Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5760

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
25-10-2021
Zaaknummer
20/437
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob. Onzorgvuldig voorbereid, vw moet nieuw besluit nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 20/437


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2020 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2], te [woonplaats], eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder

(gemachtigde: mr. F. Polman).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: CityTec B.V., te Alblasserdam.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder deels het verzoek van eisers op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen.

Bij besluit van 13 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers gegrond verklaard, het primaire besluit herroepen en beslist dat de brief van 19 december 2016 alsnog openbaar wordt gemaakt, onder weglakking van het daarin genoemde bedrag.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Derde-partij heeft een zienswijze op het beroep ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2020. Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die via een telefoonverbinding aan de zitting heeft deelgenomen. Namens derde-partij is verschenen [A].

Overwegingen

Inleiding en besluitvorming

1. CityTec B.V. heeft in het verleden voor de gemeente Stichtse Vecht de plaatsing, het beheer en het onderhoud van de openbare verlichting verzorgd. De gemeente Stichtse Vecht heeft de overeenkomsten met CityTec B.V. met ingang van 1 januari 2018 opgezegd. In verband met die opzegging hebben de gemeente Stichtse Vecht en CityTec B.V. afspraken gemaakt over de (financiële) afwikkeling van de overeenkomst.

2. Op 27 mei 2018 hebben eisers verweerder verzocht om documenten inzake onderhandelingen tussen de gemeente Stichtse Vecht en CityTec B.V. over een afkoopsom openbaar te maken. Daarbij hebben eisers een beroep gedaan op de Wob.

3. In het primaire besluit heeft verweerder het verzoek van eisers afgewezen, omdat CityTec B.V. daardoor volgens verweerder onevenredig wordt benadeeld.1 In het bestreden besluit heeft verweerder beslist dat een brief van 19 december 2016 openbaar kan worden gemaakt, onder weglakking van het daarin genoemde bedrag. Voor de overige stukken blijft verweerder bij het standpunt dat deze niet worden verstrekt omdat CityTec B.V. daardoor onevenredig wordt benadeeld.

Beroepsgronden en beoordeling rechtbank

4. Eisers voeren aan dat verweerder ten onrechte niet per document of onderdeel daarvan heeft gemotiveerd of het document(onderdeel) moet worden geweigerd en waarom. Eisers hebben daarom geen zicht op welke stukken het betreft.

5. Deze beroepsgrond slaagt. Verweerder heeft de documenten die onder het Wob-verzoek vallen niet geïnventariseerd. Uit het advies van de Adviescommissie Bezwaarschriften blijkt slechts dat het documenten betreft inzake een aanbesteding van lichtmasten, armaturen en de overdracht daarvan. Verder wordt in het advies een uitgangsdocument van CityTec B.V. genoemd en alle correspondentie met de gemeente Stichtse Vecht en CityTec B.V. aangaande de hoogte van de afkoopsom. In de zienswijze van CityTec B.V. van 30 september 2020 heeft CityTec B.V. een overzicht gegeven van de stukken waar het volgens haar om gaat. Tijdens de zitting heeft verweerder bevestigd dat dit overzicht klopt. De rechtbank stelt vast dat verweerder binnen de reikwijdte van het Wob-verzoek de volgende stukken heeft aangetroffen:

1. Concept voorstel Stichtse Vecht’ van 15 maart 2015;

2. ‘ Stichtse Vecht – overname apparatuur’ van 25 september 2017;

3. E-mail van [B] aan [C] van 6 augustus 2019, inclusief een e-mailwisseling van 22 februari 2018 en (twee maal) 22 december 2017;

4. Brief Stichtse Vecht aan CityTec B.V. van 19 december 2016;

5. Brief Stichtse Vecht aan CityTec B.V. van 19 december 2016 (identiek aan 4, maar met verzenddatum ‘23 december 2016’).

