Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:575

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
20-02-2020
Datum publicatie
20-02-2020
Zaaknummer
16/705580-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen voor de productie van cocaïne en heroïne. Verdachte was op 30 januari 2018 samen met zijn medeverdachten bezig met het gereed maken van het laboratorium voor een nieuwe productie van harddrugs. Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een periode van ruim 3,5 jaar samen met zijn ex-partner schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 27 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/705580-18 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 20 februari 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1989] te [geboorteplaats] ,

wonende te: [adres] , [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 oktober 2018, 3 januari 2019, 11 maart 2019, 19 augustus 2019, 13 en 14 januari 2020. Op de genoemde data in januari 2020 is de strafzaak tegen verdachte inhoudelijk behandeld.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en mr. P.J. Silvis, advocaat te Schiedam, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de zitting nader omschreven. De nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

In de periode van 1 mei 2017 tot en met 30 januari 2018 te Hagestein/ Zoeterwoude/ Nieuwekerk aan den IJssel/ Schiedam/ Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen cocaïne, heroïne en benzylecgonine heeft bereid, bewerkt, verwerkt, vervaardigd, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en aanwezig heeft gehad.

Feit 2

In de periode van 1 mei 2017 tot en met 30 januari 2018 te Hagestein/ Zoeterwoude/ Nieuwekerk aan den IJssel/ Schiedam/ Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor het vervaardigen van cocaïne en heroïne door een loods te huren, werkzaamheden te verrichten in het drugsproductieproces en door het voorhanden hebben van productieopstellingen en apparaten en hoeveelheden (hulp)stoffen en chemicaliën en twee voertuigen met verborgen ruimten.

Feit 3

In de periode van 1 mei 2017 tot en met 30 januari 2018 te Hagestein/ Zoeterwoude/ Nieuwekerk aan den IJssel/ Schiedam/ Rotterdam tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het vervaardigen, bewerken en vervoeren van cocaïne en heroïne.

Feit 4 primair

in de periode van 1 januari 2015 tot en met 3 juli 2018 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander een gewoonte heeft gemaakt van witwassen van:

- een contant geldbedrag van € 12.081;

- een contant geldbedrag van € 13.785;

- meerdere contante geldbedragen van in totaal € 205.134.

subsidiair is dit ten laste gelegd als eenvoudig witwassen.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 VRIJSPRAAK FEIT 1: VERVAARDIGEN COCAINE/HEROINE

De officier van justitie heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde feit nu onvoldoende blijkt welke feitelijke handelingen verdachte en zijn medeverdachten in het aangetroffen drugslaboratorium hebben verricht.

De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. Hoewel de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen concludeert dat in het aangetroffen drugslaboratorium daadwerkelijk harddrugs is vervaardigd en hoewel verdachte en zijn medeverdachten aanwezig zijn geweest in dit drugslaboratorium, kan niet worden bewezen welke directe feitelijke handelingen met betrekking tot het productieproces verdachte en zijn medeverdachten hebben verricht. Ook acht de rechtbank onvoldoende bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten de harddrugs aanwezig hebben gehad nu uit het dossier onvoldoende blijkt op welke tijdstippen de harddrugs in het drugslaboratorium aanwezig waren en of de verdachte en zijn medeverdachten op deze momenten daar toen ook ter plaatse waren.

De rechtbank spreekt de verdachte tevens vrij van het onder feit 3 ten laste gelegde criminele samenwerkingsverband. In hoofdstuk 5.4 is de motivering hiervan te lezen.

5 WAARDERING VAN HET BEWIJS

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 2, 3 en 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft hiertoe het volgende aangevoerd:

Niet is komen vast te staan dat verdachte op 30 januari 2018 – de datum van de ontdekking van het drugslaboratorium door de politie – op de [adres] in [woonplaats] aanwezig was. De camerabeelden zijn onvoldoende duidelijk en het aantreffen van de jas van verdachte zegt niets over zijn aanwezigheid aldaar. Uit andere bewijsmiddelen valt evenmin de aanwezigheid van verdachte vast te stellen. Het koppelen van de telefoonnummers * [telefoonnummer] , * [telefoonnummer] , en * [telefoonnummer] aan verdachte is gebaseerd op drijfzand en is onvoldoende onderbouwd.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat er slechts sprake is van het plegen van voorbereidingshandelingen op 30 januari 2018. Niet kan worden bewezen dat de verdachte eerder in het drugslaboratorium is geweest. Bovendien is het plegen van voorbereidingshandelingen op één dag onvoldoende om een crimineel samenwerkingsverband aan te nemen zodat de verdachte ook in dit geval voor het derde feit moet worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het witwassen heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte een verklaring heeft afgelegd over de herkomst van het geld. Het geld is niet afkomstig uit de handel van verdovende middelen. Daarnaast is de eenvoudige kasopstelling niet voldoende voor de bewezenverklaring van witwassen. Ook vormden verdachte en zijn ex-partner al voor de scheiding geen economische eenheid meer; het enkel betalen van een onderhoudsbijdrage door verdachte is daartoe niet voldoende.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

5.3.1

Bewijsmiddelen feit 2 1

De hierna weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

Hieronder worden de bewijsmiddelen gecategoriseerd opgevoerd.

VERKLARINGEN VERDACHTE EN MEDEVERDACHTEN

De verklaring van verdachte [verdachte] op de terechtzitting van 13 januari 2020:

“De jas die in de loods op de [adres] te [woonplaats] is aangetroffen is van mij. In mijn jas zaten autosleutels en de sleutel van de toegangsdeur van de woning aan de [adres] . Ook het identiteitsbewijs, het paarse pufje, de bankpassen en de overige passen zijn van mij. De zeven telefoonbatterijen in de jas waren ook van mij. Het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer] is mijn telefoonnummer.”

Bij de politie heeft medeverdachte [medeverdachte 2] het volgende verklaard2:

“Ik ben opgehaald (…) volgens mij met een Ford. (…) Ik was daar een uurtje voordat ik werd aangehouden. (…) Ik kwam daar wat opruimen. (…) In de voorruimte (…) was ik aan de gang. (…) 3 Ik heb jerrycans zien staan. 4

“V: Waarvoor gebruikte jij die telefoon met het telefoonnummer dat eindigt op * [telefoonnummer] ?

A: Dat is mijn privénummer.” 5

DRUGSLAB [adres] : AANGETROFFEN PERSONEN / GOEDEREN / VOERTUIGEN

In de loods aan de [adres] te [woonplaats] ontdekt de politie het volgende:

“Op dinsdag 30 januari 2018, omstreeks 13.00 uur werd ik (…) verzocht te gaan naar perceel [adres] te [woonplaats] . Volgens opgave was op dit perceel in een loods een grote hoeveelheid chemicaliën aangetroffen. 6 (…) Aangetroffen:

Chemicaliën:

• zwavelzuur

• ethylacetaat

• hexaan

• methanol

• zoutzuur

• ammoniak

• methylethylketon (MEK)

• aceton

• calciumchloride

• kaliumpermanganaat

• metabisulfïet

• azijnzuuranhydride 7

• citroenzuur (…)

De totale hoeveelheid wordt geschat op meer dan 10.000 liter-kg.

Apparatuur:

• 2 verwarmingsketels met verwarmingselementen

• reactievat

• 2 opvang-scheiding vaten

• centrifuge

• 2 grote 40-tons hydraulische persen met bijbehorende mallen en persplaten

• droogkast

• magnetrons

• verpakkingsmaterialen zoals ballonnen, zakken, tape, folie e.d.

• mengtonnen

• zeeftafels (…)

Gelet op de aanwezige productieapparatuur, de hoeveelheid chemicaliën, de hoeveelheid lege verpakkingen van chemicaliën kan worden gesteld dat deze locatie is geschikt en/of vermoedelijk is gebruikt voor de grootschalige terugwinning van cocaïne en/of omzetting van cocaïne-base in cocaïne-hydrochloride. Daarnaast is een aanzienlijke hoeveelheid azijnzuuranhydride aangetroffen. (…) Azijnzuuranhydride kan worden gebruikt voor de omzetting van morfine in heroïne.” 8

Het Nederlands Forensisch Instituut9 (hierna: NFI) onderzoekt de aangetroffen chemicaliën en concludeert het volgende:

“Uit de resultaten van zowel het onderzoek ter plaatse als het laboratoriumonderzoek volgt dat een groot deel van het onderzoeksmateriaal is terug te voeren op de volgende twee processen:

(1) Vervaardiging van cocaïne

(2) Vervaardiging van heroïne. 10

Daarnaast heeft het NFI11 op basis van de aangetroffen grondstoffen een opbrengstschatting gemaakt:

“Op basis van de ter plaatse aangetroffen gebruikte oplosmiddelenmengsels wordt de

minimale hoeveelheid cocaïne (als zoutzure zout) die is geproduceerd in het drugslab op de locatie [adres] te [woonplaats] geschat op ca. 151 tot 201 kilogram.

Op basis van de ter plaatse aangetroffen lege jerrycans zoutzuur wordt de minimale hoeveelheid cocaïne (als zoutzure zout) die is geproduceerd in het drugslab op de locatie [adres] te [woonplaats] geschat op ca. 317 kilogram.

