Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5585

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
22-12-2020
Zaaknummer
16-706778-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een 45-jarige man uit Vianen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar. De verdachte was politieagent en speelde 2 jaar lang vertrouwelijke informatie uit de politiesystemen door aan criminelen. Ook verkocht hij zijn politiekleding. Naast de celstraf mag de verdachte 9 jaar geen publiek ambt meer uitoefenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16-706778-20

Vonnis van de meervoudige kamer van 22 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [1975] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de P.I. Grave.

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2020. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.J.M. Pinners, advocaat te Zwolle.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van de officier van justitie, mr. A.M. Tromp, en van wat verdachte en diens raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is op de terechtzitting gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland meermalen opzettelijk als politieambtenaar zijn ambtsgeheim heeft geschonden door in politiesystemen vertrouwelijke informatie over personen, opsporingsonderzoeken, BHV-mutaties en kentekens te bevragen en die verkregen informatie aan daartoe niet-gerechtigde personen te verstrekken;

Feit 2

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland meermalen computervredebreuk heeft gepleegd door zich toegang te verschaffen met een gebruikersnaam en wachtwoord tot servers van de Nationale Politie met een ander doel dan waarvoor hem die toegang was toegestaan, waarna verdachte die gegevens voor anderen heeft overgenomen;

Feit 3

in de periode van 1 januari 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland als politieambtenaar giften heeft aangenomen, terwijl hij wist dat die giften hem werden gedaan om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen, namelijk het bevragen van vertrouwelijke informatie over personen, opsporingsonderzoeken, BHV-mutaties en kentekens in politiesystemen en vervolgens deze informatie aan derden te verstrekken;

Feit 4

op 26 april 2020 te Rotterdam vier politie-uniformbroeken en poloshirts heeft verduisterd.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, gelet op de bekennende verklaring van verdachte. De raadsvrouw heeft wel een partiële vrijspraak bepleit op enkele punten van de tenlastelegging. Deze punten zullen achtereenvolgens worden besproken:

Ten laste gelegde periode

Volgens de raadsvrouw kan slechts bewezen worden dat verdachte vanaf 7 juli 2018 informatie heeft bevraagd voor [A] en deze vervolgens heeft doorverkocht, gelet op de verklaring van verdachte dat het allemaal begon met het doorgeven van een kenteken van een Fiat op 7 juli 2018.

Zaaksdossier 4

Met betrekking tot zaaksdossier 4 heeft de raadsvrouw bepleit dat de bevraging van de persoonsgegevens van [B] op 30 januari 2019 mogelijk werkgerelateerd is geweest, waardoor geen sprake is van computervredebreuk of schending van het ambtsgeheim.

Zaaksdossier 6

Met betrekking tot zaaksdossier 6 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte weliswaar de RDW en GBA gegevens heeft bekeken behorend bij het kenteken [kenteken] , maar dat hij deze gegevens niet aan [A] heeft verstrekt. Verdachte heeft enkel doorgegeven dat het geen politieauto betrof. Er is derhalve geen sprake van schending van het ambtsgeheim.

Zaaksdossier 8

Met betrekking tot zaaksdossier 8 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte het kenteken [kenteken] tijdens zijn nachtdienst van 18 mei 2020 heeft bevraagd. Hij heeft de informatie echter nooit kunnen verstrekken aan [A] , omdat hij kort daarop werd aangehouden. Ook in dit geval is dus geen sprake van schending van het ambtsgeheim.

Zaaksdossier 10

Volgens dit zaaksdossier zou verdachte drie kentekens hebben bevraagd die geregistreerd staan als auto’s in eigendom bij de politie in Den Haag. Verdachte werkte echter als motoragent bij de politie Midden-Nederland en in zijn werkgebied lopen de snelwegen A2 (Amsterdam-Utrecht) en A12 (Den Haag-Utrecht). In deze context trok verdachte op zijn telefoon kentekens na van in zijn ogen verdachte situaties; daartoe was verdachte ook bevoegd. Het dossier bevat verder geen bewijs dat de kentekens zijn bevraagd in opdracht van [A] en kunnen dus net zo goed werk gerelateerd zijn geweest. Er dient volgens de raadsvrouw daarom vrijspraak te volgen van deze bevragingen.

