordering ten aanzien van dit deel van de immateriële schade moet worden afgewezen.

Ten aanzien van het bedrag van € 250,- concludeert de rechtbank dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu verdachte van het aan hem onder feit 6 ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

12 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 45, 47, 55, 57, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 138ab, 139d, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

13 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder feit 6 en feit 7 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder feit 1 tot en met feit 5 en feit 8 tot en met feit 9 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 9 maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van de jeugddetentie een gedeelte van 7 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- als voorwaarden gelden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- als bijzondere voorwaarden gelden dat verdachte gedurende de proeftijd:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht & Begeleiding zal melden bij [instelling 1] op het adres [adres 5] , [postcode 2] te [plaatsnaam 2] en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op de door de reclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht en waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

* zal meewerken aan de begeleiding van [instelling 2] , of soortgelijke instantie, voor zolang dit door [instelling 1] noodzakelijk wordt geacht;

* zal meewerken aan het verkrijgen en behouden van een zinvolle (legale) dagbesteding, zoals school en/of werk;

* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [medeverdachte 3] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] ; [medeverdachte 1] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] , en [medeverdachte 2] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

* zal meewerken aan het steekproefsgewijs laten controleren van zijn digitale gegevensdragers, waarbij [instelling 1] bepaalt in welke gevallen, op welke manier, door wie en wanneer de feitelijke controle plaatsvindt. Die medewerking dient uit het volgende te bestaan:

- verdachte verschaft in het kader van die controle aan de reclassering en eventueel door de reclassering uitgenodigde politiemedewerkers de toegang tot zijn woning;

- verdachte stelt op verzoek van de reclassering al zijn digitale gegevensdragers ter beschikking dan wel overhandigt die aan de reclasserings- of politiemedewerkers;

- verdachte verschaft de reclassering dan wel de door hen uitgenodigde politiemedewerkers de toegang tot alle aanwezige digitale gegevensdragers, bijvoorbeeld door het geven van de benodigde wachtwoorden;

- waarbij [instelling 1] opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 200 uren;

- beveelt dat voor het geval verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de werkstraf wordt vervangen door 100 dagen jeugddetentie;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

  • -

    PL0900-2018364314-G2362316 1 STK HP Chrome Notebook plus oplader en snoer;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362337 1 STK Nokia telefoon;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362300 1 STK Apple iPad;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362246 1 STK Acer Chromebook inclusief oplader met snoer;

  • -

    PL0900-2018364314-G2362190 1 STK Apple iPhone XR (wit);

  • -

    PL0900-2018356628-G2405686 1 STK Apple Macbook Air;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405676 1 STK Apple Macbook Pro;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405670 1 STK Apple iMac

  • -

    PL0900-2018356628-G2405680 1 STK Apple iPhone XR;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405683 1 STK Apple iPhone 8;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380974 9 STK Lebara Simkaart;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380731 1 STK Lebara Simkaart;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380709 1 STK USB stick (grijs);

  • -

    PL0900-2018356628-G2380676 1 STK Kruidvat USB stick (zwart);

  • -

    PL0900-2018356628-G2380704 1 STK Staples USB stick (zwart);

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende voorwerpen:

  • -

    PL0900-2018356628-G2380909A 1 STK iPhone doos;

  • -

    PL0900-2018356628-G2405467 1 STK ING Bank pas;

  • -

    PL0900-2018356628-G2380563 1 STK Waardepapier Bankrekening [verdachte] [rekeningnummer 7] ;

Benadeelde partij

- verklaart [aangeefster 7] voor een gedeelte van € 250,- niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- wijst de vordering van [aangeefster 7] voor een gedeelte van € 750,- af;

- bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen;

Voorlopige hechtenis

- heft op het – reeds geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter en tevens kinderrechter, mrs. D. Riani el Achhab en E. Slager, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Jaâter, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 maart 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten de computer(s) en/of server(s) van de ING Bank en/of computersyste(e)m(en) bevattende (een) ING Bank account(s),is/zijn binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) inloggen met onrechtmatig verkregen inlognamen en/of wachtwoorden en/of andere (inlog)gegevens van

accounthouders van de ING Bank, te weten van:

