Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2020:5540

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
16/269081-19 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke jeugddetentie, werkstraffen, reclasseringstoezicht en ambulante behandeling voor 5 jeugdige verdachten, die zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal met geweld.

Verdachten hebben via een datingssite een afspraak gemaakt met het slachtoffer en hem vervolgens onder dreiging van diverse wapens (een nep vuurwapen, boksbeugel, honkbalknuppel en een mes) gedwongen zijn bankpas en pincode af te staan. Toen het slachtoffer zich verzette werd geweld gebruikt. Pas nadat het slachtoffer heel hard om hulp schreeuwde zijn de verdachten weggerend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/269081-19 (P)

Vonnis van de meervoudige kamer van 18 december 2020

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] te [woonplaats] .

1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 4 december 2020. Het onderzoek ter terechtzitting is eveneens gesloten op 4 december 2020.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. D.C. Smits en van hetgeen verdachte en mr. H.J. Veen, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht.

2 TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 16 augustus 2020 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, meerdere goederen toebehorende aan [slachtoffer] heeft weggenomen, terwijl de diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van (bedreiging met) geweld.

3 VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Vaststaat dat de verdachten zowel in de voorbereiding als in de uitvoering van het plan zo nauw en bewust hebben samengewerkt, dat zij ook samen in strafrechtelijke zin verantwoordelijk zijn voor hetgeen heeft plaatsgevonden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De heeft zich ten aanzien van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft de het ten laste gelegde feit bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor deze feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 december 2020;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 17 augustus 2019, genummerd PL0900-2019246159-1, inhoudende het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] met bijlagen, doorgenummerde pagina’s 59 tot en met 67;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 19 augustus 2019, genummerd PL0900-2019246159-12, inhoudende het proces-verbaal van forensisch onderzoek letselfotografie, met bijlagen, doorgenummerde pagina’s 500 tot en met 508.

5 BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 16 augustus 2019 te Bilthoven, tezamen en in vereniging met anderen, onder meer,
meerdere bankpassen en meerdere creditcards en een identiteitskaart en een rijbewijs en een kentekenbewijs en een reservesleutel, die geheel toebehoorden aan [slachtoffer] ,
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en gewapend de woorden toe te roepen: 'Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurt er niets, dan zullen we je hooguit toetakelen' en 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?', en
- op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen en
- vervolgens de trekker van dit vuurwapen over te halen en
- een boksbeugel en een honkbalknuppel en een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en te tonen, en
- vervolgens meermalen met kracht op het hoofd, althans het lichaam, van die
[slachtoffer] te slaan/stompen.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6 STRAFBAARHEID VAN HET FEIT

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot:

- een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 88 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als (bijzondere) voorwaarden: toezicht en begeleiding door SAVE en meewerken aan behandeling bij de Waag;

- een taakstraf van 160 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 80 dagen jeugddetentie;

- de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, strekkende tot beperking van de vrijheid van verdachte, voor de duur van twee jaren, met toepassing van vervangende jeugddetentie voor de duur van een week voor iedere keer dat de verdachte zich niet aan de maatregel houdt, met een maximum van zes maanden, waarbij wordt bevolen dat verdachte op geen enkele wijze contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer, de getuigen [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] en met alle medeverdachten.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de te stellen voorwaarden, het uit te oefenen toezicht en de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft het volgende aangevoerd.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde (voorwaardelijke) jeugddetentie, de proeftijd en de gevorderde taakstraf van 160 uren. De verdediging stelt zich op het standpunt dat een vrijheidsbeperkende maatregel niet hoeft te worden opgelegd. Verdachte moet kunnen bewijzen dat hij intrinsiek gemotiveerd is en hij zal geen contact opnemen met het slachtoffer.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het plegen van een ernstige diefstal met geweld. Verdachte en zijn mededaders hebben via een datingapp een slachtoffer naar een afgelegen plek gelokt en vervolgens het slachtoffer op grove wijze bedreigd met geweld en gebruik gemaakt van geweld om het slachtoffer te kunnen beroven van zijn waardevolle spullen. Verdachte en medeverdachten hadden van tevoren afgesproken dat zij de bankpas van het slachtoffer zouden afpakken en hem zouden dwingen om zijn pincode te geven, om na de beroving naar een geldautomaat te gaan en daar geld van de bankrekening van het slachtoffer te pinnen. Toen het slachtoffer in verzet ging hebben verdachte en zijn mededaders geweld gebruikt waardoor hij letsel heeft opgelopen.