Op basis van de ter plaatse aangetroffen lege jerrycans van organische oplosmiddelen wordt de minimale hoeveelheid cocaïne (als zoutzure zout) die is geproduceerd in het drugslab op de locatie [adres] te [woonplaats] geschat op ca. 296 tot 395 kilogram. 12

Van de op de apparatuur aangetroffen poeders zijn monsters genomen. Deze monsters zijn met behulp van een kleurreactietest /Ahura First Defender test, door de politie getest en zijn geïdentificeerd als cocaïne of heroïne.13 Ook het NFI14 heeft deze – en andere – monsters getest:

 “ “P35A/ AAIQ0529NL bruine vloeistof, afgetapt aan onderzijde van de ketel

bevat cocaïne en cocaïne gerelateerde stoffen in een mengsel van ethylacetaat, MEK en andere oplosmiddelen. (…)

P47A/ AA1Q0589NL monster wit poeder uit koffiemolen

bevat vnl. het zoutzure zout van cocaïne.15

KC1A AAEI6703NL monster van het restant poeder

bevat vnl. heroïne (…)

KC2A AAEI6704NL monster bruin poeder uit een van de 125L tonnen

bevat vnl. heroïne16 (…)

KC4A AADP8648NL Monster bruin poeder uit een van de tien zwarte speciekuipen

bevat vnl. heroïne.17

Op het terrein aan de [adres] werden de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op heterdaad aangehouden. Twee verdachten vluchtten weg.18

In een jas op het bed in de loods worden spullen aangetroffen van verdachte [verdachte] :19

“Wij zagen in het slaapgedeelte 4 stapelbedden staan. (…) Wij zagen op het bed (…) een grijze jas liggen. Bij onderzoek aan deze jas bleek hierin een ID-bewijs en meerdere bankpassen te zitten op naam van [verdachte] , geboren op [1989] . In de zakken van deze jas zaten verder diverse briefjes, meerdere pakken bankbiljetten en wat muntgeld voor in totaal 12.081,40 euro, één mobiele telefoon, 7 losse gsm batterijen, een paarse inhaler (“pufje” voor astma) en een grote hoeveelheid sleutels en afstandsbedieningen.” 20

Op een ander bed in de loods wordt een jas aangetroffen van medeverdachte [medeverdachte 1] .21

“Op één van de bedden werd een blauwe jas aangetroffen. In deze blauwe jas werden twee

huurovereenkomsten van gehuurde voertuigen aangetroffen. Blijkens de huurovereenkomsten

waren de voertuigen gehuurd bij het bedrijf [bedrijf] BV, gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] . Als huurder stond vermeld [medeverdachte 1] . Uit de huurovereenkomsten bleek dat (…) van 23 januari 2018 te 10.15 uur t/m 24 januari 2018 te 08.52 uur voertuigen werden gehuurd. (…)

Achterin de loods wordt een sigarettenpeuk aangetroffen:

“Het onderzoek is verricht in een bedrijfsterrein/pand (bedrijfspand) te [adres] ,

(…) [woonplaats] (…). 22 (…) In ruimte O zag ik, verbalisant (…) een koolfilter (…) staan. Ik, verbalisant (…) zag bij de filter een sigarettenpeuk liggen. Deze werd door mij, (…) veiliggesteld en verpakt. 23 (…) SIN: AAJT7279NL Spooromschrijving: Peuk.” 24

“Het DNA-profiel afkomstig van de bemonstering van de peuk (AAJT7279NL) is (…) opgenomen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte [medeverdachte 2] ( [nummer] ), geboren op [1982] . 25 (…) De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. 26

Op het perceel bij de loods worden op 30 januari 2018 een tweetal voertuigen (bestelbusjes) aangetroffen. Dit betreffen een witte Ford Transit, gekentekend [kenteken] en een Witte Opel Vivaro, gekentekend [kenteken] en op naam van medeverdachte [medeverdachte 1] . De volgende bevindingen met betrekking tot deze voertuigen worden gedaan:

Ford Transit – magnetrons en wasmachine27

“Vlakbij de ingang van de loods werd een bestelauto Ford Transit met kenteken [kenteken]

aangetroffen. In deze auto lagen identificerende gegevens van verdachte [medeverdachte 2] , die op heterdaad bij het aantreffen van de loods door de politie werd aangehouden. In de laadruimte hiervan stonden meerdere goederen waaronder een gebruikte wasmachine en twee kennelijk nieuwe magnetrons. 28 (…) Uit informatie van het LFOO (Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen) van de Landelijke Eenheid van de politie blijkt dat bij het filtreren en drogen van cocaïnehydrochoride gebruik wordt gemaakt van een centrifuge, magnetron en/of wasmachine. 29

Ford Transit – geheime bergruimte30

“In de laadruimte van deze Ford werd, direct achter het kopschot, een professioneel aangebracht geheime bergruimte aangetroffen. In deze ruimte lag “sweepapparatuur”, gasmaskers en een zakje met 6 gram heroïne. In deze auto werd een jas aangetroffen met daarin de rijbewijzen van [A] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] werd die dag op voornoemd perceel aangehouden. 31

Opel Vivaro – geheime bergruimte32

“Door de, Politie, Eenheid Midden Nederland, is tijdens een controle op 30 januari 2018 te Hagestein een Opel Vivaro voorzien van het Nederlandse kenteken [kenteken] In beslag genomen. 33 (…) De auto is door ons onderzocht. Tijdens het onderzoek is het volgende naar voren gekomen: (…) De houten achterwand is circa 60 cm achter de originele achterwand geplaatst. In de houten achterwand is een luik gemaakt (…). (…) Door middel van het duwen tegen het luik is de verborgen bergruimte te benaderen. De afgeschermde ruimte zoals hierboven omschreven, is geen voorziening die standaard in dit voertuig aanwezig is, of door de betreffende fabrieken worden geleverd. De ruimte is dus achteraf ingebouwd en wel op een zeer professionele wijze. De wijze van inbouw en hoge kwaliteit van afwerking doet derhalve vermoeden dat deze ruimte geen ander doel dient dan het onttrekken aan het ambtelijk toezicht van voorwerpen die zich in deze afgeschermde ruimte zouden bevinden. Immers de afwerking is van dusdanige kwaliteit dat deze ruimtes niet te ontdekken zijn zonder gedegen onderzoek. 34 Uit de gegevens verkregen van de RDW blijkt dat de eigenaar van de voornoemde vrachtwagen is: [medeverdachte 1] . 35

Opel Vivaro – koolstoffilters36

“In het lab werden meerdere grotere koolstoffilters aangetroffen. Deze dienen in drugslabs en hennepkwekerijen voor het reduceren van problemen rond stankoverlast en bestrijding van schadelijke gassen. In de Opel Vivaro op naam van [medeverdachte 1] werden in de laadruimte, 6 soortgelijke nieuwe koolstoffilters en isolatiemateriaal aangetroffen. 37

Tevens werden er in het lab in ieder geval 8 gelaatsmaskers en 4 zogenaamde witte mondkapjes aangetroffen. 2 volgelaatsmaskers werden in de verborgen ruimte van de Ford Transit aangetroffen. 38

Buurtbewoners verklaren over het perceel aan de [adres] het volgende:

“ [adres] : Heeft sinds 3 weken een rare lucht geroken. Vond het vreemd dat er vaak in de avond licht brandde in de kassen. Vond het vreemd dat er in de avond vrachtwagens werden geladen. (…)

[adres] : rook sinds 2 jaar een vreemde lucht. Dit alsof er plastic verbrand werd. 39

“De bewoner van [adres] (…) vertelde me samengevat het volgende: (…) Sinds 1 maand ruiken ze een soort chemische lucht, afkomstig van vermoedelijk de kas Ook 2 weken geleden toen ze de fruitbomen aan het snoeien was, rook ze een chemische lucht afkomstig uit de richting van de kas op het terrein van [medeverdachte 3] . 40 (…) Afgelopen dinsdag een week net voor of na de middag zag zij een mini vrachtwagen bij de kas. (…)

De bewoner van [adres] (…) vertelde me samengevat het volgende: (…) Soms bij het weggaan, ziet ze wel eens een vrachtwagentje op het terrein. 41

AANGETROFFEN TELEFOONS (OP BED IN LOODS & IN VOERTUIGEN [adres] )

Bed in Loods – telefoonnummer * [telefoonnummer]42

“Op slaapgedeelte G werd een jas aangetroffen. In deze jas werden meerdere persoonlijke en identificerende goederen aangetroffen. Er werd een Nederlands rijbewijs aangetroffen op naam van [verdachte] (…) Op slaapgedeelte G werd één mobiele telefoon, een Nokia 105, aangetroffen. Deze mobiele telefoon (…) bleek voorzien te zijn van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] . 43

Opel Vivaro – aangetroffen telefoons44

“Op het perceel [adres] te [woonplaats] werd een Opel Vivaro aangetroffen. (…) In voornoemde Opel Vivaro werd, in een opbergvak onder het stuur, een mobiele telefoon aangetroffen, een Nokia 1010 (…) met een simkaart die voorzien bleek te zijn van het telefoonnummer [telefoonnummer]. (…) De mobiele telefoon was niet voorzien van een batterij.45 (…) In voornoemde Opel Vivaro werden, in het middenconsole, twee mobiele telefoons aangetroffen. De rechter mobiele telefoon, een Nokia TA-1010, (…) bleek voorzien te zijn van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer].46 De linker mobiele telefoon, een Nokia TA-1010 (…) bleek voorzien te zijn van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer].47

Ford Transit – aangetroffen telefoons48

“Op het perceel [adres] te [woonplaats] werd een Ford Transit aangetroffen. (…) In genoemd voertuig werden twee mobiele telefoons aangetroffen (…). In dit voertuig [werd] een jas aangetroffen met (…)een mobiele telefoon [en] een portemonnee. In deze portemonnee zaten identificerende goederen op naam gesteld van de op heterdaad aangehouden verdachte [medeverdachte 2] . (…) in (…) een jas aangetroffen (…) een mobiele telefoon (…) IPhone s6, (…) met een simkaart (…) voorzien (…) van (…) het telefoonnummer [telefoonnummer] . (…) De aangetroffen telefoon stond in zogeheten vliegtuigmodus. (…) de aangetroffen mobiele telefoon werd gebruikt door verdachte [medeverdachte 2] . 49 (…)

De [andere] mobiele telefoon betreft een Nokia 1010 (…) met een simkaart (…) voorzien (…) van het telefoonnummer [telefoonnummer] . 50

ONDERZOEK NAAR (GEBRUIKERS VAN) DE TELEFOONNUMMERS

De politie doet onderzoek naar de hierboven genoemde telefoons met telefoonnummers die zijn aangetroffen op de [adres] op 30 januari 2018.

In de jas op het bed in de loods wordt het nummer * [telefoonnummer] aangetroffen. Op grond van onderstaande bevindingen concludeert de politie dat verdachte [verdachte] de gebruiker was van dit nummer.

“Uit de op de aangetroffen simkaart ( [telefoonnummer] ) aanwezige gegevens bleek onder andere de volgende contactgegevens met de desbetreffende contactnaam:

[telefoonnummer] (vermoedelijk [medeverdachte 2] , nader gerelateerd)

[telefoonnummer] (vermoedelijk [medeverdachte 1] , nader gerelateerd) (…)

Uit de op de simkaart aanwezige gegevens bleek onder andere ook de volgende contactgegevens:

- [telefoonnummer] [kapsalon]

- [telefoonnummer] [naam]

- [telefoonnummer]

Het eerst voornoemde telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) wordt, blijkens de website van [website] , gebruikt door deze gelijknamige kapsalon (…). Uit verkregen financiële transactiegegevens van de rekening [rekeningnummer] waarvan de bankpas eveneens op slaapgedeelte G werd aangetroffen en op naam staat van [eenmanszaak] / [verdachte] , hebben er met deze betaalpas op verschillende momenten betalingen aan genoemde

kapsalon plaatsgevonden. Blijkens gegevens van de kamer van koophandel is verdachte [verdachte] eigenaar van de eenmanszaak [eenmanszaak] .

Het laatstgenoemde genoemde telefoonnummer (* [telefoonnummer] ) is blijkens gegevens van het CIOT op naam gesteld van [halfbroer] . (…). Voornoemde [halfbroer] betreft een halfbroer van verdachte [verdachte] . Deze drie voornoemde telefoonnummers zijn eveneens een tegencontact van het telefoonnummer [telefoonnummer] . 51 Uit het onderzoek (…) blijkt dat het zeer aannemelijk is dat dit telefoonnummer tot en met 30 januari 2018 werd gebruikt door [verdachte] . (…) Gezien vorenstaand, de locatie van aantreffen bij de identificerende goederen op naam van [verdachte] , de opgeslagen telefoonnummers vermoedelijk gebruikt door de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , alsmede het telefoonnummer van de kennelijk geregeld bezochte kapsalon en het opgeslagen telefoonnummer zeer vermoedelijk gebruikt door [halfbroer] , halfbroer van verdachte [verdachte] , maken het zeer aannemelijk dat het telefoonnummer [telefoonnummer] (…) gebruikt is door verdachte [verdachte] . 52

De politie schrijft ook het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer] toe aan verdachte [verdachte] op grond van de volgende bevindingen53:

“In reeds eerder opgemaakte processen-verbaal is gerelateerd over het nummer eindigend op [telefoonnummer] . Uit onderzoek is vast komen te staan dat dit telefoonnummer vermoedelijk in gebruik is geweest bij verdachte [verdachte] . De historische verkeersgegevens van (…) de [telefoonnummer] is vergeleken met de historische verkeersgegevens van het nummer [telefoonnummer] .

Zelfde masten [telefoonnummer] en [telefoonnummer] :

Er is te zien dat de gebruiker van de nummers [telefoonnummer] & [telefoonnummer] exact dezelfde mast aanstralen op dezelfde data en gelijke uren. De overeenkomstige mast gegevens zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Verder is de meest aangestraalde mast van nummer [telefoonnummer] de mast aan de [adres] te [woonplaats] . Deze mast is tevens de meest aangestraalde mast van de [telefoonnummer] . 54 (…)

Tot slot meent de politie dat ook het nummer eindigend op *[telefoonnummer] in gebruik is bij verdachte [verdachte] .

“Een aangetroffen mobiele telefoon, voorzien van (…) telefoonnummer [telefoonnummer] (…) (vermoeden blijkt dat deze gebruikt werd door verdachte [medeverdachte 1] ). In de contactenlijst opgeslagen op deze mobiele telefoon bleek onder andere een contactpersoon vastgelegd met de naam ‘ [naam] ’

en het bijbehorende telefoonnummer ‘ [telefoonnummer] . 55

“In een eerder proces-verbaal (…) is vastgesteld dat (…) [verdachte] de vermoedelijke gebruiker is van een telefoonnummer, namelijk de [telefoonnummer] . (…) Dit telefoonnummer bleek onder de naam [naam] te zijn opgeslagen in een telefoon. De telefoon waarin dit nummer en deze naam waren opgeslagen werd aangetroffen op de [adres] te [woonplaats] .(…)

“Op het terrein werd een Opel Vivaro aangetroffen. (…) In de Opel Vivaro werd een Nokia

aangetroffen met Imei * [Imei-nummer] . Deze telefoon werd uitgelezen en daaruit bleek:

Contact opgeslagen onder de naam [naam] met het nummer eindigend * [telefoonnummer] . 56

“Het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer] werd als contact onder naam [naam] opgeslagen op een toestel wat werd aangetroffen in de loods aan de [adres] te [woonplaats] . Het nummer eindigend op [telefoonnummer] bleek actief te zijn geweest in de periode 21 januari 2018 t/m 26 januari 2018. (…) Op 26 januari 2018 werd het nummer eindigend op [telefoonnummer] geactiveerd en bleek actief te zijn geweest in de periode tussen 26 januari 2018 en 30 januari 2018. Gezien de op een volgende momenten van actief worden lijkt het dat [naam] de opvolger is van [naam] . Uit de historische gegevens blijkt dat de nummers eindigend [telefoonnummer] en [telefoonnummer] een gezamenlijk contact hebben. Op 26 januari 2018 hebben beide nummers contact met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Het nummer [telefoonnummer] wordt gebeld op 26 januari 2018 te 22.35 en de [telefoonnummer] belt naar dit zelfde nummer uit op 26 januari 2018 te 23.31 uur. 57 (…)

Op basis van bovenstaande kan worden gesteld dat (…) [verdachte] de vermoedelijke gebruiker is

geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] opgeslagen onder de naam [naam] en dat hij vermoedelijk gebruik heeft gemaakt van de opvolger van dit nummer namelijk [telefoonnummer] opgeslagen onder de naam [naam] . 58

In de Opel Vivaro van medeverdachte [medeverdachte 1] worden zoals gerelateerd drie telefoons gevonden met telefoonnummers: * [telefoonnummer], * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]. Op grond van onderstaande bevindingen concludeert de politie dat medeverdachte [medeverdachte 1] de gebruiker was van de drie nummers voornoemd.

* [telefoonnummer]: “Blijkens de contactenlijst aanwezig in deze telefoon werd één contactpersoon aangetroffen, te weten: [telefoonnummer] onder de contactnaam 'Zus’. (…) Voornoemd telefoonnummer (…) [blijkt] op naam gesteld te zijn van: [zus 1] . (…) [zus 1] is de zus van verdachte [medeverdachte 1] . (…) Gezien het vorenstaand gerelateerde is het zeer aannemelijk dat verdachte [medeverdachte 1] de gebruiker is geweest van de aangetroffen mobiele telefoon (…) voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer] .59

* [telefoonnummer]: “Uit de contactenlijst van de mobiele telefoon bleek dat er twee contactpersonen waren ingevoerd, te weten: (…) [telefoonnummer] (telefoonnummer vermoedelijk gebruikt door [verdachte] ) (…) Uit de verkregen gegevens blijkt (…) dat er alleen telefooncontacten zijn, of pogingen daartoe, met: [telefoonnummer] (vermoedelijk gebruikt door [verdachte] ) (…) [telefoonnummer] (vermoedelijk gebruikt door [medeverdachte 2] ). (…)Gezien de gerelateerde telecomcontacten gevoerd met de aangetroffen mobiele telefoon met telefoonnummers vermoedelijk gebruikt door de overige (mede)verdachten [verdachte] (…) en [medeverdachte 2] en de locatie waar de mobiele telefoon werd aangetroffen, is het aannemelijk dat de mobiele telefoon met (…) en telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik is geweest bij verdachte [medeverdachte 1] .60

* [telefoonnummer]: “In de aangetroffen mobiele telefoon bleek in het logboek ‘Laatst gekozen nrs’ onder andere het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] was opgenomen (…). Het genoemde telefoonnummer is (…) geregistreerd als contactgegeven van [zus 2] . (…) Blijkens gegevens van het GBA is voornoemde [zus 2] een zusje van verdachte [medeverdachte 1] . (…) In de aangetroffen mobiele telefoon bleek in het logboek ‘Laatst gekozen nrs’ onder ander ook het telefoonnummer [telefoonnummer] was opgenomen (…). Het genoemde telefoonnummer is (…) als contactgegeven opgenomen bij een persoon genaamd [B] . (…) Gedurende het onderzoek werd de communicatie met het telefoonnummer [telefoonnummer] gevoerd door verdachte [medeverdachte 1] , opgenomen en uitgeluisterd. Op 25-03-2018 (…) uur werd door [medeverdachte 1] een gesprek gevoerd met de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] (…), waaruit blijkt dat [medeverdachte 1] een afspraak maakt bij de kapper om geknipt te worden. (…) Het vermoedelijke telefoonnummer van Kapper [B] komt, blijkens de in het onderzoek 09Lek18 verkregen historische verkeersgegevens, als ook blijkens de in het onderzoek opgenomen telecommunicatie, alleen voor als tegencontact van het telefoonnummer gebruikt door [medeverdachte 1] .61 Gezien vorenstaand, waaronder de locatie van aantreffen alsmede het gekozen telefoonnummer dat kennelijk gebruikt werd door genoemde [zus 2] , is het aannemelijk dat verdachte [medeverdachte 1] de gebruiker is geweest van de mobiele telefoon met (…) telefoonnummer [telefoonnummer] . (…)

Uit al het vorenstaand gerelateerde komt naar voren dat verdachte [medeverdachte 1] zeer vermoedelijk de gebruiker is geweest van de mobiele telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Uit de in het onderzoek verkregen historische verkeersgegevens is er met voornoemde telefoonnummers geen enkel belcontact, gezien het tijdstip en de locatie van het bellen, waaruit zou blijken dat deze telefoonnummers niet door één en dezelfde persoon gebruikt zouden kunnen zijn. Er zijn wel aanwijzingen, gezien het meermaals op nagenoeg het zelfde moment aanstralen van dezelfde zendmast, door de verschillende telefoonnummers, dat deze telefoonnummers door één persoon zouden kunnen zijn gebruikt.