Feit 4

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat op basis van louter de verklaringen van verdachte, in combinatie met het feit dat hij in Rotterdam was op de door hem genoemde datum, niet voldoende bewijs is om tot een veroordeling te komen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

Partiële vrijspraak ten laste gelegde periode

Verdachte heeft in mei 2020 bij de politie verklaard dat het allemaal zo’n twee jaar geleden is begonnen en dat hij in het voorjaar van 2018 de PGP telefoon heeft gekregen van [C] . Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat er al een bericht van [A] op de telefoon stond toen hij deze opende. Verder neemt de rechtbank nog in aanmerking dat uit pagina 115 van het persoonsdossier blijkt dat verdacht reeds op 15 juni 2018 een kenteken heeft bevraagd van een Grijze Kia Rio, waarvan verdachte heeft verklaard dat hij denkt dat dit kenteken van [D] is. Volgens verdachte heeft hij [D] ontmoet op een parkeerplaats in Reeuwijk. De eerste ontmoeting was vlak voor de zomer in 2018. Het bepleite standpunt van de raadsvrouw dat de eerste bevraging plaatsvond op 7 juli 2018 kan de rechtbank daarom niet volgen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 18 mei 2020.

Partiële vrijspraak zaaksdossier 8

Verdachte is aangehouden voordat hij de opgevraagde informatie kon verstrekken aan [A] ; deze informatie werd uitgeprint aangetroffen in zijn locker op het politiebureau. Derhalve zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken van dit gedeelte van de tenlastelegging ten aanzien van feit 1 (het schenden van zijn ambtsgeheim).

Bewezenverklaringen overige zaaksdossiers en feit 4

Zaaksdossier 4

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat door het bevragen van de persoonsgegevens van [B] op 30 januari 2019 sprake is geweest van schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk. Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte heeft verklaard dat hij denkt dat [A] de naam van [B] heeft gegeven om informatie over haar op te zoeken en dat hij de geraadpleegde informatie heeft verstrekt aan [A] via de PGP telefoon. Deze bevraging wordt bovendien in verband gebracht met de bevraging van het adres [adres] te [woonplaats] op 25 maart 2020. Uit een ander witwasonderzoek van de politie Midden-Nederland is gebleken dat de verdachte in dit onderzoek contact had met [B] en haar informatie verschafte over het adres [adres] en diens eigenaar. Tot slot geldt dat deze bevraging is gedaan vanaf een vaste werkplek, waardoor de rechtbank het niet aannemelijk acht dat verdachte deze bevraging heeft gedaan in zijn hoedanigheid als motoragent. De rechtbank acht op grond van deze omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze persoonsgegevens voor [A] heeft bevraagd en aan hem heeft verstrekt.

Zaaksdossier 6

De rechtbank overweegt dat door het enkel doorgeven dat geen sprake is van een onopvallende politieauto aan [A] al sprake is van het schenden van het ambtsgeheim. Reeds om deze reden faalt het betoog van de raadsvrouw.

Zaaksdossier 10

Anders dan de raadsvrouw acht de rechtbank dit gedeelte van de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Verdachte heeft immers zelf bij de politie verklaard dat hij wel eens kentekens heeft nagetrokken in opdracht van [A] omdat hij wilde weten of een bepaald kenteken hoorde bij een politievoertuig. Verdachte heeft verder ook verklaard wel eens een “hit” gehad te hebben op een kenteken dat behoorde bij een politievoertuig: dan stond er politie Den Haag op, en dit is hooguit twee keer gebeurd. Ter terechtzitting heeft verdachte bovendien bevestigd dat hij inderdaad twee keer heeft doorgegeven dat het een politievoertuig betrof.

Feit 4

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend te bewijzen gelet op de verklaring van verdachte bij de politie dat hij de politiekleding in Rotterdam heeft overgedragen aan [A] , de daarop volgende bevindingen dat de telefoon van verdachte op 26 april 2020 in Rotterdam is geweest en de reactie van verdachte dat dat dan wel de dag moet zijn geweest dat hij de kleding heeft overgedragen. Daarbij neemt de rechtbank tevens in aanmerking dat verdachte heeft verklaard een motor te hebben gekocht van de 5000 euro die hij aan de politiekleding heeft verdiend, en dat er een motor ter waarde van 4500 euro onder verdachte in beslag is genomen.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Feit 1

