Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5893

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-12-2020
Datum publicatie
13-12-2021
Zaaknummer
20/404
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

PKV, afwijzing verzoek, geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden op grond van Bpb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/404

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft op 9 juni 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 13 januari 2020 een besluit genomen. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 27 maart 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 13 januari 2020 en dat hij een herziening beslissing op bezwaar genomen. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft aangegeven dat er door verzoekster geen kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. Hij zal wel het griffierecht aan verzoekster betalen.

4. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener of andere kosten genoemd in artikel 1 van het Bpb kunnen worden vergoed. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft en van andere kosten in de zin van het Bpb niet is gebleken, zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

5. De rechtbank wijst het verzoek af.

6. Verweerder moet wel het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 van de Awb).

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 10 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.