Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:718

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
16/204846-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen, een straatroof en heling.

Echter, omdat de rechtbank zich onvoldoende ingelicht voelt over de mate van toerekenbaarheid van de feiten aan verdachte, heropent ze het onderzoek en zal nog geen definitieve uitspraak doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/204846-19 (P)

Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 26 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1976] te [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de PI Lelystad.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2019 en 12 februari 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. T.C. Heijmerink, advocaat te Utrecht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.M. Lemstra, en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 op 18 augustus 2019, te Utrecht, met geweld een telefoon en/of een portemonnee met daarin ongeveer 300 euro van [slachtoffer 1] heeft gestolen door onverhoeds via een geopend portierraam de telefoon en de portemonnee van haar schoot te pakken en haar (meermalen) tegen de kin te stompen;

Feit 2 op 19 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , met (bedreiging met) geweld een geldbedrag van in totaal ongeveer 300 euro, twee blikjes bier en een fles alcoholische drank van slijterij [slijterij] (gevestigd aan de [adres] ) en [slachtoffer 2] heeft gestolen, door dreigend een mes aan die [slachtoffer 2] te tonen en te roepen “Kassa open, ik wil geld. Je bent toch verzekerd" en (daarbij) in de kassalade te grijpen;

Feit 3 op 23 augustus 2019, te Utrecht, met (bedreiging met) geweld vijf euro van [slachtoffer 3] heeft gestolen,
en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] door (bedreiging met) geweld heeft gedwongen tot afgifte van 255 euro van de [winkel] , door een mes te tonen en tegen die [slachtoffer 3] te roepen “Stil, stil, ik ga je niets doen als je meewerkt" en “Waar ligt het geld" en “Er moet meer zijn", vervolgens het kantoor van de [winkel] te doorzoeken en bij de kassa tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te zeggen en/of roepen “Geld, geld, geld",

Feit 4 in de periode van 24 augustus 2019 tot en met 12 september 2019 te Utrecht, kleding en een betaalpas van [benadeelde 1] heeft geheeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de ten laste gelegde feiten 1 tot en met 4 wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van alle ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er voor feit 1 tot en met 3 onvoldoende overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte niet wist dat de goederen van diefstal afkomstig waren.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Bewijsmiddelen 1

ten aanzien van feit 1

Als de politie op 18 augustus 2019 om 20.47 uur ter plaatse komt doet [slachtoffer 1] aangifte van een diefstal met geweld. Zij verklaart:

Op 18 augustus 2019 zat ik in een auto op de Aquamarijnlaan in Utrecht. Ik zag dat er een man aan kwam lopen. (…) Mijn portemonnee en telefoon had ik op mijn schoot liggen, de man dook ineens met zijn arm in de auto en griste de telefoon en mijn portemonnee van mijn schoot af. (…) Ik voelde dat hij mij twee keer op mijn kin sloeg en dat hij met zijn vuist sloeg. Ik stapte uit, rende achter hem aan en zag dat hij iets verderop een fiets pakte, opstapte en wegreed. Ik kan de man omschrijven als een man van 40 jaar oud en ongeveer 185 cm groot. Hij was licht getint en droeg zwarte kleding. Hij droeg zijn tasje over zijn schouder en hij pakte een zwarte herenfiets. 2 Ik schat dat er tussen de 250,- en 300,- in de portemonnee zat. 3

Getuige [getuige 1] wordt gehoord over het voorval. Zij verklaart:

V: Wat kan je mij vertellen over afgelopen zondagavond? A: (…) Hij vroeg de weg naar de supermarkt en nadat hij dat gedaan had gooide hij zichzelf half in de auto om de spullen van mijn vriendin te kunnen pakken. Hij sloeg mijn vriendin twee keer in haar gezicht en rende toen weg. [slachtoffer 1] is nog tot de fiets achter hem aangerend. Daarna zij we er nog achter aan gereden maar konden hem niet bijhouden. (…)

V: Wat heb je voor een auto?

A: Ik heb een rode Ford Ka. 4 (…)

V: Hoe kan je die man omschrijven?