op tijdstippen omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland, telkens opzettelijk een geheim, waarvan hij, verdachte, wist dat hij uit hoofde van zijn ambt, te weten van politieambtenaar [brigadier] bij de eenheid Midden-Nederland van de Nationale Politie, en wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3 en artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was dat te bewaren, heeft geschonden, door telkens opzettelijk in politie systemen (onder andere uit BVI-IB en Bluespot monitor en NL-SIS-II en de RDW en SKDB en BVH en MEOS), (vertrouwelijke) informatie over meerdere personen en opsporingsonderzoeken en BVH-mutaties en kentekens te bevragen en op te vragen en vervolgens die verkregen (vertrouwelijke) informatie aan daartoe niet-gerechtigde personen/derden te verstrekken en te openbaren, immers heeft hij, verdachte,

- [zaak dossier 1]

A] op 30 april 2020 tweemaal het kenteken [kenteken] en de persoonsgegevens en meerdere BVH-mutaties en een politiefoto en een rijbewijs foto van [E] in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nickname) en

B] op 4 mei 2020 de persoons- en adresgegevens en verschillende BVH-mutaties van [E] en [F] bevraagd en deze vervolgens verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 2]

in de periode van 18 maart 2020 tot en met 2 april 2020 meermalen de persoonsgegevens van [G] en verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties en het incidentnummer [incidentnummer] in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 4]

A] op 30 januari 2019 de persoonsgegevens van [B] en verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

B] op 25 maart 2020 het adres [adres] te [woonplaats] bevraagd en de aan dit adres gerelateerde BVH-mutatie betreffende de vermissing van een reisdocument bevraagd en de persoonsgegevens van de aan deze mutatie gekoppelde personen, te weten [H] en [I] en [J] bevraagd en deze vervolgens verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

-[zaak dossier 5]

op 10 mei 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

op 12 mei 2020 wederom het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en de persoonsgegevens van [K] en twee daarmee in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 6]

op 10 mei 2020 tweemaal het kenteken [kenteken] en de persoonsgegevens van [L] en [M] in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 7]

in de periode van 11 mei 2020 tot en met 14 mei 2020 tweemaal, het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en meermalen de persoonsgegevens van [N] in politiesystemen bevraagd en meerdere daarmee in verband staande BVH-mutaties en een politie- en rijbewijsfoto van die [N] in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie en foto verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 10]

A] op 9 mei 2019 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

B] op 3 december 2019 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

C] op 30 april 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en

- [zaak dossier 11]

A] op 13 maart 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

B] op 14 maart 2020 (wederom) het kenteken [kenteken] en twee met voornoemd kenteken in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en

C] op 14 januari 2020 de persoonsgegevens van [O] in politiesystemen bevraagd en vervolgens de uit deze bevraging verkregen gegevens en informatie verstrekt en openbaar gemaakt aan [C] ;

Feit 2

op tijdstippen omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een of meer delen van) servers van de Nationale Politie is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) onbevoegd gebruik te maken van een gebruikersnaam en wachtwoord (voor de applicatie Meer Effectief op Straat (MEOS) en het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en de daaraan gekoppelde systemen en door zich (telkens) (onbevoegd) met een gebruikersnaam en wachtwoord (voor het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen en de daaraan gekoppelde systemen) toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de Nationale Politie (waarop het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en de daaraan gekoppelde systemen Basis Voorziening handhaving (BVH) en BlueSpot waren geplaatst), telkens met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, die toegang was toegestaan, waarna hij, verdachte, vervolgens gegevens die waren opgeslagen en verwerkt en overgedragen door middel van voornoemde geautomatiseerde werken waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en anderen (niet gerechtigden) heeft overgenomen (zoals hierna nader omschreven), immers heeft hij verdachte,

- [zaak dossier 1]

A] op 30 april 2020 tweemaal het kenteken [kenteken] en de persoonsgegevens en meerdere BVH-mutaties en een politiefoto en een rijbewijs foto van [E] in politiesystemen bevraagd en

B] op 4 mei 2020 de persoons- en adresgegevens en verschillende BVH-mutaties van [E] en [F] bevraagd en

- [zaak dossier 2]

in de periode van 18 maart 2020 tot en met 2 april 2020 meermalen de persoonsgegevens van [G] en verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties en het incidentnummer [incidentnummer] in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 3]

op 18 mei 2020 het kenteken [kenteken] en de BVH-mutatie [BVH-mutatie] in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 4]

