Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:6023

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
07-10-2020
Datum publicatie
02-12-2021
Zaaknummer
8473039 UC EXPL 20-3117 JK/1218
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Verstek
Inhoudsindicatie

Dexia tussenpersoon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 8473039 UC EXPL 20-3117 JK/1218

Verstekvonnis van 7 oktober 2020

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser]

eisende partij,

gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),

tegen:

de besloten vennootschap

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verder ook te noemen Dexia.

gedaagde partij,

gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.

1 De overwegingen van de kantonrechter

1.1.

[eiser] heeft een vordering ingesteld. Dexia heeft niet (op tijd) gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment alsnog te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen Dexia.

1.2.

De vorderingen genoemd in de dagvaarding onder I en II komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen daarom worden toegewezen, met dien verstande dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door hem als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select [eiser] niet alleen als klant heeft aangebracht maar hem tevens persoonlijk had geadviseerd en Spaar Select daarvoor geen vergunning bezat. Verder moet op de door [eiser] gevorderde schade (bestaande uit de door [eiser] betaalde inleg van
€ 5.559,05) de einduitkering van € 952,24 als voordeel in mindering worden gebracht. Vordering II zal daarom worden toegewezen als hierna in de beslissing vermeld.

1.3.

[eiser] heeft betaling gevorderd van de buitengerechtelijke kosten conform Rapport Voor-werk II. Hij heeft deze kosten niet begroot. De kantonrechter zal – met inachtneming van Rapport Voor-werk II – aan buitengerechtelijke (incasso-)kosten een bedrag toewijzen van € 929,28.

1.4.

Dexia wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 100,89

- griffierecht € 83,00

- salaris gemachtigde € 220,00 (1 punt x tarief € 220,00)

Totaal € 403,89

1.5.

De gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna in de beslissing vermeld. Daarbij is rekening gehouden met de thans geldende tarieven.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door hem als cliënt te accepteren terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select [eiser] niet alleen als klant heeft aangebracht maar hem tevens persoonlijk had geadviseerd en Spaar Select daarvoor geen vergunning bezat;

2.2.

veroordeelt Dexia tot betaling van de door [eiser] geleden schade, bestaande uit de door [eiser] uit hoofde van de overeenkomst betaalde inleg (€ 5.559,05), verminderd met de einduitkering (€ 952,24), te vermeerderen met de wettelijke rente, telkens vanaf de dag van de door [eiser] gedane betalingen tot de dag van volledige betaling;

2.3.

veroordeelt Dexia tot betaling van € 929,28 aan buitengerechtelijke incassokosten;

2.4.

veroordeelt Dexia in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 403,89;

2.5.

veroordeelt Dexia in de kosten die na dit vonnis zijn ontstaan, begroot op € 110,00 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan;

2.6.

verklaart dit vonnis, voor zover het de veroordelingen betreft, uitvoerbaar bij voorraad;

2.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.