De gevolgen van dergelijke overvallen zijn over het algemeen zeer traumatiserend voor de slachtoffers. De impact op hun gewone leven en gevoel van veiligheid is groot. Het slachtoffer omschrijft de beroving als het ergste wat hij heeft meegemaakt in zijn leven.

Op geen enkele wijze heeft verdachte zich bekommerd om de gevolgen voor het slachtoffer. Dat deze gevolgen, ook op de langere termijn, ernstig kunnen zijn heeft verdachte ook op voorhand kunnen beseffen. Hij heeft, enkel om financieel gewin, het slachtoffer ernstige en aanzienlijke schade berokkend. Daarnaast heeft verdachte het feit ontkend en geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. Dit rekent de rechtbank verdachte ernstig aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 27 oktober 2020. Hieruit volgt dat verdachte op 10 februari 2020 is veroordeeld tot een werkstraf van 15 uren voor het rijden onder invloed van alcohol en op 15 september 2020 heeft verdachte een strafbeschikking gekregen voor een overtreding.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Samen Veilig Midden-Nederland, opgesteld door N. Broekhuijzen, medewerker, van 18 november 2020. Hieruit volgt dat verdachte zich heeft opengesteld in de begeleiding en het goede wil doen. Verdachte is aangemeld bij de Waag, en hoewel verdachte behandeling bij de
Waag niet nodig vond, heeft hij hiermee ingestemd. De behandeling verloopt over het algemeen goed en verdachte geeft aan er ook daadwerkelijk wat aan te hebben.
Op het gebied van het hebben van contact met politie en justitie heeft de medewerker SAVE wel zorgen over verdachte. Dit heeft erin geresulteerd dat er opnieuw een avondklok voor verdachte is ingesteld. Uit onderzoek komt naar voren dat het risico op gewelddadig gedrag ingeschat wordt als laag tot matig. SAVE adviseert om aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met de voorwaarden: Toezicht en Begeleiding, het volgen van een behandeling bij de Waag of een soortgelijke instantie en het volgens rooster naar school of stage gaan.

Dit is in navolging van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) van 6 oktober 2020, opgesteld door R.D. Peters, raadsonderzoeker, waarin hetzelfde wordt geadviseerd.

Uit het psychologisch rapport van 21 januari 2020, opgesteld door K. Oostra, GZ-psycholoog, volgt dat wordt geadviseerd om het tenlastegelegde delict verminderd aan verdachte toe te rekenen nu er tijdens het delict sprake was van een verminderde impulscontrole, waardoor het tijdig nadenken over de eventuele consequenties van zijn gedrag wordt beperkt en waardoor het voor betrokkene lastiger is om zijn gedrag tijdig bij te sturen. Daarnaast lijkt betrokkene in hogere mate prikkels op te zoeken en aangetrokken te worden tot spannende en risicovolle situaties, hetgeen in combinatie met een negatief sociaal netwerk en hogere mate van beïnvloedbaarheid een zorgelijke combinatie betreft. Betrokkene was voorafgaand en tijdens het ten laste gelegde feit in zijn gedragskeuzen beperkt en om die reden wordt geadviseerd het ten laste gelegde in enigszins verminderde mate aan betrokkene toe te rekenen.

De rechtbank is gelet op de conclusie van de deskundige van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde verminderd aan verdachte kan worden toegerekend en zal hiermee rekening houden in de strafoplegging.

Strafoplegging

Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor het bewezen verklaarde feit gekeken naar deze oriëntatiepunten.

Voor een diefstal met geweld in de meest lichte vorm is een taakstraf van 60 uur, dienovereenkomstige jeugddetentie van 1 maand als uitgangspunt. Strafverzwarende omstandigheden zijn aanleiding om de strafmaat te verhogen. Iedere strafverzwarende omstandigheid telt daarbij in beginsel voor 60 uur taakstraf, dan wel 1 maand jeugddetentie. De strafverzwarende omstandigheden zijn in de zaak van verdachte: de aard en ernst van het gebruikte fysieke geweld, het letsel dat verdachte heeft opgelopen, het gebruik van meerdere wapens waaronder de bedreiging met een op een soortgelijkend vuurwapen, een boksbeugel, een honkbalknuppel en een mes, de plaats van het delict en het plegen van het feit in een georganiseerde groep. De rechtbank acht ook de planmatigheid strafverzwarend. Verdachten hebben bewust een homoseksueel slachtoffer uitgekozen door het slachtoffer te benaderen via een datingapp voor homoseksuelen. De rechtbank kan niet vaststellen of dit uit ‘homohaat’ is geweest, of, zoals de officier van justitie heeft gezegd, omdat de groep jongeren dachten dat een homoseksueel slachtoffer niet zou terugvechten of aangifte zou doen. Feit is in ieder geval dat de jongens goed nagedacht hebben over wie hun slachtoffer zou worden. Alles afwegende acht de rechtbank een jeugddetentie van 120 dagen waarvan 88 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden. De rechtbank ziet, gelet op de uitkomsten van het psychologisch rapport en het advies van de RvdK en SAVE om hierbij bijzondere voorwaarden op te nemen zoals genoemd, om de maatschappij te beschermen en verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Tevens zal de rechtbank een taakstraf van 160 uren, te vervangen door 80 dagen jeugddetentie, opleggen.

Vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank ziet, ter beveiliging van de maatschappij, voorts aanleiding om op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht een vrijheidsbeperkende maatregel aan verdachte

op te leggen, inhoudende een contactverbod met het slachtoffer, drie getuigen en de medeverdachten voor de duur van 2 jaren. Voor iedere keer dat verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende jeugddetentie worden opgelegd voor de duur van een week, met een maximum van 6 maanden.

Dadelijke uitvoerbaarheid vrijheidsbeperkende maatregel

De rechtbank overweegt dat de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard, nu er - gelet op de aard en de ernst van de feiten - ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt.

Dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere voorwaarden

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten een beroving met (bedreiging van) geweld. Uit de rapportages en de adviezen van de RvdK en SAVE volgt dat intensief toezicht en behandeling van verdachte nodig is om de ingezette positieve ontwikkeling vast te houden en daarmee de kans op recidive te verkleinen. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zonder het toezicht en begeleiding van de jeugdreclassering opnieuw een vergelijkbaar misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat de bijzondere voorwaarden die verdachte zullen worden opgelegd en het toezicht door de reclassering, dadelijk uitvoerbaar zijn.

9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 38v, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 77we, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 BESLISSING

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • -

    verklaart het onder feit 1 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;

  • -

    verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar;

Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 120 dagen;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak

in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in

mindering gebracht zal worden;

- beveelt dat een gedeelte van 88 dagen van deze jeugddetentie niet zal worden ten

uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;

- - stelt als voorwaarden dat verdachte:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

* zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, binnen drie werkdagen dagen na het uitspreken van dit vonnis meldt bij Samen Veilig Midden-Nederland, Tiberdreef 8 te Utrecht, en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. Verdachte dient zich daarbij te houden aan de aanwijzingen die Samen Veilig hem geeft;

* meewerkt aan een behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;

Waarbij aan de gecertificeerde instelling te weten Samen Veilig Midden-Nederland te Utrecht opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden.

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van

160 uren;

- beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende

jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 80 dagen;

Oplegging maatregel

- legt op de vrijheidsbeperkende maatregel dat de verdachte voor de duur van 2 jaren op

geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen zoeken of hebben met de volgende personen;

- [slachtoffer] , geboren op [1971] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 1] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 2] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [getuige 3] , geboren op [2003] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 1] , geboren op [2004] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 2] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 3] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 4] , geboren op [2001] te [geboorteplaats] ;

- [medeverdachte 5] , geboren op [2002] te [geboorteplaats] ;

- waarbij de politie opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving;

- beveelt dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor het geval door

verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende

jeugddetentie bedraagt één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt

voldaan, met een maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende

jeugddetentie heft de verplichtingen ingevolge de maatregel niet op;

Dadelijke uitvoerbaarheid

- beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

- beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht door de jeugdreclassering dadelijk

uitvoerbaar zijn;

Voorlopige hechtenis

- heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. J.W.B. Snijders Blok en P.M. Leijten, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van der Beek, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 december 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage: de tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 augustus 2019 te Bilthoven, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, onder meer,
een of meerdere bankpassen en/of een of meerdere creditcards en/of een
identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenbewijs en/of een
reservesleutel, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- gemaskerd en/of gewapend de woorden toe te roepen: 'Als je doet wat we zeggen, als je gewoon meewerkt gebeurd er niets, dan zullen we je hooguit toetakelen' en/of 'blijf voor je uit kijken of wil je een kogel door je kop?', althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen en/of
- (vervolgens) de trekker van dit vuurwapen over te halen en/of
- een boksbeugel en/of een honkbalknuppel en/of een mes (dreigend) in de richting van die [slachtoffer] te houden en/of te tonen, en/of
- (vervolgens) meermalen (met kracht) op het hoofd, althans het lichaam, van die
te slaan/ stompen;


( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2
ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )