Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5933

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
28-02-2020
Datum publicatie
22-03-2021
Zaaknummer
16/228655-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige, veroordeling voor 2x straatroof en mishandeling. Verweer vrijwillige terugtred verworpen. Ws 150 uur waarvan 75 uur voorwaardelijk. Bijzondere voorwaarden: o.a. meewerken ambulante begeleiding en behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummers:16/228655-18 en 16/218062-19 (ter terechtzitting gevoegd) (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 28 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,
geboren op [2004] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[woonplaats] , [adres] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren op 14 februari 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. H.M.G. Peters, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 16/228655-18 feit 1

op 6 november 2018 in Woerden, samen met een ander, [slachtoffer 1] op de openbare weg heeft beroofd van zijn speaker en telefoon en /of die [slachtoffer 1] heeft afgeperst;

parketnummer 16/228655-18 feit 2

op 9 november 2018 in Woerden, samen met een ander, [slachtoffer 2] op de openbare weg heeft beroofd van zijn jas, geld en een Stone Island logo en/of die [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

parketnummer 16/218062-19

op 8 juli 2019 in Vleuten [slachtoffer 3] heeft mishandeld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen:

ten aanzien van feit 1onder parketnummer 16/228655-18:

Diefstal met geweld in vereniging van een telefoon en een speaker.

Verdachte dient vrijgesproken te worden van de ten laste gelegde afpersing.

ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 16/228655-18:

Afpersing in vereniging van een jas en geld, en diefstal met geweld in vereniging van een Stone Island logo.

ten aanzien van parketnummer 16/218062-19:

Mishandeling van [slachtoffer 3] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van het onder 1 van parketnummer 16/228655-18 ten laste gelegde kan de diefstal met geweld in vereniging van de speaker wettig en overtuigend bewezen worden.

Verdachte dient vrijgesproken te worden van de diefstal met geweld en/of afpersing van de telefoon. Er is geen sprake van een voltooide diefstal, maar van vrijwillige terugtred nu verdachte de telefoon heeft teruggegeven.

Ten aanzien van het onder 2 van parketnummer 16/228655-18 ten laste gelegde kan het medeplegen van de afpersing wettig en overtuigend bewezen worden. De afpersing was gericht op de jas. Het geld en het logo zaten in de jas. Verdachte dient vrijgesproken te worden van de diefstal met geweld in vereniging.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 16/218062-19 ten laste gelegde. De raadsvrouw heeft gesteld dat er wel wettig bewijs is, echter bij de verdediging ontbreekt de overtuiging. Verdachte heeft immers verklaard dat hij het slachtoffer wilde helpen toen zij gevallen was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Bewijsmiddelen

parketnummer 16/226855-18 1

Verdachte heeft het onder 1 en 2 ten laste gelegde feit met de hiervoor onder 4.2 genoemde kanttekeningen bekend. De verdediging heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit.

De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen in de vorm zoals hierna onder 5 vermeld en volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 februari 2020;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 7 tot en met 9;

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 155 en 156.

Bewijsoverwegingen

feit 1 telefoon

De raadsvrouw heeft bepleit dat ten aanzien van de telefoon sprake is van vrijwillige terugtred.

De rechtbank overweegt dat uit voornoemde bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte volgt dat verdachte de telefoon uit de handen van [slachtoffer 1] heeft gerukt. Verdachte was op dat moment heer en meester over de telefoon. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een voltooide diefstal met geweld.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

feit 1 partiële vrijspraak medeplegen afpersing

De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat op basis van de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte samen met zijn medeverdachte [slachtoffer 1] heeft afgeperst.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

feit 2 Stone Island logo

De raadsvrouw heeft bepleit dat de afpersing was gericht op de jas. Het geld en – volgens verdachte ook - het logo zaten in de jas. Verdachte dient vrijgesproken te worden van de diefstal met geweld in vereniging.

De rechtbank acht ten aanzien van het logo diefstal met geweld in vereniging wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt als volgt. Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt dat aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat het Stone Island logo door één van de jongens van zijn, aangevers, rugzak werd gepakt. Aangever zag vervolgens dat de jongen het logo in zijn broekzak stopte. Gelet op deze gedetailleerde verklaring acht de rechtbank ten aanzien van het logo diefstal met geweld in vereniging wettig en overtuigend bewezen.

De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

parketnummer 16/218062-19 2

[slachtoffer 3] fietste op 8 juli 2019 op het fietspad langs de busbaan Vleuterweide in Vleuten. Zij zag dat [getuige] en [verdachte] haar tegemoet fietsten. Zij zag dat [verdachte] op haar weghelft fietste.3 Zij kwam ten val toen zij hem probeerde te ontwijken. Terwijl zij op de grond zat, zag zij dat [verdachte] schuin voor haar stond en haar met zijn vlakke rechterhand tegen de rechterzijde van haar hoofd sloeg, net boven haar oor.4

[getuige] zag op 8 juli 2019 dat [slachtoffer 3] op de grond zat en dat [verdachte] voor haar stond. Zij schreeuwden tegen elkaar. Hij zag dat [verdachte] [slachtoffer 3] met zijn vlakke hand een tik tegen haar achterhoofd gaf.5

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 8 juli 2019 samen met zijn vriend [getuige] in Vleuten fietste en dat [slachtoffer 3] hen tegemoet kwam fietsen. Hij fietste op de verkeerde weghelft en zag dat [slachtoffer 3] ten val kwam.6

Bewijsoverweging

De rechtbank acht op grond van voornoemde feiten om omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] heeft geslagen.