A] op 30 januari 2019 de persoonsgegevens van [B] en verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en

B] op 25 maart 2020 het adres [adres] te [woonplaats] bevraagd en de aan dit adres gerelateerde BVH-mutatie betreffende de vermissing van een reisdocument bevraagd en de persoonsgegevens van de aan deze mutatie gekoppelde personen, te weten [H] en [I] en [J] bevraagd en

-[zaak dossier 5]

A] op 10 mei 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

B] op 12 mei 2020 wederom het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en de persoonsgegevens van [K] en twee daarmee in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 6]

op 10 mei 2020 tweemaal het kenteken [kenteken] en de persoonsgegevens van [L] en [M] in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 7]

in de periode van 11 mei 2020 tot en met 14 mei 2020 tweemaal het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en meermalen de persoonsgegevens van [N] in politiesystemen bevraagd en meerdere daarmee in verband staande BVH-mutaties en een politie- en rijbewijsfoto van die [N] in politiesystemen bevraagd en

- [ - [zaak dossier 8]

op 18 mei 2020 het kenteken [kenteken] en de persoonsgegevens van de kentekenhouder van dit kenteken en de BVH-mutatie [BVH-mutatie] _1 in politiesystemen bevraagd en de persoonsgegevens van [P] en meerdere daarmee in verband staande mutaties in politiesystemen bevraagd en de persoonsgegevens van [Q] en meerdere daarmee in verband staande mutaties in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 10]

A] op 9 mei 2019 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

B] op 3 december 2019 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

C] op 30 april 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

- [zaak dossier 11]

A] op 13 maart 2020 het kenteken [kenteken] in politiesystemen bevraagd en

B] op 14 maart 2020 (wederom) het kenteken [kenteken] en twee met voornoemd kenteken in verband staande BVH-mutaties in politiesystemen bevraagd en

C] op 14 januari 2020 de persoonsgegevens van [O] in politiesystemen bevraagd;

Feit 3

op tijdstippen omstreeks de periode van 1 mei 2018 tot en met 18 mei 2020 in Nederland, (telkens) als politieambtenaar -brigadier- bij de eenheid Midden-Nederland van de Nationale Politie, giften, te weten 1000 euro (voor twee bevragingen) en 250 euro (per (persoons) bevraging) en 500 eluro (voor een volledig dossier) en 100 euro (per kenteken bevraging), aangeboden door [C] en ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name), heeft aangenomen, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat deze giften hem werden gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk in politiesystemen (vertrouwelijke) informatie over meerdere personen en opsporingsonderzoeken en BVH-mutaties en kentekens bevraagd en vervolgens die verkregen (vertrouwelijke) informatie aan voornoemde personen verstrekt en geopenbaard;

Feit 4

op 26 april 2020 te Rotterdam, opzettelijk vier politie-uniform broeken en vier politie-uniform poloshirts, die toebehoorden aan de Nationale Politie, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als brigadier van politiewederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

enig geheim waarvan hij weet dat hij uit hoofde van zijn ambt en wettelijk voorschrift verplicht is het te bewaren, opzettelijk schenden, meermalen gepleegd;

Feit 2

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt en worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf en een ander overneemt, meermalen gepleegd;

Feit 3

als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem gedaan of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd;