- [aangever 4] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 3] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 5] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 9] (ZD1) en/of

- [aangeefster 6] (ZD1) en/of

- [aangever 5] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 8] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 1] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 12] (ZD1) en/of

- [aangeefster 7] (ZD1) en/of

- [benadeelde] (ZD1) en/of

- [aangever 6] (ZD1) en/of

- [aangever 3] (ZD1) en/of

- [aangever 2] (ZD1) en/of

- [aangever 8] (ZD2) en/of

- [aangever 10] (ZD3) en/of

- [slachtoffer 2] en/of [aangever 1] (ZD4) en/of

- [slachtoffer 4] (ZD5) en/of

- [aangeefster 2] (ZD5) en/of

- [aangeefster 1] (ZD5) en/of

- [slachtoffer 15] (ZD6) en/of

- [aangeefster 4] (ZD6) en/of

- [slachtoffer 16] (ZD6) en/of

- [aangever 11] (ZD7) en/of

- [aangeefster 3] (ZD7) en/of

- [aangeefster 8] (ZD7) en/of

- [aangeefster 5] (ZD7) en/of

- [aangeefster 9] (ZD7) en/of

- [slachtoffer 17] (ZD7) en/of

- [aangever 9] (ZD7)

en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid door zich voor te doen als de accounthouder van voornoemde ING Bank accounts;

( art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) technisch(e) hulpmiddel(en) die/dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of een computerwachtwoord, toegangscode

of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven en/of ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (een) phishingsite(s) en/of software bestemd voor het versturen van valse betalingsverzoeken, voorhanden gehad en/of gebruikt, met de bedoeling

om (een) inlogcode ('s) en/of inloggegevens en/of klantgegevens af te vangen die toegang geven tot het/de geautomatiseerde (betaal)syste(e)m(en) van een of meerdere bank(en) en/of

(vervolgens) die inloggegevens verworven en/of ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het telecommunicatieverkeer en/of het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerde werken van de ING bank en/of zijn/haar/hun klanten;

( art 139d lid 2 ahf/sub b Wetboek van Strafrecht )

3

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Laren en/of Bussum, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen personen heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van de hierna te noemen geldbedrag(en), door

- zich voor te doen als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of

- ( daarbij) gebruik te maken van een of meer (valse) identiteit(en) en/of

- via Marktplaats.nl contact te zoeken met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en/of

- met die verkopers een afspraak te maken om een of meer goederen te kopen en/of

- die verkopers te vragen om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- ( vervolgens) die verkopers te vragen 0,01 eurocent, althans enig(e) geldbedrag(en) over te maken en/of

- ( daarbij) die verkopers (via whatsapp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of en/of phishingsites te sturen en/of

- bij die verkopers er op aan te dringen het/de geldbedrag(en) over te maken en/of

- zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die verkopers te verschaffen en/of

- ( vervolgens) tegen die verkopers te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en/of

- ( vervolgens) tegen die verkopers te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de verkopers zal doen en/of

- ( vervolgens) die verkopers te doen geloven dat een verkeerd, althans (een) (te) hoog geldbedrag(en) aan die verkopers is overgemaakt en/of

- ( vervolgens) die verkopers te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, waardoor,

- [aangever 2] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) 16.000,- (ZD1) en/of

- [aangever 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €4.750,- (ZD2) en/of

- [aangever 10] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €5.007,- (ZD3) en/of

- [aangeefster 4] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) 9.000,- (ZD6) en/of

- [aangeefster 3] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) 5.000,- (ZD7) en/of

- [aangeefster 8] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €4.000,- (ZD7) en/of

- [aangeefster 5] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €1.001,- (ZD7) en/of

- [aangeefster 9] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €10.000,- (ZD7) en/of

- [aangever 9] is bewogen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €10.000,- (ZD7);

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

4

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van bankgegevens en/of de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of het aangaan van een schuld, - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of