Het standpunt van verdachte dat [slachtoffer 3] en [getuige] elkaar de hand boven het hoofd houden en hun verhaal op elkaar hebben afgestemd, acht de rechtbank niet aannemelijk.

[getuige] was destijds juist bevriend met verdachte en heeft kort na het incident een verklaring afgelegd. Bovendien ondersteunt de verklaring van [getuige] de aangifte niet op alle essentiële punten: daar waar aangeefster in haar aangifte ook heeft verklaard dat zij door verdachte werd getrapt, heeft [getuige] het in zijn verklaring alleen over een klap.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer 16/228655-18
feit 1
op 6 november 2018 te Woerden, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een speaker en telefoon toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;


feit 2
op 9 november 2018 te Woerden, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Stone Island logo toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;


en

op 9 november 2018 te Woerden, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en geld, toebehorende aan [slachtoffer 2] , welke bedreiging met geweld bestond uit het

- klem rijden van die [slachtoffer 2] met meerdere scooters en daarbij die [slachtoffer 2] beletten door te fietsen en
- dreigend toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 2] : "doe je jas uit anders sla ik je kapot" en "geef maar aan mij";

parketnummer 16/218062-19
op 8 juli 2019 te Vleuten, gemeente Utrecht, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 3] tegen het hoofd te slaan.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 en 2 van parketnummer 16/228655-18 en onder parketnummer 16/218062-19 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

parketnummer 16/228655-18

feit 1 diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

medeplegen van afpersing;

parketnummer 16/218062-19

mishandeling.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een werkstraf van 150 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen jeugddetentie, waarvan een gedeelte van 75 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals deze ter terechtzitting door de deskundigen zijn geadviseerd.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij de bepaling van de strafmaat rekening te houden met de proceshouding van verdachte en de positieve lijn die verdachte de afgelopen periode heeft laten zien.

De verdediging heeft verzocht het door de officier van justitie geëiste onvoorwaardelijke deel van de taakstraf te matigen om te voorkomen dat verdachte overvraagd wordt. Verdachte heeft de nodige reistijd naar school en hij gaat een langdurig en intensief traject in van begeleiding en behandeling.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft kort achtereen met zijn medeverdachte twee kinderen van toen twaalf en dertien jaar oud op straat beroofd. Zij zijn daarbij zeer brutaal te werk gegaan. Op het moment dat de slachtoffers voorbij fietsten en spullen bij zich hadden die verdachte en de medeverdachte wilden hebben, zijn zij achter de slachtoffers met hun scooters aangereden en hebben zij hen gedwongen te stoppen door ze klem te rijden. Vervolgens zijn de slachtoffers bedreigd en beroofd.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich daarbij door niets laten weerhouden. Beide feiten vonden plaats op klaarlichte dag en op nagenoeg dezelfde locatie. Ook de aanwezigheid van omstanders heeft hen hiervan niet weerhouden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een mishandeling van een meisje.

Dergelijk feiten zorgen voor gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers en in de maatschappij. Slachtoffers kunnen daar in hun dagelijkse functioneren nog lange tijd de nadelige gevolgen van ondervinden.

De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan bij minderjarige verdachten voor:

- een diefstal met geweld (straatroof) of afpersing uit van een taakstraf vanaf 60 uur, dan wel overeenkomstige jeugddetentie;

- een mishandeling met een enkele klap uit van een taakstraf van 20 uur.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 8 januari 2020, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten;

- een uitgebreid advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 10 februari 2020, op gemaakt door J. Schroer, raadsonderzoeker.

B. van Houwelingen, jeugdreclasseerder Samen Veilig Midden-Nederland, heeft ter terechtzitting verklaard dat er de laatste maanden, na een moeizaam verlopen jaar, een verandering bij verdachte zichtbaar is. Er is nu meer coaching, begeleiding en meer dingen in de “doe sfeer”. Verdachte gaat nu naar een andere school, heeft het sporten weer opgepakt en ook thuis gaat het beter. Uit het maatwerktafel overleg is het advies voor Psychomotorische Therapie (PMT) naar voren gekomen.