Feit 4

verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van het voorarrest. Als bijkomende straf heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte uit zijn recht wordt ontzet om enig publiek ambt uit te oefenen gedurende 9 jaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich als politieambtenaar gedurende een periode van twee jaar laten omkopen door veelvuldig voor hem toegankelijke en vertrouwelijke informatie, ondanks zijn strikte geheimhoudingsplicht, te delen met derden. Dit betrof onder andere informatie over personen waarvan vermoed wordt dat zij betrokken zijn bij zware criminaliteit , alsmede informatie over politievoertuigen. Deze informatie werd vervolgens gedeeld met een zogenaamde ‘informatiemakelaar’ voor criminelen. Uit het dossier blijkt dat er vervolgens vermoedelijk zeer ernstige feiten zijn gepleegd mede dankzij deze informatie. Kort nadat verdachte informatie had doorgespeeld over personen die verdacht werden van betrokkenheid bij een rip deal, vonden een aantal schietincidenten plaats in Rotterdam waarbij woningen zijn beschoten. In een van deze woningen woonde de moeder van iemand die verdacht werd van de rip deal. Ondanks dat verdachte heeft verklaard dat het nooit zijn bedoeling is geweest dat er door het verstrekken van deze informatie ernstige feiten zouden worden gepleegd, is hij desondanks doorgegaan met bevragingen voor deze informatiemakelaar. Dit terwijl hem op 9 mei 2020 via de PGP telefoon al werd gezegd dat “ze gister hebben geschoten op de raam van die moeder, ze willen signaal geven”. Verdachte is slechts gestopt met het lekken van vertrouwelijke informatie omdat hij werd aangehouden; anders was hij gewoon doorgegaan zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard. Daarnaast heeft verdachte zijn oude politiekleding verkocht, terwijl verdachte moest weten dat hierdoor een slachtoffer misleid kan worden doordat criminelen zich voor kunnen doen als politieagenten.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie en het in hem gestelde vertrouwen op grove wijze heeft geschonden. Een politieambtenaar neemt, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Van een politieagent wordt daarom integriteit en betrouwbaarheid verwacht, hetgeen ook de kernwaarden zijn van de politie. Verdachte heeft met zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat de maatschappij in de politie mag hebben en heeft met zijn handelen de rechtstaat ondermijnd. Daarbij heeft de verdachte met zijn handelwijze schade toegebracht aan het imago van het politiekorps en het vertrouwen van zijn mede politieambtenaren beschaamd. Verdachte heeft twee jaar lang een dubbelleven geleid; overdag surveilleerde hij op straat met zijn collega’s, terwijl hij tegelijkertijd hun werk frustreerde om er zelf geld aan te verdienen. Zijn eigen gewin heeft bij dit alles vooropgestaan, ten koste van vertrouwen, loyaliteit, plichtsbesef en waardering en ondersteuning van het aanzien en het gezag van de politie.

De persoon van verdachte

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 31 juli 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet veroordeeld is voor soortgelijke feiten. Verdachte is echter wel veroordeeld voor mishandeling met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge in 2017. Dit betrof een mishandeling bij een aanhouding terwijl hij in functie was. Zoals blijkt uit het reclasseringsrapport van 15 oktober 2020 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting, heeft deze veroordeling alsmede een aantal interne onderzoeken naar zijn functioneren geleid tot aanhoudende boosheid en negatieve gevoelens jegens zijn werkgever waar hij zich geen raad mee wist. Daarnaast volgt uit het Pro Justitia rapportage van 28 juli 2020, opgesteld door M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog, dat verdachte naar aanleiding van deze gebeurtenissen een toegenomen vorm van emotionele vervreemding en onthechting voelde, die hij in mindere mate zijn hele leven al ervaart als gevolg van de traumatische ervaringen die hij op jonge leeftijd meemaakte. Zo is de vader van verdachte doodgeschoten tijdens zijn werk als politieagent toen verdachte twee jaar oud was. Verdachte wordt op vergelijkbare wijze in de relatie beschreven door zijn ex-partner, en ook in de gesprekken door de psycholoog met verdachte valt deze onthechting en emotionele onverbondenheid op. Alhoewel verdachte cognitief in staat moet zijn geweest de wederrechtelijkheid van zijn handelen te beseffen, was hij vermoedelijk emotioneel te zeer van zichzelf en zijn omgeving vervreemd om zijn gedrag aan te passen of goed tot zich te laten doordringen waarmee hij bezig was. Dat er ten tijde van het plegen van de onderhavige feiten boosheid en woede om de eerdere strafvervolging heeft meegespeeld, en in feite dus een soort ‘wraak’ werd genomen, lijkt gezien de chronologie van de gebeurtenissen in de afgelopen vijf jaar en de psychodynamiek

van verdachte waarschijnlijk. Verdachte lijkt daar zelf onvoldoende bewust van geweest te zijn. Het is om die reden ook achteraf waarschijnlijk lastig voor verdachte te herleiden

waarom hij op bepaalde momenten tot bepaalde keuzes is gekomen. Geadviseerd

wordt daarom om verdachte de tenlastegelegde feiten in enigszins verminderde

mate toe te rekenen.

De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundige tot de hare en zal verdachte daarom als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen en hiermee rekening houden bij het bepalen van de hoogte van de straf.

De strafoplegging

Het over een langere periode en zeer frequent schenden van het ambtsgeheim en het plegen van computervredebreuk, alsmede ambtelijke omkoping en verduistering van politiekleding, rechtvaardigt naar het oordeel van het rechtbank enkel een gevangenisstraf van lange duur. De ernst van de bewezenverklaarde feiten en de grote schade die verdachte daarmee heeft berokkend aan het imago van de politieorganisatie en de rechtsstaat, maken ook dat een forse straf op zijn plaats is. Een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest met een voorwaardelijk deel, zoals bepleit door de raadsvrouw, is verre van passend en doet op geen enkele manier recht aan de aard en ernst van de feiten. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat een lange gevangenisstraf niet alleen dient om verdachte voor zijn handelen af te straffen, maar ook als signaal naar elke andere (politie)ambtenaar die overweegt zijn positie voor eigen gewin te moeten misbruiken. In het voordeel van verdachte wordt meegewogen dat hij vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven en verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden. Zo heeft verdachte uit eigen beweging tijdens een politieverhoor spontaan bekend dat hij zijn politie-uniformen heeft verkocht. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting herhaaldelijk verklaard spijt te hebben van zijn daden en zijn excuses aangeboden, hetgeen de rechtbank oprecht overkomt. De rechtbank benadrukt echter wel dat dit geenszins afdoet aan de ernst van de feiten. Alles afwegende en kijkend naar wat in vergelijkbare zaken is opgelegd, acht de rechtbank – zoals ook gevorderd door de officier van justitie – een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.

Daarnaast zal de rechtbank bepalen dat het verdachte verboden is om enig publiek ambt uit te oefenen voor de duur van negen jaar. Dit is de wettelijk maximaal toelaatbare termijn voor deze bijkomende straf.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 28, 29, 31, 57, 138ab, 272, 322 en 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

- ontzet verdachte uit het recht om enig publiek ambt te bekleden voor een periode van 9 (negen) jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 december 2020.

mrs. C.S.K. Fung Fen Chung en J.G. van Ommeren zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de (gewijzigde) tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 18 mei 2020 te Vianen (gemeente Vijfheerenlanden) en/of Maarssen en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, (telkens) opzettelijk een geheim, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt, te weten van politieambtenaar [brigadier] bij de eenheid Midden-Nederland van de Nationale Politie, en/of wettelijk voorschrift (namelijk artikel 3- en/of artikel 7 Wet Politiegegevens) verplicht was dat te bewaren, heeft geschonden,

door (telkens) opzettelijk in meerdere, althans een (politie) syste(e)m(en) (onder andere uit/in BVI-IB en/of Bluespot monitor en/of NL-SIS-II en/of de RDW en/of SKDB en/of BVH en/of MEOS), (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (vertrouwelijke) informatie over meerdere, althans een perso(o)n(en) en/of (een) opsporingsonderzoek(en) en/of BVH-mutaties en/of kentekens, te bevragen en/of op te vragen

en/of

(vervolgens) die verkregen (vertrouwelijke) informatie aan daartoe niet-gerechtigde personen/derden te verstrekken en/of te openbaren, immers heeft hij, verdachte,

- [ zaak dossier 1]

A] (op of omstreeks 30 april 2020) tweemaal, althans eenmaal het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens en/of meerdere BVH-mutaties en/of een politiefoto en/of een rijbewijs foto van [E] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nickname) en/of (andere) onbekend gebleven personen en/of

B] (op of omstreeks 4 mei 2020) de persoons- en/of adresgegevens en/of verschillende BVH-mutaties van [E] en [F] opgezocht/bevraagd en/of deze (vervolgens) verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] '(zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen en/of

- [ zaak dossier 2]

(in of omstreeks de periode van 18 maart 2020 tot en met 2 april 2020) meermalen de persoonsgegevens van [G] en/of verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties en/of het incidentnummer [incidentnummer] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

- [ zaak dossier 4]

A] (op of omstreeks 30 januari 2019) de persoonsgegevens van [B] en/of verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

B] (op of omstreeks 25 maart 2020) het adres [adres] te [woonplaats] opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de aan dit adres gerelateerde BVH-mutatie betreffende de vermissing van een reisdocument opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de persoonsgegevens van de aan deze mutatie gekoppelde personen, te weten [H] en/of [I] en/of [J] opgezocht/bevraagd en deze (vervolgens) verstrekt/openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

-[zaak dossier 5]