Op 29-01-2018 te 17:25:14 uur wordt er ingebeld op het telefoonnummer [telefoonnummer] , waarbij de zendmast gelegen aan de Havendijk te Schiedam wordt aangestraald.

Op 29-01-2019 te 17:25:58 uur wordt er uitgebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer] waarbij eveneens de zendmast gelegen aan de Havendijk te Schiedam wordt aangestraald.

Op 29-01-2018 te 18:35:55 uur is er sms-contact met het telefoonnummer [telefoonnummer] waarbij een zendmast gelegen aan de Marconistraat te Rotterdam wordt aangestraald.

Op 29-01-2018 te 18:36:41 uur wordt er uitgebeld met het telefoonnummer [telefoonnummer] waarbij een zendmast gelegen aan de Marconistraat te Rotterdam wordt aangestraald.

Op 30-01-2018 te 08:31:55 uur maakt het telefoonnummer [telefoonnummer] gebruikt van de zendmast Broersvest te Schiedam.

Op 30-01-2018 te 08:33:41 uur maakt het telefoonnummer [telefoonnummer] gebruikt van de zendmast Broersvest te Schiedam. 62

“Blijkens verkregen historische verkeersgegevens van genoemde telecommunicatienummers blijkt dat op 29-01-2018 omstreeks 1:38 het telefoonnummer [* [telefoonnummer] ] kennelijk geactiveerd wordt […]. 63 Blijkens verkregen historische verkeersgegevens van genoemde telecommunicatienummers blijkt dat op 20-01-2018 omstreeks 12:11 het telefoonnummer [* [telefoonnummer] ] kennelijk geactiveerd wordt […].Vervolgens wordt er alleen op 29 januari 2018 gebruik gemaakt van deze telefoon. 64

Op 22 januari 2018 omstreeks 21:25 uur wordt in de betreffende mobiele telefoon kennelijk het genoemde telefoonnummer * [telefoonnummer] geactiveerd. 65

In de Ford Transit worden zoals gerelateerd twee telefoons met telefoonnummers gevonden: * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer]. Het nummer * [telefoonnummer] is het telefoonnummer van medeverdachte [medeverdachte 2]66. Op grond van onderstaande bevindingen concludeert de politie dat medeverdachte [medeverdachte 2] ook de gebruiker was van het nummer * [telefoonnummer].

“Gedurende 16:30 uur tot en met 23:02 uur [op 29 januari 2018] wordt door zowel * [telefoonnummer] als * [telefoonnummer] , tijdens verschillende telecomcontacten, de mast aan de [adres] te [woonplaats] aangestraald. Er zijn in die tijd geen andere aangestraalde masten te zien op de histo’s. 67 (…) 30 januari 2018 (…) * [telefoonnummer] straalt omstreeks 08.23 uur de mast aan het [adres] te [woonplaats] aan tijdens dataverkeer van 3610 seconden. Ongeveer tien minuten later, omstreeks 08:33 uur straalt 68 ook * [telefoonnummer] “(…) deze mast in [woonplaats] aan tijdens een inkomend gesprek van 15 seconden van * [telefoonnummer] (…). 69

“Blijkens verkregen historische verkeersgegevens van genoemde telecommunicatienummers blijkt dat op 29-01-2018 omstreeks 10:39 het telefoonnummer [ * [telefoonnummer] ] kennelijk geactiveerd wordt (…). Uit de verkregen historische verkeersgegevens van de aangetroffen telecommunicatienummers blijkt dat er op 30-01-2018 te 00:50 uur een telefooncontact, of poging daartoe was, met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit betreffende telefoonnummer betreft eveneens een tegencontact van het telefoonnummer [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ) en staat op de 5e plaats van meest frequente tegencontacten. (…)

Gezien het vorenstaand gerelateerde, waaronder de locatie van aantreffen en het overeenkomstige tegencontact, is het zeer aannemelijk dat de mobiele telefoon (…) met het telefoonnummer [telefoonnummer] gebruikt werd door verdachte [medeverdachte 2] . Daarbij komt nog dat de gebruiker van deze telefoon kennelijk contact heeft opgenomen of voornemens was dit te doen met het telefoonnummer [telefoonnummer] (vermoedelijk [verdachte] ) en het telefoonnummer [telefoonnummer] (vermoedelijk [medeverdachte 1] ). 70

ONDERLINGE CONTACTEN 29 EN 30 JANUARI

Zoals gerelateerd onder het kopje ‘onderzoek naar de telefoonnummers’ is van een aantal telefoonnummers de gebruiker achterhaald. Uit het volgende proces-verbaal71 blijkt dat deze gebruikers op 29 en 30 januari 2018 (op 30 januari 2018 werd het drugslab ontdekt) onderling contact hadden.

Onderstaande nummers zijn in gebruik op 29 of 30 januari 2018.

[verdachte] :

[telefoonnummer]

[medeverdachte 1] :

[telefoonnummer]

[medeverdachte 2] :

[telefoonnummer]

72

[verdachte] op 29 januari 2018 73

In het tijdbestek van 14:17 uur t/m 17:25 uur is er met * [telefoonnummer] meerdere malen (poging tot) contact met het nummer * [telefoonnummer] . Omstreeks 14:17 - 14:21 uur vindt er SMS-verkeer tussen beide plaats. 74 (…)Uit het proces-verbaal van bevindingen (…) blijkt dat uit de uitgelezen telefoon van nummer * [telefoonnummer] blijkt dat er omstreeks 15:44 uur een gemiste oproep van * [telefoonnummer] (…) heeft plaatsgevonden. 75 Vervolgens belt * [telefoonnummer] tot omstreeks 17:25 uur meermalen uit naar * [telefoonnummer] waarbij er vermoedelijk geen geslaagd belcontact plaatsvindt. Vervolgens wordt in de avond, omstreeks 21:28 uur, ook nog 5 seconden uitgebeld naar * [telefoonnummer] . 76 (…)

[medeverdachte 1] op 29 januari 2018 77

Het nummer * [telefoonnummer] wordt vanaf 14:17 uur gebruikt. Er is die middag enkel (poging tot) contact met het nummer * [telefoonnummer] . (…) Omstreeks 21:57 uur vindt er een uitgaand belcontact plaats van slechts 3 seconden naar * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ). (…) Het is opvallend dat deze contactmomenten slechts enkele seconden zijn, waardoor er vermoedelijk geen daadwerkelijk gesprek tot stand is gekomen. Mogelijk bestond er een afspraak om een telefoon enkel over te laten gaan, bijvoorbeeld als signaal of om een telefoonnummer zichtbaar te krijgen op een scherm. 78

[medeverdachte 2] op 29 januari 2018

Uit het proces-verbaal van bevindingen (…) blijkt dat uit de uitgelezen telefoon van nummer * [telefoonnummer] blijkt dat er omstreeks 15:44 uur een gemiste oproep van * [telefoonnummer] (…) heeft plaatsgevonden. 79 (…) Zoals reeds gerelateerd ontvangt * [telefoonnummer] omstreeks 21:57 uur een inkomend gesprek (3 seconden) van * [telefoonnummer] . 80

[verdachte] op 30 januari 2018

De eerste registratie van telecomgebruik is omstreeks 08:29 en 08:31 uur waarbij * [telefoonnummer] (…) twee inkomende gesprekken ontvangt van 13 en 4 seconden van * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 1] ). (…)

Er wordt vervolgens met * [telefoonnummer] om 09.25 uur een inkomend gesprek van 15 seconden ontvangen van * [telefoonnummer] (…). 81

[medeverdachte 1] op 30 januari 2018

(…) zoals reeds bij [verdachte] beschreven, zijn er omstreeks 08.29 en 08:31 uur door * [telefoonnummer] (pogingen tot) contact met * [telefoonnummer] (…) . Direct hierop volgend, omstreeks 08:33 uur wordt met * [telefoonnummer] (…) 15 seconden uitgebeld naar * [telefoonnummer] (..). (…) Omstreeks 09.25 uur is er een uitgaand gesprek van 16 seconden van * [telefoonnummer] naar * [telefoonnummer] (…). 82

[medeverdachte 2] op 30 januari 2018 83

Omstreeks 08:33 uur straalt * [telefoonnummer] (…) mast in Oosterhout aan tijdens een inkomend gesprek van 15 seconden van * [telefoonnummer] (…). 84

Contacten onderling

Afgezien van de Iphone met * [telefoonnummer] werden de overige telefoonnummers gebruikt in simpele Nokia-toestellen. Al deze nummers werden slechts enkele dagen gebruikt en voor contact met een beperkt aantal personen. De contacten werden ofwel niet opgeslagen dan wel onder vermoedelijke schuilnamen. Hierbij is het opvallend dat de (…) verdachten met deze nummers onderling contact hebben op 29 en 30 januari 2018 en meerdere van deze nummers pas op 29 januari in gebruik worden genomen. Bij alle nummers van de (…) verdachten valt op dat er een 'gat’ is in het telecomgebruik op 30 januari 2018. Bij [medeverdachte 1] en [verdachte] ontstaat dat gat na hun contact van 09:25 uur.(…) En bij [medeverdachte 2] na zijn contact met [medeverdachte 1] van 08:33 uur. Vervolgens worden van iedere verdachte één of meerdere gebruikte telefoontoestellen, al dan niet met batterij, aangetroffen op de [adres] te [woonplaats] . Er bestaat dus het zeer ernstige vermoeden dat de vier verdachten hun telecomapparaten uitgeschakeld hebben op het moment dat ze onderweg naar, dan wel aangekomen zijn bij het drugslaboratorium in de loods op de [adres] te [woonplaats] . 85

5.3.2

Bewijsoverwegingen en te bespreken standpunten/verweren feit 2

Inleiding

Op 30 januari 2018 treft de politie op het perceel van de [adres] te [woonplaats] een verdovende middelen laboratorium aan. Achter de woning aan de [adres] – die toebehoort aan verdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] – staat een grote loods met verschillende ruimtes die zijn ingericht ten behoeve van de productie van harddrugs. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft onderzoek gedaan en stelt aan de hand van de aangetroffen voorwerpen en chemicaliën vast dat deze passen bij de verwerking en bewerking van cocaïne en heroïne. Op het moment van aantreffen van het drugslaboratorium worden er geen (grondstoffen van) cocaïne of heroïne aangetroffen, maar dit is meer regel dan uitzondering omdat de verblijfstijd van grondstoffen en eindproducten op een illegale productielocatie zo kort mogelijk gehouden kan worden. Het NFI schat op grond van de aangetroffen gebruikte oplosmiddelenmengsels en lege jerrycans zoutzuur en oplosmiddel, dat de minimale hoeveelheid cocaïne die is geproduceerd in het drugslaboratorium tussen de 151 tot 395 kilo ligt. Over de hoeveelheid geproduceerde heroïne kan het NFI geen uitspraak doen.

Op het moment van de ontdekking van het drugslaboratorium op 30 januari 2018 worden de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op heterdaad aangehouden. Zij verklaren dat zij tegen betaling waren ingehuurd om schoon te maken en dat zij nooit eerder op deze locatie zijn geweest. Twee andere mannen weten via het weiland gelegen achter de loods te ontsnappen aan de politie.

Verdachte [verdachte] was aanwezig in de loods op [adres] op 30 januari 2018

In het slaapgedeelte van de loods stonden vier stapelbedden. Op één van de bedden treft de politie een grijze jas aan met daarin een identiteitsbewijs en (bank)passen op naam van [verdachte] . In diezelfde jas zitten ook sleutels, zeven telefoonbatterijen, een gsm met nummer * [telefoonnummer] en een geldbedrag van € 12.081,40.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat deze goederen – op het geldbedrag en de telefoon met nummer * [telefoonnummer] na – aan hem toebehoorden. Zijn huisgenoot – van wie hij geen naam wil noemen – heeft een identieke jas en heeft die ochtend per ongeluk de jas van verdachte aangetrokken. Verdachte stelt dat hij vanwege deze vergissing wordt gelinkt aan het drugslaboratorium maar dat hij hier geen enkele bemoeienis mee heeft gehad. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig. De verdachte komt pas op zitting met het verhaal over zijn huisgenoot en deze verklaring kan bovendien niet worden geverifieerd omdat verdachte weigert de identiteit van deze huisgenoot prijs te geven. Gelet op het aantreffen van de jas van verdachte met daarin allerlei aan hem te relateren persoonlijke spullen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 30 januari 2018 in persoon aanwezig was in het drugslaboratorium op de [adres] in [woonplaats] en een van de twee personen is die is ontsnapt aan de politie. Nu de rechtbank bewezen acht dat het verdachte zelf is geweest die in het drugslaboratorium aanwezig was op 30 januari 2018, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte de eigenaar was van de telefoon met nummer [telefoonnummer] en het aangetroffen geldbedrag die in zijn jas zijn gevonden. Het proces-verbaal dat de politie heeft opgemaakt over het telefoonnummer [telefoonnummer] bevestigt dat [verdachte] de gebruiker was van dit nummer.

Telefoons zijn van verdachten en zij hebben onderling contact.

Van belang voor het telefoonnummer *[telefoonnummer] acht de rechtbank dat de telefoon met dit nummer in de jas zat van verdachte [verdachte] . Voor de telefoonnummers *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] hecht de rechtbank waarde aan het feit dat de telefoons met deze nummers werden aangetroffen in de middenconsole van de Opel Vivaro die op naam stond van verdachte [medeverdachte 1] en met welke auto [medeverdachte 1] naar de loods is gereden. De verklaring van [medeverdachte 1] dat iemand deze telefoons in zijn auto heeft gelegd toen hij aan het werk was in het drugslaboratorium acht de rechtbank ongeloofwaardig. Tot slot geldt dat de telefoon met het telefoonnummer *[telefoonnummer] is aangetroffen in de Ford Transit waarmee verdachte [medeverdachte 2] naar de loods is gereden en in welke auto ook zijn privételefoon en id-bewijs is aangetroffen. De rechtbank gaat er op grond hiervan en op grond van de overige in de processen verbaal genoemde bewijsmiddelen van uit dat de in dit geding van belang zijnde telefoonnummers inderdaad in gebruik waren bij verdachte en zijn medeverdachten.

Uit telecomgegevens blijkt dat de drie verdachten op 29 en 30 januari 2018 onderling contact met elkaar hebben. Zo heeft verdachte [verdachte] met het nummer * [telefoonnummer] op 29 januari 2018 meerdere malen contact met [medeverdachte 1] (nummer * [telefoonnummer]). Het nummer * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 1] ) heeft die dag ook een uitgaand belcontact naar het nummer * [telefoonnummer] dat van verdachte [medeverdachte 2] is. En het nummer * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ) heeft die dag een gemiste oproep van * [telefoonnummer] ( [verdachte] ).

Ook op de ochtend van 30 januari voor de inval hebben de verdachten onderling contact. Het nummer * [telefoonnummer] dat door [verdachte] wordt gebruikt, heeft die ochtend twee inkomende gesprekken ontvangen van het nummer * [telefoonnummer] dat wordt gebruikt door [medeverdachte 1] . Ook op nummer * [telefoonnummer] ( [verdachte] ) wordt een inkomend gesprek ontvangen van * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 1] ). Met nummer * [telefoonnummer] wordt vervolgens ook uitgebeld naar nummer * [telefoonnummer] ( [medeverdachte 2] ).

Periode van bestaan drugslaboratorium [adres]

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat het – in ruste – aangetroffen drugslaboratorium eerder productie heeft gedraaid. Het NFI constateert (gelet op de aanwezigheid van o.a. lege jerrycans zoutzuur) dat er cocaïne is geproduceerd en in de bemonsteringen van het laboratorium worden (sporen van) cocaïne en heroïne aangetroffen. Bovendien hebben getuigen verklaard dat zij sinds enige tijd een chemische, zure lucht rondom het perceel aan de [adres] roken en ook zijn er getuigen die verklaren over het af-en aanrijden van vrachtwagens naar de loods.

Conclusie

Gelet op bovenstaande – door de bewijsmiddelen gestaafde – overwegingen concludeert de rechtbank het volgende.

Verdachten [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn op 30 januari 2018 aanwezig geweest in het drugslaboratorium in Hagestein. De aangetroffen jas van verdachte op een van de slaapplaatsen in de loods met daarin zijn persoonlijke spullen onderstreept dat verdachte [verdachte] daadwerkelijk in de loods aanwezig is geweest. Op 30 januari 2018 is het laboratorium niet “actief” maar de aanwezigheid en opstelling van de in de loods aangetroffen voorwerpen, apparatuur en chemicaliën duiden op een (hernieuwde) productie van harddrugs. Ook de nieuwe koolstoffilters, magnetrons en wasmachine die zijn aangetroffen in de voertuigen waarmee verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op die dag naar de [adres] zijn gereden, duiden – los van de wetenschap bij verdachten – op het voornemen het laboratorium gereed te maken voor een nieuwe productiecyclus.

De rechtbank concludeert dan ook dat verdachten productieopstellingen, apparaten, hulpstoffen en chemicaliën voor de productie/bewerking van cocaïne en/of heroïne op 30 januari 2018 voorhanden hebben gehad.

De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich – tezamen met medeverdachte [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] – schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen tot het bewerken en/of vervaardigen van harddrugs. Hierbij was sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten, zodat ook het ten laste gelegde medeplegen bewezen kan worden verklaard. Immers was verdachte samen met zijn medeverdachten aanwezig in het drugslaboratorium op 30 januari 2018 en hebben verdachte en zijn medeverdachten hieraan voorafgaand op 29 en 30 januari 2018 onderling (telefoon)contact. Aannemelijk is dat verdachte en medeverdachten afgesproken hebben bij elkaar te komen in het drugslaboratorium op 30 januari 2018. Ook het gegeven dat de aangetroffen telefoons van verdachte en verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] slechts kort vóór 30 januari 2018 actief zijn geworden en op 30 januari 2018 waren ontdaan van hun accu of op vliegtuigstand stonden zodat zij niet getraceerd konden worden, duidt op van tevoren gemaakte afspraken.

Uit de telecomgegevens en uit het track and trace logboek van het door verdachte [medeverdachte 1] gehuurde voertuig, blijkt dat het aannemelijk is dat zowel verdachte als zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] al op tijdstippen gelegen vòòr 30 januari 2018 in het drugslaboratorium aanwezig waren.868788 De rechtbank spreekt de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niettemin vrij van het treffen van voorbereidingshandelingen tot het bewerken en/of vervaardigen van harddrugs in de periode voorafgaand aan 30 januari 2018. De rechtbank kan namelijk niet bewijzen dat verdachten betrokken zijn geweest bij de installatie van het drugslab en/of de voorbereiding voor de productie van verdovende middelen voor deze datum.

Verweren verdachten

Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat zij slechts eenmalig in de loods aanwezig waren om opruimwerkzaamheden te verrichten. Daarbij heeft verdachte [medeverdachte 2] nog verklaard dat hij slechts vóór in de loods is geweest en niet daar waar de apparatuur stond, zodat hij er geen weet van had dat zich in de loods een drugslaboratorium bevond.

De rechtbank gaat voorbij aan deze verklaringen. In de eerste plaats acht de rechtbank deze verklaringen ongeloofwaardig, gelet op het feit dat verdachten worden aangetroffen in een drugslaboratorium en proberen te ontsnappen uit de handen van de politie. Voor verdachte [medeverdachte 1] komt daar nog bij dat er nieuwe koolstoffilters in de laadruimte van zijn auto zijn aangetroffen. De rechtbank acht de verklaring die hij voor het eerst op zitting heeft afgelegd dat hij deze koolstoffilters uit de loods heeft gehaald en in zijn auto heeft gelegd omdat hij dacht dat ze nog wat waard zouden zijn, ongeloofwaardig. Voor verdachte [medeverdachte 2] merkt de rechtbank op dat er een sigarettenpeuk met zijn DNA is aangetroffen in het achterste gedeelte van de loods. Het is dan ook ongeloofwaardig dat hij niet – toen of op een eerdere datum – van het bestaan van het drugslaboratorium op de hoogte was. Tot slot geldt dat het aannemelijk is dat verdachten al eerder dan 30 januari 2018 op de [adres] zijn geweest, zodat ook om die reden sterk kan worden getwijfeld aan de verklaring van verdachten dat zij op 30 januari 2018 daar voor de eerste keer waren.

