Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5806

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
10-12-2020
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
UTR 20/1314 en UTR 20/1319
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Proces verbaal mondelinge uitspraak. Tegen (her)beoordeling toets en toepassing hardheidsclausule staat geen beroep open op grond van artikel 8.4, derde lid, onder b, van de Awb. Beroep ongegrond en beroep tegen tweede besluit niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Amersfoort

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 20/1314 en UTR 20/1319

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

10 december 2020 in de zaken tussen

mr. [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres,

(gemachtigde mr. Sonderegger)

en

Examencommissie van de Beroepsopleiding Advocaten, verweerder

(gemachtigden: mr. M.W.P. De Boer en mr. Wenting).

Procesverloop

Op verzoek van eiseres heeft verweerder op 2 januari 2020 (het primaire besluit 1) de toets major Burgerlijk recht her beoordeeld en 1 extra punt toegekend, maar het resultaat blijft onvoldoende.

Bij besluit van 21 februari 2020 (de beslissing op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de herbeoordeling niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 25 maart 2020 (het primaire besluit 2) heeft verweerder het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule dat eiseres heeft gedaan bij haar bezwaarschrift afgewezen.

Eiseres heeft tegen de beslissing op bezwaar en tegen het primaire besluit 2 beroep ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2020. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep met tegen het bestreden besluit ongegrond en;

  • -

    verklaart het beroep tegen het primaire besluit 2 niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Verweerder heeft het bezwaar tegen de herbeoordeling van 2 januari 2020 van de toets van 22 juni 2019 terecht niet-ontvankelijk verklaard. De (her)beoordeling van een toets is een besluit als bedoeld in artikel 8:4, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen de (her)beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat staat geen beroep bij de bestuursrechter open en dus ook geen bezwaar.

De formele bezwaren die eiseres aanvoert tegen de wijze van beoordeling maken dat niet anders. Mocht daar na de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvs) van 24 oktober 20181 nog onduidelijkheid over bestaan, dan is deze met de uitspraak van 1 april 20202 volledig weggenomen nu hierin met zoveel worden is opgenomen dat voor de vraag of aan formele voorschriften is voldaan ook geen ruimte is.

De conclusie van verweerder is juist. Daarmee is het beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar ongegrond.

2. Wat betreft de beslissing over de weigering de hardheidsclausule toe te passen geldt hetzelfde: eiseres heeft dit gedaan omdat zij het niet eens is met de herbeoordeling van

2 januari 2020 en voor zover het bezwaar niet-ontvankelijk zou zijn. Eiseres heeft met zoveel woorden aangegeven dat zij wil dat wordt afgeweken van het examenreglement in die zin dat de tentamenuitslag opnieuw wordt beoordeeld op basis van de gegevens en argumenten die zij in het verzoek om herbeoordeling en in bezwaar naar voren heeft gebracht. Ook dit verzoek betreft de herbeoordeling van een toets en daarmee een verzoek om een besluit over het kennen en kunnen te nemen. Het antwoord daarop is dus evenmin een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is.

In navolging van de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 december 20193, in stand gelaten door ABRvS in voornoemde uitspraak van 1 april 2020, verklaart de rechtbank het door eiseres rechtstreeks ingediende beroep tegen het primaire besluit 2 niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van

mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op

10 december 2020.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 ECLI:NL:RVS:2018:3428. Te raadplegen op www.rechtspraak.nl.

2 ECLI:NL:RVS:2020:1138.

3 ECLI:NL:RBGEL:2019:5974.