Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:720

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
05-02-2020
Datum publicatie
05-03-2020
Zaaknummer
8193506 UA EXPL 19-2138
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft een achterstand bij zijn zorgverzekeraar. De vordering van Zilveren Kruis wordt afgewezen, omdat zij geen rekening heeft gehouden met de belangen van gedaagde. Daarnaast is een deel van de vordering al verjaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8193506 UA EXPL 19-2138 NS/20854

Proces-Verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter van 5 februari 2020

in de zaak van

de naamloze vennootschap

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen Zilveren Kruis,

eisende partij,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Op 5 februari 2020 heeft mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, bijgestaan door mr. N. Sanders, griffier, een comparitie van partijen gehouden in bovengenoemde zaak.

Verschenen zijn:

- de heer [A] , gemachtigde van eisende partij,

- de heer [gedaagde] , gedaagde partij.

1 De procedure

1.1.

In het dossier zitten de volgende stukken:

- de dagvaarding van 20 november 2019 met producties;

- het proces-verbaal van de rolzitting van 4 december 2019 met het verweer van [gedaagde] ;

- het tussenvonnis van 11 december 2019;

- de daarna namens eiseres toegezonden stukken van 8 januari 2020.

1.2.

Tijdens de zitting van 5 februari 2020 zijn door of namens partijen de standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarvan heeft de griffier aantekening gehouden. De kantonrechter heeft daarna met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een mondelinge uitspraak gedaan.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

wijst de vordering van Zilveren Kruis af;

2.2.

veroordeeld Zilveren Kruis in de proceskosten en begroot deze kosten aan de kant van [gedaagde] op nihil.

3 De gronden van de beslissing

3.1.

De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

3.2.

[gedaagde] had tot en met eind 2017 een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Met ingang van 1 januari 2018 is hij overgestapt naar een ander. Volgens Zilveren Kruis heeft [gedaagde] niet alle premie, eigen risico of eigen bijdrage op tijd betaald. Zij heeft een financieel overzicht toegestuurd met betrekking tot de periode van augustus 2007 tot en met december 2017. Volgens dit overzicht staat nog een bedrag van € 2.116,92 open. Zilveren Kruis heeft betaling van dit bedrag gevorderd, vermeerderd met rente en kosten.

3.3.

Voormeld bedrag kan niet worden toegewezen. Het financiële overzicht is namelijk niet volledig. Tijdens de zitting is namens Zilveren Kruis verklaard dat door een verandering van het computersysteem gegevens van perioden in 2010, 2011, 2013 en 2014 verloren zijn gegaan en dat de administratie is “geschoond”. Hierdoor zijn er gaten ontstaan en kan de kantonrechter ook niet meer uitgaan van de juistheid van het (doorgetelde) saldo.

3.4.

Het saldo kan ook om een tweede reden niet worden toegewezen. Zilveren Kruis heeft bij de toerekening van betalingen uit 2017, 2018 en 2019 namelijk onvoldoende rekening gehouden met de belangen van haar verzekerde. Zij wist dat [gedaagde] tot april 2017 jarenlang premie aan het CAK had moeten betalen. Zij wist ook dat hij daarvoor jarenlang niet premieplichtig was geweest vanwege detentie. In het financiële overzicht staat dat in 2017 de eerste premiemaand na afmelding bij het CAK, de maand april, niet is voldaan. Alle volgende maanden van 2017 zijn wel als betaald geboekt. Maar uit het overzicht blijkt ook dat [gedaagde] in 2017 genoeg (en als 2018 en 2019 wordt meegeteld meer dan genoeg) aan Zilveren Kruis heeft betaald om ook de premie van april 2017 als betaald te kunnen registreren. Zilveren Kruis heeft die keuze niet gemaakt. Zij heeft betalingen (deels) toegerekend aan premieposten uit 2007 (tweeduizendzeven). Maar dat had zij zonder overleg met [gedaagde] niet mogen doen. Zij had moeten onderzoeken of [gedaagde] zich in 2017 wel realiseerde dat hij niet meer verplicht kon worden om premie uit 2007 te betalen, omdat het vorderingsrecht al lang was verjaard. Nu zij dat niet heeft gedaan, mocht zij er ook niet van uit gaan dat betalingen bestemd waren voor hele oude schulden. Zilveren Kruis had betalingen op de voor de hand liggende nieuwe posten moeten afboeken.

3.5.

De gevorderde wettelijke rente en incassokosten zullen worden afgewezen, omdat de hoofdvordering van Zilveren Kruis wordt afgewezen.

3.6.

Zilveren Kruis zal worden veroordeeld in de proceskosten, omdat zij in het ongelijk is gesteld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. H.A.M. Pinckaers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier mr. N. Sanders op 5 februari 2020, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt op 19 februari 2020.

Verzonden op