Voor zover de rechtbank de verweren van de verdediging niet heeft besproken, vinden deze hun weerlegging in de bewijsmiddelen.

5.4

Vrijspraak feit 3: crimineel samenwerkingsverband

Voor de beoordeling van de vraag of verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich tevens schuldig hebben gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, zoals onder 3 ten laste gelegd, zal de rechtbank moeten vaststellen a) dat er sprake is van een organisatie b) welke tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en c) dat verdachten hebben deelgenomen aan die criminele organisatie. De rechtbank heeft hiervoor ten aanzien van feit 2 geconcludeerd dat verdachten samen, in een nauwe en bewuste samenwerking, zich schuldig hebben gemaakt aan voorbereidingshandelingen tot het bewerken en/of vervaardigen van harddrugs gedurende één dag. Deze samenwerking merkt de rechtbank aan als medeplegen. De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om de bewezen samenwerking aan te merken als een organisatie in de zin van artikel 140 Sr. Zo kan niet worden vastgesteld dat deze samenwerking gekenmerkt werd door bijvoorbeeld een zekere duurzaamheid of structuur, zoals een bepaalde taakverdeling, hiërarchie, overlegstructuur of besluitvorming. Nu bovendien slechts bewezen wordt dat de samenwerking van hele korte duur was (één dag), is komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde feit. De rechtbank zal verdachte voor dit feit dan ook vrijspreken.

5.5

Bewijsmiddelen feit 4: witwassen

ECONOMISCHE EENHEID

Uit het uittreksel huwelijksgoederenregister blijkt dat verdachte en medeverdachte [zus 1] (hierna: [zus 1] ) op [2011] getrouwd zijn. In april 2018 is de echtscheiding uitgesproken.89 Verdachte en [zus 1] zijn fiscale partners en hebben samen drie kinderen. Gedurende de onderzoeksperiode hebben ze gezamenlijke bankrekeningen. Tijdens de doorzoeking op 3 juli 2018 werd gezien dat zij samen met hun kinderen verbleven in de woning aan de [adres] te [woonplaats] en dat zij in 1 bed sliepen. In de kasten in de slaapkamer hing zowel dames- als herenkleding.90 Uit een veelheid van tapgesprekken blijkt dat verdachte en [zus 1] gezamenlijk de huurwoning aan de [adres] samen aan het inrichten en verbouwen waren. Zij hadden hier veelvuldig contact over. Ook zijn zij samen met hun kinderen op vakantie geweest in de periode van 30 april – 7 mei 2018.91

BEGINSALDO

Ter onderbouwing van de verdenking van witwassen is een eenvoudige kasopstelling vervaardigd. Verdachte en [zus 1] hebben rond het begin van de onderzoeksperiode geen contante opnames verricht van de bevraagde bankrekeningen. Ook hebben zij bij de Belastingdienst geen aangifte gedaan van de aanwezigheid van contanten in deze periode. Het beginsaldo is om deze redenen vermoedelijk EUR 0,-.92

LEGALE CONTANTE ONTVANGSTEN

Uit het overzicht bankrekeningen van verdachte en [zus 1] blijkt dat zij in de ten laste gelegde periode € 6.750 contant hebben opgenomen.93 Dit wordt gezien als legale contante ontvangsten. De legale contante inkomsten uit loon of salaris zijn vermoedelijk EUR 0,-.94

FEITELIJKE CONTANTE UITGAVEN

Verdachte en [zus 1] hebben in de onderzoeksperiode in totaal € 211.806,69 aan contante uitgaven en contante bankstortingen verricht.95

HET CONTANTE GELDBEDRAG VAN € 12.081

Zoals reeds is gebleken uit voorgaande bewijsmiddelen, is op 30 januari 2018 een drugslabaratorium aangetroffen in een loods gelegen aan de [adres] in [woonplaats] . In een jas op het bed in de loods worden spullen aangetroffen van verdachte [verdachte] .96

Op 31 januari 2018 is een oriënterend onderzoek in het slaapgedeelte van de loods uitgevoerd en is het aanwezige geld geteld:97

“Hierop onderzocht ik de aangewezen jas waarin het geld en een legitimatie bewijs zou zitten. Het legitimatiebewijs stond op naam van [verdachte] , geboren [1989] . Tevens zaten er een drietal gebundelde pakken biljetten, losbriefgeld en muntgeld in.

Wij zagen dat dit twee pakken van briefjes van 50,- euro waren en 1 pak van briefjes van 20,- euro. De bundels bleken na door ons geteld te zijn 100 briefjes per pakket te bevatten. In totaal werd dit door ons berekend op een bedrag van 12.081,40 euro.”

HET CONTANTE GELDBEDRAG VAN € 13.785

Op 3 juli 2018 wordt de woning van [zus 1] , gelegen aan de [adres] , doorzocht:98

“Tijdens de doorzoeking werd in de slaapkamer van de bewoner [zus 1] een geldbedrag aangetroffen van totaal 13.785 euro. Dit geld lag in diverse stapeltjes in verschillende coupures in de kledingkast op de ouderslaapkamer in genoemde woning.”

Tijdens het onderzoek is het telefoonnummer + [telefoonnummer] afgetapt. Voornoemd nummer is in gebruik bij verdachte.99 Op 28 juni 2018 vindt een telefoongesprek plaats tussen verdachte en [zus 1] :100

[zus 1] wgd NNman8491 ( [verdachte] gezien zijn stem)(de rechtbank begrijpt: verdachte). [verdachte] vraagt waar [zus 1] geld heeft omdat hij vijf barkie (500) nodig heeft. Zij antwoordt "jij hebt in mijn kleren, in mijn pyjamas, nee onder mijn hemdjes. Als je de kast opendoet heb je een roze hempje, helemaal boven, daaronder zag ik eh (STV) (mogelijk ‘daarnet wat’), waarop ze vraagt ‘gevonden?’ [verdachte] antwoordt: ‘ja’”.

(mogelijk ‘daarnet wat’), waarop ze vraagt ‘gevonden?’ [verdachte] antwoordt: ‘ja’”.

5.3.4

Bewijsoverwegingen en te bespreken standpunten/verweren feit 4

Juridisch kader

De rechtbank stelt voorop dat volgens de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad voor een bewezenverklaring van het bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf" niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf – zoals in dit dossier het geval is-, kan dit bestandsdeel niettemin bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Daartoe zal eerst moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulks zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld. Die verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Wanneer het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de uit de verklaring van verdachte blijkende alternatieve herkomst van de voorwerpen. Uit dat onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben.

Vermoeden van witwassen

Allereerst concludeert de rechtbank dat verdachte en [zus 1] een economische eenheid vormden gedurende de ten laste gelegde periode. Hoewel verdachte en [zus 1] zijn gescheiden in april 2018, is niet gebleken dat de economische eenheid tussen hen beiden op enig moment verbroken is geweest. Zo zijn verdachte en [zus 1] zowel voor als na de echtscheiding samen op vakantie geweest, zijn zij gezamenlijk bezig met de inrichting en verbouwing van een nieuwe huurwoning en tijdens de aanhouding op 3 juli 2018 worden zij samen aangetroffen in hetzelfde bed.

De rechtbank neemt als uitgangspunt de door de politie opgemaakte eenvoudige kasopstelling. De rechtbank ziet – anders dan de raadsman – geen reden om de kasopstelling niet te bezigen voor het bewijs. Door middel van een eenvoudige kasopstelling is nagegaan of verdachte en [zus 1] meer contante uitgaven hebben gedaan dan zij door middel van contante inkomsten uit legale bron kunnen verantwoorden. De totale contante uitgaven zijn afgezet tegen de legale contante ontvangsten. Indien die totale contante uitgaven groter zijn dan de legaal ontvangen contante gelden, duidt dat op een onbekende bron van contante ontvangsten. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een negatieve kas niet mogelijk is, omdat men niet meer contant kan uitgeven dan werkelijk aan kasgeld beschikbaar is.

Uit de bankmutaties blijkt dat verdachte en [zus 1] in de ten laste gelegde periode over

€ 6.750 aan contante ontvangsten beschikten. De totale contante uitgaven in deze periode zijn vastgesteld op € 211.806,69. Dit levert een verschil op van € 205.056,69. Nu uit het onderzoek geen legale inkomstenbronnen zijn gebleken die het geldbedrag kunnen verklaren, is een vermoeden van witwassen zonder meer gerechtvaardigd.

Aangetroffen contante geldbedragen in het drugslaboratorium en de woning

De rechtbank stelt vast dat in de jas die toebehoorde aan verdachte een contant geldbedrag van in totaal € 12.081 is aangetroffen. De rechtbank gaat ervan uit dat dit geldbedrag aan verdachte toebehoorde, nu dit zich in de jas van verdachte bevond tezamen met allerlei andere belangrijke persoonlijke spullen van verdachte. De verklaring van verdachte dat het geldbedrag niet van hem is, is ongeloofwaardig en verder niet verifieerbaar gemaakt door verdachte. Tevens stelt de rechtbank vast dat in de woning waar verdachte verbleef tijdens de doorzoeking in totaal € 13.785 is aangetroffen. Uit het tapgesprek blijkt dat verdachte ook wetenschap had dat het geld zich in de kast tussen kleding bevond en hier ook beschikkingsmacht over had.