J. Schroer heeft ter terechtzitting het rapport en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming toegelicht. J. Schroer heeft zich aangesloten bij hetgeen B. van Houwelingen naar voren heeft gebracht. Verdachte heeft verschillende vaardigheidstekorten, zoals beïnvloedbaarheid, impulsiviteit en een beperkte agressieregulatie. Deze tekorten hebben hun uitwerking op verschillende leefgebieden, zoals school en dagbesteding. Een meer fysiek actieve hulpverlening, zoals werk, sport en dagbesteding, past beter bij verdachte dan veel praten. Verdachte wordt op dit moment ook begeleid door het buurtteam “Koos”. Er wordt nog onderzocht wat het beste bij verdachte past: PMT, Nieuwe Perspectieven of een soortgelijke behandeling of begeleiding.

Verdachte heeft voldoende mensen en begeleiding om zich heen die hem willen helpen. Het is nu aan verdachte om te laten zien dat hij het wil en kan.

De Raad voor de Kinderbescherming adviseert om verdachte een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarde een jeugdreclasserings-maatregel waarbij de jeugdreclasseerder toeziet op de sociale contacten van [verdachte] , zijn schoolgang, drugsgebruik en de motivatie van [verdachte] om mee te werken aan alles wat aangeboden wordt, zoals PMT, Nieuwe Perspectieven of een soortgelijke interventie.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 150 uren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 75 dagen jeugddetentie, passend en geboden is.

De rechtbank zal, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en de positieve lijn die verdachte de laatste maanden heeft laten zien, hiervan een gedeelte van 75 uren voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren en daarbij de bijzondere voorwaarden zoals deze door de deskundigen zijn geadviseerd.

De rechtbank ziet gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde geen aanleiding het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf te matigen. Verdachte heeft verdachte één jaar de tijd om deze straf uit te voeren, wat neerkomt op een gemiddelde van ruim 6 uur per maand.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z,, 77aa, 77gg, 300, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1 en 2 van parketnummer 16/228655-18 en het onder parketnummer 16/218062-19 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het onder 1 en 2 van parketnummer 16/228655-18 en het onder parketnummer 16/218062-19 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1 en 2 van parketnummer 16/228655-18 en het onder parketnummer 16/218062-19 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 150 uren;

- beveelt dat voor het geval de verdachte de werkstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 75 dagen jeugddetentie;

- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag;

- bepaalt dat van de werkstraf een gedeelte van 75 uren, indien de werkstraf niet of niet naar behoren verricht wordt, te vervangen door 37 dagen jeugddetentie, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast;

- als algemene voorwaarden gelden dat de veroordeelde:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding gedurende de proeftijd meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland, Tiberdreef 8 (3561 GG) Utrecht, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;

* mee zal werken aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding;

* volgens zijn lesrooster naar school zal gaan;

* indien de jeugdreclassering dat nodig acht, mee zal werken aan Psychomotorische Therapie en/of Nieuwe Perspectieven en/of begeleiding door het Buurtteam Koos of een soortgelijke ambulante behandeling/begeleiding, en zich in het kader daarvan zal houden aan de aanwijzingen die hem namens de jeugdreclassering/behandelaar/begeleider worden gegeven;

- waarbij Samen Veilig Midden-Nederland opdracht wordt gegeven toezicht te houden op

de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Slager, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en E. Akkermans, kinderrechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 februari 2020.

Mr. H.A. Gerritse is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

parketnummer 16/228655-18
1
hij op of omstreeks 6 november 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een Speaker en/of telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van
voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

hij op of omstreeks 6 november 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een speaker en/of telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- maken van een slaande beweging naar en/of in de richting van een persoon behorende bij de groep fietsers waarin die [slachtoffer 1] zich bevond en/of
- klem rijden van die [slachtoffer 1] met één of meer scooter(s) en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] beletten/ belemmeren door te rijden/fietsen en/of
- onverhoeds de telefoon uit handen van die [slachtoffer 1] te rukken en/of
- dreigend toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 1] : "geef nu je speaker" en/of "geef mij je speaker" en/of "als je me nu je speaker niet geeft dan gooi ik je telefoon en jou erbij in het water", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

2
hij op of omstreeks 9 november 2018 te Woerden, althans in het arrondissementMidden-Nederland, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een jas en/of geld en/of een stone Island logo, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,


en/of

hij op of omstreeks 9 november 2018 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, op de openbare weg de Veldwijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een jas en/of geld en/of een stone Island logo, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- klem rijden die [slachtoffer 2] met één of meer scooter(s) en/of (daarbij) die [slachtoffer 2] beletten/ belemmeren door te rijden/fietsen en/of
- dreigend toevoegen van de woorden aan die [slachtoffer 2] : "doe je jas uit anders sla ik je kapot" en/of "geef maar aan mij", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

parketnummer 16/218062-19
hij op of omstreeks 8 juli 2019 te Vleuten, gemeente Utrecht [slachtoffer 3] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer 3] tegen het gezicht/hoofd te stompen/slaan;
( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 december 2018, genummerd PL0900-2018357576, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 268. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 29 juli 2019, genummerd PL0900-2019208328, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met pagina 29. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

3 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , pagina 3.

4 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] , pagina 4.

5 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pagina 19.

6 Verklaring van verdachte [verdachte] , afgelegd ter terechtzitting van 14 februari 2020.