Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:721

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-02-2020
Datum publicatie
05-03-2020
Zaaknummer
8193555 UA EXPL 19-2145
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kantonrechter compenseert de proceskosten omdat zij het niet redelijk acht dat het voorstel van gedaagde, om de betalingsregeling aan te houden voor 6 maanden, is afgewezen door eiseres ondanks dat er nu veel hulpinstanties betrokken waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8193555 UA EXPL 19-2145 NS/20854

Vonnis van 19 februari 2020

inzake

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Zilveren Kruis,

eisende partij,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 18 november 2019;

  • -

    het proces-verbaal van 4 december 2019 met de reactie van [gedaagde] ;

  • -

    het tussenvonnis van 11 december 2019, waarmee een mondelinge behandeling is bepaald;

  • -

    de schriftelijke reactie van Zilveren Kruis;

  • -

    de zitting van 5 februari 2020, waarvan de griffier aantekening heeft gehouden en waar aanwezig waren:

- de heer [A] , gemachtigde van Zilveren Kruis,

- mevrouw [gedaagde] , gedaagde.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1.

[gedaagde] heeft een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Partijen hebben een geschil over betaling. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] niet alle premie, eigen risico of eigen bijdrage betaald. Zij wil een veroordeling tot betaling van openstaande posten, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] is het daar niet mee eens, aangezien zij voor dagvaarding een voorstel heeft gedaan van € 50,- per maand maar dit is afgewezen door GGN, ondanks dat [gedaagde] hulp heeft van de schuldhulpverlening. Door het afwijzen van het voorstel, komen er volgens [gedaagde] extra kosten bij die niet nodig zijn.

3 Wat vindt de kantonrechter ervan?

3.1.

Zilveren Kruis heeft een financieel overzicht opgestuurd, waaruit blijkt dat tot en met de maand januari 2020 een bedrag van € 377,42 open staat aan premies. [gedaagde] erkent deze achterstand.

Uit het financiële overzicht blijkt ook dat Zilveren Kruis € 20,- aan incassokosten heeft berekend en betaald heeft gekregen. Voor € 10,- daarvan is geen onderbouwing aangetroffen in de stukken. De kantonrechter verminderd daarom de hoofdsom met € 10,-.

verschuldigd Betaald

Jun 2018 € 119,45 € 119,45 ( 13-6-18)

Jul 2018 € 120,45 € 120,45 (20-7-18)

Aug 2018 € 120,45 € 120,45 (10-8-18)

Sept 2018 € 120,45 € 120,45 (4-10-18)

Okt 2018 € 120,45 € 305,91 (5-2-19)

Nov 2018 € 120,45 € 116,61 (1-3-19)

Dec 2018 € 120,45 € 200,00 (1-4-19)

Jan 2019 € 127,95 € 104,59 (16-5-19)

Feb 2019 € 127,95 € 356,43 (27-5-19)

ZN 26-2-19 € 385,00 €104,59 (10-6-19)

ma 2019 € 127,95 € 104,59 (9-7-19)

april 2019 € 152,54 € 72,00 ( 17-7-19)

mei 2019 € 126,95 € 104,59 (5-9-19)

juni 2019 € 126,95 € 79,98 (18-9-19)

aug 2019 € 126,95 € 69,91 (25-9-19)

sept 2019 € 126,95 € 25,00 (21-10-19)

ZN 25-9-19 € 69,91 € 45,00 (31-10-19)

okt 2019 € 126,95 € 34,68 (7-11-19)

nov 2019 € 126,95 € 100,00 (18-11-19)

dec 2019 € 126,95 € 126,95 (17-12-19)

jan 2020 € 125,45 € 60,00 (18-12-19)

incassokosten € 20,00 € 125,45 (23-12-19)

TOTAAL € 2.994,50 - € 2617,08 = € 377,42- € 10 = € 367,42

3.2.

Dit betekent dat een bedrag van € 367,42 aan achterstallige premies wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, omdat [gedaagde] de verschuldigde bedragen niet tijdig heeft voldaan aan Zilveren Kruis.

3.3.

Zilveren Kruis heeft € 209,91 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd.

De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. De gevorderde vergoeding komt niet volledig voor toewijzing in aanmerking, omdat niet in alle aanmaningen aan [gedaagde] een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal slecht € 88,81 aan de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

3.4.

Ter zitting is bekend geworden dat [gedaagde] op 8 januari 2020 € 100,- heeft overgemaakt naar GGN. Conform artikel 6:44 BW zal de vordering als volgt worden toegewezen. Betalingen strekken eerst in minderen op de kosten, vervolgens op de verschenen rente en ten slotte op de hoofdsom. Dat betekent dat de € 100,00 eerst in mindering wordt gebracht op de buitengerechtelijke incassokosten van € 88,81 en dan op de reeds verschenen rente van € 3,78. Er resteert dan een bedrag van € 7,41. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de hoofdsom. Aan hoofdsom resteert dan € 360,01.

3.5.

[gedaagde] heeft ter zitting aangegeven € 50,00 per maand te willen betalen aan aflossing, naast de lopende premie betalingen. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft ter zitting aangegeven akkoord te zijn met dit voorstel en zal zo snel mogelijk een regelingsbevestiging sturen voor € 50,00 per maand vanaf 1 maart 2020. Zolang [gedaagde] de regeling nakomt, zal Zilveren Kruis op grond van dit vonnis geen beslag leggen.

3.6.

Zilveren Kruis heeft verzocht om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten. [gedaagde] heeft op 28 augustus 2019 een betalingsregeling afgesloten met GGN voor € 170,-. Op 5 september heeft de gemeente namens [gedaagde] contact opgenomen met GGN met het verzoek de betalingsregeling aan te houden voor de duur van 6 maanden, aangezien zij bezig waren met schuldhulpverlening. GGN heeft dit verzoek afgewezen. De kantonrechter is van oordeel dat het gezien de omstandigheden en de hulpinstanties die inmiddels betrokken waren, het niet redelijk is dat GGN niet wilde meewerken aan het verzoek van de gemeente/ [gedaagde] . Door [gedaagde] toch te dagvaarden zijn er onnodige proceskosten gemaakt. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 360,01, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 437,42 vanaf 18 november 2019 tot de voldoening, waarbij rekening wordt gehouden met credit en debet mutaties;

4.2.

compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

4.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2020.