Verklaring verdachte

Naar het oordeel van de rechtbank mag onder deze omstandigheden van verdachte en zijn partner een verklaring voor de herkomst van het geld worden gevergd. [zus 1] heeft zich beroepen op haar zwijgrecht. Verdachte heeft zich in eerste instantie gedurende zijn verhoren op zijn zwijgrecht beroepen. Over zijn werkzaamheden heeft verdachte uiteindelijk op 27 mei 2019 bij de politie verklaard dat hij zijn inkomsten verwierf als kapper en later uit bemiddeling bij en inrichting van huurwoningen. Deze verklaring heeft hij ter terechtzitting herhaald. Verdachte heeft echter geen details willen geven of stukken overlegd die deze verklaring ondersteunen. Het betreft daarom geen concrete, min of meer verifieerbare verklaring. Hierdoor wordt het vermoeden van witwassen niet ontzenuwd. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat het aangetroffen geld onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is.

Medeplegen

Tussen de verdachte en [zus 1] was sprake van een bewuste en nauwe samenwerking. Zij hadden beiden wetenschap van de criminele inkomsten en hebben beiden geprofiteerd van het witwassen van deze criminele inkomsten. De rechtbank acht dan ook bewezen dat zij zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan witwassen van geld met een criminele herkomst. Dit geldt niet voor het aangetroffen geldbedrag in het drugs-laboratorium, nu uit de bewijsmiddelen niet volgt dat [zus 1] wetenschap had van de aanwezigheid van dit geldbedrag.

Gewoontewitwassen

Verdachte en [zus 1] hebben zich gedurende een periode van ongeveer 3,5 jaar schuldig gemaakt aan witwassen. Gelet op de lange periode waarin dat gebeurde is de rechtbank voorts van oordeel dat de verdachte en [zus 1] van dit witwassen een gewoonte hebben gemaakt.

6 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 2

op 30 januari 2018 te Hagestein, tezamen en in vereniging met anderen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meerdere hoeveelheden (van een materiaal bevattende) cocaïne en (van een materiaal bevattende) heroïne, zijnde cocaïne en heroïne, zijnde

middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen

- voorwerpen en vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten

immers, hebben hij verdachte en zijn mededaders

- ( onderdelen van) één of meerdere productieopstellingen en apparaten (onder andere: verwarmingsketels en een reactievat en opvangscheidingsvaten en een centrifuge en hydrolische persen en een droogkast en magnetrons en verpakkingsmaterialen en zeeftafels en gezichtsmaskers) bestemd en geschikt voor de productie/bewerking van cocaïne en/of heroïne en voor de opslag van grondstoffen voor de productie/bewerking van cocaïne

en/of heroïne en

- ( grote) hoeveelheden hulpstoffen en chemicaliën (onder andere: zwavelzuur en ethylacelaat en hexaan en methanol en zoutzuur en ammoniak en methylethylketon en aceton en

calciumchloride en kaliumpermanganaat en metabisulfiet en azijnzuuranhydride en calciumchloride en citroenzuur), zijnde stoffen/chemicaliën benodigd en geschikt voor de productie/bewerking van cocaïne en/of heroïne en

- voertuigen (onder andere een Ford Transit met verborgen ruimte gekentekend [kenteken] en een Opel Vivaro met verborgen ruimte gekentekend [kenteken] ),

voorhanden gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten.

Feit 4

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2015 tot en met 3 juli 2018, te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij verdachte, en zijn mededader, onderstaande geldbedragen verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet, te weten onder andere:

- een contant geldbedrag van 13.785 euro (aangetroffen in de woning waar verdachte op 10 juli 2018 werd aangehouden, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ) en

- meerdere contante geldbedragen van in totaal 205.134 euro (contante stortingen op

bankrekeningen waarover verdachte en zijn mededader konden beschikken en contante aankopen/betalingen gedaan door verdachte en zijn mededader),

terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

en

op 30 januari 2018, te Hagestein zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft hij, verdachte, onderstaand geldbedrag verworven en voorhanden gehad, te weten:

- een contant geldbedrag van 12.081 euro (aangetroffen in drugslaboratorium in

Hagestein op 30 januari 2018) terwijl hij wist dat die geldbedragen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

7 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 2

Medeplegen van:

een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben gehad, waarvan verdachte weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Feit 4,

de meerdaadse samenloop van:

medeplegen van een gewoonte maken van witwassen

en

witwassen.

8 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

9 OPLEGGING VAN STRAF

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ten aanzien van het onder feit 2, 3 en 4 ten laste gelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf van 3 jaar, met aftrek van het voorarrest. In dat kader heeft de officier van justitie verzocht de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen bij einduitspraak.

De officier van justitie heeft voorts kenbaar gemaakt voornemens te zijn een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen langer dan het reeds ondergane voorarrest.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich tezamen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen voor de productie van cocaïne en heroïne. Verdachte was op 30 januari 2018 samen met zijn medeverdachten bezig met het gereed maken van het laboratorium voor een nieuwe productie van harddrugs. De productie, verspreiding van en handel in cocaïne en heroïne gaat gepaard met vele andere vormen van zware criminaliteit en is een gevaar voor de veiligheid van de samenleving en de volksgezondheid. Verdachte heeft zich van deze negatieve effecten niets aangetrokken en heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen financiële gewin.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij uitspraken van rechtbanken en gerechtshoven in soortgelijke zaken. Gebleken is dat er geen eenduidige uitspraken zijn en dat de opgelegde straffen afhankelijk zijn van onder meer de hoeveelheid aangetroffen stoffen. In het drugslaboratorium is ruim 10.000 liter/kilo aan chemicaliën aangetroffen, geschikt voor de productie van 151 tot 395 kilo drugs.

Daarnaast heeft verdachte zich gedurende een periode van ruim 3,5 jaar samen met zijn ex-partner schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen. Door zo te handelen heeft verdachte eraan meegewerkt dat criminele gelden een schijnbaar legale herkomst kregen. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Door witwassen wordt het plegen van andere strafbare feiten gefaciliteerd. Verdachte heeft door zijn handelen eraan bijgedragen dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht werden onttrokken.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Gebleken is dat verdachte in 2008 en 2007 eerder is veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet. In beide gevallen had het strafbare feit betrekking op harddrugs. Gelet de ouderdom van die feiten zal de rechtbank dit niet in het voor- of nadeel van verdachte meewegen.

De raadsman heeft verzocht aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan de duur van het voorarrest op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat hier niet kan worden volstaan met een geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Een korter durende onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou geen recht doen aan de ernst en omvang van de strafbare feiten.

De keuze voor een voorwaardelijk strafdeel is ingegeven door het hoge recidiverisico, de aard van de feiten en de grote geldbedragen die te verdienen zijn met de handel in harddrugs. Het voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Mede gelet op de aard en omvang van de feiten acht de rechtbank een proeftijd van drie jaar passend.

De rechtbank zal gelet op de ernst van de strafbare feiten de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

10 BESLAG

Onder verdachte zijn de volgende geldbedragen in beslag genomen:

  1. Geld, 200 x 50 euro = € 10.000,-

  2. Geld, 101 x 20 euro = € 2.020,-

  3. Geld, 5 euro = € 5,-

  4. Geld, 3 x 10 euro = € 30,-

  5. Geld, kleingeld € 26,40

De officier van justitie heeft verzocht de in beslag genomen geldbedragen verbeurd te verklaren.

De raadsman heeft teruggave aan de verdachte bepleit nu deze geldbedragen geen link hebben met de tenlastegelegde feiten. De raadsman heeft aangevoerd dat er bovendien conservatoir beslag rust op de inbeslaggenomen geldbedragen.

De rechtbank zal de in beslag genomen geldbedragen (genummerd 1 t/m 5) verbeurd verklaren. Deze geldbedragen zijn geheel of grotendeels uit baten van het onder 4 bewezenverklaarde strafbare feit verkregen, nu dit het geldbedrag betreft dat is gevonden in de jas van verdachte en waarvan de rechtbank heeft geoordeeld dat verdachte dit heeft witgewassen. De rechtbank merkt daarbij op dat een conservatoir beslag als bedoeld in art. 94a Sv niet in de weg staat aan het verbeurd verklaren van een voorwerp.101

11 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen

  • -

    14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en

  • -

    10, 10a van de Opiumwet;

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

12 BESLISSING

De rechtbank:

Vrijspraak

- verklaart het onder 1 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 2 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 2 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 27 (zevenentwintig) maanden;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 5 (vijf) maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis;

Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd:

Geld, 200 x 50 euro = € 10.000,-

Geld, 101 x 20 euro = € 2.020,-

Geld, 5 euro = € 5,-

Geld, 3 x 10 euro = € 30,-

Geld, kleingeld € 26,40.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, voorzitter, mrs. E.W.A. Vonk en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Pagano Mirani, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2020.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017

tot en met 30 januari 2018 te Hagestein en/of Zoeterwoude en/of Nieuwerkerk

aan den IJssel en/of Schiedam en/of Rotterdam en/of één of meer (andere)

plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen,

althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of

verwerkt en/of vervaardigd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd en/of aanwezig gehad,

- één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne en/of

- één of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende benzylecgonine,

zijnde cocaïne en/of heroïne en/of benzylecgonine zijnde (een) middel(en) als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval één of meer

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel als bedoeld in de

bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,

vijfde lid van de Opiumwet.

art 2 ahf/ond D Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017

tot en met 30 januari 2018 te Hagestein en/of Zoeterwoude en/of Nieuwerkerk

aan den IJssel en/of Schiedam en/of Rotterdam en/of één of meer (andere)

plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel

10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken,

verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of

binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van één of meerdere

hoeveelhe(i)d(en) (van een materiaal bevattende) cocaïne en/of (van een

materiaal bevattende) heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne, zijnde (een)

middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval één

of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel(en) als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens)

- één of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om die te bewegen om

dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te

lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of één of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of

zijn mededader(s) wist(en) en/of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat

zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en)

immers, heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- een loods/ruimte gelegen aan de [adres] gehuurd en/of geregeld en/of