6. Om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen, had verweerder de aanwezige documenten moeten benoemen en per document of onderdeel daarvan binnen het kader van de Wob moeten beoordelen of dat document(onderdeel) openbaar wordt gemaakt en zo nee, waarom niet. Nu verweerder dat niet heeft gedaan, is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.2

7. De rechtbank stelt verder dat CityTec B.V. heeft verklaard dat de stukken genoemd onder 1, 2, 4 en 5 volledig openbaar mogen worden gemaakt. De onder 3 genoemde e-mailwisseling mag wat CityTec B.V. betreft slechts gedeeltelijk openbaar worden gemaakt. In die mailwisseling bevindt zich namelijk een interne e-mail van CityTec B.V. van 22 december 2017 om 13.32 uur. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat hij zich aansluit bij dit standpunt van CityTec B.V. Ter zitting heeft verweerder toegezegd dat hij de overige stukken aan eisers gaat verstrekken.

8. De rechtbank laat onbesproken wat eisers verder hebben aangevoerd over de documenten 1, 2, 4 en 5, omdat het beroep al gelet op wat onder rechtsoverweging 6 is overwogen gegrond is en met het openbaar maken van de stukken aan het verzoek van eisers tegemoet wordt gekomen.

9. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of verweerder in redelijkheid heeft geweigerd om de e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur openbaar te maken om daarmee onevenredige benadeling3 van CityTec B.V. te voorkomen.

10. Met toestemming van eisers heeft de rechtbank kennisgenomen van de stukken die onder geheimhouding door verweerder zijn ingediend.4

11. Eisers hebben zich ten aanzien van de e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur op het standpunt gesteld dat het daarin genoemde bedrag ook te herleiden is aan de hand van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, afdeling Civiel recht van 20 juni 2018. Uit dat vonnis blijkt volgens eisers hoe de vergoeding die CityTec B.V. aan de gemeente Bunnik moest betalen wordt vastgesteld. Daaruit kan – aan de hand van de andere gegevens die nu bekend zijn – dus ook worden afgeleid wat de boekwaarde is die in de interne e-mail van CityTec B.V. staat.

12. CityTec B.V. heeft tijdens de zitting toegelicht dat het een interne e-mail betreft, die is gestuurd door een medewerker van CityTec B.V. naar een andere medewerker van CityTec B.V. In de e-mail wordt een boekwaarde genoemd, zoals die door CityTec B.V. wordt gehanteerd. Die boekwaarde geeft informatie over de wijze waarop CityTec B.V. afschrijft en geeft daarmee inzicht in de bedrijfsvoering van CityTec B.V. Waarschijnlijk is deze e-mail per abuis aan verweerder doorgestuurd. Openbaarmaking zou grote nadelige financiële consequenties hebben omdat andere partijen waarmee CityTec in onderhandeling is (of zal gaan) daar in die onderhandeling hun voordeel mee kunnen doen.

13. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat CityTec B.V. onevenredig wordt benadeeld als de e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur openbaar wordt gemaakt. Daartoe is met name van belang dat uit de e-mail blijkt dat het een interne e-mail betreft die van de ene werknemer van CityTec B.V. naar de andere werknemer van CityTec B.V. is verzonden. Bovendien wijzen de inhoud en de toon van de e-mail er op dat deze e-mail niet voor verweerder bedoeld was. De rechtbank acht het daarom aannemelijk dat de e-mail per abuis aan verweerder is gestuurd en alleen daarom onder verweerder berust. De rechtbank volgt eisers niet in het standpunt dat de boekwaarde bekend is omdat deze eenvoudig te berekenen is aan de hand van de berekening in het vonnis van de rechtbank van 20 juni 2018 en de andere gegevens die inmiddels bekend zijn. De rechtbank volgt de uitleg van CityTec B.V. over de invloed van de wijze van afschrijving op de boekwaarde.

