Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5788

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
05-02-2021
Zaaknummer
RK 20/1087
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek vergoeding advocaatkosten, reiskosten, verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: -
Rekestnummer: 20/1087

Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het op 28 mei 2020 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift op grond van het bepaalde in artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van

[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [2004] ,

wonende te [adres] te [woonplaats] ,

domicilie kiezende ten kantore van diens raadsman, mr. I.J.G. van Raab van Canstein, advocaat te Amsterdam,

(hierna te noemen: verzoeker).

In verband met de maatregelen rondom het coronavirus is het klaagschrift - met instemming van partijen - schriftelijk behandeld.

Het verzoek strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman ten bedrage van € 1.415,70 en de kosten van de raadsman voor het indienen en van het verzoekschrift en overige kosten van € 6,18.

De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met opgemeld parketnummer) en van voornoemd verzoekschrift.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige verzoek uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

op 1 december 2019 is aan verzoeker een kennisgeving van niet verdere vervolging.

Overwegingen

De rechtbank constateert allereerst dat verzoeker de kennisgeving van niet verdere vervolging heeft ontvangen op 1 december 2019 en het verzoekschrift, met overschrijding van de indieningstermijn, op 28 mei 2020 door de griffier van onderhavige rechtbank is ontvangen. De rechtbank oordeelt dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is, nu het verzoekschrift reeds op 21 februari 2020 bij de griffie van rechtbank Amsterdam is binnengekomen. Nu deze rechtbank onbevoegd is te beslissen op het verzoekschrift is het verzoekschrift doorgezonden naar rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Het doorzenden van het verzoekschrift heeft ruim drie maanden geduurd, hetgeen niet aan verzoeker mag worden toegerekend. De rechtbank acht verzoeker derhalve ontvankelijk in zijn verzoek.

Nu de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan verzoeker aanspraak maken op een vergoeding van de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de strafzaak gemaakte reis- en verblijfkosten, de schade die daadwerkelijk geleden is tengevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting, alsmede een vergoeding in de kosten van een raadsman.

Verzoeker vraagt vergoeding van de volgende posten:

Reis- en verblijfkosten
De rechtbank is van oordeel dat voorzover het verzoek ziet op reis- en verblijfkosten, dat voor vergoeding in aanmerking komt, zij het dat de vergoeding krachtens artikel 530 Sv moet worden berekend aan de hand van het bij of krachtens de Wet Tarieven in Strafzaken bepaalde. Dat brengt met zich dat de kosten van tweede klas openbaar vervoer worden vergoed, te weten € 2,06. Voor zover het verzoek ziet op reiskosten van de moeder van verzoeker, te weten € 4,12, acht de rechtbank een direct verband met de door verzoeker gemaakte kosten niet aanwezig. Voor zover het verzoek dus ziet op reiskosten van de moeder van verzoeker, zal dit worden afgewezen.

Kosten rechtsbijstand

Bij de beoordeling van de verzoeken tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de zin van artikel 530 Sv stelt de rechtbank voorop dat de declaraties van een raadsman of een raadsvrouwe niet meer zijn dan een uitgangspunt, dat door de rechtbank wordt betrokken in haar oordeel of er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand en zo ja, tot welk bedrag. Deze maatstaf voor het beoordelen van de verzoeken brengt met zich mee dat de rechtbank geenszins gebonden is aan de door raadslieden gedeclareerde tijd of het door hen gehanteerde uurtarief.1De rechtbank bepaalt de toe te kennen vergoeding naar eigen inzicht, met inachtneming van de aard, de omvang en de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak op basis van redelijkheid en billijkheid.

De rechtbank overweegt in deze zaak dat de raadsman namens verzoeker in raadkamer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat alle verrichte en gedeclareerde werkzaamheden met het oog op een behoorlijke verdediging noodzakelijk zijn geweest. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties en het beloop daarvan valt niet als bovenmatig aan te merken. De gevraagde vergoeding van € 1.415,70 zal dan ook worden toegekend.

Kosten indienen verzoek

De rechtbank is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten €280,- (inclusief btw).

In totaal is derhalve naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking nemend, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € .

Beslissing

De rechtbank:

- kent toeaan verzoeker uit 's Rijks kas een vergoeding ten bedrage van € 1.697,76;

- wijst afhet meer of anders verzochte;

- beveeltde griffier van deze rechtbank voormeld bedrag aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer [rekeningnummer] , t.n.v. Güçlü Advocaten, o.v.v. [verzoeker] /OM [schadevergoeding] [nummer]

Deze beslissing is gewezen door mr. O.P. van Tricht, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. L. Steijns, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 19 augustus 2020.

Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.

Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking.

1 Hof Arnhem, 10 september 2012, AV-NR 735-12.