- meermalen, althans éénmaal, handelingen/werkzaamheden verricht in het

productieproces van cocaïne en/of heroïne in één of meer

productieopstelling(en) bestemd voor de productie/verwerking van cocaïne en/of

heroïne in de loods/ruimte gelegen aan de [adres] en/of

en/of

- ( onderdelen van) één of meerdere productieopstelling(en) en/of

appara(a)t(en) (onder andere: (een) verwarmingketel(s) en/of een reactievat

en/of (een) opvangscheidingsvat(en) en/of een centrifuge en/of (een)

hydrolische pers(en) en/of een droogkast en/of (een) magnetron(s) en/of

verpakkingsmaterialen en/of (een) zeeftafel(s) en/of gezichtsmasker(s))

bestemd en/of geschikt voor de productie/bewerking van cocaïne en/of heroïne

en/of voor de opslag van grondstoffen voor de productie/bewerking van cocaïne

en/of heroïne en/of

- één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) (hulp)stof(fen) en/of chemicaliën

(onder andere: zwavelzuur en/of ethylacelaat en/of hexaan en/of methanol en/of

zoutzuur en/of ammoniak en/of methylethylketon en/of aceton en/of

calciumchloride en/of kaliumpermanganaat en/of metabisulfiet en/of

azijnzuuranhydride en/of calciumchloride en/of citroenzuur), zijnde (een)

stof(fen)/chemicaliën benodigd en/of geschikt voor de productie/bewerking van

cocaïne en/of heroïne en/of

- één of meer voertuig(en) (onder andere een Ford Transit met verborgen

ruimte(n) gekentekend [kenteken] en/of een Opel Vivaro met verborgen ruimte(n)

gekentekend [kenteken] en/of één of meerdere huurvoertuig(en)),

voorhanden gehad en/of vervoerd, waarvan verdachte en/of verdachtes

mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 30 januari 2018 te

Hagestein en/of Zoeterwoude en/of Nieuwerkerk aan den IJssel en/of Schiedam

en/of Rotterdam en/of één of meer (andere) plaatsen in Nederland, heeft

deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet, te weten het vervaardigen en/of bewerken en/of vervoeren van cocaïne en/of heroïne en/of het bevorderen daarvan.

art 10 lid 4 Opiumwet

art 2 ahf/ond D Opiumwet

art 11b lid 1 Opiumwet

4.

Primair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2015 tot en met 3 juli 2018, te Schiedam en/of Hagestein en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben

hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens),

van onderstaande voorwerp(en) en en/of geldbedrag(en) de werkelijke aard, de

herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of

onderstaande voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) verworven, voorhanden gehad,

overgedragen en/of omgezet, althans van de genoemde voorwerp(en) en/of

geldbedrag(en) gebruik gemaakt, te weten onder andere:

- een contant geldbedrag van 12.081 euro (aangetroffen in drugslabaratorium in

Hagestein op 30 januari 2018) en/of

- een contact geldbedrag van 13.785 euro (aangetroffen in de woning waar verdachte op 10 juli 2018 werd aangehouden, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ) en/of

- meerdere contant geldbedragen van in totaal 205.134 euro (contante stortingen op

bankrekeningen waarover verdachte en/of zijn mededader(s) konden beschikken

en/of contante aankopen/betalingen gedaan door verdachte en/of zijn mededaders(s)) en/of

terwijl hij wist dat die/dat voorwerp(en) en/of die/dat geldbedrag(en) geheel

of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf.

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2015 tot en met 3 juli 2018, te Schiedam en/of Hagestein en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meer geldbedrag(en), te weten:

- een contant geldbedrag van 12.081 euro (aangetroffen in drugslabaratorium in

Hagestein op 30 januari 2018) en/of

- een contact geldbedrag van 13.785 euro (aangetroffen in de woning waar verdachte op 10 juli 2018 werd aangehouden, gelegen aan de [adres] te [woonplaats] ) en/of

- meerdere contant geldbedragen van in totaal 205.134 euro (contante stortingen op

bankrekeningen waarover verdachte en/of zijn mededader(s) konden beschikken

en/of contante aankopen/betalingen gedaan door verdachte en/of zijn mededaders(s)),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze geldbedrag(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 13 december 2018, onderzoek 09Lek18, opgemaakt door politie Midden-Nederland, districtsrecherche West-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 4379. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] op 5 maart 2018, pagina’s 3441 t/m 3451 met bijlagen.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] op 5 maart 2018, p. 3444.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] op 5 maart 2018, p. 3445.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] op 10 juli 2018, p. 3485.

6 Proces-verbaal 1ste bevindingen LFO, pagina 27 t/m 30 met bijlagen.

7 Proces-verbaal 1ste bevindingen LFO, pagina 28.

8 Proces-verbaal 1ste bevindingen LFO, pagina 30.

9 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , pagina 88 t/m 107.

10 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , p. 91.

11 Rapportage NFI: cocaïne opbrengstschatting van het drugslab op de locatie [adres] te [woonplaats] , pagina 108 t/m 116.

12 Rapportage NFI: cocaïne opbrengstschatting van het drugslab op de locatie [adres] te [woonplaats] , p. 116.

13 Proces-verbaal van bevindingen LFO, pagina 51.

14 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , pagina 88 t/m 107.

15 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , p. 102

16 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , p. 106.

17 Rapportage NFI: drugsproductie-onderzoek aan materialen aangetroffen op de locatie [adres] te [woonplaats] , p. 107.

18 Proces-verbaal zaaksdossier, documentcode 0180228.0838, pagina 16.

19 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 20181311.1541, pagina’s 338 t/m 339.

20 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 20181311.1541, p. 338

21 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer 1803121600, pagina’s 1131 t/m 1134.

22 Proces-verbaal sporenonderzoek, nummer PL0900-2018030354-29, pagina 3100.

23 Proces-verbaal sporenonderzoek, nummer PL0900-2018030354-29, pagina 3101.

24 Proces-verbaal sporenonderzoek, nummer PL0900-2018030354-29, pagina 3102.

25 Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek, The Maastricht Forensic Institute, pagina 3344.

26 Deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek, The Maastricht Forensic Institute, pagina 3345.

27 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 20181114.1456, pagina’s 349 t/m 351.

28 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 20181114.1456, p. 350.

29 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 20181114.1456, p. 351.

30 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1806201130, pagina’s 364 t/m 365.

31 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1806201130, p. 364.

32 Rapport artikel 1:37 Algemene Douanewet d.d. 6 februari 2018, bijlage 4 van het Forensisch Dossier, pagina’s 3196 t/m 3221.

33 Rapport artikel 1:37 Algemene Douanewet d.d. 6 februari 2018, p. 3197.

34 Rapport artikel 1:37 Algemene Douanewet d.d. 6 februari 2018, p. 3198.

35 Rapport artikel 1:37 Algemene Douanewet d.d. 6 februari 2018, p. 3199.

36 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 181115.1246, pagina’s 356 t/m 357.

37 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 181115.1246, 356.

38 Proces-vervaal van bevindingen, documentcode 181115.1246, p. 357.

39 Proces-verbaal buurtonderzoek, nummer PL0900-2018030354-25, pagina 295.

40 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 2018030354, code JM 57, pagina 296.

41 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 2018030354, code JM 57, pagina 297.

42 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, pagina’s 815 t/m 838 met bijlagen.

43 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 820.

44 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, pagina’s 815 t/m 838 met bijlagen.

45 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 822.

46 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 823.

47 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 824.

48 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, pagina’s 815 t/m 838 met bijlagen.

49 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 826.

50 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 827.

51 Verdachte [verdachte] heeft ter zitting bevestigd dat het nummer eindigend op * [telefoonnummer] zijn telefoonnummer is.

52 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 821.

53 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1807170830, pagina’s 862 t/m 863.

54 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1807170830, p. 863.

55 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 833.

56 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 803071525, p. 843.

57 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1807161056, p. 860.

58 Proces-vervaal van bevindingen, nummer 1807161056, p. 861.

59 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 822. Overigens heeft [medeverdachte 1] in zijn eigen zaak ter zitting bevestigd dat het nummer eindigend op [telefoonnummer] zijn telefoonnummer is.

60 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 823.

61 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 824.

62 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 825.

63 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 823.

64 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 822.

65 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 824.

66 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] op 10 juli 2018, p. 3485.

67 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1000

68 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1008.

69 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1009.

70 Proces-verbaal van bevindingen, nummer 804111054, p. 827.

71 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 989 t/m 1014.

72 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 991.

73 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 994.

74 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 996.

75 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1000.

76 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 996.

77 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 997.

78 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 998.

79 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1000.

80 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1001.

81 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1005.

82 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1007.

83 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1008.

84 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1009.

85 Proces-verbaal analyse n.a.v. telecomgebruik 29 + 30 januari, pagina 1011.

86 Ten aanzien van de eerdere aanwezigheid van [medeverdachte 1] , zie proces-verbaal van bevindingen, nummer 1806271045, pagina’s 1212 t/m 1215 en proces-verbaal van bevindingen, nummer 1806271045, p. 1215.

87 Ten aanzien van de eerdere aanwezigheid van [verdachte] , zie proces-vervaal van bevindingen, nummer 1807170830, p. 862 en 863.

88 Ten aanzien van de eerdere aanwezigheid van [medeverdachte 2] , zie proces-verbaal van bevindingen, nummer 1811021303, pagina’s 929 t/m 935.

89 Proces-verbaal van bevindingen, relatie [zus 1] en [verdachte] , p. 1050.

90 Proces-verbaal zaaksdossier witwassen, p. 2471.

91 Proces-verbaal van bevindingen, relatie [zus 1] en [verdachte] , p. 1053.

92 Proces-verbaal zaaksdossier witwassen, p. 2473.

93 Proces-verbaal zaaksdossier witwassen, p. 2477.

94 Proces-verbaal zaaksdossier witwassen, p. 2475.

95 Proces-verbaal zaaksdossier witwassen, p. 2485.

96 Proces-verbaal van bevindingen, documentcode 20181311.1541, pagina’s 338 t/m 339.

97 Proces-verbaal van bevindingen, oriënterend onderzoek slaapgedeelte in de loods, p. 2491.

98 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 2493-2494.

99 Proces-verbaal van bevindingen, identiteit gebruiker [telefoonnummer] , p. 897-898.

100 Tapgesprek, 28 juni 2018, sessienummer 3522, p. 577.

101 ECLI:NL:HR:2015:3689