13. Omdat verweerder in redelijkheid heeft kunnen weigeren om de e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur openbaar te maken en omdat CityTec B.V. en verweerder het erover eens zijn dat de overige documenten openbaar kunnen worden gemaakt, ziet de rechtbank aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank bepaalt dat verweerder de hiervoor genoemde documenten 1, 2, 4 en 5 integraal openbaar maakt. Verder bepaalt de rechtbank dat verweerder document 3 gedeeltelijk openbaar maakt, onder weglakking van de interne e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur.

15. Tot slot voeren eisers aan dat het vreemd is dat er niet meer stukken zijn. De gemeente Stichtse Vecht heeft al vanaf 2015 gesprekken gevoerd met CityTec B.V. over de overname van het verlichtingsareaal en met die overname is een groot bedrag gemoeid.

16. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat de onderhandelingen met CityTec B.V. in 2015 zijn begonnen en daarna stil zijn komen te liggen. Vervolgens is de kwestie opnieuw opgepakt. Verweerder erkent dat er mogelijk meer stukken zijn geweest, maar door personeelswisselingen binnen de gemeente zijn een aantal eerdere stukken niet in het formele postsysteem terecht gekomen. Door het vertrek van medewerkers zijn deze stukken niet meer te achterhalen, aldus verweerder.

17. De rechtbank overweegt als volgt. Eisers betogen dat er meer documenten moeten zijn die zien op de correspondentie over de afkoopsom die de gemeente Stichtse Vecht en CityTec B.V. zijn overeengekomen. Verweerder heeft dat erkend, maar stelt dat de stukken niet meer te achterhalen zijn. Van een bestuursorgaan mag worden verwacht dat het al het redelijkerwijs mogelijke doet om documenten alsnog te achterhalen als om openbaarmaking wordt verzocht van documenten die bij het bestuursorgaan hadden behoren te berusten. Verder moet het bestuursorgaan inzichtelijk maken op welke wijze het naar deze documenten heeft gezocht.5 De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze hij naar de gevraagde documenten heeft verzocht. Daarom is ook niet duidelijk dat verweerder al het mogelijke heeft gedaan om alsnog documenten te achterhalen. De enkele stelling van verweerder ter zitting dat documenten door personeelswisselingen niet in het formele postsysteem terecht zijn gekomen en daarom niet meer te achterhalen zijn, is gelet op de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onvoldoende. Daarmee is het bestreden besluit ook op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Verweerder moet alsnog een inzichtelijke zoekslag maken en daarbij ook kijken of de gevraagde documenten nog te achterhalen zijn, bijvoorbeeld op de servers. Omdat de uitkomst van deze nadere zoekslag ongewis is, moet verweerder na de zoekslag op dit punt een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.

Gevolgen voor het beroep

18. Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank voorziet deels zelf in de zaak door te bepalen dat verweerder de documenten 1, 2, 4 en 5 integraal openbaar maakt, en document 3 openbaar maakt met uitzondering van de interne e-mail van 22 december 2017 om 13.32 uur die onderdeel uitmaakt van dat document. Verder draagt de rechtbank verweerder op om binnen acht weken na de datum van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Daartoe moet verweerder een inzichtelijke zoekslag maken, waarbij hij moet onderzoeken of er anders dan in het formele postsysteem meer documenten te achterhalen zijn die onder het Wob-verzoek van eisers vallen.

19. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.

20. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- verklaart het bezwaar van eisers gericht tegen het primaire besluit gegrond voor zover dat ziet op de documenten 1 tot en met 5, met uitzondering van het gedeelte van document 3 zoals hiervoor onder 18 aangegeven, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt verweerder op om binnen 8 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, met inachtneming van rechtsoverweging 17 van deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 178,- aan eisers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.M. Slierendrecht, griffier. De beslissing is uitgesproken en bekend gemaakt op 22 december 2020 en zal openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

1 Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g van de Wob.

2 Dat is in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3 Artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob.

4 Op grond van artikel 8:29 van de Awb.

5 Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2555)