(op of omstreeks 10 mei 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (op of omstreeks 12 mei 2020) (wederom) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de persoonsgegevens van [K] en/of twee, althans een daarmee in verband staande BVH-mutatie(s) (betreffende de Wet Wapens en Munitie) in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

- [ zaak dossier 6]

(op of omstreeks 10 mei 2020) tweemaal, althans eenmaal het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens van [L] en/of [M] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nickname) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

- [ zaak dossier 7]

(in of omstreeks de periode van 11 mei 2020 tot en met 14 mei 2020) tweemaal,

althans eenmaal het kenteken [kenteken] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of meermalen de persoonsgegevens van [N] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of vier, althans meerdere daarmee in verband staande BVH-mutaties (uit 2017 en 2018) en/of een politie- en/of een rijbewijsfoto van die [N] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie en/of foto verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

- [ zaak dossier 8]

(in of omstreeks 18 mei 2020) het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens van de kentekenhouder van dit kenteken in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/ en/of de BVH-mutatie [BVH-mutatie] _1 in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of de persoonsgegevens van [P] en/of vijf, althans meerdere daarmee in verband staande mutaties in (een) ( politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of de persoonsgegevens van [Q] en/of 13, althans meerdere daarmee in verband staande mutaties in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nickname) en/of (andere) onbekend gebleven personen

en/of

- [ zaak dossier 10]

A] (op of omstreeks 9 mei 2019) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 3 december 2019) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

C] (op of omstreeks 30 april 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nickname) en/of (andere) onbekend gebleven personen en/of

- [ zaak dossier 11]

A] (op of omstreeks 13 maart 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie) syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 14 maart 2020) (wederom) het kenteken [kenteken] en/of twee, althans een met voornoemd kenteken in verband staande BVH-mutatie(s) in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

C] (op of omstreeks 14 januari 2020) de persoonsgegevens van [O] in (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of (vervolgens) de uit deze bevraging verkregen gegevens en/of informatie verstrekt en/of openbaar gemaakt aan [C] en/of (andere) onbekend gebleven personen;

(art 272 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Feit 2

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 18 mei 2020 te Vianen (gemeente Vijfheerenlanden) en/of Maarssen en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een of meer delen van) servers van de Nationale Politie is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van een of meer valse signalen of valse sleutel(s) en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het (telkens) onbevoegd gebruik te maken van een gebruikersnaam en/of wachtwoord (voor de applicatie Meer Effectief op Straat (MEOS) en/of de/het syste(e)m(en) Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen

en/of

door zich (telkens) (onbevoegd) met een gebruikersnaam en/of wachtwoord (voor het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen en de daaraan gekoppelde systemen) toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de Nationale Politie (waarop het systeem Basis Voorziening Informatie Integrale Bevragingen (BVI-IB) en de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening handhaving (BVH) en/of BlueSpot waren geplaatst),

(telkens) met een ander doel dan waarvoor hem, verdachte, die toegang was toegestaan,

waarna hij, verdachte, vervolgens een of meer gegevens die waren opgeslagen en/of werden verwerkt en/of werden overgedragen door middel van voornoemd(e) geautomatiseerd(e) werk(en) waarin hij zich wederrechtelijk bevond voor zichzelf en/of (een) ander(en) (niet gerechtigde) heeft overgenomen, afgetapt en/of opgenomen (zoals hierna nader omschreven),

immers heeft hij verdachte,

- [ zaak dossier 1]

A] (op of omstreeks 30 april 2020) tweemaal, althans eenmaal het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens en meerdere BVH-mutaties en/of een politiefoto en/of een rijbewijs foto van [E] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 4 mei 2020) de persoons- en/of adresgegevens en/of verschillende BVH-mutaties van [E] en [F] opgezocht/bevraagd en/of

- [ zaak dossier 2]

(in of omstreeks de periode van 18 maart 2020 tot en met 2 april 2020) meermalen de persoonsgegevens van [G] en/of verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties en/of het incidentnummer [incidentnummer] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

- [ zaak dossier 3]

(in of omstreeks 18 mei 2020) het kenteken [kenteken] en/of de BVH-mutatie [BVH-mutatie] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of

- [ zaak dossier 4]