A: Dun, beetje grijs haar. Licht getint, zoals mijn huidskleur. Sowieso buitenlands, hij was best lang. Ik schat hem rond de 37 maar ik ben niet zo goed in schatten. [slachtoffer 1] had meer contact met hem omdat hij aan haar de weg vroeg. 5

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de beelden met betrekking tot 18 augustus 2019 van ongeveer 20.00 tot 20.20 uur van beveiligingscamera’s van Supermarkt Plus aan het Smaragdplein 216 in Utrecht beschreven en daar enkele ‘stills’ van bijgevoegd:

Ik zag dat (…) een manspersoon het beeld in kwam lopen. Ik kan de man als volgt omschrijven:

De man had kort haar, kleur donker met grijs, had een baard met grijs erin, droeg een blauw kleurige jas met een wit kleurig embleem of tekst op zijn rechterborst, daaronder een zwart kleurige trainingsbroek met op het bovenbeen witte verticale strepen, daaronder zwart kleurige sportschoenen van het merk Asics met gele strepen. Over zijn rechterschouder droeg hij schuin een heuptas kleur zwart. (..) zie ik dat de man op een fiets het beeld in komt fietsen met achter zich aan rennend een vrouwpersoon. Ik zie dat de man hard wegfietst en dat de vrouw hem niet bij kan houden. Kort daarna stopt er een rood kleurig klein model

voertuig, waar de vrouw bij instapt. Ik zie dat het voertuig vervolgens dezelfde richting op gaat als waar de man heen was gefietst. 6

‘Stills’7

ten aanzien van feit 2

Op 19 augustus 2019 doet [slachtoffer 2] aangifte van een gewapende overval. Zij verklaart:

Ik ben samen met mijn man eigenaar van de slijterij genaamd [slijterij] aan de [adres] in [vestigingsplaats] . (…) 19 augustus 2019 (…) zag ik een onbekende man de winkel in komen lopen. Ik zag dat de man uit de koeling twee blikjes Heineken bier pakte en dat hij naar de toonbank liep. (…) Ineens zag ik dat de man om de toonbank liep, een groot mes uit zijn tasje pakte en dat hij op een paar centimeter naast mij kwam staan. Ik zag dat de man het keukenmes in zijn rechter hand hield. Het mes hield de man zo vast dat het scherpe gedeelte en paar keer bijna tegen mij aan kwam. Ik hoorde de man toen zeggen: "Kassa open, ik wil geld. Je bent toch verzekerd...." 8 (...) Hij stond heel erg dicht op mij en bleef dreigen met het mes. Toen ik de lade open had greep de man in de kassa lade en pakte de stapel met bankbiljetten eruit. (…) Ik zag de man de twee blikjes Heineken bier pakken van de toonbank en naar de deur toe lopen. Het geldbedrag wat de man weggenomen heeft is tussen de 200 Euro en 300 Euro. 9

Verbalisant [verbalisant 2] heeft de camerabeelden van het voorval en het signalement van de dader beschreven en enkele ‘stills’ van de camerabeelden bijgevoegd:

Signalement

Licht getinte man;

Lengte ongeveer 180 centimeter lang;

Slank postuur;

Donker warrig/kroezig haar met grijze plukken;

Leeftijd tussen de 35 en 45 jaar oud.

Kleding

Donkere kleding hoofdzakelijk blauw. Vermoedelijk iets zwarts onder de jas, want er is een zwarte capuchon te zien.

Trainingsbroek van het merk Adidas (logo op linker bovenbeen) met groene strepen aan de zijkant;

Trainingsjas met licht kleurig opschrift of logo aan de voorzijde rechts;

Sportschoenen van het merk Oasis (de rechtbank begrijpt: Asics) in een donkere kleur met opvallend groene details.

De man droeg een donkere tas kruislings gedragen over de rechterschouder. De tas is aan de voorzijde voorzien van licht kleurig opschrift.(…)

De man staat achter de toonbank, naast de eigenaresse en heeft een mes in zijn rechter hand 10 . De man staat met het mes heel dicht op de eigenaresse achter de toonbank en zegt dat zij de kassa open moet maken. 11 (…)

De man staat hier op korte afstand van de eigenaresse (foto 1) en op foto 2 en 3 is te zien dat de man geld uit de lade van de kassa pakt. 12

‘Stills’13

ten aanzien van feit 3

Op 23 augustus 2019 doet [slachtoffer 3] aangifte namens de [winkel] . Zij verklaart:

23 augustus 2019, omstreeks 17.15 uur, was ik werkzaam bij de [winkel] gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] . 14 (…) zat ik in het (…) kantoortje (…) Ik zag daar een voor mij onbekende man staan. (…) Ik zag dat de man heel snel bij dan wel naast mij stond. Ik hoorde dat de man het volgende tegen mij zei: "Stil, stil, ik ga je niets doen als je meewerkt." of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat deze man een mes in zijn linkerhand vasthield. (…) Op het moment dat ik het mes zag werd ik bang. Ik hoorde meteen dat de man de volgende woorden sprak: "Waar ligt het geld?" (…) Ik had een bankbiljet van 5 euro in mijn portemonnee zitten. Ik zag dat de man dit bankbiljet uit mijn portemonnee pakt. (…) Hierop hoorde ik de man het volgende zeggen/roepen: "Er moet meer zijn.” .(…) Hierna wilde de man naar de winkel en de kassa. Ik moest voor de man uitlopen. (…) Ik hoorde de overvaller het volgende roepen naar [slachtoffer 4] : "geld, geld, geld". 15 Ik zag dat [slachtoffer 4] alle bankbiljetten uit de kassalade haalde en dat ze deze aan de

overvaller gaf. (…) Ik zag dat de man wegfietste in de richting van de Balijelaan c.q. Vondellaan. Van de overvaller kan ik u het volgende signalement geven:

Betreft een getinte man. Ik denk eerder aan Surinamer of dergelijks. Hij was donker getint. Maar niet zo donker getint als Afrikanen. Hij is ongeveer 45 tot 50 jaar. Hij is ongeveer 1.70 meter lang. Hij heeft kort zwart kroezend haar met wat grijze plukken daardoorheen. Hij had een mager postuur. Hij was gekleed in een trainingspak. Dit pak was helemaal zwart van kleur. Ik zag wel dat het jasje een groen logo had ter hoogte van zijn borst. Ik herkende dit logo als de logo van voetbalclub Real Madrid. 16

Getuige [slachtoffer 4] geeft de volgende verklaring:

23 augustus 2019, was ik aan het werk in de [winkel] . Ik werd gepasseerd door [slachtoffer 3] . Ik zag dat er direct achter haar een man liep. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

Geslacht: man;

Lengte: 185 centimeter ongeveer;

Huidskleur: getinte huidskleur;

Haar: donker kroeshaar, met grijze plukken;

Kleding: zwart trainingspak met groene tinten, ik vermoed van het merk Adidas;

Overig: buideltasje om zijn middel. 17

Op het moment van het passeren van de man en [slachtoffer 3] , hoorde ik [slachtoffer 3] vragen, met

de paniek in haar stemgeluid: "Wil je even met mij meelopen". (…) Ik zag en voelde op het moment dat ik bij de kassa 1 aan kwam, dat de man mij op mijn schouder tikte en met een glimlach aan mij vroeg: "Beter doe je nu de kassala open". Ik opende vervolgens kassa 1 en ik gaf hem het papiergeld. 18

Verbalisant [verbalisant 3] heeft de camerabeelden met betrekking tot 23 augustus 2019 van Domino’s Pizza aan de [adres] te [vestigingsplaats] beschreven, ‘stills’ toegevoegd en het volgende opgemerkt:,

23 augustus 2019 omstreeks 17.15 uur vond er een overval plaats op een filiaal van

winkelketen [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Door de aangeefster werd gezien dat de dader op de fiets vluchtte in de richting van de Balijenlaan / Vondellaan. In het opsporingsonderzoek zijn de beelden van de bewakingscamera’s gevorderd van een filiaal van Domino’s Pizza aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Deze vestiging is gesitueerd op de vluchtroute. Door mij waren deze camerabeelden gevorderd over de periode 23 augustus 2019 van 16.45 tot 17.45 uur. Na 25 minuten en 40 seconden te hebben uitgekeken zag ik een persoon op een fiets waarvan het signalement overeen kwam met het signalement dat door de aangeefster en getuige werd gegeven. Door de verstreken afspeeltijd bij de begintijd op te tellen kan worden gesteld dat de persoon op 23 augustus 2019 om 17.11.17 uur voorbij de camera fietste. De persoon fietste over de stoep langs de Domino’s vestiging de [adres] in uit de richting van de Balijelaan. Op zijn overwegend donkere kleding zijn groene accenten te zien. Zie onderstaande foto’s [foto’s]. 19

Na 34 minuten te hebben uitgekeken zag ik een persoon op een fiets waarvan het signalement wederom overeen kwam met het signalement dat door de aangeefster en getuige werd gegeven. Door de verstreken afspeeltijd bij de begintijd op te tellen kan worden gesteld dat de persoon op 23 augustus 2019 om 17:19:37 uur voorbij fietste over de [adres] in de richting van de Balijelaan. Op de beelden zag ik een man in zwarte of donkere kleding met groene accenten. Over zijn schouder droeg de man een tas. Zie onderstaande foto: [foto] 20

Daags na de overval heeft een verbalisant contact met aangeefster over de buit.

Desgevraagd vertelde zij mij dat er gisteren een kassa-balans was opgemaakt van de [winkel] nadat de diefstal met geweld had plaatsgevonden. Daaruit bleek dat de verdachte in totaal

€ 255,- uit de kassa van de [winkel] had buitgemaakt. 21

t.a.v. feit 1, 2 en 3

Op 23 augustus 2019 heeft verbalisant [verbalisant 4] contact met beveiliger [getuige 2] van de COOP. [verbalisant 4] relateert daarover:

Hij verklaarde mij dat hij op internet had gelezen van de overval op de [winkel] , gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Toen de beveiliger het signalement las, sloeg hij aan op een manspersoon die eerder in de ochtend [op 23 augustus 2019] in de winkel was bij de COOP aan de [adres] . De beveiliger liet mij beelden zien van de verdachte. Ik herkende de verdachte direct van een eerder gepleegde overval op de Amsterdamsestraatweg eerder deze maand gepleegd op een slijterij en waarbij ook al intern foto's waren verspreid met een genoemd signalement. Hier herkende ik de verdachte direct aan. Dit signalement komt ook overeen met de overval op de [winkel] . (…) De verdachte heeft een blauw trainingsjack aan, droeg een blauwe trainingsbroek met drie (3) groene strepen op de heup van Adidas met het logo van voetbalclub Real Madrid erop, de verdachte draagt opvallend Asics sportschoenen, de schoenen hebben duidelijk fluor gele strepen van het logo en de stof is zwart met fluor groen erdoor. 22

Getuige [getuige 3] , beveiligingsmedewerker van de Coop heeft het volgende verklaard:

"Ik ben werkzaam als beveiliger bij de Coop Supermarkt (..) aan de [adres]

te [vestigingsplaats] . Er bevindt zich tevens een Coop supermarkt aan de [adres] te [vestigingsplaats] .

Gisteren, op vrijdag 23 augustus 2019 hoorde ik dat er een overval was gepleegd bij

de [winkel] aan de [adres] te [vestigingsplaats] . Ik heb deze informatie vervolgens gedeeld in de

groeps-app van Coop medewerkers en beveiligers. Tevens las ik later in deze app dat

deze overvaller ook in de Coop vestiging aan de [adres] was geweest. (...) Hiervan zijn via deze app camerabeelden gedeeld. 23 (…)

Vandaag, zaterdag 24 augustus 2019 (..) zag [ik] op camera 15 een man in beeld. (..). Ik zag direct dat het om dezelfde man ging. (…). Hierop heb ik direct 112 gebeld en ben ik naar beneden, de winkel ingelopen en heb plaats genomen bij de uitgang zodat de man niet weg kon. 24 (…).

Verdachte wordt op 24 augustus 2019 aangehouden. Verbalisant [verbalisant 5] verbaliseert als volgt.

24 augustus 2019 hoorde ik dat de beveiliger van de COOP aan de [adres] te [vestigingsplaats] de overvaller herkende die eerder een overval had gepleegd bij de [winkel] , gelegen aan de [adres] , te [vestigingsplaats] . Mij was ambtshalve bekend dat dezelfde overvaller van de [winkel] vermoedelijk ook al een overval had gepleegd bij de Gall en Gall [de rechtbank begrijpt op grond van het dossier: slijterij [slijterij] ] aan de [adres] te [vestigingsplaats] en dat hij vermoedelijk een straatroof zou hebben gepleegd op de Aquamarijnlaan te Utrecht. Dit naar aanleiding van het signalement wat bij de verschillende incidenten naar voren kwam. (..) Ik ben direct ter plaatse gegaan. (..) Ik liep in de richting van de kassa’s (…) Ik zag plotseling een man voor mij langs rennen. Hierop riep ik naar de man: "Staan blijven, Politie!" Ik zag dat de man hier niet op reageerde waarna ik besloot achter de man aan te rennen. Ik zag dat de man er als volgt uit zag:

- Man;

- Donker kleurig kort haar;

- Licht getint; 25

- Blauwkleurig blouseje;

- Zwart/wit geblokte korte broek;

- Zwart kleurig nektasje;

- Zwart kleurige Asics sneakers met groenkleurige accenten.

Ik herkende de man voor de volle honderd procent als de man die in het basisteam Utrecht-Zuid gedeeld was, met foto's, als de overvaller van de drie hierboven genoemde incidenten. 26

Na zijn aanhouding wordt een aankoopbon van de Mediamarkt op verdachte aangetroffen.

De bon betreft een bon op naam van verdachte met betrekking tot de aankoop van een mobiele telefoon, waarbij de koper zich gelegitimeerd heeft met een paspoort.27 Aan de hand daarvan worden de beelden van die aankoop uitgekeken. Verbalisant [verbalisant 2] verbaliseert als volgt.