- ( daarbij) gebruik heeft gemaakt van een of meer (valse) identiteit(en) en/of

- via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en/of

- met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om een of meer goederen te kopen en/of

- die verkopers heeft gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- ( vervolgens) die verkopers heeft gevraagd 0,01 eurocent over te maken en/of

- ( daarbij) die verkopers (via whatsapp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft gestuurd en/of

- bij die verkopers er op heeft aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en/of

- zich de toegang tot de bankgegevens en/of internetbankierenaccount(s) van die verkopers heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen, te weten van:

- [slachtoffer 7] (ZD1) en/of

- [aangever 4] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 3] (ZD1) en/of

- [aangever 7] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 5] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 11] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 14] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 9] (ZD1) en/of

- [aangeefster 6] (ZD1) en/of

- [aangever 5] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 8] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 1] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 12] (ZD1) en/of

- [slachtoffer 13] (ZD1) en/of

- [aangeefster 7] (ZD1) en/of

- [aangever 6] (ZD1) en/of

- [aangever 3] (ZD1) en/of

- [aangever 2] (ZD1) en/of

- [aangeefster 2] (ZD5) en/of

- [aangeefster 1] (ZD5) en/of

- [slachtoffer 16] (ZD6) en/of

- [slachtoffer 17] (ZD7),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

5

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hieronder genoemde personen te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het ter beschikking stellen van bankgegevens en/of de afgifte van enig(e) geldbedrag(en) en/of het aangaan van een schuld, - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich heeft voorgedaan als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of

- ( daarbij) gebruik heeft gemaakt van een of meer (valse) identiteit(en) en/of

- via Marktplaats.nl contact heeft gezocht met de hieronder genoemde verkopers van aangeboden goederen en/of

- met die verkopers een afspraak heeft gemaakt om een of meer goederen te kopen en/of

- die verkopers heeft gevraagd om de/het telefoonnummer en/of adresgegevens en/of bankgegevens en/of

- ( vervolgens) die verkopers heeft gevraagd 0,01 eurocent over te maken en/of

- ( daarbij) die verkopers (via whatsapp) een link naar een of meer valse betalingssite(s) en/of phishingsites heeft gestuurd en/of

- bij die verkopers er op heeft aangedrongen 0,01 eurocent over te maken en/of

- zich de toegang tot de bankgegevens van die verkopers heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen

- ( vervolgens) tegen die verkopers te zeggen dat de betaling(en) is/zijn mislukt en/of

- ( vervolgens) tegen die verkopers te zeggen dat hij, verdachte, een overboeking naar de verkopers zal doen en/of

- ( vervolgens) die verkopers te doen geloven dat een verkeerd, althans (een) (te) hoog geldbedrag(en) aan die verkopers is overgemaakt en/of

- ( vervolgens) die verkopers te vragen het/de geldbedrag(en) terug te storten, te weten van:

- [slachtoffer 2] en/of [aangever 1] (ZD4) en/of

- [slachtoffer 4] (ZD5) en/of

- [slachtoffer 15] (ZD6) en/of

- [aangever 11] (ZD7),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

6

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Laren en/of Leiderdorp, in elk geval in Nederlandtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld de hieronder genoemde personen te dwingen tot de afgifte van enig(e) geldbedrag(en), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die hieronder genoemde personen toebehoorde de hieronder genoemde personen één of meer whatsappberichten heeft/hebben gestuurd en/of telefonisch heeft/hebben benaderd dat de

hieronder genoemde personen enig(e) gelbedrag(en) moesten overmaken en/of (daarbij) dreigend de tekst en/of de woorden heeft/hebben toegevoegd:

- aan [slachtoffer 7] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4 die zwaar geweld gebruiken bij mensen met vermogen. We hebben altijd 2 opties: 1. Meewerken. Geen probleem 2. Niet meewerken. Dat zorgt voor problemen. Bont en Blauw tot aan brandstichting toe” en/of