A] (op of omstreeks 30 januari 2019) de persoonsgegevens van [B] en/of verschillende daarmee in verband staande BVH-mutaties in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 25 maart 2020) het adres [adres] te [woonplaats] opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de aan dit adres gerelateerde BVH-mutatie betreffende de vermissing van een reisdocument opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de persoonsgegevens van de aan deze mutatie gekoppelde personen, te weten [H] en/of [I] en/of [J] opgezocht/bevraagd

en/of

- [ zaak dossier 5]

A] (op of omstreeks 10 mei 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of B] (op of omstreeks 12 mei 2020) (wederom) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of (vervolgens) de persoonsgegevens [K] en/of twee, althans een daarmee in verband staande BVH-mutatie(s) (betreffende de Wet Wapens en Munitie) in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of

- [ zaak dossier 6]

(op of omstreeks 10 mei 2020) tweemaal, althans eenmaal het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens van [L] en/of [M] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

- [ zaak dossier 7]

(in of omstreeks de periode van 11 mei 2020 tot en met 14 mei 2020) tweemaal, althans eenmaal het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of meermalen de persoonsgegevens van [N] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of vier, althans meerdere daarmee in verband staande BVH-mutaties (uit 2017en 2018) en/of een politie- en/of een rijbewijsfoto van die [N] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of

- [ zaak dossier 8]

(in of omstreeks 18 mei 2020) het kenteken [kenteken] en/of de persoonsgegevens van de kentekenhouder van dit kenteken in (een) politiesyste(e)m(en) opgezocht/ en/of de BVH-mutatie [BVH-mutatie] _1 in (ee(n) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of de persoonsgegevens van [P] en/of vijf, althans meerdere daarmee in verband staande mutaties in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of de persoonsgegevens van [Q] en/of 13, althans meerdere daarmee in verband staande mutaties in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

- [ zaak dossier 10]

A] (op of omstreeks 9 mei 2019) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en)opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 3 december 2019) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

C] (op of omstreeks 30 april 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd

en/of

- [ zaak dossier 11]

A] (op of omstreeks 13 maart 2020) het kenteken [kenteken] in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

B] (op of omstreeks 14 maart 2020) (wederom) het kenteken [kenteken] en/of twee, althans een met voornoemd kenteken in verband staande BVH-mutatie(s) in (een) (politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd en/of

C] (op of omstreeks 14 januari 2020) de persoonsgegevens van [O] in (een)(politie)syste(e)m(en) opgezocht/bevraagd;

(art 138ab lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Feit 3

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 18 mei 2020, te Vianen (gemeente Vijfherenlanden) en/of Maarssen en/of Rotterdam, in ieder geval in Nederland, (telkens) als (politie)ambtenaar -brigadier- bij de eenheid Midden-Nederland van de Nationale Politie, (een) gift(en), te weten 1000 euro (voor (twee) bevragingen) en/of (telkens) 250 euro (per (persoons) bevraging) en/of (telkens) 500 euro (voor een volledig dossier) en/of (telkens) 100 euro (per kenteken bevragingen), in elk geval (een) (gro(o)t(e)) geldbedrag(en) en/of belofte(n) dan wel (een) dienst(en) verleend en/of aangeboden en/of gedaan door [C] en/of ' [A] ' (zijnde een zogenaamde Nick name) en/of (andere) onbekend gebleven personen, heeft aangenomen, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen of na te laten (sub 1)

en/of

(telkens) wist of redelijkerwijs vermoedde dat deze/die gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en) hem werd(en) gedaan ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn bediening is gedaan of nagelaten (sub 2),

immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk in meerdere, althans een politiesyste(e)m(en) (een) (grote) hoeveelheid(en) (vertrouwelijke) informatie over meerdere, althans een perso(o)n(en) en/of (een) opsporingsonderzoek(en) en/of (een) BVH-mutatie(s) en/of (een) kenteken(s) bevraagd en/of (vervolgens) die verkregen (vertrouwelijke) informatie aan voornoemde person(en) verstrekt en/of geopenbaard;

(art 363 lid 1 ahf/sub 1° , sub 2° Wetboek van Strafrecht)

Feit 4

hij op of omstreeks 26 april 2020, in elk geval in de maand april 2020, te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk vier politie-uniform broeken en/of vier politie-uniform poloshirts, in elk geval meerdere kledingstukken van een politie uniform, die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Nationale Politie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van / als brigadier van politie, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; (zaaksdossier 9)

(artt 321 en 322 Wetboek van Strafrecht)