Ik herkende de man op de beelden als [verdachte] , de verdachte die in dit onderzoek is aangehouden. (…)

[verdachte] staat hier bij de kassa in de Mediamarkt. Te zien is dat hij een donker blauwe jas aan heeft, een donkere trainingsbroek van het merk Adidas (blauwe cirkel), donkere sportschoenen met groene lijnen en een zwarte schoudertas met wit opschrift met zich mee

draagt, 28 (…)

Te zien is dat [verdachte] een paspoort in zijn hand heeft.. 29

ten aanzien van feit 4

In de tas die verdachte droeg tijdens zijn aanhouding wordt een creditcard aangetroffen. Verbalisant [verbalisant 2] relateert:

24 augustus 2019 werd de verdachte [verdachte] aangehouden. Hij droeg een zwarte tas bij zich. In die tas werd tijdens zijn fouillering een Visa Revolut bankpas aangetroffen op naam van [benadeelde 1] . 30

Verbalisant [verbalisant 2] relateert voorts:

Ik (…) zag dat de in beslag genomen kleding van de verdachte [verdachte] [de rechtbank begrijpt: [verdachte] ]: de pet, [verbalisant 5] broek en het shirt met lange mouwen, voldeden aan de omschrijving van de weggenomen kleding van [benadeelde 1] .

[benadeelde 1] heeft aangifte van diefstal gedaan: .

Ik ben op 24 augustus 2019 om 07.00 uur in de ochtend weggegaan. Ik ben rond 18.00 uur thuisgekomen. (…) Ik (…) zag dat ik de volgende spullen

miste: (…)

Blauw hemd met lange mouw, capuchon en touwtjes aan de voorzijde; (…)

Korte broek geruit, licht blauw/grijs (…)

Rode Nike baseball pet (…)
Visa-kaart van Revolut (…)

Van U hoorde ik dat mijn Revolut pas bij een aangehouden persoon was aangetroffen. U heeft aan mij drie foto's laten zien. Een van een rode Nike pet, een van een blauw shirt met capuchon en een van een korte geruite broek. Ik verklaar dat de kleding die op de foto's staan mijn weggenomen kleding is. 31

4.3.2

Bewijsoverwegingen

ten aanzien van feit 1, 2, en 3

De rechtbank stelt vast dat de persoon die op de hierboven onder feit 1 genoemde beelden is te zien, de dader van de straatroof op de Aquamarijnlaan is. Voorts stelt de rechtbank vast dat de persoon die hierboven onder feit 3 expliciet wordt beschreven op de beelden van Domino’s Pizza, de dader is van de overval op de [winkel] . Foto’s van de beelden, alsook van de beelden van slijterij [slijterij] en signalementen van de dader zijn verspreid onder (een deel van) de politie in Utrecht. Deze signalementen komen in grote lijnen overeen.

Beveiligingsmedewerker [getuige 2] herkent, op grond van het opgegeven signalement, een persoon die op 23 augustus 2019 in de ochtend de Coöp aan de [adres] bezoekt als mogelijke dader van de overval op de [winkel] . Verbalisant [verbalisant 4] bekijkt de beelden die [getuige 2] hem laat zien en herkent die persoon als de dader van de overval op slijterij [slijterij] en verbaliseert dat deze persoon voldoet aan het signalement van de overval op de [winkel] . Vervolgens herkent beveiligingsmedewerker [getuige 3] , als verdachte op 24 augustus 2019 de Coöp aan de [adres] in [vestigingsplaats] bezoekt, verdachte als de persoon die te zien is op de beelden van zijn collega [getuige 2] . Verbalisant [verbalisant 5] komt ter plaatse in de Coöp aan de [adres] , ziet verdachte en herkent hem als de dader van de straatroof aan de Aquamarijnlaan en van de overval op de [winkel] en op slijterij [slijterij] . De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op de kwaliteit van de stills de herkenningen voldoende betrouwbaar zijn. Ondersteunend is voorts dat verdachte, blijkens de beelden van de Mediamarkt waarop hij is te zien, een trainingspak draagt dat er hetzelfde uit ziet als op de stills en beschreven wordt door aangevers en verbalisanten. Ook de schoenen die hij droeg tijdens zijn aanhouding en zijn tas komen overeen met door aangevers gegeven beschrijvingen en met de beschreven waarnemingen van de dader op de beelden. Gelet op het bovenstaande , twijfelt de rechtbank niet aan de juistheid van de herkenningen en acht zij op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd.

ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de opzetheling van de creditcard en kleding van [benadeelde 1] . Gelet op het feit dat de creditcard en kleding kort na de diefstal op verdachte worden aangetroffen en het feit dat verdachte geen verklaring heeft gegeven hoe hij aan de kleding is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte bij het verkrijgen van de goederen wist dat zij van diefstal afkomstig waren. Daarmee is hij schuldig aan de opzetheling van de goederen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

feit 1

op 18 augustus 2019, te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon en een portemonnee met inhoud (te weten onder meer een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte

- voornoemde [slachtoffer 1] te voet heeft benaderd (terwijl zij in een personenauto zat) en

- ( vervolgens) onverhoeds via het geopende portierraam voornoemde telefoon en portemonnee met inhoud van de schoot van voornoemde [slachtoffer 1] heeft gepakt en

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] meermalen op de kin heeft geslagen;

feit 2

op 19 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en twee blikjes bier,

toebehorende aan slijterij [slijterij] (gevestigd aan de [adres] ) en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar en in voornoemde winkel is gegaan en een mes in zijn hand bij zich droeg en dreigend heeft getoond en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd “Kassa open, ik wil geld. Je bent toch verzekerd” en in de kassalade heeft gegrepen;

feit 3

op 23 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf euro toebehorende aan [slachtoffer 3] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

op 23 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] met bedreiging met geweld heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van in totaal 255 euro, toebehorende aan de [winkel] (gevestigd aan de [adres] ), welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

- naar en in voornoemde winkel is gegaan en een mes in zijn hand bij zich droeg en heeft getoond en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd “Stil, stil, ik ga je niets doen als je meewerkt” en “Waar ligt het geld” en “Er moet meer zijn” en

- het kantoor van voornoemde [winkel] heeft doorzocht en

- ( vervolgens) bij de kassa tegen die [slachtoffer 4] heeft geroepen “Geld, geld, geld”

feit 4

op 24 augustus 2019 te [vestigingsplaats] , een goed, te weten

- een rode pet (merk: Nike) en

- een blauw shirt met capuchon en

- een korte geruite broek en

- een betaalpas (van Revolut, ten name van [benadeelde 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

feit 1 diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

feit 2 diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

feit 3 diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

afpersing

feit 4 opzetheling

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE EN OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht verdachte strafbaar en heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 6 maanden met aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft over de strafmaat geen opmerkingen gemaakt.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een tijdbestek van minder dan een week schuldig gemaakt aan een straatroof en tweemaal een gewapende overval met een mes. Ook heeft verdachte goederen geheeld. Met name de straatroof en de overvallen zijn zeer ernstige feiten, die grote gevolgen hebben voor de slachtoffers en waarvoor doorgaans forse onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd.

Nader onderzoek

De rechtbank kan in deze zaak nu nog niet tot een einduitspraak komen. Tijdens de beraadslaging is zij tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest, zodat het moet worden heropend. De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht over de persoon van de verdachte en het daarmee samenhangende recidiverisico. Daarnaast acht de rechtbank zich onvoldoende ingelicht over de mate van toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte op 19 juli 2013 door de rechtbank Overijssel is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar voor verschillende vermogensdelicten met een geweldscomponent. Voorts is verdachte op 29 april 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en op 9 maart 2004 tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Beide veroordelingen betreffen eveneens vermogensdelicten met een geweldscomponent.

In het consult strafrechtspleging van 28 augustus 2019 schrijft psychiater W. de Boer dat verdachte in behandeling is bij de Waag en oxazepam en seroquel gebruikt. Er is, naar het lijkt, sprake van persoonlijkheidsproblematiek, waar paranoïde en antisociale kenmerken aanwezig zijn, aldus de psychiater. Hij adviseert een enkelvoudig psychologisch Pro Justitia onderzoek.

Op 1 november 2019 is er een enkelvoudige Pro Justitia-rapportage opgemaakt door psycholoog P.E. Geurkink, waarin wordt vermeld dat verdachte inhoudelijk niet is gesproken. Daardoor is geen inzicht verkregen in de geestelijke gesteldheid van verdachte tijdens het ten laste gelegde.