- aan [slachtoffer 5] (ZD1): “Wij komen vandaag nog langs” en/of (daarbij) het adres van die [slachtoffer 5] en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 11] (ZD1): ”Wij zijn een groepje van 4 die op zoek zijn naar rijke dames. Krijgen we geen geld verkrachten we ze. We hebben je adres al” en/of “Wapen is geladen en onze jongens hebben zin om ‘m diep erin te stoppen” en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 14] (ZD1): “Wij komen langs ik zweer je we schieten alles kapot” en/of “Je hoort het wel handgranaten en kogelringen op zaken en huizen” en/of “hij is doorgeladen” en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 9] (ZD1):” "Hé man, kijk, werk aub mee ik heb je gegevens al. Bank bellen heeft geen nut ik kom langs. Zodra je niet reageert kom ik langs” en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 8] (ZD1): “Ik kom zo langs en gooi een granaat naar binnen vriend” en/of “We zijn onderweg hè” en/of “Molotov cocktails hebben we in de auto liggen alles” en/of “Jullie gaan eraan” en/of

- aan [slachtoffer 1] (ZD1): “Ik heb toch al je gegevens al” en/of “Je hoort vaak genoeg verhalen over jongens die langs gaan bij oudere mensen die worden helemaal in elkaar geslagen” en/of “We komen straks naar je toe” en/of “Kies je geld of je gezondheid” en/of “hij ligt klaar” en/of daarbij een foto van een pistool toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 12] (ZD1): “We komen bij je langs vriend en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 13] (ZD1): “Wij zijn een groepje van 4. We hebben jou adres en gegevens” en/of “We komen langs krassen en deuken in de auto en je gezin wat aan laten doen” en/of “Wij zijn jongens die schieten en granaten achterlaten bij je woning!”

- aan [aangeefster 7] (ZD1): “Ik gooi een kanker Molotov cocktail” en/of “Oké ik stuur me jongens zo nog een keer” en/of Let maar op, er komen een aantal handgranaten door je tering raam binnen vliegen” en/of

- aan [slachtoffer 4] (ZD5): “ik steek je huis in de fik en/of ik steek jou kapot en/of ik kom van het kamp en/of ik steek jouw hond kapot en/of ik steek je vrouw neer, ik maak heel jouw familie kapot” en/of (daarbij) het adres van die [slachtoffer 4] te noemen en/of

- aan [slachtoffer 15] (ZD6): “Ik heb net geld aan de maffia gegeven, ze komen je kop eraf schieten!” en/of (daarbij) de adres- en/of persoonsgegevens van die [slachtoffer 15] toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 16] (ZD6): “Ik kom jou en je vriendin keel opensnijden vriend” en/of “We gebruiken zware wapens” en/of (daarbij) de adresgegevens van die [slachtoffer 16] toe te voegen,

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

7

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 november 2018 tot en met 19 maart 2019 te Huizen en/of Hengelo en/of Blaricum en/of Wassenaar en/of Apeldoorn en/of Hoensbroek, gemeente Heerlen en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, de hierna te noemen personen heeft bedreigd met

- verkrachting, en/of

- feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door die personen via whatsapp en/of telefonisch dreigend de woorden toe te voegen:

- aan [slachtoffer 3] (ZD1): dat hij €10.000,- op het hoofd van die [slachtoffer 3] zou zetten als hij naar de politie zou gaan om aangifte te doen en/of

- aan [slachoffer 10] (ZD1): “mijn vrienden zeiden dat ze even langs wouden bij jou” en/of zij zijn niet de liefste” en/of “Ze komen je halen…sorry man” en/of (daarbij) een filmpje van een vuurwapen dat wordt afgevuurd toe te voegen en/of

- aan [slachtoffer 2] (ZD4): “Als je dat doet, kom ik jullie huis in brand steken” en/of “Ik zie nu zwart voor me ogen en dan ga ik gekke dingen doen” en/of

- aan [slachtoffer 6] en/of haar echtgenoot (ZD7): “Ik ga jouw vrouw verkrachten en/of Ik neuk jou vrouw” en/of

- aan [slachtoffer 17] (ZD7): “Als je ING belt ik heb je adres he, ik kom langs dan ga ik die 1500 euro gebruiken voor handgranaten”;