De reclassering overweegt in haar rapportage van 28 november 2019 dat verdachte op 25 maart 2019 startte met het Penitentiair Programma in het kader van de veroordeling van de rechtbank Overijssel van 19 juli 2013. De reclassering citeert uit een reclasseringsrapport van 6 februari 2019 dat middels verdiepingsonderzoek door een psycholoog van ‘Fivoor’ is vastgesteld dat sprake is van een laagbegaafd intelligentieniveau en kwetsbaarheid die naar voren komt bij een verhoogd stressniveau en gebrek aan sociale steun. Betrokkene is, zo citeert de reclassering, op basis van het advies tot een intensief behandeltraject (met verdiepend psychiatrisch onderzoek als de stabiliteit is toegenomen) reeds tijdens zijn detentie gestart met gesprekken met een psycholoog van de ‘Waag’ en aangemeld bij Exodus. Verdachte maakte een goede start met het Penitentiair Programma en zaken als huisvesting, dagbesteding en meldplicht werden succesvol ingezet. Verdachte kwam trouw op afspraken, het elektronische toezicht verliep aanvankelijk goed en ook Exodus was te spreken over verdachte. In een kort tijdsbestek leek verdachte echter (emotioneel) instabiel te worden. Verdachte was zeer (ziekelijk) achterdochtig, hetgeen zich uitte in paranoïde gedachten en te negatieve en irreële gedachten over de consequenties van zijn gedrag. Hij knipte zijn enkelband door en vluchtte, waarna hij de strafbare feiten heeft gepleegd. Het contact dat de reclassering met verdachte had lijkt tijdens de onderhavige detentie niet meer constructief te bestaan. Ook werkt hij niet mee aan het NIFP-onderzoek. Gezien de ernst van de feiten, de onttrekking aan het Penitentiair Programma en de weigering om mee te werken met het NIFP en de reclassering, ziet de reclassering geen andere mogelijkheid dan een straf zonder voorwaarden te adviseren. Zonder diagnostiek en duidelijkheid omtrent de pathologie van verdachte lijkt het recidive- en gevaarsrisico evenwel niet beperkt te kunnen worden. Een opname van verdachte in het Pieter Baan Centrum wordt daarom in overweging gegeven.

Ter zitting heeft verdachte nauwelijks iets willen zeggen over zijn persoonlijke omstandigheden; enkel dat het na zijn vorige detentie een bepaalde periode goed ging. Op de vraag waarom het opeens minder goed leek te gaan, wil verdachte niet antwoorden. Wel geeft verdachte desgevraagd aan dat hij baat had bij de behandeling bij de Waag.

Gezien het feit dat verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld voor ernstige vermogensdelicten met geweld en zich nu relatief kort na zijn invrijheidstelling weer schuldig maakt aan dergelijke feiten, maakt de rechtbank zich ernstige zorgen over verdachte en vraagt zich af of het verantwoord is om verdachte zonder adequate behandeling in de maatschappij te laten terugkeren.

De rechtbank stelt vast dat de bewezen verklaarde strafbare feiten 1 tot en met 3 misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraffen van meer dan vier jaar zijn gesteld. Dit betreffen delicten waarvoor de maatregel van terbeschikkingstelling kan worden opgelegd. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of er een zodanig risico is voor de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat het opleggen van terbeschikkingstelling is vereist. Daarvoor moet bovendien sprake zijn van een stoornis ten tijde van de bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank acht zich onvoldoende voorgelicht over de persoon van verdachte om bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden. Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, in samenhang bezien met het strafblad van de verdachte en de zorgelijke signalen uit het dossier is de rechtbank van oordeel dat het noodzakelijk is dat een aanvullend onderzoek naar de geestvermogens van verdachte wordt ingesteld. In het belang van een correcte en zorgvuldige afdoening is naar het oordeel van de rechtbank een nader persoonlijkheidsonderzoek vereist.

De rechtbank beseft dat het ongelukkig valt te noemen dat niet in een eerder stadium de bovenstaande optie aan de orde is geweest, maar dit neemt de noodzaak van nader onderzoek niet weg. De rechtbank overweegt daarbij nog dat de verdachte, nu hij weet dat de rechtbank de feiten bewezen acht, mogelijk wel mee wil werken aan een persoonlijkheidsonderzoek.

De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, het onderzoek heropenen. Om de klemmende redenen dat het onderzoek naar verwachting niet binnen een

maand zullen zijn voltooid, zal het onderzoek langer dan een maand, maar niet langer dan

drie maanden worden geschorst. De rechtbank zal en nieuwe zittingsdatum binnen deze termijn bepalen , op welke zitting gekeken kan worden naar de mogelijkheden voor een persoonlijkheidsonderzoek. Daarbij zal ook aan de orde komen of een bevel tot plaatsing ter observatie als bedoeld in artikel 317 van het Wetboek van Strafvordering dient te worden afgegeven.

8 BESLAG

De rechtbank zal bij eindvonnis een beslissing nemen met betrekking tot de inbeslaggenomen goederen.