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

8

hij op 03 december 2018 te Haarlem en/of Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde] (ZD1) heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van €1000,-, althans enig(e) geldbedrag(en), door

- zich voor te doen als bonafide koper(s) op Marktplaats.nl (een internetdienst) en/of

- ( daarbij) gebruik te maken van een of meer (valse) identiteit(en) en/of

- via Marktplaats.nl contact te zoeken met die [benadeelde] over een aangeboden goed en/of

- met die [benadeelde] een afspraak te maken om het goed te kopen en/of

- die [benadeelde] te vragen om de/het telefoonnummer en/of bankgegevens en/of

- ( vervolgens) die [benadeelde] te vragen 0,01 eurocent, althans enig(e) geldbedrag(en) over te maken en/of

- ( daarbij) die [benadeelde] (via whatsapp) een link naar een valse betalingssite te sturen en/of

- die [benadeelde] om een tancode en/of bankpasgegevens en/of geboortedatum te vragen en/of

- ( vervolgens) €1000,- van de bankrekening van die [benadeelde] over te boeken;

( art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )

9

hij op of omstreeks 3 december 2018 te Huizen en/of Hengelo, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig(e) geldbedrag(en) van (in totaal) €1000,-, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde] (ZD1), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten met oplichting verkregen

- bankpasgegevens en/of

- gebruikersnaam en/of wachtwoord voor het inloggen op internetbankieren;

in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ).

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 2 juli 2019, genummerd 2019065730Z, opgemaakt door politie Districtsrecherche Gooi en Vechtstreek, doorgenummerd 1 tot en met 1733. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 863.

3 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 971.

4 Een proces-verbaal ter terechtzitting van 4 februari 2020.

5 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 864.

6 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

7 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 269 tot en met 274.

8 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , pagina 1038.

9 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

10 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , pagina 1321.

11 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

12 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1328.

13 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 875.

14 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 3] , pagina 1342.

15 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375

16 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 1359 tot en met 1363.

17 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 716.

18 Een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] , pagina 780 tot en met 786.

19 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , pagina 801 tot en met 809.

20 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , pagina 559 tot en met 564.

21 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , pagina 678 tot en met 686.

22 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , pagina 787 tot en met 800.

23 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [C] , pagina 1031 en 1032.

24 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , pagina 565 tot en met 572.

25 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] , pagina 687 tot en met 712.

26 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 7] , pagina 770 tot en met 778.

27 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] , pagina 587 tot en met 612.

28 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 9] , pagina 643 tot en met 663.

29 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] , pagina 613 tot en met 616.

30 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] , pagina 746 tot en met 749.

31 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] , pagina 752 tot en met 759.

32 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 6] , pagina 667 tot en met 677.

33 Een proces-verbaal van verhoor verdachte [katvanger] , pagina 824 tot en met 825.

34 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 853 tot en met 854.

35 Een proces-verbaal ter terechtzitting van 4 februari 2020.

36 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] , pagina 621 tot en met 626.

37 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 810 tot en met 817.

38 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] , pagina 1128 tot en met 1163.

39 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 4] , pagina 1270 tot en met 1281.

40 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 16] , pagina 1285 tot en met 1291.

41 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 9] , pagina 1403 tot en met 1415.

42 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 5] , pagina 1397 tot en met 1400.

43 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 8] , pagina 1383 tot en met 1392.

44 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 3] , pagina 1342 tot en met 1353.

45 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] , pagina 1178 tot en met 1188.

46 Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster 2] , pagina 1179.

47 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] , pagina 1168 tot en met 1175.

48 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] , pagina 1085 tot en met 1089.

49 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , pagina 1038 tot en met 1055.

50 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

51 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 17] , pagina 1427 tot en met 1438.

52 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , pagina 1445 tot en met 1449.

53 Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] , pagina 1321 tot en met 1327.

54 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 1115 tot en met 1116.

55 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 292 tot en met 294.

56 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 267 en 268.

57 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 302.

58 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , pagina 275.

59 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 367.

60 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 970.

61 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 375.

62 Een proces-verbaal van bevindingen, pagina 971 tot en met 972.