9 BENADEELDE PARTIJ

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 2.595,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.095,00 materiële schade en € 1.500,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € € 4.913,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.300,00 materiële schade, € 3.500,00 immateriële schade en € 113,00 aan proceskosten ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit.

[benadeelde 2] heeft zich gesteld namens [winkel] BV als benadeelde partij en vordert een bedrag van € 1.245,31. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 3 ten laste gelegde feit.

[benadeelde 1] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 193,42. Dit bedrag bestaat uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 4 ten laste gelegde feit.

De rechtbank zal bij eindvonnis een beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen nemen.

10 BESLISSING

De rechtbank:

- heropent het onderzoek ter terechtzitting dat op de zitting van 12 februari 2019 is gesloten;

- schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd voor een termijn die langer is dan één maand, maar niet langer dan drie maanden;

- beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsvrouw, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.

- beveelt dat de benadeelde partijen in kennis worden gesteld van het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.

Dit tussenvonnis is gewezen door mr. H.E. Spruit, voorzitter, mrs. N.M. Spelt en E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.A.E.J. Koster, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 februari 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij, op of omstreeks 18 augustus 2019, te Utrecht, althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon en/of een

portemonnee met inhoud (te weten onder meer een geldbedrag van in

totaal ongeveer 300 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte

- voornoemde [slachtoffer 1] te voet heeft benaderd (terwijl zij in een

personenauto zat) en/of

- ( vervolgens) onverhoeds via het geopende portierraam voornoemde

telefoon en/of portemonnee met inhoud van de schoot van voornoemde

[slachtoffer 1] heeft gepakt en/of

- ( vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal,

op/tegen de kin, althans in het gezicht, heeft geslagen en/of gestompt;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Feit 2

hij, op of omstreeks 19 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van in

totaal ongeveer 300 euro, althans een geldbedrag, en/of twee blikjes bier

en/of een fles alcoholische drank, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan slijterij [slijterij] (gevestigd aan de

[adres] ) en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte

- naar en/of in voornoemde winkel is gegaan en/of (daarbij) een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn hand bij zich droeg

en/of dreigend heeft getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd en/of geroepen “Kassa open, ik wil geld. Je

bent toch verzekerd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard

en/of strekking en/of (daarbij) in de kassalade heeft gegrepen;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Feit 3

hij, op of omstreeks 23 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf euro, althans een

geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

en/of

hij, op of omstreeks 23 augustus 2019, te [vestigingsplaats] , althans in het

arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen, [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met

geweld en/of bedreiging met geweld heeft gedwongen tot afgifte van een

geldbedrag van in totaal ongeveer 255 euro, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de [winkel] (gevestigd aan de

[adres] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte

- naar en/of in voornoemde winkel is gegaan en/of (daarbij) een mes,

althans een scherp en/of puntig voorwerp, in zijn hand bij zich droeg

en/of heeft getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd en/of geroepen “Stil, stil, ik ga je niets

doen als je meewerkt” en/of “Waar ligt het geld” en/of “Er moet meer

zijn”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

en/of

- het kantoor van voornoemde [winkel] heeft doorzocht en/of

- ( vervolgens) bij de kassa tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft

gezegd en/of geroepen “Geld, geld, geld”, althans woorden van gelijke

(dreigende) aard en/of strekking;

( art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 317 lid 1 Wetboek van

Strafrecht )

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 24 augustus 2019 tot en met 12

september 2019 te Utrecht, althans in Nederland,

een goed, te weten

- een rode pet (merk: Nike) en/of

- een blauw shirt met capuchon en/of

- een korte geruite broek en/of

- een creditcard, althans een betaalpas, (van Visa en/of Revolut, ten

name van [benadeelde 1] )

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van

dit/deze goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond

a Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 11 februari 2020, genummerd 190923.0900.1378, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 212. Tenzij anders vermeld, zijn de processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 28.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 29.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 31.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 32.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 33.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 34-38.

8 Proces-verbaal van aangifte, p. 40.

9 Proces-verbaal van aangifte, p. 41.

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 59.

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 60.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 56, 59, 64.

14 Proces-verbaal van aangifte, p. 10.

15 Proces-verbaal van aangifte, p. 11.

16 Proces-verbaal van aangifte, p. 12.

17 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 15.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 16.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 24.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 25.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 14.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 17.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 68.

24 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 69.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 106.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 107.

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 93.

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 96.

29 Proces-verbaal van bevindingen, p. 97.

30 Proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

31 Proces-verbaal van aangifte, p. 79.